CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ontwerpbestemmingsplan De Zilk Het Zilt - Toelichting

Gemeenteraadsvergadering 28 september 2021, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerpbestemmingsplan De Zilk Het Zilt22.198 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan | Toelichting

De Zilk, Het Zilt

Gemeente Noordwijk

Datum: 27 mei 2021 Projectnummer: 160261.02 ID: NL.IMRO.0575.BPDZHetZilt-ON01

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Planvorm Leeswijzer

3 3 4 5 6

2

Bestaande situatie

7

2.1 2.2 2.3

Historische ontwikkeling Ontwikkelingslocatie ‘Het Zilt’ Plangebied van dit bestemmingsplan

7 8 8

3

Planbeschrijving

10

3.1 3.2 3.3

Uitgangspunten Ontwikkelingsplan ‘Het Zilt’ Dit bestemmingsplan

10 11 14

4

Beleidskader

15

4.1 4.2 4.3 4.4

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

15 20 25 27

5

Planologische uitvoerbaarheid

32

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

Milieuaspecten Natuur Water Archeologie en cultuurhistorie Verkeer en parkeren Ondergrondse infrastructuur

32 56 60 63 67 70

6

Toelichting op de planregels

71

6.1 6.2

Inleiding Dit bestemmingsplan

71 71

7

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

73

7.1 7.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

73 73

Bijlagen: 1. Beeldkwaliteitsplan 2. Distributieplanologisch onderzoek 3. Akoestisch onderzoek wegverkeer 4. Verkennend bodemonderzoek 5. Nader bodemonderzoek 6. Verkennend bodemonderzoek zuidelijk deelgebied 7. Asbestinventarisatie gebouwen 8. Akoestisch onderzoek industrielawaai 9. Quick scan flora en fauna 10. Onderzoek stikstofdepositie 11. Quick scan water 12. Archeologisch inventariserend onderzoek 13. Archeologisch proefsleuvenonderzoek 14. Notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 15. Beeldkwaliteitplan Parkplein 16. Nota vooroverleg en inspraak

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De gemeente Noordwijk is voornemens om de locatie van het voormalige zoutdepot (inclusief een voormalig sportterrein) te herontwikkelen tot een nieuwe woonbuurt, ‘Het Zilt’ geheten. De herontwikkeling bestaat uit maximaal 130 woningen alsmede enkele voorzieningen en detailhandel. Op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘De Zilk’ is sprake van een uit te werken woonbestemming waarmee is voorgesorteerd op deze herontwikkeling. Het is echter gebleken dat enkele planonderdelen niet geheel passen binnen de uitwerkingsregels. Het betreft het zuidelijke plandeel waarin wordt voorzien in enkele voorzieningen (een supermarkt en een G.O.E.D.) en appartementen alsmede een strook beoogde woningen aan de noordzijde. Om die reden is besloten om voor deze planonderdelen een separate planologische procedure te volgen in de vorm van een bestemmingsplan. In dit kader is onderhavig bestemmingsplan opgesteld. De overige plandelen die wel geheel binnen de uitwerkingsregels passen, zijn mogelijk gemaakt middels een separaat uitwerkingsplan. In de navolgende toelichting wordt de ontwikkeling ‘Het Zilt’ wel integraal besproken.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied van de ontwikkelingslocatie betreft in hoofdzaak de locatie van het voormalige zoutdepot dat is gelegen aan de rand van de dorpskom van De Zilk. Ook enkele tennisvelden maken deel uit van de ontwikkelingslocatie. Het plangebied van dit bestemmingsplan betreft de zuidwestelijke hoek en een strook aan de noordzijde. De rest van de ontwikkelingslocatie betreft het centrale deel en is gelegen binnen het uitwerkingsplan dat separaat aan dit bestemmingsplan is vastgesteld. Op de navolgende afbeeldingen is de globale ligging van het plangebied weergegeven.

Ligging plangebied op topografische kaart

3

Topografische kaart met aanduiding ontwikkelingslocatie (rood gehighlight) en aanduiding plangebied voorliggend bestemmingsplan (donkerder rood gehighlight)

1.3

Vigerend bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan is bestemmingsplan ‘De Zilk’ dat is vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Noordwijkerhout d.d. 27-6-2013 (onherroepelijk 26 september 2013). Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan de bestemming ‘Woongebied - Uit te werken’ en ‘Groen’. Ten slotte gelden enkele dubbelbestemmingen en aanduidingen. ‘Woongebied - Uit te werken’ Binnen deze bestemming is wonen met aan-huis-gebonden beroepen, detailhandel en consumentverzorgende dienstverlening toegestaan met de bijbehorende voorzieningen. Verder geldt:  binnen de totale bestemming geldt een maximum van 130 woningen; 2 2  er is maximaal 500 m toegestaan voor enkel een supermarkt en 100 m voor overige detailhandel, met dien verstande dat er voldoende ruimte dient te zijn voor parkeren;  de maximale bouwhoogte is 10 m voor het oostelijke deel van de uit te werken bestemming en 15 m voor het westelijke deel. ‘Groen’ Het zuidelijke deel van het plangebied heeft de bestemming ‘Groen’. Hier zijn groenvoorzieningen en bijbehorende doeleinden mogelijk. Functies als wonen en winkels zijn in deze bestemming evenwel niet toegestaan. Ook zijn geen gebouwen toegestaan.

4

Overig Voor het overige geldt:  het gehele plangebied ligt in een archeologische dubbelbestemming. Er is sprake van drie dubbelbestemmingen: ‘Waarde - Archeologie - 1’, ‘Waarde - Archeologie - 2’ en ‘Waarde - Archeologie - 3’. Deze dubbelbestemmingen worden in dit bestemmingsplan vooralsnog overgenomen;  het westelijke deel is gelegen binnen een wijzigingsgebied ('wro-zone - wijzigingsgebied - 4b'). Hier mogen de gronden worden gewijzigd in water ten behoeve van de hydrologische bufferzone (een randsloot). Deze wijzigingsbevoegdheid zal in dit bestemmingsplan worden overgenomen.

Uitsnede uit verbeelding met aanduiding plangebied bestemmingsplan (fuchsiarood gehighlight)

Toetsing De beoogde voorzieningen en woningen van voorliggend bestemmingsplan die zijn gelegen binnen het onderhavig plangebied passen binnen de uitwerkingsregels. In paragraaf 3.2 wordt hier nader op ingegaan. Gezien voorgaande moet om de ontwikkeling van de voorzieningen en woningen mogelijk te maken een bestemmingsplan opgesteld worden.

1.4

Planvorm Dit bestemmingsplan is een ontwikkelingsgericht plan om het hiervoor besproken initiatief mogelijk te maken. Naast deze toelichting bestaat het bestemmingplan uit bijbehorende regels en een verbeelding.

5

1.5

Leeswijzer Dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande situatie. Hoofdstuk 3 omvat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader geschetst. Hoofdstuk 5 gaat nader in op de uitvoerbaarheid in relatie tot de milieu- en ruimtelijke aspecten. De toelichting besluit met hoofdstukken over de opbouw van de planregels (Hoofdstuk 6) en de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid (Hoofdstuk 7).

6

2 2.1

Bestaande situatie Historische ontwikkeling Strandwallen De structuur van het landschap van Noordwijk en omgeving is gevormd door de strandwallen. De strandwallen liggen aan de basis van de opbouw van het landschap. Deze strandwallen zijn de restanten van de oude duinen die hier circa 4.500 jaar geleden zijn ontstaan. De natuurlijke hoogtes van de strandwallen hebben er toe geleid dat men hier de eerste woningen en wegen op heeft aangelegd. Deze karakteristieke structuur van lintbebouwing is in huidige landschap nog goed herkenbaar.

De Zilk De bebouwing is van oorsprong geconcentreerd langs de wegen op de strandwallen, en aan de wegen die haaks op de strandwal staan. Deze eerste bebouwing in De Zilk is ontstaan net na 1900. Later heeft men de gronden die oorspronkelijk afgegraven zijn voor de bollenteelt steeds verder bebouwd en is het ruimtebeslag voor verkeer toegenomen. Dit kwam pas echt tot stand na de tweede wereldoorlog. De grootste groei van De Zilk vond plaats in de jaren ’60 van de vorige eeuw. Op voorgaande kaartbeelden is goed te zien hoe de duinvlakten zijn ingevuld.

7

Eind jaren ’80 van de vorige eeuw is de provinciale weg doorgetrokken, waardoor het verkeer niet meer door het dorp hoefde te rijden. Dit heeft een grote verbetering opgeleverd voor de leefbaarheid van de kern.

2.2

Ontwikkelingslocatie ‘Het Zilt’ De ontwikkelingslocatie ‘Het Zilt’ is gelegen aan de rand van de kern De Zilk, ingeklemd tussen de dorpskom van De Zilk en het duingebied.  Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich de Zilkerduinweg. Dit is een belangrijke beeldbepalende straat in de kern De Zilk. Tot de aanleg van de provinciale weg vormde dit de doorgaande weg door het dorp.  Aan de westzijde vormt de provinciale weg N206 de grens. Deze weg is aangelegd tussen de kern De Zilk en de Amsterdamse Waterleidingduinen.  Aan de noordzijde vormt het bestaande sportcomplex Wassenaar de grens. Hier zijn voetbalvelden en tennisbanen gelegen. Het sportpark is geheel geherstructureerd.  Aan de oostzijde ten slotte wordt de grens gevormd door de Sportlaan. Dit is een woonstraat die tevens geldt als toegangsweg voor het sportpark. Binnen de ontwikkelingslocatie bevond zich aan de westzijde het voormalige zoutdepot.

Luchtfoto met globale contour ontwikkelingslocatie Het Zilt (bron: Google Maps)

2.3

Plangebied van dit bestemmingsplan Het plangebied van dit bestemmingsplan betreft het noordelijke deel van de ontwikkelingslocatie ‘Het Zilt’ alsmede het zuidelijke deel. Het centrale deel is vervat in een onherroepelijk uitwerkingsplan.

8

Luchtfoto met globale contour plangebied bestemmingsplan (bron: Google Maps)

Foto plangebied vanaf Sportlaan

Foto plangebied zicht op zoutdepot-terrein

9

3

Planbeschrijving

3.1

Uitgangspunten

3.1.1

Algemene stedenbouwkundige uitgangspunten In de toelichting van het vigerende bestemmingsplan ‘De Zilk’ (het ‘moederplan’) zijn de uitgangspunten voor de ontwikkelingslocatie opgenomen (de zogenaamde ‘Zoutdepot-locatie’). Hieruit volgen de navolgende uitgangspunten.  De ontwikkeling op de Zoutdepot-locatie zal in maat en schaalgrootte van De Zilk ontworpen moeten worden. Dit uit zich zowel in de bouwhoogte als de stedenbouwkundige “korrelgrootte”. Langs de N206 kunnen appartementgebouwen worden gebouwd bestaande uit 4 bouwlagen met een flauwe kap.  De ruimtelijke bestaande structuur van wegen en bebouwing is kenmerkend voor het oude dorp. Deze structuur is het hoofduitgangspunt voor het uitbreidingsplan. Derhalve is het de bedoeling de weg het Breeland door te trekken zodat er wordt aangesloten op de bestaande structuur van het dorp. Tevens dient de parallelweg langs de Zilkerduinweg te worden doorgezet.  Een belangrijke doelstelling bij de herontwikkeling van de Zilk is de toename van de woningvoorraad. De locatie Zoutdepot moet een grote diversiteit aan woningen voor verschillende doelgroepen krijgen.  De bestaande (tijdelijke) supermarkt aan de Breeland wordt verplaatst naar de locatie Zoutdepot.

Hierbij dient rekening te worden gehouden met de huidige oppervlaktemaat van de supermarkt en een mogelijkheid om een (klein) gedeelte beschikbaar te stellen aan een aan de supermarkt gelieerde functie (postservicepunt, bakker). Tevens is in de toelichting van het vigerende bestemmingsplan een indicatieve stedenbouwkundige inrichtingstekening opgenomen. Bij de uitwerking van de plannen voor de ontwikkelingslocatie is rekening gehouden met de gestelde uitgangspunten. In de navolgende paragraaf waarin het voorliggende ontwikkelingsplan wordt toegelicht, wordt waar nodig nader ingegaan op de gestelde uitgangspunten.

3.1.2

Uitwerkingsregels In de bestemming ‘Woongebied – Uit te werken’ van het vigerende bestemmingsplan ‘De Zilk’ zijn de uitwerkingsregels opgenomen waaraan in het op te stellen uitwerkingsplan voldaan moet worden. Gebleken is dat voor de planonderdelen die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen geldt dat deze niet geheel binnen de uitwerkingsregels passen. Deze onderdelen zijn opgenomen in onderhavig bestemmingsplan. Specifiek betreft het de volgende afwijkingen: Zuidelijke deelgebied Het zuidelijke deelgebied betreft de beoogde voorzieningen alsmede de appartementen. De woningen zijn te realiseren binnen de uitwerkingsregels. De uitwerkingsregels

10

bieden evenwel geen ruimte voor de realisatie van niet-woonfuncties. Om die reden wordt wat betreft de beoogde functies dus afgeweken van de uitwerkingsregels. Noordelijke deelgebied Het noordelijke deelgebied betreft een strook met woningen. Deze zijn niet geheel mogelijk binnen de uitwerkingsregels, aangezien ter plekke een aanduiding ‘verkeer’ is gelegen. Ter plaatse van de aanduiding 'verkeer' geldt dat bij de uitwerking van het plan de wegenstructuur van de weg 'Breeland' moet worden doorgetrokken. Hiervan is evenwel geen sprake: de Breeland wordt niet doorgetrokken maar in plaats daarvan komt de nieuwe woonstraat enigszins noordelijker te liggen. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt en vanuit het oogpunt van de hinder van het sportcomplex op de woonwijk is dit gewenst.

3.2

Ontwikkelingsplan ‘Het Zilt’ Algemeen In deze paragraaf wordt het gehele ontwikkelingsplan ‘Het Zilt’ besproken. Het onherroepelijke uitwerkingsplan ziet toe op een deel daarvan. In paragraaf 3.3 wordt dit nader verduidelijkt. De totale ontwikkeling voorziet in de bouw van maximaal 130 woningen, een commerciële ruimte ter vervanging van de tijdelijke supermarkt aan het Breeland en een G.O.E.D. (Gezondheidsvoorzieningen Onder Een Dak). De navolgende afbeelding betreft de stedenbouwkundige tekening.

Impressie Inrichtingsplan Zoutdepot (bomen en groenvoorzieningen zijn indicatief). Bron: Beeldkwaliteitsplan Zoutdepot De Zilk.

11

Woningen Het woningbouwprogramma bestaat uit 3 appartementenblokken met totaal 58 wooneenheden, 12 twee-kappers en 60 eengezinswoningen. In totaal komen er maximaal 130 woningen. Het biedt een diversiteit aan woningen voor verschillende doelgroepen. Daarnaast zijn de geplande woningen voldoende flexibel en toekomstbestendig. Detailhandel en maatschappelijke functies Het programma bevat een supermarkt (max 500 m²) ter vervanging van de tijdelijke supermarkt aan het Breeland, overige detailhandel en dienstverlening (max 100 m²) en een G.O.E.D. (Gezondheidsvoorzieningen Onder Eén Dak max 250 m²). Deze functies zijn ondergebracht in het meest zuidelijke appartementenblok. Er wordt uitge2 gaan van een gezamenlijk programma van maximaal 850 m b.v.o. Beeldkwaliteitsplan Er is een beeldkwaliteitsplan voor de ontwikkelingslocatie opgesteld. Deze is vastgesteld en maakt onderdeel uit van de welstandsnota. Dit beeldkwaliteitsplan is als bijlage aan deze toelichting toegevoegd. De belangrijkste elementen hieruit zijn:  Er wordt een hoogwaardige, hedendaagse wijk met een dorps karakter gerealiseerd, passend bij het karakter en schaalgrootte van De Zilk. Bij de situering van de bouwblokken is eveneens aansluiting gezocht bij de bestaande bebouwing van De Zilk.  De voor ogen zijnde architectuur sluit aan bij de woningen in De Zilk.

Dit is een variatie van een dorpse en kleinschalige architectuur met variërende kappen gerelateerd aan de oude linten, de seriematige naoorlogse bebouwing met een grotere korrelgrootte en de moderne appartementen aan de Breeland.

Impressie nieuwe twee-onder-een-kapwoningen en eengezinswoningen

 De appartementenblokken zijn door de ligging parallel aan de provinciale weg N206 en het duinlandschap passend in de stedenbouwkundige structuur. De bouwhoogte van de appartementenblokken bestaat uit vier bouwlagen. Door hun schaal en ligging vormen de appartementenblokken ook (in beperkte mate) een geluidsscherm voor de nieuwe wijk.

12

Impressie nieuwe appartementenblok

Inrichting openbaar gebied Wat betreft de inrichting van het openbaar gebied is een beeldkwaliteitplan opgesteld (Beeldkwaliteitplan Parkplein De Zilk). Dit beeldkwaliteitplan is als bijlage aan deze toelichting toegevoegd. Architectuur De architectonische uitwerking en verdere vormgeving van de gebouwen in het gebied liggen nog niet tot in detail vast, om zo de architecten voldoende ruimte te geven voor een optimaal resultaat. Verkeer Zoals voorgeschreven in de uitwerkingsregels is het stedenbouwkundig ontwerp met de omgeving geïntegreerd (o.m. de Zilkerduinweg). Dit geldt zowel voor de geprojecteerde rijbanen als de nieuwe groenzone aan de Zilkerduinweg. De aanliggende openbare ruimte wordt in een later stadium nader ingevuld en dan ter goedkeuring neergelegd bij de gemeente. Er is voor gekozen om de Breeland niet te laten doorlopen in het plangebied. De woonstraat komt verder naar het noorden, aan de rand van het plangebied. Ruimtelijk is dit gewenst, aangezien hiermee de weg, met groenstrook en parkeerstrook een buffer vormt tussen de woningen en het sportcomplex aan de noordzijde. Omdat hiermee een afwijking is ontstaan op de uitwerkingsregels, is ervoor gekozen om de noordelijke strook binnen het plangebied van onderhavig bestemmingsplan op te nemen. Parkeren De parkeervoorzieningen voor de woningen zijn gepositioneerd aan de straat waar ze zich in bevinden.

De voor ogen zijnde invulling bestaat uit haaks en langsparkeren, afgewisseld met groen en bomen. Het parkeren voor de toekomstige bewoners van de appartementenblokken en de bezoekers van de supermarkt en overige voorzieningen bevindt zich in een parkeerhof tussen de provinciale weg N206 en de appartementenblokken. In paragraaf 5.4 wordt nader ingegaan op de parkeerbalans.

13

3.3

Dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan ziet toe op het deel van het ontwikkelingsplan dat wordt gerealiseerd in afwijking van de uitwerkingsregels. Hier zijn 18 appartementen en 16 grondgebonden woningen, dus in totaal 34 woningen gelegen, alsmede de nietwoonfuncties (supermarkt en G.O.E.D.).

Indicatieve tekening verdeling ontwikkelingslocatie in plangebied uitwerkingsplan en bestemmingsplan

Het uitwerkingsplan, waarvoor een separate procedure is doorlopen, betreft de overige woningen. In dit plandeel worden 96 woningen gerealiseerd in diverse typologieën. Hiermee komt in totaal het aantal woningen op 130.

14

4

Beleidskader

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een totaalbeeld van het ruimtelijken mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak, de structuurvisie voor de Snelwegomgeving en de ruimtelijke doelen en uitspraken in de PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de Agenda Landschap, de Agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. Daarmee is de SVIR de ‘Kapstok’ voor uitwerkingen van beleid met ruimtelijke consequenties. De structuurvisies Project Mainport Rotterdam, e Structuurschema Elektriciteitsvoorziening III en de 3 Nota Waddenzee alsook het Nationaal Waterplan blijven bestaan. Deze structuurvisies zijn gedetailleerder dan de SIVR, of bestrijken een breder beleidsterrein dan alleen het ruimtelijk domein, en blijven als uitwerking van de SVIR bestaan. De SVIR heeft als horizon 2040, maar geeft vooral het kader voor de acties en beslissingen die op de korte termijn worden genomen. De structuurvisie bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. De centrale visie wordt uiteengezet in drie hoofddoelstellingen voor de middellange termijn (2028): 1.

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijke-economische structuur van Nederland; 2. Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Beoordeling en conclusie Onderhavig plan raakt geen rijksbelangen en is hiermee niet in strijd met de SVIR.

4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken uit het SVIR. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind.

15

Ten aanzien van de begrenzing van de NNN is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) vaststellen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Beoordeling en conclusie Er zijn geen nationale belangen in het geding in het plangebied; derhalve werpt het Barro geen belemmeringen op. 4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede lid) Op 1 oktober 2012 is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Bro in werking getreden, waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking is aangepast. De (gewijzigde) Ladder is in artikel 3.1.6 lid 2 Bro vastgelegd en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Wat onder ‘stedelijke ontwikkeling’ en ‘bestaand stedelijk gebied’ wordt verstaan is in het Bro opgenomen en verder uitgekristalliseerd in jurisprudentie. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het Bro ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.

Onder ‘bestaand stedelijk gebied’ verstaat het Bro een ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

16

Beoordeling en conclusie Algemeen Onderhavig bestemmingsplan betreft de realisatie van 34 woningen, een supermarkt en een ‘G.O.E.D.’. De uitwerkingsregels uit het vigerende bestemmingsplan worden hiermee overschreden. De overzichtsuitspraak van Raad van State inzake de Ladder 1 voor duurzame verstedelijking wijst erop dat een uitwerkingsplan, voor zover dat blijft binnen de uitwerkingsbevoegdheid in het moederplan, niet wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling en daarmee hoeft te voldoen aan artikel 3.1.6. lid 2 Bro. Aangezien echter bij dit plan sprake is van een overschrijding van de uitwerkingsregels, kan niet worden gesteld dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Om die reden is een nadere toetsing nodig. Overigens is het ook in het kader van een goede ruimtelijke ordening wenselijk om in te gaan op de vraag of er vraag is naar de beoogde functies. Er wordt uitgegaan van de realisatie van een supermarkt en een G.O.E.D. in het plangebied. Hierna komen beide functies aan de orde.

Foto bestaande supermarkt aan de Breeland te De Zilk (bron Google Streetview)

Supermarkt en overige detailhandel De supermarkt betreft een verplaatsing van de bestaande Spar-supermarkt aan de Breeland 2 te De Zilk. Hier is de supermarkt gevestigd in een tijdelijke unit. Deze be2 staande supermarkt heeft een oppervlakte van ca. 400 m . De oppervlakte van de nieuwe supermarkt wordt ongeveer even groot (max 500 m² b.v.o.). Het betreft slechts een zeer beperkte uitbreiding van de supermarkt. Aangezien de nieuwe supermarkt niet wordt gerealiseerd op de locatie van de bestaande tijdelijke supermarkt, is desalniettemin voorzien in een distributieplanologisch onder2 zoek . IN dit onderzoek is uitgegaan van een supermarkt van 850 m² omdat de verdeling tussen de verschillende functies nog niet bekend waren. Uit dit onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: De supermarktontwikkeling betreft een verplaatsing van de huidige tijdelijke supermarkt naar een nieuwe permanente locatie. De supermarkt bevindt zich nog steeds binnen de kern, waardoor geen grote wijzigingen in het koopgedrag ontstaan. Door de voorgestelde beperkte omvang van de nieuwe supermarkt is de supermarkt alleen aantrekkelijk voor inwoners van De Zilk. Dit zal wel tot gevolg hebben dat de afvloeiing van bestedingen naar andere winkelgebieden in de omgeving (met name Hillegom) beperkt afneemt. Het aanbod in Hillegom is echter zoveel groter dan het aanbod in De 1

Uitspraken inzake niet benutte uitwerkingsplicht: ECLI:NL:RVS:2017:1155 en ECLI:NL:RVS:2016:489.

2

DTNP (2019). DPO supermarkt De Zilk. Gemeente Noordwijk. Projectnummer: 2022.0119. 8 maart 2019. 17

Zilk, en de uitbreiding van de supermarkt en overige detailhandel in De Zilk is dusdanig klein, dat hier maar weinig negatief effect vanuit gaat. Bovendien spreiden eventuele negatieve effecten zich over meerdere supermarkten, waardoor het effect per supermarkt zo klein is dat dien naar verwachting nauwelijks meetbaar is. Buiten De Zilk zijn dan ook geen effecten op de voorzieningenstructuur te verwachten. G.O.E.D. Er wordt in de plannen uitgegaan van een gezondheidscentrum (“Gezondheidsvoorzieningen Onder Eén Dak”) met maximaal 5 behandelkamers (omvang minimaal ca. 2 250 m b.v.o.). Het gezondheidscentrum zal worden gebruikt door diverse instellingen. Deze instellingen hebben een grote behoefte aan de realisatie van het G.O.E.D., gezien de toenemende zorgvraag in de omgeving. De behoefte staat hiermee niet ter discussie. Woningen Binnen dit bestemmingsplan worden 34 woningen gerealiseerd en in de ontwikkelingslocatie Het Zilt als geheel 130 woningen. Om de vraag te beantwoorden of er behoefte is aan deze woningen is in eerste instantie de actuele gemeentelijke woonvisie van belang. Dit is de Woonvisie 2020-2030 ‘Alle zeilen bij voor voldoende en juiste woningen’. Uit de woonvisie blijkt dat er tussen 2019 en 2030 een woningbehoefte is van 2.580 woningen binnen de gemeente Noordwijk.

Dit betekent de realisatie van gemiddeld minimaal 235 woningen per jaar tot 2030 binnen de gemeente. De gemeente wil daarvan 5 % realiseren in De Zilk, dit zijn bijna 130 woningen. In de regio Holland Rijnland is de prognose van de gewenste woningvoorraadtoename in de periode 2019-2030 27.560 woningen. De prognose is in die zin een (negatieve) bijstelling van de kwantitatieve opdracht uit de Regionale Woonagenda waarin 30.000 woningen zijn opgenomen. Voor de Duin- en Bollenstreek is de trendraming als volgt: Gemeente

Trendraming 2019 - 100%

Trendraming 2019 - 130%

Hillegom

1.410

1.833

Lisse

660

858

Teylingen

1.820

2.366

Noordwijk

2.580

3.354

6.470

8.411

Trendraming per 1 januari 2019. (Bron: https://staatvan.zuid-holland.nl/.) De tweede kolom is verhoogd met 30% (de overcapaciteit)

De afgelopen decennia is de woningbouw achtergebleven bij de behoefte. Het aantal gebouwde woningen bleef de afgelopen jaren achter bij de planning: van 2015 tot en met 2019 zijn circa 840 woningen gerealiseerd (170 woningen per jaar, terwijl de behoefteraming uitging van 190 tot 250 woningen per jaar). Het aantal “harde” bouwplannen komt uit op 3.745 woningen. De ervaring leert dat niet alle plannen uiteindelijk gerealiseerd worden en dat er regelmatig vertragingen in ontwikkelingen optreden. Indien rekening wordt gehouden met vertraging en planuitval is een hogere plancapaciteit nodig. De provincie gaat uit van 30% extra plancapaciteit: dus 774 woningen meer, wat neerkomt op in totaal 3.354 woningen op de planningslijst tot 2030 (en daarnaast extra capaciteit voor de jaren erna) voor de hele gemeen-

18

te. Dit is een beperkte overcapaciteit voor de gehele gemeente. Voor de kern De Zilk voldoet het bouwplan aan de behoefte van 130 woningen extra. De onderhavige ontwikkelingslocatie Het Zilt is opgenomen in de harde plancapaciteit. Aan de behoefte aan deze woningen wordt niet getwijfeld. De kwantitatieve behoefte voor de woningen is hiermee voldoende aangetoond. Wat betreft de kwalitatieve behoefte kan worden verwezen naar de tabel met de lokale woningbouwbehoefte zoals die in de woonvisie is opgenomen. Deze is hierna opgenomen.

Tabel: lokale woningbehoefte bron Woonvisie 2020-2030

Uit de tabel blijkt dat er veel behoefte is aan grondgebonden koopwoningen en huurappartementen. Alle grondgebonden woningen binnen dit plan vallen binnen dit segment. Wat betreft appartementen is er eveneens sprake van een duidelijke behoefte, met name bij sociale huur en in de vrije huursector. Hiermee is ook de kwalitatieve vraag voldoende beargumenteerd. Buitenstedelijke ontwikkeling? De volgende opgave die volgt uit de Ladder is dat bij buitenstedelijke ontwikkelingen moet worden gezocht naar alternatieve locaties. Dit is bij dit plan niet aan de orde aangezien de ontwikkeling plaats vindt binnen bestaand stedelijk gebied (en binnen een bestaande stedelijke bestemming). Conclusie Met de voorgaande motivering is voldoende aandacht gegeven aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het voorliggende plan is op grond van de Ladder voor duurzame verstedelijking mogelijk.

19

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland (2019) Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn er operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. De Omgevingsvisie omvat de volgende wettelijk verplichte plannen:  de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening;  het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm);  het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww);  het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer;  de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De eerdere vastgestelde Visie Ruimte en Mobiliteit (2019) maakt onlosmakelijk deel uit van de Omgevingsvisie. In de Visie Ruimte en Mobiliteit, geconsolideerd door de provincie Zuid-Holland op 15 februari 2019, geeft de provincie Zuid-Holland in één integraal document haar visie op het ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid.

Dat beide thema’s integraal worden behandeld is juist in deze provincie belangrijk, aangezien hier de ruimtelijke ontwikkeling en de mobiliteitsontwikkeling sterk met elkaar samenhangen door haar internationale economische vizier, hoge verstedelijkingsgraad en open landschappen. Vier rode draden De Visie Ruimte en Mobiliteit biedt geen vastomlijnd ruimtelijk eindbeeld, maar wel een perspectief voor de gewenste ontwikkeling van Zuid-Holland als geheel. Vier rode draden geven richting aan de gewenste ontwikkeling en het handelen van de provincie: 1. beter benutten en opwaarderen van wat er is, 2. vergroten van de agglomeratiekracht, 3. verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, 4. bevorderen van de transitie naar een water- en energie-efficiënte samenleving. Bij onderhavig plan zijn met name de rode draden 1 en 3 van belang.

20

Kaart 1: Beter benutten bebouwde ruimte (globale aanduiding plangebied met rode stippellijnen)

1. Beter benutten en opwaarderen De provincie Zuid-Holland wil de groei van de bevolking, de mobiliteit en de economische activiteit hoofdzakelijk opvangen in de bestaande netwerken en bebouwde gebieden. De infrastructuur biedt, hoewel druk bereden, nog veel kansen. Er staat in Zuid-Holland slechts nog een beperkt aantal toevoegingen op stapel in het infrastructuurnetwerk, vooral ontbrekende schakels. ‘Beter benutten en opwaarderen’ betekent in het stedelijk gebied vooral verdichten, herstructureren en transformeren. Met de Visie Ruimte en Mobiliteit neemt de provincie een aantal maatregelen waarmee het aanbod aan woningen beter aansluit op de vraag. De bestaande plancapaciteit wordt geactualiseerd. De provincie biedt samenwerkende gemeenten ruimte om eigen keuzes te maken, maar stelt waar nodig ook grenzen. 3. Verbeteren ruimtelijke kwaliteit Karakteristiek voor Zuid-Holland is de combinatie van drie deltalandschappen: veen-, rivieren- en kustlandschappen. De provincie biedt de nodige flexibiliteit om ook in het buitengebied maatwerk en dynamiek mogelijk te maken. Tegelijk verschaft zij duidelijkheid over de soms kwetsbare kwaliteiten die de Zuid-Hollandse landschappen maken tot wat ze zijn, en keuzes die de provincie maakt om deze te beschermen. De Visie Ruimte en Mobiliteit bevat een nieuw handelingskader voor ruimtelijke kwaliteit.

Behoud én ontwikkeling van kwaliteiten staan hierin centraal. De systematiek biedt kansen voor nieuwe dynamiek in het landelijk gebied. De essentie van het handelingskader is een drieslag in de aard van de ruimtelijke ontwikkeling en een drieslag in gebiedscategorieën. Naarmate de invloed van een ontwikkeling geringer is en de waarden in een gebied minder kwetsbaar of bijzonder zijn, is de bemoeienis van de provincie kleiner. Een voorgenomen initiatief wordt aangemerkt als ‘inpassing’, ‘aanpassing’ of ‘transformatie’. De aansluiting bij de aard en de schaal van het landschap is bepalend: een ‘inpassing’ sluit erop aan, een ‘transformatie’ verandert beide, een ‘aanpassing’ sluit wel bij de schaal maar niet bij de aard van het landschap aan of andersom. In principe staat het gemeenten vrij om inpassingen in de groene ruimte toe te laten. Voor aanpassingen of transformaties is een posi-

21

tief kwaliteitsoordeel van de provincie nodig. Hierbij maakt ook de karakteristiek van de locatie uit. In delen van de groene ruimte is de flexibiliteit minder. In gebieden met een specifieke, bijzondere waarde wil de provincie ieder initiatief voor inpassing of aanpassing op zijn merites beoordelen en is transformatie bij voorbaat uitgesloten. In een kwaliteitskaart werkt de provincie uit welke ruimtelijke kwaliteiten de locatie aanwezig zijn. De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ontwikkeling past bij de gebiedskwaliteit, waardeert de provincie de kwaliteit van gebieden in categorieën en onderscheidt ze ruimtelijke ontwikkelingen naar hun mate van impact op de omgeving. De kwaliteitskaart wordt in 4 lagen uitgewerkt: 1. Laag van de ondergrond; 2. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen; 3. Laag van de stedelijke occupatie; 4. Laag van de beleving. Beter benutten en opwaarderen bebouwde ruimte De provincie wil de bebouwde ruimte beter benutten. Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie.

De provincie wil op verschillende manieren bijdragen aan het beter benutten van bebouwde ruimte. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening hanteren gemeenten de “ladder voor duurzame verstedelijking” om de keuze voor en situering van nieuwe woon- en werklocaties te verantwoorden. De provincie bevordert de consequente toepassing van de ladder door deze op te nemen in de Verordening ruimte en daarbij een aantal begrippen te verhelderen. Een van die begrippen is het “bestaand stads- en dorpsgebied” (BSD). De provincie verstaat daaronder: ‘het bestaand stedenbouwkundig stelsel van bebouwing, met inbegrip van daartoe bouwrijp gemaakte terreinen, ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid (uitgezonderd glastuinbouw), detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Volgens de Ladder voor duurzame verstedelijking moet nieuwe stedelijke ontwikkeling primair plaatsvinden binnen het BSD. Diverse locaties in en nabij het stedelijk gebied zullen een andere functie krijgen die op die plek passender is, zowel vanuit behoefte als vanuit kwaliteit. De provincie zet in op verdichting, concentratie en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied.

22

Kaart 20: Laag van stedelijke occupatie (plangebied t.h.v. de rode ster)

Op de kaart van de stedelijke occupatie (zie boven) is het plangebied aangeduid als bestaand stads- en dorpsgebied. Het plangebied is aangegeven als stads- of dorpsrand. Hiervoor geldt het beleid dat ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand bij moeten dragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit. De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van stad of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, doordat hier de genoegens van stedelijk en buiten wonen bij elkaar komen; de nabijheid van voorzieningen gecombineerd met het vrije zicht en het directe contact met het buitengebied. De relatie tussen bebouwd gebied en landschap is afhankelijk van de karakteristieken van de bebouwingsrand en die van het aangrenzende landschap. Daarbij onderscheidt de provincie drie typen ‘overgangskwaliteiten’. Het front, het contact en de overlap. Wonen De provincie verwacht van gemeenten dat zij met elkaar in regionale visies inzicht geven in de mogelijkheden die de bestaande voorraad en doorstroming bieden, dat voorraad- en huisvestingsbeleid worden vastgesteld en dat daaruit volgende acties worden geformuleerd. Het bouwprogramma is het sluitstuk, dat volgt uit kwalitatieve en kwantitatieve behoefteramingen en uit de voorziene ontwikkeling van voorraad en de bewoning daarvan.

De provincie biedt de gemeenten hiervoor een referentiekader aan via woningmarktverkenningen. Woningbouw zal voor het grootste deel plaats moeten vinden in de stedelijke agglomeratie. Maar ook daarbuiten is er bouwbehoefte. Het grootste deel van de bouwbehoefte betreft woningen in een centrumstedelijk, buitencentrum- of centrumdorps milieu. Maar ook in andere milieus moet worden bijgebouwd. De provinciale kwantitatieve en kwalitatieve behoefteramingen, die eens per drie jaar worden geactualiseerd, vormen een referentiekader voor het gesprek tussen provincie en regio’s over de actualisering van regionale woonvisies. De hoofdlijnen van dat kader staan in het Programma ruimte.

23

Beoordeling en conclusie Onderhavig initiatief is gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied en daarmee binnen de bestaande ruimte. Het plan voorziet in de toevoeging van 130 woningen, een commerciële ruimte en een maatschappelijke voorziening (dit bestemmingsplan ziet toe op de realisatie van 3 woningen en de niet-woonfuncties). Dit draagt in algemene zin bij aan de provinciale doelstelling voor het beter benutten van bebouwde ruimte. De nieuwe ontwikkeling komt in de plaats van enkele schuren en tennisbanen (met bijbehorende bebouwing). Er is hierdoor ter plaatse sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Tevens is sprake van een verfraaiing van de dorpsrand. Ter plaatse wordt een front gemaakt met hogere bebouwing langs de buitenrand van het plan. Gezien de ligging aan de provinciale weg is dit passend. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de provinciale omgevingsvisie. 4.2.2

Provinciale Omgevingsverordening 2019 De Omgevingsverordening Zuid-Holland bevat concrete regels die bij de ruimtelijke ontwikkelingen in acht moeten worden genomen. In de Omgevingsverordening zijn de provinciale belangen uit de omgevingsvisie verder uitgewerkt in regels. Per 1 april 2019 is de verordening in werking getreden. Gemeentelijke plannen zullen ook getoetst worden aan de provinciale regels: strijdigheid met deze regels betekent ook strijdigheid met provinciaal beleid. In artikel 6.10 en 6.13 worden regels gesteld inzake het toevoegen van stedelijke ontwikkelingen en detailhandel. Deze regels hebben als doel om stedelijke ontwikkelingen vooral binnenstedelijke te laten plaatsvinden en de ruimtelijke detailhandelsstructuur zoveel mogelijk te versterken. Om die reden geldt als algemene regel dat nieuwe detailhandelsvestigingen in of aansluitend aan bestaande centra dienen te worden gerealiseerd. Beoordeling en conclusie De locatie maakt onderdeel uit van het bestaand stads- en dorpsgebied. De Verordening bevat – naast het toepassen van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zie paragraaf 4.1.3 – geen specifieke regels voor het plangebied c.q. de inhoud van het plan.

Wel dient nog te worden ingegaan op het beleid inzake detailhandel, aangezien onderhavig plan een kleinschalige detailhandelsfunctie (een kleine supermarkt) mogelijk maakt. Artikel 6.13 onder van de Omgevingsverordening stelt kortweg dat een bestemmingsplan uitsluitend voorziet in nieuwe detailhandel in winkelconcentraties. Een uitzondering geldt op grond van lid 3 sub f voor supermarkten net buiten het winkelconcentratiegebied in kleine kernen, als is aangetoond dat hiervoor onvoldoende ruimte is in de bestaande winkelconcentratie. In onderhavig geval is sprake van een kleine kern waarin sprake is van een tijdelijke supermarkt. Met onderhavig plan wordt voor deze supermarkt een nieuwe meer definitieve locatie gevonden. Er is in De Zilk geen sprake van een winkelconcentratiegebied. De gekozen locatie wordt door de gemeente gezien als stedenbouwkundig en ruimtelijk passend. De omvang van de nieuwe supermarkt is nauwelijks groter dan de

24

bestaande. Tevens is in het kader van de toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking aangetoond dat de omvang van de nieuwe supermarkt passend is voor het verzorgingsgebied (de kern De Zilk). In deze toetsing is ook aangetoond dat geen sprake is van (blijvende) negatieve effecten op de bestaande detailhandelsstructuur.

4.3

Regionaal beleid Regionale woonvisie Holland Rijnland 2009‐2019 De samenwerkende gemeenten in de regio (Hillegom, Kaag en Braasem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Noordwijk, (voormalige gemeente) Noordwijkerhout, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Alphen a/d Rijn, Nieuwkoop en Zoeterwoude) en Holland Rijnland presenteren in de Regionale Woonvisie Holland Rijnland 2009‐2019 (vastgesteld 28 oktober 2009) hun visie op de gewenste ontwikkelingsrichting van de woningmarkt. De visie is voortgekomen uit de behoefte aan het afstemmen van nieuwbouw‐ en herstructureringsplannen. De woonvisie maakt inzichtelijk welke kwantitatieve en kwalitatieve vragen er in de woningmarkt leven en hoe de woningbouwplannen daarop kunnen aansluiten. De visie draagt bij aan versterking van de woonkwaliteiten in de Randstad en sluit aan bij verschillende bovenregionale visies, zoals Randstad 2040, de verstedelijkingsstrategie Zuidvleugel en de woonvisie van de provincie Zuid‐Holland. Daarnaast wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met andere parallelle beleidstrajecten en ontwikkelingen die van invloed zijn op de woningmarkt.

De Regionale Woonvisie Holland Rijnland 2009‐2019 dient meerdere doelen:  de samenwerkende gemeenten en Holland Rijnland stellen een perspectief vast dat zij met elkaar delen: visie, doelstellingen en afspraken;  de Woonvisie vormt een basis voor het vaststellen van het kwantitatieve en kwalitatieve bouwscenario en voor nadere afstemming over het bouwscenario gedurende de uitvoering;  formulering van afspraken over de wijze waarop de regiogemeenten zich verantwoorden over de uitvoering en over de wijze waarop we reageren op ontwikkelingen in de woningmarkt;  de Woonvisie is het richtinggevende beleidskader voor corporaties, projectontwikkelaars, bewoners en niet in de laatste plaats, voor de regiogemeenten;  de Woonvisie dient, samen met de Regionale Structuurvisie, als beleidsmatig kader voor de regio‐inzet richting het Rijk, bijvoorbeeld bij Verstedelijkingsafspraken. Volgens de visie willen de regiogemeenten en Holland Rijnland voldoende woningen bouwen om de in de Regionale Structuurvisie gehanteerde groei van de regionale woningbehoefte op te vangen. Het gaat om in totaal 40.000 woningen van 2000 tot 2020. Er wordt ingezet op een passend aanbod aan woningen en woonmilieus. Om een passend aanbod te creëren als antwoord op de woningvraag van alle doelgroepen betekent dit: meer onderscheidende woonmilieus en een grotere variatie aan woningen.

In verband daarmee wordt in het gezamenlijk gemeentelijke nieuwbouwprogramma (2000‐2020) een minimumpercentage aan sociale woningen opgenomen. Voor de gemeente Noordwijk geldt dat 30% (van de bruto toevoeging) van de woningbouw sociaal dient te zijn.

25

Beoordeling en conclusie Gesteld kan worden dat het plan past binnen deze visie. Er wordt, naast enkele voorzieningen, een divers en kwalitatief hoogwaardig aanbod aan de woningmarkt toegevoegd (130 woningen in de totale ontwikkeling, waarvan 34 er deel uitmaken van dit bestemmingsplan). Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin‐ en Bollenstreek (ISG) De raden van de zes greenportgemeenten (Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk, (voormalige gemeente) Noordwijkerhout en Teylingen) de Intergemeentelijke structuurvisie Greenport Duin‐ en Bollenstreek vastgesteld in 2009. In 2016 is deze vernieuwd. De ISG is voor de greenportgemeenten van de Duin‐ en Bollenstreek een wettelijk zelfbindend kader voor gewenste ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied tot 2030 en geldt als toetsingskader voor toekomstige bestemmingsplannen. De Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) B.V. zal samen met de aandeelhoudende greenportgemeenten verder vormgeven aan de inhoud en uitvoering van het meerjarenprogramma, dat voortvloeit uit de ISG. De ISG is gericht op het creëren van een vitale Greenport met een vitaal landschap. Beoordeling en conclusie Onderhavig voornemen betreft een herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied. De ISG is hiermee beperkt relevant. Onderhavig plan is niet strijdig met de ISG.

Regionale woonagenda Holland Rijnland, 2017 Met de woonagenda willen de gemeenten in Holland Rijnland de woningmarkt versterken. De regio ambieert met de Regionale Woonagenda (RWA) een actuele, kwalitatieve koers voor een goed functionerende woningmarkt; op regionaal, subregionaal en lokaal niveau. Eerder richtte de RWA zich vooral op afstemming van het aantal te bouwen woningen. Met deze RWA voegen de gemeenten daar de gewenste kwalitatieve richting aan toe. Enerzijds vraagt dit een goed evenwicht tussen vraag en aanbod op de regionale woningmarkt, mede ten behoeve van de opgave om 30.000 huishoudens extra te huisvesten in de regio. Anderzijds geeft de RWA aan wat waardevolle strategieën zijn om de regio als plek om te wonen te versterken. Kwantitatieve woningbehoefte Doel is om te voorzien in de kwantitatieve woningbehoefte in Holland Rijnland. De gemeenten in Holland Rijnland scheppen de planologische voorwaarden om in de regionale woningbehoefte te voorzien. Van 2017 tot 2030 gaat het om een behoefte van 30.000 woningen. De te reserveren plancapaciteit in Holland Rijnland past bij de verwachte kwantitatieve woningbehoefte en bovenregionale opgaven voor de lange termijn.

In de subregio Noord (waar Noordwijk onder valt) is de plancapaciteit voor de eerste vijf jaar voldoende om te voorzien in de minimale behoefte volgens de woningbehoefteraming (WBR,) maar onvoldoende voor de (boven)regionale behoefte. Hierin voorzien ook de zachte plannen nog onvoldoende. Extra plancapaciteit blijft gewenst en mogelijk.

26

Kwalitatieve woningbehoefte Naar woonmilieu zijn er voor de subregionale vraag voldoende plannen in suburbane en dorpse woonmilieus. Extra toevoegingen zijn vooral gewenst in sociale huur, en in mindere mate vrije sector huur. Verder geldt als opgave wonen en zorg. Hierbij gaat het om prioriteit voor woonvormen en -producten die bijdragen aan het langer zelfstandig wonen. Te denken valt aan levensloopgeschikte woningen, hofjeswonen en digitale zorginfrastructuur. Daarnaast is er aandacht voor bijzondere doelgroepen (beschermd wonen, maatschappelijke opvang en jeugdzorg) met speciaal aandacht voor het beschikbaar komen en toewijzen van woningen en het begeleiden van mensen. Beoordeling en conclusie Onderhavig plan betreft harde plancapaciteit. Het plan kan bijdragen aan de regionale woningbouwopgave. De totale ontwikkeling betreft een woningbouwontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Hiermee wordt aangesloten bij het beleid. De totale ontwikkeling bestaat uit diverse woningtypen: grondgebonden woningen en appartementen. Ook de woningen die zijn opgenomen in dit bestemmingsplan betreffen diverse woningtypen. Voor deze woningtypen bestaan in algemene zin voldoende marktkansen.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Structuurvisie kernen Noordwijkerhout en De Zilk 2020 De gemeenteraad van de voormalige gemeente Noordwijkerhout heeft op 25 februari 2010 de Structuurvisie Kernen Noordwijkerhout en De Zilk 2020 vastgesteld. De structuurvisie heeft een kaderstellende status voor andere gemeentelijke plannen zoals bestemmingsplannen die de gemeente vaststelt. Aan de hand van vier thema’s wordt beschreven welke concrete beleidslijnen en maatregelen zij aanhoudt, te weten: Wonen, Economie, Zorg, welzijn en maatschappelijke voorzieningen en Verkeer en vervoer. Wonen Voor de gehele gemeente Noordwijkerhout resteert tot 2020 een maximale bouwopgave van 1.250 woningen. Uitgangspunt is dat door een actief beleid de aanwezige kwaliteiten als woongemeente behouden blijven en waar nodig worden versterkt. Voor deelgebied De Zilk is een netto toename van 160 woningen voor ogen, waarbij tenminste 30% van de te bouwen woningen in de sociale sector moeten worden gebouwd. Door de toenemende vergrijzing en eenzijdige samenstelling van de woningvoorraad stagneert de doorstroming van senioren naar seniorenwoningen. Door de toevoeging van geschikte en betaalbare woningen kan de krapte op de woningmarkt worden verbeterd voor zowel senioren als starters. In de structuurvisie zijn diverse uitgangspunten en criteria opgenomen welke in acht moeten worden genomen bij de ontwikkeling van woningen.

Zo dient bij de ontwikkeling van de woningen onder andere het karakter van de kern De Zilk worden aangehouden. Dit geldt ook voor de inpassing en nieuw aan te leggen water en groen om zo een aantrekkelijke leefomgeving te behouden.

27

Economie De bollensector verschaft een groot deel van de werkgelegenheid binnen de gemeente. De plaatselijke ambities van deze sector zijn vastgelegd in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport. Om ervoor te zorgen dat er voldoende capaciteit beschikbaar is op de bestaande bedrijventerreinen wordt ingezet op de herstructurering en uitbreiding van het bedrijventerrein Delfweg. Op het gebied van bedrijvigheid in De Zilk zijn geen specifieke ontwikkelingen voorzien. De ambitie voor detailhandel is het faciliteren van meer verscheidenheid in vooral het recreatieve winkelaanbod. Ten slotte wil de gemeente haar toeristisch recreatieve functie versterken door zich te onderscheiden van overige gemeenten in de regio. Hierbij zal voornamelijk worden ingezet op de kwaliteit van het aanbod. Zorg, welzijn en maatschappelijke voorzieningen De gemeente heeft de ambitie voldoende nieuwe woningen voor zorgbehoevenden te bouwen. Daarnaast is het van belang dat de bestaande woningen kunnen worden aangepast zodat ouderen en/of zorgbehoevenden in de eigen woning en woonomgeving kunnen blijven wonen. Uiteindelijk heeft de gemeente voor ogen zogenaamde ‘woonzorgzones’ uit te werken, afgestemd op de schaal van het gebied en de specifieke lokale zorgvraag. De capaciteiten van de basisschool is afdoende met inachtneming van de woningbouwontwikkeling van het Zoutdepot tot 2020.

De aanwezige groenstructuur in de kern De Zilk is passend, ook de situering en omvang van de sportvoorzieningen passen bij de (toekomstige) behoefte. Verkeer en vervoer De toekomstige verkeerstructuur in De Zilk wordt gekenmerkt door de kern te handhaven als één verblijfsgebied. De snelheid van de Zilkerduinweg blijft gehandhaafd op 30 km/uur (tussen de N442 en de Regenvlietweg). Samen met deze structuurvisie is het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan opgesteld. De opgaven in deze visies haken op elkaar in en houden rekening met de onderlinge consequenties. Een nadere uitleg van dit thema volgt in de paragraaf hierna waar het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan wordt besproken. Beoordeling en conclusie De binnen de totale ontwikkeling toe te voegen woningen passen zowel qua aantal (130) als karakter (dorps en kleinschalig zoals de rest van De Zilk) binnen de structuurvisie. Ook zijn de nieuwe woningen flexibel met mogelijkheden voor aan- en uitbouwen waardoor ze levensloop bestendig zijn. De kleinschalige niet-woonfuncties binnen onderhavig plan (een supermarkt en een gezondheidscentrum) kunnen in algemene zin bijdragen aan de leefbaarheid in de kern. Hiernaast sluit deze ontwikkeling aan binnen het beleidsvoornemen om op de Zoutdepot-locatie een multifunctioneel centrum te realiseren. Met voorliggend plan wordt hieraan uitvoering gegeven.

Tenslotte zorgt de verkeersstructuur van de Zoutdepot-locatie ervoor dat ook deze wijk een verblijfsgebied zal zijn. Geconcludeerd kan worden dat onderhavig plan aansluit bij de gemeentelijke structuurvisie.

28

4.4.2

Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan 2012-2022 In het Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan is een samenhangend beleid ten aanzien van verkeer en vervoer vastgelegd voor alle vervoerswijzen voor de periode tot 2022. Aan de hand van dit document toetst de gemeente haar verkeerskundige vraagstukken en kunnen nieuwe verkeersplannen worden ontwikkeld. Het speelt in op de provinciale, regionale en lokale ruimtelijke ontwikkelingen en draagt een eenduidige en heldere visie uit ten behoeve van de communicatie naar belanghebbenden. In aansluiting op de beleidskaders van de regio, de provincie en het rijk legt de voomalige gemeente Noordwijkerhout in het verkeersbeleid de nadruk op de beleidsthema’s ‘bereikbaarheid’, ‘verkeersveiligheid’ en ‘leefbaarheid’. Hierna is de huidige en toekomstige situatie beschreven van de kern De Zilk. Huidige situatie in De Zilk (2012) De kern De Zilk kent hoofdzakelijk erftoegangswegen waardoor het gehele gebied is aan te duiden als verblijfsgebied. Zo ook de Zilkerduinweg die langs de zuidzijde van het plangebied loopt. Deze weg kent een breed opgezet profiel en weinig effectieve snelheidsremmende maatregelen waardoor hij niet als verblijfsgebied wordt ervaren en weggebruikers zich daar ook niet naar gedragen. Daarnaast rijdt er ook relatief veel vrachtverkeer over de Zilkerduinweg waardoor de oversteekbaarheid matig is.

De gemeente Noordwijkerhout (nu onderdeel van de gemeente Noordwijk) heeft geen treinstation. Het station Hillegom ligt echter op relatief korte (fiets)afstand en is snel te bereiken. Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland heeft daarnaast een Openbaar Vervoer Visie opgesteld ter verbetering van de bereikbaarheid van de regio. De kern De Zilk kent geen aparte fietsvoorzieningen, op een paar oversteekplaatsen op de Zilkerduinweg en de N442 na. Op de Zilkerduinweg is sprake van een onveilige situatie voor het fietsverkeer. Toekomstige ontwikkelingen tot 2022 In de structuurvisie van de voormalige gemeente Noordwijkerhout wordt ingegaan op de bouwplannen bij de Egelantier, sportpark/zoutdepot en Hoekgat II. Ondanks dat de plannen voor het Zoutdepot zijn gewijzigd sinds de vaststelling van dit gemeentelijke verkeers- en vervoerplan is het programma van maximaal 160 woningen voor de gehele kern bij benadering nog accuraat. De toename van verkeer als gevolg van het woningbouwprogramma bedraagt circa 800 tot 1.000 motorvoertuigen per etmaal. Aangezien de woningen verspreid over de kern worden gerealiseerd zijn er geen problemen te verwachten. Toekomstige verkeersstructuur De toekomstige verkeersstructuur bevat oplossingen voor de bestaande knelpunten binnen de kern.

De volgende maatregelen hebben betrekking op de ontwikkeling van het Zoutdepot:  De hele kern De Zilk handhaven als één verblijfsgebied met een snelheid van 30 km/uur;  De huidige snelheid op de Zilkerduinweg handhaven en volledig als een 30 km/uur weg inrichten. Het profiel moet smaller gemaakt worden en op een aantal plaatsen worden voorzien van een (verhoogde) oversteekplaats;  Op de Regenvlietweg wordt een vrachtwagenverbod ingesteld met uitzondering van ontheffingshouders om overlast van doorgaand (vracht)verkeer tegen te gaan.

29

Beoordeling en conclusie Onderhavig plan past binnen de toekomstige ontwikkelingen en verkeersstructuur van het Gemeentelijk Verkeers- en vervoerplan. De gehele wijk binnen de Zoutdepotlocatie wordt ingericht als een verblijfsgebied. 4.4.3

Welstandsnota (2019) Het welstandsbeleid van Noordwijk is vastgelegd in de Welstandsnota Noordwijk 2019. Het daarin neergelegde beleid geeft aan welke welstandscriteria van toepassing zijn voor een bouwplan. In dit beleid wordt er onderscheid gemaakt in kleine bouwwerken, specifieke gebouwen en gebieden. Kleine bouwwerken Als een bouwplan niet vergunningsvrij is moet er een omgevingsvergunning voor het bouwen worden aangevraagd. In veel gevallen zal dit een lichte vergunning zijn. Het bouwplan wordt dan, indien deze gelegen is in een gebied met een ‘eenvoudig’ welstandsniveau, getoetst aan de sneltoetscriteria. Voor deze kleine bouwwerken zijn criteria opgenomen waarmee snel duidelijk wordt wanneer het plan in ieder geval aan redelijke eisen van welstand voldoet. Indien nodig worden in specifieke en bijzondere situaties ook de criteria voor specifieke gebouwen en gebieden gebruikt. Kleine bouwplannen in gebieden met een ‘eenvoudig’ welstandsniveau worden alleen beoordeeld als ze aan een voorkant worden geplaatst. Wel kan er bij bouwwerken aan de achterkant sprake zijn van een exces. Specifieke gebouwen Bij de beoordeling van specifieke gebouwen zoals een bollenschuur, boerderij of strandbebouwing wordt gekeken wat de effecten zijn van het (ver)bouwplan op het uiterlijk van deze specifieke gebouwen en de directe omgeving.

Gebieden Een groter (ver)bouwplan wordt beoordeeld aan de hand van de gebiedsgerichte criteria in relatie tot de karakteristieken en ambities van het gebied. Eerder door de gemeenteraad beeldkwaliteitsplannen, welstandscriteria of vergelijkbaar maken onderdeel uit van de welstandsnota. Hieronder valt ook het beeldkwaliteitsplan Zoutdepot De Zilk (2016). Beoordeling en conclusie Voor de voorliggende ontwikkelingslocatie zijn een stedenbouwkundig plan en een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Hiermee is verzekerd dat kan worden voldaan aan de eisen van welstand.

4.4.4

Woonvisie 2020-2030 De gemeente heeft in januari 2021 haar Woonvisie 2020-2030 ‘Alle zeilen bij voor voldoende en juiste woningen’ vastgesteld. De gemeente wil een passend woonaanbod en een aantrekkelijke woonomgeving bieden: groen, met voorzieningen, ruimte voor recreatie, werkgelegenheid en goed bereikbaar. Dit vraagt een afweging rond benutting van schaarse ruimte. In de woonvisie biedt de gemeente bouwstenen voor de afweging vanuit het beleidsveld wonen, met het antwoord op de vraag: wat is vanuit

30

wonen belangrijk voor een toekomstbestendige en leefbare gemeenschap, waar mensen hun plek weten te vinden? Door de druk op de ruimte in de gemeente Noordwijk blijkt dat woningen niet altijd (alleen) voor wonen worden gebruikt, maar ook voor recreatieve verhuur of logiesgewijze huisvesting. Dit heeft effect op de woningmarkt. De schaarste neemt toe en de prijzen worden verder opgedreven. Daarbij heeft het gevolgen voor de leefbaarheid in woonwijken en complexen. De gemeente geeft haar ambities vorm rond vier pijlers: 1) volle inzet voor meer nieuwbouw; 2) juiste woningen toevoegen; 3) mogelijkheden voor prettig thuis wonen; 4) naar een klimaatneutraal Noordwijk. Zoals in paragraaf 4.1.3 reeds is besproken stelt de woonvisie dat er sprake is van een duidelijke woonbehoefte in de periode 2020-2030. De kwalitatieve woningbouwbehoefte wordt in de woonvisie ook in beeld gebracht; dit is ook reeds besproken in paragraaf 4.1.3. Belangrijke doelstelling in de Woonvisie is dat de gemeenet Noordwijk een gemeente met diversiteit is waar alle doelgroepen een woning kunnen vinden die bij hun inkomen past. Er moeten voldoende goedkope en betaalbare woningen zijn en de sociale woningvoorraad moet doelmatiger worden ingezet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=fd1a0a00-0717-4493-a5a6-cb758e722e36