CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Toelichting Bestemmingsplan Bronsgeest 2021

Gemeenteraadsvergadering 22 februari 2022, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Bronsgeest 202128.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In de Regionale Structuurvisie wordt inzicht gegeven in de ruimtelijke ontwikkelingen tot 2020 (met doorkijk naar 2030). Binnen de Regionale Structuurvisie wordt de ruimtelijke positie van de regio bepaald en gekeken hoe deze zich verhoudt tot haar (Randstedelijke) omgeving. Hiervoor zijn enkele kernbeslissingen geformuleerd waarbij de kernbeslissingen 1, 4 en 5 relevant zijn voor de herontwikkeling van Bronsgeest:  Holland Rijnland is een top woonregio: Het reserveren van grond voor woningen heeft ruimtelijke prioriteit. Knelpunt is dat het woningaanbod (in kwantiteit en kwaliteit) achterblijft bij de vraag. Het is noodzakelijk dat er niet alleen voldoende, maar ook gevarieerd, gedifferentieerd en kwalitatief goed wordt gebouwd om de doelgroep van jonge beroepsbevolking te behouden. Het reserveren van grond voor woningen heeft ruimtelijke prioriteit. De gemeenten in de regio bouwen netto 40.000 woningen in de periode tot 2020 waarbij de Duin- en Bollenstreek een extra opgave heeft op basis van de afspraken die zijn gemaakt in de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek. Het gaat daarbij in de Bollenstreek tot 2030 om de realisatie van maximaal 2.900 woningen buiten de rode contouren, waaronder 600 woningen op Bronsgeest in Noordwijk. In de regio wordt verder per gemeente gestreefd naar 30 procent van de woningbouwopgave in de sociale sector.

Het is van belang om te bouwen in gedifferentieerde woonmilieus met veel aandacht voor kwaliteit van de leefomgeving.  Groen blauwe kwaliteit staat centraal: Bij alle toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in de regio staat het groen-blauwe raamwerk centraal en dus wordt de ondergrond gebruikt als onderlegger bij het stedenbouwkundig ontwerp. Daarnaast zal rekening moeten worden gehouden met de gebruiks- en belevingswaarde van de verschillende landschappen die de regio rijk is. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet de recreatieve bereikbaarheid van het landschap minimaal gelijk blijven, dan wel verbeterd worden. Dit leidt tot het creëren van ecologische en recreatieve groene verbindingen tussen de kust en het Groene Hart, waaronder Noordwijk-LeeuwenhorstPolder Hoogeweg-Kagerplassen-Braassemermeer-Langeraarse Plassen.  Blijvende openheid van het Groene Hart, de Bollenstreek en Duin, Horst en Weide: Er wordt door de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) een herstructurering

Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

28

opgezet waarbij de hoeveelheid bollengrond gelijk blijft op 2.625 hectare (zie beschrijving ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016’). De ambities en kernbeslissingen zijn visueel weergegeven op de visiekaart en enkele deelkaarten.

Afbeelding: uitsnede visiekaart

Bronsgeest is op de visiekaart grotendeels aangewezen als ‘uitbreiding stedelijk gebied’. Gelet op een deelkaart is dat onder meer omdat het gebied is aangemerkt als ‘woningbouwlocatie (voorlopig)’. De zone van Bronsgeest die grenst aan het landgoed is aangewezen als ‘recreatie-/natuurgebied’ en aan de noordrand van het gebied is een ‘groene verbinding’ voorzien. - Consequenties Bronsgeest Het plangebied komt binnen de Regionale Structuurvisie in aanmerking voor ontwikkeling tot woningbouw. Bij de herverkaveling dient verder rekening te worden gehouden met een groene verbinding. Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016 De ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016’ is een uitwerking van de Regionale Structuurvisie en een herziening van de in december 2009 vastgestelde structuurvisie. In de visie worden de gemeenschappelijke ruimtelijke ambities van de zes Greenpoortgemeenten voor het gehele buitengebied weergegeven. De ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016’ is op 16 juni 2016 vastgesteld door de gemeenteraad van Noordwijk (en nadien ook door de gemeenteraden van de overige gemeentes) en vormt een toetsingskader voor nieuwe bestemmingsplannen.

Met de ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport’ kiezen de gemeenten, in navolging van de Regionale Structuurvisie, duidelijk voor economische en landschappelijke structuurversterking van de Greenport Duin- en Bollenstreek. Dit vanuit het besef dat een vitale Greenport niet kan zonder vitaal landschap. In het onderstaande is een overzicht opgenomen van de verschillende beleidsuitgangspunten van de ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport’ die mede ten grondslag liggen aan het onderhavige bestemmingsplan:    

De economische herstructurering van de Greenport staat centraal; Deze herstructureringsopgave dient te worden gecombineerd met landschapsverbetering; Het uitvoeren van de woningbouwopgave overeenkomstig de afspraken zoals gemaakt in de Gebiedsuitwerking (zie subparagraaf 3.2.2) waardoor de maximale woningbouwbijdrage van de Duin- en Bollenstreek is bereikt; Hoewel in het kader van het herstructureringsproces tijdelijke krimp onder nader te bepalen voorwaarden (waaronder harde tijdgebonden compensatiegaranties) wordt toegestaan, dient het areaal aan eersteklas bollengrond duurzaam te worden gehandhaafd op 2.625 hectare;

Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

29

  

De herstructurering in combinatie met landschapsverbetering moet spoedig en slagvaardig ter hand worden genomen; De wateropgave zal zoveel mogelijk worden geïntegreerd in concrete initiatieven; Bij de woningbouwopgaven geldt als uitgangspunt dat de eigen behoefte alsmede de regionale behoefte zoals overeengekomen in de Gebiedsuitwerking HaarlemmermeerBollenstreek zoveel mogelijk binnen de (toenmalige) streekplancontouren dient te worden geaccommodeerd. Uitzonderingen vormen o.a. Bronsgeest in Noordwijk.

In de intergemeentelijke structuurvisie staat het faciliteren en het accommoderen van een gezonde ontwikkeling van de Greenport Duin- en Bollenstreek voorop. Hierbij is van groot belang dat er duidelijkheid is over waar stedelijke functies (waaronder wonen) zich zullen ontwikkelen.

Afbeelding: uitsnede visiekaart ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport’, Bronsgeest is indicatief met een rode lijn aangegeven

Om in de eigen behoefte te voorzien is volgens de Regionale Woonagenda (zie subparagraaf 3.3.3) in de zes gemeenten van de Greenport Duin- en Bollenstreek tot 2030 een netto toevoeging van 11.000 woningen noodzakelijk. Daarnaast bedraagt de bovenregionale opgave waarover in het kader van de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek bestuurlijke afspraken zijn gemaakt 5.200 woningen. Daarbij gaat het om 4.000 extra woningen voor de bollengemeenten, zoveel mogelijk te realiseren binnen bestaand stads- en dorpsgebied en aanvullend op de in de eerdere intergemeentelijke structuurvisie en in het provinciale programma ruimte opgenomen locaties binnen de voormalige contouren, 600 woningen specifiek voor de ontwikkeling van de locatie Bronsgeest te Noordwijk en 600 greenportwoningen op niet nader geduide locaties in het buitengebied van de zes bollengemeenten. De 600 woningen voor Bronsgeest buiten de toenmalige contouren zijn afgesproken in het kader van de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek maar voor de bouw van 600 woningen op deze plek is bollengrondcompensatie noodzakelijk. De Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) en de gemeente hebben inmiddels al enkele afspraken gemaakt over bollengrondcompensatie, welke uiteindelijk zullen leiden tot een bollengrondcompensatie-overeenkomst.

In de visiekaart van de intergemeentelijke structuurvisie is het plangebied grotendeels aangewezen als ‘uitbreiding woningbouw buiten begrenzing stedelijk gebied van de Greenport’ ten behoeve van de herontwikkeling ‘Bronsgeest’. Er dient daarbij rekening te worden gehouden met het voltooien en versterken van ecologische verbindingen. Het deel tussen de Bronsgeesterweg en de Provincialeweg is aangewezen voor ‘Herstructurering naar vitale Greenport met landschapsverbetering en integratie wateropgaven, sanering, schaalvergroting en intensivering van het bollencomplex’. Er is daarbij geen uitbreiding van bebouwing aan de orde. - Consequenties Bronsgeest Het gedeelte van het plangebied tussen de Bronsgeesterweg en de rand langs de Gooweg is aangewezen voor herontwikkeling met oorspronkelijk 600 woningen (inmiddels wordt uitgegaan van 350 woningen) mits er bollengrondcompensatie plaatsvindt. Wel dient daarbij Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

30

rekening te worden gehouden met een ecologische verbinding tussen landgoed Offem en landgoed Klein Leeuwenhorst. Voor het gedeelte tussen de Bronsgeesterweg en de Provincialeweg dient uit te worden gegaan van (open) bollenteelt. 3.2.4

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie 2030 ‘Noordwijk voor elkaar’ Op 12 oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Noordwijk (oud) de Omgevingsvisie 2030 ‘Noordwijk voor elkaar’ vastgesteld. De Omgevingsvisie wordt regelmatig geactualiseerd, de laatste actualisatie is vastgesteld op 13 november 2018. In de Omgevingsvisie is de visie voor Noordwijk (oud) richting 2030 aangegeven. Op dit moment is een nieuwe Omgevingsvisie in voorbereiding (zie hierna). De hoofdopgaven voor de toekomstige ontwikkeling van Noordwijk zijn:  hoe kunnen we Noordwijk economisch, toeristisch, sociaal en cultureel vitaler maken?  hoe maken we Noordwijk beter bereikbaar?  hoe zorgen we dat Noordwijk een aantrekkelijke woongemeente blijft, welke rol willen we in de regio spelen en wat zijn demogelijkheden om meer te bouwen in de sociale sector dan in het verleden is gebeurd?  hoe wil Noordwijk zich profileren op het gebied van duurzaamheid en waar zetten we dan op in? De kern van de visie voor 2030 is: Noordwijk is een energieke, duurzame, inspirerende en gastvrije kustplaats met topkwaliteit en allure. Een aantrekkelijke leefomgeving is daarbij noodzakelijk. Om in te spelen op de verwachte vraag van een grote diversiteit aan doelgroepen is er een ambitieus woningbouwprogramma. De Noordwijkse woningmarkt is onderdeel van de regionale woningmarkt.

Tot 2030 wil de gemeente gemiddeld ruim 200 woningen per jaar bouwen in een aantrekkelijke woonomgeving. Daarvoor dienen onderscheidende woongebieden te worden ontwikkeld die voorzien in de woningbehoefte van de Noordwijkers, maar ook inspelen op een regionale en zelfs bovenregionale vraag. Aandachtspunt bij deze groei is het bereikbaar houden van Noordwijk. De gemeente zet zich in het bijzonder in op de bouw van woningen voor starters, senioren en mensen met een beperking. Voor hen is er een gebrek aan mogelijkheden om door te stromen naar een andere woning. Bij nieuwbouw is het uitgangspunt: minimaal 30% bouwen in de sociale sector, zowel bij binnenstedelijke ontwikkelingen als in uitleggebieden. Voor situaties waarin dit door aantoonbare redenen niet realiseerbaar is, moet de ontwikkelaar/initiatiefnemer storten in de bestemmingsreserve Sociale Woningbouw. Hiervoor is een ‘Verordening Bestemmingsreserve Sociale Woningbouw 2017’ ingesteld (d.d. 30 mei 2017). Ook voor gezinnen die toe zijn aan een volgende stap in hun wooncarrière wil de gemeente de doorstroming bevorderen. Daartoe is de toevoeging van vooral betaalbare vrijesectorhuurwoningen noodzakelijk. Samenhang en variatie in de bouwprogramma’s is noodzakelijk om de gewenste diversiteit voor alle doelgroepen te realiseren.

Uitwerking van de visie en woningbouwprogrammering is opgenomen in de Noordwijkse Woonagenda, welke inmiddels is vervangen door de Noordwijkse Woonvisie (vastgesteld op 26 januari 201). De hoofdlijnen uit het woonbeleid zijn overgenomen in de Omgevingsvisie. Naast een aantrekkelijke leefomgeving zijn een rijke natuur, een mooi landschap en een vitale Greenport ook van belang. Noordwijk heeft een omvangrijk buitengebied tussen Zandvoort, Katwijk en Teylingen. Dit maakt deel uit van de Greenport Duin- en Bollenstreek. Woningbouw in het Greenportgebied is niet toegestaan met uitzondering van onder meer Bronsgeest.

Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

31

Afbeelding: uitsnede visiekaart ‘Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief’, het plangebied is indicatief met een gele ovaal aangegeven

De gemeente heeft de wens om Bronsgeest te ontwikkelen met 400 tot 600 woningen op basis van een sterk stedenbouwkundig raamwerk. Door ‘landgoedwonen in boskamers’ wil men hier de herkenbaarheid vergroten van het landgoederen-landschap. Ook is het de bedoeling om optimaal de kansen te benutten voor realisatie van sociale woningbouw en om behoefte mogelijkheden te bieden voor zelfbouwkavels, groepswonen en grondgebonden woningen voor ouderen die ook voor elkaar zorgen, activiteiten organiseren en zelfvoorzienend zijn. Hiermee levert deze locatie een bijdrage aan een grotere variatie van de woningvoorraad van heel Noordwijk. In het hart van Bronsgeest streeft de gemeente naar realisatie van een (groen) plein met speelvoorzieningen, waarin tevens mogelijke maatschappelijke en commerciële voorzieningen (geen detailhandel) alsmede woningen een plaats kunnen krijgen. Langs de Van Berckelweg is de aanleg voorzien van een robuuste boszone ter hoogte van het toekomstige woongebied. Tevens is het de bedoeling om een vrijliggend fietspad te realiseren naar Noordwijk Binnen, langs de voormalige Zilveren Kruislocatie. Tenslotte is de ambitie om Bronsgeest als energieneutrale wijk te ontwikkelen. - Consequenties Bronsgeest Bronsgeest is benoemd als locatie met 400 tot 600 woningen die een bijdrage leveren aan een grotere variatie van de woningvoorraad van heel Noordwijk (o.a.

sociale woningbouw, zelfbouwkavels, groepswonen en grondgebonden woningen voor ouderen). Uitgangspunt is een sterk stedenbouwkundig raamwerk. Het water van de Nieuwe Vaart, een boszone langs de Van Berckelweg en ‘landgoedwonen in boskamers’ kunnen bijdragen aan een dergelijk raamwerk, net zoals de ecologische verbindingszone tussen landgoed Offem en Klein Leeuwenhorst en een uitbreiding van het fietsnetwerk. Omgevingsvisie Noordwijk aan zee ‘Samen maken we de toekomst voor Noordwijk!’ (ontwerp) Vanwege de samenvoeging van Noordwijk en Noordwijkerhout heeft de gemeente een nieuwe Omgevingsvisie voor het gehele grondgebied in voorbereiding. Het ontwerp van deze Omgevingsvisie heeft van 30 september tot en met 10 november 2020 ter inzage gelegen. De omgevingsvisie is samengesteld uit 30 toekomstvisies, gemaakt door inwoners, ondernemers, ambtenaren en andere betrokkenen bij de gemeente Noordwijk. De Omgevingsvisie is voor de gemeenteraad het strategisch toetsinstrument waar het gaat om de fysieke leefomgeving. Op basis van deze visie stuurt de gemeenteraad op de lange termijn. De Omgevingsvisie is bindend voor de gemeente: voor de raad en ook voor het college van B&W. Alleen met een inhoudelijke onderbouwing kan het gemeentebestuur ervan afwijken. Er

Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

32

blijft altijd sprake van belangenafweging. Daarbij zal uiteindelijk de gemeenteraad beslissen wat binnen de visie het zwaarste weegt. Ten aanzien van Noordwijk Binnen is aangegeven dat de gemeente op onder meer het volgende wilt voortbouwen:  Noordwijk Binnen is een dorp met de historische uitstraling van de oude dorpskern met daarin de Voorstraat en de twee Jeroenskerken.  De cultureel-historische en groene omgeving maken dat je er prettig woont en leeft.  Een veelzijdig dorp voor jong en oud.  De bevolking is sociaal-economisch zeer divers, ook qua woonvormen.  In Noordwijk Binnen wil je graag zijn, of je nu inwoner, werknemer, werkgever of bezoeker bent. Als je vraagt waarom, dan geeft iedereen een ander antwoord, vanuit een ander perspectief.  Het middengebied tussen Noordwijk aan Zee en Noordwijk Binnen maakt Noordwijk Binnen echt tot een eigen dorp.  Het is authentiek, knus en groen.  Noordwijk Binnen wordt omringd door natuur van het uitgestrekte kustgebied met de duinen, landgoederen en bollenvelden. In de Omgevingsvisie zijn vijf thema’s voor de toekomst geformuleerd: 1. Ondernemende gemeente; voldoende welvaart voor iedereen 2. Prettig wonen met voldoende woningen voor iedereen 3. Welzijn en gezondheid (cultuur en sport) 4. Bereikbaarheid 5. Duurzaam, klimaatneutraal en klimaatbestendig (natuur).

Ten aanzien van het voorliggende bestemmingsplan is thema 2 relevant. Dit hoofdthema is onderverdeeld in een aantal deelopgaves:  Variatie in wonen met voldoende woningen voor jong en oud(er).  Betaalbaar bouwen, juist voor inwoners van de gemeente.  Bouw starterswoningen actief stimuleren.  Duurzaam bouwen en wonen, verduurzamen bestaande bouw.  Levensloopbestendige woon-/zorgconcepten voor senioren. Nieuwbouw vindt bij voorkeur plaats in de dorpen, of er tegenaan. Daarbij is de identiteit van de dorpen zelf leidend, ook qua sfeer en architectuur. Bouwen in hogere dichtheid zorgt voor meer woningen en tegelijkertijd minder ruimtebeslag. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om meer woningen per perceel, het bebouwen van open plekken in dorpen of om gestapelde bouw. Bij alle nieuwbouw wordt voortgebouwd op de identiteit van de dorpen. Met bouwen in het buitengebied willen we terughoudend omgaan. Wanneer we er wel bouwen, geldt ook hier dat we aansluiten op de identiteit. Ook innovatieve woonvormen, behoren tot de mogelijkheden. Net als passende woningen voor senioren, zodat zij langer zelfstandig thuis kunnen wonen. Renovatie en verbouw van het huidige woningbestand kan daarbij wenselijk zijn.

- Consequenties Bronsgeest Bronsgeest is niet specifiek benoemd als woningbouwlocatie maar de nieuwbouw van maximaal 350 woningen op deze locatie geeft uitvoering aan het thema ‘Prettig wonen met voldoende woningen voor iedereen’. Door de bouw van maximaal 350 woningen ontstaat meer variatie in wonen met voldoende woningen voor jong en oud (starterswoningen en levensloopbestendige woningen). Tegelijkertijd kan worden bijgedragen aan het bouwen van duurzame woningen.

3.3

Sectoraal beleid

3.3.1

Welstand, beeldkwaliteit

De gemeente Noordwijk heeft op 15 maart 2019 haar welstandsnota geharmoniseerd. In deze Welstandsnota staan algemene uitgangspunten (hoofdstuk 1), criteria voor kleine bouwwerken (hoofdstuk 2), specifieke gebouwen als bollenschuren, boerderijen en strandbebouwing (hoofdstuk 3) en objectgerichte criteria (hoofdstuk 4) aangegeven. Een bouwplan wordt door de welstandscommissie getoetst aan de Welstandsnota. Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

33

Afbeelding: uitsnede kaart ‘Welstandsgebieden’

Het plangebied is grotendeels gelegen in het welstandsgebied ‘Agrarisch landschap’. De welstandsnota bevat geen criteria voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dit is het geval indien sprake is van een functiewijziging ten opzichte van de gebiedenkaart (zie voorgaande afbeelding), zoals bijvoorbeeld nieuwe woon- en werkgebieden in agrarisch gebied, waarbij de gebiedsgerichte welstandscriteria voor het betreffende gebied niet toereikend zijn voor een goede beoordeling. Dergelijke welstandscriteria kunnen niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan aan ten grondslag ligt. Het opstellen van welstandscriteria voor (her)ontwikkelingsprojecten kan een onderdeel zijn van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. Zodra zo’n (her)ontwikkelingsproject aan de orde is zal de gemeenteraad de welstandscriteria daarvoor vast moeten stellen door middel van een welstandsparagraaf als aanvulling op deze nota. Dit kan ook in de vorm van een beeldkwaliteitplan of vergelijkbaar, die dan vastgesteld wordt als onderdeel van de welstandsnota. Voor dergelijke aanvullingen op de welstandsnota geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding.

Het parkeerterrein op de hoek Van Berckelweg-Gooweg, de woonkavels Gooweg, het sportcomplex en het landgoed zijn gelegen in respectievelijk de welstandsgebieden ‘Bedrijventerreinen’, ‘Planmatig woongebied’, ‘Sport en recreatie’ en ‘Landgoederen’. - Consequenties Bronsgeest Het plangebied is gelegen binnen verschillende welstandsgebieden. Omdat het bestemmingsplan leidend is voor wat betreft de ligging, massa en vorm van gebouwen is voor de zone langs de Gooweg rekening gehouden met de relevante welstandscriteria. Zo zijn conform het geldende bestemmingsplan gevarieerde bouwvlakken toegepast bij de individuele woonkavels terwijl bij het gebouw op het sportcomplex is uitgegaan van een eenvoudige hoofdvorm. Voor het landgoed is uitgegaan van een ruim bouwvlak voor het hoofdgebouw en kleinere bijgebouwen. Voor de beoogde woningbouwlocatie zal te zijner tijd een welstandsparagraaf als aanvulling op de Welstandsnota worden vastgesteld dan wel een beeldkwaliteitplan. In de toelichting van het uitwerkingsplan (c.q. de uitwerkingsplannen) zal ook een beeldkwaliteitsparagraaf worden opgenomen. In de beeldkwaliteitsparagraaf zal het effect van de ontwikkeling op de bestaande kenmerken en waarden worden beschreven.

Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

34

3.3.2

Archeologie en cultuurhistorie en monumenten

Cultuurhistorie Atlas leefomgeving In de Atlas Leefomgeving van het rijk is informatie over rijksmonumenten, archeologie en cultuurlandschap gebundeld. Cultuurhistorische Atlas provincie Zuid Holland De cultuurhistorische kaart van Zuid-Holland geeft een overzicht van cultuurhistorische kenmerken en waarden in deze provincie. Het is een overzicht op hoofdlijnen, bijvoorbeeld van waardevolle verkavelingspatronen, gebieden met een archeologische verwachtingswaarde of monumentale boerderijlinten. Dit is het schaalniveau waarop de provincie beleid voert. De kaart bevat naast dit overzicht ook een selectie van waarden die specifiek van provinciaal belang zijn. Voor Noordwijk gaat het onder andere om Archeologische terreinen van provinciaal belang, molenbiotopen en landgoederen. Archeologie Op basis van het Verdrag van Valletta worden archeologische bodemvondsten beschermd. Uitgangspunt van beleid is behoud ‘in situ’ van archeologische waarden. Op basis van de Erfgoedwet zijn overheden gehouden om bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten. Als een gemeente geen eigen archeologiebeleid heeft vastgesteld, geldt het beleid zoals opgenomen in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de Provincie Zuid-Holland.

Dit houdt onder meer in dat archeologisch onderzoek nodig zou zijn bij het uitvoeren van werken of werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 100 m² en waarbij de grond dieper wordt geroerd dan 30 cm onder het maaiveld. Het RAAP-rapport 2852 en het archeologisch rapport “Graven in archieven. Een niet-gravend verstoringenonderzoek in de bollengemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen”, vormen de basis voor de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart gemeente Noordwijk (2020) en de bijbehorende Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Noordwijk (2020). Op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart zijn de waarden en verwachtingen weergegeven.

Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

35

Aan deze verwachtingszones worden in ruimtelijke plannen verschillende voorschriften verbonden. Al naar gelang de trefkans op het vinden van archeologische resten groter wordt, zijn deze regels strenger:

Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

36

Op de archeologische verwachtingen in het plangebied wordt nader ingegaan in paragraaf 4.9 van deze toelichting. Monumenten De Erfgoedwet is de basis voor zowel landelijk als regionaal als lokaal Monumentenbeleid. Dit is de Nederlandse doorvertaling van het Verdrag van Granada, waarin staat dat de bescherming van het architectonische erfgoed een essentieel doel is van de ruimtelijke ordening. De Erfgoedwet biedt de basis voor Rijksmonumenten en Gemeentelijke monumenten. Op basis van de Erfgoedwet is een Erfgoedverordening vastgesteld.

Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

37

Erfgoednota De gemeenteraad heeft op 28 juni 2011 de integrale Erfgoednota Noordijk ‘Erfgoed op de kaart’ vastgesteld. Deze geeft een goede basis voor de uitvoering van de wettelijke eisen ten aanzien van gebouwde (rijks)monumenten, het van rijkswege beschermd dorpsgezicht van een deel van de oude kern van Noordwijk Binnen en archeologie. De nota bevat tevens:  Een visie en structuur voor de omgang met het erfgoed;  De bouwhistorische verwachtingskaart;  Formatie voor uitvoering van het beleid en de wettelijke taken voor het erfgoed. In paragraaf 4.9 wordt nader ingegaan op cultuurhistorie en archeologie. 3.3.3

Wonen

Regionale Woon Agenda 2017: Kwaliteit voor kwantiteit De regio Holland Rijnland heeft op 14 maart 2018 een nieuwe regionale woonagenda (RWA) vastgesteld. De RWA helpt gemeenten bij de juiste woning op de juiste plek, en afstemming van woningbouw op de ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Daarmee biedt de RWA een onderbouwing voor plannen, passend bij de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De regio is opgedeeld in een aantal subregio’s. Noordwijk behoort samen met de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijkerhout en Teylingen tot de subregio Noord. De RWA sluit aan op het door de provincie als uitgangspunt gehanteerde realistische kwalitatief en kwantitatief onderbouwde woningbouwprogramma. Bronsgeest is met 600 woningen in de RWA expliciet benoemd als uitbreiding voor de bovenlokale behoefte. Hiermee is de behoefte van Bronsgeest aangetoond en wordt er voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (alsmede de Omgevingsverordening). Voor een deel van de plannen is (sub)regionale afstemming verplicht. Bij de kwalitatieve afweging van plannen die in subregio’s plaatsvindt, worden in elk geval de volgende toetsingscriteria gehanteerd: 1.

ligging binnen bestaand stads- en dorpsgebied; in de Greenport kan ook sprake zijn ligging van plannen aangrenzend aan bestaand stads- en dorpsgebied, conform de locaties die onderdeel uitmaken van het Afsprakenkader tussen provincie Zuid-Holland en de zes bollengemeenten; hiermee geeft de provincie goedkeuring aan de ruimtelijke aanvaardbaarheid; daarnaast zal er sprake zijn van locaties (al dan niet geclusterd) in het buitengebied voor de bouw van Greenportwoningen, die vanwege hun eigen dynamiek onafhankelijk van een programmering (maar wel daarin opgenomen) kunnen worden ontwikkeld. 2. passende ontsluiting voor verschillende middelen van vervoer aanwezig of te ontwikkelen. 3. aanvullende kwaliteit op bestaande lokale en subregionale productmarktcombinaties (waaronder het aandeel sociale huurwoningen en vrije sector huurwoningen) en woonmilieus. In de RWA is een indeling in verschillende categorieën gehanteerd die bepalen of en in welk verband (sub)regionale afstemming noodzakelijk is. Bronsgeest behoort tot categorie 4a. Dit zijn plannen op basis van afspraken tussen verschillende overheden met een bovenregionale vraag. Hiervoor is (sub)regionale en bovenregionale afstemming over de kwalitatieve invulling nodig. Ze worden afgewogen en vinden doorgang, los van de geraamde lokale woningbehoefte (WBR2016).

Het gaat hier primair om kwalitatieve afstemming; alleen bij grote verschuivingen in het kwalitatieve programma is ook overleg over de kwantiteit aan de orde. - Consequenties Bronsgeest De bouw van maximaal 350 nieuwe woningen op Bronsgeest maakt deel uit van de plancapaciteit. Aangezien Bronsgeest is opgenomen op de vastgestelde planlijst als categorie 4 plan en er in het voorliggende bestemmingsplan is uitgegaan van 350 woningen is dit plan (sub)regionaal afgestemd. Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

38

- Regionaal afwegingskader woningbouwplannen (RAW) Per subregio brengen de gemeenten de plancapaciteit in overeenstemming met de opgave tot 2020 volgens het regionaal afwegingskader woningbouwplannen (RAW) dat is opgenomen in hoofdstuk 4 van de regionale woonagenda. Aan de hand van dit model kunnen regiogemeenten bepalen of een bestemmingsplan sub- of bovenregionale afstemming behoeft en waarmee het plan wordt verantwoord bij de provincie. Gemeenten toetsen hun woningbouwplannen aan het RAW als voor het plan een nieuw bestemmingsplan of een wijziging of herziening van het bestemmingsplan nodig is. Het gaat om zowel plannen uit de (actuele) lijst projecten als om reserveplannen en nieuwe initiatieven. Het resultaat is een dynamische lijst van woningbouwplannen met een realistische planning die jaarlijks wordt gemonitord en besproken. In het RAW is een indeling in verschillende categorieën gehanteerd die bepalen of en in welk verband afstemming noodzakelijk is. Bronsgeest behoort tot categorie 4 als bedoeld in het RAW. Dit betreft plannen op basis van afspraken tussen verschillende overheden. Ze worden afgewogen en vinden doorgang, los van de geraamde lokale woningbehoefte. Het gaat hier primair om kwalitatieve afstemming; alleen bij grote verschuivingen in het kwalitatieve programma is ook overleg over de kwantiteit aan de orde.

- Woningbehoefteraming 2019 (WBR 2019) en Trendraming 2019 (TR2019) De Zuid-Hollandse Woningbehoefteraming 2019 (WBR2019) is bedoeld als “neutrale” kwantitatieve basis voor het provinciale woningbouwbeleid. Voor elke regio is berekend hoeveel extra woningen er nodig zijn, voor het huisvesten van nieuwe huishoudens. Elke drie jaar maakt Zuid-Holland een nieuwe WBR, de vorige raming was WBR2016. De WBR2019 is een demografische prognose, waarbij o.a. wordt gerekend met "binnenlands migratiesaldo nul" per gemeente (lokale behoefte). In de Trendraming wordt rekening gehouden met de druk van buitenaf. De raming met de hoogste uitkomst wordt door de provincie vastgesteld als uitgangspunt voor de (sub)regionale behoefte aan nieuwe woningen voor de komende 3 jaar. In de praktijk betekent dit dat voor (sub)regio’s waar de TR getalsmatig lager is dan de WBR, de WBR het uitgangspunt vormt voor de woningbehoefte. In de situatie dat de TR getalsmatig hoger is dan de WBR, vormt de TR het uitgangspunt voor de vastgestelde woningbehoefte. In de WBR2019 is voor de regio Holland-Rijnland een woningbehoefte aangegeven van 18.970 woningen voor de periode 2019-2030. Voor Noordwijk bedraagt de WBR2019 2.580 woningen voor de periode 2019-2030. In de regio Holland Rijnland is de prognose van de gewenste woningvoorraadtoename in de periode 2019-2030 op basis van de trendraming 27.560 woningen.

De prognose is in die zin een (negatieve) bijstelling van de kwantitatieve opdracht uit de Regionale Woonagenda waarin 30.000 woningen zijn opgenomen. Voor de Duin- en Bollenstreek is de trendraming als volgt:

Gemeente

Hillegom

Trendraming 2019 100% 1.410

Trendraming 2019 130% 1.833

Lisse

660

858

Teylingen

1.820

2.366

Noordwijk

2.580

3.354

6.470

8.411

Tabel: Trendraming per 1 januari 2019 (bron: https://staatvan.zuid-holland.nl/.) De tweede kolom is verhoogd met 30% (de overcapaciteit)

Voor Noordwijk bedraagt de trendraming +2.580 tot 3.354 woningen in de periode 2019-2030.

Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

39

- Consequenties Bronsgeest In de regio Holland-Rijnland is sprake van een woningbehoefte van 27.560 woningen voor de periode 2019-2030 aangegeven. Voor Noordwijk bedraagt de trendraming +2.580 tot 3.354 woningen in de periode 2019-2030. De bouw van nieuwe woningen op Bronsgeest maakt deel uit van de plancapaciteit en de bouwopgave waarover eerder afspraken zijn gemaakt. Op de meest recente subregionale woningbouwllijst is daarom voor Bronsgeest uitgegaan van 350 woningen.. Het totaal aantal te realiseren woningen van 350 valt hiermee binnen de aantallen die in regionale afspraken zijn gemaakt. Bronsgeest maakt met 350 woningen onderdeel uit van het woningbouwprogramma van Noordwijk. Omdat Bronsgeest tot categorie 4 behoort en er in het voorliggende bestemmingsplan is uitgegaan van 350 woningen is voldaan aan de eis dat de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningen (sub)regionaal zijn afgestemd. Woonvisie ‘Alle zeilen bij voor voldoende en de juiste woningen’ Op 26 januari 2021 is de Woonvisie ‘Alle zeilen bij voor voldoende en juiste woningen’ vastgesteld. In deze woonvisie zijn de belangrijkste dilemma’s en opgaven tot 2030 geschetst. Op basis van de thema’s wordt een aantal maatregelen voorgesteld die nodig zijn om de ambities uit deze concept woonvisie waar te kunnen maken.

Deze thema’s zijn:  ‘volle inzet voor meer nieuwbouw’;  ‘juiste woningen toevoegen’;  ‘mogelijkheden voor prettig thuis wonen’;  ‘naar een klimaatneutraal Noordwijk’. Hierbij staan twee prioriteiten voorop: 1. zorg voor het toevoegen van voldoende woningen in de gemeente Noordwijk; 2. én zorg voor de juiste woningen in het bijzonder voor mensen die zonder onze aandacht geen huis kunnen krijgen. Om de doelstellingen te realiseren is in de Woonvisie een verplichte segmentering, bij plannen vanaf drie woningen, opgenomen. Deze is als volgt:  Minimaal 30% sociale huur tot €737 (prijspeil 2020)  Minimaal 15% middeldure huur van €737 tot € 1000 (prijspeil 2020)  Minimaal 25% middeldure koop tot € 325.000 Dit betekent dat woningbouwplannen (vanaf drie woningen of meer) conform bovengenoemde segmentering moeten worden gerealiseerd. Beleidsnotitie gebruik woningen De gemeenteraad heeft op 16 februari 2021 het beleid Gebruik Woningen vastgesteld. Hierin zijn regels voor het gebruik van woningen vastgelegd. Het beleid is van toepassing op alle woningen in Noordwijk. Het beleid heeft als doel het oneigenlijk gebruik van woningen en onrechtmatige woningonttrekking tegen te gaan. Het uitgangspunt is en blijft namelijk: woningen zijn bedoeld om in te wonen.

Zo is bewoning van een woning door maximaal één huishouden toegestaan en mag eigen recreatief gebruik uitsluitend plaatsvinden door de eigenaar in een hiertoe aangewezen zone in Noordwijk aan Zee. Toeristische verhuur van woningen is in strijd is met het begrip ‘wonen’ in het bestemmingsplan en, met uitzondering van vakantieverhuur tot maximaal 30 dagen, niet toegestaan. In het beleid Gebruik Woningen zijn de uitgangspunten en de juridische instrumenten vastgelegd. Doelgroepenverordening Op 24 november 2020 heeft de gemeenteraad de ‘Verordening tot wijziging van de verordening doelgroepen sociale woningbouw Noordwijk 2019’ vastgesteld. De doelgroepenverordening vormt een wettelijke basis om uitvoering van het gemeentelijk woonbeleid in nieuwe bestemmingsplannen en exploitatieplanen af te dwingen en hiermee de sociale huur- en koopwoningen aan de juiste doelgroep te kunnen toewijzen. In de verordening is voor sociale huurwoningen een instandhoudingstermijn van ten minste 30 jaar na ingebruikname vastgelegd. Voor sociale koopwoningen geldt een instandhoudingstermijn van 10 jaar Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

40

3.3.4

Verkeer en parkeren

Nota Parkeren 2020 De gemeente heeft in 2020 een integrale Nota Parkeernormen vastgesteld. De gemeente Noordwijk zet in deze Nota Parkeernormen 2020 in op meer flexibiliteit in de omgang met parkeernormen door meer gebiedsgerichte en meer doelgroep specifieke normen. Met het benoemde toepassingskader kiest de gemeente voor een duidelijke rolverdeling tussen de gemeente en de initiatiefnemer van een nieuwe ontwikkeling of transformatie (wijziging bestemming en/of functie). De Nota Parkeernormen 2020 beschrijft het kader ten aanzien van het aantal te realiseren parkeerplaatsen voor fiets en auto bij nieuwbouw of transformatieprojecten. De nota is relevant voor iedereen (projectontwikkelaars, woningcorporaties, zelfbouwers, bedrijven, inwoners) die een omgevingsvergunning ‘bouwen’ aanvraagt waar een parkeercomponent aan zit. In de nota is een gebiedsindeling gehanteerd. Het doel hiervan is dat gebiedsgericht gewerkt kan worden aangezien parkeren in bijvoorbeeld de winkelgebieden een ander afwegingskader kent dan in buitengebieden aan de rand van de dorpen. Per gebied is sprake van een ander bereikbaarheidsprofiel, een ander voorzieningenniveau en een ander aanbod aan alternatieve vervoerwijzen zoals het openbaar vervoer. Op basis van de gehanteerde specifieke gebiedsindeling is per gebied de hoogte van de parkeerkencijfers gedifferentieerd en de wijze waarop deze wordt toegepast.

- Consequenties Bronsgeest Voor Bronsgeest dienen de parkeernormen auto’s en fiets te worden toegepast conform de Nota Parkeren 2020. 3.3.5

Water

Nationaal Waterplan (2016-2021) Met het Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van het watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Bij de ontwikkeling van locaties in de stad wordt ernaar gestreefd dat de hoeveelheid groen en water per saldo gelijk blijft of toeneemt. Dit moet stedelijk gebied aantrekkelijk en leefbaar maken en houden. De beoogde herontwikkeling leidt niet tot een significante afname van groenoorzieningen of een afname van de hoeveelheid open water. Keur Rijnland 2020 Op 1 juni 2020 is de Keur Rijnland 2020 in werking getreden. In de keur is aangegeven welke voorwaarden en verboden er gelden ten aanzien van het watersysteem. Waterbeheerplan 5 - 2016-2021 (WBP5) Het WBP5 zet de lijnen uit voor de strategie, het beleid en de uit te voeren maatregelen in de planperiode 2016-2021. Onder het motto ‘droge voeten en schoon water’ staat al het werk van Rijnland in het teken van drie hoofddoelen: (1) veiligheid tegen overstromingen, (2) voldoende water, (3) gezond water, inclusief goed beheer van de afvalwaterketen. Rijnland staat in de periode 2016-2021 voor grote opgaven.

Het zwaartepunt ligt bij verbetering van regionale keringen, implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW-actueel), renovatie van boezem- en poldergemalen en het uitvoeren van het reguliere baggerprogramma voor polder en boezem. In het WBP5 zijn geen concrete maatregelen met betrekking tot de onderhavige locatie opgenomen.

Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

41

3.3.6

Duurzaamheid en openbare ruimte

Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw Door de gemeenten in de regio Holland Rijnland is een Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw (RBDS) opgesteld. Het RBDS beschrijft een planproces en prestatieafspraken, gekoppeld aan ambitieniveaus. Hierbij geldt dat duurzame stedenbouw een vorm is van stedenbouw die in alle stadia van het planproces kansen en mogelijkheden benut om een hoge ruimtelijke kwaliteit in combinatie met een lage milieubelasting tot stand te brengen en die beide in de tijd weet te handhaven, zodat ook toekomstige generaties daarin delen. Op basis van de drie kwaliteitspijlers people, planet en profit zijn duurzaamheidsthema’s benoemd en is elk thema opgedeeld in deelaspecten. Per deelaspect zijn twee ambitieniveaus basis en extra - geformuleerd, waarvan de maatlat hoger ligt dan wettelijk vereist. De duurzaamheidsthema’s en deelaspecten zijn opgenomen in de Ambitietabel DS met als basisambitie het vigerend beleid en een extra ambitie. Alle basisambities en extra ambities zijn weergegeven in bijlage 2.5 van het RBDS. Kortheidshalve wordt naar die bijlage verwezen. Tijdens het planproces worden de relevante deelaspecten geselecteerd, waarvoor de basisambitie geldt. Daarbovenop wordt van minimaal een duurzaamheidsthema’s een extra ambitie (inclusief alle deelaspecten) gekozen.

De geselecteerde ambities worden daarna vertaald naar maatregelen en in het ontwerp geïntegreerd. Het beleidskader en de ambitietabel DS worden toegepast bij ruimtelijke plannen groter dan een ha grondoppervlak en ≥ 10 woningen en/of ≥ 5.000 m² bedrijvigheid. Een stedenbouwkundig project kan in drie globale opeenvolgende trajecten (verkenning, voorbereiding en realisatie) worden ingedeeld. Elk traject kent een aantal fasen. Per fase wordt beschreven welke inhoudelijke stap in welke fase wordt gezet en welke communicatieaspecten in de desbetreffende fase belangrijk zijn om de duurzame ambities te kunnen verwezenlijken. Elke fase wordt afgesloten met een overeenkomst, waarin de gemaakte afspraken zijn vastgelegd. - Consequenties Bronsgeest Het Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw is ook van toepassing op Bronsgeest. Dat betekent dat naast de basisambities in overleg ook enkele extra ambities dienen te worden gerealiseerd bij de uitwerking van de bouwplannen. Hierover kan worden gemeld dat de gemeenteraad van Noordwijk op 2 november 2016 een motie heeft aangenomen om te onderzoeken of de nieuwe woonwijk Bronsgeest (en op termijn ook andere nieuwbouwlocaties) aardgasvrij kunnen worden opgeleverd.

Ook is op 12 januari 2017 door de gemeenteraad een motie aangenomen om te onderzoeken of het warme water in de laag zandsteen bij de boorinstallatie van NAM aan de Leegweg kan worden gebruikt voor het opzetten van een warmtenet of anderszins kan bijdragen aan het verwarmen van gebouwen in Bronsgeest. Leidraad Inrichting Openbare Ruimte 2016 De Leidraad Inrichting Openbare Ruimte 2016 (LIOR2016) bevat de inrichtingseisen voor de openbare ruimte. De LIOR2016 wordt momenteel geactualiseerd. Voor Bronsgeest zijn de volgende inrichtingseisen relevant: Bij nieuwbouw dient rekening gehouden te worden met de aanleg van 7,5m² openbaar groen per woning. Bij nieuwbouwontwikkelingen dient 3% van de uitgegeven grond voor wonen gereserveerd te worden voor speelruimte. Dit kan één speellocatie zijn voor een brede leeftijdscategorie of twee speellocaties voor verschillende leeftijdscategorieën. Bij het vaststellen van speellocaties dienen de actieradius van speelruimtes afgestemd te zijn op de doelgroep en dient rekening gehouden te worden met belemmerende elementen zoals drukke wegen, waterafscheiding en erftoegangswegen.

Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

42

- Consequenties Bronsgeest Bij een opgave van 350 woningen dient bij de inrichting van het woongebied te worden uitgegaan van 2.625 m² openbaar groen. Ook dient 3% van de gronden te worden benut als speelvoorziening. Uitwerking visie openbare ruimte Op 25 september 2012 is de Uitwerking visie openbare ruimte (Uvor) vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders. De Uvor wordt momenteel geactualiseerd.

Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

43

4.

Onderzoek

Het vorige hoofdstuk is beschreven wat de gevolgen van het beleid van verschillende overheden zijn voor Bronsgeest. In het bestemmingsplan voor Bronsgeest dient ook aangetoond te worden dat de ontwikkeling geen belemmeringen op het gebied van milieu oplevert. Omdat het voorliggende bestemmingsplan voor het woongebied een uit te werken bestemming bevat (zie ook uitleg in hoofdstuk 5) hoeft daarbij nog niet voor alle aspecten een onderzoek te worden uitgevoerd. Deze onderzoeken kunnen op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden doorgeschoven naar het uitwerkingsplan / de uitwerkingsplannen. Voor het onderhavige bestemmingsplan dient ‘slechts’ aannemelijk te worden gemaakt dat de beoogde herontwikkeling tot woongebied uitvoerbaar is. In deze paragraaf wordt op diverse thema’s als geluid, zonering van bedrijvigheid, archeologie en water ingegaan.

4.1

Milieueffectrapportage (m.e.r.)

Gemeenten en provincies moeten bij bouwprojecten beoordelen of een milieueffectrapport (MER) dan wel een m.e.r.-beoordeling nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is, moet worden bepaald of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of dat de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. Op de locatie wordt de ontwikkeling van een woongebied met 350 woningen mogelijk gemaakt. In de bijlagen C en D bij het Besluit M.e.r. is aangegeven voor welke projecten het maken van een m.e.r. (bijlage C) of een m.e.r. beoordeling (bijlage D) verplicht is. De ontwikkeling moet onder de categorie ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject’ gerangschikt worden maar de omvang van Bronsgeest ligt ver beneden de drempelwaarde zoals opgenomen in het Besluit m.e.r.

Omdat Bronsgeest echter onderdeel uitmaakt van een groter geheel en er in de integrale en richtinggevende Omgevingsvisie (zie subparagraaf 3.2.4) meerdere ontwikkelingen zijn voorzien, is in het kader van die Omgevingsvisie een milieueffectrapportage uitgevoerd (planMER). In de planMER zijn de effecten van de ontwikkelingen en ambities in samenhang in beeld gebracht. Daarbij is gekeken naar het Basisalternatief (de referentiesituatie in 2030: de verwachte toekomstige ontwikkeling van Noordwijk in 2030 zonder naleving van de doelen uit de Omgevingsvisie Noordwijk 2030) en vier alternatieven. In al de vier alternatieven is uitgegaan van de ontwikkeling van Bronsgeest met 600 woningen. De effecten van de vier alternatieven zijn vergeleken met het Basisalternatief. De beoordeling van de alternatieven heeft plaatsgevonden op basis van drie kernelementen:  mens en omgeving;  natuurlijk en historisch kapitaal;  welvaart. Omdat zich op en nabij het grondgebied van de gemeente Noordwijk de Natura 2000-gebieden ‘De Coepelduynen’, ‘Kennemerland-Zuid’ en ‘Meijendel & Berkheide’ bevinden en er vanuit wet- en regelgeving en jurisprudentie strenge eisen gelden is voor het onderzoek naar de effecten die de voorgenomen ontwikkelingen en ambities uit de omgevingsvisie hebben op Natura 2000-gebieden gebruik gemaakt van een passende beoordeling.

Op basis van de beoordelingen die in het kader van het planMER zijn uitgevoerd (inclusief de passende beoordeling) is het alternatief Midden-Plus aangemerkt als het voorkeursalternatief met daarbij behorende aanbevelingen. Het ontwerp van de milieueffectrapportage is vervolgens samen met het ontwerp van de passende beoordeling ter inzage gelegd. De relevante betrokken bestuurlijke partijen zijn apart aangeschreven voor een reactie op het Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

44

planMER. Ook heeft de Commissie m.e.r., het planMER op volledigheid en juistheid beoordeeld. De reacties, zienswijzen en beoordeling zijn vervolgens betrokken bij de vaststelling. Het planMER en de passende beoordeling zijn samen met de Omgevingsvisie op 12 oktober 2017 vastgesteld door de gemeenteraad. Ten aanzien van de MER geldt nog dat de stikstofdepositieberekening die is gebruikt voor de passende beoordeling niet meer actueel is aangezien deze berekening nog is gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) uit 2015. Het PAS is als gevolg van jurisprudentie inmiddels ongeldig verklaard. Voor Bronsgeest is daarom een nieuwe stikstofdepositieberekening uitgevoerd (zie paragraaf 4.8). Daaruit blijkt dat stikstofdepositie door de ontwikkeling van Bronsgeest met 350 woningen in de gebruiksfase niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie, in dit geval bollenteelt. Daardoor zijn significante effecten op de instandhoudingsdoelstelling in Natura 2000-gebieden door de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan op voorhand uit te sluiten. Het voorliggende bestemmingsplan gaat uit van maximaal 350 woningen en voldoet daarmee ruimschoots aan het programma waar rekening mee is gehouden in het Besluit m.e.r. (600 woningen). In het kader van de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan is nog wel een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling nodig.

Het college van B&W heeft daarom in februari 2022, voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan, een m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen. In dat besluit is geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling niet tot belangrijke milieugevolgen zal leiden en dat een milieueffectrapport zoals bedoeld in de Wet milieubeheer daarmee niet nodig is.

4.2

Verkeer en parkeren

Voor de onderdelen verkeer en parkeren dient op basis van de Wet ruimtelijke ordening sprake te zijn van goede ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat er in het plan voor het toekomstige woongebied rekening gehouden dient te worden met een goede en verkeersveilige afwikkeling van het verkeer (auto, fiets en voetgangers) en voldoende parkeergelegenheid.

4.2.1

Verkeer

Voor de ontwikkeling van het woongebied Bronsgeest is het van belang dat de toekomstige bewoners niet alleen gebruik kunnen maken van de auto maar ook van de fiets en het openbaar vervoer. In deze subparagraaf zal op deze vormen van vervoer worden ingegaan. Autoverkeer De ontwikkeling van Bronsgeest met 350 woningen leidt tot extra verkeer op het wegennet. Dit extra verkeer zal voornamelijk via de Van Berckelweg rijden aangezien het woongebied een aantakking op de rotonde Van Berckelweg-Boechorst krijgt waardoor dit de primaire ontsluiting van het woongebied voor auto’s zal worden. Ook komt er een secundaire ontsluiting op de Gooweg, welke gebruikt kan worden in geval van calamiteiten. Er dient beoordeeld te worden in hoeverre het extra verkeer vanwege woongebied Bronsgeest afgewikkeld kan worden op de rotonde Van Berckelweg-Overbeek en de rest van het bestaande wegennet. Hiervoor is door een Goudappel Coffeng verkeersonderzoek uitgevoerd (kenmerk: 006909.20201195.N1.03, d.d. 10 maart 2021, zie bijlage). In het verkeersonderzoek is uitgegaan van de effecten van maximaal 350 woningen op drie kruispunten: 1. het VRI-geregelde kruispunt Van Berckelweg-Gooweg; 2. de rotonde Van Berckelweg-Overbeek; 3.

de rotondes Van Berckelweg-Provincialeweg Uit het verkeersrapport blijkt het volgende:  Het kruispunt Van Berckelweg – Gooweg is een met verkeerslichten geregeld kruispunt waarbij elke richting over een eigen rijstrook en signaalgroep beschikt. Wanneer naar de gemiddelde cyclustijd wordt gekeken is te zien dat het kruispunt met de huidige vormgeving over voldoende restcapaciteit beschikt. In de autonome 2030 situatie Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

45

neemt de gemiddelde cyclustijd ten opzichte van de huidige situatie in beide spitsen met circa 5 seconden toe waardoor er nog steeds sprake is van voldoende capaciteit. Wel dient het huidige opstelvak van richting 9 (Van Berckelweg-Gooweg, linksaf) te worden verlengd met 30 meter, zodat het wachtende verkeer de andere verkeerrichtingen niet blokkeert. De rotonde Van Berckelweg – Boekchorstweg/Overbeek is in de huidige situatie een combinatie van een enkelstrooksrotonde met een partiele eirotonde. De Van Berckelweg NW heeft in de autonome en met name de plansituatie te maken heeft met een hoge verliestijd. Verkeer komend van het voorgelegen kruispunt Van Berckelweg – Gooweg heeft circa anderhalve minuut verliestijd voor de rotonde gepasseerd kan worden. De huidige rotonde heeft te weinig capaciteit om het verkeer in de plansituatie te kunnen afwikkelen. Door een extra rijstrook op de Van Berckelweg van west naar oost aan te brengen kan de gemiddelde verliestijd op de Van Berckelweg NW aanzienlijk worden verminderd, van 55 seconden in de huidige vormgeving naar circa 5 seconden. Voor fietsers en voetgangers vanuit en richting de ontwikkeling levert dit geen veilige oplossing. Hiervoor zou een andere vormgeving of locatie moeten worden onderzocht. De twee rotondes Van Berckelweg – Provincialeweg vormen gezamenlijk één botronde.

De westelijke rotonde is een volledige rotonde waarbij alle bewegingen mogelijk zijn, op de oostelijke rotonde is een knip aanwezig waardoor rondrijden niet mogelijk is. In de huidige vormgeving heeft verkeer vanaf de afrit N206 aan de zuidkant van de botrotonde te maken met een hoge verliestijd. Dit verkeer moet voorrang verlenen aan doorgaand verkeer op de Van Berckelweg in oostelijke richting. Deze verkeersstroom is dermate groot dat verkeer vanaf de afrit geen mogelijkheden krijgt om de botrotonde op te rijden, met terugslag op de doorgaande N206 als gevolg. Door de doorgaande richting op de botrotonde vanuit Noordwijk naar Voorhout uit te breiden van één naar twee rijstroken kan de verliestijd verlaagd worden tot een acceptabele verliestijd van circa 20 seconden. De overige richtingen ondervinden geen negatieve consequenties van de uitbreiding. Deze ingreep zorgt voor verminderde oversteekbaarheid en verkeersveiligheid voor fietsers van en richting Leeweg.

Uit het voorgaande blijkt dat er enkele aanpassingen aan de weginfrastcutuur nodig zijn om het toekomstige verkeer, inclusief het verkeer van en naar Bronsgeest, op een goede manier te kunnen afwikkelen. Deze aanpassingen worden door de gemeente nader uitgewerkt (nader verkeersonderzoek, ontwerp en budget) maar gelet op de aard en omvang van de aanpassingen kan op voorhand worden gesteld dat het aannemelijk is dat de maatregelen tijdig kunnen en zullen worden uitgevoerd. Fietsverkeer Om het gebruik van de fiets te stimuleren krijgt het woongebied van Bronsgeest aantakkingen op het bestaande fietsnetwerk van Noordwijk. Zo is het de bedoeling om een vrijliggend fietspad te realiseren naar Noordwijk Binnen, bij voorkeur langs de voormalige Zilveren Kruislocatie. De precieze situering zal in een later stadium worden uitgewerkt. Ook de oversteekbaarheid van de Van Berckelweg verdient de nodigde aandacht om zo geschikt(er) te worden gemaakt voor fietsverkeer richting de wijk Boeckhorst, de sportvelden en Voorhout (zie ook de aandachtspunten die voortkomen uit het hiervoor beschreven verkeersonderzoek). Fietsers kunnen verder gebruik maken van de oversteekvoorzieningen bij het kruispunt Van Berckelweg-Gooweg. Zoals ook blijkt uit het verkeersonderzoek is dat de meest veilige oversteek voor het langzaam verkeer.

Openbaar vervoer Het woongebied komt op loopafstand te liggen van de bushaltes op de Van Berckelweg en de Gooweg. Het plangebied zal daardoor goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer. 4.2.2

Parkeren

Voor parkeren in het woongebied wordt gekeken naar de gemeentelijke nota ‘Parkeren 2020’ (zie paragraaf 3.3.4) waarin minimale parkeernomen zijn voorgeschreven. Deze minimale parkeernormen zijn door middel van een algemene (overige) regel vastgelegd in het

Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

46

bestemmingsplan. Daarbij is ook rekening gehouden met eventuele toekomstige beleidswijzigingen (wijziging parkeernormen). Op dit moment is nog niet exact bekend hoeveel woningen en welk type woningen in het woongebied worden gerealiseerd. Er is daardoor ook nog niet bekend hoeveel parkeerplaatsen voor fiets en auto er exact nodig zijn en waar deze gaan komen. Uitgangspunt is in ieder geval dat de benodigde parkeerplaatsen in het toekomstige woongebied zelf worden gerealiseerd zodat er geen overlast ontstaat in de bestaande omgeving. Door het vastleggen van de parkeernormen in de algemene (overige) regel is gewaarborgd dat er ook daadwerkelijk voldoende autoparkeergelegenheid wordt gerealiseerd zodat er geen overlast in de omgeving zal ontstaan.

4.3

Geluidhinder (Wet geluidhinder)

Voor geluidsgevoelige functies zoals wonen, zorg en onderwijs zijn in de Wet geluidhinder ten hoogst toelaatbare geluidsbelastingen vastgesteld voor de geluidsbelasting op gevels. In de Wet is bepaald dat rond of langs verkeerswegen met een snelheidsregime van 50 km/uur of meer, treinspoorwegen en industrieterreinen zones in acht genomen moeten worden. Binnen deze zones is akoestisch onderzoek verplicht wanneer daar op grond van een nieuw bestemmingsplan nieuwe geluidsgevoelige bebouwing geprojecteerd wordt. Uit het akoestisch onderzoek moet blijken of er wordt voldaan aan de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting. Indien de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting op een gevel wordt overschreden is onder bepaalde voorwaarden een hogere grenswaarde mogelijk. De ontwikkeling van Bronsgeest leidt tot nieuwe geluidsgevoelige functies (woningen). Deze nieuwe geluidsgevoelige functies zijn gelegen in de zones van de Van Berckelwegweg (N444), de Provincialeweg (N206), de Gooweg en de Van de Mortelstraat. De nieuwe geluidsgevoelige functies liggen niet binnen de geluidszone van een spoorweg of op grond van de Wet geluidhinder vastgestelde zone rond een industrieterrein. Vanwege de ligging binnen de zones van diverse wegen is akoestisch onderzoek naar wegverkeer noodzakelijk.

Het akoestisch onderzoek dient te worden uitgevoerd aan de hand van toekomstige verkeersintensiteiten (zie subparagraaf 4.2.1). Door Cauberg-Huygen is een verkennend akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (referentie 07572-54468-03, d.d. 27 januari 2022, zie bijlage). In het onderzoek is door middel van (vrije veld)geluidcontouren berekend. Uit het onderzoek blijkt het volgende:  Provincialeweg (N206): de geluidsbelasting overschrijdt de voorkeurgrenswaarde van 48 dB alleen in de zuidoostelijke hoek van het toekomstige woongebied. De geluidsbelasting bedraagt hier 49 dB en leidt zodoende tot een overschrijding van de voorkeurgrenswaarde met 1 dB. Voor de rest van het woongebied wordt voldaan aan de voorkeurgrenswaarde.  Van Berckelweg (N444): de geluidsbelasting overschrijdt de voorkeurgrenswaarde van 48 dB in een zone van 105 meter vanaf de N444 maar voldoet aan de wettelijke ontheffingswaarde van 63 dB. Alleen in de strook van 2 meter vanaf de bestemmingsgrens langs de N444 is sprake van een overschrijding van de wettelijke ontheffingswaarde maar doordat hier groenvoorzieningen zullen worden gerealiseerd (zie de uitwerkingsregels in artikel 13) heeft dit geen gevolgen voor de woningbouw.

In de zone van 105 meter vanaf de N444 is sprake van geluidsbelastingen tussen de 48 dB en 63 dB waarbij voor een zone vanaf circa 56 meter een geluidsbelasting geldt van meer dan 58 dB. In het geluidbeleid van de Omgevingsdienst is een maximale ontheffingswaarde van 58 dB vastgelegd, welke bij hoge uitzondering 63 dB mag bedragen indien er akoestische compensatie (bijvoorbeeld een geluidluwe zijde) wordt toegepast. Door onderlinge afscherming van de gebouwen zullen niet alle toekomstige woningen in de zone van 105 meter een overschrijding van de voorkeurgrenswaarde ondervinden.  Gooweg: de geluidsbelasting overschrijdt de voorkeurgrenswaarde van 48 dB alleen in het deel van het toekomstige woongebied dat binnen circa 73 meter afstand van de Gooweg is gelegen. De geluidsbelasting bedraagt hier maximaal 58 dB. Deze geluidsbelasting voldoet aan de wettelijke ontheffingswaarde van 63 dB en de maximale ontheffingswaarde van 58 dB in het geluidbeleid van de Omgevingsdienst.  Toekomstige binnenplanse ontsluitingswegen (30 km/u): De geluidbelasting ten

gevolge van het wegverkeer op de binnenplanse ontsluitingswegen is beperkt. De Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting

47

voorkeursgrenswaarde wordt, bij een vergelijkbaar wegprofiel zoals die van de Overbeek, nergens overschreden. 

Cumulatie: De toename van geluidsbelasting door cumulatie is 1-3 dB. In het woongebied is de cumulatieve geluidsbelasting niet hoger dan 63 dB en daarmee aanvaardbaar.

In het akoestisch onderzoek is nog geen rekening gehouden met het (beperkte) wegverkeer op de Bronsgeesterweg. Deze weg wordt voornamelijk gebruikt voor bestemmingsverkeer. De invloed van het wegverkeer op deze weg op toekomstige woningen is beperkt. Bij de uitwerking zal de Bronsgeesterweg in het nadere akoestisch onderzoek worden betrokken. Wanneer het wenselijk is om woningen te situeren binnen de delen van het woongebied waar sprake is van een geluidbelasting boven de maximale ontheffingswaarde als bedoeld in het geluidbeleid van de Omgevingsdienst, zal moeten worden bekeken op welke wijze met maatregelen tot een aanvaardbare akoestische situatie kan worden gekomen. Daarbij kan het gaan om maatregelen aan de bron (bijvoorbeeld geluidsreducerend asfalt), maatregelen in het overdrachtsgebied (bijvoorbeeld geluidschermen) of maatregelen ter plaatse van de woningen (bijvoorbeeld dove gevels). Voor woningen die zijn voorzien in zones waar sprake is van een overschrijding van de voorkeurgrenswaarde maar die wel voldoen aan de maximale ontheffingswaarde kunnen hogere grenswaarden worden vastgesteld. Er dient daarbij wel nadrukkelijk te worden gekeken naar de voorwaarden uit het geluidbeleid van de Omgevingsdienst.

Voor de verdere stedenbouwkundige uitwerking van de plannen zijn met name de volgende voorwaarden van belang:  bij een gevelbelasting hoger dan 53 dB wordt akoestische compensatie toegepast (in de vorm van bijvoorbeeld extra isolatie naar de buren, creëren extra stille achtergevel/buitenruimte);  een hogere waarde dan 53 dB is alleen mogelijk als de verblijfsruimten, alsmede ten minste één van de tot de woning behorende buitenruimten niet aan de uitwendige scheidingsconstructie worden gesitueerd waar de hoogste geluidsbelasting optreedt (tenzij overwegingen van stedenbouw of volkshuisvesting zich daar tegen verzetten; in dat geval wordt de buitenruimte afsluitbaar uitgevoerd);  bij een waarde vanaf 53 dB wordt gestreefd naar ten minste één stille gevel (< 48 dB). Om het aantal woningen waarvoor een hogere waarde noodzakelijk is zo beperkt mogelijk te houden, is het wenselijk om in de geluidbelaste delen van het woongebied de woningen zodanig te situeren dat sprake is van afscherming voor het achterliggende gebied. Omdat het voorliggende bestemmingsplan globaal van aard is en nadere uitwerking in een later stadium volgt zullen er nog geen hogere grenswaarden worden vastgesteld. Ook kan er nog geen rekening worden gehouden met de voorwaarden uit het geluidsbeleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=a08d82ae-10bf-4d46-a7be-4efcf6078e00