BIJLAGE R Archeologische onderzoeken
Tekst van het document
Bijlage 9 Archeologische onderzoeken
Bestemmingsplan "Correctie Zeewaardig, fase 3" (vastgesteld)
419
ARCHEOLOGISCH VOORONDERZOEK PARALLEL BOULEVARD (ONG.) TE NOORDWIJK AAN ZEE GEMEENTE NOORDWIJK
Archeologisch vooronderzoek Parallel Boulevard (ong.) te Noordwijk aan Zee Opdrachtgever
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel
Rapportnummer
15978.002
Versienummer1
1
Datum
30 juli 2021
Vestiging
Zuid-Holland Max Euwelaan 21-29 3062 MA Rotterdam 010-7640828 rotterdam@econsultancy.nl
Opsteller
R.S. Verheij, MSc drs. A.J. Wullink
Paraaf
Kwaliteitscontrole
ir. F.F.J.M. Top
Paraaf
© Econsultancy bv, Rotterdam Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
15978.002
Toponiem
Parallel Boulevard (ong.)
Opdrachtgever
BRO
Gemeente
Noordwijk
Plaats
Noordwijk aan Zee
Provincie
Zuid-Holland
Kadastrale gegevens
Gemeente Noordwijk, sectie E, percelen 2364, 2498 en 2664 (deels)
Omvang plangebied
3.560 m2
Kaartblad
30E (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 89615 / Y: 473320
Bevoegde overheid
Gemeente Noordwijk Voorstraat 42 2201 HW Noordwijk
T: 071-3660000 E: gemeente@noordwijk.nl
Deskundige namens de bevoegde overheid
Drs. C. Brandenburgh Erfgoed Leiden en Regio Postbus 16113 2301 GC Leiden
T: 071-5165355/071-5167950 E: c.brandenburgh@leiden.nl
Onderzoeksmelding ARCHIS3
5091736100
Archeoregio NOaA
114: Hollands duingebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Rotterdam; Provinciaal Archeologisch Depot Zuid-Holland
Uitvoerders
Econsultancy, R.S. Verheij, MSc & drs. A.J. Wullink
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van BRO een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Parallel Boulevard (ong.) te Noordwijk aan Zee in de gemeente Noordwijk. De initiatiefnemer heeft het voornemen woningen en een hotel te realiseren in het plangebied. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek. Uit het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat het plangebied een hoge verwachting heeft voor bewoningssporen en sporen van landgebruik uit de periode Bronstijd – Vroege Middeleeuwen. Deze resten worden verwacht in de top van Oude Duinafzettingen, op een diepte van 450 cm -mv/1,2 m NAP. Resten uit andere periodes (Laat-Paleolithicum – Neolithicum en Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd) worden (niet) meer verwacht. Het potentiële archeologisch niveau wordt, gezien de diepteligging, bij de herontwikkelingen vermoedelijk alleen verstoord door het aanbrengen van heipalen. Econsultancy adviseert om het plangebied vrij te geven voor graafwerkzaamheden tot 1,7 m NAP/400 cm -mv.
Dit geeft een minimale bufferzone van 50 cm ten opzichte van het potentiële archeologische niveau. Verder wordt er geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor heiwerkzaamheden, mits het oppervlakte van de heipalen niet meer dan 2% van het te verstoren oppervlak beslaat en de afstand van de palen(rijen) gerekend van rand tot rand minimaal 4 m bedraagt.2 Als de graafwerkzaamheden dieper dan 1,7 m NAP zullen reiken, dan wordt vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een verkennend booronderzoek. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Noordwijk), die vervolgens het advies over neemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Noordwijk wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q.
de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provincie Zuid-Holland of de gemeente Noordwijk.
2 Conform de Richtlijn archeologievriendelijk bouwen, RCE, 2016
Rapport 15978.002 versie 1
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
3
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 2 Methoden .......................................................................................................................... 2 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 3 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 5 Archeologische waarden .................................................................................................. 8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 10
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 12
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 13 BRONNEN .......................................................................................................................................... 14
Rapport 15978.002 versie 1
LIJST VAN TABELLEN Tabel 1.
Gespecificeerde archeologische verwachting
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11.
Ligging van het plangebied Het plangebied op de kadastrale kaart Het plangebied op een luchtfoto Het plangebied op de paleogeografische kaart Boring milieuonderzoek Econsultancy Het plangebied op de geomorfologische kaart Maaiveldhoogte in het plangebied Het plangebied op de bodemkaart Het plangebied op historisch kaartmateriaal Archeologische waarden en onderzoeken Archeologische waarden- en verwachtingskaart
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen
Rapport 15978.002 versie 1
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van BRO een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Parallel Boulevard (ong.) te Noordwijk aan Zee in de gemeente Noordwijk. De initiatiefnemer heeft het voornemen woningen en een hotel te realiseren in het plangebied. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). Econsultancy is gecertificeerd volgens de BRL 4000 Archeologie3, voor de KNA-protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004, zoals vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (KNA-protocol 4002, hoofdstuk 2). Op basis van de resultaten van het onderzoek en in relatie tot de geplande bodemverstoringen wordt geadviseerd of en in welke vorm vervolgonderzoek nodig is (hoofdstuk 3). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in juli 2021 door R.S. Verheij, MSc en A.J. Wullink (senior KNA-prospector). Het rapport is gecontroleerd door ir. F.F.J.M. Top.
3 SIKB, 2018; zie ook www.sikb.nl
RAPPORT 15978.002 versie 1
Pagina 1 van 14
2 2.1
BUREAUONDERZOEK Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is om een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Om deze vraag te beantwoorden wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform KNA-protocol 40024, volgens specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven volgens specificatie LS06. Daarnaast wordt het onderzoek uitgevoerd conform het opgestelde beleid voor archeologisch onderzoek binnen de gemeente Noordwijk. Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05). Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); relevante (wetenschappelijke) literatuur en historisch kaartmateriaal; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Noordwijk.
4 SIKB, 2018
RAPPORT 15978.002 versie 1
Pagina 2 van 14
2.3
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Noordwijk aan Zee, tussen de Parallel Boulevard en het Palaceplein. Ten westen van het plangebied ligt de kust, ten zuidoosten ligt Noordwijk en ten zuidwesten ligt Huis ten Duin. Het plangebied ligt in de kadastrale gemeente Noordwijk, sectie E en beslaat de percelen 2364 en 2498 en een gedeelte van perceel 2664. De oppervlakte van het plangebied is 3.560 m2. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1 en figuur 2. Huidige situatie Het plangebied beslaat een braakliggend veld (perceel E2364), de weg Oliebrug (deels perceel E2664) en een verhard gedeelte (perceel E2498). Het plangebied is geheel onbebouwd. In figuur 3 is de huidige situatie weergegeven. Vigerend beleid Volgens het vigerend bestemmingsplan Zeewaardig5 uit 2014 heeft het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij ingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 50 cm –mv. De dubbelbestemmingen zijn afgeleid van de gemeentelijke beleidskaart en de bijbehorende beleidsnota.6 Milieukundige situatie Te gelijker tijd met het archeologisch onderzoek is door Econsultancy ook een milieuhygiënisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn nog niet binnen.
Uit een omgevingsrapport dat voor het milieuhygiënisch onderzoek is opgevraagd bij de ODWH blijkt dat volgens het HBB in het plangebied een tankstation heeft gestaan, waardoor de locatie mogelijk is verontreinigd. 7 2.4
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer heeft het voornemen om in het plangebied een hotel en woningen te realiseren. In deze fase van de planvorming zijn geen exacte bouwplannen bekend. Er wordt uitgegaan van een fundering op palen en een maximale ontgravingsdiepte tot 1 m –mv. 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Landschappelijke ontwikkeling en geologie Het plangebied ligt in het westelijke duingebied. De landschappelijke ontwikkeling van dit gebied hangt nauw samen met de Holocene zeespiegelstijging. Aan het begin van het Holoceen (10.000 jaar geleden) staat de zeespiegel zo’n 100 m lager dan nu. In het Holoceen stijgt de zeespiegel door afsmelting van het landijs. Hierdoor ontstaat in West-Nederland in het eerste deel van het Holoceen een getijdegebied, met kwelders en kreken. Het getijdegebied wordt aan de zeezijde begrensd door een open systeem van strandwallen en aan de landzijde door een veenmoeras. Rond 5500 v. Chr. (figuur 4B) ligt het plangebied midden in het getijdegebied dat zich achter de strandwallen heeft gevormd.
5
www.ruimtelijkeplannen.nl Archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidskaart gemeente Noordwijkerhout 7 Econsultancy-rapport 15978.001 6
RAPPORT 15978.002 versie 1
Pagina 3 van 14
Rond 3850 v. Chr. heeft de kustlijn zich, door verdere zeespiegelstijging, oostwaarts verplaatst en ligt het plangebied in het buitenwater ten westen van de kust (figuur 4C). In de loop van het vierde millennium voor het begin van onze jaartelling neemt de zeespiegelstijging af. De strandwallen sluiten zich aaneen en de kust begint zich in zeewaartse richting uit te bouwen. Het getijdegebied achter de strandwallen verandert in een lagune, die langzaam verzoet en waarin een veenmoeras ontstaat. Rond 2750 v. Chr. ligt het plangebied nog steeds in het buitenwater, maar ten oosten van het plangebied is een serie strandwallen met lage duinen, strandvlaktes en duinvalleien ontstaan, met daarachter een veengebied dat zich uitstrekt tot midden Nederland (figuur 4D). De zeewaartse uitbouw van de kust gaat door en in 1500 v. Chr. ligt het plangebied ten noorden van het estuarium van de Rijnmonding die door de kustbarrière van strandwallen breekt (figuur 4E). In het plangebied worden op dat moment getijdeafzettingen afgezet. Tot 100 n Chr. blijft het plangebied binnen het bereik van de Rijnafzettingen ligging. Rond 800 n. Chr. stijgt het zeeniveau waardoor het plangebied wederom in het buitenwatergebied komt te liggen (figuur 4I).
In de Late Middeleeuwen vindt een nieuwe fase van mariene erosie plaats, waarbij ook hoge kustduinen worden gevormd op de oudere strandwallen en strandvlaktes (figuur 4J). Deze fase van duinvorming bereikt ook het plangebied. Het veengebied achter en tussen de strandwallen wordt in deze periode ontgonnen. Geologie De strandafzettingen vormen het Laagpakket van Schoorl (Jonge duinen) binnen de Formatie van Naaldwijk. Volgens het GeoTOP-model in het DINOloket worden deze strandzanden tot een diepte van 1,75 m NAP (5 m -mv) verwacht. Onder deze afzettingen worden strandafzettingen van het Laagpakket van Zandvoort (Oude duinen) tot een diepte van -7,75 m NAP (-14,5 m -mv) verwacht op getijdeafzettingen van het Wormer Laagpakket (Formatie van Naaldwijk) die tot -20,25 m NAP (-27 m -mv) worden verwacht. Hieronder worden pleistocene afzettingen verwacht.8 Op basis van de gegevens van het DINOloket lijkt het er op dat het plangebied niet, zoals in de vorige alinea werd geschetst, in de periode Bronstijd – Vroege Middeleeuwen, in het Rijn-estuarium heeft gelegen, maar op een strandwal. Tijdens het door Econsultancy uitgevoerde milieuhygiënisch bodemonderzoek is ten behoeve van een te plaatsen peilbuis één boring tot 5,1 -mv (circa 0,5 m NAP) geplaatst, ter plaatse van de parkeerplaats. In deze boring (zie figuur 5) werd zwak siltig zand aangetroffen.
Tot 350 cm -mv (2,3 m NAP) was dit zandpakket geroerd en bevatte het baksteen. Hieronder werd ‘schoon’ zand aangetroffen. Het grondwater stond op 390 cm -mv (1,8 m NAP). Tussen 450 en 480 cm -mv (1,2 en 0,9 m NAP) is het zand humeus, hieronder is het zand weer ‘schoon’. Het zand beneden 450 cm -mv (1,2 m NAP) betreft waarschijnlijk neolithische duinafzettingen van het Laagpakket van Zandvoort (Oude Duinen), met in de top een bodem. Het zand hier boven betreft laatmiddeleeuwse duinafzettingen van het Laagpakket van Schoorl (Jonge Duinen). Geomorfologie en maaiveldhoogte Het plangebied wordt niet afgedekt door de geomorfologische kaart van Nederland (figuur 6) maar ten westen van het plangebied komen zeestrandglooiingen voor en ten zuidwesten kustduinen met bijbehorende vlakten en laagten.
8 www.dinoloket.nl; De Mulder e.a., 2003
RAPPORT 15978.002 versie 1
Pagina 4 van 14
Wanneer de maaiveldhoogte kaart van het plangebied en omstreken wordt bekeken (AHN3; figuur 7), is te zien dat het grootste gedeelte van het plangebied vermoedelijk is afgegraven en geëgaliseerd. Het maaiveld van het zuidwestelijke gedeelte van het plangebied, en tevens het grootste gedeelte, ligt tussen 5,3 en 6 m NAP, ter hoogte van de Oliebrug ligt het maaiveld tussen 6,3 en 6,85 m NAP en het maaiveld van het noordoostelijke deel van het plangebied ligt tussen 4,15 en 7,75 m NAP. Het maaiveld van de zeestrandglooiing ligt tussen 1,9 en 9,2 m NAP en van de kustduinen tussen 8,5 en 19,1 m NAP. Bodem en grondwater De bodems die voorkomen in de kustgebieden zijn verbonden met de bloembollenteelt in deze regio’s. Het oorspronkelijke reliëf van de strandwallen en -vlakten is in het bollengebied vaak geëgaliseerd om de bollenteelt mogelijk te maken. De strandwallen en -vlakten zijn afgegraven tot 50 tot 60 cm boven het grondwaterpeil. Het afgegraven zand werd gebruikt voor de uitbreiding van dorpen en steden.9 Volgens de bodemkaart van Nederland (figuur 8) ligt het plangebied in de bebouwde kom, maar ten westen van de bebouwde kom komen kalkhoudende vlakvaaggronden voor in grof zand (code Zn30A). Dit zijn zandgronden met een humusarme A-horizont, die worden gekenmerkt door periodieke hoge waterstanden, waardoor binnen 50 cm -mv gleyverschijnselen (roestvlekken) voorkomen.
Deze gronden bestaan grotendeels uit grijs gekleurd zand en hebben weinig bodemvorming doorgemaakt en zijn kenmerkend voor jonge zandontginningen, waarbij een deel van het oorspronkelijke bodemprofiel is verdwenen.10 Ten oosten van het plangebied komen kalkrijke enkeerdgronden voor (code EZ50A). Deze bodems worden gekenmerkt door de aanwezigheid van een antropogeen eerddek met een dikte van ten minste 50 cm. Dit eerddek is ontstaan door de top van het duinzand na egalisatie te mengen met mest en stadsafval.11 De grondwatertrap in het plangebied en van de vlakvaaggronden is niet bepaald, maar de kalkrijke enkeerdgronden hebben grondwatertrap II. Dit betekent dat de hoogste grondwaterstand (winterpeil) boven 40 cm –mv staat en de laagste grondwaterstand (zomerpeil) tussen 50 en 80 cm –mv. De grondwaterstand is van invloed op de conservering van organische archeologische resten, zoals hout, leer en bot. Deze resten worden boven de laagste grondwaterstand niet of slecht geconserveerd verwacht. 2.6
Beschrijving van het historische gebruik
Bewoningsgeschiedenis en historisch kaartmateriaal De strandwal waarop het plangebied ligt, is in de Late Middeleeuwen ontstaan en vormt sindsdien, door haar hoge ligging, een aantrekkelijke bewoningsplaats. Archeologische vondsten op de strandwal laten zien dat het gebied voornamelijk in de Middeleeuwen en Nieuwe tijd is bewoond. Echter, gaan de eerste sporen van bewoning in het gebied rond Noordwijk al terug tot 2000 v. Chr.12
9 Markus & Wallenburg, 1982 10 Jongmans e.a., 2013 11 Bakker & Schelling, 1989 12 Noordwijk.info
RAPPORT 15978.002 versie 1
Pagina 5 van 14
Noordwijk wordt voor het eerst vermeld in de 9e eeuw als Nortich. Aan het einde van de 14e eeuw krijgt Noordwijk stadrechten, onder de voorwaarde dat er een stadsmuur wordt gebouwd. Dit gebeurt niet waardoor de stadrechten weer worden afgenomen door graaf Albrecht van Beieren en behoudt Noordwijk de status van ambachtsheerlijkheid (rechtsgebied). In 1429 krijgt Noordwijk de status bedevaartsplaats van de bisschop van Utrecht, omdat Sint-Jeroen in 857 door de Noormannen is gemarteld en onthoofd. Rond 1700 wordt de teelt van kruiden een belangrijke bron van inkomsten voor Noordwijk en in de 19e eeuw wordt deze kruidenteelt verdrongen door de bloembollenteelt. De duingronden bij Noordwijk blijken daarvoor zeer geschikt. Steeds meer duinen worden afgegraven om nieuwe tuinen aan te leggen voor de kweek van onder andere hyacinten en tulpen.13 In de 17e eeuw, zoals is te zien op diverse kaarten uit het archief van het Hoogheemraadschap Rijnland,14 ligt aan de kust Noordwijck op Zee, ten noordwesten van Noordwijk. Omdat de kaarten niet heel nauwkeurig zijn is het moeilijk om de exacte locatie van het plangebied weer te geven op de kaart. In figuur 9A is het plangebied weergegeven op een kaart van Floris Balthasars uit 1615. Op deze kaart ligt het plangebied in het noorden van Noordwijck op Zee en is bebouwd. Noordwijck op Zee ligt direct aan de kust in op een brede strandwal.
Op de kaart is te zien dat een groot deel van de infrastructuur uit de 20e eeuw al aanwezig is in de 17e eeuw. Op de kaart van Douw en Van Brouckhuijsen uit 1647 ligt het plangebied net buiten de kust (figuur 9B). Volgens de kadastrale minuut uit de periode 1811 – 1832 (figuur 9C) beslaat het plangebied meerdere percelen, waaronder 77, 78, 80 t/m 83 en 86, 88 t/m 93. Percelen 77, 78, 80, 86, 88, 92 en 93 zijn in het bezit van timmerman Simon Verloop en perceel 81 is in het bezit van Marijtje Balkoneinde, weduwe van Arie de Jong. Perceel 82 is in het bezit van Plug, de weduwe van zeeman Jan Klaasse en perceel 83 is in het bezit van broodbakker Pieter Korbee. Perceel 89 is in bezit van voorman Jan Pieterse Barinhoorn en percelen 90 en 91 zijn in het bezit van Pieter Zuijdhoek. Alle percelen zijn in gebruik als erf met een huis. Ten zuidoosten van het plangebied ligt de Voor Weg en ten westen de Noordzee (Mer du Nord). De bebouwing van Noordwijk aan Zee is gecentreerd langs de wegen. Op de topografische kaart uit 1893 (figuur 9D) is te zien dat de situatie in en rondom het plangebied nagenoeg onveranderd is gebleven. Tussen 1915 en 1918 lijkt er ten westen van het plangebied langs de kust kustversterking aangelegd te zijn (figuur 9E). Dwars door het plangebied lijkt een weg te lopen die is uitgebreid met een afslag naar het westen, naar de kust.
De bebouwing van Noordwijk aan Zee breidt zich uit langs de wegen in het zuiden en langs de kust. Ten zuidwesten van het plangebied ligt Huis ter Duin. Rond 1950 staat in het plangebied het Palace Hotel en is het plangebied omgeven door wegen (figuur 9F). De bebouwing in Noordwijk aan Zee lijkt verder te zijn uitgebreid langs de wegen en richting het noordoosten. Uitbreiding van Noordwijk aan Zee vindt rond 1962 en 1965 plaats, richting het noorden en in 1973 ook ten zuidwesten van Noordwijk aan Zee. Rond 1984 verdwijnt het Palace Hotel in het plangebied en is het plangebied onbebouwd (figuur 9G). Ook het wegenpatroon rond het plangebied veranderd, aan weerzijde van het plangebied liggen twee grotere wegen. Verdere uitbreiding van Noordwijk aan Zee vindt plaats, onder andere richting het noordoosten.
13 Geschiedenisvanzuidholland.nl 14Archieven.nl
RAPPORT 15978.002 versie 1
Pagina 6 van 14
Rond 1988 komt er in het noorden en oosten van het plangebied bebouwing te staan (figuur 9H). Ook is de huidige Oliebrug in het plangebied zichtbaar. Ten zuidwesten van het plangebied ligt een parkeerplaats. Rond 1990 verdwijnt de bebouwing in het oostelijke gedeelte van het plangebied en wordt het perceel ten oosten heringericht (figuur 9I). Tussen 2006 en 2010 verdwijnt de bebouwing in het noordoosten van het plangebied en wordt het zuidwestelijke deel van het plangebied verlaagd/afgegraven (figuur 9J). Ten westen en noordwesten van het plangebied aan de kust zijn meerdere wegen aangelegd. Tussen 2011 en 2014 wordt de kust uitgebreid door de Zandmotor. Rijks- en gemeentemonumenten Binnen het plangebied of in een straal van 100 m daar omheen liggen twee rijksmonumenten en één gemeentelijke monumenten of MIP-objecten. Het eerste rijksmonument betreft Kapel aan Zee daterend uit 1647, aan de Hoofdstraat 96 en het tweede rijksmonument betreft Oud-Noordwijk daterend uit 1625, aan het Jan Kroonsplein 4. MIP-objecten zijn gebouwen die tijdens het Monumenten Inventarisatie Project van de RCE, dat is uitgevoerd tussen 1986 en 1995, als bouwkundig waardevol zijn aangemerkt.
Het gemeentelijke monument of MIP-object betreft een woonhuis uit 1935 aan het Jan Kroonsplein 2.15 Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.16 Het plangebied ligt op een linie, de zogenoemde Atlantikwall (1941), die in de Tweede Wereldoorlog als uitgebouwde kustverdedigingslinie diende. Deze linie werd door de Duitse bezetter aan de westgrens van het Derde Rijk aangelegd om op die manier aanvallen vanuit het westen af te wenden om een gevreesde tweefrontenoorlog te voorkomen. Het plangebied ligt ter plaatse van een zogenoemd Stützpunkt (XXXIV H), wat een kleinere eenheid was, die bestond uit een of enkele bunkers met een specifieke functie. Ten oosten van het plangebied bevond zich een Widerstandsnest (238a), wat een ook een kleinere eenheid was. Dit Stützpunkt en Widerstandsnest bevonden zich in de Stützpunktgruppe (Katwijk), die bestond uit een cluster van de eenheden door de bouw van meerdere bunkers en tankhindernissen. In het plangebied waren twee mijnenvelden aanwezig, in het noordwestelijke gedeelten en in het zuidelijke gedeelte van het plangebied. Ook rondom het plangebied waren meerdere mijnvelden aanwezig.
Het raadplegen van de bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er nog archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn.
15 BAG-viewer 16 Indicatieve kaart Militair Erfgoed (ikme.nl); Ruimingskaart; VEO Bommenkaart
RAPPORT 15978.002 versie 1
Pagina 7 van 14
2.7
Archeologische waarden
In de omgeving, binnen 500 m van het plangebied, is in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen veel archeologische onderzoeken uitgevoerd (figuur 10 en bijlage 3). Archeologische onderzoeken Circa 26 m ten noorden van het plangebied aan de Koningin Wilhelminaboulevard 4 is in 2014 een bureauonderzoek uitgevoerd (zaakid. 2454116100). Uit het bureauonderzoek is gebleken dat er twee potentiele archeologische niveaus in het onderzoeksgebied aanwezig kunnen zijn, direct onder de huidige bebouwing en rond 0 tot 2 m NAP (vanaf ca. 4,5 m -mv). Indien bodemingrepen plaatsvinden die dieper reiken dan 2,5 m NAP (4,0 m -mv) wordt vervolgonderzoek in de vorm van booronderzoek aanbevolen om te onderzoeken wat voor niveau zich onder de Jonge Duinen bevinden. Voor ondiepere ingrepen geldt dat vervolgonderzoek noodzakelijk is als ingrepen buiten en onder de funderingen van de huidige bebouwing tot dieper reiken dan 0,5 m -mv (6,0 m NAP). De aard van het vervolgonderzoek zal af moeten worden gestemd op de aard van de ingreep. Een booronderzoek zal naar verwachting niet van toegevoegde waarde zijn voor het onderzoeken van dit deel van de bodem, aangezien de te verwachten resten van steenbouw niet goed opgespoord kunnen worden met een booronderzoek. Ten zuidoosten van het plangebied, circa 40 m, is in 2018 een booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 4644065100).
Uit het booronderzoek is gebleken dat over de volledige lengte van de beide onderzoeksgebieden archeologische niveaus in de laagpakketten van Zandvoort en Wormer aanwezig zijn. Deze niveaus hebben een hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de Bronstijd (kwelderafzettingen), IJzertijd, Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen (Oude duinen en strandzanden). Circa 90 m ten zuidwesten van het plangebied is in 2016 een archeologische begeleiding uitgevoerd (zaakid. 4019425100). Tijdens de begeleiding zijn resten van de Atlantikwall uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen, het betreffen greppels en sloten. Ten noordoosten van het plangebied, circa 110 m, is in 2016 een bureau- en booronderzoek uitgevoerd aan de Parallel Boulevard (zaakid. 3999558100). Uit het bureauonderzoek is gebleken dat in het gehele onderzoeksgebied tussen 0 en 5 m NAP resten vanaf de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen worden verwacht. Voor het gedeelte van het onderzoeksgebied aangegeven als historische kern geldt vanwege de ligging op de Jonge duinen een hoge archeologische verwachting voor resten vanaf de Late Middeleeuwen.
Uit het booronderzoek is gebleken dat in het onderzoeksgebied onder een pakket geroerde grond (de top van de Jonge duinen) van boven naar beneden Jonge duinafzettingen van het Laagpakket van Schoorl, Oude duinafzettingen en strandzanden van het Laagpakket van Zandvoort en wad- of kwelderafzettingen van het Laagpakket van Wormer aanwezig zijn. In de top van de Jonge duinen een vindplaats aangetroffen die mogelijk verband houdt met de historische kern van Noordwijk die stamt uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd. In de Oude duinen en strandafzettingen en de kwelderafzettingen zijn vegetatiehorizonten aangetroffen met een aantal aanwijzingen voor menselijke activiteiten. Hierdoor hebben deze horizonten een hoge archeologische verwachtingswaarde gekregen. Voor de overige vegetatiehorizonten (alle in de Oude duinen en strandzanden) geldt een middelhoge kans op het aantreffen van archeologische resten. De voorgenomen bodemingrepen bedreigen de resten van het oude Noordwijk en de hoogst gelegen archeologische zone met een hoge archeologische verwachting. Er wordt geadviseerd om de aanleg van de riolering ter hoogte van de vindplaats “historische kern Noordwijk” en de hoge verwachtingszone “boringen 34-41” archeologisch te laten begeleiden.
Voor de historische kern Noordwijk kan de archeologische begeleiding beperkt blijven tot die delen van het riooltracé waar het geroerde pakket maximaal 1 à 1,5 m dik is; daarbuiten is geen begeleiding noodzakelijk.
RAPPORT 15978.002 versie 1
Pagina 8 van 14
Naar aanleiding van dit onderzoek zijn in 2020 de rioleringswerkzaamheden archeologisch begeleid (zaakid. 4887893100). Hierbij zijn er verspreid over het onderzoeksgebied verschillende archeologische resten aangetroffen. Het gaat om resten van een fundering en straat die dateren uit de Late Nieuwe tijd (ná de sloop van de Atlantikwall). Op basis van de waardering van de aangetroffen resten, waarbij is gekeken naar zowel de fysieke als de inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een behoudenswaardige vindplaats. De locatie is vrijgeven. Circa 130 m ten oosten van het plangebied aan het Jan Koosplein is in 2018 een bureau- en booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 4630432100). Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het onderzoeksgebied is gelegen op de Jonge Duinen. Deze zijn gevormd tussen de 10e en 16e eeuw. Er worden vanaf het maaiveld archeologische resten verwacht van bebouwing en andere daarmee geassocieerde sporen zoals water- en beerputten, uitbraaksporen, sloten en greppels. Dieper in de Jonge duinafzettingen kunnen vegetatieniveaus voorkomen die stilstandsfases in de duinvorming vertegenwoordigen. Ook deze niveaus kunnen bewoonbaar zijn geweest, vanaf de 10e eeuw. Onder de Jonge duinen bevindt zich vermoedelijk Oude duinen en een strandwal, een strandvlakte of kweldergebied met kreken en een dynamisch strandlandschap.
Uit het booronderzoek is gebleken dat de verwachting uit het bureauonderzoek kan worden bevestigd. Aan de westzijde van het onderzoeksgebied is in de bovengrond sprake van een hoge verwachting voor archeologische resten van het dorp Noordwijk aan Zee. Dieper in de Jonge duinafzettingen zijn twee vegetatiehorizonten aangetroffen waarop archeologische resten uit de Late Middeleeuwen kunnen voorkomen. Onder de Jonge duinen bevindt zich een landschap van kwelderafzettingen dat op twee niveaus potentieel bewoonbaar was in de Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen. Naar aanleiding van de resultaten wordt geadviseerd om vervolgonderzoek uit te laten voeren. Ten oosten van het plangebied, circa 160 m, aan de Nicolaas Barnhoornweg 23-25 is in 2011 een bureau- en booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 2329360100) met een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven in 2015 (zaakid. 2475599100). In dit onderzoeksgebied is botmateriaal, roodbakkend geglazuurd aardewerk en bakstenen aangetroffen uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd. Bij het proefsleuvenonderzoek zijn ophogingslagen aangetroffen die duiden op het gebruik van de locatie vanaf de 17e eeuw. De ophogingslagen liggen op het Jonge Duinzand en zijn aanwezig vanaf 5,36 +NAP/0,1 m -Mv. Er zijn slechts twee grondsporen aangetroffen, een kuil en een puinlaag (mogelijk te interpreteren als uitbraakspoor).
Er zijn geen funderingen (meer) aangetroffen. De gaafheid is laag als gevolg van de bouw en sloop van bebouwing en de daarbij behorende (ondergrondse) infrastructuur zoals kabels en leidingen. Op basis van de waardering van de archeologische resten kan de vindplaats als niet behoudenswaardig worden aangemerkt. Er is een aantal bureau- en booronderzoeken waarbij vervolgonderzoek wordt geadviseerd in de vorm van een archeologische begeleiding of booronderzoek (zaakid. 2135365100, 2144097100, 2184727100). Een aantal andere bureau- en booronderzoeken adviseert, door de verstoring van de ondergrond of omdat potentiele archeologische niveaus niet zullen worden aangetast door de geplande werkzaamheden, geen vervolgonderzoek voor de onderzochte locaties te laten uitvoeren (zaakid. 2059566100, 2097814100, 2144129100, 2152107100, 2348258100, 2393901100, 2430845100, 4006027100, 4576917100, 4578131100, 4597378100, 4710299100).
RAPPORT 15978.002 versie 1
Pagina 9 van 14
Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied Er zijn bij enkele bovengenoemde onderzoeken vondsten gedaan. Ten zuidoosten van het plangebied, circa 150 m, aan de Hoofdstraat/Maarten Kruytstraat is baksteen en roodbakkend geglazuurd aardewerk uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd aangetroffen (zaakid. 2059566100). Ten noordoosten van het plangebied, circa 150 m, is aan de Huis ter Duinstraat/ Nicolaas Barnhoornweg/ Parallel Boulevard botmateriaal uit het Neolithicum – Nieuwe tijd aangetroffen (zaakid. 2144097100). Tot slot is er een losse vondst gedaan, 25 m ten zuidoosten van het plangebied, aan de Parallel Boulevard (zaakid. 2161811100). De vondst betreft bouwmateriaal uit de Romeinse tijd – Nieuwe tijd. Gemeentelijke verwachtingskaart Volgens de gemeentelijke waarden- en verwachtingskaart (figuur 11) ligt het plangebied in een duingebied met Jonge duinen. In de ondergrond komt duinzand op kwelder- en/of wad-afzettingen of strandwal met Oude duinen voor. Voor het duingebied geldt een lage verwachting voor het Jonge Duinzand, plaatselijk een hoge verwachting voor resten van de Atlantikwall, een hoge verwachting vanaf de IJzertijd voor het Oud Duinzand en een middelhoge verwachting vanaf de Bronstijd voor de kwelderafzettingen.
De hoge en middelhoge verwachting voor de prehistorie geldt vanaf 5 m NAP en dieper en de hoge verwachting voor de Atlantikwall geldt plaatselijk in principe vanaf het maaiveld. 2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld (zie tabel 1). Tabel 1.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Verwachting en complextype
Te verwachten resten
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
Laat-Paleolithicum - Neolithicum
-
-
-
Bronstijd - Vroege Middeleeuwen
Hoog; bewoningssporen, sporen van landgebruik
Akkerlagen, cultuurlagen; sloten/greppels, afvalkuilen, paalkuilen, waterputten; vuur- en natuursteen, aardewerk, houtskool, (on)verbrand bot, verbrand leem
In de top van het Oud Duinzand (Laagpakket van Zandvoort), onder het Jonge Duinzand, rond 4,5 m mv/1,2 m NAP
Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd
Laag
-
In de top van het (ontkalkte) Jonge Duinzand (Laagpakket van Schoorl), direct aan het maaiveld of onder een bouwvoor
Het plangebied ligt in een duingebied met Jonge Duinen (Laagpakket van Schoorl, Formatie van Naaldwijk) die gevormd zijn tussen de 10e en 16e eeuw. Deze Jonge Duinen liggen op Oude Duinen (Laagpakket van Zandvoort, Formatie van Naaldwijk) die gevormd zijn in de Bronstijd en waarvan de top op circa 1,2 m NAP (450 cm -mv) ligt. In de top van deze Oude Duinafzettingen is mogelijk een bodem aanwezig. De top van de Oude Duinafzettingen heeft een hoge archeologische verwachting voor bewoningssporen en sporen van landgebruik uit de periode Bronstijd – Vroege Middeleeuwen. Het plangebied ligt in de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd in de historische kern van Noordwijk aan Zee en er hebben ook verdedigingswerken van de Atlantikwall in het plangebied gelegen. Na de Tweede wereldoorlog zijn die verdedigingswerken verwijderd. De locatie is daarna opnieuw bebouwd en ook deze bebouwing is weer verwijderd. Alle bouw-, sloop- en egalisatiewerkzaamheden hebben er voor gezorgd dat de top van de Jonge Duinafzettingen tot een diepte van 3,5 m -mv (2,2 m NAP) is geroerd en waarschijnlijk geen resten uit de Nieuwe tijd en de Tweede Wereldoorlog meer aanwezig zijn. De verwachting voor de periode Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd is dan ook laag.
RAPPORT 15978.002 versie 1
Pagina 10 van 14
Uit de periode Bronstijd – Vroege Middeleeuwen kunnen bewoningssporen en sporen van landgebruik worden verwacht, in de vorm van archeologische lagen (akkerlagen, cultuurlagen), grondsporen (sloten en greppels, afvalkuilen, paalkuilen, waterputten) en vondsten en indicatoren (vuur- en natuursteen, aardewerk, houtskool, (on)verbrand bot en verbrand leem). Bodemverstoring De top van de Jonge Duinafzettingen is tot een diepte van 350 cm -mv (2,2 m NAP) vergraven, waardoor er geen resten uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd worden verwacht. De top van de Oude Duinafzettingen, op 450 cm -mv (1,2 m NAP) lijkt wel intact (mogelijke bodem aanwezig).
RAPPORT 15978.002 versie 1
Pagina 11 van 14
3
CONCLUSIE EN ADVIES
Uit het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat het plangebied een hoge verwachting heeft voor bewoningssporen en sporen van landgebruik uit de periode Bronstijd – Vroege Middeleeuwen. Deze resten worden verwacht in de top van Oude Duinafzettingen, op een diepte van 450 cm -mv/1,2 m NAP. Resten uit andere periodes (Laat-Paleolithicum – Neolithicum en Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd) worden (niet) meer verwacht. Het potentiële archeologisch niveau wordt, gezien de diepteligging, bij de herontwikkelingen vermoedelijk alleen verstoord door het aanbrengen van heipalen. Econsultancy adviseert om het plangebied vrij te geven voor graafwerkzaamheden tot 1,7 m NAP/400 cm -mv. Dit geeft een minimale bufferzone van 50 cm ten opzichte van het potentiële archeologische niveau. Verder wordt er geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor heiwerkzaamheden, mits het oppervlakte van de heipalen niet meer dan 2% van het te verstoren oppervlak beslaat en de afstand van de palen(rijen) gerekend van rand tot rand minimaal 4 m bedraagt.17 Als de graafwerkzaamheden dieper dan 1,7 m NAP zullen reiken, dan wordt vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een verkennend booronderzoek. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven.
Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Noordwijk), die vervolgens het advies over neemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Noordwijk wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provincie Zuid-Holland of de gemeente Noordwijk.
17 Conform de Richtlijn archeologievriendelijk bouwen, RCE, 2016
RAPPORT 15978.002 versie 1
Pagina 12 van 14
LITERATUUR
Aa, A. v. (1839). Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden. Gorinchem: Jacobus Noorduyn. Berkel, G. v., & Samplonius, K. (2006). Nederlandse plaatsnamen, Herkomst en historie. Utrecht. Bosch, J. (2005). Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht: NITGTNO. Econsultancy. (2021). Verkennend bodemonderzoek Parallel Boulevard (ong.) in Noordwijk (15978.001) in concept. Rotterdam: Econsultancy. Jongmans, A., Berg, M. v., Sonneveld, M., Peek, G. W., & Berg van Saparoea, R. v. (2013). Landschappen van Nederland. Wageningen. Maas, G., Delft, P. v., & Heidema, H. (2017). Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. (Wageningen Environmental Research) Opgehaald van http://legendageomorfologie.wur.nl/ Mulder, E. d., Geluk, M., Ritsema, I., Westerhof, W., & Wong, T. (2003). De ondergrond van Nederland. Houten. SIKB. (2018). BRL SIKB 4000. Beoordelingsrichtlijn Archeologie (Versie 4.1, 24 mei 2018 ed.). Gouda: SIKB. Vos, P., & Vries, S. d. (sd). 2e generatie paleogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Opgeroepen op 11 30, 2015, van www.archeologieinnederland.nl Vries, F. d., Groot, W. d., Hoogland, T., & Denneboom, J. (2003). De Bodemkaart van Nederland digitaal; Toelichting bij inhoud, actualiteit en methodiek en korte beschrijving van additionele informatie. Wageningen: Alterra.
RAPPORT 15978.002 versie 1
Pagina 13 van 14
BRONNEN AHN; internetsite, juli 2021. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, juli 2021. https://archis.cultureelerfgoed.nl
Bodemloket, internetsite, juli 2021. http://www.bodemloket.nl Beeldbank Cultureelerfgoed; internetsite, juli 2021 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Dinoloket; internetsite, juli 2021. http://www.dinoloket.nl/
Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, juli 2021. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, juli 2021. http://www.topotijdreis.nl/ Ruimingskaart; internetsite, maart 2018. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, juli 2021. http://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, maart 2018. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/
RAPPORT 15978.002 versie 1
Pagina 14 van 14
Figuur 1. Ligging van het plangebied
RAPPORT 15978.002 versie 1
Figuur 2. Het plangebied op de kadastrale kaart
RAPPORT 15978.002 versie 1
Figuur 3. Het plangebied op een luchtfoto
RAPPORT 15978.002 versie 1
Figuur 4. Het plangebied op de paleogeografische kaart
RAPPORT 15978.002 versie 1
RAPPORT 15978.002 versie 1
Figuur 5. Boring milieuonderzoek Econsultancy18
18 Econsultancy-rapport 15978.001
RAPPORT 15978.002 versie 1
Figuur 6. Het plangebied op de geomorfologische kaart
RAPPORT 15978.002 versie 1
Figuur 7. Maaiveldhoogte in het plangebied
RAPPORT 15978.002 versie 1
Figuur 8. Het plangebied op de bodemkaart
RAPPORT 15978.002 versie 1
Figuur 9. Het plangebied op historisch kaartmateriaal
RAPPORT 15978.002 versie 1
RAPPORT 15978.002 versie 1
Figuur 10.
Archeologische waarden en onderzoeken
RAPPORT 15978.002 versie 1
RAPPORT 15978.002 versie 1
Figuur 11.
Archeologische waarden- en verwachtingskaart
RAPPORT 15978.002 versie 1
RAPPORT 15978.002 versie 1
Bijlage 1 Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Rapport 15978.002 versie 1
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr.
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
1950
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Rapport 15978.002 versie 1
Bijlage 2 Zaaknummer (OMnummer) 2059566100 (8781)
Onderzoeksmeldingen Locatie
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
150c meter ten zuidoosten van het plangebied Hoofdstraat/Maarten Kruytstraat te Noordwijk aan Zee Gemeente Noordwijk Coördinaat: 89717/473205
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 29-10-2003 00:00:00 Resultaat: Opdrachtgever: Architectenbureau Korbee - Coordinaten: 89720/473220 Datum einde onderzoek: 29-10-2003 - Projectmedewerker: J. de Kort Datering: NT - Diversen: bureauonderzoek en karterend booronderzoek
Rapport
De geplande werkzaamheden zullen de bodem van het plangebied tot ca. 3 m -Mv verstoren. Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van (intacte) archeologische resten en het feit dat de bodem deels verstoord is (tot maximaal 3 m -Mv) wordt ten aanzien van het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen.
2073895100 (13323)
2097814100 (14256)
2135365100 (19624)
350c meter ten noordoosten van het plangebied te Onbekend Gemeente Noordwijk Coördinaat: 89778/473656
350c meter ten zuidoosten van het plangebied Katenblankweg te Noordwijk Gemeente Noordwijk Coördinaat: 89792/472992
200c meter ten zuidoosten van het plangebied Maarten Kruytstraat/Gasthuissteeg te Noordwijk Gemeente Noordwijk Coördinaat: 89758/473162
Literatuur: Eijk, J.H.M. van, 2003: Plangebied Hoofdstraat/Maarten Kruytstraat te Noordwijk aan Zee, gemeente Noordwijk; een inventariserend archeologisch onderzoek. RAAP-notitie 502. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Oranjewoud BV Datum: 15-8-2005 00:00:00 Resultaat: Het betreft een eerste kleine bureaustudie, om een eerste beeld te krijgen van het gebied. Hierna zal een bureaustudie moeten plaastvinden in die gebieden waar werkzaamheden zullen plaatsvinden. Geadviseerd is om na vaststelling van het definitieve plan, een gedetailleerde bureaustudie uit te voeren, aangezien het gebied een middelhoge tot hoge verwachting geniet. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: IDDS Archeologie B.V. Datum: 12-10-2005 00:00:00 Resultaat: Tijdens dit onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Eventueel aanwezige archeologische sporen of vondsten zullen zich onder de hoge kustduinen bevinden. Aangezien de hoge kustduinen in het plangebied tot minstens 4 m diep aanwezig zijn, wordt er geen vervolgonderzoek aanbevolen indien de ontgravingen niet dieper gaan dan 4 m mv. Literatuur: Moerman, S. en A. Wilbers, 2005: Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase Katenblankweg in Noordwijk aan Zee, gemeente Noordwijk, CIS-code: 14256. Becker & Van de Graaf rapport. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: IDDS Archeologie B.V.
Datum: 25-10-2006 00:00:00 Resultaat: Coordinaten: 89758/473173 - Datum einde onderzoek: 25-10-2006 - Projectmedewerkers: T. Nales, J. Huisman - Complextypen: xxx - Datering: xxx - Diversen: Op grond van dit aanvullend onderzoek wordt een archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd indien er in het plangebied dieper wordt gegraven dan 3,5 m -mv. In dat geval worden mogelijk archeologische waarden aangetast die voor kunnen komen in de diepere ondergrond van het plangebied. Een nader archeologisch onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden in de diepere ondergrond van het plangebied kan, gezien de diepteligging van deze resten, niet worden uitgevoerd zonder intensieve structurele maatregelen zoals damwanden en bronbemaling. Op grond hiervan wordt aanbevolen om het nader archeologisch onderzoek te laten bestaan uit een archeologische opgraving gelijktijdig met de aanleg van de bouwput. Advies overgenomen door provincie Zuid-Holland
2144097100 (20859)
150c meter ten noordoosten van het plangebied Nic. Barnhoornstraat/Parralelboulevard te Noordwijk aan Zee Gemeente Noordwijk Coördinaat: 89749/473393
Aanvulling op de Rapportage: Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase Maarten Kruytstraat/Gasthuissteeg, Noordwijk Gemeente Noordwijk CIS-code: 19624 Projectnummer : 09300408/19624 Auteur : dr. A.W.E. Wilbers © Becker & Van de Graaf bv Noordwijk, oktober 2008 Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 5-2-2007 00:00:00 Resultaat: Het betreft een bureau- en inventarsierend veldonderzoek n.a.v. nieuwbouwplannen binnen het plangebied. Gezien de afwezigheid van indicaties voor middeleeuwse bewoning en de
Rapport 15978.002 versie 1
Rapport2
Rapport
2144129100 (20862)
350c meter ten zuidoosten van het plangebied Huis Ter Duinstraat te Noordwijk Gemeente Noordwijk Coördinaat: 89862/473056
verwachting, dat de vindplaats deels verstoord is, wordt aanbevolen om de graafwerkzaamheden binnen deze zone onder archeologische begeleiding te laten plaatsvinden. Op die manier kan met name de aard en de gaafheid van de eventuele 19e eeuwse fundamenten worden vastgesteld. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 5-2-2007 00:00:00 Resultaat: In verband met nieuwbouw aan de Huis ter Duinstraat, wordt door RAAP Archeologisch Adviesbureau een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Binnen het plangebied is tot 4 m -Mv duinzand aangetroffen. Hierin zijn geen aanwijzingen voor archeologische vindplaatsen, een cultuurlaag of oude opprvalkken aangetroffen. Binnen het plangebied is geen vervolgonderzoek noordzakelijk
2152107100 (21995)
250c meter ten zuiden van het plangebied De Grent te Noordwijk Gemeente Noordwijk Coördinaat: 89619/473079
2184727100 (26680)
250c meter ten oosten van het plangebied Van Speijkstraat 9-15 te Noordwijk Gemeente Noordwijk Coördinaat: 89865/473335
2329360100 (46715)
160c meter ten oosten van het plangebied Nicolaas Barnhoornweg 23-25 te Noordwijk Gemeente Noordwijk Coördinaat: 89774/473348
Rapport 15978.002 versie 1
RAAP-notitie 2051 Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: IDDS Archeologie B.V. Datum: 4-4-2007 00:00:00 Resultaat: Tijdens het veldonderzoek is geconstateerd dat het plangebied op een kustduin ligt en dat er aan of nabij het maaiveld zeer waarschijnlijk geen archeologische resten aanwezig zijn. Op basis van de resultaten van het Inventariserend Veldonderzoek wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren. Eventueel vervolgonderzoek is alleen noodzakelijk indien de graafwerkzaamheden een diepte van ongeveer 0 m +NAP bereiken. Het advies is overgenomen door de provincie Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: IDDS Archeologie B.V. Datum: 31-1-2008 00:00:00 Resultaat: Aan de hand van het bureauonderzoek is geconstateerd dat er archeologische resten aanwezig kunnen zijn in het plangebied. Er worden met name resten verwacht vanaf het ontstaan van Noordwijk aan Zee in de Late Middeleeuwen maar ook oudere resten, vanaf het Neolithicum, zijn mogelijk. Om de mate van verstoring en de aanwezigheid van eventuele dieper gelegen strandafzettingen te controleren en om de aan- of afwezigheid van archeologische resten te toetsen, wordt geadviseerd om in het plangebied een vervolgonderzoek uit te laten voeren. Dit vervolgonderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen. Literatuur: Moerman, S. & O.
Hoogzaad, 2008: Archeologisch bureauonderzoek. Van Speijkstraat, Noordwijk aan Zee, gemeente Noordwijk. Becker & Van de Graaf rapport. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: IDDS Archeologie B.V. Datum: 13-5-2011 00:00:00 Resultaat: Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied is gelegen op een hoge of lage kustduin die deel uitmaakt van de Jonge Duinen. Deze duinen werden tussen de 10de en de 17de eeuw gevormd en kwamen daarbij mogelijk over reeds bestaande strandvlaktes of strandwallen te liggen. Aan of nabij het maaiveld van de Jonge Duinen kunnen archeologische resten voorkomen uit de Late-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Op basis van historische bronnen is Noordwijk aan Zee gedurende de 14de eeuw gesticht, waarbij de Jonge Duinen werden afgevlakt en genivelleerd. Er is daarom een hoge verwachting op archeologische resten van bewoning (huizen, achtererven, beerputten), begraving of infrastructuur (wegen) binnen het plangebied vanaf de 14de eeuw. Op basis van het kadastrale minuutplan uit 1811-1832 is het plangebied voornamelijk in gebruik als weiland en duingrond. In het zuidwesten van het plangebied is wel al bebouwing aanwezig. Op later kaartmateriaal blijft er in het plangebied bebouwing aanwezig alhoewel het niet zeker is of het hier om dezelfde structuren gaat.
Oudere archeologische resten kunnen daarom door de bouw en afbraak van huizen verstoord zijn geraakt. Uit het veldonderzoek is gebleken dat in de ondergrond van het plangebied zandafzettingen van Jonge Duinen aanwezig zijn. Bovenop deze afzettingen is een antropogeen zandpakket aangetroffen dat mogelijk veroorzaakt is door lokale bewoning vanaf de stichting van het dorp Noordwijk aan Zee gedurende de 14de eeuw. In het zandpakket zijn ook roodbakkende aardewerkfragmenten aangetroffen die dateren uit de Nieuwe tijd B. Deze aardewerkfragmenten kunnen wijzen op lokale bewoning in het plangebied gedurende die tijd. In het antropogeen geroerde zandpakket (pakket 2) kunnen zich nog muurresten van bebouwing bevinden, terwijl in de huidige top van het Jonge Duinzand zich diep reikende sporen van bewoning of andere menselijke activiteit kunnen bevinden. Er wordt geadviseerd om in het plangebied vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een
Rapport
proefsleuvenonderzoek.
2348258100 (49273)
300c meter ten zuiden van het plangebied De Grent En Rudolf Tappenbeckweg te Noordwijk Gemeente Noordwijk Coördinaat: 89660/473006
M. Horn & M. Berkhout, 2011: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, aan de Nicolaas Barnhoornweg 23-25 te Noordwijk aan Zee, gemeente Noordwijk, B&G rapport 1231 Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: IDDS Archeologie B.V. Datum: 3-11-2011 00:00:00 Resultaat: De aanleiding voor dit onderzoek is de aanvraag van een bouwvergunning voor de verbreding van het Alexander Hotel richting de westzijde evenals voor de sloop van de Villa Bianca en de daaropvolgende bouw van een appartementengebouw. Graafwerkzaamheden ten behoeve van deze ontwikkeling zullen zorgen voor een bodemverstoring tot een diepte van maximaal +5,0 m NAP. De kans bestaat dat eventueel aanwezige archeologische waarden hierdoor verstoord dan wel vernietigd zullen worden. Op basis van het bureauonderzoek wordt verwacht dat op een diepte van meer dan 10 m mv archeologische resten aanwezig kunnen zijn in de top van de strandwal en vlaktes. Deze lagen worden naar verwachting echter niet bereikt met het onderzoek en de geplande graafwerkzaamheden. Aan en direct onder het maaiveld kunnen resten worden aangetroffen vanaf de vorming van de Jonge Duinen in de Late Middeleeuwen. Het plangebied is naar verwachting niet bebouwd geweest tot de aanleg van de huidige bebouwing in het begin van de 20ste eeuw.
Eventuele resten in de ondergrond zijn mogelijk verstoord door de aanleg van de huidige bebouwing. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat de ondergrond is opgebouwd uit een pakket jonge duinzand. In één boring is een humeuze laag aangetroffen die duidt op een overstoven laagte waar plantenresten niet vergingen, maar door de natte omstandigheden bewaard bleven als een humeuze laag tussen het zand. De top van het jonge duinzand is in vrijwel alle boringen duidelijk verstoord door de inclusies van diverse fragmenten modern puin, vermoedelijk afkomstig van de aanleg van de huidige bebouwing, en door de aanleg van een tuin waardoor een dik humeus pakket is opgebracht. Daarnaast is het plangebied voor de aanleg van de bebouwing en de inrichting van het plangebied geëgaliseerd. Door deze activiteiten in het plangebied is de top van het duinzand verstoord, waardoor ook eventuele aanwezige resten uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd zijn verstoord. - Omdat niet verwacht wordt dat een intact archeologisch niveau door de geplande werkzaamheden zal worden verstoord, wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren in het plangebied.