CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Duindamseweg 1-3_Bijlagen_Toelichting

Commissie Ruimte 5 december 2024, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Duindamseweg 1 – 3’19.204 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Duindamseweg 1-3 Noordwijk

DATUM IMRO IDN

09-10-2024

PROJECT PROJECTLEIDER

Duindamseweg 1-3 R.A. Sips

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Alma Vastgoed en C. Heemskerk B.V. 44001792.20181671

AUTEUR STATUS

ter vaststelling

NL.IMRO.0575.BPDuindamseweg1en3 -VA01

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 2

Onderzoek gewasbeschermingsmiddelen

Bijlage 3

Stikstofonderzoek

Bijlage 4

Stikstofberekening aanleg- en sloopfase

Bijlage 5

Stikstofberekening gebruiksfase

Bijlage 6

Quickscan ecologie

Bijlage 7

Actualisatie quickscan ecologie

Bijlage 8

Nader ecologisch onderzoek

Bijlage 9

Verkennend bodemonderzoek Duindamseweg 1

Bijlage 10

Verkennend bodemonderzoek Duindamseweg 3

Bijlage 11

Brief actualisatie bodemonderzoek

Bijlage 12

Verkennend archeologisch onderzoek Duindamseweg 1

Bijlage 13

Verkennend archeologisch onderzoek Duindamseweg 3

Bijlage 14

Aanmeldnotitie mer beoordelingsbeslissing

Bijlage 15

Besluit vormvrije m.e.r.- beoordeling

Bijlage 16

Nota van beantwoording zienswijzen

3/116

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Onderzoek wegverkeerslawaai

61/116

62/116

Noordwijk Duindamseweg 1‐3 Onderzoek wegverkeerslawaai

Noordwijk Duindamseweg 1‐3

onderzoek wegverkeerslawaai

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

2018.1671.001

28‐08‐2020

projectleider:

opdrachtgever:

ir. R.A. Sips

Alma Vastgoed en C. Heemskerk B.V.

auteur(s):

mw. ing. P. Dijkgraaf

Weena 505 (Delftse Poort)

aangesloten bij:

RBOI - Rotterdam postbusbv150 Delftseplein 27b 3000 AD Rotterdam Postbus 150 T: 010-20 18 555 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl

Inhoud 1. 2.

3.

4.

5.

Inleiding

3

Toetsingskader

5

Berekeningsuitgangspunten

9

2.2. 2.3. 3.1. 3.2. 3.3.

Nieuwe situaties Beleid Omgevingsdienst Rekenmethodiek en invoergegevens Verkeersgegevens Ruimtelijke gegevens

6 6

9 9 10

Resultaten

13

Conclusie

17

4.1. 4.2. 4.3.

Resultaten en beoordeling gezoneerde wegen Maatregelenonderzoek Toetsing aan beleid Omgevingsdienst

13 14 15

Bijlagen: 1

Invoergegevens

2

Rekenmodel

3

Resultaten

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

2018.1671.00

2

2018.1671.00

Inhoud

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

3

1. Inleiding

De locatie Duindamseweg 1‐3 is gelegen in de gemeente Noordwijk. Het voornemen is om hier de huidige bebouwing en de agrarische grond te verwijderen en daarvoor in de plaats maximaal 23 GOM‐ woningen te realiseren. De ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan zodat het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk is. Het plangebied ligt binnen de wettelijke (Wet geluidhinder) geluidzone van de Duindamseweg/Schulpweg en de Kraaierslaan. In het kader van een toetsing aan de Wet geluidhinder is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer op het plangebied. De uitgangspunten, berekeningen en resultaten zijn vastgelegd in voorliggend rapportage. In onderstaande figuur is het plangebied en de directe relevante omgeving weergegeven.

Figuur 1.1 Plangebied t.o.v. relevante te onderzoeken wegen

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

2018.1671.00

4

2018.1671.00

Inleiding

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

5

2. Toetsingskader

2.1.

Normstelling

Wettelijke geluidzone wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km/uur‐wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wgh geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de stedelijke of buitenstedelijke ligging. De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 2.1 weergegeven. Tabel 2.1 Schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh breedte van de geluidzone (in meters) aantal rijstroken buitenstedelijk gebied stedelijk gebied 5 of meer 600 350 3 of 4 400 350 1 of 2 250 200 In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: ‐ stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; ‐ buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom, alsmede het gebied binnen de bebouwde kom voor zover gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. Het plangebied ligt in de geluidzone van de buitenstedelijk gelegen wegen Duindamseweg/Schulpweg en Kraaierslaan. De geluidzone heeft een breedte van 250 meter.

Dosismaat Lden De geluidhinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day‐evening‐night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Dit etmaal is onderverdeeld in dag (7:00 – 19:00 uur), avond (19:00 – 23:00 uur) en nacht (23:00 – 7:00 uur). Artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden aan de buitengevels betreffen waarden inclusief artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/uur of hoger geldt de volgende aftrek: • 4 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek artikel 3.4 Rmg 57 dB bedraagt; • 3 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek artikel 3.4 Rmg 56 dB bedraagt; • 2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting.

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

2018.1671.00

6

Toetsingskader

De toegestane aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken‐ en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is op alle genoemde geluidbelastingen toegepast, tenzij anders vermeld. In dit onderzoek is voor alle wegen een aftrek van 5 dB van toepassing.

2.2.

Nieuwe situaties

Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting aan de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximale ontheffingswaarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor de nieuwe woningen in het plangebied is afhankelijk van de bron en de ligging van het plangebied. De woningen liggen buiten de kern van Noordwijk. In het akoestisch onderzoek is daarom uitgegaan van een ligging in buitenstedelijk gebied. In tabel 2.2 zijn de relevante grenswaarden uit de Wgh opgenomen. Tabel 2.2 Relevante grenswaarden Wgh geluidbron voorkeursgrenswaarde Duindamseweg/Schulpweg 48 dB Kraaierslaan 48 dB

maximale ontheffingswaarde 53 dB 53 dB

De geluidwaarde binnen de geluidgevoelige bestemmingen dient in alle gevallen te voldoen aan de normen uit het Bouwbesluit.

2.3.

Beleid Omgevingsdienst

De Omgevingsdienst West‐Holland heeft beleid opgesteld voor het vaststellen van hogere waarde voor wegverkeerslawaai. Dit is vastgesteld in het rapport ‘Richtlijnen voor het vaststellen van hogere waarden Wet geluidhinder’ van 2013. Een hogere waarde kan slechts worden verleend als het betreft: 1. woningen die ter plaatse noodzakelijk zijn om redenen van grond‐ of bedrijfsgebondenheid, of; 2. woningen die in een gemeentelijke structuurvisie worden opgenomen, of; 3. woningen die door de gekozen situering een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen, of; 4. woningen die ter plaatse gesitueerd worden als vervanging van bestaande bebouwing, of; 5. nog niet geprojecteerde woningen buiten de bebouwde kom die verspreid gesitueerd worden, of; 6. nog niet geprojecteerde woningen binnen de bebouwde kom die door de gekozen situering of bouwvorm een doelmatige akoestisch afschermende functie gaan vervullen voor andere woningen ‐ in aantal ten minste de helft van het aantal woningen waaraan de afschermende functie wordt toegekend ‐, of voor andere geluidsgevoelige objecten, of; 7. geprojecteerde, in aanbouw zijnde of aanwezige woningen en een nog niet geprojecteerde weg voor zover die weg: a. een noodzakelijke verkeers‐ en vervoersfunctie zal vervullen of b.

een zodanige verkeersverzamelfunctie zal vervullen, dat de aanleg van die weg zal leiden tot aanmerkelijk lagere geluidsbelastingen van woningen binnen de zone van een andere weg.

2018.1671.00

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Toetsingskader

7

én onder de voorwaarden: 8. bij een gevelbelasting hoger dan 53 dB wordt akoestische compensatie toegepast; 9. voor nog niet geprojecteerde woningen kan alleen een hogere waarde dan 53 dB als de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting worden vastgesteld als voldoende verzekerd wordt, dat de verblijfsruimten, alsmede ten minste een van de tot de woning behorende buitenruimten niet aan de uitwendige scheidingsconstructie worden gesitueerd waar de hoogste geluidbelasting optreedt, tenzij overwegingen van stedenbouw of volkshuisvesting zich daar tegen verzetten; in dat geval wordt de buitenruimte afsluitbaar uitgevoerd. 10. bij een waarde vanaf 53 dB wordt gestreefd naar ten minste een stille gevel (< 48 dB); 11. dove gevels worden bij voorkeur niet toegepast; indien toch noodzakelijk dan maximaal één dove gevel, bij voorkeur niet als voor‐ of achtergevel; 12. voor nog niet geprojecteerde woningen ter vervanging van bestaande woningen is een hogere waarde alleen mogelijk als de vervanging niet leidt tot: a. een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur; b. een toename van het aantal geluidgehinderden met meer dan 100, gerekend op bouwplanniveau; 13. de hogere waarde bedraagt niet meer dan 58 dB.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

2018.1671.00

8

2018.1671.00

Toetsingskader

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

9

3. Berekeningsuitgangspunten

3.1.

Rekenmethodiek en invoergegevens

Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode II uit het Reken‐ en meet‐ voorschrift geluid 2012 (RMG 2012). Het overdrachtsmodel is opgesteld in Geomilieu 2020.1 van DGMR. De geluidsbelasting als gevolg van wegverkeer hangt af van verschillende factoren. Voor een deel hebben deze factoren betrekking op verkeer en weg (geluidsafstraling); voor een ander deel op de omgeving van de weg (geluidsoverdracht). Hieronder volgt een korte omschrijving van de belangrijkste factoren.

3.2.

Verkeersgegevens

Verkeersintensiteiten De verkeersintensiteit is het aantal motorvoertuigen dat per uur (mvt/uur) passeert. Bij de bepaling van het aantal motorvoertuigen per uur is uitgegaan van de gemiddelde weekdagintensiteiten in motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal) op de wegen. Bij de Omgevingsdienst West Holland zijn de verkeersintensiteiten opgevraagd. In het RVMK V3.2 is voor het jaar 2030 een intensiteit opgenomen van 3.992 mvt/etmaal voor de Duindamseweg en de Schulpweg die hiervan in het verlengde ligt. Van de Kraaierslaan zijn geen intensiteiten beschikbaar. In overleg met de gemeente is, op basis van de ontsluitende functies, een aanname gedaan van 2.100 mvt/etmaal in de huidige situatie. In het akoestisch onderzoek wordt uitgegaan van een situatie 10 jaar na planontwikkeling. De intensiteit van de Kraaierslaan is op basis van een jaarlijkse autonome verkeersgroei van 1,5% doorberekend naar het toetsjaar 2030. Verkeersgeneratie plangebied In de toekomstige situatie bestaat het plangebied uit maximaal 23 GOM‐woningen. Per woning geldt een kencijfer van 8,2 mvt per etmaal op een gemiddelde weekdag. Het plangebied heeft daarmee in de toekomstige situatie een verkeersgeneratie van circa 190 mvt/etmaal (afgerond 200 mvt/etmaal) op een gemiddelde weekdag. Aangenomen wordt dat de oriëntatie van dit verkeer voor 50% richting de duinen is en voor 50% richting Noordwijkerhout.

De verkeersintensiteiten zijn in tabel 3.1 opgenomen. Tabel 3.1 Verkeersintensiteiten omliggend wegennet (mvt/weekdagetmaal) in 2030 Wegvak Exclusief ontwikkeling Inclusief ontwikkeling Kraaierslaan 2.400 (incl aut groei) 2.400 Duindamseweg/ Schulpweg 4.000 4.100 Voertuigcategorieën De motorvoertuigen worden verdeeld in drie categorieën: ‐ lichte voertuigen (voornamelijk personenauto's); ‐ middelzware voertuigen (middelzware vrachtauto's en bussen); ‐ zware voertuigen (zware vrachtauto's).

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

2018.1671.00

10

Berekeningsuitgangspunten

De verdelingen van de voertuigen op de Duindamseweg/Schulpweg zijn gebaseerd op de voertuig‐ en etmaalverdeling zoals opgenomen in het verkeersmodel. Voor de Kraaierslaan is uitgegaan van een standaard voertuig‐ en etmaalverdeling van een erftoegangsweg type 1 (buiten bebouwde kom), zie tabel 3.2. Tabel 3.2 Voertuigverdeling erftoegangsweg type 1 in percentages Voertuigcategorie Dag Avond Lichte voertuigen 91,08% 91,08% Middelzware voertuigen 6,42% 6,42% Zware voertuigen 2,50% 2,50% Etmaalverdeling 6,70% 2,70%

Nacht 91,08% 6,42% 2,50% 1,10%

Verkeerssnelheid De verkeerssnelheid is de representatief te achten gemiddelde snelheid van een categorie voertuigen. Dit is in het algemeen de wettelijk toegestane rijsnelheid. In onderhavige situatie geldt voor de gezoneerde wegen nabij de woningbouw de volgende maximale snelheid: ‐ Kraaierslaan 60 km/uur ‐ Duindamseweg 60 km/uur ‐ Schulpweg 60 km/uur Type wegdek Geluid ten gevolge van wegverkeer kan men onderscheiden in motorgeluid en rolgeluid. Het rolgeluid is een gevolg van de wisselwerking tussen banden en wegdek. De aard van het wegdek is hierbij van invloed. Daarom worden in het rekenschema verschillende typen wegdek onderscheiden. Bij lichte motorvoertuigen is de bijdrage van het rolgeluid aan het totale geluid groter dan bij de zware en middelzware motorvoertuigen. Als gevolg hiervan heeft het wegdek een grotere invloed op de geluidbelasting naarmate het percentage vrachtverkeer kleiner is. De wegdekverharding van de Kraaierslaan is ingevoerd als referentiewegdek (W0), dicht asfaltbeton. Ook de Duindamseweg/Schulpweg is in zijn geheel voorzien van referentiewegdek. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de ingevoerde verkeersgegevens.

3.3.

Ruimtelijke gegevens

In de geluidberekeningen is rekening gehouden met alle relevante gebouwde ruimtelijke objecten in de omgeving. Deze gegevens zijn afkomstig uit pdok, de rijlijnen zijn als Shape‐bestand geïmporteerd. De hoogteligging van ruimtelijke objecten zijn gecontroleerd met behulp van de Actuele Hoogtekaart Nederland. De nieuwbouw is ingevoerd door een digitale tekening van het bouwvlak, zoals ook opgenomen op de verbeelding. Ook de aanwezigheid van hard (bijvoorbeeld verhard oppervlak of water) of zacht (bijvoorbeeld zandgrond of grasland) bodemgebied is relevant. Het model is vanwege de landelijke omgeving default op een zachte ondergrond (Bf=1). De harde oppervlakten in de directe omgeving van het plangebied zijn als hard bodemgebied (Bf=0) in het model ingevoerd. In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van het rekenmodel.

2018.1671.00

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Berekeningsuitgangspunten

11

Toetspunten De 23 nieuwe GOM woningen worden mogelijk gemaakt op de verbeelding in één groot bouwvlak. De situering van de nieuwe vrijstaande woningen in dit bouwvlak is flexibel. Gedacht kan worden aan een stedenbouwkundige opzet zoals in figuur 3.1 opgenomen.

Figuur 3.1 Stedenbouwkundige opzet De geluidbelasting wordt echter berekend op de grens van het bouwvlak. Hier zijn toetspunten geplaatst. De waarneemhoogten waarop de toetspunten zijn gesitueerd zijn afhankelijk van de hoogte van de nieuwe vrijstaande woningen. In de regels van het bestemmingsplan staat dat het gaat om een maximale bouwhoogte van 9 meter. Hierdoor zijn maximaal 3 bouwlagen mogelijk. De toetspunten zijn derhalve gesitueerd op +1,5 m, +4,5 m en +7,5 m hoogte. In figuur 3.2 is de ligging en nummering van de toetspunten weergegeven.

Figuur 3.2 Ligging en nummering toetspunten

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

2018.1671.00

12

Berekeningsuitgangspunten

Sectorhoek en reflecties Het maximum aantal reflecties waarmee de berekeningen zijn uitgevoerd bedraagt 1 reflectie en een sectorhoek van 2˚, conform de aanbeveling van de projectgroep Vergelijkend Onderzoek Akoestische Bureaus (VOAB). In deze projectgroep VOAB zijn afspraken gemaakt om de onderlinge verschillen in rekenprogrammatuur te minimaliseren. In het volgende hoofdstuk is de geluidbelasting op basis van bovenstaande uitgangspunten berekend.

2018.1671.00

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

13

4. Resultaten

4.1.

Resultaten en beoordeling gezoneerde wegen

Duindamseweg/Schulpweg De Duindamseweg en de Schulpweg liggen in elkaars verlengde en worden daarom als één weg beschouwd. De geluidsbelasting op de grens van het bouwvlak ten gevolge van de Duindamseweg bedraagt ten hoogste 53 dB inclusief aftrek 5 dB artikel 110g Wgh, zie figuur 4.1 en bijlage 3. De voorkeursgrenswaarde wordt overschreden maar de maximale ontheffingswaarde niet.

Figuur 4.1 Resultaten Duindamseweg/Schulpweg, inclusief 5 dB aftrek Kraaierslaan De geluidsbelasting op de grens van het bouwvlak ten gevolge van de Kraaierslaan bedraagt ten hoogste 40 dB inclusief aftrek 5 dB artikel 110g Wgh, zie bijlage 3. De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden.

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

2018.1671.00

14

4.2.

Resultaten

Maatregelenonderzoek

Omdat de geluidbelasting op het plangebied als gevolg van het verkeer op de Duindamseweg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt, is in het kader van de Wgh en beleid van de omgevingsdienst nader onderzoek om de geluidbelasting vanwege deze gezoneerde weg te reduceren noodzakelijk. De geluidsbelasting ter plaatse van het plangebied kan worden gereduceerd door maatregelen aan de bron of in het overdrachtsgebied. Bronmaatregelen Allereerst is gekeken naar mogelijkheden om maatregelen aan de bron te nemen. Er zijn een aantal maatregelen aan de bron denkbaar. De eerste mogelijkheid zou het beperken van de verkeersomvang, het wijzigen van de snelheid of van de samenstelling van het verkeer kunnen zijn. Deze maatregelen zijn alleen mogelijk als de functie van de weg wordt gewijzigd. Dit stuit bij de Duindamseweg op overwegende bezwaren van verkeers‐ en vervoerskundige aard omdat het een weg is met een belangrijke ontsluitende functie. Afwaardering is daardoor niet mogelijk. Een andere maatregel aan de bron is het toepassen van een geluidreducerende wegdekverharding. De toepassing van een dunne deklaag type B kan de geluidbelasting op een referentiewegdek (dichtasfaltbeton) met 2 tot 4 dB reduceren. Een dergelijke maatregel zou op deze weg kunnen worden toegepast, behalve nabij een kruising.

Bij kruisingen en bochten wordt de slijtage van de wegdekverharding vanwege optrekkend en afremmend verkeer dermate versneld, dat de onderhoudskosten aan de weg te hoog worden. Het plangebied ligt redelijk kort bij de kruising Kraaierslaan/Duindamseweg. De toepassing van geluidsreducerend asfalt is daardoor niet doelmatig. Overdrachtsmaatregelen De tweede vorm van maatregelen die genomen kunnen worden zijn maatregelen die invloed hebben op het overdrachtsgebied. Maatregelen in het overdrachtsgebied in de vorm van geluidafschermende voorzieningen zijn een scherm of wal. Vanuit landschappelijk en stedenbouwkundig oogpunt is het ongewenst om het uitzicht van de nieuwe woningen en naastgelegen woningen door een geluidscherm te beperken. Een mogelijkheid is het vergroten van de afstand tussen de bron en de ontvanger. De geluidberekening is namelijk worst‐case uitgevoerd, waarbij alleen de geluidbelasting is bepaald op de grens van het bouwvlak. Om stedenbouwkundige redenen is het overigens niet gewenst om het bouwvlak op een grotere afstand van de Duindamseweg te plaatsen. Het is wenselijk ook nieuwe woningen in ongeveer dezelfde rooilijn als de aangrenzende bebouwing langs de Duindamseweg te plaatsen. Daarnaast kunnen de nieuwe woningen echter flexibel binnen het bouwvlak worden gesitueerd. De beoogde stedenbouwkundige opzet uit figuur 3.1 laat dit ook zien.

In figuur 4.2 is de ligging van de geluidcontour van de voorkeursgrenswaarde (48 dB) opgenomen. Deze contour zal in werkelijkheid meer richting de Duindamseweg komen te liggen omdat de toekomstig te realiseren woningen langs deze weg voor afscherming zullen zorgen voor de verder naar achter gelegen woningen.

2018.1671.00

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Resultaten

15

Figuur 4.2 Vrijeveld contouren Duindamseweg, incl aftrek art 110g Wgh, toetshoogte 4,5 meter Geadviseerd wordt om bij de situering van de woningen rekening te houden met de ligging van de contour van de voorkeursgrenswaarde. De woningen die buiten deze contour komen, dus in het groene vlak, voldoen dan aan de normen van de Wet geluidhinder. Beoordeling Uit het maatregelen onderzoek blijkt dat het treffen van maatregelen om de geluidbelasting te reduceren niet mogelijk zijn door overwegende bezwaren van verkeerskundige, vervoerskundige, stedenbouwkundige, of financiële aard. Wel wordt geadviseerd om bij de situering van de nieuwe woningen rekening te houden met de ligging van de 48 dB geluidcontour en zoveel mogelijk woningen buiten deze contour te situeren.

4.3.

Toetsing aan beleid Omgevingsdienst

De omgevingsdienst West‐Holland stelt voorwaarden voor het aanvragen van een hogere grenswaarden. Een hogere grenswaarden kan worden aangevraagd als de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden en aan het beleid van de Omgevingsdienst wordt voldaan. Met uitzondering van de zijde van het bouwvlak grenzend aan de Duindamseweg en een gedeelte bij de bestaande woning Duindamseweg 3 wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder. De maximale ontheffingswaarde wordt nergens overschreden. Voor de nieuwe woningen kunnen hogere grenswaarden worden aangevraagd mits wordt voldaan aan het beleid van de Omgevingsdienst. In de Wgh en in het rapport van de Omgevingsdienst ‘Richtlijnen voor het vaststellen van hogere waarden Wet geluidhinder’ is aangegeven dat bij de besluitvorming rond hogere grenswaarden eerst onderzocht dient te worden of maatregelen aan de bron (zoals stille wegdekken) en in de

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

2018.1671.00

16

Resultaten

overdrachtssfeer (zoals schermen) mogelijk zijn om de toekomstige geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde te beperken. De resultaten van dit onderzoek staan in paragraaf 4.2. In het plangebied worden GOM woningen beoogd. GOM woningen zijn woningen die uit afspraken met de Greenport OntwikkelingsMaatschappij ontstaan. Deze organisatie gaat verrommeling in de bollenstreek tegen door percelen beschikbaar te stellen voor woningbouw of bollengrond. Soms wordt ook aan kavelruil gedaan. Op grond hiervan voldoet het plangebied in deze situatie aan de voorwaarde dat ‘de nog niet geprojecteerde woningen buiten de bebouwde kom die verspreid gesitueerd worden’. Hierdoor kunnen hogere waarden worden aangevraagd ten gevolge van het verkeer op de Duindamseweg. Bovendien wordt voldaan aan de aanvullende voorwaarden, zie paragraaf 2.3, van het beleid van de Omgevingsdienst.

2018.1671.00

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

17

5. Conclusie

Het voornemen bestaat om in het plangebied aan de Duindamseweg 1‐3 maximaal 23 nieuwe GOM woningen te realiseren. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzone van de Duindamseweg/Schulpweg en de Kraaierslaan. In het kader van een toetsing aan de Wet geluidhinder is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer op het plangebied. De resultaten van dit onderzoek zijn dat: ‐ ten gevolge van het wegverkeer op de Kraaierslaan wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde; ‐ ten gevolge van het wegverkeer op de Duindamseweg niet wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde maar wel aan de maximale ontheffingswaarde; ‐ maatregelen om de geluidbelasting door de Duindamseweg te reduceren niet mogelijk of ongewenst zijn om redenen van verkeerskundige, vervoerskundige, of stedenbouwkundige aard; ‐ geadviseerd wordt om te streven zoveel mogelijk nieuwe woningen binnen het bouwvlak te situeren buiten de 48 dB contour; ‐ wordt voldaan aan het geluidbeleid van de Omgevingsdienst. Omdat de situering van de woning binnen het bestemmingsvlak niet vastgelegd is, dient het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk noodzakelijkerwijs voor alle 23 nieuwe GOM woningen een hogere grenswaarde van 53 dB vast te stellen.

Indien de beoogde stedenbouwkundige opzet als uitgangspunt dient voor de aanvraag hogere waarden dan is het nodig om voor 9 nieuwe woningen een hogere waarde van 53 dB te laten vaststellen.

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

2018.1671.00

Bijlagen

Bijlage

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

1

Invoergegevens

1

2018.1671.00

Duindamseweg 1-3 Model: Groep:

Basismodel akoestisch onderzoek - Duindamseweg 1-3 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Groep Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

Naam Schulpweg Schulpweg Schulpweg Schulpweg Schulpweg

Omschr. Schulpweg Schulpweg Schulpweg Schulpweg Schulpweg

ISO_H 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

M-1 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Min.RH 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Max.RH 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Min.AH 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Max.AH 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

ISO M. 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Type Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling

Helling 0 0 0 0 0

Hbron 0,75 0,75 0,75 0,75 0,75

Wegdek W0 W0 W0 W0 W0

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

Schulpweg Schulpweg Schulpweg Schulpweg Schulpweg

Schulpweg Schulpweg Schulpweg Schulpweg Schulpweg

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling

0 0 0 0 0

0,75 0,75 0,75 0,75 0,75

W0 W0 W0 W0 W0

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

Schulpweg Schulpweg Schulpweg Schulpweg Schulpweg

Schulpweg Schulpweg Schulpweg Schulpweg Schulpweg

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling

0 0 0 0 0

0,75 0,75 0,75 0,75 0,75

W0 W0 W0 W0 W0

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

Duindamsew Duindamsew Duindamsew Duindamsew Duindamsew

Duindamseweg Duindamseweg Duindamseweg Duindamseweg Duindamseweg

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling

0 0 0 0 0

0,75 0,75 0,75 0,75 0,75

W0 W0 W0 W0 W0

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Kraaierslaan

Duindamsew Duindamsew Duindamsew Kraaiersla

Duindamseweg Duindamseweg Duindamseweg Kraaierslaan

0,00 0,00 0,00 0,00

Relatief Relatief Relatief Relatief

0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00

Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling

0 0 0 0

0,75 0,75 0,75 0,75

W0 W0 W0 W0

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

25-8-2020 13:46:30

Duindamseweg 1-3 Model: Groep:

Basismodel akoestisch onderzoek - Duindamseweg 1-3 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Groep Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

Wegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek

V(MR(D)) 60 60 60 60 60

V(MR(A)) 60 60 60 60 60

V(MR(N)) 60 60 60 60 60

V(MR(P4)) ------

V(LV(D)) 60 60 60 60 60

V(LV(A)) 60 60 60 60 60

V(LV(N)) 60 60 60 60 60

V(LV(P4)) ------

V(MV(D)) 60 60 60 60 60

V(MV(A)) 60 60 60 60 60

V(MV(N)) 60 60 60 60 60

V(MV(P4)) ------

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

------

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

------

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

------

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

------

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

------

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

------

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

------

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

------

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

------

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Kraaierslaan

Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek

60 60 60 60

60 60 60 60

60 60 60 60

-----

60 60 60 60

60 60 60 60

60 60 60 60

-----

60 60 60 60

60 60 60 60

60 60 60 60

-----

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

25-8-2020 13:46:30

Duindamseweg 1-3 Model: Groep:

Basismodel akoestisch onderzoek - Duindamseweg 1-3 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Groep Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

V(ZV(D)) 60 60 60 60 60

V(ZV(A)) 60 60 60 60 60

V(ZV(N)) 60 60 60 60 60

V(ZV(P4)) ------

Totaal aantal 4100,00 4100,00 4100,00 4100,00 4100,00

%Int(D) 6,79 6,79 6,79 6,79 6,79

%Int(A) 3,18 3,18 3,18 3,18 3,18

%Int(N) 0,72 0,72 0,72 0,72 0,72

%Int(P4) ------

%MR(D) ------

%MR(A) ------

%MR(N) ------

%MR(P4) ------

%LV(D) 94,60 94,60 94,60 94,60 94,60

%LV(A) 97,65 97,65 97,65 97,65 97,65

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

------

4100,00 4100,00 4100,00 4100,00 4100,00

6,79 6,79 6,79 6,79 6,79

3,18 3,18 3,18 3,18 3,18

0,72 0,72 0,72 0,72 0,72

------

------

------

------

------

94,60 94,60 94,60 94,60 94,60

97,65 97,65 97,65 97,65 97,65

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

------

4100,00 4100,00 4100,00 4100,00 4100,00

6,79 6,79 6,79 6,79 6,79

3,18 3,18 3,18 3,18 3,18

0,72 0,72 0,72 0,72 0,72

------

------

------

------

------

94,60 94,60 94,60 94,60 94,60

97,65 97,65 97,65 97,65 97,65

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

------

4100,00 4100,00 4100,00 4100,00 4100,00

6,79 6,79 6,79 6,79 6,79

3,18 3,18 3,18 3,18 3,18

0,72 0,72 0,72 0,72 0,72

------

------

------

------

------

94,60 94,60 94,60 94,60 94,60

97,65 97,65 97,65 97,65 97,65

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Kraaierslaan

60 60 60 60

60 60 60 60

60 60 60 60

-----

4100,00 4100,00 4100,00 2400,00

6,79 6,79 6,79 6,70

3,18 3,18 3,18 2,70

0,72 0,72 0,72 1,10

-----

-----

-----

-----

-----

94,60 94,60 94,60 91,08

97,65 97,65 97,65 91,08

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

25-8-2020 13:46:30

Duindamseweg 1-3 Model: Groep:

Basismodel akoestisch onderzoek - Duindamseweg 1-3 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Groep Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

%LV(N) 93,87 93,87 93,87 93,87 93,87

%LV(P4) ------

%MV(D) 3,91 3,91 3,91 3,91 3,91

%MV(A) 1,90 1,90 1,90 1,90 1,90

%MV(N) 4,20 4,20 4,20 4,20 4,20

%MV(P4) ------

%ZV(D) 1,48 1,48 1,48 1,48 1,48

%ZV(A) 0,45 0,45 0,45 0,45 0,45

%ZV(N) 1,93 1,93 1,93 1,93 1,93

%ZV(P4) ------

MR(D) ------

MR(A) ------

MR(N) ------

MR(P4) ------

LV(D) 263,36 263,36 263,36 263,36 263,36

LV(A) 127,32 127,32 127,32 127,32 127,32

LV(N) 27,71 27,71 27,71 27,71 27,71

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

93,87 93,87 93,87 93,87 93,87

------

3,91 3,91 3,91 3,91 3,91

1,90 1,90 1,90 1,90 1,90

4,20 4,20 4,20 4,20 4,20

------

1,48 1,48 1,48 1,48 1,48

0,45 0,45 0,45 0,45 0,45

1,93 1,93 1,93 1,93 1,93

------

------

------

------

------

263,36 263,36 263,36 263,36 263,36

127,32 127,32 127,32 127,32 127,32

27,71 27,71 27,71 27,71 27,71

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

93,87 93,87 93,87 93,87 93,87

------

3,91 3,91 3,91 3,91 3,91

1,90 1,90 1,90 1,90 1,90

4,20 4,20 4,20 4,20 4,20

------

1,48 1,48 1,48 1,48 1,48

0,45 0,45 0,45 0,45 0,45

1,93 1,93 1,93 1,93 1,93

------

------

------

------

------

263,36 263,36 263,36 263,36 263,36

127,32 127,32 127,32 127,32 127,32

27,71 27,71 27,71 27,71 27,71

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

93,87 93,87 93,87 93,87 93,87

------

3,91 3,91 3,91 3,91 3,91

1,90 1,90 1,90 1,90 1,90

4,20 4,20 4,20 4,20 4,20

------

1,48 1,48 1,48 1,48 1,48

0,45 0,45 0,45 0,45 0,45

1,93 1,93 1,93 1,93 1,93

------

------

------

------

------

263,36 263,36 263,36 263,36 263,36

127,32 127,32 127,32 127,32 127,32

27,71 27,71 27,71 27,71 27,71

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Kraaierslaan

93,87 93,87 93,87 91,08

-----

3,91 3,91 3,91 6,42

1,90 1,90 1,90 6,42

4,20 4,20 4,20 6,42

-----

1,48 1,48 1,48 2,50

0,45 0,45 0,45 2,50

1,93 1,93 1,93 2,50

-----

-----

-----

-----

-----

263,36 263,36 263,36 146,46

127,32 127,32 127,32 59,02

27,71 27,71 27,71 24,05

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

25-8-2020 13:46:30

Duindamseweg 1-3 Model: Groep:

Basismodel akoestisch onderzoek - Duindamseweg 1-3 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Groep Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

LV(P4) ------

MV(D) 10,89 10,89 10,89 10,89 10,89

MV(A) 2,48 2,48 2,48 2,48 2,48

MV(N) 1,24 1,24 1,24 1,24 1,24

MV(P4) ------

ZV(D) 4,12 4,12 4,12 4,12 4,12

ZV(A) 0,59 0,59 0,59 0,59 0,59

ZV(N) 0,57 0,57 0,57 0,57 0,57

ZV(P4) ------

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

------

10,89 10,89 10,89 10,89 10,89

2,48 2,48 2,48 2,48 2,48

1,24 1,24 1,24 1,24 1,24

------

4,12 4,12 4,12 4,12 4,12

0,59 0,59 0,59 0,59 0,59

0,57 0,57 0,57 0,57 0,57

------

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

------

10,89 10,89 10,89 10,89 10,89

2,48 2,48 2,48 2,48 2,48

1,24 1,24 1,24 1,24 1,24

------

4,12 4,12 4,12 4,12 4,12

0,59 0,59 0,59 0,59 0,59

0,57 0,57 0,57 0,57 0,57

------

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg

------

10,89 10,89 10,89 10,89 10,89

2,48 2,48 2,48 2,48 2,48

1,24 1,24 1,24 1,24 1,24

------

4,12 4,12 4,12 4,12 4,12

0,59 0,59 0,59 0,59 0,59

0,57 0,57 0,57 0,57 0,57

------

Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Duindamseweg/Schulpweg Kraaierslaan

-----

10,89 10,89 10,89 10,32

2,48 2,48 2,48 4,16

1,24 1,24 1,24 1,69

-----

4,12 4,12 4,12 4,02

0,59 0,59 0,59 1,62

0,57 0,57 0,57 0,66

-----

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

25-8-2020 13:46:30

Duindamseweg 1-3 Model: Groep:

Naam 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Basismodel akoestisch onderzoek - Duindamseweg 1-3 (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr.

Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

Hoogte B 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50

Hoogte C 7,50 7,50 7,50 7,50 7,50

Hoogte D ------

Hoogte E ------

Hoogte F ------

Gevel Ja Ja Ja Ja Ja

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

4,50 4,50 4,50 4,50 4,50

7,50 7,50 7,50 7,50 7,50

------

------

------

Ja Ja Ja Ja Ja

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

25-8-2020 13:46:30

Bijlage

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

2

Rekenmodel

1

2018.1671.00

Bijlage

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

3

Resultaten

1

2018.1671.00

Duindamseweg 1-3 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Resultatentabel Basismodel LAeq totaalresultaten voor toetspunten Duindamseweg/Schulpweg Ja

Naam Toetspunt 1_A 1_B 1_C 10_A 10_B

Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50

Lden 51,8 53,0 53,1 47,1 48,7

10_C 2_A 2_B 2_C 3_A

7,50 1,50 4,50 7,50 1,50

49,0 51,8 53,1 53,2 51,8

3_B 3_C 4_A 4_B 4_C

4,50 7,50 1,50 4,50 7,50

53,0 53,2 51,7 53,0 53,1

5_A 5_B 5_C 6_A 6_B

1,50 4,50 7,50 1,50 4,50

43,3 45,3 46,1 34,9 36,1

6_C 7_A 7_B 7_C 8_A

7,50 1,50 4,50 7,50 1,50

36,9 18,4 20,8 22,5 39,4

8_B 8_C 9_A 9_B 9_C

4,50 7,50 1,50 4,50 7,50

41,2 43,0 42,6 44,1 46,0

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

25-8-2020 13:47:21

Duindamseweg 1-3 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Resultatentabel Basismodel LAeq totaalresultaten voor toetspunten Kraaierslaan Ja

Naam Toetspunt 1_A 1_B 1_C 10_A 10_B

Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50

Lden 35,5 36,5 37,3 37,4 38,3

10_C 2_A 2_B 2_C 3_A

7,50 1,50 4,50 7,50 1,50

39,5 34,5 35,0 35,7 32,2

3_B 3_C 4_A 4_B 4_C

4,50 7,50 1,50 4,50 7,50

32,6 33,2 30,2 30,6 31,4

5_A 5_B 5_C 6_A 6_B

1,50 4,50 7,50 1,50 4,50

18,0 19,5 23,7 14,9 17,2

6_C 7_A 7_B 7_C 8_A

7,50 1,50 4,50 7,50 1,50

18,8 13,6 17,9 20,1 32,5

8_B 8_C 9_A 9_B 9_C

4,50 7,50 1,50 4,50 7,50

32,9 34,1 37,0 37,8 39,3

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

25-8-2020 13:47:37

Bijlage 2 Onderzoek gewasbeschermingsmiddelen

63/116

64/116

Duindamseweg 1-3 Noordwijk Rapportage inzake ruimtelijk acceptabele afstanden

Gemeente Noordwijk

Projectnummer: Status: Datum: Auteur:

wil/R202048/2002 definitief 9-12-2020 F. Erdem MSc

Geaccordeerd:

mr.drs. J. Wildschut

Duindamseweg 1-3 Noordwijk

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

Inleiding ........................................................................................................................................... 3 1.1.

Ruimtelijk acceptabele afstanden ........................................................................................... 3

1.2.

Gebruik gewasbeschermingsmiddelen ................................................................................... 4

1.3.

Representatieve invulling van maximale planologische mogelijkheden................................. 4

1.4.

Context rapportage ................................................................................................................. 4

1.5.

Opzet rapportage .................................................................................................................... 5

Locatie en omgeving........................................................................................................................ 6 2.1.

Locatie ..................................................................................................................................... 6

2.2.

Omgeving................................................................................................................................. 6

Representatieve invulling maximale planologische situatie ........................................................... 8 3.1.

Algemeen................................................................................................................................. 8

3.2.

Bestemmingsplannen .............................................................................................................. 8

3.3.

Activiteitenbesluit ................................................................................................................. 11

3.4.

Conclusie ............................................................................................................................... 12

Spuitzones ..................................................................................................................................... 13 4.1.

EFSA-model ........................................................................................................................... 13

4.2.

Invoergegevens ..................................................................................................................... 16

4.3.

Resultaten EFSA ..................................................................................................................... 18

4.4.

Beoordeling overige factoren ................................................................................................ 19

Conclusie ....................................................................................................................................... 21

Bijlagen .................................................................................................................................................. 22

Adromi B.V.

wil/R202048/2002

Pagina 2 van 22

Duindamseweg 1-3 Noordwijk

1.

Inleiding

Onderhavige onderzoekrapportage heeft betrekking op het perceel Duindamseweg 1-3 in Noordwijk. Het is de bedoeling om op dit perceel 23 zogenaamde Greenportwoningen (GOM-woningen) op te richten. Ten zuidoosten van dit perceel is sprake van een specifieke agrarische bestemming voor bollenteelt (bestemmingsplan ‘Buitengebied 2015’ – gemeente Noordwijkerhout). Op dit perceel dient rekening te worden gehouden met de toepassing van bestrijdingsmiddelen. Met het oog op de beoogde ontwikkeling is onderhavig onderzoek uitgevoerd naar de ruimtelijke aanvaardbaarheid wat betreft woon- en leefklimaat van de nieuwe woningen in relatie tot toepassing van gewasbeschermingsmiddelen bij de agrarische exploitatie van dit bollenteeltperceel. Het plan voor de GOM-woningen is nog niet uitgekristalliseerd, waardoor er bij de definitieve opzet / stedenbouwkundiger inpassing nog rekening kan worden gehouden met de uitkomsten van onderhavige rapportage. 1.1. Ruimtelijk acceptabele afstanden In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Aangezien de afstand welke (minimaal) aangehouden moet worden, niet in een concrete regeling is voorgeschreven, dient deze op grond van de Wet ruimtelijke ordening te worden bepaald in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

Op basis van deze afweging kan het noodzakelijk zijn om een zone aan te houden in verband met het risico op drift (onbedoelde verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen buiten het behandelde perceel via de lucht). In een dergelijke zone dient daarbij gekozen te worden voor bestemmingen welke reguliere / langdurige menselijke aanwezigheid uitsluiten. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische percelen waar gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt1, in het algemeen niet onredelijk vindt. Deze afstand is dan in ieder geval voldoende om te spreken van een ruimtelijk aanvaardbaar woon- en leefklimaat waarbij er in principe niet behoeft te worden gevreesd voor (toekomstige) beperkingen2 voor de gevestigde bedrijven. De betrokken afstand dient in principe te worden aangehouden tussen het perceel waarop gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast en locaties van de gevoelige functie waar reguliere menselijke aanwezigheid niet is uitgesloten (zoals een tuin bij een woning). Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand tot percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast ook aanvaardbaar zijn, mits blijkens een locatiespecifiek onderzoek is onderbouwd

1

De betrokken afstand van 50 meter is in uitspraken aangehouden voor fruitboomgaarden.

2 Dit kunnen beperkingen zijn van planologische aard (zoals het verbieden van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen

nabij gevoelige bestemmingen), van milieujuridische aard (zoals nieuwe milieuvoorschriften ten aanzien van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen) en van privaatrechtelijke aard (al dan niet naar aanleiding van door nieuwe bewoners geïnitieerde (civiel)rechtelijke uitspraak).

Adromi B.V.

wil/R202048/2002

Pagina 3 van 22

Duindamseweg 1-3 Noordwijk

dat ondanks deze kortere afstand sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de betreffende gevoelige functies. Hierin beoogt onderhavige onderzoeksrapportage te voorzien. 1.2. Gebruik gewasbeschermingsmiddelen Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen dient plaats te vinden in overeenstemming met de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Blijkens artikel 47 en 20 van deze wet jo. de Verordening 528/2012/EU mogen middelen alleen worden gebruikt op grond van een (vereenvoudigde) toelating, welke onder voorschriften / beperkingen kan worden verleend door het College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt volgens internationale afspraken en in de wetgeving verankerde criteria of gewasbeschermingsmiddelen en biociden – bij juist gebruik – veilig zijn voor mens, dier en milieu en of ze werkzaam zijn. Op grond van deze beoordeling besluit het college of het middel in Nederland verkocht en gebruikt mag worden. Daarbij stelt het ook duidelijke voorschriften verplicht, die minimaal op het etiket moeten staan (het zogenaamde wettelijk gebruiksvoorschrift).

Het gebruiksvoorschrift schrijft niet alleen de toepassingswijze voor (professioneel en/of particulier gebruik, aantal toepassingen per jaar, toepassingsintervallen, toepassing voorafgaand aan oogst etc.), maar hierin is ook gelimiteerd voor welke doelstellingen en voor welke teelten een middel mag worden ingezet. 1.3. Representatieve invulling van maximale planologische mogelijkheden Op basis van rechtspraak dient bij het bepalen van de invloed van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen op het woon- en leefklimaat te worden uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. De invulling dient representatief te zijn in die zin dat in principe geen rekening hoeft te worden gehouden met een ingrijpende of anderszins niet voor de hand liggende omschakeling in de bedrijfsactiviteiten. De invulling dient daarentegen maximaal te zijn in relatie tot de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Idem dient rekening te worden gehouden met een maximale invulling van de beoogde gevoelige bestemmingen. Doel van deze aanpak is een worstcasebenadering waarbij gedurende de planperiode van in principe 10 jaar geen beperkingen worden veroorzaakt voor omliggende bedrijvigheid en/of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, gelet op hiermee mogelijk samenhangende gezondheidseffecten (ook op de lange termijn). 1.4.

Context rapportage In onderhavig rapport is gebruik gemaakt van het verspreidingsmodel van de European Food Safety Authority (EFSA-model). Dit EFSA-model kan worden beschouwd als het Europese standaard verspreidingsmodel. Het EFSA-model is gebaseerd op diverse publicaties van wetenschappelijk onderzoek naar drift (onbedoelde verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen bij toepassing daarvan) voor passanten en omwonenden alsook op publicaties over de blootstellingsrisico’s voor personen werkzaam op het gewasperceel zelf (al dan niet bij toepassing van die gewasbeschermingsmiddelen of bij andere werkzaamheden zoals oogsten). Het model beschouwt zowel de directe blootstelling aan drift via inademing (inhalatie) en opname via de huid (dermaal) alsook indirecte blootstelling in de vorm van opname via de mond van aan drift blootgestelde Adromi B.V.

wil/R202048/2002

Pagina 4 van 22

Duindamseweg 1-3 Noordwijk

objecten. Met het model kunnen de effecten op volwassenen alsook op kinderen ouder dan drie jaar in beeld gebracht worden. Verwezen wordt naar 4.1. Het model biedt geen inzicht in de blootstellingsrisico’s voor kinderen jonger dan drie jaar. Het model biedt wel aanknopingspunten om beperkte conclusies omtrent blootstelling te trekken voor deze groep. Verwezen wordt naar 4.4.2. Evenmin biedt het model inzicht in cumulatieve effecten van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen noch houdt het model rekening met eventuele gecombineerde werking (zoals synergisme of antagonisme) tussen gewasbeschermingsmiddelen onderling. Hiervoor is het EFSA-model niet ontworpen, aangezien het de maximale blootstellingsgrenswaarden die zijn vastgesteld voor afzonderlijke werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen als uitgangspunt hanteert. Verwezen wordt naar 4.4.1. Met het EFSA-model is het tot slot niet mogelijk om afscherming van drift middels een haag of een scherm te modelleren. Het EFSA-model is gebaseerd op consensus omtrent de laatste wetenschappelijke inzichten. Het model zal uit de aard der zaak onderhavig zijn aan wijzigingen indien nieuwe wetenschappelijke inzichten daar aanleiding voor geven. Met het rekenmodel zijn meerdere gewasbeschermingsmiddelen beoordeeld welke als representatief kunnen worden beschouwd voor de invulling van de maximale planologische situatie. 1.5.

Opzet rapportage In hoofdstuk 2 wordt globaal ingegaan op het projectperceel en de omgeving daarvan, waarbij de aandacht uitgaat naar omliggende gronden waar bedrijfsmatig (professioneel gebruik) gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden toegepast. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de in deze context relevante regelgeving. Dat betreft uit de aard der zaak het geldende planologische regime, ter bepaling van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. Echter, dit betreft ook de relevante milieuregelgeving en daarmee samenhangend regelgeving ten aanzien van oppervlaktewater. De wettelijke gebruiksvoorschriften van het Ctgb komen aan de orde in hoofdstuk 4, bij de behandeling van de gewasbeschermingsmiddelen welke als representatief worden beschouwd voor de bepaling van de zogenaamde spuitzone. In hoofdstuk 5 komen de uitkomsten van de modelberekeningen aan de orde. Hoofdstuk 6 bevat de conclusies ten aanzien van de aan te houden acceptabele afstanden.

Adromi B.V.

wil/R202048/2002

Pagina 5 van 22

Duindamseweg 1-3 Noordwijk

2.

Locatie en omgeving

2.1. Locatie De Duindamseweg 1-3 is gelegen ten westen van de kom Noordwijkerhout. Onderstaande afbeelding in figuur 1 toont de ligging van het plangebied en de directe omgeving.

Figuur 1: Uitsnede plangebied (bron: RHO)

Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Noordwijk sectie C, nummers 1358, 1359 1567 en 1568 2.2. Omgeving De projectlocatie grenst ten zuidwesten en ten noorden aan gronden met een verblijfsrecreatieve bestemming (Vakantiepark De Witte Raaf). Ten noordoosten, aan de overzijde van de Duindamseweg/Schulpweg is sprake van een paardenfokkerij (Stal van Nobelen), een manege (Manege Bakker) en een camping (Bungalow- en caravanpark De Wijde Blick). Ten zuiden is sprake van een dierenkliniek (Warmerdam Veterinaire Radiologie, Dierenkliniek De Bollenstreek). Ten zuidoosten (achter de dierenkliniek) is sprake van een agrarisch perceel dat specifiek bestemd is voor bollenteelt. Op basis van de basisregistratie gewaspercelen (figuur 2) is sprake van de volgende gewaspercelen (lichtgeel gemarkeerd) die grenzen aan de projectlocatie: 2148619 - Hyacint, bloembollen en – knollen 1668824 – Japanse Haver 2052472 – Japanse Haver 2152914 – Overige bloemen, bloembollen en -knollen 1671383 – Dahlia, bloembollen en - knollen Japanse Haver is geen sierbloemensoort maar een groenbemester die ook periodiek kan worden aangeplant ter (biologische) bestrijding van aaltjes in de bloem(boll)enteelt.

Adromi B.V.

wil/R202048/2002

Pagina 6 van 22

Duindamseweg 1-3 Noordwijk

De gronden van de paardenfokkerij staan niet geregistreerd voor een bepaalde teelt, bijvoorbeeld ook niet voor grasland.

Figuur 2: Overzicht gewassen uit de Basisregistratie Gewaspercelen (BRP). Plangebied globaal rood omlijnd aangeduid (bron: PDOK, bewerkt).

Adromi B.V.

wil/R202048/2002

Pagina 7 van 22

Duindamseweg 1-3 Noordwijk

3.

Representatieve invulling maximale planologische situatie

3.1. Algemeen Zoals aangegeven dient bij de bepaling van het risico op milieuhinder te worden uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische situatie. Hiervoor is uiteraard primair het bestemmingsplan relevant dat geldt voor de betrokken agrarische gronden. Echter ook bij de invulling van de (toekomstige) hindergevoelige functies dient te worden uitgegaan van de representatieve maximale planologische situatie. Zoals aangegeven zal heet bestemmingsplan voor de GOM-woningen nog nader worden vormgegeven waarbij onderhavige rapportage ook als input zal worden gebruikt. Ter verdere bepaling van de maximale representatieve invulling dient ook te worden ingegaan op de regelgeving welke relevant is bij toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Dit betreft de milieuregelgeving welke is opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer ten aanzien van de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en de al genoemde wettelijke gebruiksvoorschriften van het Ctgb. Deze gebruiksvoorschriften komen niet aan de orde in dit hoofdstuk maar in hoofdstuk 4 waar nader wordt ingegaan op het (representatieve) gebruik van concrete gewasbeschermingsmiddelen. 3.2.

Bestemmingsplannen

Figuur 3: overzicht geldende bestemmingsplannen (bron: ruimtelijke bestemmingsplannen)

Adromi B.V.

wil/R202048/2002

Pagina 8 van 22

Duindamseweg 1-3 Noordwijk

3.2.1. ‘Duinrand’ (projectperceel) Voor het projectperceel geldt het bestemmingsplan ‘Duinrand’ van 21 december 2012, onherroepelijk geworden op 27 maart 2013. Binnen het projectperceel is sprake van bestemmingen voor agrarisch, wonen, tuin en water. Verder is sprake van een archeologische dubbelbestemming. Verder geldt het ‘Paraplu bestemmingsplan Parkeren’, dat is vastgesteld op 15 maart 2018. De watergang op de zuidoostelijke grens van het perceel (grenzend aan de agrarische gewaspercelen) is niet specifiek bestemd voor water, maar deze mag op grond van de agrarische bestemming, woonen tuinbestemming wel aanwezig zijn. Verwezen wordt naar 3.2.4. 3.2.2. ‘Buitengebied 2015’ (gewaspercelen) De betrokken agrarische gronden zijn opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied 2015, vastgesteld op 30 juni 2016. Dit bestemmingsplan is herzien in het bestemmingsplan Buitengebied, 1e herziening 2017’, vastgesteld op 5 juni 2017. De betrokken herziening heeft overigens geen gevolgen gehad voor de agrarische bestemming van de gronden. Verder geldt het ‘Paraplu bestemmingsplan Parkeren en Wonen’, dat is vastgesteld op 27 september 2019. Dit plan heeft evenmin gevolgen gehad voor de agrarische bestemming uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2015’. In dit bestemmingsplan zijn de gronden aangeduid voor ‘Agrarisch – Bollenteelt – Bollenzone 1’.

Op grond van deze aanduiding mogen de gronden worden gebruikt voor de bollenteelt door een agrarisch bedrijf. Gelet op deze bestemming vormt een gebruik van de gronden voor de bollenteelt de representatieve invulling van de maximale planologische situatie. Verder zijn de gronden aangeduid voor ‘Waarde – Archeologie 1’. Op grond van deze aanduiding is sprake van aanlegbeperkingen vanaf 30 centimeter onder maaiveld met het oog op de bescherming van verwachtte archeologische resten waar waarde aan wordt toegekend. 3.2.3. Bestemming overige functies In principe behoeft op grond van de geldende planologische situatie geen afstand te worden aangehouden tot de bestaande gevoelige functies rondom de gewaspercelen bij de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Immers de geldende planologische regelingen bevatten geen beperkingen op dit vlak, terwijl de milieuregelgeving hier ook niet toe verplicht. In lijn daarmee zal onderhavige notitie de bestaande gevoelige functies niet beschouwen als bestaande beperkingen voor de toepassing van gewasbescherming. De paardenfokkerij aan de Duindamseweg 2 is gelegen op een terrein met een agrarische bestemming. Enkel het bouwperceel is voorzien van een specifieke aanduiding voor paardenfokkerij.

Gelet op de bestemmingsregeling mag het agrarische bouwperceel worden gebruikt voor zowel de tuinbouw en de bollenteelt als voor een paardenfokkerij, maar mogen de gronden buiten het agrarische bouwvlak enkel worden gebruikt voor tuinbouw en de bollenteelt maar niet voor een paardenfokkerij. Gelet op deze specifieke van het feitelijke gebruik afwijkende bestemming kan het gebruik van de betrokken gronden als (weideland bij de) paardenfokkerij niet worden beschouwd als de Adromi B.V.

wil/R202048/2002

Pagina 9 van 22

Duindamseweg 1-3 Noordwijk

representatieve invulling van de maximale planologische situatie. Ook de omstandigheid dat het perceel niet is geregistreerd voor een bepaalde teelt is daarbij niet relevant. Gelet op een en ander zal de paardenfokkerij worden beoordeeld alsof op het omliggende agrarische perceel ook sprake is van tuinbouw en de bollenteelt. De minimale afstand tussen dit agrarisch bestemde perceel en het projectperceel bedraagt circa 15,50 meter. 3.2.4. Watergang Tussen de agrarische gronden en het projectgebied is een watergang aanwezig. Blijkens de Legger oppervlaktewateren van het Hoogheemraadschap van Rijnland (figuur 3) betreft dit een secundaire e watergang (lichtblauw), de Duinsloot, ook bekend onder nummer 255-058-00136. Deze watergang is jaarrond watervoerend en heeft een breedte van 4,16 meter en een waterdiepte van 35 centimeter. De watergang is ook in eigendom bij het Hoogheemraadschap. Gelet op de inhoud van de legger en de voor deze watergangen geldende bestemmingen, wordt in het kader van deze rapportage geen rekening gehouden met demping of vergraving van deze watergang.

Figuur 3: Uitsnede Legger oppervlaktewateren (bron: Hoogheemraadschap van Rijnland).

Adromi B.V.

wil/R202048/2002

Pagina 10 van 22

Duindamseweg 1-3 Noordwijk

Burgerlijk recht Op grond van het civiele recht gelden in principe geen beperkingen voor het aanplanten van vegetatie op of nabij de erfgrens met naburige percelen. Dit is gelet op de feitelijke situatie hoe dan ook het plaatselijke gebruik. De huidige eigendomssituatie stelt wel beperkingen aan het dempen of vergraven van de aanwezige watergangen. 3.3. Activiteitenbesluit milieubeheer Als een bedrijf geen bestrijdingsmiddelen zou toepassen (biologische productie, zoals toepassing van Japanse Haver), dan hoeft uit de aard der zaak ook geen spuitzone te worden aangehouden. Echter in het kader van dit onderzoek dient het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen als maximale representatieve invulling van de planologische mogelijkheden te worden beschouwd. Bij toepassing van gewasbeschermingsmiddelen dient te worden voldaan aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. 3.3.1. Driftreductie In artikel 3.78a, lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer is vastgelegd dat in ieder geval een driftreductie moet worden bereikt van 75%, bepaald volgens Meetprotocol voor het vaststellen van de driftreductie van neerwaartse en op- en zijwaartse spuittechnieken, versie van 1 juli 2017 (artikel 3.78a, lid 2 Activiteitenbesluit milieubeheer jo. artikel 3.81 Regeling omgevingsrecht - Rarim)3.

Driftreductie kan ook worden bereikt door het toepassen van schermen (artikel 3.79, lid 7 onder b ten 2e Barim) of door toepassing van een vanggewas (vegetatiescherm - artikel 3.80a, lid 2 onder a Barim). 3.3.2. Teeltvrije zone Vanwege de aanwezige jaarrond watervoerende watergang dient een teeltvrije zone te worden aangehouden. Deze bedraagt voor de teelt van bloemen en bloemisterijgewassen minimaal 50 centimeter, ingevolge artikel 3.80, lid 4 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze afstand geldt vanaf de insteek van de sloot. Overigens hoeft deze teeltvrije zone blijkens 3.79, lid 5 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet te worden aangehouden voor spotsgewijze behandeling van bijvoorbeeld onkruid met een afgeschermde dop. De watergangen betreffen geen oppervlaktewaterlichaam in de zin van de bijlage bij artikel 3 Uitvoeringsbesluit meststoffenwet, zodat artikel 3.81, lid 1 van het Activiteitenbesluit niet van toepassing is. 3.3.3. Vanggewas Een vanggewas is in het Activiteitenbesluit milieubeheer gedefinieerd als zijnde “een barrière van bomen, struiken of andere gewassen, die het verwaaien van spuitvloeistof bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of bladmeststoffen naar een oppervlaktewaterlichaam beperkt”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=b47e5171-6784-4c8b-b1f1-37ebcb4b7e67