CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

C. Reactie op verzoek d.d. 11 mei 2026

Gemeenteraadsvergadering 4 juni 2026, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Onder voorbehoud vaststellen agenda Buiten behandeling aanvraag partieel wijzigen Omgevingsplan Raadhuisstraat 754.022 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aangetekend Gemeenteraad van Noordwijk Postbus 298 2200 AG NOORDWIJK

Remco Bäcker Partner | Advocaat backer@vandoorne.com 06 5342 6307 David van Groen Advocaat groend@vandoorne.com 06 1543 5809

Alsmede per e-mail: gemeente@noordwijk.nl

Datum 11 mei 2026

Geachte leden van de gemeenteraad,

Uw ref. 1166827

Namens cliënte Diahome N.V. (Diahome) bericht ik u in reactie op uw brief van 13

Onze ref. 250915835 Inzake Reactie informatieverzoek + ingebrekestelling

maart 2026 als volgt. Bij brief van 13 maart 2026 heeft de gemeenteraad van Noordwijk (de Raad) gereageerd op het verzoek van Diahome van 16 september 2025 (het Verzoek) om over te gaan tot een partiële herziening van het omgevingsplan (het Omgevingsplan) ter plaatse van het perceel aan de Raadhuisstraat 75 te (2201 MA) Noordwijk (het Perceel). Deze reactie liet lang op zich wachten: nadat een inhoudelijke reactie uitbleef, heeft Diahome bij brief van 27 november 2025 geattendeerd op het uitblijven daarvan en bij brief van 8 januari 2026 opnieuw aangedrongen op een voortvarende behandeling. In haar brief van 13 maart 2026 heeft de Raad echter slechts aangegeven dat zij nadere informatie van Diahome nodig heeft alvorens het Verzoek inhoudelijk te kunnen behandelen. sIn deze brief verstrekt Diahome de door de Raad verlangde nadere informatie. Alvorens daartoe over te gaan, maakt zij een aantal opmerkingen over de formele en materiële reikwijdte van het informatieverzoek van de Raad (onderdeel 1). Vervolgens wordt de door de Raad gevraagde informatie verstrekt (onderdeel 2), een ingebrekestelling gestuurd (onderdeel 3), waarna wordt afgesloten met een conclusie (onderdeel 4).

Van Doorne N.V. Jachthavenweg 121 1081 KM Amsterdam Postbus 75265 1070 AG Amsterdam KvK Amsterdam 34199342

Van Doorne N.V. is de enige opdrachtnemer van alle werkzaamheden. Op deze werkzaamheden en alle rechtsverhoudingen met derden zijn van toepassing de Algemene Voorwaarden van Van Doorne N.V. en haar dochtermaatschappijen, waarin een beperking van aansprakelijkheid is opgenomen. Deze Voorwaarden die zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Amsterdam, kunnen worden geraadpleegd op www.vandoorne.com en worden op verzoek toegezonden.

pagina 2 van 11

1

REIKWIJDTE INFORMATIEVERZOEK Formele reikwijdte

1.1

Op grond van artikel 16.30, eerste lid, Omgevingswet (Ow) kan eenieder aan de Raad verzoeken om een omgevingsplan te wijzigen. Diahome heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door middel van het Verzoek.

1.2

De Raad stelt in haar brief van 13 maart 2026 dat zij aanvullende informatie van Diahome nodig zou hebben alvorens het Verzoek inhoudelijk te kunnen beoordelen, en beroept zich in dat verband op artikel 3:10, derde lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb), in samenhang met artikel 4:5 Awb.

1.3

Diahome is van oordeel dat de Raad op grond van de genoemde bepalingen niet gerechtigd is om de verlangde informatie op te vragen. Artikel 4:5 Awb geeft een bestuursorgaan weliswaar de bevoegdheid om een aanvrager te verzoeken de aanvraag aan te vullen, maar uitsluitend voor zover de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking.1 Het gaat in dat kader om gegevens die voor de beslissing op een aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.2

1.4

De door de Raad verlangde informatie - waaronder een toelichting op de stedenbouwkundige gevolgen voor de omgeving, inzicht in verkeersafwikkeling en parkeren, alsmede een beoordeling van diverse milieueffecten (geluid, luchtkwaliteit en stikstofdepositie) – overschrijdt de reikwijdte van artikel 3:10, derde lid, jo. artikel 4:5 Awb aanzienlijk. Het aanleveren van de onderbouwing van een omgevingsplanherziening, inclusief de daarvoor benodigde onderzoeken, is bij uitstek een taak van de Raad als bevoegd gezag. Het is aan de Raad zelf om te beoordelen of – en zo ja welke – aanvullende onderzoeken vereist zijn en welke planregels in dat kader passend zijn.3 Met haar informatieverzoek legt de Raad de inhoudelijke onderbouwingslast in belangrijke mate bij Diahome neer, hetgeen artikel 4:5 Awb niet beoogt te bewerkstelligen.

1.5

Voorts acht Diahome het juridisch onaanvaardbaar dat de Raad haar verzoek om aanvullende informatie heeft verstuurd op 13 maart 2026 – ruim ná het verstrijken van de termijn4 waarbinnen op het Verzoek had moeten worden beslist – en de beslistermijn daarmee kennelijk buitenwettelijk tracht op te schorten, terwijl zij in de voorafgaande periode heeft nagelaten enige voortgang te boeken in de inhoudelijke behandeling van het Verzoek. Dit klemt des te meer nu Diahome bij brieven van 27 november 2025 en 8 januari 2026 reeds en uitdrukkelijk op een voortvarende behandeling had aangedrongen.

1 2 3

4

Zie onder meer CRvB 24 januari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:240 en CRvB 10 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1089. Module Algemeen Bestuursrecht, artikel 4:5 Awb, aant. 2.2.2. Zie onder meer AbRvS 3 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3994, Rb. Rotterdam 19 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:7723 en Rb. Oost-Brabant 29 oktober 2024, ECLI:NL:RBOR:2024:5114 waaruit volgt dat de gemeente de verantwoordelijkheid draagt voor de inhoudelijke beoordeling van een verzoek tot wijziging van een omgevingsplan c.q. buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Zie o.a. AbRvS 4 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN4062; AbRvS 7 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU5143 en AbRvS 8 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2144.

pagina 3 van 11

1.6

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling5 is het een bestuursorgaan niet meer toegestaan om na het verstrijken van de beslistermijn te verzoeken met toepassing van artikel 4:15 Awb om aanvullende stukken aan te leveren. Dit betekent dat de Raad (veel) te laat was met het nemen van een besluit op het Verzoek en daarmee met het opvragen van de desbetreffende stukken. Materiële reikwijdte

1.7

Los van het voorgaande is Diahome van oordeel dat de door de Raad verlangde informatie ook inhoudelijk niet noodzakelijk is voor de beoordeling van het Verzoek. De Raad miskent daarmee de aard en strekking van het Verzoek.

1.8

Het Verzoek beoogt geen verruiming van de bestaande planologische mogelijkheden. Het Omgevingsplan laat reeds bepaalde bouw- en gebruiksmogelijkheden toe; de door Diahome voorgestelde aanvullende planregels structureren en borgen die mogelijkheden nader, zonder dat daarmee méér wordt toegestaan dan thans reeds maximaal mogelijk is. Het gaat derhalve niet om een uitbreiding van planologische mogelijkheden, maar om een nadere (en noodzakelijke) concretisering van het bestaande planologische kader, zodat beter wordt aangesloten bij hetgeen ter plaatse planologisch en stedenbouwkundig steeds de bedoeling is geweest.

1.9

Dit wordt overigens ook bevestigd in de jurisprudentie van de Afdeling, die reeds driemaal heeft geoordeeld dat het huidige planologische kader onvoldoende waarborgen biedt voor een stedenbouwkundig verantwoorde invulling van het Perceel.6

1.10

Nu de voorgestelde planregels de bestaande planologische mogelijkheden niet uitbreiden, kan van Diahome redelijkerwijs niet worden verlangd dat zij de facto een volledig nieuw planologisch onderzoekstraject doorloopt, inclusief milieu-, parkeer- en stedenbouwkundige effectrapportages. Dergelijk onderzoek is slechts aan de orde wanneer een voorgestelde wijziging leidt tot een materieel andere planologische situatie. Daarvan is hier uitdrukkelijk geen sprake.

2

REACTIE INFORMATIEVERZOEK

2.1

Diahome doet hierbij niettemin uit praktisch oogpunt een concreet wijzigingsvoorstel voor de planregels van het Omgevingsplan, waarmee zij – onder protest daartoe gehouden te zijn – ingaat op de informatieverzoeken 1 t/m 9 van de Raad zoals geformuleerd in haar brief van 13 maart 2026. Bij dit wijzigingsvoorstel verwijst Diahome naar de door haar ontworpen verbeelding, zoals hieronder weergegeven (de Verbeelding):

5

6

Zie o.a. AbRvS 27 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2098, AbRvS 2 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3150, ABRvS 6 september 2023ECLI:NL:RVS:2023:3377. Adit betekent dat de bRvS 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2114; AbRvS 6 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2182; AbRvS 31 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3053.

pagina 4 van 11

Verplichte gevellijn (beantwoording informatieverzoeken 1 en 2) 2.2

In het Verzoek heeft Diahome een verplichte gevellijn voorgesteld langs de Raadhuisstraat, Bronckhorststraat en Kerkstraat. De Raad verzoekt dit voorstel te verduidelijken ten aanzien van de verplichtstelling (informatieverzoek 1) en een concreet wijzigingsvoorstel voor de planregels te doen (informatieverzoek 2).

2.3

Diahome stelt voor de grenzen van het bouwvlak zoals deze reeds uit het Omgevingsplan volgt langs de Raadhuisstraat, de Bronckhorststraat en de Kerkstraat aan te wijzen als verplichte gevellijn, zodat de voorgevel van het hoofdgebouw ter plaatse van deze grenzen verplicht dient te worden opgericht. Het voorstel heeft daarmee uitsluitend betrekking op de straatgerichte randen van het bouwvlak ter plaatse van het Perceel en laat de overige planologische mogelijkheden ongewijzigd.

2.4

Diahome stelt concreet voor om het Omgevingsplan te wijzigen door het opnemen van een (nieuw) sub d onder artikel 6.2.2 van de planregels van het Omgevingsplan zoals neergelegd in het bestemmingsplan ‘Noordwijk Binnen’ (de Planregels), die als volgt kan worden geformuleerd: “d. ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' op de verbeelding dient de voorgevel van het hoofdgebouw in of op de gevellijn te worden gebouwd.”

pagina 5 van 11

2.5

Voorts stelt Diahome voor om artikel 1 van de Planregels aan te vullen met een nieuw artikel 1.56: “Gevellijn: de op de verbeelding aangegeven lijn waarlangs de voorgevel van een hoofdgebouw gebouwd dient te worden, alsmede het verlengde daarvan tot aan de perceelsgrens.”

2.6

Met deze wijziging worden de gevellijnen planologisch verankerd en wordt bebouwing tot aan de gevellijn verplicht, zodat aansluiting op het bestaande straatbeeld wordt gewaarborgd en inefficiënt kavelgebruik wordt voorkomen. De noodzaak hiervan volgt uit het navolgende.

2.7

Uit de toelichting op het Omgevingsplan (zoals neergelegd in het bestemmingsplan ‘Noordwijk Binnen’) blijkt dat de Raad ter plaatse van het Perceel een gelaagde ontwikkeling heeft beoogd, bestaande uit een supermarkt op de begane grond, woningen daarboven en een parkeervoorziening ondergronds, met als uitdrukkelijk doel bij te dragen aan de functiemenging in het centrumgebied van Noordwijk Binnen en een levendige plint. Het bouwplan van Ten Brinke Broers Projectontwikkeling B.V. ter plaatse van het Perceel (het Bouwplan) voorziet echter slechts in een éénlaagse supermarkt als gesloten bouwvolume dat niet of nauwelijks aansluit op de bestaande rooilijnen en niet aansluit bij de karakteristieke verkaveling en stedenbouwkundige structuur van Noordwijk Binnen. Een verplichte gevellijn herstelt dit gebrek door bebouwing langs de Raadhuisstraat, Bronckhorststraat en Kerkstraat planologisch af te dwingen op de locatie waar de Raad deze heeft beoogd.

2.8

Voorts heeft Stichting De Oude Dorpskern verzocht terug te keren naar de bouwuitgangspunten voor de kern van Noordwijk Binnen zoals geformuleerd in de gemeentelijke Nota De Kern Gezond van 2006. In die nota is onder meer vastgelegd hoe aan de Raadhuisstraat, Bronckhorststraat en Kerkstraat gebouwd mag worden en dat voor het Perceel een winkel mag komen met daarboven woningen en voldoende ondergrondse parkeerruimte. Het Bouwplan staat haaks op deze uitgangspunten en op de karakteristieke verkavelings- en bebouwingsstructuur van het dorpscentrum. Door de bebouwingslijn zoals opgenomen in de Nota De Kern Gezond planologisch te verankeren via een verplichte gevellijn, wordt teruggekeerd naar de kaders die de Raad zelf heeft vastgesteld. Verplicht bebouwingspercentage (beantwoording informatieverzoeken 3 en 4)

2.9

In het Verzoek heeft Diahome een verplicht minimaal bebouwingspercentage van 90-100% binnen het Bouwvlak voorgesteld. De Raad verzoekt dit voorstel te verduidelijken en aan te geven of het de bedoeling van Diahome is dat het bouwvlak zoals dat thans op grond van het Omgevingsplan geldt gehandhaafd blijft en of zij wenst dat daaraan wordt toegevoegd dat verplicht 90 tot 100% binnen het bouwvlak moet worden bebouwd (informatieverzoek 3) en een concreet wijzigingsvoorstel voor de planregels te doen (informatieverzoek 4).

2.10

Op basis van het Omgevingsplan geldt met betrekking tot het Perceel weliswaar een maximaal bebouwingspercentage, maar geen minimaal bebouwingspercentage. Diahome stelt voor deze lacune op te vullen door voor het Bouwvlak ter plaatse van het Perceel, zoals neergelegd op de Verbeelding, een minimaal bebouwingspercentage van 90-100% voor te schrijven. Hiermee wordt het bouwvlak c.q.

pagina 6 van 11

het Perceel planologisch verankerd als (nagenoeg) volledig te bebouwen oppervlak, zodat het realiseren van een bouwplan dat het Perceel slechts gedeeltelijk benut – en het overige deel aanwendt als maaiveldparkeerterrein – planologisch wordt uitgesloten. 2.11

Diahome stelt concreet voor om het bouwvlak te behouden en de Planregels te wijzigen door het toevoegen van een (nieuw) sub e. aan artikel 6.2.2 van de Planregels, die als volgt luidt: “e. ter plaatse van de aanduiding 'minimum bebouwingspercentage' op de verbeelding is het minimale bebouwingspercentage van bovengrondse gebouwen de daar bepaalde waarde.”

2.12

Het doel van deze bepaling is solitaire, versnipperde bebouwing en overmatig maaiveldgebruik voor restfuncties te voorkomen. De noodzaak hiervan volgt uit het navolgende.

2.13

Zoals uiteengezet in paragraaf 2.7 heeft de Raad in de toelichting op het Omgevingsplan ter plaatse van het Perceel een gelaagde ontwikkeling beoogd. Een dergelijke ontwikkeling veronderstelt een intensief gebruik van het Bouwvlak en verdraagt zich niet met een situatie waarin het overgrote deel van het Perceel onbebouwd blijft ten behoeve van maaiveldparkeren. Ook de Nota De Kern Gezond gaat uit van een bebouwingsprogramma met een winkel en daarboven woningen, hetgeen eveneens een hoog bebouwingspercentage impliceert.

2.14

Het ontbreken van een verplicht minimaal bebouwingspercentage in het Omgevingsplan heeft ertoe geleid dat het Bouwplan slechts een éénlaagse supermarkt omvat, waarbij het overgrote deel van het Perceel wordt aangewend als open parkeerterrein op maaiveld.

2.15

Uit het parkeeronderzoek van Goudappel Coffeng van 23 december 2020 blijkt dat dit parkeerterrein voorziet in 89 tot 90 parkeerplaatsen en het leeuwendeel van het Perceel beslaat; een versteende, ruimtelijk onaantrekkelijke en auto-georiënteerde invulling die haaks staat op de stedenbouwkundige intenties van de Raad.

2.16

Stichting De Oude Dorpskern heeft in haar brief van 8 maart 2024 in dit verband terecht opgemerkt dat de grondeigenaar “zo goedkoop mogelijk een foeilelijke blokkendoos” heeft gepland, zonder de woningen die de locatie behoeft, als rechtstreeks gevolg van het ontbreken van sturende planologische bepalingen. Verplichte minimale bouwhoogte (informatieverzoeken 5, 6 en 7)

2.17

In het Verzoek heeft Diahome een verplichte minimale bouwhoogte aan de zijde van de Raadhuisstraat en Bronckhorststraat voorgesteld, bij voorkeur van ten minste 10 meter. De Raad verzoekt dit voorstel te verduidelijken in het kader van de verhouding tot de bestaande maximale bouwhoogte (informatieverzoek 5) en de maximale goothoogte (informatieverzoek 6), alsmede een concreet wijzigingsvoorstel voor de planregels te doen (informatieverzoek 7).

pagina 7 van 11

2.18

Het vigerende Omgevingsplan vereist met betrekking tot het Perceel weliswaar een maximale bouwhoogte van 13 meter en een maximale goothoogte van 10 meter, maar bevat geen minimale bouwhoogte. Diahome stelt voor deze lacune op te vullen door voor ter plaatse van het Perceel, zoals neergelegd op de Verbeelding, een minimale bouwhoogte van 10 meter voor te schrijven. De bestaande maximale bouw- en goothoogte wenst Diahome uitdrukkelijk ongewijzigd te laten; de voorgestelde minimale bouwhoogte beweegt zich daarmee volledig binnen de bandbreedte van het vigerende Omgevingsplan.

2.19

Diahome stelt concreet voor om het Omgevingsplan te wijzigen door het toevoegen van een (nieuw) sub d. aan artikel 6.2.2 de Planregels, die als volgt kan worden geformuleerd: “d. ter plaatse van de aanduiding ‘minimale bouwhoogte’ op de verbeelding is de minimale bouwhoogte van bovengrondse gebouwen de daar bepaalde waarde.”

2.20

Het doel van deze bepaling is functiemenging (supermarkt en wonen) planologisch af te dwingen, zodat dit niet langer optioneel blijft. Functiemenging veronderstelt minimaal drie bouwlagen; een minimale bouwhoogte van 10 meter is de planologische vertaling van dit vereiste. De noodzaak hiervan volgt uit het navolgende.

2.21

Zoals uiteengezet in paragraaf 2.7 heeft de Raad in de toelichting op het Omgevingsplan ter plaatse van het Perceel een gelaagde ontwikkeling beoogd. Het Omgevingsplan bevat weliswaar een bouwvlak en een maximale bouw- en goothoogte, maar geen minimale bouwhoogte of andere stedenbouwkundig sturende bepalingen die deze ambitie planologisch borgen. Deze open normering heeft er feitelijk toe geleid dat een omgevingsvergunning is verleend voor een bouwplan (een lelijke “platte doos” die wat betreft positionering, functies en stedenbouwkundige vormgeving niet aansluit op de omgeving) dat wezenlijk afwijkt van hetgeen de Raad heeft beoogd.

2.22

Het Bouwplan – een enkel bouwvolume van één bouwlaag omringd door een maaiveldparkeerterrein – maakt het bovendien fysiek onmogelijk om op het Perceel te voorzien in een parkeeroplossing die voldoet aan de geldende parkeernormen. De Afdeling heeft herhaaldelijk vastgesteld dat de gekozen parkeeroplossing niet toereikend kan worden onderbouwd, nu de lage bouwmassa en het ontbreken van ondergronds parkeren onvoldoende ruimte bieden om de parkeerbehoefte adequaat op te lossen.

2.23

Voorts is in de gemeentelijke Woonvisie 2020–2030 vastgelegd dat de gemeente Noordwijk actief inzet op functiemenging, verdichting en kwalitatief hoogwaardige woningbouw op strategische locaties binnen het centrumgebied. Een minimale bouwhoogte waarborgt dat op deze centrumlocatie daadwerkelijk wordt bijgedragen aan de woningbouwdoelstellingen van de gemeente, de regio en het Rijk. Ook de Nota De Kern Gezond en Stichting De Oude Dorpskern onderschrijven de noodzaak van meerdere bouwlagen ter plaatse van het Perceel.

pagina 8 van 11

Verplichte ondergrondse parkeergarage (informatieverzoek 8) 2.24

Diahome heeft in haar Verzoek voorgesteld dat autoparkeerplaatsen uitsluitend ondergronds mogen worden gerealiseerd.7 In haar brief van 13 maart 2026 verzoekt de Raad Diahome hieromtrent een concreet wijzigingsvoorstel voor de planregels te doen (informatieverzoek 8).

2.25

In het vigerende Omgevingsplan is ten aanzien van de Bestemming geen bepaling opgenomen die verbiedt dat autoparkeerplaatsen uitsluitend in een ondergrondse of gebouwde parkeervoorziening dienen te worden gerealiseerd. Het opnemen van een verplichting tot het realiseren van een ondergrondse parkeervoorziening past daarmee binnen de reikwijdte van het vigerende Omgevingsplan. Een dergelijke verplichting sluit juist aan bij de insteek van de Raad om de ondergrondse parkeergarages in het Perceel en in het perceel van Diahome ondergronds te verbinden.

2.26

Diahome stelt concreet voor het Omgevingsplan te wijzigen door het toevoegen van een (nieuw) sub f. aan artikel 6.2.3 van de Planregels, die als volgt luidt: “f. ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage’ dienen de autoparkeerplaatsen in een ondergrondse parkeergarage te worden gerealiseerd.”

2.27

Het doel van deze bepaling is maaiveldparkeren op het Perceel uit te sluiten. De noodzaak hiervan volgt uit het navolgende.

2.28

In de toelichting op het Omgevingsplan heeft de Raad ter plaatse van het Perceel expliciet een ondergrondse parkeervoorziening beoogd als integraal onderdeel van de beoogde gelaagde ontwikkeling. De Nota De Kern Gezond schrijft voorts voor dat voor bezoekers en bewoners voldoende ondergrondse parkeerruimte dient te worden gerealiseerd.

2.29

Het ontbreken van een dergelijke planologische verplichting heeft ertoe geleid dat het Bouwplan voorziet in een maaiveldparkeerterrein met 89 tot 90 parkeerplaatsen dat het leeuwendeel van het Perceel beslaat en - blijkens het parkeeronderzoek van Goudappel Coffeng van 23 december 2020 desondanks resulteert in een parkeertekort van 14 tot 21 parkeerplaatsen, terwijl de parkeerdruk in de directe omgeving de maximaal wenselijke bezettingsgraad van 85% reeds structureel overschrijdt.

2.30

Door het bouwen van een adequate ondergrondse parkeergarage kunnen (en moeten) de bovengrondse bouwlagen maximaal worden benut voor levendige stedelijke functies, zoals wonen, horeca en detailhandel. Geen aanvullend onderzoek vereist (informatieverzoek 9)

2.31

Gelet op het voorgaande is Diahome van oordeel dat de door de Raad onder 9 verlangde aanvullende onderzoeken naar stedenbouwkundige gevolgen, verkeersafwikkeling, parkeren en milieueffecten

7

Diahome schrapt hierbij het gedeelte van het Verzoek dat zag op het (subsidiair) mogelijk maken van een gebouwde parkeervoorziening op de tweede bouwlaag. Een dergelijke bouwlaag verhoudt zich niet met het bepaalde in artikel 6.2.3 van de Planregels. Alleen een ondergrondse parkeergarage is toegestaan.

pagina 9 van 11

niet zijn vereist. De voorgestelde planregels verruimen de planologische mogelijkheden uitdrukkelijk niet; zij borgen en concretiseren slechts hetgeen planologisch reeds is toegestaan. De bestaande onderbouwing van het Omgevingsplan volstaat als basis voor de beoordeling van het Verzoek. 2.32

Voor zover de Raad toch van oordeel mocht zijn dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is, wijst Diahome erop dat het in dat geval op de weg van de Raad zelf ligt om dit onderzoek te (laten) verrichten, nu dit een inherent onderdeel is van haar taak als bevoegd gezag bij de wijziging van het Omgevingsplan.

3

INGEBREKESTELLING

3.1

Zoals toegelicht in de brief van 8 januari 2026, is in de bestuursrechtelijke jurisprudentie de vaste lijn ontwikkeld voor de beslistermijn op aanvragen tot planwijziging: indien binnen veertien weken na ontvangst van de aanvraag noch een definitief besluit is genomen noch een ontwerpbesluit ter inzage is gelegd, wordt de beslistermijn geacht te zijn overschreden.8 Binnen die termijn behoort voor de aanvrager duidelijk te zijn of het verzoek wordt afgewezen dan wel inhoudelijk wordt opgepakt via de planologische procedure. Niet valt in te zien waarom deze jurisprudentie niet van toepassing zou zijn voor aanvragen tot planwijziging onder de Omgevingswet.

3.2

Zoals reeds toegelicht onder 1.5 en 1.6 is de beslistermijn van veertien weken op het Verzoek ruimschoots verstreken zonder dat een ontwerpbesluit ter inzage is gelegd of een definitief besluit is genomen. Daarbij komt dat Diahome de Raad meermaals heeft moeten attenderen op het uitblijven van een reactie op het Verzoek, onder meer bij brief van 27 november 2025 en bij brief van 8 januari 2026. Daarmee heeft de Raad het Verzoek gedurende meerdere maanden niet voortvarend opgepakt.

3.3

Gelet op het voorgaande stelt Diahome de Raad hierbij formeel in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een besluit op het Verzoek en stelt zij de Raad in de gelegenheid om alsnog binnen twee weken een besluit te nemen op het Verzoek.

3.4

Het Verzoek ziet op een planologisch dossier met substantiële ruimtelijke, maatschappelijke en rechtspositionele gevolgen. Zoals in het Verzoek en de daaropvolgende correspondentie uitvoerig is toegelicht, bestaat thans een structurele impasse rond de ontwikkeling van het betrokken perceel. Het uitblijven van bestuurlijke duidelijkheid vergroot de onzekerheid, bemoeilijkt een ordentelijke ruimtelijke ontwikkeling en verhoogt de procedurele en financiële risico’s.

3.5

Diahome heeft zich in de afgelopen jaren zeer betrokken getoond bij een passende stedenbouwkundige invulling van het braakliggende Perceel en het toevoegen van woningen aan de te realiseren bebouwing op het Perceel. Diahome betreurt het dat het College en de Raad de inspanningen van Diahome tot op heden niet op waarde heeft geschat en niet tijdig en adequaat op het Verzoek hebben gereageerd. Diahome spreekt niettemin de hoop uit dat de Raad alsnog inziet dat het in het belang van de inwoners en ondernemers in Noordwijk-Binnen is dat het Omgevingsplan op de hiervoor genoemde

8

AbRvS 4 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN4062; AbRvS 7 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU5143 en AbRvS 8 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2144.

pagina 10 van 11

punten wordt gerepareerd en dat daarmee de weg wordt vrijgemaakt voor een mooie invulling van het Perceel. 3.6

Diahome heeft daarbij begrip voor het belang van een zorgvuldige voorbereiding. Zorgvuldigheid kan in dit geval echter niet worden losgezien van tijdigheid. Een redelijke en wettelijk verankerde beslistermijn strekt juist ter bescherming van de rechtspositie van de aanvrager en de lengte daarvan is zodanig dat daarbinnen zeker de nodige zorgvuldigheid kan worden betracht.

3.7

Diahome verzoekt u, zoals gezegd, alsnog uiterlijk binnen twee weken na dagtekening van deze brief: (a)

een gemotiveerd besluit tot afwijzing te nemen op het Verzoek, dan wel

(b)

uitdrukkelijk te bevestigen dat het Verzoek inhoudelijk in behandeling wordt genomen overeenkomstig afdeling 3.4 Awb, en dat binnen de daarvoor geldende termijn een ontwerpbesluit tot partiële herziening van het Omgevingsplan ter inzage zal worden gelegd met inachtneming van het Verzoek en de in deze brief verstrekte aanvullende informatie.

3.8

Indien binnen deze termijn geen besluit wordt genomen, ziet Diahome zich helaas genoodzaakt ter bewaking van haar rechtspositie beroep in te stellen wegens het niet tijdig nemen van een besluit op het Verzoek.

4

CONCLUSIE

4.1

Diahome heeft hiermee de door de Raad verlangde nadere informatie verstrekt en een concreet wijzigingsvoorstel voor het Omgevingsplan ingediend. Er bestaat thans geen beletsel meer voor een inhoudelijke behandeling van het Verzoek.

4.2

Gelet op het voorgaande verzoekt Diahome de Raad om op zo kort mogelijke termijn positief te beslissen op het Verzoek en over te gaan tot een partiële herziening van het Omgevingsplan ter plaatse van het Perceel, met het oog op een ordentelijke en stedenbouwkundig verantwoorde (her)ontwikkeling van het Perceel. Diahome is vanzelfsprekend bereid de Raad in dit traject waar nodig te ondersteunen.

Hoogachtend,

Van Doorne N.V. Remco Bäcker

pagina 11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=30b802c6-fc16-45df-925e-da8323110b93