Bijlage Vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit bestemmingsplan Bronsgeest 2021
Tekst van het document
Datum: 10 februari 2022
Ons kenmerk: D2022-015034 Zaaknummer D2022-000934
Wet milieubeheer Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 te Noordwijk Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling (art. 7.19 Wet milieubeheer)
Inleiding Ten oosten van Noordwijk-Binnen ligt het agrarische gebied ‘Bronsgeest’, één van de gebieden binnen Noordwijk die lange tijd is aangemerkt als woningbouwlocatie. In 2018 heeft de gemeente een voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd waarin uit was gegaan van de transformatie van een groot deel van het plangebied Bronsgeest tot een woongebied met maximaal 600 nieuwe woningen. Vanwege gewijzigde inzichten is er geen politiek draagvlak meer voor het bijna volledig bebouwen van het plangebied en zijn de verdere werkzaamheden aan het bestemmingsplan voor maximaal 600 woningen beëindigd. Als gevolg van de besluitvorming in de gemeenteraad op 24 september 2019 is er wel een nieuw bestemmingsplan nodig voor het bebouwen van een gedeelte van Bronsgeest, namelijk het noordwestelijke deel van Bronsgeest, aan de zijde van de Gooweg. Hier wordt vooralsnog uitgegaan van een woonwijk van maximaal 350 woningen. De bedoeling is om de resterende woningen van de oorspronkelijke 600 woningen elders binnen Noordwijk te realiseren. Omdat de herontwikkeling niet past in het geldende bestemmingsplan heeft de gemeente een nieuw ontwikkelingsgericht bestemmingsplan voor Bronsgeest opgesteld waarin ruimte wordt geboden aan de gewenste herontwikkeling van het gebied.
Op grond van artikel 7.19, lid 1 Wet milieubeheer dient -in het geval dat het bevoegd gezag eveneens degene is die een activiteit, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, wil ondernemenhet bevoegd gezag in een zo vroeg mogelijk stadium voor de voorbereiding van het besluit dat krachtens het vierde lid van dat artikel is aangewezen, een beslissing te nemen omtrent de vraag of vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Artikel 7.17, tweede tot en met vierde lid, is overeenkomstig van toepassing. Hierbij wordt opgemerkt dat lid 2 van dit artikel aangeeft dat onder een zo vroeg mogelijk stadium moet worden verstaan het stadium voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Deze beslissing is echter niet genomen voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State met betrekking tot moment van het nemen van een (vormvrij) m.e.r. beoordelingsbesluit tot op heden soepel is geweest. Dit betekent dat deze (vorm) fout is te repareren door nu, voorafgaand aan de vaststelling van het definitieve bestemmingsplan, alsnog deze beslissing te nemen.
(Vormvrije) m.e.r.-beoordeling Het plan betreft het mogelijk maken van maximaal 350 woningen op gronden die momenteel grotendeels in gebruik zijn als bollengrond. Het plan, maximaal 350 woningen, is een ontwikkeling zoals bedoeld onder D 11.2 (stedelijk ontwikkelingsproject) uit onderdeel D van de bijlage behorende bij het Besluit m.e.r. In het kader van het bestemmingsplanproces is een (vormvrije) m.e.r.beoordeling uitgevoerd. Deze m.e.r.-beoordeling is verwoord in paragraaf 4.1 van de plantoelichting. Hoewel de m.e.r.-beoordeling vormvrij is, blijkt dat deze beoordeling niet helemaal is uitgevoerd 1
volgens de selectiecriteria uit artikel 4, lid 3 van bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU). Voor de m.e.r.-beoordeling (aan de hand van de eerdergenoemde selectiecriteria) en het opstellen van dit besluit is daarom gebruik gemaakt van de volgende documenten: ▪ Plantoelichting bestemmingsplan Bronsgeest 2021, opgesteld door Van Riezen & Partners, documentdatum 4 februari 2021, NL.IMRO.0575.BPBronsgeest2021-VA01 ▪ Verbeelding Bestemmingsplan Bronsgeest 2021, d.d. 5 mei 2021 ▪ Bijlage 1: Verkeersonderzoek ontwikkeling Bronsgeest, opgesteld door Goudappel Coffeng, d.d. 10 maart 2021, kenmerk 0069909.20210310.N1.03 ▪ Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, opgesteld door Cauberg Huygen, d.d. 27 januari 2022, referentie 07572-54468-03 ▪ Bijlage 3: Rapportage inzake ruimtelijke afstanden Bestemmingsplan ‘Bronsgeest 2021’ (status definitief), opgesteld door Adromi Groep, d.d. 27 mei 2021, projectnummer wil/R202138/2101d ▪ Bijlage 4: Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend bodemonderzoek Bronsgeest te Noordwijk, opgesteld door IDDS, d.d. 29 november 2018, 1808L746/BNO/rap1 ▪ Bijlage 5: Milieuhygiënisch vooronderzoek Bronsgeest Noordwijk, opgesteld door IDDS, d.d. 19 maart 2021, 2009P102/SWl/rap1 ▪ Bijlage 6: Waterbodemonderzoek inclusief milieuhygiënisch vooronderzoek Bronsgeest Noordwijk, opgesteld door IDDS, d.d.
18 maart 2021, kenmerk 2009P102/SWI/rap2 ▪ Bijlage 7: Onderzoek externe veiligheid / Bronsgeest te Noordwijk (versie 2), opgesteld door AVIV, d.d. 11 maart 2021, project 204191 ▪ Bijlage 8: Adviesbrief Voorontwerpbestemmingsplan Bronsgeest Noordwijk, opgesteld door Veiligheidsregio Hollands Midden, d.d. 7 april 2021, kenmerk 2021-002719, briefkenmerk D202103-003633 ▪ Bijlage 9: Quick scan ecologie Bronsgeest te Noordwijk (status concept), opgesteld door Els & Linde, d.d. 7 april 2021 aangevuld 30 januari 2022, projectnummer 20.188 ▪ Bijlage 10: Afdoend onderzoek Bronsgeest te Noordwijk, opgesteld door Els & Linde (status concept), d.d. 23 december 2021, projectnummer 21.223 ▪ Bijlage 11: Notitie Bestemmingsplan Bronsgeest Onderzoek stikstofdepositie gebruiksfase, opgesteld door Cauberg Huygen, d.d. 24 januari 2022, referentie 06647-53019-03 1. Kenmerken van het project Het plangebied is opgedeeld in verschillende zones van west naar oost: ▪ Een nieuw woongebied voor maximaal 350 woningen (waarvan minimaal 30% sociale huurwoningen, minimaal 15% middeldure huurwoningen en minimaal 25% middeldure koopwoningen) tussen de bestaande woningen aan de Gooweg en de Nieuwe Vaart ▪ Een bollenteeltzone tussen de Nieuwe Vaart en de N206 Met deze indeling is het nieuwe woongebied beperkt tot de zone tussen de Gooweg en de Nieuwe Vaart.
Hiervoor is bewust gekozen omdat het zicht op de dorpsrand van Noordwijk (gezien vanaf de N206) sinds de realisatie van woningbouw in Offem- Zuid en Boechorst is veranderd. Dit biedt kansen om een nieuwe identiteit van Noordwijk te presenteren, namelijk dat de dorpsrand van Noordwijk tevoorschijn komt uit de bosrand. Om deze dorpsrand en identiteit te ervaren is het daarbij essentieel dat de bebouwing van Noordwijk op voldoende afstand komt te liggen van de N206. Met de keuze om het nieuwe woongebied te beperken tussen de Gooweg en de Nieuwe Vaart, wordt voldaan aan deze nieuwe identiteit. De bollenteeltzone tussen de N206 en de Nieuwe Vaart zorgt er dan ook voor dat de eerste indruk van Noordwijk - ruimte, groen, samenhang, geborgenheid en respect voor het landschap – wordt gewaarborgd. De overgang tussen de bollenvelden en het toekomstige woongebied wordt vormgegeven door een watergang en een bosrand. 2
De primaire ontsluiting van de nieuwe woonwijk voor gemotoriseerd verkeer, zal plaatsvinden via een vierde tak aan de bestaande rotonde Van Berckelweg-Overbeek. Een aanvullende secundaire ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer is niet noodzakelijk. Wel wordt in de verdere planvorming rekening gehouden met een langzame ontsluitingsweg (fietspad langs de voormalige Zilveren Kruislocatie) die ook kan worden gebruikt bij calamiteiten. Daarnaast zal bij verdere planvorming rekening worden gehouden met een ontsluiting die bij calamiteiten of wegwerkzaamheden een alternatieve route biedt om de woonwijk te bereiken, bijvoorbeeld vanaf de Gooweg nabij de watergang naast het sportcomplex van de Noordwijkse IJsclub Gevers (NIJC Gevers). De nieuwe wijk Bronsgeest is gepland tussen het landgoed Offem (ten zuiden van de woonwijk Boechorst) en het landgoed Klein Leeuwenhorst ten noorden van NIJC Gevers. Vanwege de ligging tussen twee landgoederen, die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland, ligt binnen het plangebied een strook die op grond van de Omgevingsverordening Zuid-Holland is aangewezen als NNN- verbindingszone. Deze zone wordt in verdere planvorming ingericht als een (droge) ecologische verbindingszone die parallel aan de Gooweg ligt. De ecologische verbindingszone heeft een breedte van gemiddeld 25 meter.
Aan de oostkant van deze verbindingszone, komt als onderdeel van het toekomstige woongebied een parkachtige zone met een breedte van circa 25 meter. Deze parkachtige zone dient ter versterking van de ecologische verbindingszone. De ecologische verbindingszone sluit aan op de (eco)duiker onder de Van Berckelweg door en de ecologische verbindingszone die is aangelegd in de woonwijk Boechorst. Naast deze verbindingszone is er in het plan ook rekening gehouden met een (natte) ecologische verbindingszone langs de Nieuwe Vaart. De ecologische verbindingszone zal hier voornamelijk bestaan uit ecologische oevers. 2. Plaats van het project. Het plangebied Bronsgeest ligt aan de oostkant van de kern Noordwijk Binnen en is gelegen tussen de oude gemeentegrens van Noordwijk en Noordwijkerhout in het noorden, de provinciale weg N206 in het oosten, de provinciale weg N444/Van Berckelweg in het zuiden en de Gooweg in het westen. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 47 hectare waarvan circa 9 hectare een nieuwe woonbestemming krijgt ten behoeve van de bouw van maximaal 350 woningen. Het plangebied bestaat nu nog voor het grootste deel uit eersteklas bollengrond met aan de zijde van de Gooweg naar voren springende en terugwijkende bosranden, de zogenaamde ‘boskamers’.
Deze bosranden vormen de grens van de ruime woonpercelen langs de Gooweg maar ook van, het tussen de woningen aan de Gooweg en het landgoed Klein Leeuwenhorst ingelegen, het sportcomplex van NIJC Gevers. Midden door het gebied van de bollengrond loopt een belangrijke afwateringssloot, de Nieuwe Vaart, die afwatert op de Schie. De Nieuwe Vaart is via een brug in de Van Berckelweg verbonden met de woonwijk Boechorst. Meer noordwaarts bevindt zich ook een (eco)duiker. De (eco)duiker is in gebruik als faunapassage. Verder is de Nieuwe vaart sinds enige jaren via een watergang en een duiker onder de Gooweg door verbonden met de watergangen in de woonwijk Boerenburg. Naast de watersituatie in Bronsgeest is daardoor de waterkwaliteit van de watergangen in de wijk Boerenburg aanzienlijk verbeterd. Parallel aan de N206 loopt de Bronsgeesterweg, een oude ontsluitingsroute voor de agrariërs in de omgeving. De Bronsgeesterweg heeft op lokaal niveau een cultuurhistorische waarde vanwege de hogere ligging van de weg ten opzichte van het omliggende gebied. Op de bollengronden binnen het plangebied bevinden zich geen gebouwen, met uitzondering van 3 percelen langs de Bronsgeesterweg. Het gaat om een woning op nummer 18, een agrarisch perceel met woning op nummer 20 en een perceel met een paardenstal op nummer 26.
3
Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt op circa 1,4 km van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid en op circa 1,6 km van (een uitloper van) het Natura 2000-gebied Coepelduynen. Alle andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand. Binnen het plangebied liggen onderdelen van het Natuurwerk Nederland (NNN) die zijn beschermd op grond van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Bij de planontwikkeling is hiermee rekening gehouden. Binnen het plangebied zijn verder geen beschermde natuurgebieden (bijvoorbeeld gebieden die zijn aangewezen als provinciale belangrijk weidevogelgebied) aanwezig. Ook zijn er geen karakteristieke landschapselementen aanwezig die zijn beschermd op grond van het provinciaal natuurbeleid. 3. Kenmerken van het potentiële effect Voor de beoordeling van dit selectiecriterium is gebruik gemaakt van de gebieds- en milieuonderzoeken die uit zijn uitgevoerd ten behoeve van het gehele plan. Met behulp van de gebieds- en milieuonderzoeken, is een effectbeoordeling uitgevoerd van de mogelijk te verwachten effecten van het plan op onder andere de aspecten archeologie, bodem, geluid, geur, stikstof en beschermde soorten. Hieruit volgt dat er geen belangrijk negatieve gevolgen voor het milieu zijn te verwachten voor het plan Bronsgeest.
Bijzondere aandacht is er wel voor het aspect stikstof vanwege de ligging van 2 Natura 2000-gebieden op relatief korte afstand van het plangebied. Stikstof Door de Omgevingsdienst zijn, ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan, opmerkingen geplaatst bij onderdelen van een eerdere versie van het stikstofonderzoek en de bijbehorende AERIUS-verschilberekening. De opmerkingen hadden onder meer betrekking op de ammoniakemissie in de referentiesituatie en de onduidelijkheid over de wijze waarop de lijnbronnen verkeer van de toekomstige gebruiksfase waren gemodelleerd. Vanwege de nieuwe release van AERIUS Calculator op 20 januari 2022, is er een nieuw stikstofonderzoek opgesteld en is een nieuwe AERIUSverschilberekening uitgevoerd met AERIUS, versie 2021.0.2. Dit stikstofonderzoek is als bijlage 11 aan de plantoelichting gevoegd. De eerdere opmerkingen op het stikstofonderzoek zijn, volgens de Omgevingsdienst, echter nog onvoldoende uitgewerkt. Gezien de belangstelling van het aspect stikstof sinds 29 mei 2019, waarbij dit aspect met regelmaat wordt aangehaald in juridische procedures is het van belang om dit aspect correct en kritisch te beoordelen. Ten behoeve van het m.e.r.-beoordelingsbesluit zijn de uitgangspunten voor het stikstofonderzoek nader beoordeeld.
Ammoniakemissie referentiesituatie Na contact met Cauberg Huygen, het opvragen van informatie inzake bemesting van bollengrond bij een bollenteler en het doorlezen van diverse rapporten12345, kan worden geconcludeerd dat voor wat betreft de referentiesituatie met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is gerekend met een te lage ammoniakemissie als gevolg van het gebruik van de gronden in Bronsgeest voor bollenteelt.
1 Stap 2 van ‘Hoeveel mest gebruiken, hoe rekent u dat uit’ https://www.rvo.nl/sites/default/files/2019/11/Hoeveel%
20mest%20uitrijden%20hoe%20rekent%20u%20dat%20uit%2028-11-19%20v1.pdf 2 Brochure Bodem en bemesting in de bollenteelt https://www.louisbolk.institute/downloads/2094.pdf 3 stikstofgebruiksnormen augustus 2019 https://www.rvo.nl/sites/default/files/2018/03/Tabel-1-Stikstofgebruiksnormen2018.pdf 4 Rekenregels van de Kringloopwijzer 2019 https://edepot.wur.nl/512610 5 Ruimtelijke allocatie van mesttoediening en ammoniakemissie https://edepot.wur.nl/474513
4
Van de circa 9 hectare met de nieuwe woonbestemming en de 0,8 hectare grond met de bestemming Natuur – 1 (de NNN- ecologische verbindingszone), werd in 2021 volgens de BRP gewaspercelenkaart van het Ministerie van Economische Zaken6, circa 6 hectare gebruikt voor de teelt van gewassen (hyacint, lelie & overige bloemkwekerijgewassen). Dit is minder dan de 8,3 hectare waar in het stikstofonderzoek vanuit is gegaan. Echter, in het stikstofonderzoek is uitgegaan bemesting met drijfmest die met behulp van mestinjectie wordt uitgereden. Deze wijze van bemesting levert een lage ammoniakemissie op. De bollengronden in de Bollenstreek worden echter op een andere wijze bemest dan waar in het stikstofonderzoek vanuit is gegaan: in de Bollenstreek het gebruikelijk de bollenpercelen te bemesten met vaste dierlijke mest (door middel van onderwerken), kunstmest en/of compost. Wanneer van deze nieuwe gegevens uit wordt gegaan en de ammoniakemissie opnieuw wordt berekend volgens de methode in tabel 2.2 van het stikstofonderzoek, levert dit een ammoniakemissie op die hoger is dan waar in het onderzoek van is uitgegaan. Met andere woorden de uitgangspunten van de referentiesituatie in het stikstofonderzoek is een worst-case-benadering. Verkeersafwikkeling gebruiksfase Een ander punt betreft de lengte van de lijnbronnen verkeer in de gebruiksfase van het plan Bronsgeest.
In de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021 (BIJ12, versie 1, januari 2022 https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2022/01/Instructie-gegevensinvoer-voor-AERIUSCalculator-2021.pdf) is in paragraaf 2.5.2 het volgende aangegeven Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Gelet op het voorgaande, hanteert de Omgevingsdienst een percentage van lager dan 5% om te beoordelen tot waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Het stikstofonderzoek van Cauberg Huygen gaat echter uit van 7,2%. Dit houdt in dat de lijnbron verkeer die gehanteerd is in het stikstofonderzoek te kort is gemodelleerd en dat aan de berekening extra lijnbronnen verkeer zouden moeten worden toegevoegd.
Vanaf de rotonde in de Van Berckelweg (rotonde Van Berckelweg – Overbeek) kan het verkeer verdeeld worden over twee rijlijnen: 1) richting N206 en 2) richting de Gooweg. Bij de rotonde bij de N206 en vanaf de kruising Gooweg – Van Berckelweg wordt het verkeer opgenomen in het verkeersbeeld. Het toevoegen van 2 extra lijnbronnen verkeer zal voor de gebruiksfase een iets hogere depositie geven dan waar nu in het stikstofonderzoek vanuit is gegaan. Conclusie stikstof Weliswaar zal de toekomstige gebruiksfase een hogere depositie geven dan aangegeven in het stikstofonderzoek, desondanks kan worden gesteld dat in de huidige legale situatie (de referentiesituatie) de ammoniakemissie hoger is dan waar in het stikstofonderzoek vanuit is gegaan. Dit houdt in dat de afname van de stikstofdepositie als gevolg van het plan (de bemesting van de
6 https://www.atlasleefomgeving.nl/gewaspercelen-brp
5
bollenpercelen wordt dan opgeheven) groter is dan nu in het stikstofonderzoek is berekend. Het aspect stikstof levert daarom ook geen belangrijk nadelig gevolg op voor het milieu.
Conclusie Op basis van de bovenstaande redenatie kan, ook voor het aspect stikstofdepositie, uitgesloten worden dat het plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Er is daarom geen aanleiding om een milieueffectrapport op te stellen.
Besluit Wij besluiten: I.
op grond van artikel 7.19 eerste lid, van de Wet milieubeheer dat geen milieueffectrapportage hoeft te worden opgesteld voor het bestemmingsplan Bronsgeest 2021 te Noordwijk, omdat het plan niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, zoals bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage.
Ondertekening Burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk namens dezen,
De heer R. Heemskerk Portefeuillemanager Omgevingsadvies
6