CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen toelichting_Bijlage 5 Quick scan ecologie

Gemeenteraadsvergadering 5 juni 2024, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 1515.462 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Flora en Fauna In het kader van de Wet natuurbescherming en de Verordening Ruimte

Plangebied: Projectnummer: Opsteller:

Herenweg en Achterweg te Noordwijk 2306-01 M. Langstraat

Colofon Opdrachtgever: Contactpersoon: Opdrachtnemer: Opsteller: Datum: Projectnummer: Rapportnummer: Aantal pagina’s: Wijze van citeren:

Van Riezen & Partners dhr. M. van Otterlo By Nature advies mw. M. Langstraat 14-03-2023 2306-01 2306-01v0.1 22 Langstraat, M. 14-03-2023. Quickscan flora en fauna Herenweg en Achterweg te Noordwijk, Rapportnummer 2306-01v0.1, By Nature advies, Delft.

Inhoud Inleiding............................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ......................................................................................................................... 4 1.2 Doelstelling ....................................................................................................................... 4 1.3 Leeswijzer ......................................................................................................................... 4 1.4 Verantwoording ............................................................................................................... 4 Plangebied........................................................................................................................... 5 2.1 Ligging plangebied ............................................................................................................ 5 2.2 Bestaande situatie ............................................................................................................ 5 2.3 Voorgenomen werkzaamheden en planning ................................................................... 6 Toetsing en methodiek .......................................................................................................

7 3.1 Toetsing Wettelijk kader .................................................................................................. 7 3.2 Methodiek quickscan flora en fauna ................................................................................ 9 Resultaten gebiedsbescherming ....................................................................................... 10 4.1 Natura 2000-gebieden ................................................................................................... 10 4.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) .................................................................................. 10 Resultaten soortbescherming ........................................................................................... 12 5.1 Algemeen........................................................................................................................ 12 5.2 Bronnenonderzoek ......................................................................................................... 12 5.3 Verkennend veldonderzoek ........................................................................................... 13 Effectbeoordeling en toetsing .......................................................................................... 18 6.1 Gebiedsbescherming en gemeentelijk beleid ................................................................

18 6.2 Soortbescherming .......................................................................................................... 18 6.3 Overzicht vervolgstappen............................................................................................... 19 Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................ 21 7.1 Gebiedsbescherming en gemeentelijk beleid ................................................................ 21 7.2 Soortbescherming .......................................................................................................... 21 7.3 Overige aanbevelingen en verplichtingen ..................................................................... 22 Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 23

3

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

Inleiding 1.1 Aanleiding In opdracht van Van Riezen & Partners heeft By Nature advies een quickscan flora en fauna uitgevoerd van twee percelen aan de Achterweg en de Herenweg te Noordwijk (figuur 2.1). De aanleiding van de quickscan betreft een bestemmingsplanwijziging voor beide percelen. De werkzaamheden kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Het ecologisch onderzoek toetst of de geplande werkzaamheden effecten kunnen hebben op beschermde flora en fauna, op welke wijze gehandeld moet worden en of nader onderzoek of andere vervolgstappen noodzakelijk zijn.

1.2 Doelstelling De quickscan flora en fauna is een oriënterend veld- en literatuur onderzoek met als doel te inventariseren of de voorgenomen ontwikkelingen, activiteiten of werkzaamheden kunnen leiden tot: − Een mogelijke overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbeschermingsoortbescherming (Wnb). − Een negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden (Wnbgebiedsbescherming). − Een negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). − Een negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal of regionaal niveau.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden het project, het plangebied en de voorgenomen werkzaamheden beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een toelichting gegeven op het toetsingskader en de Wet natuurbescherming. Mogelijke effecten op beschermde natuurgebieden en het Nederlands Natuur Netwerk worden beschreven in hoofdstuk 4. De resultaten van het soortonderzoek worden in hoofdstuk 5 beschreven. De te verwachten effecten met betrekking tot beschermde soorten staan in hoofdstuk 6. Tot slot volgen in hoofdstuk 7 de conclusies en aanbevelingen. Bronvermeldingen zijn in de tekst met een nummer aangegeven, wat naar het desbetreffende nummer onderaan de pagina wijst.

1.4 Verantwoording Bij ecologische veldwerkzaamheden is een volledige garantie over de afwezigheid van soorten niet te geven. Door de inzet van ter zake kundige ecologen en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethodes wordt onze onderzoekskwaliteit gewaarborgd.

4 1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

Plangebied 2.1 Ligging plangebied Het plangebied bestaat uit twee percelen. Eén perceel is gelegen aan de Achterweg tussen huisnummers 7 en 9 en één perceel is gelegen aan de Herenweg naast huisnummer 151. Beide locaties bevinden zich in Noordwijk, provincie Zuid-Holland. Voor de ligging en begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar Afbeelding 2.1.

Afbeelding 2.1:Globale ligging en begrenzing plangebied. Perceel Herenweg: meest westelijke deel plangebied. Perceel Achterweg: meest oostelijke deel plangebied.

2.2 Bestaande situatie Het perceel aan de Achterweg is aan de voorzijde (langs de weg) begroeid met een sleedoornhaag. De rest van het perceel bestaat uit een ruigte begroeiing van onder andere riet. Aan de noordoostzijde van het perceel is een smalle sloot aanwezig. Het perceel wordt omringt door landerijen. Het tweede perceel is gelegen aan de Herenweg en bestaat uit een grasveld dat momenteel gebruikt wordt als paardenwei. Aan de achterzijde van het perceel ligt een heuvel met begroeiing. Het veld is omringt door een sloot van ongeveer een meter breed. De sloot heeft geen beschoeiing. Zie bijlage 1 voor een foto impressie van het plangebied. 5 1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

2.3 Voorgenomen werkzaamheden en planning Voor beide percelen is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk vanwege het voornemen om op beide percelen een greenport-woning te realiseren (zie afbeeldingen 2.2 en 2.3)1.

Afbeelding 2.2: Kavelpaspoort Achterweg (links) en Herenweg (rechts, het rode vlak is de geplande locatie voor het kavel)

Afbeelding 2.3: Beeldkwaliteit greenportwoningen op de twee percelen.

1

Bron: Van Riezen en Partners 6

1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

Toetsing en methodiek 3.1 Toetsing Wettelijk kader Het ecologisch onderzoek wordt in eerste instantie getoetst aan de Wet natuurbescherming. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen: − Soortbescherming − Gebiedsbescherming − Bescherming van houtopstanden.

3.1.1 Soortbescherming De Wet natuurbescherming onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes voor dier- en plantensoorten. De eerste twee categorieën zijn de beschermde soorten, gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreffen soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). De bescherming van soorten van de eerste twee categorieën is met name gericht op instandhouding van populaties en verblijfplaatsen van individuen. Hierbij wordt het ‘nee, tenzij’-principe gehanteerd. Handelingen in strijd met de verbodsbepalingen zijn per definitie verboden. Uitzonderingen voor overtreding van de verbodsbepalingen kunnen worden verleend middels vrijstellingen en ontheffingen. Tevens is de zorgplicht te allen tijde van kracht voor alle planten en dieren. De verbodsbepalingen zijn weergegeven in tabel 3.1. Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit de derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht.

Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht van men kan worden) om onnodige schade aan planten en dieren voorkomen.

3.1.2 Gebiedsbescherming De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

3.1.3 Bescherming houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. In deze quickscan blijft de bescherming van houtopstanden buiten beschouwing.

7 1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

Tabel 3.1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming, Soortbescherming 2.

3.1.4 Natuurnetwerk Nederland en andere ecologische verbindingszones In de Verordening ruimte is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het NNN wordt beschermd via het planologisch kader. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Naast het NNN kan de provincie of de gemeente planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden”, “bijzondere provinciale landschappen” of andere Stedelijke- of Regionale Ecologische Verbindingszones. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van Belangrijke weidevogelgebieden.

2

Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen Ministerie van Economische zaken 8

1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

3.2 Methodiek quickscan flora en fauna Aan de hand van een verkennend veldbezoek, verspreidingsatlassen3, overige naslagwerken en lokale waarnemingen wordt geïnventariseerd of de voorgenomen ontwikkelingen, activiteiten of werkzaamheden mogelijk in strijd zijn met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en regionaal of provinciaal beleid op het gebied van natuur. De quickscan flora en fauna bestaat uit: • literatuuronderzoek naar mogelijk aanwezige soorten op basis van verspreidingsgegevens beschermde soorten en de Nationale Databank Flora en Fauna, • literatuuronderzoek naar aanwezige beschermde natuurgebieden in de omgeving en de mogelijke effecten van de geplande activiteiten op deze gebieden, • een verkennend veldbezoek waarbij de verwachte beschermde natuurwaarden in beeld gebracht worden op basis van de gebiedskenmerken en aanwezig habitat, • effectbeoordeling van de geplande ontwikkeling of activiteit op de verwachte beschermde flora en fauna, • toetsing van verwachte effecten van de geplande ontwikkelingen en activiteiten op beschermde natuurgebieden in de omgeving, • rapportage van de waarnemingen en resultaten. In de rapportage wordt tevens een advies opgesteld met betrekking tot de benodigde of aanbevolen vervolgstappen en de bijbehorende planning. Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd door een ecoloog4 van By Nature Advies.

Zie tabel 3.2 voor de nadere informatie van het veldbezoek. Het complete plangebied en de directe omgeving is tijdens het veldbezoek onderzocht met behulp van een verrekijker. Voorafgaand het veldbezoek zijn de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en verspreidingsatlassen5 geraadpleegd om een indruk te krijgen over de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied. Op basis van het bronnenonderzoek en het aanwezige habitat is een inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten gemaakt. Het betreffen de geregistreerde waarnemingen uit de NDFF van de afgelopen vijf jaar (januari 2018januari 2023). Tabel 3.2: data en omstandigheden veldbezoek

Datum

Tijd

Temp.

Wind

Bewolking

Onderzoeker

27-01-2023

11:30

6°C

2Bft

Droog, zonnig

B. Lekkerkerk

3

zie literatuurlijst in de rapportage

4

Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar https://mijn.rvo.nl/ecologisch-deskundige https://www.verspreidingsatlas.nl/ en op basis van informatie van o.a. SOVON, FLORON, RAVON en de Zoogdiervereniging 5

9 1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

Resultaten gebiedsbescherming 4.1 Natura 2000-gebieden Op 1,1 kilometer ten oosten van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Coepelduynen (zie afbeelding 4.1)6. Andere Natura 2000-gebieden zijn gelegen op grotere afstand. De Coepelduynen omvatten de smalle strook kustduinen tussen Katwijk en Noordwijk. Het relatief kleine gebied heeft een gevarieerd duinlandschap dat reliëfrijk en landschappelijk zeer afwisselend is. Het gebied behoort tot de kalkrijke jonge duinen. Coepelduynen staat onder druk door stikstofdepositie7. Overige Natura 2000- gebieden liggen op grotere afstand. Dit betreffen eveneens duingebieden langs de kust als: Kennemerland-Zuid ten noorden van Coepelduynen en Meijendel & Berkheide ten zuiden van Coepelduynen.

Afbeelding 4.1. Ligging plangebied (rode sterren) ten opzichte van Natura-2000 gebieden8.

4.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het meest dichtbij zijnde gebied dat deel uit maakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een groenstrook langs de N206 en de watergang Maandagsche Watering op 250 meter ten oosten van het perceel aan de Achterweg (zie Afbeelding 4.2). De Maandagsche Watering vormt een ecologische verbinding tussen verschillende groenstructuren zoals Landgoed Offem en verschillende poldergebieden ten oosten van de watergang. Binnen de begrenzing van het NNN vinden geen werkzaamheden plaats. Het NNN kent geen externe werking.

6

https://www.natura2000.nl/gebieden/zuid-holland/coepelduynen https://www.natura2000.nl/gebieden/zuid-holland/coepelduynen/coepelduynen-gebiedsanalyse 8 https://www.natura2000.nl/gebieden 7

10 1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

Afbeelding 4.2. Ligging plangebied (rode sterren) ten opzichte van de NNN9.

9

www.zuid-holland.nl/onderwerpen/natuur-landschap/natuurrijk-zuid/ontwikkeling/ 11

1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

Resultaten soortbescherming 5.1 Algemeen Onderstaand de resultaten van het bron- en veldonderzoek. Zie paragraaf 3.3 voor de toegepaste methodiek en nadere informatie van het veldbezoek.

5.2 Bronnenonderzoek 5.2.1 Verspreidingsgegevens Op basis van de NDFF komen in en in de directe omgeving van het plangebied de volgende soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn voor en overige soorten onder de Wet natuurbescherming10. Tabel 5.1: geregistreerde waarnemingen van soorten van de Europese vogelrichtlijn (categorie 1 t/m 4) in en in de directe omgeving (2 km) van het plangebied. soort_wet soort_ned Buizerd Gierzwaluw Havik Huismus Sperwer

Buteo buteo Apus apus Accipiter gentilis Passer domesticus Accipiter nisus

Tabel 5.2: geregistreerde waarnemingen van strikt beschermde soorten van de Europese habitatrichtlijn binnen een straal van 2 km van het plangebied. soort_ned Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Platte schijfhoren Rosse vleermuis Rugstreeppad Ruige dwergvleermuis Watervleermuis

soort_wet Pipistrellus pipistrellus Eptesicus serotinus Anisus vorticulus Nyctalus noctula Epidalea calamita Pipistrellus nathusii Myotis daubentonii

Tabel 5.3: geregistreerde waarnemingen van beschermde soorten van artikel 3.10 Wnb binnen een straal van 2 km van het plangebied. soort_ned Boommarter Bunzing Egel Groot spiegelklokje Haas Hermelijn Wezel

soort_wet Martes martes Mustela putorius Erinaceus europaeus Legousia speculum-veneris Lepus europaeus Mustela erminea Mustela nivalis

10

NDFF – 26-01-2023 12

1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

5.3 Verkennend veldonderzoek 5.3.1 Vaatplanten Tijdens het veldbezoek is binnen de begrenzing van het plangebied geen beschermde flora aangetroffen. Het bezoek is echter in de winterperiode uitgevoerd, veel vaatplanten zijn in deze periode niet zichtbaar. Op basis van de NDFF komt in een straal van 2 km de beschermde soort groot spiegelklokje voor (artikel 3.10 Wnb). Groot spiegelklokje is een vaatplant met kleine paarse bloemetjes dat groeit op open, zonnige, stikstofarme, matig voedselrijke bodems. De plant komt voor op zowel zand, zavel, leem, lichte klei als löss en mergel. De groeiplaatsen van groot spiegelklokje bevinden zich op zandige stroomruggen in rivierdalen, op open plekken van dijken en bermen, in graanakkers, op stoppelvelden en braakliggende terreinen.11 De geregistreerde waarneming van groot spiegelklokje bevind zich in een park op ruim een kilometer ten westen van de Herenweg. Overige waarnemingen zijn op grotere afstand, ten zuiden van Katwijk12. De percelen voldoen niet aan de eisen die groot spiegelklokje stelt aan zijn standplaats. Het perceel aan de Herenweg is in gebruik als paardenwei en het perceel aan de Achterweg is (deels) begroeit door ruigte en kruidenrijke begroeiing. De aanwezige vegetatie op de percelen duiden op een voedselrijke bodem. Op basis van de habitatkenmerken wordt aanwezigheid van groot spiegelklokje uitgesloten.

5.3.2 Vogels Alle broedende vogels, hun broedplaatsen en de functionele omgeving van de broedplaatsen zijn beschermd. Daarnaast zijn rust- en verblijfplaatsen én de functionele omgeving van een aantal vogelsoorten jaarrond beschermd. Op basis van de gebiedskenmerken wordt de aanwezigheid van vaste rust- en/verblijfplaatsen van jaarrond beschermde vogels uitgesloten. Wel broeden zo goed als zeker algemene broedvogels in het plangebied.

Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Op basis van verspreidingsgegevens (NDFF) komt naar voren dat in de directe omgeving van het plangebied meerdere vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten voorkomen (zie tabel 5.1). Deze soorten behoren tot categorie 1-4; soorten met een jaarrond beschermde vaste verblijfplaats. Op de percelen zijn geen gebouwen of bomen aanwezig. Aanwezigheid van rust- en verblijfplaatsen van jaarrond beschermde vogels zijn daarmee uitgesloten.

Vogels uit categorie 5 Nesten van categorie 5-soorten zijn jaarrond beschermd wanneer specifieke ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Hier is in het plangebied geen sprake van. Vanwege de afwezigheid van hoog opgaande beplanting, bomen en gebouwen wordt aanwezigheid van nesten, rust- en verblijfplaatsen van alle in bomen en gebouwen broedende vogels als reiger, kraai, bosuil, huiszwaluw en ekster uitgesloten. In de sleedoornhaag aan de achterweg kunnen kleine zangvogels als koolmees en pimpelmees broeden.

11 12

https://www.verspreidingsatlas.nl/0721# NDFF, 09-02-2023 13

1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

In de omgeving van het plangebied (binnen 1 km) staan waarnemingen geregistreerd van de oeverzwaluw. De oeverzwaluw is een categorie 5- soort die broedt in zandige steile wanden en oevers. Oeverzwaluwen kunnen ook tijdelijk wanden, als zandhopen, gebruiken als nestplaats. Als oeverzwaluwen binnen het bouwterrein nesten maken in zandopslag, mogen de vogels niet verstoord worden tot ze uitgebroed zijn. In de huidige situatie zijn de percelen, vanwege het ontbreken van zandhopen en -wanden, niet geschikt als broedbiotoop voor de oeverzwaluw. Aanbevolen wordt om tijdens de werkzaamheden alert te zijn op het voorkomen van vestiging door oeverzwaluw door geen steile hellingen met zand te creëren en langer dan 48 uur onbeheerd achter te laten.

Algemene (broed)vogels In en rondom het plangebied zijn tijdens het veldbezoek algemene soorten waargenomen als merel, koolmees en roodborst. Op basis van de gegevens van de NDFF komen in de omgeving ook verschillende weidevogels voor waaronder grutto, kievit en patrijs. Ook staan in de NDFF waarnemingen geregistreerd van in riet en ruigte begroeiing broedende vogels waaronder nachtegaal, grote karekiet, kleine karekiet, rietgors en rietzanger. Alle vogels zijn tijdens het broeden beschermd en nesten van broedende vogels mogen niet vernietigd, verwijderd of beschadigd worden. Vanwege de aanwezigheid van (kwetsbare) weidevogels en in riet en ruigte broedende vogels wordt sterk aanbevolen om werkzaamheden aan het groen ruim buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien werkzaamheden in het groen (inclusief weiland) uitgevoerd worden in de periode maart-juli is ecologische begeleiding en controle noodzakelijk om doden, verwonden en/of verstoren van broedende (weide) vogels te voorkomen. Het broedseizoen is variabel, maar doorgaans in de periode april tot en met juli. Weidevogels als kievit broeden doorgaans iets vroeger in het seizoen (vanaf maart). Ook vogels die buiten de periode broeden zijn beschermd en mogen niet verjaagd of verwijderd worden.

5.3.4 Grondgebonden zoogdieren Binnen een straal van 1,5 km van het plangebied zijn waarnemingen geregistreerd in de NDFF van onder andere wezel, hermelijn, bunzing, haas en egel (zie tabel 5.3). Beide percelen (of aanliggend grond) zijn vanwege aanwezige ruigte en rietbegroeiing aantrekkelijk voor deze soorten. Tijdens het veldbezoek is haas waargenomen in het perceel aan de Achterweg. Op deze locatie zijn tevens sporen van een leger van haas aangetroffen (zie afbeelding 5.1). Tijdens de veldbezoeken is gezocht naar konijnenholen waar konijn of marters in kunnen huisvesten. Deze zijn niet gevonden. Naast de benoemde soorten maken waarschijnlijk ook andere grondgebonden zoogdieren gebruik van de percelen, waaronder diverse muizensoorten, vos wel gebruik van het plangebied. Voor deze soorten is de algemene vrijstelling van kracht. Dat houdt in dat voor deze soorten de algemene zorgplicht van toepassing is (zie §7.3).

14 1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

Afbeelding 5.1: Sporen van grondgebonden zoogdieren op het perceel aan de Achterweg. Rechts een ondiep hol (loopt niet door), mogelijk gegraven door een hond. Rechts een mogelijk leger van een haas.

5.3.5 Vleermuizen In de NDFF zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen geregistreerd van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis en rosse vleermuis (zie tabel 5.2). Mogelijk zijn ook andere vleermuissoorten aanwezig in de omgeving van het plangebied, zoals de meervleermuis. Verblijfplaatsen Binnen het plangebied zijn geen gebouwen of bomen aanwezig die potentieel geschikt zijn voor verblijfplaatsen van vleermuizen. De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen is hiermee uitgesloten. Foerageergebied en vliegroutes Beide percelen zijn vanwege de aanwezigheid van ruigte/ kruidenrijke begroeiing en de omliggende slootjes potentieel geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. In of langs de percelen zijn geen opgaande lijnvormige structuren als bomen aanwezig. De sloten zijn smal en onderdeel van een uitgebreid netwerk van slootjes in de omliggende landerijen. Op basis van het karakter van het plangebied (twee percelen) en de omliggende landerijen wordt aanwezigheid van essentieel foerageergebied of vliegroute uitgesloten.

5.3.6 Amfibieën en reptielen Binnen een straal van 2 km van de percelen is de strikt beschermde rugstreeppad aanwezig (zie tabel 5.2). De sloten rond de percelen zijn aantrekkelijk als voortplantingslocatie voor de rugstreeppad (zie afbeelding 5.2). De percelen zijn, vanwege de ruigte begroeiing en aanwezige schuilplekken, tevens geschikt als overwinterlocatie. Vanwege de potentie van het plangebied zijn de waarnemingen van (beschermde) amfibieën in de NDFF in de gemeente Noordwijk van de afgelopen vijf jaar nagegaan. Waarnemingen van overige soorten als meerkikker en poelkikker zijn in de omgeving van het plangebied niet bekend.

15 1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

Het habitat is voor de meerkikker minder aantrekkelijk. De meerkikker heeft een voorkeur voor omvangrijk of groot complex aan wateren met een rijke oever begroeiing. De smalle slootjes rondom de percelen voldoen niet aan deze habitatkenmerken. Ook voor de poelkikker is het habitat niet optimaal. De poelkikker heeft voorkeur voor zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden. Het landelijke, agrarische landschap van Noordwijk komt niet overeen met deze kenmerken. Op basis van het habitat en data uit de NDFF wordt aanwezigheid van poel- en meerkikker uitgesloten. Op basis van het ontbreken van geschikt habitat wordt aanwezigheid van overige beschermde soorten als kamsalamander, zandhagedis en ringslang uitgesloten.

Afbeelding 5.2: Sloten rondom het perceel aan de Achterweg (links) en Herenweg (recht)

5.3.8 Vissen In de sloten rondom de percelen kunnen algemene vissoorten voorkomen. De kleine sloten zijn niet geschikt voor beschermde soorten als de grote modderkruiper. Hiervoor is de bodemlaag te hard en is er een te beperkte plantengroei in de sloten.

5.3.9 Overige beschermde soorten In de omgeving van het plangebied komt de platte schijfhoren voor. De platte schijfhoren is een kleine waterslak van 0,8 tot 6 mm groot. De platte schijfhoren komt voor in zoete, heldere en schone wateren met een rijke begroeiing. De platte schijfhoren komt met name voor in draadalg-vegetaties, maar ook in vegetaties met krabbescheer, lisdodde en vergelijkbare oeverplanten. De platte schijfhoren komt niet voor in verontreinigde of brak water13. De begroeiing in en langs de sloten is beperkt. Her en der staan wat plukjes (jong) riet, waterplanten en kroossoorten maar het overgrote deel van de slootjes is onbegroeid. Vanwege de afwezigheid van een rijke begroeiing in de sloten wordt aanwezigheid van de platte schijfhoren uitgesloten.

13

https://www.anemoon.org/flora-en-fauna/soorteninformatie/soorten/id/826/platte-schijfhoren 16

1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

Van de ongewervelden zijn naast vlinders en libellen, enkele kevers (vliegend hert, brede geelrandwaterroofkever, gestreepte waterroofkever, heldenbok, juchtleerkever, vermiljoenkever), weekdieren (Bataafse stroommossel) en een kreeftachtige (rivierkreeft), beschermd door de Wet natuurbescherming. Binnen het plangebied is geen geschikt habitat aanwezig voor deze soorten. De aanwezigheid van deze soorten is uitgesloten.

17 1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

Effectbeoordeling en toetsing In dit hoofdstuk worden eventuele effecten van de geplande werkzaamheden op aanwezige natuurwaarden uitgewerkt. Daarnaast wordt antwoord gegeven op de vraag of, en zo ja, in welke mate, beschermde gebieden en beschermde plant- en diersoorten, beschermd door de Wet natuurbescherming, door de beoogde activiteiten kunnen worden geschaad. Indien er schade op kan treden, dan wordt aangegeven of hiervoor aanvullende maatregelen en/of een ontheffing noodzakelijk is/zijn.

6.1 Gebiedsbescherming en gemeentelijk beleid Het plangebied is gelegen op 1,1 km afstand van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Coepelduynen. De uitvoer van werkzaamheden en nieuwe situatie in de plangebieden kan tot een wijziging leiden van de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied. Om te bepalen of de geplande activiteiten een effect hebben op de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied, in zowel de aanlegfase als de nieuwe situatie, is het uitvoeren van een Aerius-berekening noodzakelijk14. Vanwege de afstand tot Natura 2000-gebieden en de NNN zijn (overige) negatieve effecten van de geplande werkzaamheden op Natura 2000 of het NNN uitgesloten.

6.2 Soortbescherming Op basis van het uitgevoerde onderzoek, de verspreidingsgegevens en vanwege het ontbreken van geschikt habitat kan aanwezigheid van beschermd leefgebied en vaste rust- en verblijfplaatsen van de volgende soortgroepen in plangebied uitgesloten worden: − Vaatplanten, − Vogels met jaarrond beschermde rust- en/of verblijfplaatsen, − Vleermuizen, − Grondgebonden zoogdieren, − Reptielen, − Vissen, − Ongewervelden. Negatieve effecten van de geplande ingrepen op deze soorten in het plangebied zijn uitgesloten. Voor deze soorten zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Wel is de algemene zorgplicht te allen tijde van kracht.

6.2.1 Amfibieën Op basis van de quickscan flora en fauna kan aanwezigheid van voortplantingswateren en overwinterlocaties van de rugstreeppad niet uitgesloten worden. Door de geplande werkzaamheden kan, indien aanwezig, zowel voortplantingswater als overwinterhabitat van de rugstreeppad verloren gaan. Ook kunnen aanwezige individuen verstoord, verwond en gedood worden door de geplande werkzaamheden. Rugstreeppadden en hun leefgebieden zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Nader onderzoek naar aanwezigheid van rugstreeppadden en hun leefgebied in het plangebied is noodzakelijk.

14

https://calculator.aerius.nl/ 18

1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

6.2.2 Vogels Vogels van categorie 5 en algemene broedvogels Nesten van categorie 5-soorten zijn jaarrond beschermd wanneer specifieke ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit is bijvoorbeeld het geval als alle nestgelegenheid verdwijnt door werkzaamheden of volledig foerageergebied verdwijnt, zonder dat er alternatieven zijn. Hier is in het plangebied geen sprake van. Nesten van alle vogels zijn beschermd tijdens het broeden en mogen tijdens de broedperiode niet worden beschadigd of verwijderd. Het broedseizoen duurt grofweg van maart tot en met augustus. Indien een nest wordt aangetroffen, zowel op de grond als in struiken of bomen, mogen deze door de beschermde status tijdens de broedperiode niet worden beschadigd of verwijderd.

6.2.3 Grondgebonden zoogdieren (haas) Op basis van het uitgevoerde veldbezoek is vastgesteld dat grondgebonden zoogdieren als haas gebruik maken van de percelen. Tijdens het veldbezoek is haas fysiek waargenomen in het perceel aan de Achterweg. Op deze locatie zijn sporen van een leger van haas aangetroffen. Haas staat in Zuid-Holland op de lijst vrijgestelde soorten. Voor verstoring van deze soorten en vernielen of beschadigen van leefgebied is geen ontheffing in het kader van de Wnb noodzakelijk. Wel is de zorgplicht van toepassing (zie §7.3). Aanbevolen wordt om bij werkzaamheden met groot materieel in de periode maart-september, voorafgaand aan de werkzaamheden, de percelen te schouwen op aanwezigheid van een leger met jonge hazen. Bij gevaar vluchten jonge hazen niet weg, maar houden zich stil en verborgen in hun leger. De locaties van leger wisselen met regelmaat. Als gevolg lopen jonge hazen een groot risico op gedood worden door werktuigen.

6.3 Overzicht vervolgstappen Op basis van de quickscan flora en fauna zijn de volgende vervolgstappen noodzakelijk: − Onderzoek naar het gebruik van de percelen door rugstreeppad is noodzakelijk. − Verdere vervolgonderzoeken zijn niet noodzakelijk. − Bij de planning van de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedende vogels, met name langs de oever van de watergang. Aanbevolen wordt om de (start van de) werkzaamheden buiten het broedseizoen in de plannen. − De zorgplicht is te allen tijde van kracht (zie §7.3). Aanbevolen wordt om extra aandacht te besteden aan aanwezigheid van (jonge) hazen.

6.3.3. Onderzoek rugstreeppad Voor het inventariseren van voortplantingswateren van rugstreeppadden is het luisteren naar kooractiviteiten het meest gebruikelijk. De meeste kooractiviteiten vinden op avonden in de tweede helft van april en in mei plaats. Er moet op minimaal twee avonden in deze periode geluisterd worden naar kooractiviteit. Het luisteren naar kooractiviteiten moet gebeuren bij geschikte weersomstandigheden. Geschikte weersomstandigheden zijn relatief warme, windstille avonden en nachten, vaak na zware regenval. Bij voorkeur vinden deze rondes gespreid in deze periode plaats: een keer aan het begin en een keer laat in deze periode plaats. Om aanwezigheid uit te sluiten moet in juni-juli nogmaals bij geschikte omstandigheden geluisterd worden.

19 1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

Tabel 6.1: Verplichte onderzoeksperiodes rugstreeppad.

jan

feb

mrt

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

Rugstreeppad

6.3.2 Ontheffing aanvragen Als in het plangebied beschermde functies aangetroffen worden of negatieve effecten als gevolg van de geplande activiteiten op de betreffende soorten niet uitgesloten kan worden is het noodzakelijk een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen. Deze ontheffing moet aangevraagd worden bij Omgevingsdienst Haaglanden (ODH). De ontheffing moet verleend zijn voor de werkzaamheden van start kunnen gaan. Meestal moeten voor het verkrijgen van een ontheffing maatregelen genomen worden om negatieve effecten op de soorten en functies zoveel mogelijk te voorkomen of te verminderen. Deze maatregelen hebben betrekking op onder andere het bieden van tijdelijke alternatieven tijdens de uitvoering, aanpassing van planning, werkwijze bij uitvoer en het bieden van nieuw leefgebied in de nieuwe situatie. Hierbij kan een gewenningsperiode van toepassing zijn. Een ontheffingsprocedure duurt circa 26 weken.

20 1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

Conclusies en aanbevelingen In opdracht van Riezen & Partners heeft By Nature advies een quickscan flora en fauna uitgevoerd voor het plangebied Achterweg en Herenweg te Noordwijk. De aanleiding van de quickscan betreft een geplande bestemmingsplanwijziging voor beide percelen. De quickscan flora en fauna is een oriënterend veld- en literatuuronderzoek met als doel te inventariseren of de voorgenomen ontwikkelingen, activiteiten of werkzaamheden kunnen leiden tot: − Een mogelijke overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbeschermingsoortbescherming (Wnb). − Een negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden (Wnbgebiedsbescherming). − Een negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). − Een negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal of regionaal niveau.

7.1 Gebiedsbescherming en gemeentelijk beleid Op grond van dit onderzoek zijn: − Op 1,1 km afstand is het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Coepelduynen gelegen. Effecten door de werkzaamheden op de stikstofdepositie in dit gebied zijn niet op voorhand uit te sluiten. Om te bepalen of de geplande activiteit een effect heeft op de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied is het uitvoeren van een Aerius-berekening noodzakelijk. − Overige negatieve effecten door de geplande werkzaamheden op Natura 2000, het NNN en gemeentelijk beschermde groenstructuren zijn uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

7.2 Soortbescherming Op grond van dit onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: − Op basis van de quickscan flora en fauna kan aanwezigheid van voortplantingswateren en overwinterlocaties van de rugstreeppad niet uitgesloten worden. Nader onderzoek is noodzakelijk. − Negatieve effecten op beschermde soorten worden op basis van verspreidingsgegevens, ontbreken geschikt habitat en/of ligging plangebied uitgesloten. − Vervolgstappen zijn niet aan de orde. Wel is de algemene zorgplicht te allen tijde van toepassing. Zie Tabel 7.1 en §7.3 voor een overzicht van de benodigde vervolgstappen. Tabel 7.1: benodigde vervolgstappen Wet natuurbescherming Onderwerp Potentie Stikstof Stikstof gevoelig depositie habitat Rugstreeppad Overwintering en voortplanting Grondgebonden Leefgebied van zoogdieren o.a. haas

Broedvogels

Broedlocaties

Locatie N2000-gebied Coepelduynen Op percelen en omliggende sloten

Vervolgstappen Uitvoeren Aerius berekening

Percelen

Algemene zorgplicht (zie §7.3). Voorafgaand werkzaamheden met groot materiaal in de periode maartseptember een schouw uitvoeren. Verwijderen groen buiten broedperiode. Broedperiode: maart t/m augustus (zie §7.3).

Langs de watergangen, in ruigte en heg nabij plangebied 21

1

Nader onderzoek aanwezigheid functies rugstreeppad

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

7.3 Overige aanbevelingen en verplichtingen 7.3.1 Broedvogels Alle in Nederland broedende vogels zijn strikt beschermd. In gebruik zijnde nesten van vogels mogen niet opzettelijk beschadigd, verwijderd of vernield worden. De meeste vogels broeden in de periode maart tot en met juli (globaal 15 maart t/m 15 juli). Maar ook de nesten van broedende vogels buiten deze periode zijn beschermd. Indien de werkzaamheden in de periode maart t/m augustus worden uitgevoerd, dient de aanwezigheid van vogelnesten voorafgaand aan de werkzaamheden gecontroleerd te worden. Indien vogelnesten aangetroffen worden, dienen de werkzaamheden nabij het nest uitgesteld te worden totdat de jongen uitgevlogen zijn of dient (onder begeleiding van een ecoloog) een verstoringsvrije zone rond het nest opgesteld te worden.

7.3.2 Zorgplicht Het plangebied en omgeving is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt als haas, vos, egel en (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt ten alle tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden Aanbevolen wordt om bij werkzaamheden met groot materieel in de periode maart-september, voorafgaand aan de werkzaamheden, de percelen te schouwen op aanwezigheid van een leger met jonge hazen.

7.3.3 Geldigheid Afhankelijk van de tijd tussen dit onderliggende onderzoek en de werkzaamheden, kan een actualiserend of aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn. De conclusies van dit onderzoek zijn 3 jaar geldig.

22 1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

Geraadpleegde bronnen Kaartmateriaal − Open streetmap: http://www.openstreetmap.org/?lat=52.01465&lon=5.10685&zoom=15&layers=M − Google maps: https://maps.google.nl/ Verspreidingsbronnen en internet: − www.vogelbescherming.nl − www.ravon.nl − www.sovon.nl − www.zoogdiervereniging.nl − www.verspreidingsatlas.nl − mijn.rvo.nl/ecologisch-deskundige − NDFF: Nationale Databank Flora en Fauna: https://www.ndff-ecogrid.nl/ Foto materiaal: − B. Lekkerkerk namens By Nature advies

23 1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

Bijlage 1: Foto-impressie van de percelen Foto impressie perceel aan de Achterweg 7

24 1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

Foto impressie perceel aan de Herenweg 151

25 1

Rapport 2306-01v0.1 14-03-2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=1cf5248e-3a84-4efd-a573-7153c8d01b3a