CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

D. Verschillen analyse op de financiële verordening 2021-2023

Gemeenteraadsvergadering 28 november 2023, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel financiële verordening 20237.720 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Verschillen analyse op de financiële verordening Onderwerp Planning- & Controlcyclus

Kaders begroting

Financiële verordening 2021

Financiële verordening 2023

Verschillen

2.1 Voor aanvang van een begrotingsjaar biedt het college van

2.1 Voor aanvang van een begrotingsjaar biedt het college

Geen wijzigingen

burgemeester en wethouders de raad ter kennisname een planning

burgemeester en wethouders de raad ter kennisname een planning

(spoorboekje) aan met daarin de data voor de aanbieding /

(spoorboekje) aan met daarin de data voor de aanbieding /

vaststelling van de perspectiefnota, de begroting met

vaststelling van de perspectiefnota, de begroting met

investeringsplan en meerjarenbegroting, de tussentijdse

investeringsplan en meerjarenbegroting, de tussentijdse

rapportages en de jaarstukken.

rapportages en de jaarstukken.

3.1 Het college biedt de gemeenteraad in de Perspectiefnota een

3.1 Het college biedt de gemeenteraad in de Perspectiefnota een

voorstel aan over de financiële en de beleidskaders voor de

voorstel aan over de financiële en de beleidskaders voor de

volgende meerjarenbegrotingsperiode. De gemeenteraad stelt de

volgende meerjarenbegrotingsperiode. De gemeenteraad stelt de

kaders vast.

kaders vast.

3.2 Waar meerjarig onderhoudsplannen door de raad zijn vastgesteld, worden die als basis gehanteerd voor de ramingen van de onderhoudsbudgetten in de ontwerpbegroting. 3.3 In de begroting wordt een post onvoorzien incidenteel van

Programma indeling

3.2 Waar meerjarig onderhoudsplannen door de raad zijn vastgesteld, worden die als basis gehanteerd voor de ramingen van de onderhoudsbudgetten in de ontwerpbegroting. 3.3 In de begroting wordt een post onvoorzien incidenteel van

€ 130.000,- en een post onvoorzien structureel van € 50.000,-

€ 50.000,- en een post onvoorzien structureel van € 50.000,-

opgenomen.

opgenomen.

4.1 De raad stelt bij aanvang van de nieuwe raadsperiode de programma-indeling van de begroting en de jaarstukken voor die raadsperiode vast. 4.2 De raad stelt per programma’s de beleidsindicatoren vast. De

4.1 De raad stelt bij aanvang van de nieuwe raadsperiode de programma-indeling van de begroting en de jaarstukken voor die raadsperiode vast. 4.2 De raad stelt per programma de beleidsindicatoren vast. De

programma bevatten ten minste de verplichte beleidsindicatoren,

programma’s bevatten ten minste de verplichte beleidsindicatoren,

bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting

bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting

en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

4.3 De raad stelt bij aanvang van de nieuwe raadsperiode vast over

4.3 De raad stelt bij aanvang van de nieuwe raadsperiode vast over

welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte

welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte

paragrafen in de begroting en rekening kaders wil stellen en wil

paragrafen in de begroting en rekening kaders wil stellen en wil

worden geïnformeerd. De inhoud van de verplichte paragrafen

worden geïnformeerd. De inhoud van de verplichte paragrafen

bevat minimaal de onderdelen zoals genoemd in het BBV.

bevat minimaal de onderdelen zoals genoemd in het BBV.

Art. 3.3 – Bedrag onvoorzien incidenteel is met € 80.000,- verlaagd in de perspectiefnota 2024.

Geen wijzigingen

Onderwerp Inrichting begroting en jaarrekening

5.1 Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de

5.1 Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de

geraamde lasten en baten weergegeven en bij de jaarstukken

geraamde lasten en baten weergegeven en bij de jaarstukken

worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en

worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en

baten en ten minste de verplichte beleidsindicatoren weergegeven.

baten en ten minste de verplichte beleidsindicatoren weergegeven.

5.2 Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt

5.2 Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt

een overzicht van nieuw voorgenomen investeringen voor een

een overzicht van nieuw voorgenomen investeringen voor een

periode van vier jaren weergegeven: het investeringsplan.

periode van vier jaren weergegeven: het investeringsplan.

5.3 Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in

5.3 Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in

aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het BBV

aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het BBV

inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg

inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg

van de begroting, de meerjarenramingen en investeringen en

van de begroting, de meerjarenramingen en investeringen en

grondexploitatie. 5.4 In de jaarrekening wordt inzicht gegeven in de financiële positie van de gemeente op balansdatum einde jaar. 5.5 In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten weergegeven.

grondexploitatie. 5.4 In de jaarrekening wordt inzicht gegeven in de financiële positie van de gemeente op balansdatum einde jaar. 5.5 In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten weergegeven. 5.6 Het grensbedrag dat bij de jaarrekening wordt gehanteerd voor

Nieuw – In dit lid wordt geregeld vanaf welke grensbedrag

overlopende activa en passiva bedraagt meer dan € 10.000,- per

incidentele baten en lasten worden gespecificeerd in het overzicht

individuele post.

overlopende activa en passiva.

5.7 In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per

Nieuw – In dit lid wordt geregeld vanaf welke grensbedrag

programma worden posten vanaf € 50.000,- afzonderlijk

incidentele baten en lasten worden gespecificeerd in het overzicht

gespecificeerd.

(geraamde) incidentele baten en lasten per programma. Conform advies commissie BBV (Kadernota rechtmatigheid 2023).

Autorisatie

6.1 De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale

6.1 De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale

begrotingen, -

lasten en baten per programma en het overzicht van de algemene

lasten en baten per programma en het overzicht van de algemene

wijzigingen en

dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting en

dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting en

investeringskredieten

onvoorzien. 6.2 Bij de begrotingsbehandeling biedt het college de raad tevens het

onvoorzien. 6.2 Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe

investeringsplan voor de komende vier jaar aan, met het voorstel

investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor

om met dit plan in te stemmen. Voor elk voornemen wordt op een

autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige

Onderwerp later tijdstip een afzonderlijk voorstel voor autorisatie van het

nieuwe investeringskredieten worden bij de begrotingsbehandeling

investeringskrediet aan de raad aangeboden.

met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.

6.3 Voor de in het investeringsplan opgenomen

6.3 (2021) – verwerkt in artikel 6.2. De afgelopen jaren passen we de

investeringsvoornemens van het eerstvolgende begrotingsjaar

werkwijze zoals genoemd in artikel 6.2 al toe. Dit artikel kan daarom

wordt bij vaststelling van de begroting een voorstel gedaan om deze

vervallen.

investeringskredieten tegelijk met de vaststelling van de begroting beschikbaar te stellen met uitzondering van politiek gevoelige investeringen. 6.4 Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het

6.3 Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het

college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde

college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde

budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het

budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het

beleid. 6.5 Het college is bevoegd om de begrote lasten en begrote baten van

beleid. 6.4 Het college is bevoegd om de begrote lasten en begrote baten van

een programma te overschrijden tot € 50.000,- waarbij de

een programma te overschrijden tot € 50.000,- waarbij de

autorisatie door de raad plaats vindt in de eerstvolgende

autorisatie door de raad plaatsvindt in de eerstvolgende

tussenrapportage van het begrotingsjaar of via een afzonderlijk

tussenrapportage van het begrotingsjaar of via een afzonderlijk

voorstel aan de raad.

voorstel aan de raad.

6.6 Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht, dat

6.5 Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht, dat

geautoriseerde investeringskredieten met meer dan € 75.000,- of

geautoriseerde investeringskredieten met meer dan € 75.000,- of

minimaal 25% - met een ondergrens van € 10.000,- dreigen te

minimaal 25% - met een ondergrens van € 10.000,- dreigen te

overschrijden. Onder deze grens is het college bevoegd om te

overschrijden. Onder deze grens is het college bevoegd om te

overschrijden. 6.7 Niet in de begroting geraamde aanwendingen van

overschrijden. 6.6 Niet in de begroting geraamde aanwendingen van

bestemmingsreserves tot € 25.000,- binnen een specifiek doel van

bestemmingsreserves tot € 25.000,- binnen een specifiek doel van

de bestemmingsreserve, behoeven niet vooraf aan de raad te

de bestemmingsreserve, behoeven niet vooraf aan de raad te

worden gemeld, tenzij bij de instelling van de reserve en / of

worden gemeld, tenzij bij de instelling van de reserve en / of

begroting anders is afgesproken.

begroting anders is afgesproken.

6.8 Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het

6.7 Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het

vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college

vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college

vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel

vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel

met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet

met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet

aan de raad voor. Bij investeringen groter dan € 1.000.000,-

aan de raad voor. Bij investeringen groter dan € 1.000.000,-

Onderwerp informeert het college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente.

informeert het college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. 6.8 Bij investeringen met een meerjarig karakter stellen burgemeester

Nieuw – In dit artikel worden afspraken tussen college en de raad

en wethouders aan de raad voor op welke wijze de jaarschijven

over verschuivingen van uitgaven tussen jaarschijven in een

binnen het investeringsbudget worden opgebouwd. Goedkeuring

investeringsbudget vastgelegd. We proberen hierdoor meer grip te

voor verschuivingen tussen de jaarschijven van meer dan

krijgen op de onder uitputting van de investeringsbudgetten.

€ 500.000,- aan lasten van een investeringsbudget worden aan de

Conform het advies van de commissie BBV.

raad integraal voorgelegd bij de jaarrekening. Tussentijdse

7.1 Op de tijdstippen als bedoeld in de planning in artikel 2 informeert

7.1 Op de tijdstippen als bedoeld in de planning in artikel 2 informeert

rapportage

het college de raad door middel van tussentijdse rapportages

het college de raad door middel van tussentijdse rapportages

(Voorjaarsnota, Najaarsnota) over de realisatie van de begroting in

(Voorjaarsnota, Najaarsnota) over de realisatie van de begroting in

de voorliggende maanden van het lopende boekjaar.

de voorliggende maanden van het lopende boekjaar.

7.2 De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de

7.2 De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de

uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van:

uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van:

a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar producten;

a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar producten;

b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen inclusief overhead,

b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen inclusief overhead,

vennootschapsbelasting en onvoorzien; c. het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit de onderdelen a en b; d. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; en e. het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d, alsmede de realisatie

vennootschapsbelasting en onvoorzien; c. het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit de onderdelen a en b; d. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; en e. het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d, alsmede de realisatie

en raming van de uitputting van de investeringskredieten.

en raming van de uitputting van de investeringskredieten.

7.3 In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de

7.3 In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de

oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van elk

oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van elk

programma zorgen we ervoor dat helder is over welke afwijkingen

programma en van de investeringskredieten toegelicht.

programma in de begroting groter dan € 25.000,- toegelicht. Voor

gerapporteerd moet worden. Voor de lopende investeringen nemen

wat betreft de lopende investeringskredieten wordt een volledig

we een volledig overzicht mee.

7.3 – Door een bedrag toe te voegen op de afwijkingen per

voortgangsoverzicht opgenomen. 7.4 Periodieke voortgangsrapportages over grootschalige niet cyclische investeringsprojecten met een krediet van meer dan € 5 miljoen worden eens per kwartaal opgesteld en aan het college aangeboden.

7.4 – Dit artikel kan vervallen omdat we in artikel 7.3 al regelen dat we over alle lopende investeringen rapporteren.

Onderwerp Informatieplicht

8.1 Het college hanteert een actieve informatieplicht naar de raad toe;

8.1 Het college hanteert een actieve informatieplicht naar de raad toe;

met name situaties met politiek bestuurlijke relevantie.

met name situaties met politiek bestuurlijke relevantie.

8.2 Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas

8.2 Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas

een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen

een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen

8.2 a. Aankoop en verkoop vervalt omdat wij alleen aan- en verkopen

en bedenkingen ter kennis van het college te brengen van:

en bedenkingen ter kennis van het college te brengen van:

doen binnen de budgetten.

a.

aankoop en verkoop van goederen en diensten;

b.

nieuwe meerjarige verplichtingen;

a.

nieuwe meerjarige verplichtingen met aanmerkelijke risico’s;

Bij investeringen is een bedrag opgenomen zodat we de raad niet overbelasten met kleine voorstellen. Deze kleine voorstellen zitten

c.

niet eerder bij de begroting opgenomen investeringskredieten;

b.

niet eerder bij de begroting opgenomen investeringskredieten

in de VJN en NJN.

groter dan € 100.000,-; d.

strategische aan- en verkopen groter dan het bedrag zoals genoemd

c.

in de raad vastgestelde nota Grondbeleid;

strategische aan- en verkopen groter dan het bedrag zoals genoemd in de door de raad vastgestelde nota Grondbeleid;

e.

het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties;

d.

het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties;

f.

het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen.

f.

het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen.

Jaarstukken

9.1 Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken bieden burgemeester en wethouders de raad het voorstel aan over de

Nieuw 9.1 – Dit is iets wat we jaarlijks al doen, met dit artikel leggen we dat nu vast.

bestemming van het jaarrekeningresultaat. 9.1 Het college legt jaarlijks aan de raad verantwoording af door middel

9.2 Het college legt jaarlijks aan de raad verantwoording af door middel

van het jaarverslag en de jaarrekening. In de jaarstukken worden in

van het jaarverslag en de jaarrekening. In de jaarstukken worden in

elk geval verschillen toegelicht die groter zijn dan € 100.000,- ten

elk geval verschillen toegelicht die groter zijn dan € 100.000,- ten

opzichte van de raming.

opzichte van de raming.

9.2 De raad stelt in het controleprotocol voor het

9.2 (2021) – artikel vervalt hier en is verwerkt in de nieuwe

accountantsonderzoek de kaders vast voor de uitvoering van de

rechtmatigheidsartikelen 11 t/m 14.

accountantscontrole. 9.3 Het college actualiseert jaarlijks het normenkader en stelt een

9.3 (2021) – artikel vervalt hier en is verwerkt in de nieuwe

overzicht vast van de in het controlejaar geldende wet- en

rechtmatigheidsartikelen 11 t/m 14.

regelgeving. Het normenkader wordt ter informatie aan de raad aangeboden. EMU-saldo

10.1 Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen

10.1 Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen

het collectieve aandeel van de gemeenten in het EMU-tekort,

het collectieve aandeel van de gemeenten in het EMU-tekort,

bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare

bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare

Geen wijzigingen

Onderwerp overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college

overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college

de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college

de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college

een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het

een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het

wijzigen van de begroting.

wijzigen van de begroting.

Verantwoordings-

11.1 De raad stelt vast op welke wijze hij doormiddel van de paragraaf

en rapportagegrens

bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de

rechtmatigheid

verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden

I.v.m. met de nieuwe rechtmatigheidsverantwoording zijn de artikelen 11 t/m 14 toegevoegd.

geïnformeerd over de rechtmatigheid. 11.2 In de rechtsmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een

11.2 De controlegrens voor de accountant wordt vanaf 2024 2%. Wij sluiten aan bij dit percentage.

verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 11.3 In de paragraaf bedrijfsvoering worden geconstateerde afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) groter dan € 100.000,- nader toegelicht. Voorwaardencriterium

12.1 Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering

I.v.m. met de nieuwe rechtmatigheidsverantwoording zijn de artikelen 11 t/m 14 toegevoegd.

van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 12.2 Het college biedt de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Het college optimaliseert dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne controle. Begrotingscriterium

13.1 Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en

I.v.m. met de nieuwe rechtmatigheidsverantwoording zijn de artikelen 11 t/m 14 toegevoegd.

Onderwerp investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheerhandelingen tot stand zijn gekomen. 13.2 De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 6. 13.3 Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding op het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 13.4 Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a.

Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerd inkomsten de overschrijding compenseren.

b.

Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling.

c.

De overschrijding is geautoriseerd doormiddel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.

13.5 Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaand beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Misbruik en

14.1 Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van

oneigenlijk gebruik-

rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren

criterium

en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijk eigendommen bij financiële beheershandelingen.

I.v.m. met de nieuwe rechtmatigheidsverantwoording zijn de artikelen 11 t/m 14 toegevoegd.

Onderwerp 14.2 Het college zorgt voor en legt de regels vast voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. Investerings- en afschrijvingsbeleid

Voorzieningen voor

11.1 De raad stelt eens in de 4 jaar de nota investerings- en

15.1 Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota investerings- en

afschrijvingsbeleid vast. Hierin worden de kaders aangegeven welke

afschrijvingsbeleid aan. Hierin worden de kaders aangegeven welke

investeringen worden geactiveerd en welke niet, en welke

investeringen worden geactiveerd en welke niet, en welke

afschrijvingsmethode wordt gehanteerd.

afschrijvingsmethode wordt gehanteerd.

12.1 Voor openstaande vorderingen betreffende belastingen, rechten en

16.1 Voor openstaande vorderingen betreffende belastingen, rechten en

oninbare

heffingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter

heffingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter

vorderingen

grootte van het historisch percentage van oninbaarheid, rekening

grootte van het historisch percentage van oninbaarheid, rekening

houdend met eventuele noodzakelijke correcties op grond van

houdend met eventuele noodzakelijke correcties op grond van

inschattingen ten aanzien van de oninbaarheid.

inschattingen ten aanzien van de oninbaarheid.

Reserves en voorzieningen

12.2 Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens

16.2 Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens

oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op

oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op

oninbaarheid van de openstaande vorderingen, ouder dan 12

oninbaarheid van de openstaande vorderingen, ouder dan 12

maanden.

maanden.

13.1 Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota reserves en

17.1 Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota reserves en

voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en

voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en

behandelt in ieder geval de volgende onderdelen:

behandelt in ieder geval de volgende onderdelen:

a. de vorming en besteding van reserves;

a. de vorming en besteding van reserves;

b. de vorming en besteding van voorzieningen;

b. de vorming en besteding van voorzieningen;

c. de rentetoerekening aan de reserves en voorzieningen;

c. de rentetoerekening aan de reserves en voorzieningen;

13.2 Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor

17.2 Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor

een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:

een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:

a. het specifieke doel van de reserve;

a. het specifieke doel van de reserve;

b. de voeding van de reserve;

b. de voeding van de reserve;

c. de maximale hoogte van de reserve;

c. de maximale hoogte van de reserve;

d. de maximale looptijd van de investering / de reserve.

d. de maximale looptijd van de investering / de reserve.

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Onderwerp 13.3 Indien een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen

17.3 Indien een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen

binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een

binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een

investering, doet het college een voorstel aan de raad om de

investering, doet het college een voorstel aan de raad om de

bestemmingsreserve vrij te laten vallen en aan de algemene reserve

bestemmingsreserve vrij te laten vallen en aan de algemene reserve

toe te voegen.

toe te voegen. 17.4 De reserves worden jaarlijks bij zowel de begroting als de

17.4 Nieuw – In dit artikel nemen we op dat de reserves en

jaarrekening getoetst en de onderliggende bestedingsplannen

voorzieningen niet alleen periodiek, maar ook jaarlijks bij de

wordt hierbij geactualiseerd.

begroting en jaarrekening te beoordelen. Dit is iets wat we al doen, maar nu leggen het ook formeel vast.

Kostprijsbepaling

14.1 Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en

18.1 Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en

heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en

heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en

goederen, werken en diensten die worden geleverd aan

goederen, werken en diensten die worden geleverd aan

overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel

overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel

van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening

van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening

worden naast directe kosten, de overheadkosten en de rente van

worden naast directe kosten, de overheadkosten en de rente van

de inzet van vreemd vermogen , reserves en voorzieningen voor de

de inzet van vreemd vermogen , reserves en voorzieningen voor de

financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.

financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.

14.2 Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en

18.2 Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden

onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging

gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de

van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde

toegevoegde waarde (BTW), de gederfde inkomsten van het

activa en voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele

kwijtscheldingsbeleid en de kosten voor straatreiniging betrokken.

belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de kosten van het kwijtscheldingsbeleid. 14.3 Voor de toerekening van de overheadkosten worden de

18.3 Voor de toerekening van de overheadkosten worden de

overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten

overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten

welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke

welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke

uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart

uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart

geadministreerd en in de desbetreffende verantwoording over de

geadministreerd en in de desbetreffende verantwoording over de

besteding toegerekend aan de activiteiten.

besteding toegerekend aan de activiteiten.

18.2 – tekstueel aangepast.

Onderwerp 14.4 Voor de toerekening van de overheadkosten worden de

18.4 Voor de toerekening van de overheadkosten worden de

overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte

overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte

vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart

vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart

geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van

geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van

de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.

de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.

14.5 Voor de berekening van de tarieven van de heffingen en leges

18.5 Voor de berekening van de tarieven van de heffingen en leges

wordt de overhead als volgt toegerekend aan de verschillende

wordt de overhead als volgt toegerekend aan de verschillende

taakvelden: totale kosten overhead (taakveld 004) / totale omzet

taakvelden: totale kosten overhead (taakveld 004) / totale omzet

begroting exclusief reserves. Dat percentage wordt, eens in de 4

begroting exclusief reserves. Dat percentage wordt, eens in de 4

jaar berekend.

jaar berekend.

14.6 In afwijking van het vierde lid wordt voor de toerekening van de

18.6 In afwijking van het vijfde lid wordt voor de toerekening van de

18.6 - Op de door te boeken uren naar de projecten in het

overhead aan het grondbedrijf 68% over de toegerekende uren aan

overhead aan het grondbedrijf de volgende percentage over de

grondbedrijf wordt tot nu toe een overheadpercentage van 68%

de grondexploitaties in rekening gebracht.

toegerekende uren aan de grondexploitaties in rekening gebracht.

doorberekend. Dit is een uitzondering op het centraal begrote

2024 – 41,0%

overheadpercentage van 14 %. Het percentage van 68 % zorgt voor

2025 – 27,5%

een te hoge (en onterechte) belasting van de ruimtelijke projecten.

2026 – 14,0% en verder centraal begrote overheadpercentage

Voorgesteld wordt het overheadpercentage stapsgewijs af te bouwen naar 14%.

14.7 Het percentage van de renteomslag voor de toerekening van de

18.7 Het percentage van de renteomslag voor de toerekening van de

rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld

rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld

in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.

in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.

Hierbij wordt gebruikt gemaakt van het renteschema zoals wordt

Hierbij wordt gebruikt gemaakt van het renteschema zoals wordt

uiteengezet in de notitie rente 2017 van de commissie BBV.

uiteengezet in de notitie rente 2017 van de commissie BBV.

14.8 In afwijking van het eerste lid worden bij

18.8 In afwijking van het eerste lid worden bij

vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties

vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties

alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de

alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de

kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de

kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de

werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt

werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt

uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de

uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de

portefeuille leningen.

portefeuille leningen.

Onderwerp Prijzen economische

15.1 Voor de levering van goederen, diensten of werken aan

activiteiten

overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende

activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt,

activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt,

wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening

wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening

gebracht. Bij afwijking doet het college vooraf voor elk van deze

gebracht. Bij afwijking doet het college vooraf voor elk van deze

activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin

activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin

het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd.

het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd.

15.2. Bij het verstrekken van leningen of garanties aan

overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde

integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf

integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf

een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van

een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van

de lening of garantie wordt gemotiveerd.

de lening of garantie wordt gemotiveerd.

overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een

vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de

vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de

verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een

verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een

voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de

voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de

kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.

kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.

bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van een van

leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken

de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de

van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor

Mededingingswet.

uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; d.

19.4 Raadsbesluiten met de motivering van het publiekbelang als

bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:

zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de

c.

19.3 Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan

overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een

15.4 Raadsbesluiten met de motivering van het publiekbelang als

b.

19.2.Bij het verstrekken van leningen of garanties aan

overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde

15.3 Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan

a.

19.1 Voor de levering van goederen, diensten of werken aan

overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende

een bevoordeling van sociale werkplaatsen;

19.4 - tekstueel aangepast. De punten genoemd in de verordening 2021 staan in artikel 25h van de Mededingingswet.

Onderwerp e.

een bevoordeling van onderwijsinstellingen;

f.

een bevoordeling van publieke media-instellingen; en

g.

een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.

Vaststelling hoogte

16.1 Het college doet de raad jaarlijks een voorstel ter vaststelling voor

20.1 Het college doet de raad jaarlijks een voorstel ter vaststelling voor

belastingen, rechten

de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor belastingen,

de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor belastingen,

en heffingen

rioolrechten, afvalstoffenheffing en overige leges.

rioolrechten, afvalstoffenheffing en overige leges.

16.2 De besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen c.q. het

Financieringsfunctie

20.2 De besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen c.q. het

wijzigen van bestaande prijzen worden ter kennisname aan de raad

wijzigen van bestaande prijzen worden ter kennisname aan de raad

aangeboden.

aangeboden.

17.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, ter kennisname een nota Treasury aan. Het college stelt het statuut vast.

21.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, een nota Treasury aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt de werkwijze omtrent het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal.

17.2 De nota Treasury bevat regels ten aanzien van de wijze waarop de financieringsfunctie wordt ingevuld en uitgevoerd. 17.3 Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie voor: a.

het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren;

b.

het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en risico’s ten aanzien van participaties en garanties;

c.

het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een voldoende rendement op uitzettingen;

d.

het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

Geen wijzigingen

21.1 - Tekstueel aangepast zodat de overige artikelen worden verwerkt in de nota Treasury en daardoor kunnen vervallen.

Onderwerp 17.4 Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor: a.

het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting te kunnen uitvoeren;

b.

het beheersen van de aan de financieringsfunctie verbonden rente-, koers- en kredietrisico’s;

c.

het zoveel mogelijk beperken van de kosten van geldleningen en het bereiken van voldoende rendement op uitzettingen;

d.

het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

Lokale Heffingen

18.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, een nota lokale heffingen aan ter vaststelling.

Weerstandsvermog en en Risicobeheersing

19.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, een nota risicomanagement aan ter vaststelling. 19.2 Het college stelt in de nota risicomanagement en

Bedrijfsvoering

22.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, een nota lokale

Geen wijzigingen

heffingen aan ter vaststelling. 23.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, een nota

Geen wijzigingen

risicomanagement aan ter vaststelling. 23.2 Het college stelt in de nota risicomanagement en

weerstandsvermogen de kaders vast: de aanpak om de risico’s in

weerstandsvermogen de kaders vast: de aanpak om de risico’s in

beeld te brengen, de mogelijke consequenties te beoordelen en te

beeld te brengen, de mogelijke consequenties te beoordelen en te

bepalen hoe de risico’s worden beheerst. Het weerstandsvermogen

bepalen hoe de risico’s worden beheerst. Het weerstandsvermogen

vormt het vangnet om de financiële gevolgen van risico’s op te

vormt het vangnet om de financiële gevolgen van risico’s op te

kunnen vangen voor zover deze op basis van risicomanagement niet

kunnen vangen voor zover deze op basis van risicomanagement niet

zijn afgedekt.

zijn afgedekt.

19.3 Overeenkomstig de kaders rapporteert het college over de stand

23.3 Overeenkomstig de kaders rapporteert het college over de stand

van het weerstandsvermogen ten opzichte van de vastgestelde

van het weerstandsvermogen ten opzichte van de vastgestelde

norm. Het college doet zo nodig voorstellen tot bijstelling van het

norm. Het college doet zo nodig voorstellen tot bijstelling van het

weerstandsvermogen.

weerstandsvermogen.

20.1 In de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting wordt, naast de

24.1 In de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting wordt, naast de

24.1 - Artikel is zo aangepast dat duidelijker is gemaakt wat

verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit

verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit

opgenomen moet worden in de paragraaf Bedrijfsvoering.

Onderwerp begroting en verantwoording provincies en gemeenten, ingegaan

begroting en verantwoording provincies en gemeenten, ingegaan

op de tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven. In

op de tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven.

de paragraaf bedrijfsvoering van de jaarstukken wordt

a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand

gerapporteerd over de bij de begroting bepaalde onderwerpen

en de loonkosten;

aangaande de bedrijfsvoering alsmede over nieuwe ontwikkelingen.

b. de kosten van inhuur derden; c. een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen en eventuele maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen. d. een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen. e. rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen. f. geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt.

Onderhoud

21.1 Het college draagt zorg voor het up-to-date houden van de

25.1 Het college draagt zorg voor het up-to-date houden van de

onderhoudsplannen (riolering, gebouwen, wegen ed.). Een

onderhoudsplannen (riolering, gebouwen, wegen ed.). Een

beheerplan mag maar maximaal 5 jaar oud zijn ten opzichte van het

beheerplan mag maar maximaal 5 jaar oud zijn ten opzichte van het

verslaggevingsjaar (Voor het verslaggevingsjaar 2021 is een

verslaggevingsjaar (Voor het verslaggevingsjaar 2024 is een

beheerplan dus niet ouder dan het jaar 2016. Van deze 5 jaar kan

beheerplan dus niet ouder dan het jaar 2019. Van deze 5 jaar kan

alleen gemotiveerd afgeweken worden).

alleen gemotiveerd afgeweken worden).

kapitaalgoederen

21.2 Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de

25.2 Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de

paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte

paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte

onderdelen op grond van artikel 12 van het BBV in ieder geval op:

onderdelen op grond van artikel 12 van het BBV in ieder geval op:

a.

de voortgang van het geplande onderhoud;

a.

de voortgang van het geplande onderhoud;

b.

de omvang van het achterstallig onderhoud.

b.

de omvang van het achterstallig onderhoud.

Geen wijzigingen

Onderwerp Verbonden Partijen

22.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, een nota verbonden partijen aan. Deze nota behandelt in ieder geval hoe de raad wordt

partijen aan. Deze nota behandelt in ieder geval hoe de raad wordt

geïnformeerd over ontwikkelingen bij verbonden partijen en hoe de

geïnformeerd over ontwikkelingen bij verbonden partijen en hoe de

raad invloed kan uitoefenen.

raad invloed kan uitoefenen.

22.2 Het college stelt de raad bij de begrotingsbehandeling van de

Grondbeleid

26.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, een nota verbonden

26.2 Het college stelt de raad bij de begrotingsbehandeling van de

verbonden partij in de gelegenheid om haar zienswijze kenbaar te

verbonden partij in de gelegenheid om haar zienswijze kenbaar te

maken ook over ontwikkelingen bij de verbonden partij.

maken ook over ontwikkelingen bij de verbonden partij.

23.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, een nota grondbeleid

27.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, een nota grondbeleid

aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in

aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in

ieder geval:

ieder geval:

a.

De strategische visie van het toekomstige grondbeleid van de

a.

gemeente;

De strategische visie van het toekomstige grondbeleid van de gemeente;

c.

De ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;

c.

De ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;

d.

Het verloop van de grondvoorraad;

d.

Het verloop van de grondvoorraad;

e.

De uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden.

e.

De uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden.

23.2 In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken

27.2 In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken

neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van

neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van

artikel 16 van het BBV in ieder geval op:

artikel 16 van het BBV in ieder geval op:

a. Het verloop van de grondvoorraad;

a.

Het verloop van de grondvoorraad;

b.

b.

De te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten.

De te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten.

27.3 Het college stelt één keer in de vier jaar (tegelijk met de Nota Grondbeleid) de grondprijzenbrief vast met daarin de uitgifteprijzen voor alle categorieën grond inclusief maatschappelijke grondprijzen. Jaarlijks zullen de grondprijzen wel geïndexeerd worden. Als er grote veranderingen optreden kan de grondprijzenbrief eerder worden geactualiseerd.

Geen wijzigingen

Onderwerp 27.4 De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen eindwaarde. Administratie

24.1 De administratie is zodanig van opzet dat zij dienstbaar is voor:

28.1 De administratie is zodanig van opzet dat zij dienstbaar is voor:

a:

a:

het sturen en beheersen van activiteiten en processen in de gemeentelijke organisatie als geheel en in de teams;

b:

het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang

gemeentelijke organisatie als geheel en in de teams; b:

van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,

d:

het verschaffen van informatie over uitputting van toegekende

voorraden, vorderingen, schulden, contracten e.d.; c:

budgetten en investeringskredieten en voor het maken van

kostencalculaties;

kostencalculaties;

het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot

d:

het afleggen van verantwoording over rechtmatigheid, de

het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de

maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;

maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e:

het afleggen van verantwoording over rechtmatigheid, de

doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerd bestuur in

doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerd bestuur in

relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante

relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante

wet- en regelgeving; f:

het verschaffen van informatie over uitputting van toegekende

budgetten en investeringskredieten en voor het maken van

de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de e:

het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,

voorraden, vorderingen, schulden, contracten e.d.; c:

het sturen en beheersen van activiteiten en processen in de

de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de

wet- en regelgeving; f:

de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de

daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de

daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de

rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van

rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van

gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de

gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de

begroting en relevante wet- en regelgeving.

begroting en relevante wet- en regelgeving.

Financiële

25.1 Het college van burgemeester en wethouders zorgt voor:

29.1 Het college van burgemeester en wethouders zorgt voor:

organisatie

a.

a.

een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;

b.

een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,

eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen; b.

verantwoordelijkheden; c.

de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van

een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;

c.

de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van

verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en

verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en

investeringskredieten;

investeringskredieten;

Geen wijzigingen

Onderwerp d.

de interne regels voor taken en bevoegdheden, de

d.

verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening

verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening

van de financieringsfunctie; e.

de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren

van de financieringsfunctie; e.

prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en

frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en

frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en

de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de

uitputting van middelen; f.

lasten en baten aan de producten van de productenraming en de het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding

productenrealisatie; g.

van goederen, werken en diensten; h.

het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en

het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;

h.

toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en i.

de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de producten van de productenraming en de

productenrealisatie; g.

de te maken afspraken met de clusters over de te leveren

prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en uitputting van middelen; f.

de interne regels voor taken en bevoegdheden, de

het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;

i.

het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en

oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen,

oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen,

opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording

opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording

wordt voldaan.

wordt voldaan. j.

het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid

Nieuw – art 29j – In dit artikel is de opdracht neergelegd voor het

en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad,

college voor de registratie van de prestaties en maatschappelijke

kunnen worden getoetst.

effecten, die de raad kan betrekken bij de beoordeling van de jaarrekening.

Interne controle

26.1 Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de

30.1 Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de

jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de

getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid

Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de

van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college

balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de

daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in

Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de

artikel 24 onder c. Daarnaast informeert het college de raad over de

getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid

genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.

van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.

Artikelen zijn tekstueel aangepast.

Onderwerp 26.2 Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie

30.2 Het college zorgt voor de systematische controle van de

en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de

administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het

gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de

financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de

voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de

waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de

liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en

debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen,

de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd.

de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 5 jaar. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=e91f4bd8-5eee-4aac-82ad-3d353444ea7e