Bijlage Regels Bestemmingsplan Bronsgeest 2021
Tekst van het document
Bronsgeest 2021
Bronsgeest 2021
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 11
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22
Bestemmingsregels Agrarisch - Bollenteelt Bos Groen Natuur - 1 Natuur - 2 Sport Tuin Verkeer Water Wonen Woongebied - Uit te werken Leiding - Gas Leiding - Hoogspanning Leiding - Water Waarde - Archeologie - 1 Waarde - Archeologie - 2 Waarde - Archeologie - 3 Waarde - Archeologie - 4 Waarde - Archeologie - 5 Waarde - Natuur Natuurnetwerk Nederland
12 12 14 16 17 18 19 20 21 22 23 25 28 30 32 34 37 40 43 46 49
Hoofdstuk 3 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30
Algemene regels Antidubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels
50 50 51 52 53 54 55 56 57
Hoofdstuk 4 Artikel 31 Artikel 32
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
58 58 59
2
Bronsgeest 2021
Regels
3
Bronsgeest 2021
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan Bronsgeest 2021 van de gemeente Noordwijk; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0575.BPBronsgeest2021-VA01 met de bijbehorende regels en bijlage; 1.3
aan-huis-verbonden beroep en bedrijf
een beroep of bedrijf, dat door de bewoner in of bij de woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat de ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
achtererfgebied
erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 meter van de voorkant, van het hoofdgebouw; 1.7
andere geluidgevoelige gebouwen
geluidsgevoelige gebouwen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet Geluidhinder; 1.8
archeologische waarde
de aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden; 1.9
automatenhal
iedere besloten ruimte waar meer dan twee speelautomaten of andere mechanische toestellen in de zin van artikel 30 van de Wet op de Kansspelen zijn opgesteld ten behoeve van het publiek; 1.10
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.11
bebouwingspercentage
het percentage van een bestemmingsvlak of een bouwvlak dat bebouwd mag worden; 1.12
bed & breakfast
een overnachtingsaccommodatie gericht op het tegen betaling bieden van de mogelijkheid tot een veelal kortdurend toeristisch verblijf met het serveren van een ontbijt; 1.13
bedrijfswoning
een woning in of bij een bouwwerk of terrein, die alleen is bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het bijbehorende terrein of bouwwerk(en) noodzakelijk is;
4
Bronsgeest 2021
1.14
bestaand
de situering dan wel gebruik zoals deze bestaat ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.15
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.16
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.18
bijzondere bouwlaag
kelders, souterrains, kappen en dakopbouwen, niet zijnde geschikt voor zelfstandige bewoning; 1.19
bollenteelt
de teelt van bloembollen, bolbloemen en knolgewassen met daaraan ondergeschikt: a. b. c. d.
de teelt van snijbloemen en van vergelijkbare laag blijvende eenjarige en vastbloeiende tuinplanten; de teelt van vollegronds tuinbouwproducten als eenjarige wisselteelt; broeierijen als onderdeel van een grondgebonden bollenteeltbedrijf; de teelt van gras als eenjarige wisselteelt ten behoeve van de bollenteelt, in de vorm van: 1. het zaaien van gras in de braakliggende periode om stuif tegen te gaan, of; 2. het zaaien van gras om de bodem te verrijken, of; 3. het zaaien van gras ter bescherming van de onderliggende bollen tegen vorstschade, of; 4. het zaaien en/of het laten groeien van gras ter bestrijding van onkruid, 5. het zaaien en/of laten groeien van gras voor overeenkomstige doeleinden die ten dienste staan van de bollenteelt.
1.20
bollenteeltbedrijf
een bedrijf dat is gericht op bollenteelt; 1.21
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.22
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.23
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd, bijzondere bouwlagen niet inbegrepen; 1.24
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.25
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel;
5
Bronsgeest 2021
1.26
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.27
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.28
dakopbouw
een bijzondere bouwlaag waarvan het vloeroppervlak ten hoogste 95% van het vloeroppervlak van de direct daaronder gelegen bouwlaag omvat; 1.29
deskundige
een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake een specifiek aspect van de ruimtelijke ordening; 1.30
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor verbruik, gebruik of aanwending anders dan de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.31
dove gevel
a. Een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen een dak, zonder te openen delen en met een in de Wet geluidhinder bedoelde karakteristieke geluidswering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), of b. Een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. 1.32
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en voor zover het bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt; 1.33
gastouderopvang
een vorm van kinderopvang die met behoud van de woonfunctie door een bewoner van een woning wordt uitgeoefend en die voorziet in het verstrekken van kinderopvang voor maximaal 6 kinderen tegelijkertijd; 1.34
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.35
gevel
Een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen een dak, doch niet zijnde een dove gevel of een vliesgevel; 1.36
grondgebonden tuinbouw
het grondgebonden telen / kweken van groenten, bloemen, planten, bollen of zaden; 1.37
hoofdgebouw
één of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
6
Bronsgeest 2021
1.38
horeca
een bedrijf waarvan de activiteiten in hoofdzaak gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf, op het verstrekken en/of ter plaatse te laten nuttigen van voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie waarbij de volgende specifieke vormen onder horeca worden begrepen: 1. categorie 1 daghoreca: een bedrijf dat ondersteunend is aan en qua openingstijden in het algemeen vergelijkbaar is met detailhandelsvestigingen en waarvan de activiteiten in hoofdzaak bestaan uit het verstrekken c.q. snel serveren van kleinere maaltijden, broodjes, hapjes, ijs, gebak en dranken, met uitzondering van alcoholische dranken; 2. categorie 2 restaurant/cafetaria: een bedrijf, waarvan de activiteiten in hoofdzaak bestaan uit het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse en waarbij het verstrekken van dranken (daaraan) ondergeschikt is; 3. categorie 3 café/bar: een zelfstandige, niet geheel of gedeeltelijk deel uitmakende van een hotel, restaurant of zaalaccommodatie voorkomend bedrijf, waarvan de activiteiten in hoofdzaak bestaan uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van maaltijden daaraan ondergeschikt is; 4.
categorie 4 bar-dancing of dancing (discotheek): een zelfstandige, niet geheel of gedeeltelijk deel uitmakend van een hotel, restaurant of zaalaccommodatie voorkomend bedrijf waarvan de activiteiten in hoofdzaak bestaan uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse waarbij gelegenheid wordt geboden tot dansen, met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond en de nacht, waarbij de bedrijvigheid zich binnen de grenzen van de lokaliteit voltrekt; 5. categorie 5 zaalaccommodatie: een bedrijf, waarvan de activiteiten in hoofdzaak bestaan uit het bieden van gelegenheid tot het houden van bruiloften en partijen, alsmede tot het houden van congressen, conferenties en andere vergaderingen en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is; 6. categorie 6 hotel: een bedrijf, waarvan de activiteiten in hoofdzaak bestaan uit het verstrekken van nachtverblijf en eventueel het exploiteren van zaalaccommodatie en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is. 1.39
huishouden
persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van een op duurzaamheid gerichte onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; 1.40
kamerverhuur
de verhuur van onzelfstandige woonruimte door de hoofdgebruiker(s) van de woning waarbij afzonderlijke huishoudens afhankelijk zijn van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte; 1.41
kap
een bijzondere bouwlaag die geheel of gedeeltelijk door een dakconstructie is omgeven welke uit tenminste twee hellende vlakken bestaat, die elkaar al dan niet snijden; 1.42
kelder
een bijzondere bouwlaag waarbij de vloer van de daarboven gelegen bouwlaag ten hoogste 0,5 meter boven het aansluitende maaiveld is gelegen; 1.43
kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen
voorzieningen ten behoeve van extensieve activiteiten die in hoofdzaak zijn gericht op ontspanning en/of natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, paardrijden en natuurobservatie en de daarbij behorende voorzieningen als picknickplaatsen, lig- en speelweiden, observatiepunten, informatieborden, banken en daarmee gelijk te stellen voorzieningen;
7
Bronsgeest 2021
1.44
KNA-conform archeologisch onderzoeksrapport
een archeologisch onderzoeksrapport dat voldoet aan de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA); 1.45
kwetsbaar object
een kwetsbaar object als bedoeld in artikel 1, lid 1 sub l van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.46
maatvoeringsvlak
een geometrisch bepaald vlak waarbinnen eenzelfde maximum bouwhoogte en goothoogte en/of bebouwingspercentage geldt; 1.47
middeldure huurwoning
geliberaliseerde woning voor middenhuur, zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening; 1.48
middeldure koopwoning
koopwoning waarvan de koopprijs maximaal € 310.000,- bedraagt; 1.49
nutsvoorzieningen
gebouwen of bouwwerken , geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de waterhuishouding zoals een rioolgemaal of bergbezinkbassin, de distributie van gas, water, elektra, telematische diensten, voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer en vergelijkbare doeleinden; 1.50
onzelfstandige woonruimte
een woonruimte die geen eigen toegang heeft of die niet op zichzelf kan functioneren als een woning in die zin dat een of meerdere belangrijke voorzieningen ontbreken, zoals een keuken, badkamer en toilet; 1.51
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.52
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.53
peil
a. peil ten aanzien van maaiveld: voor een bouwwerk, waarvan de voorgevel niet direct aan de openbare weg grenst: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende maaiveld ter plaatse van de voorgevel; b. peil ten aanzien van de weg: voor een bouwwerk, waarvan de voorgevel direct aan de openbare weg grenst: de gemiddelde hoogte van die weg ter plaatse van de voorgevel; 1.54
permanente bewoning
duurzaam hoofdverblijf van één of meerdere personen in een woning; 1.55
prostitutiebedrijf
een bedrijf waar prostitutie het hoofdbestanddeel van de activiteiten vormt; 1.56
recreatief gebruik van een woning
het gebruik van een woning met recreatieve motieven door personen die elders hun hoofdverblijf hebben;
8
Bronsgeest 2021
1.57
seksinrichting
een gebouw of een gedeelte van een gebouw waarin handelingen en/of voorstellingen plaatsvinden van erotische en/of pornografische aard. Hieronder worden mede begrepen een seksbioscoop, -theater, -automatenhal en -winkel; 1.58
sociale huurwoning
sociale huurwoning, zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, waarbij de instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep voor ten minste tien jaar na ingebruikname is verzekerd; 1.59
sociale koopwoningen
sociale koopwoning, zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, waarbij de instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep voor ten minste tien jaar na ingebruikname is verzekerd; 1.60
souterrain
een bijzondere bouwlaag waarbij de vloer onder het peil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 1,50 meter boven het peil is gelegen; 1.61
toeristische verhuur
verhuur van een woning aan derden, dan wel gebruik van een woning door derden, ten behoeve van toeristisch/recreatief gebruik, niet zijnde vakantieverhuur; 1.62
vakantieverhuur
incidentele toeristische verhuur van een woning door de hoofdbewoner/eigenaar; 1.63
verkeersareaal
gronden die in gebruik zijn als verkeersruimte voor al dan niet gemotoriseerd verkeer, bestaande uit rijwegen, fiets- en voetpaden, niet zijnde autowegen of autosnelwegen; 1.64
vliesgevel
een bouwkundige constructie aangebracht aan de buitenzijde van een gevel met een geluidswerende functie ten behoeve van de betrokken gevel van het gebouw, waarbij de afstand tussen de vliesgevel en de gevel van het gebouw ten minste 0,5 meter bedraagt; 1.65
voorgevel
de naar de openbare weg gerichte gevel van een gebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel wordt aangemerkt; 1.66
voorkeursgrenswaarde
de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting zoals bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.67
wonen
permanente bewoning van een woning door maximaal één huishouden, al dan niet in combinatie met de volgende nevenfuncties: a. bed & breakfast; b. vakantieverhuur; c. kamergewijze verhuur; 1.68
woning
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor wonen;
9
Bronsgeest 2021
1.69
zorgwoning
een zelfstandige woning waar (intensieve) zorgverlening mogelijk is en waar zorg op afroep beschikbaar is vanuit een verpleeg- of verzorgingshuis, een woonzorgcentrum of een dienstencentrum.
10
Bronsgeest 2021
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is, tussen of vanaf de buitenwerkse gevelvlakken, waarbij uitstekende delen tot maximaal 0,5 meter buiten beschouwing blijven; 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6
het bebouwingspercentage
door projectie van de bebouwing in het bestemmingsvlak, tenzij anders in de regels is bepaald, de kelders en souterrains niet mee gerekend; 2.7
het bruto vloeroppervlak
wordt gemeten binnenwerks, met dien verstande dat de totale vloeroppervlakte ten dienste van kantoren en winkels, met inbegrip van de daarbij behorende magazijnen en overige dienstruimten worden opgeteld.
11
Bronsgeest 2021
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch - Bollenteelt
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch - Bollenteelt' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een bollenteeltbedrijf; b. het gebruik van gronden ten behoeve van de functie als genoemd onder a wordt uitgeoefend met in achtneming van het behoud, versterking en herstel van de voorkomende natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden, in de vorm van: 1. bollenvelden; 2. grootschalige openheid; 3. kenmerkende landschapsstructuur; 4. natuur- en landschapselementen in de vorm van houtwallen en -singels; c. een paardenstal, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding paardenstal'; d. wonen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' in de vorm van een bedrijfswoning; e. water; f. fiets- en voetpaden; g. geluidwerende voorzieningen; h. de bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals toegangswegen, laad- en losvoorzieningen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: i. j.
aan huis verbonden beroepen en bedrijven; de in de navolgende tabel genoemde toegestane nevenfuncties met bijbehorend maximaal aantal m² aan bebouwing en gronden, die in gebruik mogen worden genomen ten dienste van de nevenfunctie.
nevenfunctie
maximaal aantal m² gronden in gebruik voor nevenfunctie
bestaande bebouwing in gebruik voor nevenfunctie
0
100
opslag en stalling van agrarische 0 producten in de bestaande bebouwing
500
agrarisch natuur- en landschapsbeheer
alle gronden
100
bed & breakfast
0
maximaal 4 kamers en 8 bedden
verkoop-aan-huis van agrarische producten (eventueel be- of verwerkt)
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op de in lid 3.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat gebouwen uitsluitend zijn toegestaan binnen de aangegeven bouwvlakken.
3.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
12
Bronsgeest 2021 a. voor hoofdgebouwen in de vorm van een paardenstal: 1. maximum bouwhoogte: zoals met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' staat aangegeven; b. voor hoofdgebouwen in de vorm van een bedrijfswoning: 1. maximum aantal bedrijfswoningen: 1; 2. maximum goot- en bouwhoogte: zoals met de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' staat aangegeven; 3. maximum inhoud: zoals met de aanduiding 'maximum volume (m3)' staat aangegeven; c. voor bijbehorende bouwwerken: 1. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan in het achtererfgebied van de bedrijfswoning; 2. de goot- en/of bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag plus 0,3 meter; 3. indien gebouwd aan de oorspronkelijke zijgevel mag de breedte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet meer bedragen dan 2,5 meter; 4. de goot- en bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 respectievelijk 4,5 meter bedragen; 5. het totale oppervlak van alle bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 50% van het bebouwbare erf, tot een maximum van 60 m²; 6. de afstand tot openbaar toegankelijk gebied dient minimaal 1 meter te bedragen. 3.2.3
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. maximum bouwhoogte geluidwerende voorzieningen: 3 meter; b. maximum bouwhoogte andere overige bouwwerken: 2 meter. 3.3
Specifieke gebruiksregels
Voor de in het lid 3.1 genoemde gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. het gebruik van afdekfolies is toegestaan; b. voor aan-huis-verbonden beroep en bedrijf geldt: 1. de vloeroppervlakte bedraagt ten hoogste 25% van de vloeroppervlakte van de betreffende woning inclusief bijgebouwen met een maximum van 40 m²; c. paardenbakken zijn niet toegestaan.
13
Bronsgeest 2021
Artikel 4 4.1
Bos
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, herstel en/of ontwikkeling van het landgoed en de aldaar voorkomende natuur-, ecologische en waterhuishoudkundige waarden, zoals bossen, andere houtopstanden, boomgroepen, tuinen, graslanden, waterlopen en paden; b. de instandhouding en ontwikkeling van ecologische verbindingszones tussen natuur- en natuurontwikkelingsgebieden; c. voorwerpen van beeldende kunst; d. in- en uitritten en parkeervoorzieningen ten behoeve van de woning op Gooweg 38; e. bijbehorende bouwwerken van de woning op Gooweg 38; f. een paardenstal, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding paardenstal'. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op de in lid 4.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat gebouwen slechts zijn toegestaan in de vorm van bijbehorende bouwwerken van de woning op Gooweg 38 en ten behoeve van een paardenstal.
4.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. voor bijbehorende bouwwerken van de woning Gooweg 38 gelden de volgende regels: 1. maximum oppervlakte: 150 m²; 2. maximum goothoogte vrijstaand bijbehorend bouwwerk: 2,5 meter; 3. maximum bouwhoogte vrijstaand bijbehorend bouwwerk: 5 meter; 4. maximum goothoogte aangebouwd bijbehorend bouwwerk: de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning op Gooweg 38; 5. maximum bouwhoogte aangebouwd bijbehorend bouwwerk: 5 meter; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - paardenstal' gelden de volgende regels: 1. maximum oppervlakte: 335 m²; 2. maximum goothoogte: 3 meter; 3. maximum bouwhoogte: 7 meter; 4.2.3
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. maximum bouwhoogte voorwerpen van beeldende kunst: 5 meter; b. maximum bouwhoogte andere overige bouwwerken: 2 meter. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Op en onder de in 4.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het college van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanleggen van ondergrondse transport- of communicatieleidingen; 2. het uitvoeren van grondwerkzaamheden;
14
Bronsgeest 2021 3. het (ver)graven of dempen van sloten, watergangen en open water; 4. het aanleggen, verbreden of verharden van paden en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; 5. het vellen en rooien van houtopstanden. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a is niet vereist voor de volgende werken en werkzaamheden: 1. het normaal onderhoud en beheer van het landgoed; 2. werken en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. c. De omgevingsvergunning kan worden geweigerd indien door de werken of werkzaamheden, het belang van het aanwezige landgoed onevenredig wordt geschaad. d. Aan de omgevingsvergunning kunnen in het belang van het aanwezige landgoed voorschriften worden verbonden betreffende de verplichting tot het treffen van maatregelen waardoor het landgoed wordt beschermd en/of hersteld.
15
Bronsgeest 2021
Artikel 5 5.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. voetpaden; c. water. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Op de in lid 5.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat gebouwen niet zijn toegestaan. 5.2.2
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. maximum bouwhoogte: 3 meter.
16
Bronsgeest 2021
Artikel 6 6.1
Natuur - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
natuur in de vorm van een ecologische verbindingszone; groenvoorzieningen; bruggen met bijbehorende fiets- en voetpaden; water.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
Op de in lid 6.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat gebouwen niet zijn toegestaan. 6.2.2
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. maximum bebouwingspercentage: 5%; b. maximum bouwhoogte: 5 meter. 6.3
Specifieke gebruiksregels
Voor de in het lid 6.1 genoemde gronden en bouwwerken geldt de volgende regel: a. fiets- en voetpaden zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van bruggen.
17
Bronsgeest 2021
Artikel 7 7.1
Natuur - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. natuur in de vorm van ecologische oevers; b. groenvoorzieningen; c. water. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemeen
Op de in lid 7.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat gebouwen niet zijn toegestaan. 7.2.2
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. maximum bebouwingspercentage: 10%; b. maximum bouwhoogte: 5 meter.
18
Bronsgeest 2021
Artikel 8 8.1
Sport
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sportvoorzieningen, met inbegrip van bijbehorende voorzieningen als kleedruimten, medische ruimten, bergruimten en kantines; b. in- en uitritten en aan de functie als bedoeld onder a gebonden parkeervoorzieningen; c. fiets- en voetpaden; d. nutsvoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. water. 8.2
Bouwregels
8.2.1
Algemeen
Op de in lid 8.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat gebouwen slechts zijn toegestaan binnen het aangegeven bouwvlak dan wel ten behoeve van nutsvoorzieningen.
8.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen, niet zijnde nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. maximum bebouwingspercentage binnen het bouwvlak: 100%; b. maximum bouwhoogte: zoals met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' staat aangegeven. 8.2.3
Nutsvoorzieningen
Voor het bouwen van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. maximum aantal gebouwen: 2; b. maximum oppervlakte nutsvoorzieningen: 25 m² per gebouw; c. maximum bouwhoogte nutsvoorzieningen: 3 meter. 8.2.4
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c. d.
maximum bouwhoogte lichtmasten: 18 meter; maximum bouwhoogte hekwerken en ballenvangers: 10 meter; maximum bouwhoogte erfafscheidingen: 2 meter; maximum bouwhoogte andere overige bouwwerken: 5 meter.
19
Bronsgeest 2021
Artikel 9 9.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
tuinen; groenvoorzieningen; fiets- en voetpaden; in- en uitritten en parkeervoorzieningen ten behoeve van de direct aangrenzende bestemming 'Wonen'.
9.2
Bouwregels
9.2.1
Algemeen
Op de in lid 9.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming.
9.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. binnen de bestemming mogen geen gebouwen en/of overkappingen worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat bestaande erkers en toegangsportalen zijn toegestaan waarbij de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de eerste bouwlaag; c. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat de bouw van een bijbehorend bouwwerk (in de vorm van een erker en/of luifel) ten behoeve van de direct aangrenzende bestemming 'Wonen' aan de voorgevelgrens is toegestaan, met dien verstande dat: 1. de diepte niet meer dan 1 meter is, waarbij tenminste 2 meter tuindiepte dient te resteren; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dat 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van de woning; 3. de breedte niet meer bedraagt dan: indien de breedte van het bestaande raamkozijn wordt benut, de breedte van het bestaande raamkozijn plus de zijwanden van het bijbehorend bouwwerk; in andere gevallen mag de breedte niet meer bedragen dan 3,5 meter; 4. er nog geen bijbehorend bouwwerk aan de voorzijde van de woning is gerealiseerd; 5. een bijbehorend bouwwerk kan worden uitgevoerd in een combinatie van een erker met een boven de entree van de woning doorlopende luifel. 9.2.3
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c. d.
maximum bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel: 1 meter; maximum bouwhoogte overige erf- en terreinafscheidingen: 2 meter; maximum bouwhoogte tuinmeubilair: 2 meter; maximum bouwhoogte andere overige bouwwerken: 3 meter.
20
Bronsgeest 2021
Artikel 10 10.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
verkeersareaal; een autoweg, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - autoweg'; parkeervoorzieningen; pleinen; groenvoorzieningen; water; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; voorwerpen van beeldende kunst.
10.2
Bouwregels
10.2.1 Algemeen Op en onder de in lid 10.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat gebouwen slechts ten behoeve van nutsvoorzieningen zijn toegestaan.
10.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. maximum oppervlakte nutsvoorzieningen: 25 m² per gebouw; b. maximum bouwhoogte nutsvoorzieningen: 3 meter. 10.2.3 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. maximum bouwhoogte voorwerpen van beeldende kunst: 5 meter; b. maximum bouwhoogte andere overige bouwwerken: 10 meter. 10.2.4 Onderdoorgang Ter plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’ geldt dat er geen bebouwing mag worden opgericht tot een hoogte van 4,2 meter vanaf het wegdek van de Van Berckelweg, behoudens de voor de hoger opgaande bebouwing benodigde ondersteuningsconstructies.
21
Bronsgeest 2021
Artikel 11 11.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. bruggen met bijbehorend verkeersareaal. 11.2
Bouwregels
11.2.1 Algemeen Op de in lid 11.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat gebouwen niet zijn toegestaan. 11.2.2 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. maximum bebouwingspercentage: 5%; b. maximum bouwhoogte: 3 meter; c. minimale doorvaarhoogte brug: 1 meter.
22
Bronsgeest 2021
Artikel 12 12.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
wonen, waaronder tevens zorgwonen is begrepen; aan huis verbonden beroepen en bedrijven; tuinen en erven; aan de functies als bedoeld onder a en b gebonden (ondergrondse) parkeervoorzieningen; bij de bestemming behorende voorzieningen waaronder groen, water en paden.
12.2
Bouwregels
12.2.1 Algemeen Op en onder de in lid 12.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming.
12.2.2 Hoofdgebouwen Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen en ondergrondse parkeervoorzieningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. als hoofdgebouwen zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan; c. maximum goot- en bouwhoogte: zoals met de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' staat aangegeven; d. maximum inhoud per woning: zoals met de aanduiding 'maximum volume (m3)' staat aangegeven. 12.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse parkeervoorzieningen en zelfstandig bewoonde bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. overige bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen het bouwvlak als in het achtererfgebied worden gebouwd; c. voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken: 1. de goot- en/of bouwhoogte in het achtererfgebied mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag plus 0,3 meter; 2. indien gebouwd aan de oorspronkelijke zijgevel mag de breedte niet meer bedragen dan 2,5 meter; d. voor vrijstaande bijbehorende bouwwerken: 1. de goot- en bouwhoogte mag niet meer dan 3 respectievelijk 4,5 meter bedragen; e. het totale oppervlak van alle bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied mag niet meer bedragen dan 50% van het bebouwbare erf, tot een maximum van 60 m²; f.
de afstand tot openbaar toegankelijk gebied dient minimaal 1 meter te bedragen; g. in afwijking van het bepaalde onder c geldt voor erkers dat de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter, tenzij ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan een andere bouwhoogte aanwezig of in uitvoering is. 12.2.4 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. overige bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan:
23
Bronsgeest 2021 1. 1 meter voor erf- en terreinafscheidingen die zich in het voorerfgebied bevinden; 2. 2 meter voor erf- en terreinafscheidingen die zich in het achtererfgebied bevinden; 3. 2 meter voor overige bouwwerken. 12.3
Afwijken van de bouwregels
12.3.1 Dakterras Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om in afwijking van het bepaalde in lid 12.2.3 onder c een omgevingsvergunning te verlenen ten behoeve van het realiseren van een dakterras bovenop een éénlaagse aan- en uitbouw, waarbij: a. boeiborden tot een hoogte van 0,5 meter vanaf het dak van de aan- en uitbouw zijn toegestaan; b. terrashekjes en (dak)terrasafscheidingen tot een hoogte van 1,5 meter vanaf het dak van de aan- en uitbouw zijn toegestaan. 12.4
Specifieke gebruiksregels
Voor de in het lid 12.1 genoemde gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. voor aan-huis-verbonden beroep en bedrijf geldt: 1. de woonfunctie blijft als hoofdfunctie gehandhaafd; 2. uitsluitend activiteiten worden uitgevoerd als bedoeld in categorie 1 en 2 van de bijlage 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' dan wel activiteiten die naar hun aard en omvang gelijk te stellen zijn aan de genoemde categorieën; 3. de bedrijfs/beroepsactiviteiten worden door de bewoner(s) uitgeoefend; 4. maximaal 1/3e deel van het totale oppervlak van de woning, inclusief bijbehorende bouwwerken, wordt gebruikt ten behoeve van de bedrijfs/beroepsactiviteiten, met een maximum van 50 m²; 5. lichtreclame is niet toegestaan; 6. horeca en/of detailhandel zijn niet toegestaan; 7. bed & breakfast en gastouderopvang zijn wel toegestaan; b. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor zelfstandige bewoning is niet toegestaan, met uitzondering van bijgebouwen die zijn gelegen binnen een bouwvlak.
24
Bronsgeest 2021
Artikel 13 13.1
Woongebied - Uit te werken
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied - Uit te werken' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
wonen, waaronder tevens zorgwonen is begrepen; aan huis verbonden beroepen en bedrijven; tuinen, erven en verhardingen; aan de functies als bedoeld onder a t/m b gebonden (ondergrondse) parkeervoorzieningen; bij de bestemming behorende voorzieningen waaronder groen, water en paden; verkeersareaal; pleinen; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; voorwerpen van beeldende kunst.
13.2
Uitwerkingsregels
Het bevoegd gezag werkt het plan uit overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening en met in achtneming van de volgende regels:
13.2.1 Gebruiksregels a. voor wonen geldt een maximum van 350 (zorg)woningen, met dien verstande dat: 1. minimaal 30% van het aantal (zorg)woningen dient te worden gerealiseerd als sociale huurwoning; 2. minimaal 15% van het aantal (zorg)woningen dient te worden gerealiseerd als middeldure huurwoning; 3. minimaal 25% van het aantal (zorg)woningen dient te worden gerealiseerd als middeldure koopwoning; b. voor aan-huis-verbonden beroep en bedrijf geldt: 1. de woonfunctie blijft als hoofdfunctie gehandhaafd; 2. uitsluitend activiteiten worden uitgevoerd als bedoeld in categorie 1 en 2 van de bijlage 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' dan wel activiteiten die naar hun aard en omvang gelijk te stellen zijn aan de genoemde categorieën; 3. de bedrijfs/beroepsactiviteiten worden door de bewoner(s) uitgeoefend; 4. maximaal 1/3e deel van het totale oppervlak van de woning, inclusief bijbehorende bouwwerken, wordt gebruikt ten behoeve van de bedrijfs/beroepsactiviteiten, met een maximum van 50 m²; 5. lichtreclame is niet toegestaan; 6. horeca en/of detailhandel zijn niet toegestaan; 7. bed & breakfast en gastouderopvang zijn wel toegestaan; c.
de gronden die zijn gelegen in een zone van 10 meter vanaf de bestemmingsgrens langs de Van Berckelweg dienen een invulling met groenvoorzieningen en/of water te krijgen waarbij de zone met groenvoorzieningen en/of het water slechts mag worden doorbroken door: 1. een verkeersontsluiting ter hoogte van de rotonde Van Berckelweg-Overleek; 2. fiets- en voetpaden; d. de gronden die zijn gelegen in een zone van 10 meter vanaf de bestemmingsgrens met de bestemming 'Agrarisch - Bollenteelt' of de bestemming 'Water' dienen een invulling met groenvoorzieningen te krijgen waarbij de zone met groenvoorzieningen slechts mag worden doorbroken door fiets- en voetpaden; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied - parkzone' dient rekening te worden gehouden met de aanleg en/of instandhouding van een groenzone waarbij naast groenvoorzieningen en water ook kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen en uitstekende delen van naastgelegen gebouwen zijn toegestaan, met dien verstande dat: 1. maximaal 15% van de als 'specifieke vorm van woongebied - parkzone' gronden mag worden
25
Bronsgeest 2021 gebruikt voor kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; 2. maximaal 10% van de als 'specifieke vorm van woongebied - parkzone' gronden mag worden gebruikt voor uitstekende delen van naastgelegen gebouwen 3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied - zoekgebied watergang' dient een watergang met een breedte van 2 meter te worden gerealiseerd, waarbij de watergang nagenoeg evenwijdig aan de bestemming 'Natuur - 1' is gelegen; f. met betrekking tot de waterhuishouding gelden de volgende voorwaarden: 1. er geldt een minimum oppervlak aan water van 15% ten opzichte van de totale toename aan verharding zoals deze in de uitwerking / de uitwerkingsplannen mogelijk wordt gemaakt, gerekend ten opzichte van de situatie ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan; 2. het verharden van aan hoofdbebouwing grenzende tuinen en erven is, zoals opgenomen in lid 13.1 onder c, toegestaan mits deze gronden voor niet meer dan 50% worden verhard; g. er dient rekening te worden gehouden met de aanleg van minimaal 7,5 m² openbaar groen per woning; h. er dient rekening te worden gehouden met de aanleg van voldoende speelvoorzieningen door minimaal 3% van de uit te geven gronden voor wonen in te richten voor speelruimte; i. er dient rekening te worden gehouden met voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig artikel 30.3. 13.2.2 Bouwregels a.
op en onder in 13.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming; b. gebouwen zijn slechts toegestaan binnen het bouwvlak; c. maximum bebouwingspercentage: 90% per bouwvlak; d. maximum bouwhoogte grondgebonden woningen en overige gebouwen: 13 meter; e. maximum bouwhoogte gestapelde woningen: 1. 17,5 meter voor maximaal 90% van het te bebouwen deel als bedoeld in sub b; 2. 21 meter voor maximaal 10% van het te bebouwen deel als bedoeld in sub b waarbij: het aantal bouwlagen niet meer dan 6 mag bedragen; de afstand van de bebouwing tot de bestemmingsgrens van 'Woongebied - Uit te werken' minimaal 50 meter bedraagt; f. in afwijking van het bepaalde onder d en e geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied – afwijkende bouwhoogtes' een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 en 11 meter, met dien verstande dat uitsluitend grondgebonden woningen zijn toegestaan; g. gebouwde collectieve parkeervoorzieningen zijn uitsluitend toegestaan in een kelder of souterrain; h. burgemeester en wethouders kunnen aan bouwplannen die leiden tot ondergronds bouwen bij omgevingsvergunning, ter voorkoming van overmatige grondwateroverlast, nadere eisen stellen ten aanzien van situering en vormgeving van bouwwerken.
In dat kader kunnen Burgemeester en wethouders van de aanvrager van de omgevingsvergunning verlangen een geohydrologisch onderzoek aan hen te overleggen. 13.2.3 Regels met betrekking tot ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteiten a. bij uitwerking dient rekening te worden gehouden met de ruimtelijke kwaliteiten als bedoeld in de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland, dan wel de daarop volgende provinciale verordening; b. de toelichting van een uitwerkingsplan bevat een beeldkwaliteitsparagraaf waarin de ruimtelijke kwaliteiten als bedoeld in de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland, dan wel de daarop volgende provinciale verordening nader zijn uitgewerkt; c. bij de uitwerking dient rekening te worden gehouden met ter plaatse en rondom de bestemming aanwezige cultuurhistorische kwaliteiten waarbij een cultuurhistorische effectrapportage dient te worden opgesteld.
26
Bronsgeest 2021
13.2.4 Regels met betrekking tot bedrijven en milieuzonering Bij uitwerking dient rekening te worden gehouden met de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven en voorzieningen.
13.2.5 Regels met betrekking tot geluidhinder Het bouwen van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen is uitsluitend toegestaan indien de gevels zijn uitgevoerd als dove gevel welke voorwaarde geldt voor gevels die zijn gelegen binnen de geluidzones voor wegen, tenzij uit akoestisch onderzoek blijkt dat, al dan niet door geprojecteerde afschermende bebouwing of het toepassen van vliesgevels de geluidbelasting op de gevels van de woningen en andere geluidgevoelige gebouwen ten gevolge van elk van deze zones lager of gelijk is aan: a. de voorkeursgrenswaarde zoals bedoeld in de Wet geluidhinder of b. de voor deze gebouwen vastgestelde hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. 13.3
Bouwregels
13.3.1 Voorlopig bouwverbod Op de in het eerste lid genoemde gronden mag slechts worden gebouwd in overeenstemming met een in werking getreden uitwerkingsplan, een vastgesteld uitwerkingsplan of een ontwerp van een uitwerkingsplan.
27
Bronsgeest 2021
Artikel 14 14.1
Leiding - Gas
Bestemmingsomschrijving
De als 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor: a. het hebben en instandhouden van een gastransportleiding; b. het doen gebruiken van de onder a genoemde leiding voor transporteren van gas. 14.2
Bouwregels
14.2.1 Algemeen Op en onder de in lid 14.1 genoemde gronden zijn bouwwerken slechts toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. bouwwerken ten behoeve van de gastransportleiding als bedoeld in lid 14.1 zijn toegestaan; b. overige bouwwerken zijn niet toegestaan, tenzij toepassing wordt gegeven aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in lid 14.3 onder a. 14.2.2 Uitzondering verbodsregel Het verbod als bedoeld in lid 14.2.1 onder b is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning. 14.3
Afwijken van de bouwregels
a. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om in afwijking van het bouwverbod voor overige bouwwerken zoals bedoeld in lid 14.2.1 onder b van dit artikel een omgevingsvergunning te verlenen indien: 1. de veiligheid met betrekking tot de aanwezige gastransportleiding niet wordt geschaad door het realiseren van overige bouwwerken; 2. de realisatie van overige bouwwerken geen kwetsbaar object betreft. b. Voorafgaand aan de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld onder a wint het college van burgemeester en wethouders advies in bij de betrokken netbeheerder(s) omtrent de voorgenomen afwijking en vraagt zij tevens aan de betrokken netbeheerder(s) om binnen een nader door het college van burgemeester en wethouders te bepalen redelijke termijn haar zienswijze kenbaar te maken. 14.4
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik wordt in elk geval verstaan: a. het opslaan van goederen; b. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor sprake zal zijn van een kwetsbaar object. 14.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Op en onder de in 14.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het college van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting dan wel het rooien van
28
Bronsgeest 2021
b.
c. d.
e.
diepwortelende beplantingen en bomen; 2. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; 3. het verrichten van graafwerkzaamheden; 4. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; 5. het aanbrengen van gesloten verhardingen dan wel het aanleggen van wegen of paden; 6. het indrijven van voorwerpen in de bodem; 7. het aanbrengen van waterlopen of het vergraven of verruimen van bestaande waterlopen. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a is niet vereist voor de volgende werken en werkzaamheden: 1. het normaal onderhoud en beheer; 2. werken en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. De omgevingsvergunning kan worden geweigerd indien door de werken of werkzaamheden, het belang ten aanzien van de aanwezige gastransportleiding onevenredig wordt geschaad. Aan de omgevingsvergunning kunnen in het belang van de aanwezige gastransportleiding de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de gastransportleiding wordt beschermd. Alvorens over te gaan tot de verlening van een vergunning als bedoeld onder a wint het college van burgemeester en wethouders advies in bij de betrokken netbeheerder(s).
29
Bronsgeest 2021
Artikel 15 15.1
Leiding - Hoogspanning
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor hoogspanningsleidingen met de daarbij behorende beschermingszone aan weerszijden uit het hart van de kabel.
15.2
Bouwregels
15.2.1 Algemeen Op en onder de in lid 15.1 genoemde gronden is bebouwing slechts toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. bouwwerken ten behoeve van de hoogspanningsleidingen als bedoeld in lid 15.1 zijn toegestaan; b. overige bouwwerken zijn niet toegestaan, tenzij toepassing wordt gegeven aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in lid 15.3 onder a. 15.2.2 Uitzondering verbodsregel Het verbod als bedoeld in lid 15.2.1 onder b is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning. 15.3
Afwijken van de bouwregels
a. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om in afwijking van het bouwverbod voor overige bouwwerken zoals bedoeld in lid 15.2.1 onder b van dit artikel een omgevingsvergunning te verlenen indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de hoogspanningsleidingen als bedoeld in lid 15.1. b. Voorafgaand aan de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld onder a wint het college van burgemeester en wethouders advies in bij de betrokken leidingbeheerder(s) omtrent de voorgenomen afwijking en vraagt zij tevens aan de betrokken leidingbeheerder(s) om binnen een nader door het college van burgemeester en wethouders te bepalen redelijke termijn haar zienswijze kenbaar te maken. 15.4
Specifieke gebruiksregels
15.4.1 Voorwaarden verplichting ligging kabel Bij de aanleg van de hoogspanningsleidingen zoals bedoeld in 15.1, moet voldaan worden aan de volgende voorwaardelijke verplichting ten aanzien van de ligging van de kabel en de wijze van aanleggen: a. het hart van de kabel dient minimaal 3 meter van de bestemmingsgrens te liggen; b. de kabel dient op een minimale diepte gelegen te zijn, waarbij een minimale diepte van 1,2 meter geldt, gemeten ten opzichte van maaiveld. 15.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Op en onder de in 15.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het college van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: 1. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen of afgraven,
30
Bronsgeest 2021 dieper dan 1 m onder peil; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen, dieper dan 1 m onder peil; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; diepploegen, dieper dan 1 m onder peil; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies, dieper dan 1 m onder peil; 6. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen, dieper dan 1 m onder peil; 7. het aanbrengen van verhardingen. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a is niet vereist voor de volgende werken en werkzaamheden: 1. het normaal onderhoud en beheer; 2. werken en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; 3. werken en werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 4. werken en werkzaamheden die plaatsvinden voordat de hoogspanningsleidingen als bedoeld in lid 15.1 worden aangelegd; c. De omgevingsvergunning kan worden geweigerd indien door de werken of werkzaamheden een onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de hoogspanningsleidingen als bedoeld in lid 15.1; d.
Alvorens over te gaan tot de verlening van een vergunning als bedoeld onder a wint het college van burgemeester en wethouders advies in bij de betrokken leidingbeheerder. 2. 3. 4. 5.
31
Bronsgeest 2021
Artikel 16 16.1
Leiding - Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor waterleidingen met de daarbij behorende beschermingszone aan weerszijden uit het hart van de leiding.
16.2
Bouwregels
16.2.1 Algemeen Op en onder de in lid 16.1 genoemde gronden is bebouwing slechts toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. bouwwerken ten behoeve van de waterleidingen als bedoeld in lid 16.1 zijn toegestaan; b. overige bouwwerken zijn niet toegestaan, tenzij toepassing wordt gegeven aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in lid 16.3 onder a. 16.2.2 Uitzondering verbodsregel Het verbod als bedoeld in lid 16.2.1 onder b is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning. 16.3
Afwijken van de bouwregels
a. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om in afwijking van het bouwverbod voor overige bouwwerken zoals bedoeld in lid 16.2.1 onder b van dit artikel een omgevingsvergunning te verlenen indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterleidingen als bedoeld in lid 16.1. b. Voorafgaand aan de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld onder a wint het college van burgemeester en wethouders advies in bij de betrokken leidingbeheerder(s) omtrent de voorgenomen afwijking en vraagt zij tevens aan de betrokken leidingbeheerder(s) om binnen een nader door het college van burgemeester en wethouders te bepalen redelijke termijn haar zienswijze kenbaar te maken. 16.4
Specifieke gebruiksregels
16.4.1 Voorwaarden verplichting ligging leiding Bij de aanleg van de waterleidingen zoals bedoeld in 16.1, moet voldaan worden aan de volgende voorwaardelijke verplichting ten aanzien van de ligging van de leiding en de wijze van aanleggen: a. het hart van de leiding dient minimaal 3 meter van de bestemmingsgrens te liggen; b. de leiding dient op een minimale diepte gelegen te zijn, waarbij een minimale diepte van 1,2 meter geldt, gemeten ten opzichte van maaiveld. 16.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Op en onder de in 16.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het college van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: 1. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen of afgraven,
32
Bronsgeest 2021 dieper dan 1 m onder peil; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen, dieper dan 1 m onder peil; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; diepploegen, dieper dan 1 m onder peil; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies, dieper dan 1 m onder peil; 6. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen, dieper dan 1 m onder peil; 7. het aanbrengen van verhardingen. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a is niet vereist voor de volgende werken en werkzaamheden: 1. het normaal onderhoud en beheer; 2. werken en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; 3. werken en werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 4. werken en werkzaamheden die plaatsvinden voordat de hoogspanningsleidingen als bedoeld in lid 16.1 worden aangelegd; c. De omgevingsvergunning kan worden geweigerd indien door de werken of werkzaamheden een onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterleidingen als bedoeld in lid 16.1; d.
Alvorens over te gaan tot de verlening van een vergunning als bedoeld onder a wint het college van burgemeester en wethouders advies in bij de betrokken leidingbeheerder. 2. 3. 4. 5.
33
Bronsgeest 2021
Artikel 17 17.1
Waarde - Archeologie - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie - 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.
17.2
Bouwregels
17.2.1 Rapport archeologische monumentenzorg De aanvrager van een Omgevingsvergunning - activiteit bouwen legt een KNA-conform archeologisch onderzoeksrapport voor waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld.
17.2.2 Verlenen vergunning Het college van burgemeester en wethouders verleent de vergunning indien naar hun oordeel uit het KNA-conforme archeologisch onderzoeksrapport als bedoeld in 17.2.1 genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; b. schade aan archeologische waarden door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen door het in acht nemen van aan de Omgevingsvergunning -activiteit bouwen verbonden planregels. 17.2.3 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen In de situatie als bedoeld in 17.2.2, onderdeel b, kan het college van burgemeester en wethouders de volgende planregels aan de Omgevingsvergunning - activiteit bouwen verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het college van burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 17.2.4 Uitgezonderde werkzaamheden 17.2.1, 17.2.2 en 17.2.3 zijn niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a.
vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing ter plaatse van bestaande tracés van gasleidingen binnen de bestemming 'Leiding - Gas', waarbij niet dieper wordt gegraven dan de reeds uitgegraven diepte; b. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 0,3 meter onder maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 17.2.5 Vondsten tijdens de uitvoering Indien 17.2.3, onderdeel c van toepassing is, wordt in de voorschriften bij de omgevingsvergunning geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
34
Bronsgeest 2021
17.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.3.1 Verbod Het is verboden om op of in de in 17.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een vergunning van het college van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken uit te voeren: a. afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage op een grotere diepte dan 0,3 meter onder maaiveld; b. heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; c. verlagen of verhogen van het waterpeil; d. aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen; g. landbouwactiviteiten die jaarlijks een deel van de grond afplaggen. 17.3.2 Uitgezonderde werkzaamheden Het verbod als bedoeld in 17.3.1 is niet van toepassing, indien de werkzaamheden of werken: a. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop 17.2 van toepassing is; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; c.