CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

D. Was-wordt tabel Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2025

Gemeenteraadsvergadering 20 maart 2025, gemeente NoordwijkBij agendapunt: (omgezet van hamerstuk naar bespreekstuk) Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Noordwijk 20252.104 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt tabel Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Noordwijk 2025 Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Toelichting

Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Noordwijk 2024

Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Noordwijk 2025

De huidige verordening wordt ingetrokken. De titel van de nieuwe verordening is: Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Noordwijk 2025

Artikel 8. Algemene voorzieningen en Maatwerkvoorziening

Artikel 8. Algemene voorzieningen en Maatwerkvoorziening

Aanpassing artikel 8:

1.

Een cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor een algemene voorziening.

1.

Een cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor een algemene voorziening.

2.

Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.

2.

Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.

De tarieven van de Regiotaxi zijn voor 2025 geïndexeerd met 3,34%

3.

In afwijking van het tweede lid kan het Dagelijks Bestuur bij nadere regels vaststellen voor welke maatwerkvoorziening geen eigen bijdrage verschuldigd is.

3.

In afwijking van het tweede lid kan het Dagelijks Bestuur bij nadere regels vaststellen voor welke maatwerkvoorziening geen eigen bijdrage verschuldigd is.

4.

De eigen bijdrage wordt berekend conform hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en bedraagt maximaal de kostprijs van de maatwerkvoorziening.

4.

De eigen bijdrage wordt berekend conform hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en bedraagt maximaal de kostprijs van de maatwerkvoorziening.

5.

De kostprijs van een:

5.

De kostprijs van een:

a.

b.

c.

6.

Een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. Een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening. Een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.

Voor de kosten voor het gebruik van het collectief vervoer is de cliënt een bijdrage verschuldigd ter hoogte van: a. De ritbijdragen voor het gebruik van het cvv voor personen jonger dan 65 jaar

Pagina 2 van 8

a.

b.

c.

6.

Een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. Een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening. Een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.

Voor de kosten voor het gebruik van het collectief vervoer is de cliënt een bijdrage verschuldigd ter hoogte van: a. De ritbijdragen voor het gebruik van het cvv voor personen jonger dan 65 jaar

b.

bedraagt € 0,34 per kilometer + een opstaptarief van 4 kilometer. De ritbijdragen voor het gebruik van het cvv voor personen ouder dan 65 jaar bedraagt € 0,24 per kilometer + een opstaptarief van 4 kilometer.

b.

bedraagt € 0,35 per kilometer + een opstaptarief van 4 kilometer. De ritbijdragen voor het gebruik van het cvv voor personen ouder dan 65 jaar bedraagt € 0,25 per kilometer + een opstaptarief van 4 kilometer.

7.

In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, eerste lid, van de Wet, kunnen de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door de betreffende instelling vastgesteld en geïnd.

7.

In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, eerste lid, van de Wet, kunnen de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door de betreffende instelling vastgesteld en geïnd.

8.

De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt

8.

De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt

9.

De in het zesde lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2024 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van ontwikkelingen van de daarvoor geldende index.

9.

De in het zesde lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2025 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van ontwikkelingen van de daarvoor geldende index.

Pagina 3 van 8

10. Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het Dagelijks bestuur zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaatst gestelde bedragen.

10. Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het Dagelijks bestuur zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaatst gestelde bedragen.

Artikel 13. Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen

Artikel 13. Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen

1.

1.

De tegemoetkoming voor: a. de kosten van het gebruik van een eigen auto, een bruikleenauto of vervoer door derden geldt een maximumbedrag van € 897,00 per jaar. Uitbetaling van de financiële tegemoetkoming vindt plaats na declaratie van de gemaakte kosten. De declaratie moet binnen 1 maand na afloop van elk kwartaal zijn ingediend. b. de kosten van het gebruik van een taxi geldt een maximumbedrag van € 5.080,00 per jaar. c. de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi geldt een maximumbedrag van € 7.660,00 per jaar. d. de kosten van een aanpassing aan een eigen auto, is gelijk aan de voor vergoeding in aanmerking komende kosten, zijnde de tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het

Pagina 4 van 8

De tegemoetkoming voor: a. de kosten van het gebruik van een eigen auto, een bruikleenauto of vervoer door derden geldt een maximumbedrag van € 403,00 per jaar. Uitbetaling van de financiële tegemoetkoming vindt plaats na declaratie van de gemaakte kosten. De declaratie moet binnen 1 maand na afloop van elk kwartaal zijn ingediend. b. de kosten van het gebruik van een taxi geldt een maximumbedrag van € 5.265,00 per jaar. c. de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi geldt een maximumbedrag van € 7.940,00 per jaar. d. de kosten van een aanpassing aan een eigen auto, is gelijk aan de voor vergoeding in aanmerking komende kosten, zijnde de tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het

Aanpassingen artikel 13: •

Aanpassing van de tegemoetkoming voor de kosten van het gebruik van een eigen auto, een bruikleenauto of vervoer door derden. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de belastingvrije vergoeding voor eigen vervoer door werkgevers voor 2025 ad €0,23. Uitgaande van 1750 kilometer per jaar komt de vergoeding uit op € 403,00.

•

De overige tarieven zijn voor 2025 geïndexeerd met 3,60%.

Dagelijks Bestuur geaccepteerde offerte. e. bezoekbaar maken van de woning bedraagt maximaal: € 2.925,00. f. logeerbaar maken van de woning bedraagt maximaal: € 6.840,00. g. verhuis- en inrichtingskosten bedraagt maximaal: i. € 3.645,00 als de persoon met beperkingen verhuist naar de meest adequate en/of aangepaste woning; ii. € 7.295,00 als een adequate c.q. aangepaste woning op verzoek van de ISD Bollenstreek door de huurder wordt vrijgemaakt. h. tijdelijke huisvesting gedurende een periode van maximaal 6 maanden bedraagt: i. de werkelijke kosten met een maximum van € 658,00 per maand als tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte; ii. de werkelijke kosten met een maximum van € 329,00 per maand als tegemoetkoming in de kosten

Pagina 5 van 8

Dagelijks Bestuur geaccepteerde offerte. e. bezoekbaar maken van de woning bedraagt maximaal: € 3.035,00. f. logeerbaar maken van de woning bedraagt maximaal: € 7.090,00. g. verhuis- en inrichtingskosten bedraagt maximaal: i. € 3.780,00 als de persoon met beperkingen verhuist naar de meest adequate en/of aangepaste woning; ii. € 7.560,00 als een adequate c.q. aangepaste woning op verzoek van de ISD Bollenstreek door de huurder wordt vrijgemaakt. h. tijdelijke huisvesting gedurende een periode van maximaal 6 maanden bedraagt: i. de werkelijke kosten met een maximum van € 682,00 per maand als tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte; ii. de werkelijke kosten met een maximum van € 341,00 per maand als tegemoetkoming in de kosten

van het tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte. iii. de kosten van huurderving is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte, maar bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 658,00 per maand. i. in de kosten van onderhoud en keuring van een op grond van de Verordening verstrekte woonvoorziening zal het bedrag als bedoeld in bijlage 3 van dit Uitvoeringsbesluit niet te boven gaan. j. de reparatiekosten is gelijk aan de voor vergoeding in aanmerking komende kosten. k. huisvesting- en voedingskosten tijdens logeerverblijf geboden door een hulp uit het sociaal netwerk met een maximum van € 39,00 per dag. De uitbetaling vindt plaats na declaratie van de gemaakte kosten. 2.

De in het eerste lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2024 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van ontwikkeling van cpi. De berekende bedragen worden afgerond op een veelvoud van:

Pagina 6 van 8

van het tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte. iii. de kosten van huurderving is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte, maar bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 682,00 per maand. i. in de kosten van onderhoud en keuring van een op grond van de Verordening verstrekte woonvoorziening zal het bedrag als bedoeld in bijlage 3 van dit Uitvoeringsbesluit niet te boven gaan. j. de reparatiekosten is gelijk aan de voor vergoeding in aanmerking komende kosten. k. huisvesting- en voedingskosten tijdens logeerverblijf geboden door een hulp uit het sociaal netwerk met een maximum van € 41,00 per dag. De uitbetaling vindt plaats na declaratie van de gemaakte kosten. 2.

De in het eerste lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2025 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van ontwikkeling van cpi. De berekende bedragen worden afgerond op een veelvoud van:

a.

b.

3.

bedragen < € 1.000,00: afronding op hele euro’s (behoudens de uurtarieven voor hulp bij het huishouden). bedragen > € 1.000,00 : afronding op € 5,00.

Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het Dagelijks Bestuur zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.

a.

b.

3.

bedragen < € 1.000,00: afronding op hele euro’s (behoudens de uurtarieven voor hulp bij het huishouden). bedragen > € 1.000,00 : afronding op € 5,00.

Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het Dagelijks Bestuur zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.

Artikel 22. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

Artikel 22. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

1.

De Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 wordt ingetrokken.

1.

De Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 wordt ingetrokken.

2.

Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020, totdat het Dagelijks Bestuur een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.

2.

1.

Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke 2020 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.

Een cliënt die op 1 april 2025 reeds recht had op een tegemoetkoming voor de kosten van het gebruik van een eigen auto, een bruikleenauto of vervoer door derden op grond van artikel 13, lid 1 en onder a van deze verordening, heeft tot 1 oktober 2025 recht op een maximumbedrag van € 698,00 en vanaf 1 oktober 2025 tot 1 januari 2026 op een maximumbedrag van € 101,00.

Pagina 7 van 8

Aanpassingen artikel 22: •

Intrekking van de huidige verordening.

•

Toepassing van het overgangsrecht voor cliënten die op 1 april 2025 reeds recht hadden op een tegemoetkoming voor de kosten van het gebruik van een eigen auto, een bruikleenauto of vervoer door derden.

Artikel 23. Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 23. Inwerkingtreding en citeertitel

Aanpassingen artikel 23:

1.

1.

Deze verordening treedt in werking per 1 april 2025.

•

Datum van inwerkingtreding.

•

Titel van de nieuwe verordening.

2.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Noordwijk 2025.

2.

Deze verordening treedt in werking een dag na publicatie en werkt terug tot 1 januari 2024. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Noordwijk 2024.

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijkid=c740911a-3d19-48a5-a227-b498c56ea83d