CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage V. Stikstof verschilberekening

Gemeenteraadsvergadering 5 juni 2024, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Ontwerp-omgevingsvergunning en ontwerpverklaring van geen bedenkingen 'De Boender 7 en 10 Noordwijk'3.430 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stikstofonderzoek verschilberekening De Boender 7 en 10, Noordwijk

Stikstofonderzoek verschilberekening De Boender 7 en 8, Noordwijk

Datum Kenmerk Auteur

: : :

26 oktober 2023 A1278-07/JLA/rap2 Dhr. J.C. Langeweg MSc/Mevr. B. van den Hoed MSc

Opdrachtgever

:

Heemskerk Vaste Planten Dhr. G. Heemskerk De Boender 7 2204 AE Noordwijk

© IDDS b.v. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.

1.1 1.2

Inleiding ........................................................................................................................ 4 Aanleiding ...................................................................................................................... 4 Leeswijzer ...................................................................................................................... 5 Wettelijk kader .............................................................................................................. 6

3.1 3.2 3.3 3.4

Beoordeling planvoornemen ...................................................................................... 7 Locatie............................................................................................................................ 7 Bouwfase ....................................................................................................................... 8 Gebruiksfase ................................................................................................................ 10 AERIUS-model ............................................................................................................. 11 Rekenresultaten en conclusie projecteffect ........................................................... 13

5.1 5.2 5.3

Berekening referentiesituatie ................................................................................... 14 Bepaling referentiesituatie ........................................................................................... 14 Gebruiksfase ................................................................................................................ 15 Resultaat referentiesituatie .......................................................................................... 16

6.1 6.2

Rekenresultaten en conclusie verschilberekening ................................................ 17 Verschilberekening ...................................................................................................... 17 Conclusie ..................................................................................................................... 17

Inleiding 1.1 Aanleiding Aan de Boender 7 te Noordwijk is de bedrijfsbebouwing van Heemskerk Vaste Planten geconcentreerd. Aan de overkant van de weg ligt de Boender 10 waar een sier-bordertuin met bijhorende bebouwing is gesitueerd. Momenteel wordt het aantal vierkante meters bedrijfsbebouwing dat toegestaan is volgens het bestemmingsplan op de Boender 7 overschreden. Dit stikstofonderzoek is onderdeel van de omgevingsvergunning legalisatie. Tevens betreft het legalisatieverzoek de 2 gebouwen die gebruikt worden als opslag voor materiaal op de Boender 10. Het stikstofonderzoek is gefixeerd op de bedrijfslocatie van Heemskerk Vaste Planten omdat de omgevingsvergunning ‘legalisatie’ ook deze locatie betreft. Het plan bestaat uit het legaliseren van bestaande bebouwing. In principe worden er in de gebruiksfase geen grote veranderingen in stikstofdepositie verwacht ten opzichte van het huidige gebruik. Volledigheidshalve is de stikstofdepositie van het plan in de gebruiksfase in toekomstige situatie berekend. In van de toekomstige situatie weergegeven. Hierop is de plattegrond van het plangebied te zien.

1.2 Leeswijzer In dit rapport wordt eerst het wettelijk kader behandeld. Vervolgens wordt het planvoornemen in hoofdstuk 3 beoordeeld. Er wordt uiteengezet welke uitgangspunten gehanteerd worden als input voor de AERIUS Calculator. Vervolgens worden de rekenresultaten in hoofdstuk 4 beschreven. Hoofdstuk 5 geeft een beschrijving van de referentiesituatie en de daarbij behorende uitstoot en verkeersbewegingen. In hoofdstuk 6 zijn de resultaten van de verschilberekening beschreven, gevolgd door de conclusie.

Wettelijk kader De uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022 heeft een streep gezet door de tijdelijke vrijstelling van de stikstofuitstoot als gevolg van de sloop-, aanleg- en bouwfase, zoals opgenomen in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn). Hierdoor dient het stikstofonderzoek net als voorheen niet alleen de gebruiksfase te beslaan, maar ook rekening te houden met (de mobiele voertuigen die ingezet worden bij) de sloop-, aanleg- en bouwfase. Bovendien zal met de intreding van de Omgevingswet ook een inspanningsverplichting gaan gelden om de stikstofuitstoot bij bouwprojecten te verminderen. Door deze uitspraak dienen stikstofberekeningen te worden uitgevoerd zoals voor 1 juli 2021 het systeem was. Dit betekent dat zoals onder de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunningplichtig kan zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb). Oftewel, ook relatief kleinschalige projecten dienen zorgvuldig op hun stikstofdepositie getoetst te worden om aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Deze berekening is opgesteld met behulp van AERIUS Calculator versie 2022.

Eventuele vervolgstappen Bij een stikstofdepositie uitkomst boven 0,00 mol/ha/jr, zijn er verschillende mogelijkheden om te bepalen of een nieuwe ontwikkeling in aanmerking komt voor een positief besluit/vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. De eerstvolgende stap hierin is intern salderen. Een belangrijke uitspraak hierover is gedaan door de Raad van State op 20 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:71) in de zaak Logtsebaan. Kort gezegd komt het erop neer dat als gevolg van deze uitspraak bij gebruikmaking van intern salderen géén vergunningplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Als intern salderen geen oplossing biedt kan met behulp van onder andere een ecologische voortoets gekeken worden of significante effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten kunnen worden.

Beoordeling planvoornemen 3.1 Locatie In de nabijheid van het plangebied liggen de volgende Natura 2000- gebieden: Tabel 1: Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied Natura 2000-gebied

Afstand tot het Natura 2000-gebied

Stikstofgevoeligheid

Kennemerland-Zuid

526 meter

Gevoelig tot zeer gevoelig

Coepelduynen

7,4 kilometer

Gevoelig tot zeer gevoelig

Meijendel & Berkheide

12,2 kilometer

Gevoelig tot zeer gevoelig

De Wilck

19,0 kilometer

Niet gevoelig

Noordhollands Duinreservaat

22,4 kilometer

Gevoelig tot zeer gevoelig

Polder Westzaan

24,3 kilometer

Beperkt gevoelig

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

24,5 kilometer

Gevoelig

Beoordeeld wordt of als gevolg van het project de kwaliteit van het natuurlijke leefgebied of de habitat van soorten in een Natura-2000 gebied kan verslechteren. Met behulp van het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS is de gebruiksfase van het planvoornemen doorgerekend. Een berekening met terugwerkende kracht voor de bouwfase wordt niet als doelmatig geacht. Wel wordt in de komende paragraaf in gegaan op de bouwfase.

3.2 Bouwfase Voor nieuwe ruimtelijke plannen geldt dat er inzicht moet komen in de toename van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Omdat dit een legalisatie betreft, geldt dat er strikt genomen inzicht moet komen in de geproduceerde stikstof en de consequenties daarvan. In lijn met het principeverzoek bestaat de gewenste situatie uit de ontwikkelingen die in de loop der jaren hebben plaatsgevonden op de bedrijfslocatie De Boender 7 en de siertuin De Boender 10. Bovendien is zorgvuldig aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing, in lijn met de aanbeveling van het Overlegplatform Greenport RO zoals verwoord in het positieve advies op de maatwerkaanvraag (zie bijlage). De aanvraag heeft betrekking op de herbouw van de kassen en de gebouwen behorende bij De Boender 9 (geen onderdeel van voorliggende aanvraag) en het vastleggen / legaliseren van de bestaande situatie op De Boender 7 en 10.

Binnen deze omgevingsvergunning worden diverse bouwactiviteiten met terugwerkende kracht vergund: Aanpassen van kasruimte naar schuurruimte Op de locatie wordt momenteel vergunde kasruimte gebruikt als (niet vergunde) schuurruimte. Het gaat om hal 4 en cel 8, hal 2 en cel 7 en de rolschuur. Voor het bedrijf is het van belang dat de schuurruimte in de toekomst gebruikt kan blijven worden en is daarom onderdeel van de gewenste situatie dat deze schuren worden vergund. Feitelijk is met name sprake van een verandering op papier doordat de oppervlakte schuurruimte toeneemt en kasruimte afneemt.

Toestaan van koelcellen 9 en 10 Voor de bouw van de twee koelcellen stond op deze plek een schermhal met hetzelfde oppervlak (1.698 m²). Het toevoegen van deze koelcellen had hoge prioriteit om aan kwaliteitseisen te voldoen. Vergunnen bebouwing sier-fotografietuin aan De Boender 10 Zoals eerder gesteld, is er een sier-bordertuin gesitueerd aan de Boender 10. De tuin ligt in een gebied met bestemming ‘Agrarisch – Bollenteelt – bollenzone 1’. Daarmee is de sier-bordertuin passend binnen de bestemming. In de tuin is ook een opslag nodig voor het stallen van tuingereedschap en één voor allerhande (compositie) materialen. Deze materieeloverkapping en opslag voor gereedschap zijn wel in strijd met het bestemmingsplan. Daarom is onderdeel van de gewenste situatie om de materieeloverkapping en de opslag van gereedschap op de Boender 10 toe te staan. Inschatting inzet mobiele werktuigen In 2006 is de rolkas vervangen door een rolschuur. Tevens is de vaste kas á 1.400 m 2 voorzien van een schuurdak. Dit werd Cel 7 á 600 m2 en de verwerkingsruimte á 800m2. Hier zijn enkel diverse vrachtwagens voor nodig gebleken voor de aanvoer van materieel. Tevens is er gebruik gemaakt van een hoogwerker en een hijskraan. In 2012 is door een storm 3.300 m2 kas verwoest. Deze zijn vervangen door 550 m2 schuur en 550 m2 Cel 8. Tevens 2.300 m2 kas teruggebouwd.

Hier zijn enkel diverse vrachtwagens voor nodig gebleken voor de aanvoer van materieel. Tevens is er gebruik gemaakt van een hoogwerker en een hijskraan. In 2016 is Cel 9 gebouwd. In 2018 is Cel 10 gebouwd. Voor de bouw van Cel 9 en Cel 10 is door de eigenaar van de gebouwen een inschatting gedaan van de inzet van mobiele bronnen voor de bouw. Tabel 2: Inzet mobiele bronnen Bron

Totale draaiuren

Werkzaamheden

Mobiele kraan

10 uur

Werkvoorbereiding

Heistelling

8 uur

Plaatsen heipalen

Betonstorter

6 uur

Storten vloer

Hoogwerker

30 uur

Werkzaamheden staal en isolatiebouw

Mobiele kraan

20 uur

Werkzaamheden staal en isolatiebouw

Gelet op de geringe inzet van de mobiele bronnen, het feit dat deze verspreid zijn geweest over de periode 2006 tot en met 2018 en het gegeven dat deze in reeds lange tijd zijn afgerond, is een stikstofberekening met terugwerkende kracht niet doelmatig. Het is aannemelijk dat de werkzaamheden geen significante negatieve effecten hebben gehad op Natura 2000-gebied.

3.3 Gebruiksfase De stikstofdepositie in de toekomstige gebruiksfase bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste het gasverbruik. Ten tweede zorgen de verkeersbewegingen in de gebruiksfase ook voor potentiële stikstofdepositie op nabij gelegen Natura 2000-gebied. Overige bebouwing op het terrein stoot geen stikstof uit in de gebruiksfase zoals hieronder is toegelicht. Daarnaast zijn de woningen niet opgenomen in het model omdat deze geen onderdeel zijn van de omgevingsvergunning. Vergunnen van koelcellen De koelcellen zijn nog niet vergund in de huidige situatie en zijn daarom onderdeel van de toekomstige gebruiksfase. De koelcellen zijn aangesloten op elektriciteit en stoten daarmee geen stikstof uit. Het toevoegen van de koelcellen heeft dus geen invloed op de toekomstige gebruiksfase. Aanpassen van kasruimte naar schuurruimte Het aanpassen van kasruimte naar schuurruimte zorgt voor een afname in het gasverbruik. Er is een afname is het gasverbruik omdat de schuur beter geïsoleerd is en minder verwarmt hoeft te worden dan een kas. Deze aanpassing in opgenomen in het toekomstige gasverbruik. Realiseren schuurruimte In de gebruiksfase zal de schuur op de voormalige locatie van de watersilo niet tot stikstofdepositie leiden. Dit omdat de nieuwbouw schuur wordt aangesloten op een luchtwarmtepomp.

Realisatie overkapping De overkapping kent in de toekomstige gebruiksfase geen stikstofdepositie. Vergunnen bebouwing sier-fotografietuin aan de Boender 10 In de toekomstige situatie treedt er geen stikstofdepositie op in de gebruiksfase als gevolg van de bebouwing op de Boender 10. De bebouwing bestaat uit een overkapping welke geen stikstofdepositie heeft. Dieseltank op locatie Op locatie is een dieseltank aanwezig met een capaciteit van 5.000 liter. Deze dieseltank wordt sinds jaar en dag gebruikt voor het bijvullen van de tank van de landbouwvoertuigen die gebruikt worden op percelen in de omgeving. Het betreft dus geen dieselverbruik voor het verwarmen van de kassen of andere bezigheden op de genoemde percelen. Aangezien de verkeersbewegingen in de oude en de nieuwe situatie gelijk blijft voor het vullen van de landbouwvoertuigen en de dieseltank, worden deze verkeersbewegingen niet meegenomen in de AERIUS berekening, daar deze elkaar wegstrepen in verhouding met de referentiesituatie. Gasverbruik In de toekomstige gebruiksfase zorgen de kassen en schuren op de locatie voor stikstofuitstoot. Er is stikstofuitstoot door het gebruik van gas om de kassen en schuren te verwarmen. Door de opdrachtgever is aangegeven dat het gasverbruik in de toekomstige gebruiksfase 55.000 m3 is. De stikstofuitstoot is berekend op basis van de volgende waardes.

Tabel 3: Gasverbruik toekomstige situatie gebruiksfase Onderdeel

Gasverbruik

Rookgasvolume

Concentratie NOx per 9 nm3

Van mg naar kg

NOx uitstoot

Kassen

55.000 m³

9 m3

70 gram

1.000.000

34,65 kg/jr

Verkeersbewegingen Onderdeel van de gebruiksfase zijn ook de verkeersbewegingen die veroorzaakt worden door werknemers en vrachtverkeer. De verkeersbewegingen bestaan uit licht en zwaar verkeer. Het aantal verkeersbewegingen in de categorie zwaar en licht is door de opdrachtgever verstrekt. De aantallen zijn worst case en kunnen afwijken van de transportactiviteiten die als uitgangspunt van het akoestisch onderzoek zijn genomen. Het aantal verkeersbewegingen in de verschillende categorieën is samengevat in onderstaande tabel. Tabel 4: Verkeersgegevens voor AERIUS-berekening 2023 Onderdeel

Aantal bewegingen Invoer in AERIUS

Licht verkeer

30

Zwaar verkeer

10

Totaal Verdeling route

40 vervoersbewegingen per dag 100% naar de N206

Opgemerkt wordt dat er vanwege de planologische realisatie er sprake is van een toename van de verkeersbewegingen. De AERIUS-berekening gaat uit van het totale plan, niet het verschil met de bestaande situatie omdat dit het feitelijke projecteffect bepaalt. De verkeersbewegingen worden gemodelleerd in AERIUS via buitenwegen vanaf de Boender richting de Vogelaardreef naar de Ruigenhoekerweg. Vanaf hier kunnen de verkeersbewegingen de N206 betreden. Er is rekening gehouden met een filevorming van 1%. Dit is conform de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021’ van BIJ12. Vanaf de N206 is het verkeer qua rijen stopgedrag niet meer te onderscheiden van het reguliere verkeer en heeft het zich verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. 3.4 AERIUS-model Voor de gebruiksfase zijn de gegevens ingevoerd in de AERIUS Calculator. De Calculator heeft de emissie en depositie van het plan berekend. De onderstaande uitsnede is opgenomen om weer te geven welke bronnen op welke locatie zijn voorzien.

Rekenresultaten en conclusie projecteffect Het projecteffect is berekend met behulp van de AERIUS Calculator. Hierbij is een berekening gemaakt voor de uitstoot van het verkeer in de gebruiksfase. De conclusie luidt dat er mogelijk beschermde natuurgebieden worden getroffen door deze ontwikkeling. De rekentool geeft op basis van de opgestelde input, rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Als gevolg van het planvoornemen treedt er daarom een toename van de stikstofdepositie op in Natura 2000-gebied. In de gebruiksfase zijn de stikstofdeposities zoals in onderstaande tabel is weergegeven. Er treedt extra depositie op, op natuurgebied ‘Kennemerland-Zuid’. Tabel 5: Stikstofdepositie als gevolg van de gebruiksfase op Kennemerland-Zuid Kennemerland-Zuid Habitattype H2180Ao H2180A H2130B H2150 H2190B H2160 ZGH2130B H2130A H2180B H2180C H2130C Lg12

Naam habitattype Duinbossen (droog), overig Duinbossen (droog), berken-eikenbos Grijze duinen (kalkarm) Duinheiden met struikhei Vochtige duinvalleien (kalkrijk) Duindoornstruwelen Grijze duinen (kalkarm) Grijze duinen (kalkrijk) Duinbossen (vochtig) Duinbossen (binnenduinrand) Grijze duinen (heischraal) Zoom, mantel en droog struweel van de duinen

Stikstofdepositie in mol/ha/jr 0,57 0,57 0,56 0,22 0,09 0,11 0,04 0,02 0,01 0,02 0,01 0,01

Omdat het projecteffect hoger is dan 0,00 mol/ha/jr, geldt een mogelijke vergunningsplicht. Hiertoe is nader onderzoek nodig, waarbij zoals aangegeven de eerste stap is te onderzoeken of intern salderen een oplossing biedt. Conclusie stikstofdepositie Het planvoornemen leidt op basis van de ingevoerde gegevens tot extra stikstofdepositie in Natura 2000-gebied. Nader onderzoek met behulp van intern salderen moet vaststellen of dit projecteffect leidt tot een vergunningplicht in het kader van de Wnb.

Berekening referentiesituatie 5.1 Bepaling referentiesituatie Gelet op de berekende overschrijding in de toekomstige situatie, is er een verschilberekening (intern salderen) opgesteld om te achterhalen of de toekomstige situatie ondanks de verhoging van > 0,00 mol/ha/jr leidt tot een betere situatie dan de oude situatie. In deze stap wordt gekeken of het projecteffect ten opzichte van de referentiesituatie per saldo leidt tot een toename in stikstofdepositie ten opzichte van stikstofgevoelig Natura 2000-gebied. Hiervoor is het nodig de referentiesituatie op te stellen. De referentiesituatie zal worden vergeleken met de toekomstige situatie. Het verschil tussen de twee wordt uitgerekend in een verschilberekening. Om dit te bepalen, wordt gebruik gemaakt van vaste jurisprudentie. Een belangrijke uitspraak hierover is gedaan door de Raad van State op 20 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:71) in de zaak Logtsebaan. Kort gezegd komt het erop neer dat als gevolg van deze uitspraak bij gebruikmaking van intern salderen géén vergunningplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Voor de referentiesituatie wordt verwezen naar de beleidsregel intern en extern salderen van de provincie Zuid-Holland, zoals vastgesteld op 08-07-2021, hierna te noemen het besluit. Om de referentiesituatie vast te stellen wordt er gekeken naar artikel 1 lid j.

Dit gaat uit van 7 december 2004 of de datum waarop het desbetreffende gebied door de Europese Commissie tot een gebied van communautair belang is verklaard, voor zover die verklaring heeft plaatsgevonden na 7 december 2004. Gelet op de informatie van BIJ12 is het gebied Kennemerland-Zuid op 7 december 2004 aangewezen als Natura 2000-gebied. Aangezien dit stikstofonderzoek wordt gebruikt voor een omgevingsvergunning geldt als referentiesituatie de situatie zoals vergund op 7 december 2004.

5.2

Gebruiksfase

Gasverbruik Op 7 december 2004 bestond de locatie ook uit kassen en bedrijfsbebouwing. Door de opdrachtgever is aangegeven dat het gasverbruik in 2004 gelijk was aan 114.330 m3. In 2021 is een verbruik gemeten van 74.525 m3. In deze referentiesituatie berekening wordt gerekend met het gasverbruik uit 2021 om zo een lagere referentiesituatie aan te houden. Tabel 6: Gasverbruik referentiesituatie Onderdeel

Gasverbruik

Rookgasvolume

Concentratie NOx per 9 nm3

Van mg naar kg

NOx uitstoot

Kassen

74.626 m³

9 m3

70 gram

1.000.000

47,01 kg/jr

Verkeer Onderdeel van de referentiesituatie zijn de verkeersbewegingen. Het aantal verkeersbewegingen in de referentiesituatie is gelijk aan het aantal verkeersbewegingen in de toekomstige gebruiksfase. Voor de seizoenswerkers heeft de opdrachtgever 30 fietsen tot zijn beschikking om te stimuleren met de fiets te komen. Daarnaast komen veel medewerkers met taxibusjes naar het werk, waarbij 8-10 medewerkers carpoolen om zo de verkeersbewegingen laag te houden. Het aantal verkeersbewegingen is dus verstrekt door de opdrachtgever. Tabel 7: Verkeersgegevens referentsiesituatie Onderdeel

Aantal bewegingen Invoer in AERIUS

Licht verkeer

30

Zwaar verkeer

10

Totaal Verdeling route

40 vervoersbewegingen per dag 100% naar de N206.

De verkeersbewegingen worden gemodelleerd in AERIUS via buitenwegen vanaf de Boender richting de Vogelaardreef naar de Ruigenhoekerweg. Vanaf hier kunnen de verkeersbewegingen de N206 betreden. Er is rekening gehouden met een filevorming van 1%. Dit is conform de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021’ van BIJ12. Vanaf de N206 is het verkeer qua rijen stopgedrag niet meer te onderscheiden van het reguliere verkeer en heeft het zich verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer.

5.3

Resultaat referentiesituatie

Invoer in de AERIUS Calculator in het rekenjaar 2023, geeft resultaten op 1 Natura 2000gebied, wegens het hoge gasverbruik van de kassen. Onderstaand is de uitstoot op Natura 2000-gebied ‘Kennemerland-Zuid’ weergegeven welke relevant is omdat hier ook in de toekomstige situatie sprake is van een stikstofdepositie (zoals berekend in hoofdstuk 3). Tabel 8: Stikstofdepositie als gevolg van de referentiesituatie op Kennemerland-Zuid Kennemerland-Zuid Habitattype H2180Ao H2180A H2130B H2150 H2190B H2160 ZGH2130B H2130A H2180C H2180B H2130C Lg12 H2120

Naam habitattype Duinbossen (droog), overig Duinbossen (droog), berken-eikenbos Grijze duinen (kalkarm) Duinheiden met struikhei Vochtige duinvalleien (kalkrijk) Duindoornstruwelen Grijze duinen (kalkarm) Grijze duinen (kalkrijk) Duinbossen (binnenduinrand) Duinbossen (vochtig) Grijze duinen (heischraal) Zoom, mantel en droog struweel van de duinen Witte duinen

Stikstofdepositie in mol/ha/jr 0,57 0,57 0,56 0,23 0,09 0,12 0,04 0,02 0,02 0,02 0,01 0,01 0,01

Uit de resultaten blijkt dat er in de referentiesituatie sprake is van een maximale stikstofdepositie van 0,57 mol/ha/jr op het gebied H2180A Duinbossen (droog), overig. Ook andere habitatstypen kampen in de referentiesituatie met een hoge depositie.

Rekenresultaten en conclusie verschilberekening 6.1 Verschilberekening Door de gebruiksfase te vergelijken met de referentiesituatie, kan het verschil in stikstofdepositie worden berekend. Hierdoor wordt inzichtelijk gemaakt of het planvoornemen per saldo leidt tot een toename in stikstofdepositie. Uit de AERIUS berekening is gebleken dat er op geen enkel hexagoon sprake is van een toename van meer dan 0,00 mol/ha/jr. In Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid treedt op een oppervlak van 6,9 ha een afname op van stikstofdepositie, waarbij de grootste afname 0,01 mol/ha/jr betreft.

6.2

Conclusie

Op basis van de verschilberekening met behulp van intern salderen wordt geconcludeerd dat in de gebruiksfase minder stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden optreedt dan in de referentiesituatie. Per saldo treedt er in de gebruiksfase minder depositie op dan in de referentiesituatie. Op grond hiervan is geen nader onderzoek benodigd. Het bevoegd gezag kan op basis van deze resultaten een positief advies geven voor de beoogde ontwikkeling. Het pdf-bestand van de berekeningen zijn bij deze notitie apart bijgevoegd, zodat het bevoegd gezag deze in kan voeren ter controle. Het volgende pdf-bestand is van toepassing op de deze notitie: •

AERIUS_bijlage_ A1278-07 De Boender 7 en 10, Noordwijk – verschilberekening

Conclusie stikstofdepositie Uit de verschilberekening blijkt dat de stikstofdepositie in de gebruiksfase getalsmatig gelijk blijft danwel afneemt ten opzichte van de referentiesituatie. Per saldo leidt het project dus niet tot een toename in stikstofdepositie. Nader onderzoek is niet nodig. Dit aspect vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=b357c64b-55fc-4545-96ed-6c16109d544d