CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage raadvoorstel vaststelling regionale nota bodembeheer

Gemeenteraadsvergadering 19 december 2023, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Vaststellen regionale nota bodembeheer, bodemkwaliteitskaart en bodemklassenkaart1.157 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage bij raadsvoorstel: Regionale bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer Inleiding en de aspecten van het gebiedspecifieke beleid . Om volgens het Besluit op een duurzame manier vorm te kunnen geven aan het grond- en baggerverzet dient een gemeente te beschikken over een: • bodemfunctieklassenkaart (= weergave van het huidige / toekomstige gebruik van een gebied; verplicht voor generiek én gebiedsspecifiek beleid; onbeperkt geldig). • bodemkwaliteitskaart (= weergave van de huidige kwaliteit van de bodem in een gebied; verplicht voor gebiedsspecifiek beleid; maximaal 5 jaar geldig). • nota bodembeheer (= de uitwerking van hoe een gemeente omgaat met de mogelijkheden voor grond- en baggerverzet die het besluit biedt; verplicht voor gebiedsspecifiek beleid; maximaal 10 jaar geldig). De gemeente heeft samen met de andere gemeenten van de regio West-Holland een nieuwe regionale bodemfunctieklassenkaart, bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer opgesteld. Deze liggen nu voor om te worden vastgesteld.

Met het vaststellen van de kaarten en nota kan het grondstromenbeleid in de regio West-Holland worden geoptimaliseerd en kunnen besparingen worden gerealiseerd voor de gemeente en haar inwoners (meer hergebruik van grond binnen de regio mogelijk, minder onderzoek nodig, minder transport-, reinigings- en/of stortkosten van grond, minder uitstoot van uitlaatgassen en gebruik van energie, besparingen op primaire bouwstoffen). Schematisch gezien kan het verschil tussen generiek en gebiedsspecifiek als volgt worden weergegeven:

Om gebruik te kunnen maken van gebiedsspecifiek beleid, dient een onderbouwde nota bodembeheer te worden opgesteld. In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is opgenomen dat een bodemkwaliteitskaart elke 5 jaar moet worden geëvalueerd en, indien nodig, moet worden geactualiseerd. Voor de nota

bodembeheer is deze termijn 10 jaar. Voor een bodemfunctieklassenkaart is er geen termijn gesteld voor actualisatie. Regionaal gebiedsspecifieke beleid In de nota bodembeheer is het te voeren grondstromenbeleid weergegeven en zijn regels en procedures voor dit beleid geformuleerd. Het (gebiedsspecifieke) beleid betreft de volgende aspecten: 1. Het uitbreiden van het gemeentelijke bodembeheergebied tot de gemeentelijke grondgebieden van de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. 2. Het accepteren van geldige bodemkwaliteitskaarten als bewijsmiddel bij grondverzet van de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. Deze bodemkwaliteitskaarten mogen worden gebruikt als bewijsmiddel van de chemische kwaliteit van de toe te passen grond vanuit deze gemeenten. 3. Het stellen van strengere eisen bij het toepassen van grond op onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en en schooltuinen. 4. Het onder voorwaarden verruimen van regels bij het toepassen van grond op (relatief) schone gebieden met de bodemfunctie ‘Wonen’ of ‘Industrie’ gebieden. 5.

Het onder voorwaarden verruimen van regels bij het toepassen van grond op aangewezen industrie- en bedrijventerreinen in de gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Noordwijk en Teylingen. 6. Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit en in de bermen van aangewezen (spoor)wegen met de functie ‘Industrie’. 7. Het onder voorwaarden verruimen van regels bij het toepassen van grond uit de bodemkwaliteitszones “B1/T1/O1 Historische bebouwing Leiden”, B2. Oude uitbreidingen Leiden’, ‘B3. Historische woonbebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude’ en ‘VS1 Vooroorlogse bebouwing Voorschoten’. 8. Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit en op (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen en van grond uit en op de plangebieden Offem Zuid (fase 1 t/m 3) en Bronsgeest (gemeente Noordwijk) en Nieuw Boekhorst (gemeente Teylingen). De gemeente Noordwijk heeft voor het plangebied Bronsgeest een aparte bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer vastgesteld, welke in de regionale nota bodembeheer integraal is overgenomen. De nota bodembeheer voor het plangebied Bronsgeest is momenteel echter nog niet onherroepelijk. Hier loopt nog beroep tegen. De regionale nota bodembeheer geldt daarom pas voor het plangebied Bronsgeest als de aparte nota bodembeheer van plangebied Bronsgeest onherroepelijk is geworden. 9.

Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit en ter plaatse van gebieden met toemaakdek (gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude). 10. Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit en ter plaatse van het plangebied Braassemerland in de gemeente Kaag en Braassem en plangebied Nieuw-Rhijngeest in de gemeente Oegstgeest. 11. Het onder voorwaarden verruimen van de regels voor de tijdelijke opslag van grond 12. Het stellen van (strengere) eisen bij het toepassen van grond met bijmenging van bodemvreemd materiaal (steenachtige materialen, hout, plastic, piepschuim etc.).

13. Het stellen van strengere eisen bij het toepassen van grond met asbest(verdacht) materiaal bij bepaalde bodemgebruiken dat in opdracht van de gemeente wordt uitgevoerd. 14. Het stellen van (strengere) regels bij het hergebruik van PFAS-houdende grond en verspreiden van PFAS-houdende onderhoudsbaggerspecie 15. Het stellen van strengere eisen uit de bodemkwaliteitszones “B1/T1/O1 Historische bebouwing Leiden”, ‘VS1 bovengrond in Voorschoten’ en ‘VS7 bovenen ondergrond in Voorschoten. 16. Het verruimen van de regels bij de tijdelijke uitname van grond bij graafwerkzaamheden bij ondergrondse infrastructuur en groenvoorzieningen en het stellen van regels bij de tijdelijke opslag van grond als deze niet op of nabij de graaflocatie tijdelijk kan worden opgeslagen. 17. Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond vanuit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld. 18. Het stellen van regels bij het toepassen van grond afkomstig van gebieden waar de gemeenten de bodemkwaliteitskaart niet hebben geaccepteerd als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond. 19. Het stellen van fysische eisen aan toe te passen grond in aangewezen waardevolle natuurgebieden. 20. Het stellen van regels bij het toepassen van gerijpte baggerspecie. 21. Het stellen van regels bij het toepassen van granuliet. 22.

Het stellen van regels bij grondverzet met kleine partijen grond. 23. Het stellen van regels bij terugsaneerwaarden en toepassen van grond op saneringslocaties. Datum: 17 april 2023 Ons kenmerk: D2023-044204 4/8 24. Het toepassen van grond van of in gebieden die zijn uitgesloten van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart. 25. Het stellen van regels ter plaatse van provinciale en gemeentelijke beschermingsgebieden. 26. Het stellen van regels bij het verspreiden van onderhoudsbaggerspecie en bij het realiseren van weilanddepots. 27. Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij het vaststellen van de veiligheidsklasse bij graafwerkzaamheden. 28. Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij bodemverontreinigende activiteiten (bij de interpretatie van een eindsituatie-onderzoek als geen nulsituatie-onderzoek beschikbaar is). 29. Het voorkomen van verspreiding van invasieve exoten door grondverzet (flora, zoals bijvoorbeeld de Aziatische duizendknoop en de Reuzenberenklauw). 30. Het stellen van regels bij de geldigheidsduur van een uitgevoerd onderzoek. 31. Het gebruik van de ontgravings- en toepassingskaart als al een kwaliteitsonderzoek is uitgevoerd. 32. Het stellen van regels bij het toepassen van grond uit een tijdelijke opslag. 33. Het stellen van regels bij het toepassen van grond in grootschalige toepassingen. 34.

Het stellen van regels voor de onderzoeksinspanning voorafgaand aan het grondverzet. 35. Het verruimen van meldingregels bij de tijdelijke opslag van grond voorafgaand aan de definitieve toepassing. 36. Het verruimen van de regels bij repeterende vrachten en omvangrijke grondtoepassingen. 37. Het verruimen van de regels bij grondtransport met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=75b82fc8-f7b3-4c13-a96e-3c508ecb143c