Bijlage Verordening Jeugdhulp 2022
Tekst van het document
Raadsbesluit De raad van de gemeente Noordwijk, gelezen het voorstel van het college van 18 januari 2022, gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, lid 3, van de Jeugdwet en het Programmaplan Jeugdhulpaanbod vanaf 2021 van de Duin- en Bollenstreek, dat op 18 februari 2020 door uw raad is vastgesteld; overwegende dat de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd, waarbij het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt, BESLUIT: Vast te stellen de:
Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2022 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepaling In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt (mede) verstaan onder: a.
b.
c. d. e.
f.
g.
h.
i.
Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten passend binnen de Jeugdwet dat zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers toegankelijk is; Budgetplan: het budgetplan is een verplicht onderdeel van het gezinsplan bij de aanvraag van een persoonsgebonden budget (PGB). Hierin beschrijft de zorgvrager de persoonlijke, specifieke, persoonsgebonden jeugdhulp die beoogd wordt. De kosten van deze jeugdhulp moeten inzichtelijk zijn in het budgetplan; College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk; Gezinsplan: familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; Individuele jeugdhulpvoorziening: een specialistische jeugdhulpvoorziening die door het college wordt toegekend en verstrekt aan de in de gemeente Noordwijk woonachtige jeugdige en/of ouder na een toegangsbeoordeling.
Een individuele jeugdhulpvoorziening kan in natura of als persoonsgebonden budget (PGB) worden verstrekt; Jeugdhulp op school: Jeugdhulp op school betreft een aanbod van jeugdhulp aan leerlingen door een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder die aan de gestelde eisen voldoet en die in principe alle jeugdhulpvragen voor individuele begeleiding binnen de school opvangt; Lokaal integraal team: Multidisciplinair team bestaande uit sociaal professionals die zorg en ondersteuning bieden aan alle inwoners van Noordwijk en die de toeleiding verzorgen naar algemene en individuele voorzieningen; Ondersteuningsvraag: behoefte van een jeugdige of een ouder aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperkingen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet; Persoonsgebonden Budget (PGB): persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders,
dat hen in staat stelt de jeugdhulp die in de vorm van een individuele voorziening is toegekend van derden te betrekken; j. PGB-vaardigheid: de vaardigheid van de aanvrager om te voldoen aan de verantwoordelijkheden en verplichtingen die horen bij het beheren van een PGB; k. Voorliggende voorziening: voorziening niet vallend onder de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen waar de inwoner aanspraak op kan maken; l. Wet Langdurige Zorg (Wlz): wet inzake de verzekering van zorg aan mensen die zijn aangewezen op langdurige zorg. De Wet langdurige zorg is er voor jeugdigen en volwassenen die blijvend behoefte hebben aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid als gevolg van een somatische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap; m. Zorgverzekeringswet (Zvw): In de Zvw is bepaald dat jeugdigen aanspraak hebben op “verpleging en verzorging zoals verpleegkundigen die plegen te bieden wanneer zij behoefte hebben aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop”. Deze zorg maakt onderdeel uit van het basispakket van verzekerden; n. Zorg in natura: zorg die door het college rechtstreeks is ingekocht bij de zorgaanbieder.
Artikel 2 Lokaal Integraal team 1. 2.
3.
4.
Het college draagt zorg voor een lokaal integraal team. Het lokaal integraal team biedt integrale ondersteuning en hulp aan jeugdigen en volwassenen door zo nodig professionals uit verschillende leefdomeinen in een gezamenlijke aanpak bij elkaar te brengen die werken volgens het principe één gezin, één plan en één regisseur. Ten aanzien van jeugdhulpvragen biedt het lokaal integraal team consultatie en advies, basisdiagnostiek en zorgcoördinatie. Ambulante jeugdhulp en preventief (groepsgericht) trainingsaanbod wordt verricht door de jeugdhulpverlener van het lokaal integraal team. De daartoe door het college gemandateerde jeugdhulpverlener van het lokaal integraal team biedt toegang tot individuele jeugdhulpvoorzieningen.
Hoofdstuk 2. Vormen van jeugdhulp
Artikel 3 Algemene voorzieningen 1. 2.
3.
Een algemene voorziening is een voorziening die rechtstreeks toegankelijk is zonder toegangsbeoordeling, of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling. De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn beschikbaar: a. Jeugdgezondheidszorg; b. Informatie, training en advies op het gebied van opvoeden en opgroeien; c. Kortdurende pedagogische ondersteuning; d. Jeugd- en Jongerenwerk; e. Jeugd- en gezinsondersteuning vanuit het lokaal integraal team; f. Kinderopvang en/of BSO (plus voorziening); g. Mantelzorgondersteuning ; h. Respijtzorg; i. Echtscheidingsspreekuur; j. Praktijkondersteuner Huisartsen Jeugd (POH Jeugd). Het college heeft de bevoegdheid de in lid 1 genoemde vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen in nadere regels te specificeren.
Pagina 2 van 24
Artikel 4 Individuele jeugdhulpvoorzieningen 1.
2. 3. 4.
Onder de individuele jeugdhulpvoorzieningen vallen specialistische jeugdhulpvoorzieningen. Hieronder vallen: a. behandeling met verblijf; b. wonen; c. dagbehandeling en dagbesteding; d. ambulante jeugdhulp; e. jeugdhulp op school; f. crisisopvang; g. veiligheid; h. vervoer. Jeugdhulp op school is voorliggend aan de voorzieningen ambulante jeugdhulp, dagbehandeling en dagbesteding. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de maximale duur en de intensiteit van individuele jeugdhulpvoorzieningen. Het college heeft de bevoegdheid de in lid 1 genoemde individuele voorzieningen in nadere regels te specificeren en/of een deel daarvan als vrij toegankelijk te benoemen.
Hoofdstuk 3. Behandeling Ondersteuningsvraag
Artikel 5 Voorleggen ondersteuningsvraag 1.
2.
Iedere jeugdige en/of ouder(s) woonachtig in de gemeente Noordwijk met een ondersteuningsvraag kan zich wenden tot: a. Het lokaal integraal team; b. Een bevoegde professional zoals een huisarts, medisch specialist of jeugdarts. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op kosteloze, onafhankelijke cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is en wijst de jeugdige en/ of ouders op de mogelijkheid gebruik te maken van kosteloze, onafhankelijke cliëntondersteuning.
Artikel 6 Beoordeling toegang jeugdhulp 1.
2.
3. 4.
5.
In het geval dat de ondersteuningsvraag is gesteld aan het lokaal integraal team, vindt in navolging daarvan zo spoedig mogelijk een gesprek plaats tussen de jeugdige en/of zijn ouders en het lokaal integraal team. De jeugdige of zijn ouders verstrekken desgevraagd aan het lokaal integraal team voorafgaand aan of tijdens het gesprek alle gegevens, die naar het oordeel van het lokaal integraal team voor het onderzoek nodig zijn. Het lokaal integraal team verzamelt in overleg met de jeugdige en/of de ouders de noodzakelijke en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie. Bij de beoordeling van de ondersteuningsvraag wordt ook rekening gehouden met de boven gebruikelijke zorg. Gebruikelijke zorg is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de ouders. Bij de beoordeling van de hulpvraag, wordt er in eerste instantie gekeken naar de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouders, eventueel met steun van het sociaal netwerk, toereikend zijn om zelf de gevraagde jeugdhulp te bieden. Bij de beoordeling van de hulpvraag wordt rekening gehouden met: • de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; • de duur daarvan; • de mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouders; • de draagkracht en de belastbaarheid van de ouders; • de samenstelling van het gezin en de woonsituatie;
Pagina 3 van 24
•
6.
7. 8.
9.
de mogelijkheden en de bereidheid van het sociale netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen; • bij gescheiden ouders, zijn beide ouders verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning. Deze elementen vormen samen de eigen kracht van het gezin. Bij de beoordeling wordt er gekeken of er niet sprake is van een voorliggende voorziening, of een collectieve voorziening. Indien er recht bestaat op een voorliggende voorziening of een collectieve voorziening, dan bestaat er geen recht op jeugdhulp. Het lokaal integraal team informeert de jeugdige en/of de ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure. Het lokaal integraal team stelt in een of meerdere gesprek(ken) samen met de jeugdige en/of zijn ouders vast: a. Wat de ondersteuningsvraag is met daarbij specifiek aandacht voor de gezinssituatie op de verschillende leefgebieden, dit vormt de basis van de integrale werkwijze; b. Wat de opgroei- en opvoedingsproblemen stoornissen en psychische problematiek zijn met daarbij specifiek aandacht voor de beoogde resultaten van de ondersteuning; c. Of en welke ondersteuning nodig is rekening houdend met leeftijd en ontwikkelingsniveau, met daarbij specifiek aandacht voor de aard en omvang van de ondersteuning; d.
Op welke wijze de ondersteuningsvraag opgelost kan worden, met daarbij specifiek aandacht voor: • Wat de jeugdige, zijn ouders en het sociale netwerk met de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen zelf kunnen doen en wat naar algemene maatstaven van hen verwacht magen worden; • Of en welke ondersteuning nodig is vanuit de algemene voorzieningen; • Of en welke ondersteuning nodig is in de vorm van een individuele voorziening; • Op welke wijze de ondersteuning wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, wonen of werk en inkomen; • Welke andere voorzieningen (deels) voorliggend zijn; • Of er sprake is van de wens voor een pgb; en • Of een pgb passend is voor de situatie en of het beheren en of uitvoeren ervan niet tot overbelasting leidt. • Wanneer en op welke wijze wordt geëvalueerd of aan de ondersteuningsvraag is voldaan of dat het ingezette ondersteuningsbeleid gewijzigd dient te worden. Het lokaal integraal team en de jeugdige en/of zijn ouders leggen de zaken genoemd in het achtste lid vast in een ondersteuningsplan dat door het lokaal integraal team en de jeugdige en/of zijn ouders ondertekend wordt.
Artikel 7 Toekennen individuele jeugdhulpvoorziening 1.
2.
Het college besluit over toekenning van een individuele jeugdhulpvoorziening. Als aanvraag wordt enkel aangemerkt een door het lokaal integraal team en de jeugdige en/of diens ouders ondertekend ondersteuningsplan. In afwijking van het eerste lid blijft een ondersteuningsplan achterwege na verwijzing door een bevoegd professional zoals de huisarts, medisch specialist of jeugdarts, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is.
Pagina 4 van 24
Hoofdstuk 4. Toegang tot individuele jeugdhulpvoorzieningen
Artikel 8 Toegangsbeoordeling ondersteuningsvraag 1.
2.
3.
4.
Een individuele jeugdhulpvoorziening kan alleen worden verstrekt indien: a. redelijkerwijs geen aanspraak kan worden gedaan op de ‘eigen kracht’ van de jeugdige en/of zijn ouder(s)/verzorger(s). De eigen kracht wordt bepaald door: i. de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; ii. de duur daarvan; iii. de mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouders; iv. de draagkracht en de belastbaarheid van de ouders; v. de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; vi. de mogelijkheden en de bereidheid van het sociale netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen; vii. bij gescheiden ouders, zijn beide ouders met gezag verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning. b. geen oplossing kan worden gevonden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een vrij toegankelijke, algemene voorziening; c. geen oplossing gevonden kan worden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van voorzieningen die beschikbaar zijn op grond van voorliggende wetten als de Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke voorzieningen, Zorgverzekeringswet en Wet Passend Onderwijs; d. geen oplossing gevonden kan worden voor zijn hulpvraag door de inzet van een algemene of collectieve voorziening; e. geen oplossing kan worden gevonden in andere voorliggende voorzieningen, waaronder: i.
begeleiding, interventies ter bevordering van pedagogisch klimaat of sociale zelfredzaamheid voor jeugdigen die zich leeftijdsadequaat ontwikkelen en leeftijdsgebonden problemen ervaren; ii. buitenschoolse of naschoolse opvang of activiteiten, anders dan respijtzorg of opvang waaraan doelen zijn verbonden zoals bedoeld in artikel 2.3. van de Jeugdwet; iii. huiswerkbegeleiding in de markt georganiseerd; iv. oudercontactmomenten, ontmoetingsmomenten in de wijk of op scholen v. preventieve interventies en begeleiding die behoren tot de taak van de jeugdgezondheidszorg: bijvoorbeeld omgaan met zindelijkheid, eetproblemen, pestgedrag, (digitale) weerbaarheid, omgaan met echtscheiding, conflicthantering, licht medische handelingen, enz; vi. reguliere sport- en vrijetijdsvoorzieningen die toegankelijk zijn voor jeugdigen met een ondersteuningsvraag; vii. eerstelijnszorg zoals huisartsenzorg. In situaties waarbij ouders begeleiding ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische en/of relationele problemen nodig hebben, is de zorgverzekeringswet en/of Wmo voorliggend. Een individuele jeugdhulpvoorziening wordt niet ingezet in situaties, waarbij een oplossing gevonden kan worden in het benutten van mogelijkheden in het kader van het Arbeidsrecht of andere regelingen, zoals bijzonder of buitengewoon verlof.
Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de maximale duur en de intensiteit van individuele jeugdhulpvoorzieningen.
Pagina 5 van 24
Artikel 9 Voorliggende voorzieningen 1. 2.
3.
Er bestaat geen recht op jeugdhulp, indien er beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening. Voorzieningen die beschikbaar zijn op basis van de volgende wetten zijn voorliggend op een verstrekking vanuit de Jeugdwet: a. Passend Onderwijs; b. Wet Langdurige zorg; c. Zorgverzekeringswet; d. Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Verstrekking van een passende algemene voorziening, zoals omschreven in artikel 3, is voorliggend op verstrekking van een individuele jeugdhulp voorziening
Artikel 10 Toekennen individuele jeugdhulpvoorziening Zorg in Natura 1.
2.
Het college legt haar besluit als bedoeld in voorgaande leden vast in een beschikking in ieder geval: a. Bij de verstrekking van een pgb; b. Bij de afwijzing van een aanvraag; c. Bij een verzoek van de jeugdige of zijn ouders om een beschikking te ontvangen. Een jeugdige die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt en die de jeugdhulp heeft aangevraagd ontvangt een beschikking aan zijn persoon gericht.
Artikel 11 Toekennen Individuele jeugdhulpvoorziening via pgb 1.
2.
3.
4.
Aanvullend op de in artikel 7 genoemde toegangsbeoordeling wordt bij de aanvraag voor een individuele jeugdhulpvoorziening via pgb ook getoetst op: a. De vaardigheid van de aanvrager en/of diens netwerk om een pgb te beheren; b. De motivering waarom het aanbod van het door het college ingekochte aanbod (zorg in natura) niet passend is naar het oordeel van de aanvrager; c. De compleetheid van het budgetplan Het pgb brengt voor de budgetverantwoordelijke verantwoordelijkheden en verplichtingen met zich mee (pgb-vaardigheid). Het lokaal integraal team bepaalt de pgb-vaardigheid van de aanvrager en/of diens netwerk. Deze vaardigheid wordt getoetst op de volgende onderdelen: a. Kwaliteit van het persoonlijk budgetplan b. Financieel beheer c. Zorginhoudelijk beheer d. Werkgeverschap e. Budgetplan In afwijking van artikel zes, eerste lid, wordt pgb aangevraagd middels een pgb-plan. Het pgbplan bestaat uit een ondersteuningsplan met daarbij een door het college vastgesteld budgetplan en een motivering waarom het aanbod van de door de college gecontracteerde zorgaanbieders (zorg in natura) in zijn specifieke situatie niet passend is naar het oordeel van de aanvrager. In het pgb-plan staat in ieder geval: a. Welke soort en de mate van jeugdhulp de jeugdige of zijn ouders gezien de ondersteuningsvraag willen inkopen met het pgb en wat het beoogde resultaat is; b.
Hoe het beoogde resultaat bijdraagt aan de doelen in het ondersteuningsplan; c. Hoe de jeugdige of zijn ouders de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uitvoeren, of wie hiervoor is gemachtigd; d. Hoe de kwaliteit van de zelf in te kopen jeugdhulp is gewaarborgd; e. Hoe er wordt omgegaan met uitval door ziekte van de zorgverlener; Het tarief voor een pgb: a. Is gebaseerd op een door de jeugdige en/of zijn ouders opgesteld ondersteuningsplan over hoe zij het pgb gaan besteden;
Pagina 6 van 24
b. c.
Bedraagt niet meer dan het voor zorg in natura overeengekomen tarief van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura; Is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen.
Artikel 12 Besteding PGB 1. 2. 3. 4.
5.
Bij toekenning van afzonderlijke budgetten heeft de cliënt binnen deze afzonderlijke budgetten bestedingsvrijheid ten aanzien van de keuze van zorgaanbieder. Het is niet toegestaan het budget voor professionele hulpverlening in te zetten voor nietprofessionele hulpverlening. De cliënt stemt met de zorgaanbieder af op welke wijze de ondersteuning plaatsvindt. Het pgb mag uitsluitend worden gebruikt voor de inkoop van de in de beschikking genoemde voorzieningen en ten behoeve van de verwezenlijking van de bij die voorzieningen genoemde doelen. Het budget kan niet besteed worden aan bemiddelings- en administratiekosten en er is geen eenmalig vrij te besteden bedrag. Het college kan nadere regels en voorwaarden stellen over de toekenning van een pgb.
Artikel 13 PGB voor de inzet van sociaal netwerk 1.
2. 3.
De jeugdige en/of ouder(s) aan wie een PGB wordt toegekend, kunnen alleen hulp en ondersteuning betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren, als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. er is sprake van bovengebruikelijke zorg; b. de inzet van het sociaal netwerk is aantoonbaar beter en effectiever of minimaal gelijkwaardig aan professionele ondersteuning. De inzet van het sociaal netwerk met een PGB wordt in ieder geval aantoonbaar beter geacht, indien één of meerdere van de volgende omstandigheden aan de orde zijn: i. de hulp is vooraf niet goed in te plannen; ii. de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden; iii. de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden worden; iv. de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd; v. de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn; vi. de hulp moet vanwege de aard van de hulpvraag worden geboden door een persoon met wie de jeugdige vertrouwd is en goed contact heeft; c. de geboden hulp is passend, adequaat en veilig; d. de zorgverlener heeft aangegeven dat de zorgverlening voor hem niet tot overbelasting leidt; e. de persoon uit het sociale netwerk mag op geen enkele wijze druk op de jeugdige en/of zijn ouders hebben uitgeoefend bij hun besluitvorming; f. de zorgverlener uit het sociaal netwerk is minimaal 18 jaar.
De zorgverlener uit het sociaal netwerk, moet ook aantoonbaar uit het sociaal netwerk van de jeugdige komen. De jeugdige en/of ouder(s) aan wie een PGB wordt toegekend kunnen alleen jeugdhulp betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren voor a. het begeleiden van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of psychosociale problemen met als doel het bevorderen van hun deelname aan het maatschappelijk verkeer en van hun zelfstandig functioneren; b. het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging van jeugdigen; c. het ondersteunen van ouders van jeugdigen ter voorkoming van overbelasting (respijtzorg).
Pagina 7 van 24
Artikel 14 Jeugdhulp bij kinderbeschermingsmaatregel en jeugdreclassering 1.
Het college zorgt voor inzet van de jeugdhulp die: a. De rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, en/of b. De rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering.
Artikel 15 Jeugdhulp in spoedeisend geval 1.
In spoedeisende gevallen en in afwijking van artikel 5, treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke voorziening, of vraagt het college een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet.
Artikel 16 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1.
2.
3.
4.
Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet doen een jeugdige en/of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele jeugdhulpvoorziening. Onverminderd artikel 8.1.4 van de Jeugdwet kan het college een beslissing aangaande een individuele jeugdhulpvoorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. De jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. De jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele jeugdhulpvoorziening of op het pgb zijn aangewezen; c. De individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb niet meer toereikend is om de doelen te behalen; d. De jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb; e. De jeugdige of zijn ouders de individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd; en f. De jeugdigen of zijn ouders het persoonsgebonden budget besteden aan een persoon die (boven)gebruikelijke hulp zou moeten bieden maar daartoe niet (meer) in staat is wegens overbelasting of dreigende overbelasting.
Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele jeugdhulpvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen een halfjaar na uitbetaling of binnen de termijn waarvoor het is toegekend niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
Pagina 8 van 24
Hoofdstuk 5. Overige bepalingen
Artikel 17 Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik 1.
2.
3.
Het college informeert jeugdigen en ouders in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een jeugdhulpvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Het college kan een toezichthouder aanwijzen die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet. Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de verstrekte voorzieningen worden besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn. Tevens beoordeelt het college of de cliënt nog voldoet aan de criteria om voor een pgb in aanmerking te komen.
Artikel 18 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering 1.
Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, in ieder geval rekening met: a. De aard en omvang van de te verrichten taken; b. De voor de sector toepasselijke Cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie.
Artikel 19 Vertrouwenspersoon 1. 2.
Het college zorgt ervoor dat jeugdigen en/of ouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon.
Artikel 20 Inspraak en medezeggenschap Het college legt periodiek ontwikkelingen en belangrijke te nemen besluiten op het gebied van jeugdhulp voor aan een vertegenwoordiging van ingezetenen, zoals een inwonersadviesraad, waarover zij advies kunnen uitbrengen. Waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aandragen, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.
Artikel 21 Toepassen verordening en stellen nadere regels 1. 2.
Indien bij het toepassen en uitvoeren van deze verordening onduidelijkheid ontstaat over het gebruik, dan zijn de in de Jeugdwet opgenomen begrippen en bepalingen leidend. Het college maakt nadere afspraken met de huisartsen, de medisch specialisten, de jeugdartsen en de zorgverzekeraars over de verwijzing.
Artikel 22 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 23 Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. 2.
De Verordening jeugdhulp Noordwijk 2019 wordt ingetrokken op de dag dat de Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2022 in werking treedt. Een jeugdige of ouders houdt(en) recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening jeugdhulp Noordwijk 2019 totdat het college een nieuw besluit heeft genomen.
Pagina 9 van 24
3.
Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening jeugdhulp Noordwijk 2019 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.
Artikel 24 Inwerkingtreding De verordening treedt in werking op 1 maart 2022.
Artikel 25 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2022.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 februari 2022.
Hoogachtend, De gemeenteraad van Noordwijk
A.J. Jaspers griffier
Pagina 10 van 24
Mw. W.J.A. Verkleij voorzitter raad
Algemene toelichting Verordening jeugdhulp gemeente Noordwijk De voorliggende Verordening jeugdhulp 2022 is een actualisatie van de huidige verordening jeugdhulp 2019. Deze verordening is geschreven vanuit de lokale realiteit van de gemeente Noordwijk, echter behoudt deze op onderdelen de regionale accenten gezien de regionale inkoop van jeugdhulp met de 13 gemeenten in de Holland Rijnland en de subregionale opdracht aan de integrale toegang (Voor ieder 1). De Jeugdwet en het op 12 maart 2020 vastgestelde Programmaplan Jeugdhulpaanbod vanaf 2022 Duin- en Bollenstreek geven de kaders voor deze verordening. De Jeugdwet legt de verantwoordelijkheid voor beleidsvorming voor een positief opvoed- en opgroeiklimaat, preventie, vroeg-signalering tot en met gespecialiseerde zorg en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering bij de gemeente. In het programmaplan is beschreven welke doelen de gemeenten de komende jaren voor ogen hebben om hun wettelijke taak uit te voeren en er zorg voor te dragen dat passende jeugdhulp wordt ingezet wanneer dat nodig is. Hieraan liggen een aantal uitgangspunten ten grondslag: •
•
•
•
Het staat voorop dat jeugdigen en gezinnen de juiste zorg en hulp krijgen. Daarbij geldt dat de hulp die wordt geboden zoveel mogelijk direct passend is (first time right). Dit brengt een integrale aanpak met zich mee en houdt in dat zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat naar verschillende instanties wordt doorverwezen, voordat de juiste hulp geboden kan worden. Jeugdhulpverlening is in de eerste plaats gericht op het herstel van het ‘normale’ leven. Het uiteindelijke doel is om, als het kan, zo snel mogelijk (weer) zonder jeugdhulp verder te kunnen. Bij voorkeur wordt hulp daarom zoveel als mogelijk thuis geboden of in een situatie die het meest op thuis lijkt. Opname in een verblijfssetting wordt zoveel mogelijk voorkomen. Waar mogelijk worden ambulante alternatieven ingezet in plaats van verblijf. Daarnaast geldt dat het gebruik van jeugdhulp een uitzondering is. Waar passend wordt samen met de jeugdige en het gezin zo snel mogelijk een alternatief voor specialistische jeugdhulp gezocht dat aansluit bij het ‘normale’ leven. Er wordt actief ingezet op preventie en vroegsignalering om waar mogelijk te voorkomen dat jeugdigen in een (specialistisch) jeugdhulptraject instromen. Jeugdigen en gezinnen ervaren zelf de regie in het hulpverleningstraject en kunnen zoveel als mogelijk zelfstandig verder na/tijdens de ingezette zorg en hulp.
Wanneer een jongere of zijn ouder niet in staat is om regie te voeren, kan de regie (tijdelijk) worden overgenomen. Ouders, opvoeders, verzorgers en/of jeugdigen worden ten allen tijde betrokken in het hulpverleningsproces. Jeugdigen moeten optimale kansen krijgen om zich te ontwikkelen, waardoor zij, nu en later, naar vermogen kunnen deelnemen en bijdragen aan de maatschappij. Dit houdt onder andere in dat alle jeugdigen die onderwijs kunnen volgen, daadwerkelijk onderwijs genieten. Alle mogelijkheden voor het volgen van onderwijs worden benut in samenwerking met samenwerkingsverbanden en scholen, de lokale gemeentelijke toegang en jeugdhulpaanbieders. Hierbij wordt ingezet op het creëren van een volledige keten van onderwijs- en jeugdhulpvoorzieningen.
Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepaling Het aantal definities van artikel 1 is beperkt, aangezien de wet al een flink aantal definities kent die ook bindend zijn voor deze verordening. Deze wettelijke definities zijn dan ook niet nogmaals opgenomen in deze verordening. Dit zou overbodig zijn en bovendien voor verwarring kunnen zorgen als er bijvoorbeeld door een latere wetswijziging een verschil zou ontstaan tussen de omschrijving in de verordening en de wettelijke omschrijving. Toelichting eigen kracht: ‘Eigen kracht’ kan verschillende zaken inhouden, zoals: • het aanspreken van een aanvullende verzekering om (ten dele) in de kosten te voorzien; • het inzetten van vrijwilligers of mensen uit het sociale netwerk; • mogelijkheden van de ouder zelf. Ouders moeten gemotiveerd aangeven waarom en waardoor ze vast lopen aan de hand van voorbeelden. Nadat de noodzakelijke hulp voor het gezin in kaart is gebracht door het college, moet worden onderzocht of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. Dit wordt vermeld in het gezinsplan. Van ouders/verzorgers wordt verwacht dat zij ondersteunen bij de activiteiten die de jeugdige niet kan uitvoeren.
Hulp en ondersteuning kan worden ingezet wanneer dit de eigen draagkracht overstijgt. Wanneer er problemen zijn in het voldoende kunnen ondersteunen en begeleiden van de jeugdigen, wordt onderzocht of het gezin dit tekort op eigen kracht, dat wil zeggen zonder een (jeugdhulp)voorziening, aan kan. Hiervoor wordt een afwegingskader gehanteerd dat gebaseerd is op de zelfredzaamheid van de jeugdige en de draagkracht en draaglast verhouding bij de ouders eventueel met inzet van personen uit het sociaal netwerk. Bij voldoende eigen kracht wordt geen individuele jeugdhulpvoorziening afgegeven; ook niet in de vorm van een PGB. De financiële draagkracht van een gezin kan ook onderdeel zijn van het onderzoek naar de eigen kracht. Toelichting Jeugdhulp op school De gemeente bepaalt op welke scholen Jeugdhulp op school mag worden ingezet. De school selecteert de jeugdhulpaanbieder die Jeugdhulp op school biedt. Jeugdhulp op school wordt ingezet ter vervanging, ter voorkoming of ter verkorting van ambulante individuele jeugdhulp, dagbehandeling of dagbesteding. De jeugdhulp is aanvullend op de basisondersteuning die de school biedt vanuit de wet Passend Onderwijs en richt zich op het verminderen, stabiliseren, behandelen of omgaan met problemen. De Jeugdhulp op school is individueel en/of in groepsaanbod beschikbaar, afhankelijk van de jeugdhulpvragen van de school.
Voor de inzet van deze vorm van jeugdhulp is een toeleiding vereist door de vaste contactpersoon van de gemeentelijke toegang op de school, in afstemming met het zorgteam. De inzet van de Jeugdhulp op school is gekoppeld aan het behalen van de doelen, zoals geformuleerd in het Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) of begeleidingsplan. De jeugdhulpaanbieder werkt volgens een gezamenlijk werkproces voor de inzet van jeugdhulp op school dat gemeenten, onderwijs en de jeugdhulpaanbieder uiterlijk 1 september 2021 hebben afgestemd. Wanneer ook hulp in de thuissituatie nodig is stemt jeugdhulpaanbieder dit plan af met het gezinsplan (1G1P). Waar mogelijk biedt jeugdhulpaanbieder de ondersteuning ook thuis. Gemeenten bepalen de omvang van het aanbod vooraf. Artikel 2 Lokaal integraal team In Noordwijk vormen vanaf 2021 de lokaal integraal teams de spil in de toegang tot ondersteuning op het gebied van wonen, werk, welzijn en zorg. Deze teams stellen samen met de inwoners een
Pagina 12 van 24
ondersteuningsarrangement op voor alle levensdomeinen. De werkwijze van het lokaal integraal team gaat primair uit van de eigen mogelijkheden van de burger en zijn sociale netwerk. Indien dit niet voldoende is, kan gebruik worden gemaakt van collectieve voorzieningen. Indien dit ook niet voldoende blijkt te zijn, wordt individuele (professionele) ondersteuning ingezet. Hiervoor hanteert de gemeente Noordwijk het 1Gezin1Plan1Regisseur-model. Dit regisseursmodel houdt in dat leden van de lokale integrale teams tijdens een gesprek, samen met de inwoner een resultaat formuleren. Hiermee zijn de teams niet zomaar een doorgeefluik. Op basis van hun specialistische kennis maken zij een inschatting van wat nodig is. Dat kan ook betekenen dat de integraal teammedewerker zelf kortdurende hulpverlening biedt. Hoofdstuk 2. Vormen van jeugdhulp Hoofdstuk 2 is een nadere uitwerking van artikel 2.9, onder a, van de Jeugdwet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen, in onze verordening de individuele jeugdhulpvoorzieningen en algemene voorzieningen genoemd. Uit de Memorie van Toelichting bij artikel 2.9 komt naar voren dat de burger recht heeft op een duidelijk beeld van het aanbod van de voorzieningen binnen de gemeente.
In deze artikelen stelt de raad daarvoor de kaders, en noemt dat het college later voor uitvoering nadere regels kan opstellen. Artikel 3 Algemene voorzieningen Artikel 3 regelt de jeugdhulpvoorzieningen die vrij toegankelijk zijn. Dit betekent dat een jeugdige en/of de ouders hier gebruik van kunnen maken zonder dat hiervoor een toegangsbeslissing van de gemeente of verwijzing van een arts zoals genoemd in artikel 4 noodzakelijk is. De in deze verordening genoemde algemene voorzieningen worden in de Jeugdwet `overige voorzieningen` genoemd. Artikel 4 Individuele jeugdhulpvoorzieningen Bij individuele jeugdhulpvoorzieningen gaat het om situaties waarin ernstige of complexe problemen zijn en waarvoor meer of andere hulp nodig is, dan waarin het lokaal integraal team kan voorzien. In dit geval is het nodig dat de jeugdige en/of ouders een aanvraag indienen. Voor deze niet vrij toegankelijke vormen van hulp zal eerst beoordeeld moeten worden of de jeugdige of zijn ouders deze hulp daadwerkelijk nodig hebben. De gemeente bepaalt zelf welke hulp vrij toegankelijk is en welke niet. Lid 1 bepaalt welke hulp onder individuele jeugdhulpvoorziening valt. Lid 2 bepaalt dat jeugdhulp op school voorliggend is op individuele jeugdhulp. Dit betekent dat er geen recht op individuele jeugdhulp op school bestaat, indien er jeugdhulp op school aanwezig is en voldoende passend is.
Lid 3 bepaalt dat er nadere regels door het college worden opgesteld, die de maximale duur en intensiviteit bepalen per individuele jeugdhulpvoorziening. Lid 4 bepaalt dat het college de individuele jeugdhulp nader kan specificeren in de nadere regels. Hoofdstuk 3. Behandeling Ondersteuningsvraag In dit hoofdstuk wordt uitgewerkt hoe de gemeente de toeleiding naar jeugdhulp uitwerkt. In artikel 2.3 lid 1 van de Jeugdwet staat dat er deskundige toeleiding naar en advisering over jeugdhulpvoorzieningen beschikbaar moet zijn voor jeugdigen en ouders die jeugdhulpvragen hebben.
Pagina 13 van 24
Artikel 5 Voorleggen ondersteuningsvraag Het lokaal integraal team is een laagdrempelige toegang waar ouders en jongeren terecht kunnen met hun vragen over gezondheid, opgroeien en opvoeden. Het team biedt advies, ondersteuning en hulp op maat. Lid 1 beschrijft dat de jeugdige en/of de ouder zich rechtstreeks bij het lokale integraal team kunnen melden. Dat kan in het fysieke lokale integraal team, via de website of bijvoorbeeld als de hulpverlener van het lokale integraal team aanwezig is op een school. Jeugdigen en ouders kunnen ook op andere manieren contact met het lokale integraal team hebben en stellen daar hun vragen over opgroeien en opvoeden. Het lokale integraal team bepaalt samen met de cliënt welke doelen/ resultaten bereikt moeten worden. In overleg met de cliënt en de jeugdhulpaanbieder wordt samen bepaald hoe deze resultaten behaald kunnen worden. Het lokaal integraal team volgt en houdt regie en evalueert op de voortgang van de resultaten bij de cliënt. In artikel 2.6, eerste lid, onderdeel g, van de Jeugdwet is geregeld dat, naast de door de gemeente georganiseerde toegang tot jeugdhulp, ook de huisarts, medisch specialist en jeugdarts kunnen verwijzen naar de jeugdhulp. Dit laatste geldt zowel voor de vrij toegankelijke voorzieningen als de individuele (niet vrij toegankelijke) voorzieningen.
In deze gevallen is het de jeugdhulpaanbieder die na de verwijzing beoordeelt welke jeugdhulp precies nodig is. De aanbieder bepaalt in overleg met de jeugdige of ouder daadwerkelijk de concrete inhoud, vorm, omvang en duur van de benodigde jeugdhulp, met in achtneming van deze verordening en de nadere regels. De verwijzing van de huisarts, medisch specialist of jeugdarts geeft dus rechtstreeks toegang tot de jeugdhulp. Er zal in beginsel geen beschikking volgen van de gemeente. Als de jeugdige en/of ouders het niet eens kunnen worden, kan de jeugdhulpaanbieder de jeugdige en- of ouders erop wijzen dat zij een aanvraag voor jeugdhulp kunnen indienen bij het lokaal integraal team. Het is van belang dat de verwijzing goed verloopt. De gemeente zal daarom afspraken maken met artsen en aanbieders over de verwijzing naar jeugdhulp. Lid 2 bepaalt dat het college er voor moet zorgen dat een cliënt altijd beroep kan doen op kosteloze en onafhankelijke cliëntenondersteuning. Het lokaal integraal team geeft aan de cliënt vooraf mee dat hier altijd beroep op kan worden gedaan.
Artikel 6 Beoordeling toegang jeugdhulp In artikel 2.9, onder a, van de Jeugdwet staat dat de gemeenteraad voor individuele voorzieningen in een verordening regels moet stellen over de voorwaarden voor toekenning, over de wijze van beoordeling van en over de afwegingsfactoren bij de verlening van een individuele jeugdhulpvoorziening. In artikel 6 wordt dit uitgewerkt. Lid 1 bepaalt dat het maken van een afspraak zo snel als mogelijk gebeurt. Er wordt duidelijk gemaakt dat het integraal team alert moet zijn op onnodige vertraging in de procedure. Lid 2 bepaalt het maken van een afspraak voor een gesprek tussen de jeugdige en/of de ouders en het integraal team en de voorbereiding op het gesprek. Het gesprek vindt plaats met één of meer hulpverleners van het integraal team. Lid 3 bepaalt dat het integraal team in overleg met de jeugdige en zijn ouders alle voor het gesprek noodzakelijk en toegankelijke gegevens verzamelt. Deze gegevensverzameling kan ook tijdens het gesprek plaatsvinden als door vraagverheldering alle relevante informatie vergaard wordt om een volledig beeld van de ondersteuningsvraag te krijgen. Het integraal team regelt separaat de verwerking van persoonsgegevens. Lid 4 bepaalt dat bij de beoordeling van de ondersteuningsvraag wordt ook rekening gehouden met de bovengebruikelijke zorg.
Gebruikelijke zorg is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de ouders. Gebruikelijke zorg voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een verantwoordelijke ouder of verzorger conform de leeftijd en
Pagina 14 van 24
ontwikkeling van het kind. Van ouders/verzorgers wordt verwacht maximaal te zoeken naar eigen oplossingen. Dit geldt ook bij uitval van de ouder in een éénoudergezin- of als beide ouders beperkingen ondervinden in de opvang en verzorging van de kinderen. Bovengebruikelijke zorg is de zorg die, naast de gebruikelijke zorg, nodig is voor een jeugdige. Bovengebruikelijke zorg kan in beginsel van ouder(s)/verzorger(s) worden verwacht. Pas wanneer sprake is van overbelasting kan mogelijk aanspraak gemaakt worden op jeugdhulp. Wanneer zorg als bovengebruikelijke zorg volgens de richtlijn van het CIZ wordt aangemerkt, wil dit niet zeggen dat de ouders, eventueel met behulp van het sociaal netwerk, niet voldoende draagkracht hebben de boven gebruikelijke zorg te leveren. Voor een verdere weging kunnen onderstaande punten gebruikt worden: • is de ouder in staat de noodzakelijke hulp te bieden; • is de ouder beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden; • levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op; • ontstaan er financiële problemen in het gezin als de hulp door de ouder wordt geboden? De effectiviteit van hulp geboden door de ouders zit hem vaak in de voortdurende nabijheid die nodig is om de hulp te kunnen bieden wanneer dit nodig is, dus op ongeplande tijden.
De duur en de omvang van de benodigde hulp kan de gebruikelijke zorg ver overstijgen, waardoor langdurige aanpassingen in het leven van de ouder(s) nodig is om de draagkracht te verruimen om de draaglast van de hulp te kunnen leveren. Soms is het bieden van hulp aan en zorgen voor een kind zo zwaar dat sprake is van overbelasting. Er is dan geen of beperkt evenwicht meer tussen draagkracht (=belastbaarheid) en draaglast (=belasting), vaak gekenmerkt door fysieke en/of psychische klachten van de ouder/verzorger. Vaak is het overnemen van de bovengebruikelijke zorg voldoende om dit evenwicht te herstellen. Lid 5 bepaalt dat ‘Eigen kracht’ verschillende zaken kan inhouden, zoals: • het aanspreken van een aanvullende verzekering om (ten dele) in de kosten te voorzien; • het inzetten van vrijwilligers of mensen uit het sociale netwerk; • mogelijkheden van de ouder zelf. Ouders moeten gemotiveerd aangeven waarom en waardoor ze vast lopen aan de hand van voorbeelden. Nadat de noodzakelijke hulp voor het gezin in kaart is gebracht door het college, moet worden onderzocht of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. Dit wordt vermeld in het gezinsplan.
Van ouders/verzorgers wordt verwacht dat zij ondersteunen bij de activiteiten die de jeugdige niet kan uitvoeren. Hulp en ondersteuning kan worden ingezet wanneer dit de eigen draagkracht overstijgt. Wanneer er problemen zijn in het voldoende kunnen ondersteunen en begeleiden van de jeugdigen, wordt onderzocht of het gezin dit tekort op eigen kracht, dat wil zeggen zonder een (jeugdhulp)voorziening, aan kan. Hiervoor wordt een afwegingskader gehanteerd dat gebaseerd is op de zelfredzaamheid van de jeugdige en de draagkracht en draaglast verhouding bij de ouders eventueel met inzet van personen uit het sociaal netwerk. Bij voldoende eigen kracht wordt geen individuele jeugdhulpvoorziening afgegeven; ook niet in de vorm van een PGB. De financiële draagkracht van een gezin kan ook onderdeel zijn van het onderzoek naar de eigen kracht. Lid 6 bepaalt dat in afstemming met jeugdhulpaanbieders, onderwijs en andere specialisten in het krachtenveld rondom jeugdhulp (Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet, Wet passend onderwijs) er nieuwe en duidelijkere kaders geformuleerd zijn voor specifieke vormen van jeugdhulp. De belangrijkste afspraken zijn op het gebied van inhoudelijke afbakening, maximale ureninzet en duur van de inzet. Voor wat betreft het jeugdhulpproduct begeleiding zijn deze afspraken opgenomen in de contracten voor de gecontracteerde aanbieders.
Door de toevoeging van dit lid beperken deze afspraken zich niet enkel tot de gecontracteerde zorg.
Pagina 15 van 24
Lid 7 bepaalt dat het lokaal integraal team de jeugdige en/ of ouders goed informeert over de procedure en de rechten en plichten. Hierin wordt de jeugdige en/ of ouders ook geïnformeerd over de mogelijkheden van cliëntondersteuning. Indien het lokaal integraal team tijdens de beoordeling tot de conclusie komt er de ouders/verzorgers en/ of jeugdige in aanmerking kunnen komen voor een voorliggende voorziening of een algemene voorziening, dan begeleidt het lokaal integraal team de ouders/ verzorgers of de jeugdige naar de voorliggende voorziening of algemene voorziening. Lid 8 bepaalt wat de ondersteuningsvraag is, wat de opgroei- en opvoedingsproblemen zijn, of en welke ondersteuning nodig is en op welke wijze de ondersteuningsvraag kan worden opgelost. Een zorgvuldig onderzoek vereist het op enigerlei doorlopen van de volgende stappen. Dit volgt uit onder andere de uitspraak van de CRvB van 1 mei 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:1477). Voor het onderzoek is in ieder geval het volgende van belang: • Wat is de hulpvraag van jeugdige en/of ouders? • Wat kunnen de jeugdige en/of ouders zelf en met behulp van hun netwerk aan hun hulpvraag doen? • Zijn er andere mogelijkheden bijvoorbeeld algemene voorzieningen of andere wetten (bijv.
Wlz)? • Wat is nodig vanuit de Jeugdwet? Deze onderwerpen worden genoemd in de verordening om een beeld te scheppen van de inhoud van het gesprek en om aan te geven welke afwegingen spelen bij het in behandeling nemen van een jeugdhulpvraag. Het lokaal integraal team is deskundig en bepaalt met de jeugdige en/of de ouders de inhoud van het gesprek. Het gesprek kan niet altijd in één afspraak worden afgerond. Het is dus mogelijk dat er meerdere gesprekken worden gehouden. Bij het gesprek kunnen ook andere personen aanwezig zijn. Deze andere betrokkenen zijn personen die van belang zijn voor de jeugdige en/of de ouders en voor het bespreken van de jeugdhulpvraag. Dit kunnen bijvoorbeeld mensen zijn uit het sociale netwerk van de jeugdige of ouders, iemand van een specialistische jeugdhulpvoorziening of school. De jeugdige en/of ouders bepalen in overleg met de hulpverlener van het lokaal integraal team of er andere personen uitgenodigd zullen worden. Onder lid 8d wordt bepaald dat alleen een individuele jeugdhulpvoorziening kan worden verstrekt als de jeugdige niet op eigen kracht of met hulp van zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving een oplossing voor zijn jeugdhulpvraag kan vinden.
Voor het bepalen voor wat naar algemene maatstaven verwacht mag worden, wordt als kader gebruik gemaakt van hoofdstuk 4 van de CIZ indicatiewijzer versie 7.1 van juli 2014 (toelichting op de beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014); Onder lid 8d wordt verder bepaald dat alleen een individuele jeugdhulpvoorziening kan worden verstrekt als de jeugdige geen oplossing voor zijn jeugdhulpvraag kan vinden door gebruik te maken van een vrij toegankelijke jeugdhulpvoorziening. Daarmee worden individuele voorzieningen pas ingezet wanneer vrij toegankelijke voorzieningen niet toereikend zijn. Het lokaal integraal team kan de jeugdige wijzen op en of toeleiden naar een passende vrij toegankelijke jeugdhulpvoorziening. Lid 9 bepaalt de vastlegging van het ondersteuningsplan. Als tijdens het gesprek is afgesproken dat er een ondersteuningsplan wordt opgesteld, wordt dit plan samen met de jeugdige en/of de ouders en mogelijk andere betrokkenen door de hulpverlener van het lokaal integraal team opgesteld. Het ondersteuningsplan wordt opgesteld aan de hand van de werkwijze één gezin - één plan. In het ondersteuningsplan staan in de eerste plaats de afspraken over wat de jeugdige en/of de ouders zelf gaan oppakken. Daarnaast wordt beschreven welke vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen en welke individuele jeugdhulpvoorzieningen nodig zijn.
Het ondersteuningsplan vormt de verbinding met ondersteuning vanuit andere voorzieningen. Ook de eventuele wachtlijsten van jeugdhulpaanbieders en mogelijke tussenoplossingen om deze wachttijden te overbruggen worden in het ondersteuningsplan meegenomen. Het ondersteuningsplan is geen statisch document. Er kunnen
Pagina 16 van 24
afspraken aan toegevoegd worden, wanneer dat naar inzicht van de jeugdige en/of de ouders en het integraal team van belang is of indien er meerdere vragen/problemen in een gezin zijn, waardoor deze niet allemaal tegelijkertijd kunnen worden opgepakt. Artikel 7 Toekennen individueel jeugdhulpvoorzieningen Dit artikel bepaalt de verwijzers die over de toekenning gaan voor individuele jeugdhulpvoorzieningen.
Hoofdstuk 4. Toegang tot individuele jeugdhulpvoorzieningen Artikel 8 Toegang beoordeling ondersteuningsvraag Lid 1a bepaalt dat ‘Eigen kracht’ verschillende zaken kan inhouden, zoals: • het aanspreken van een aanvullende verzekering om (ten dele) in de kosten te voorzien; • het inzetten van vrijwilligers of mensen uit het sociale netwerk; • mogelijkheden van de ouder zelf. Ouders moeten gemotiveerd aangeven waarom en waardoor ze vast lopen aan de hand van voorbeelden. Nadat de noodzakelijke hulp voor het gezin in kaart is gebracht door het college, moet worden onderzocht of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. Dit wordt vermeld in het gezinsplan. Van ouders/verzorgers wordt verwacht dat zij ondersteunen bij de activiteiten die de jeugdige niet kan uitvoeren. Hulp en ondersteuning kan worden ingezet wanneer dit de eigen draagkracht overstijgt. Wanneer er problemen zijn in het voldoende kunnen ondersteunen en begeleiden van de jeugdigen, wordt onderzocht of het gezin dit tekort op eigen kracht, dat wil zeggen zonder een (jeugdhulp)voorziening, aan kan.
Hiervoor wordt een afwegingskader gehanteerd dat gebaseerd is op de zelfredzaamheid van de jeugdige en de draagkracht en draaglast verhouding bij de ouders eventueel met inzet van personen uit het sociaal netwerk. Bij voldoende eigen kracht wordt geen individuele jeugdhulpvoorziening afgegeven; ook niet in de vorm van een PGB. De financiële draagkracht van een gezin kan ook onderdeel zijn van het onderzoek naar de eigen kracht. Lid b bepaalt dat er geen recht is op jeugdhulp, indien er een oplossing kan worden gevonden in algemene en collectieve voorzieningen. Hier verstaan we onder andere de volgende voorzieningen onder: • Sport verenigingen; • Muziek en cultuurverenigingen; • Jongerenwerk; • Jeugdhulp op het (speciaal) onderwijs; • Algemeen maatschappelijk werk; • Lichte jeugd en opvoedhulp; • (Opvoed) cursussen die door het Centrum voor Jeugd en Gezinsteam (CJG) worden aangeboden. Lid c bepaalt dat in afstemming met jeugdhulpaanbieders, onderwijs en andere specialisten in het krachtenveld rondom jeugdhulp (Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet, Wet passend onderwijs) er nieuwe en duidelijkere kaders geformuleerd zijn voor specifieke vormen van jeugdhulp. De belangrijkste afspraken zijn op het gebied van inhoudelijke afbakening, maximale ureninzet en duur van de inzet.
Voor wat betreft het jeugdhulpproduct begeleiding zijn deze afspraken opgenomen in de contracten voor de gecontracteerde aanbieders. Door de toevoeging van dit lid beperken deze afspraken zich niet enkel tot de gecontracteerde zorg.
Pagina 17 van 24
Lid 2 bepaalt dat indien er sprake is van volwassenproblematiek, er in eerste instantie moet worden gekeken naar de volwassenzorg. Hieronder verstaan we problematiek indien er sprake is van echtscheiding, begeleiding nodig is voor de ouders en/ of sprake is van GGZ problematiek en/ of verslavingsproblematiek. Waar nodig kan het lokaal integraal team ondersteunen bij het vinden van de juiste hulp. Lid 3 bepaalt dat indien de ouders/verzorgers een beroep kunnen doen op buitengewoon verlof en/of ouderschapsverlof, geen recht is op individuele jeugdhulp. Daarnaast moet er altijd eerst gekeken worden binnen de mogelijkheden van het gezin om werk en arbeidstaken aan te passen op de situatie van het gezin. Hierbij kan er worden gedacht aan het verkorten van de arbeidsuren, het flexibel inzetten van de arbeid in bijvoorbeeld de avonduren.
Lid 4 bepaalt dat het college de bevoegdheid heeft om in de nadere regels te specificeren welke hulp onder de jeugdhulp past en de duur en hoeveelheid hulp hiervoor kan worden ingezet. Artikel 9 Voorliggende voorzieningen Er kan geen beroep worden gedaan op de jeugdhulp, indien er wettelijk recht bestaat op hulp bij een voorliggende voorziening. Onder een voorliggende voorziening bedoelen we onder andere: Wet langdurige zorg (Wlz) In de wet is vastgelegd wanneer iemand toegang heeft tot de Wlz (Art 3.2.1 Wlz): Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan: 1. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of 2. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen: a. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of b.
door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft. Er is geen recht op jeugdhulp, indien de jeugdige in aanmerking komt voor de Wet langdurige zorg. De verzorgers zijn verplicht om een aanvraag in te dienen voor de Wlz, indien de jeugdige voldoet aan de eisen die de Wlz stelt. Zorgverzekeringswet (Zvw) Gaat een jeugdige met psychische klachten naar de huisarts en kan de (praktijkondersteuner van de) huisarts deze klachten afdoende behandelen, dan is dit verzekerde zorg die onder de Zvw valt. Als de jeugdige is aangewezen op meer specialistische zorg en begeleiding, dan valt de geestelijke gezondheidszorg aan jeugdigen tot 18 jaar onder de Jeugdwet. Intensieve Kind Zorg (IKZ) onder de Zvw Jeugdigen die in aanmerking komen voor Intensieve Kind Zorg, zijn jeugdigen: a. met zwaar complexe somatische problematiek met een behoefte aan permanent toezicht; b. met lichtere complexe problematiek, waarbij 24-uur zorg per dag in de nabijheid nodig is in combinatie met specifieke verpleegkundige handelingen zoals intraveneuze medicatietoediening. Zorg aan minderjarigen met ernstige medische problematiek die onder de verantwoordelijkheid staan van een medisch specialist of kinderarts.
Pagina 18 van 24
Voor intensieve kindzorg geldt dat naast verpleging en daarmee samenhangende verzorging ook begeleiding thuis, verblijf in een kinderhospice, verzorging en begeleiding op school, kortdurend verblijf en opvang in een verpleegkundig kinderdagverblijf inclusief het vervoer van en naar dit dagverblijf onder de Zvw-aanspraak vallen. Volwassen GGZ problematiek Er kan geen individuele jeugdhulp worden versterkt indien er sprake is van volwassen GGZ problematiek of verslavingsproblematiek, die voorliggend is op de problematiek. Overige zorg uit de Zvw Indien er geen sprake is van IKZ, maar wel van verpleging valt ook dit onder de Zvw. Als verpleging en daarmee samenhangende persoonlijke verzorging samen worden aangeboden, vallen beiden onder de Zvw. Als verpleging wordt aangeboden met begeleiding komt de zorg uit twee wetten: verpleging valt onder de Zvw en de begeleiding valt onder de Jeugdwet.
Pagina 19 van 24
Vaktherapie Er kan geen individuele jeugdhulpvoorziening worden verstrekt voor vaktherapie, tenzij dit een onderdeel is van een multidisciplinaire geneeskundige behandeling in het kader van de geneeskundige ggz. De desbetreffende jeugdhulpaanbieder kan dan onder eigen regie vak therapie inzetten. Voor enkel vaktherapie kan geen individuele jeugdhulpvoorziening worden verstrekt en wordt verwezen naar de (aanvullende) zorgverzekering. Passend Onderwijs Alle leerlingen die extra onderwijsondersteuning nodig hebben, zowel als er sprake is van een lichte als van een zware (onderwijs) ondersteuningsbehoefte, komen in aanmerking voor Passend onderwijs. Passend onderwijs houdt in dat scholen extra onderwijsondersteuning bieden. Het gaat dan om didactische en pedagogische ondersteuning die nodig is om de onderwijsdoelen te bereiken. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan ondersteuning van de leraar of een (tijdelijke) plaats voor de leerling in een bovenschoolse voorziening, het speciaal basisonderwijs of het (voortgezet) speciaal onderwijs. In het (voortgezet) speciaal onderwijs is expertise beschikbaar voor de specifieke doelgroep van de school. Wet Maatschappelijke ondersteuning Er kan geen individuele jeugdhulp worden verstrekt indien een jeugdige 18 jaar is geworden en er aanspraak kan worden gemaakt op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning.
We hebben het dan over begeleiding en dagbesteding en dagbehandeling. Wanneer er sprake is van problematiek bij de ouders die maakt dat de ouders begeleiding nodig hebben, dan spant het lokaal integraal team er zich voor in om ouder toe te leiden naar de juiste hulp. Beschermd Wonen Er kan geen individuele jeugdhulp worden verstrekt indien de jeugdige 18 jaar is geworden, niet zelfstandig kan wonen en 24 uurs begeleiding nodig heeft. In veel gevallen is sprake van meervoudige problematiek; daar waar de individuele vormen van problematiek wellicht nog net te overkomen zouden zijn in een zelfstandige situatie, kan een combinatie van factoren ervoor zorgen dat beschermd wonen noodzakelijk wordt. Artikel 10 Toekennen individuele jeugdhulpvoorziening Zorg in Natura Dit artikel bepaalt dat er in een beschikking wordt verstrekt bij een verstrekking pgb, afwijzing van een aanvraag of indien de jeugdige en/of ouders hierom verzoeken. Artikel 11 Toekennen individuele jeugdhulpvoorziening via PGB Een persoonsgebonden budget (pgb) is een geldbedrag waarmee een persoon zelf zorg, begeleiding, hulp, hulpmiddelen of voorzieningen in kan kopen. Sinds 2015 wordt het pgb via trekkingsrecht geregeld. Bij trekkingsrechten komt het budget niet meer op de rekening van de budgethouder, maar bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) op de bankrekening te staan.
De budgethouder stuurt de rekeningen voor het betalen van zorgverleners naar de SVB en zij controleert vooraf of het om verzekerde zorg gaat. Lid 1 bepaalt de vaardigheid van de aanvrager om een pgb te beheren. Lid 2 bepaalt dat het lokaal integraal team deze pgb-vaardigheid toetst op de volgende onderdelen: a.