CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Omgevingsvergunning en VVGB 'Vomar Maarten Kruytstraat (2)

Gemeenteraadsvergadering 28 september 2021, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Omgevingsvergunning en VVGB 'Vomar Maarten Kruytstraat'7.047 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum: 01 september 2021 Ons kenmerk: D2021-164055 Contactpersoon: L. Heemskerk l.heemskerk@odwh.nl Uw kenmerk: Zaaknummer: 2020-020388 Bijlage(n):

Betreft: Omgevingsvergunning, Maarten Kruytstraat Geachte aanvrager, Op 27 oktober 2020 hebben wij, onder het OLO-nummer 5550609, een aanvraag om omgevingsvergunning ontvangen voor het bouwen van winkelruimten, een ondergrondse parkeergarage en 42 appartementen voor locatie Maarten Kruytstraat te Noordwijk. De aanvraag is geregistreerd onder nummer 2020-020388. Voorgeschiedenis Op 28 maart 2019 is een omgevingsvergunning (zaak 2018-006004/ 2018074908) verleend voor dit project. Deze vergunning is destijds verleend via een coördinatieregeling met het bestemmingsplan “Maarten Kruytstraat”. De Raad van State heeft in haar uitspraak van 2 september 2020 zowel het bestemmingsplan “Maarten Kruytstraat” als de verleende omgevingsvergunning, vernietigd. Als gevolg hiervan is onderhavig aanvraag ingediend. Beschrijving aanvraag De aanvraag voorziet in het realiseren van een winkelruimte met een footprint van 2.350m² op de begane grond, bestaande uit een supermarkt met een oppervlakte van 1.393 m² bvo en overige detailhandel (versgroep) met een bvo van 552 m². Tevens wordt er een ondergrondse parkeergelegenheid met 96 parkeerplaatsen gerealiseerd. Op het dak van de supermarkt wordt in 42 appartementen met eigen parkeergelegenheid en 54 parkeerplaatsen voorzien. Volledigheid aanvraag Na ontvangst van de aanvraag hebben wij geconstateerd dat deze niet compleet was.

Bij brief van 18 november 2020 bent u in de gelegenheid gesteld om de aanvraag aan te vullen. Op 30 november 2020 zijn de gevraagde aanvullende gegevens ingediend. De aanvraag biedt daarmee voldoende gegevens om tot een gemotiveerd besluit te komen en is daarom in behandeling genomen. Procedure Deze beschikking is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Op de voorbereiding van een omgevingsvergunning waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 2.12, lid 1 onder sub a, onder 3 van de Wabo is conform het bepaalde in artikel 3.10 van de Wabo, afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (uniforme openbare voorbereidingsprocedure) van toepassing.

Wettelijke basis Op grond van artikel 2.1 en 2.2 van de Wabo is het verboden een project uit te voeren zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning). De gronden waarop een omgevingsvergunning kan worden geweigerd staan vermeld in artikel 2.10 t/m 2.18 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 2:12 van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV), welke gronden daarmee ook het toetsingskader van de aanvraag vormen. Op deze is de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) van toepassing. In categorie 3.1 van bijlage 1 Chw is bepaald dat voor de ontwikkeling en verwezenlijking van gebieden krachtens een omgevingsvergunning waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 2.12 lid 1 onder a onder 3 Wabo voor het bouwen van 11 of meer woningen, de Crisis- en herstelwet van toepassing is. Aangezien dit project betrekking heeft op 42 woningen, valt deze ook onder de werking van de Crisis- en herstelwet.

Toetsing van de aanvraag De aanvraag bestaat uit de volgende onderdelen: • bouwen (artikel 2.1 lid 1a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo)) • het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (artikel 2.1 lid 1c Wabo) • het aanleggen van een uitweg (artikel 2.2 lid 1e Wabo) Beoordeling onderdeel bouwen Op de locatie geldt het bestemmingsplan “Zeewaardig”, het paraplu bestemmingsplan “Parkeren” en het paraplu bestemmingsplan “Grondwater”. Bestemmingsplan Zeewaardig In het bestemmingsplan “Zeewaardig” zijn op de locatie van het plangebied de bestemmingen “Verkeer”, “Wonen”, “Tuin” en dubbelbestemming “Waarde-Archeologie 1” opgenomen. De aanvraag is strijdig met dit bestemmingsplan. Op de gronden met de bestemming “Verkeer” zijn geen winkels, noch woningen toegestaan. De gronden met de bestemming “Wonen” laat geen detailhandelsfunctie toe. Ook zijn gestapelde woningen niet toegestaan. Daarnaast is voor deze bestemming een maximale bouwhoogte van 8m en een maximale goothoogte van 3m opgenomen. Dezen worden overschreden. Ook op de bestemming “Tuin” zijn de functies die de aanvraag beoogt niet toegestaan.

Ten aanzien van de dubbelbestemming “Waarde-Archeologie 1” is bepaald dat in het belang van de archeologische monumentenzorg de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een KNA conform archeologisch onderzoeksrapport aan burgemeester en wethouders dient te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Uit het archeologisch advies en het palenplan dat is meegeleverd blijkt, dat het palenplan een minimale verstoring van de bodem veroorzaakt. Derhalve zijn er geen archeologische belemmeringen. Paraplu bestemmingsplan Parkeren Op grond van het paraplu bestemmingsplan “Parkeren” is het gebruiken en/of bebouwen van gronden uitsluitend toegestaan indien voldaan wordt aan de gemeentelijke parkeernormen (met bijbehorende eisen voor locatie en inrichting) ten behoeve van (vracht)auto's en overige verkeersvoertuigen en de bijhorende bepalingen omtrent de ontsluiting en bevoorrading zoals die zijn neergelegd in 'Nota Parkeren en Stallen Noordwijk 2013', dan wel de opvolger daarvan. Voor de toetsing hiervan wordt verwezen naar de overwegingen.

Paraplu bestemmingsplan Grondwater In het paraplu bestemmingsplan “Grondwater” is op de locatie van het plangebied de dubbelbestemming “Waterstaat - Ondergrondsbouwen” met een verticale bouwdiepte van 4,25m opgenomen. Op gronden met deze bestemming mag de verticale bouwdiepte van (ondergrondse) bouwwerken niet lager zijn dan de verticale bouwdiepte zoals op de verbeelding met 'verticale bouwdiepte (m)' is aangegeven, indeze 4,25m. Onder verticale bouwdiepte wordt verstaan: het laagste punt van het bouwwerk, met inbegrip van de fundering van een bouwwerk en met uitzondering van ondergeschikte onderdelen van het bouwwerk, die gelet op aard en omvang de grondwaterstand niet zullen beïnvloeden, en heipalen, gemeten in NAP-hoogte. De garage komt op een NAP-maat van 3,285m te liggen. In beginsel zou er dus niet gebouwd mogen worden.

Echter, in artikel 4.3 van het bestemmingsplan is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen waarmee burgemeester en wethouders bij een omgevingsvergunning kunnen afwijken, ten einde een verticale bouwdiepte van (ondergrondse) bouwwerken toe te staan, die lager is dan de verticale bouwdiepte zoals op de verbeelding met 'verticale bouwdiepte (m)' is aangegeven indien: • Uit een specifiek grondwateronderzoek is gebleken dat dit niet leidt tot een verstoring van het grondwater systeem; • Uit een specifiek grondwateronderzoek is gebleken dat dit niet leidt tot grondwateroverlast in het nog te bouwen bouwwerk. Bij de aanvraag zijn diverse rapporten aangeleverd (bijlage 11 en 14 van de ruimtelijke onderbouwing) waaruit blijkt dat de ondergrondse parkeerkelder mogelijk is, mits de volgende maatregelen worden getroffen: • Aanleg grindkoffer/aanbrengen van drainage (of combinatie van beiden) langs de kelderwand, aan de zijde waar de opstuwing is berekend. De drainage dient in goed hydraulisch contact te staan met het zandpakket aan de lage zijde. • Aanbrengen grondverbetering onder de keldervloer door; vervangen (deel van) huidige zandlaag voor een grindlaag met een groot doorlaatvermogen. Hierdoor wordt de beperking van de doorlatendheid van het zandpakket gecompenseerd. Deze maatregelen zullen als voorschrift aan de vergunning worden verbonden.

Overige aspecten Welstand Zoals gesteld is het voor dit project eerder een vergunningsaanvraag ingediend en verleend. Aan het ontwerp van het gebouw hebben geen veranderingen plaatsgevonden. De welstandscommissie van de Stichting Dorp, Stad & Land heeft de eerdere aanvraag beoordeeld en op 14 juni 2018 verklaard dat het gewenste gebouw niet in strijd is met redelijke eisen van welstand met dien verstande dat de reclame-uiting niet is beoordeeld omdat deze niet is aangevraagd. De huidige aanvraag is door de welstandscommissie van de Stichting Dorp, Stad & Land eveneens

beoordeeld en getoetst aan de Welstandsnota Noordwijk 2019 en heeft daarop op 10 juni 2021 het advies uit 2018 bekrachtigd.

Bouwbesluit Ten aanzien van de brandveiligheidseisen wordt op onderstaande punten een beroep op het gelijkwaardigheidsbeginsel gedaan: 1. Reductie tijdsduur bezwijken hoofddraagconstructie BB art. 2.10, 60 minuten versus 90 minuten; 2. Overschrijden omvang brandcompartiment BB art. 2.83 voor de overige gebruiksfunctie, ondergrondse parkeergarage, 2600m2 versus 1000m2; 3. Overschrijden omvang brandcompartiment BB art. 2.83 voor de winkelfunctie, 2500m2 versus 1000m2;

4. Vervallen brandwerende scheiding, buitengevel appartementen/parkeerdek 1 e verdieping, BB art. 2.82 lid 5 en art. 2.84; 5. Reduceren uitvoeringsniveau sprinklerinstallatie in afwijking van NEN 6060 opmerking 3; 6. Reduceren omvang brandmeldinstallatie parkeergarage BB art 6.20 lid l. In het aangeleverde masterplan brandveiligheid, rapportage van Vector Brandveiligheid projectnummer 0753.100.50.04 versie 5 en de aanvulling betreffende het parkeerdek (bovenstaand punt 4) staat een onderbouwing beschreven ten aanzien van de te treffen brandveiligheidsmaatregelen om te komen tot een gelijkwaardig niveau als bedoeld in de desbetreffende prestatie-eisen. Daarbij is de NEN 6060, brandveiligheid van grote brandcompartimenten, toegepast. In verband met "stapeling" (oppervlakte woonfunctie boven een groot brandcompartiment en de twee grote brandcompartimenten, parkeergarage en winkel) moet maatregelpakket IV worden toegepast. De basis van dit maatregelpakket is een automatisch VBB)* systeem voorzien vaneen inspectiecertificaat. Conform NEN 6060 opmerking 3 wordt een uitvoeringsniveau "verbeterd" vereist aan de sprinklerinstallatie. In het masterplan brandveiligheid worden in 3.3.5 aanvullende voorwaarden en voorzieningen gesteld om in het kader van gelijkwaardige veiligheid aan dit niveau te voldoen.

In het masterplan brandveiligheid staat in 4.4.5 een onderbouwing beschreven om de sprinklermeldinstallatie als gelijkwaardigheid voor een brandmeldinstallatie volledige bewaking te zien. Wij merken op dat een dergelijke casus eerder is behandeld door de Adviescommissie praktijktoepassing brandveiligheidsvoorschriften, registratienummer 1410-1, aanpassing 1 februari 2016. Gesteld kan worden dat een sprinklerbeveiliging in combinatie met een ontruimingsalarminstallatie kan voldoen. Daarbij is het wel noodzakelijk een aantal za ken in acht te houden: toepassen van Quick Response sprinklers (lage RTl-waarde), standsignalering van alarmkleppen en zonering van de sprinklerinstallatie en dat er nog enkele voorwaarden aan het besluit worden verbonden. Daarnaast is het aannemelijk gemaakt dat het bouwplan kan voldoen aan de overige bepalingen van het Bouwbesluit. Beoordeling onderdeel inrit De aanvraag is getoetst aan de in artikel 2:12 van de Algemene Plaatselijke Verordening Noordwijk 2021 (hierna APV) opgenomen weigeringsgronden. Geen van de in de APV genoemde weigeringsgronden doet zich voor.

Overwegingen Op grond van artikel 2.10, lid 2 van de Wabo is uw aanvraag vanwege de strijdigheden met het bestemmingsplan tevens beschouwd als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo en wordt de vergunning slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 van de Wabo niet mogelijk is. Op grond van artikel 2.12 lid 1 a 3 van de Wabo kan een omgevingsvergunning worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Wij zijn van mening dat aan de gestelde eisen wordt voldaan, mede gelet op onderstaande overwegingen.

Stedenbouwkundig Voor dit plangebied zijn in 2013 stedenbouwkundige uitgangspunten opgesteld door de gemeente en gepresenteerd aan de gemeenteraad (zie bijlage 15 van de ruimtelijke onderbouwing). Het bouwplan past binnen deze stedenbouwkundige uitgangspunten. Verwezen wordt ook naar de ruimtelijke onderbouwing paragraaf 2.3. Parkeren Voor de volledige overweging wordt verwezen naar paragraaf 4.2.3 en bijlage 9 van de ruimtelijke onderbouwing d.d. 5 februari 2021. Bij het nieuwbouwproject worden 96 parkeerplaatsen in de parkeergarage gerealiseerd en 54 parkeerplaatsen op het parkeerdek, welke primair bedoeld zijn voor de bewoners. Het bouwplan zelf kan voorzien in zijn eigen parkeerbehoefte. Echter, daarnaast dienen er ook 88 parkeerplaatsen gecompenseerd te worden. Gerekend met aanwezigheidspercentages blijkt dat de zaterdagmiddag de grootste parkeervraag met zich meebrengt. In die situatie, wordt er beroep gedaan op 1 parkeerplaats uit de strategische reserve in de Haakgarage, terwijl er 13 parkeerplaatsen in de Haakgarage toegewezen zijn voor dit project (zie tabel 4. pagina 46 ruimtelijke onderbouwing). Kortom, gelet op de parkeerbehoefte van het project en de te compenseren parkeerplaatsen, wordt voldaan aan totale parkeerbehoefte. Op de locatie van het project waren ook 46 tijdelijke parkeerplaatsen gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen zijn tot 1 januari 2020 vergund.

Deze parkeerplaatsen vervullen geen rol in de parkeerbalans voor dit project, maar hadden een tijdelijke functie voor de opvang van de parkeervraag van het totale centrumgebied. Deze parkeerplaatsen zijn per 14 april 2021 opgeheven. Het vervallen van deze parkeerplaatsen, en het effect daarvan op de parkeersituatie in Noordwijkcentrum, is onderdeel van het bredere parkeerbeleid van de gemeente en zijn derhalve niet meegenomen in onderhavige project danwel parkeerbalans. Geluid Uit het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is gebleken dat de geluidsbelastingen van de omliggende wegen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde danwel toelaatbaar zijn in het kader van goede ruimtelijke ordening. Uit het akoestisch onderzoek industrielawaai blijkt dat de berekende geluidniveaus ter plaatse van de bestaande woningen voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit. Ter plaatse van de nieuw te realiseren woonbestemmingen wordt in de nachtperiode voldaan. In de dag- en avondperiode worden de eisen voor langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus overschreden. Hiervoor dienen aan aanvullende maatregelen te worden getroffen in de vorm van horizontaal geplaatste (glazen) schermen als afscherming van het geluid van rijdende voertuigen op de op- en afrit van de parkeergarage naar de bovenliggende woningen. Dit is opgenomen als voorschrift.

Ook het realiseren van een geluidscherm om de installaties is opgenomen als voorschrift. Stikstofdepositie Uit de onderzoeken met betrekking tot mogelijke stikstofdepositie op Natura2000 gebieden, is gebleken dat hier sprake van is. Op basis hiervan is ook een vergunning benodigd op grond van de Wet natuurbescherming. U heeft ervoor gekozen om een separate aanvraag vergunning Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Zuid- Holland cq. haar uitvoeringsorgaan de Omgevingsdienst Haaglanden. Het ontwerpbesluit hiervoor ligt tot 10 februari 2021 ter inzage. Deze vergunning staat los van onderhavige aanvraag omgevingsvergunning en doorloopt dus haar eigen procedure. Nu voor dit aspect reeds een vergunning Wet natuurbescherming is aangevraagd, kan gesteld worden dat aan dit aspect wordt voldaan.

M.e.r. beoordeling Voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen (Besluit m.e.r, bijlage D.11.2) moet een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Het plan is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. (bijlage D 11.2). In de ruimtelijke onderbouwing behorend bij dit project is in paragraaf 4.11. M.e.r. beoordeling opgenomen. Gegeven de opbouw van deze paragraaf is deze beschouwd een (vormvrije) aanmeldnotitie. Met het indienen van een aanmeldnotitie ten behoeve van de aanvraag om omgevingsvergunning wordt voldaan aan artikel 7.16 van de Wet milieubeheer. Het plan is beoordeeld of er een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Op 19 januari 2021 is besloten dat geen milieueffectrapportage behoeft te worden opgesteld, omdat de activiteit niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, zoals bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Overig Daarnaast voldoet het plan aan de diverse beleidskaders en milieuaspecten. Hiervoor wordt verwezen naar de ruimtelijke onderbouwing behorend bij deze aanvraag. Vooroverleg Uit het verplichte vooroverleg zijn geen reacties ontvangen die ertoe hebben geleid dat het plan aanpassingen behoeft.

Verklaring van geen bedenkingen gemeenteraad Op grond van artikel 2.27 van de Wabo juncto artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht wordt de omgevingsvergunning in dit geval niet verleend, dan nadat de gemeenteraad heeft verklaard, dat hij daartegen geen bedenkingen heeft. Bij besluit van 27 oktober 2020 heeft de gemeenteraad enkele categorieën aangewezen waarbij geen verklaring van geen bedenkingen is vereist. Het verzoek past echter niet binnen een van deze categorieën, zodat de gemeenteraad, voordat deze vergunning kan worden verleend, een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven. De gemeenteraad heeft op 13 april 2021 besloten om de ontwerpverklaring van geen bedenkingen vrij te geven voor de tervisielegging. De ontwerpverklaring van geen bedenkingen heeft samen met de ontwerp omgevingsvergunning van 12 mei 2021 tot en met 22 juni 2021 ter inzage gelegen. Tijdens deze terinzagelegging zijn zes zienswijzen ingediend. Voor de behandeling van deze zienswijzen wordt verwezen naar de ‘Nota behandeling zienswijzen’. De gemeenteraad heeft op PM, met inachtneming van de ingekomen zienswijzen en de behandeling daarvan in de Nota van beantwoording zienswijzen, besloten om een definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven.

Grondexploitatie Het bouwplan voldoet aan het bepaalde artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en daarmee ook aan artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (Wro), waardoor een grondexploitatieplan ingevolge afdeling 6.4 Wro in beginsel van toepassing is. Echter, met aanvrager is een overeenkomst gesloten worden waardoor de kosten anderszins verhaald zijn. Hierdoor is een grondexploitatieplan niet noodzakelijk.

Afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (UOV) Het ontwerpbesluit met de daarop betrekking hebbende stukken en de ontwerpverklaring van geen bedenkingen hebben overeenkomstig afdeling 3.4 Awb van 12 mei 2021 tot en met 22 juni 2021 ter inzage gelegen. Tijdens de terinzagelegging zijn zienswijzen ingediend. Deze worden weergegeven en behandeld in de ‘Nota van beantwoording zienswijzen’. De zienswijzen geven echter geen aanleiding om van het voorgenomen besluit af te zien. Besluit Gelet op de hierboven omschreven wettelijke kaders, toetsing en overwegingen van het project en met inachtneming van de afgegeven verklaring van geen bedenkingen besluiten wij: ▪ toepassing te geven aan artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012; ▪ toepassing te geven aan artikel 2.12 lid 1a onder 3 Wabo; ▪ de omgevingsvergunning te verlenen voor de volgende onderdelen: o bouwactiviteit ex artikel 2.1 lid 1a Wabo: het bouwen van een complex bestaande uit een parkeerkelder, winkelruimten en 42 appartementen o handelingen in strijd met regels ruimtelijke ordening ex artikel 2.1 lid 1 c Wabo; o het aanleggen van een inrit ex artikel 2.2 lid 1e Wabo ▪ ingevolge artikel 6.12 lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening geen exploitatieplan vast te stellen; Voorwaardelijke verplichting De nieuwe winkelruimte aan de Maarten Kruytstraat, die met het verlenen van de aangevraagde omgevingsvergunning mogelijk wordt gemaakt,

mag niet eerder in gebruik worden genomen dan nadat het gebruik van de (huidige) locatie aan de Bomstraat 19 definitief is beëindigd, met dien verstande dat de nieuwe winkelruimte aan de Maarten Kruytstraat wel gebruikt mag blijven worden indien het pand aan de Bomstraat 19 zal worden gebruikt voor een andere functie dan een supermarktfunctie en mits wordt aangetoond dat voor dat gebruik voldoende (overeenkomstig de dan geldende parkeernormen) nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd en kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan de op dat moment geldende parkeernormen. Voorschriften De vergunning mag pas uitgevoerd worden nadat alle nader in te dienen gegevens, genoemd in bijlage 2 van dit besluit, zijn ingediend en goedgekeurd door het bevoegd gezag en met inachtneming van onderstaande voorschriften.

Detailhandel ▪ De gedeelten van het gebouw ten behoeve van detailhandel mogen niet eerder in gebruik worden genomen dan nadat de detailhandel aan de Bomstraat 19 is beëindigd met dien verstande dat de nieuwe winkelruimte aan de Maarten Kruytstraat wel gebruikt mag blijven worden indien het pand aan de Bomstraat 19 zal worden gebruikt voor een andere functie dan een supermarktfunctie en mits wordt aangetoond dat voor dat gebruik voldoende (overeenkomstig de dan geldende parkeernormen) nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd en kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan de op dat moment geldende parkeernormen. Een en ander met in acht name vaneen overgangstermijn van 4 weken; ▪ In de winkelruimte bestemd voor een supermarkt is alleen een supermarkt in het laag- tot middenlaag prijssegment toegestaan. ▪ het gebruik als detailhandel is uitsluitend toegestaan mits het laden en lassen inpandig plaatsvindt. ▪ het bevoorraden voor het gebruik als detailhandel is uitsluitend toegestaan in dagperiode tussen 07:00 - 19.00 uur.

Woningen ▪ Van de 42 appartementen dienen er te allen tijde minimaal 13 appartementen voor de sociale sector te worden aangewend.

Parkeren ▪

Het gebruik vaneen parkeerdek, voor zover gelegen binnen 2 meter loodrecht gemeten vanaf het dakterras en/of de vensters en/of de andere muuropeningen van de woningen aan de Gasthuissteeg 9A en 9B, is uitsluitend toegestaan indien tussen het parkeerdek en genoemd(e) dakterras, vensters en muuropeningen een ondoorzichtig scherm (eventueel wel lichtdoorlatend) van minimaal 2 meter hoog (gemeten vanaf bovenzijde parkeerdek) wordt geplaatst en in stand gehouden. Als uitzondering hierop is de toepassing toegestaan van juridisch gelijkwaardige alternatieven.

Waterberging ▪ Rondom het gebouw dient een grindkoffer met een groot doorlaatvermogen aangebracht te worden. ▪ Er dient een waterberging te worden aangelegd en in stand te worden gehouden van minimaal 255m3 ▪ Aanleg grindkoffer/aanbrengen van drainage (of combinatie van beiden) langs de kelderwand, aan de zijde waar de opstuwing is berekend. De drainage dient in goed hydraulisch contact te staan met het zandpakket aan de lage zijde. ▪ Aanbrengen grondverbetering onder de keldervloer door; vervangen (deel van) huidige zandlaag voor een grindlaag met een groot doorlaatvermogen. Hierdoor wordt de beperking van de doorlatendheid van het zandpakket gecompenseerd. Brandveiligheid ▪ Het eerder aangeboden uitgangspuntendocument (UPD) stemt niet overeen met de uitgangspunten in het masterplan brandveiligheid versie 4. De omvang van de brandmeldinstallatie in de parkeergarage kan gereduceerd worden mits de sprinklerinstallatie in de parkeergarage wordt voorzien van Quick Response sprinklers, standsignalering van alarmkleppen en zonering van de sprinklerinstallatie en een te certificeren ontruimingsalarminstallatie. Het UPD moet hierop worden aangepast en tijdig ter goedkeuring worden aangeboden bij brandweer Hollands Midden en bevoegd gezag. Opmerking: het type toe te passen plafondisolatie, tussen winkel- en woonfunctie moet afgestemd worden op de vigerende sprinklervoorschriften.

▪ De (rand)voorwaarden uit het masterplan brandveiligheid, rapportage van Vector Brandveiligheid projectnummer 0753.100.50.04 versie 4, moeten in acht worden genomen dan wel gerealiseerd worden. Het in 3.3.7 gestelde toezichtarrangement behoeft een frequentie van lx per 2 jaar (hierbij is rekening gehouden dat de sprinklerinstallatie jaarlijks door een onafhankelijke inspectie-instelling wordt gecontroleerd). ▪ De uitvoeringstekeningen van de droge blusleidingen moeten voortijdig ter goedkeuring worden aangeboden bij brandweer Hollands Midden en bevoegd gezag. ▪ In verband met de toegewezen brandweeringang, opstelplaats en aansluitpunten droge blusleidingen, naar de 42 appartementen moet ter hoogte van Maarten Kruytstraat 28a een ondergrondse brandkraan worden aangelegd. De ontwerptekening van de aan te leggen ondergrondse brandkraan in de Maarten Kruytstraat moet voortijdig ter goedkeuring worden aangeboden bij brandweer Hollands Midden. ▪ De op tekening (begane grondtekening van Vector Brandveiligheid, blad BOO wijzigingsdatum 10-9-2018) aangegeven brandweeringangen, inclusief speedgate/inrit parkeerdek, dienen geopend te kunnen worden middels een hoofsleutelsysteem en sleutelbuissysteem Zeiss Ikon type Noordwijk.

▪

De afmetingen van de trappen zijn niet volledig, met name de trapbreedtes. Daar waar van toepassing, moeten de trapbreedtes voldoen aan Bouwbesluit artikel 2.107 lid 10 (trappenhuizen Tl, T2 en T3, begane grondtekening van Vector Brandveiligheid, blad BOO wijzigingsdatum 10-9-2018).

Overig ▪ De functieruimte van de parkeergarage en de verblijfsruimtes van de winkelfunctie dienen een verlichtingsinstallatie te hebben die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. ▪ Bij de entree van de ondergrondse parkeergarage schermen moeten worden geplaats, om vanwege in- en uitrijdende bezoekers van de supermarkt te kunnen voldoen aan de normen van het Activiteitenbesluit bij de bovenliggende woningen. ▪ De condensors (ten behoeve van de koeling supermarkt) op het dak van de woningen dienen geheel omsloten te zijn met een geluidscherm. Dit scherm moet op één meter van de installatie staan en moet één meter boven de installatie uitsteken. Het scherm moet vervaardigd zijn van geluidabsorberend materiaal. Inwerkingtreding besluit Overeenkomstig artikel 6.1, lid 2 van de Wabo treedt dit besluit in werking met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt. Beroep ▪ Indien u meent dat u door het besluit of de daaraan verbanden voorwaarden in uw belangen wordt getroffen bestaat er de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift. Een schriftelijk, gemotiveerd beroepschrift dient binnen zes weken na de dag waarop het besluit is bekendgemaakt worden gestuurd aan de Rechtbank Den Haag, sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

▪ De mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bestaat eveneens voor derde belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend of aan wie redelijkerwijs niet verweten kan worden dat zij geen zienswijze hebben ingediend. ▪ Op dit besluit is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit houdt in dat in het beroepsschrift aangegeven moet worden tegen welke gronden aangevoerd worden tegen dit besluit. Na afloop van de zes weken termijn kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer aangeleverd worden. ▪ Het indienen van een beroepschrift schort de werking van het besluit niet op. ▪ Indien u of een derde belanghebbende van mening bent/is dat er een spoedeisend belang is kan er voorlopige voorziening worden gevraagd bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag, sector Bestuursrecht; Meer informatie Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met ons bouwloket via 071-4083200 of infobouwen@odwh.nl. Vermeld hierbij het zaaknummer: 2020-020388 Namens burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk, de heer J. Smits Afdelingshoofd Omgevingsmanagement van de Omgevingsdienst West-Holland Deze brief is digitaal gegenereerd en daarom niet persoonlijk ondertekend.

Bijlage 1: stukken behorend bij besluit Bijlage 2: nader in te dienen gegevens Bijlage 3: overige informatie

Bijlage 1

Bijlage 2 Ten minste acht weken vóór de aanvang van de bouwwerkzaamheden dienen de volgende aanvullende gegevens te worden overgelegd en, alvorens met de bouw mag worden begonnen, te zijn goedgekeurd door het bouwtoezicht van de Omgevingsdienst West-Holland (bouwtoezicht): ▪ Gegevens m.b.t. de grindkoffer die rondom het gebouw aangebracht gaat worden; ▪ Kwaliteitsverklaringen en CE markeringen van de toe te passen materialen; ▪ Een herziene epc-berekening te laten indienen nadat de inrichting van de winkels bekend is. ▪ Nadere uitwerking van de winkelruimten in het kader van de paragrafen 4.1, ▪ 4.2 en 4.4 van het Bouwbesluit Een berekening met betrekking tot luchtverversing. U dient aan te tonen dat de winkel voldoet aan de voorschriften met betrekking tot luchtverversing. ▪ Een stootbelasting om aan te tonen dat de ramen (en het glas) voldoen aan de voorschriften met betrekking tot de buitengewone belastingcombinatie zoals bedoeld in artikel 2.3 lid 2 van het Bouwbesluit (stootbelasting op een vloerafscheiding). ▪ Een nader uitgewerkte belemmeringsfactor die gebruikt is bij de berekening van de daglichttoetreding en aantonen dat voldaan wordt aan daglichttoetreding.

▪ Een aangepaste rapport bouwakoestiek ( onderzoek naar de gevelwering, installatiegeluid, contact- en luchtisolatie) waarin ook de winkelfunctie is betrokken; ▪ Een bouwveiligheidsplan en toegankelijkheid van de bouwplaats, volgens MOR H2; art. 2.4 met de volgende onderdelen: - Eén of meerdere tekeningen waaruit de bouwplaats-inrichting en aan- /afvoerroutes van het bouwverkeer blijkt; - Gegevens en bescheiden over de toe te passen bouwmethodiek en de - toe te passen materialen, materieel, hulp- en beveiligingsmiddelen bij - de bouwwerkzaamheden; - Een waarborging van de veiligheid van de omgeving; - De uitgangspunten voor een monitoringsplan ter voorkoming van - schade aan naburige belendingen, waaronder: o Een prognose-rapport over het geluidsniveau bij belendingen ten gevolge van werkzaamheden en een voorstel voor het meten van geluid bij de belendingen; o Een rapportageplan betreffende alle te monitoren zaken (monitoringsplan).

De gegevens die beschikbaar kamen tijdens het monitoren (dienen binnen 24 uur te worden aangeleverd); o Een inventarisatie van de funderingen in de omgeving; o Een inventarisatie van de gemiddeld laagst bekende grondwaterstand; o Een tekening met te monitoren hoogtepunten en grondwaterstanden; o Een monitoringsplan voor de hoogtemeetpunten, het freatische en diepe grondwater, kabels en - leidingen met daarin opgenomen de kritische waarden; - Een controleberekening van de draagkracht van de bestaande funderingen in de tijdelijke en nieuwe toestand, rekening houdend met eventuele horizontale belastingen op die funderingen alsmede een berekening van de zettingen en de zettingsverschillen van die

-

funderingen; Indien sprake is van een tijdelijke bouwput voor het kunnen maken van een ondergrond gelegen bouwdeel: o De definitieve uitwerking van de verticale bouwputafscheidingen (CSM-wanden en berlinerwanden) en de bouwputbodem; o Een bouwputtekening en -berekening met daarop vermeid de maaiveldbelastingen; o Een bemalingsplan met debietberekening, berekening van de invloed op de grondwaterstanden in de omgeving en voorstel voor een pompproef; o Indien geen spanningsbemaling wordt toegepast, een berekening van het debiet en een opgave van de waarde waarbij het verticale watertransport als onaanvaardbaar groot moet worden beschouwd. Dit vooral met het oog op mogelijk aanwezige perforaties naar het diepe grondwater; o Een uitvoeringsplan en controle- en begeleidingsplan voor de bemaling;

Constructie • Nadere constructieve gegevens van het bouwwerk, waaronder: - Gegevens en bescheiden met betrekking tot belastingen en belastingcombinaties (sterkte en stabiliteit) in de uiterste grenstoestand van alle (te wijzigen) constructieve onderdelen van het bouwwerk alsmede van het bouwwerk als geheel, anders gezegd de Sterkte berekeningen en tekeningen van alle constructieve onderdelen zoals aangegeven op de constructieve tekeningen van de hoofdconstructeur; - Een gewichtsberekening waaruit de maximale en minimale paalbelastingen volgen, bij voorkeur voorzien van een paalbelastingenoverzicht; - Stabiliteitsberekening incl. raamwerkberekening en uitwerking vloer-/wand wapening tbv kruisjesmethode; - Werktekeningen palenplan en plattegronden/details hoofdconstructeur; - Aanvullende sonderingen en hierop afgestemd funderingsadvies Avegaarpalen; - Paalwapeningsberekeningen en tekeningen Avegaarpalen; - De verantwoording van de brandwerendheid van de hoofddraagconstructie ten gevolge van een inpandige brand; - De gegevens en sterkteberekeningen van glasconstructies. Glasconstructies zoals vloeren, trappen, balkons, daken en balustraden dienen weerstand te kunnen bieden aan de belastingen vermeld in NEN-EN 1991-1-1 bijlage A. Hierbij moet ook worden voldaan aan de bepalingen omtrent stootbelasting in NEN-EN 1991-1-1-NB H.

6.4 en 6.5 Het bestand zijn tegen stootbelastingen kan ook worden aangetoond door middel van een glaszakvalproef in geval van vloeren daken en luifels respectievelijk een glaszakslingerproef in geval van verticale afscheidingen ter plaatse van hoogteverschillen; - De gegevens van bevestigingsmiddelen voor het opvangen van gevelelementen en metselwerk. De bevestigingsmiddelen die aan het buitenklimaat worden blootgesteld dienen te worden uitgevoerd in roestvaststaal, kwaliteit 3.16. In afwijking hiervan kan in overleg met de gemeente Leiden, afdeling Omgevingsvergunningen, plaatselijk en onder bepaalde voorwaarden, thermisch verzinkt staal met een duplex systeem worden toegepast volgens NEN 1275 respectievelijk NPR 5254; - Berekeningen en tekeningen van evt uitvoeringstechnische hulpconstructies zoals bijv. stempelconstructies; - De berekening van hekwerken en hun bevestigingen; - Sterkte berekeningen van derden / leveranciers zoals de prefab betonnen onderdelen en koppelingen; - Technische uitwerking isokorf-aansluitingen en uitwerking oplengwapening en verdeelwapening in vloeren;

-

-

-

-

Berekeningen en tekeningen van stempelconstructies en hun ondersteuningen. Het betreft ook horizontale afstempelingen van door grond of water belaste constructies. Berekeningen van de onderstempeling (en de constructie waar deze op staat) voor betonconstructies waarbij rekening is gehouden met de verhardingssnelheid van de onderstempelde delen. Het gaat hierbij onder andere om keldervloeren waarboven zich dragende wanden op kelderkolommen bevinden; Indien paalsystemen worden toegepast waarvoor geen NEN-normen, certificaten of beoordelingsrichtlijnen zijn, dan zullen gegevens moeten worden ingediend waaruit gelijkwaardigheid op basis van NEN-EN 1990 blijkt; De berekening van de momenten in funderingspalen ten gevolge van horizontale verplaatsingen van grond; Een controleberekening van opdrijven bij de hoogste grondwaterstand, deze dient in beginsel te zijn gesteld op het niveau van onderkant kelderdek; De berekening van de keldervloerwapening en de paalbelastingen waarbij rekening is gehouden met een grondwaterstand die kan optreden door een in de buurt te plaatsen bron- of oppervlaktebemaling voor bijvoorbeeld rioleringswerkzaamheden.

Deze belasting mag niet als een bijzondere belasting worden gezien; Inzake de tijdelijke bouwput voor het kunnen maken van een ondergrond gelegen bouwdeel: • De hoofdopzet van de verticale bouwputafscheiding en de bouwputbodem; • Een bouwputtekening en -berekening met daarop vermeld de maaiveldbelastingen; • Een definitieve opbarstberekening in geval van evt. wijzigingen; • Een bemalingsplan met debietberekening, berekening van de invloed op de grondwaterstanden in de omgeving en voorstel voor een pompproef; • Indien geen spanningsbemaling wordt toegepast, een berekening van het debiet en een opgave van de waarde waarbij het verticale watertransport als onaanvaardbaar groot moet worden beschouwd. Dit vooral met het oog op mogelijk aanwezige perforaties naar het diepe grondwater; • Een uitvoeringsplan en controle- en begeleidingsplan voor de bemaling; • Een zettingsberekening van belendende bouwwerken en kabels en leidingen van de zettingen die kunnen optreden ten gevolge van de werkzaamheden, inclusief die welke door heiwerkzaamheden worden veroorzaakt.

Brandveiligheid • Documenten met betrekking tot de brandveiligheid en rookproductie van toegepaste materialen voor alle gebouwen; • Programma van Eisen inzake brandmeld-, ontruimings- en sprinklerinstallatie; • Leidingplannen en aansluitpunten voor alle gebouwen; • Een aangepast uitgangspuntendocument overeenkomstig de opgenomen voorwaarde uit het besluit en overeenkomstig het advies van de brandweer Hollands Midden; • Uitvoeringstekeningen van de droge blusleidingen; • Een ontwerptekening van de aan te leggen ondergrondse brandkraan in de Maarten Kruytstraat; ▪

ten minste twee dagen vóór de aanvang van de bouwwerkzaamheden (waaronder begrepen grond- en funderingswerkzaamheden) dient het bouwtoezicht (team Handhaving) daarvan in kennis te worden gesteld;

▪

ten minste één dag van tevoren dient het bouwtoezicht (team Handhaving) in kennis te worden gesteld van het storten van beton;

▪

uiterlijk op dag van de beëindiging van de bouwwerkzaamheden waarop de bouwvergunning betrekking heeft dient dit bij het bouwtoezicht (team Handhaving) te worden gemeld.

▪

alvorens het gebouw in gebruik mag worden genomen dient een door een gecertificeerd bedrijf opgesteld keuringsrapport te worden overgelegd waaruit blijkt dat de aangebrachte gas-, water- , elektra- en brandpreventieve installaties voldoen aan de bepalingen van het Bouwbesluit

Start- en gereedmelding U dient een melding te doen van de start en het einde van de bouw. Deze melding kunt u doen via het e-mailadres infobouwen@odwh.nl. Overige toestemmingen Voor het realiseren van uw project heeft u naast de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nog andere omgevingsvergunningen nodig: - Voor het plaatsen van reclame-uitingen dient u nog een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteiten ‘bouwen’ en ‘het op of aan een onroerende zaak handelsreclame maken ex artikel 2.2 lid 1 onder h Wabo’ aan te vragen; - Melding Activiteitenbesluit;

Bijlage 3 Mededelingen constructieve veiligheid - Gelet op de hydrologische wensen en eisen van de gemeente Noordwijk op deze aandacht behoevende locatie; - De kanaalplaten moeten in verband met de brandwerendheid worden berekend en gedetailleerd volgens de laatst bekende inzichten zoals bijvoorbeeld de publicatie van de Bond van Fabrikanten van Betonproducten van juni 2011; - Berekeningen volgens de eindige elementen methode dienen te voldoen aan de aanwijzingen die zijn gegeven in de "Uitwerking indieningsvereisten EEM-berekeningen" april 2011 van het Centraal Overleg Bouwtoezicht (constructies); - Er dient een coördinator aangesteld te worden die verantwoordelijk is voor het indienen van de gegevens en bescheiden voor de constructieve toets aan het Bouwbesluit. Deze gegevens en bescheiden dienen in een zodanige vorm te worden aangeleverd dat een goede en efficiënte afhandeling van de bouw-constructieve beoordeling mogelijk is.

Daarvoor is ook de samenhang tussen de berekeningen en tekeningen en overige bescheiden van de afzonderlijke constructieonderdelen van het bouwwerk noodzakelijk; - Wegen en rioleringen mogen geen schade ondervinden en toelaatbare vervormingen dienen met de desbetreffende beheerders overeen gekomen te worden; - Trillingen aan belendingen moeten minimaal voldoen aan SBR richtlijn-A; - Schade of ernstige hinder voor de omgeving moet zo veel mogelijk worden voorkomen; - Als grens voor geluidhinder worden de waarden vanuit het Bouwbesluit gehanteerd; - Er wordt dringend aanbevolen om de aanbevelingen van het Compendium Aanpak Constructieve Veiligheid te hanteren bij het indienen van constructieve stukken; - De Ministeriële Regeling Omgevingsrecht 2010 (MOR) paragraaf 2.2 artikel 2.7 is van toepassing op de nader in te dienen gegevens. Mededelingen brandveiligheid 1. In het kader van schadepreventie bij een inzet brandweer (scenario brand parkeergarage) adviseren wij de scheidingswand tussen trappenhuis T4 en winkel, bepaald overeenkomstig NEN 6068, 20 minuten brandwerend uit te voeren. Wij adviseren de pui uit te voeren conform de SA classificatie (koude rook). 2.

Om in geval vaneen autobrand op het parkeerdek direct naast het hoofdtrappenhuis de vluchtroute te borgen adviseren wij de buitengevel van het hoofdtrappenhuis T1 (EBV) op de eerste verdieping 30 minuten brandwerend uit te voeren. 3. Wij adviseren u de uitstroompositie van de CO/LPG ventilatieschacht van de parkeergarage te toetsen aan de vigerende milieuvoorschriften. 4. Wij adviseren de positie(s) van veiligheidsschakelaars van de (collectieve) zonnepanelen nader af te stemmen met brandweer Hollands Midden. Indien u meer wilt weten over (brand)veiligheid en de daarbij behorende activiteit bouwen, dan kunnen de onderstaande internetadressen u daarover informeren: www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bouwregelgeving www.brandweer.nl/hollandsmidden In het bouwwerk of op het bouwterrein tijdens het (ver)bouwen van het bouwwerk, waarop deze omgevingsvergunning activiteit bouwen betrekking heeft, adviseren wij de volgende documenten aanwezig te hebben:

-

Een kopie van de omgevingsvergunning activiteit bouwen en de daarbij behorende tekeningen. Een overzicht van certificaten en/of keurmerken van de in het bouwwerk aanwezige (brand)veiligheidsinstallaties. Een overzicht van productinformatie en/of testrapportages van de aanwezige brandveiligheidsmaterialen die betrekking hebben op de brand- en rookwerendheid.

Zorgplicht ecologie Bij het uitvoeren van het werk dient u voorzorgsmaatregelen te treffen om aan de zorgplicht met betrekking tot Wet natuurbescherming te voldoen. Vóór de uitvoering van werkzaamheden dient controle te worden uitgevoerd op aanwezigheid van dieren. De aangetroffen dieren moeten gelegenheid krijgen om te vluchten. Nesten van bijvoorbeeld huismussen en gierzwaluwen zijn jaarrond beschermd en mogen niet worden beschadigd. Als het nodig is om nesten te verplaatsen dan moeten deze na de werkzaamheden terug worden geplaatst. Echter, broedende vogels mogen niet gestoord worden. In dat geval dient het werk buiten broedseizoen te worden uitgevoerd. Bodem • Werkzaamheden met (mogelijk) verontreinigde grond moeten plaatsvinden volgens wettelijke regels. Deze zijn opgenomen in de Wet milieubeheer, de Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (Landelijk Meldpunt Afvalstoffen) en het Besluit bodemkwaliteit. • Richtlijnen voor veiligheid zijn vastgelegd in CROW-publicatie 400 (laatste versie): "Werken in en met verontreinigde bodem". • Het voornemen om meer dan 50 m3 grond afte graven en/of meer dan 1.000 m3 grondwater te onttrekken moet de initiatiefnemer melden bij de Omgevingsdienst West-Holland via het meldingsformulier Bodemverontreiniging.

• Het tijdelijk verlagen van de grondwaterstand valt onder de Waterwet en moet gemeId worden bij het Waterschap. Het lozen van bemalingswater valt onder het Besluit lozen buiten inrichtingen. Meer informatie over de wijze van lozing en de meldingsplicht is te vinden op www.odwh.nf/bedrijven/thema_s/water. • Voor het toepassen van niet schone grand en/of schone grand (meer dan 50 m3} dient een melding te worden gedaan via www.meldgrond.nl. Aanvullende opmerkingen i.v.m. grondverzet: Het planvoornemen voorziet o.a. in de aanleg van een ondergrondse parkeergarage. Met nadruk wordt opgemerkt dat de uitgevoerde bodemonderzoeken niet geschikt zijn als partijkeuring van de grond die vrijkomt bij de ontgraving voor de parkeergarage. Partijkeuringen nemen hun eigen plaats in in het proces en dienen uitgevoerd te worden volgens het protocol AP04. Archeologie In geval bij de werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen dient dit op grand van § 5.4 van de Erfgoedwet onmiddellijk te worden ge meld aan de Minister van OC&W. De vondst dient gedurende zes maanden, te rekenen vanaf de datum van de melding, ter beschikking te worden gesteld of gehouden voor wetenschappelijk onderzoek.

Voor het melden van vondsten kan gebruik worden gemaakt van het Eformulier Vondstmelding dat de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed heeft ontwikkeld of kan contact opgenomen worden met de lnfoDesk van de RCE (info@cultureelerfgoed.nl of 033-4217456) of het ARCH IS meldpunt. Meld de vondst ook altijd bij het bevoegd gezag (gemeente).

Melding Activiteitenbesluit. Waarschijnlijk zullen de winkels die op de begane grond worden gerealiseerd onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit vallen. Voor de supermarkt zal daarnaast ook nog sprake zijn van een meldplicht op grond van het Activiteitenbesluit. Nadat de winkelinrichting duidelijk is, dient de melding bij de Odwh te worden ingediend. Belangrijke aandachtspunten op grond van het Activiteitenbesluit: geluid van laden en lossen en van de installaties en energiezuinigheid. Onttrekking grondwater Voor het realiseren van de parkeerkelder zal het nodig zijn om de grondwaterstand te verlagen en dit vervolgens te gaan lozen. Er zal in ieder geval moeten worden voldaan aan de regelgeving die daarop van toepassing is: het Besluit lozen buiten inrichtingen. Voorafgaand aan de lozing moet hiervoor een melding worden ingediend. Protocol toevalsvondst explosief Een toevalsvondst houdt in dat er een (vermoedelijk) CE wordt aangetroffen op een locatie en/of tijdstip dat niet in de risico beoordeling is voorzien. Een toevalsvondst kan plaatsvinden in gebieden die als "niet verdacht" zijn aangemerkt, maar ook binnen gebieden die als "verdacht" zijn aangemerkt maar waar op dat moment geen geplande grondroerende en/of opsporingswerkzaamheden plaatsvinden. Het stappenplan bij een vondst: 1. Het object niet beroeren 2. Afzetten / markeren locatie 3.

lnformeer omgeving / derden 4. Ter plaatse evt, werkzaamheden staken en projectleiding informeren 5. lnformeer de politie evt. via projectleiding {0900-8844) 6. Politie stuurt een explosievenverkenner ter beoordeling wel/geen CE 7. De politie geeft de melding door aan Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) en bepaalt de urgentie voor ruiming 8. De ruimploeg van de EODD kamt vervolgens om het CE onschadelijk te maken 9. De toevalsvondst wordt geëvalueerd door de adviseur OCE om te bepalen of de getroffen beheersmaatregelen afdoende zijn 10. Indien noodzakelijk worden de gehanteerde uitgangspunten en/of de getroffen beheersmaatregelen aangepast lntrekken vergunning De vergunning kan worden ingetrokken: • indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van onjuiste of onvolledige opgave van gegevens is verleend; • indien nader in te dienen gegevens niet tijdig zijn overgelegd; • indien de vergunninghouder niet heeft voldaan aan voorwaarden die aan de vergunning zijn verbonden; • indien er gedurende 3 jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning, behoudens het onderstaande; • indien de vergunninghouder daarom verzoekt; • indien dit in het belang van brandveiligheid nodig is; • indien binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning geen begin is gemaakt met de bouwwerkzaamheden; • indien de bouwwerkzaamheden langer dan 26 weken hebben

stilgelegen.

Tot slot • De verleende vergunning vrijwaart u niet van privaatrechtelijke verplichtingen aan derden, respectievelijk publiekrechtelijke verplichtingen aan andere overheidsorganen. • Als het noodzakelijk is dat de openbare weg en of het trottoir geheel of gedeeltelijk moet worden afgesloten of dat op een andere wijze het verkeer wordt belemmerd of mogelijk in gevaar wordt gebracht moet vooraf overleg worden gevoerd met de gemeente Noordwijk. • Voor het plaatsen vaneen steiger, keet, container of iets vergelijkbaars op de openbare weg of in het plantsoen moet een afzonderlijke vergunning worden aangevraagd. • Alle schade die toegebracht wordt aan gemeentelijke eigendommen als straat, trottoir, plantsoen, riool, (bijvoorbeeld door zwaar transport, betonresten, spoelwater) zullen bij de vergunninghouder worden geclaimd. Wij stellen hierbij vast dat naar onze overtuiging bovengenoemde eigendommen zich in een goede staat bevinden. Indien u van mening bent dat de gemeentelijke eigendommen zich niet in een goede staat bevinden, verzoeken wij u om binnen 7 dagen na dagtekening van deze vergunning dit bij afdeling Openbare Werken van de gemeente Noordwijk te melden, telefoonnummer 071- 3660000. lnmeten van het gebouw na voltooiing bouwwerkzaamheden De gemeente Noordwijk registreert onder andere de vorm en ligging (geometrie) van gebouwen.

Deze maten (contouren) worden opgenomen in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). De gemeente is wettelijk verplicht deze registraties actueel te houden. Ook voor uw bouwplan kan deze verplichte registratie gelden. Nadat uw bouwplan is uitgevoerd en gereedgemeld is, voert de gemeente Noordwijk ter plaatse meetwerkzaamheden uit. Indien het noodzakelijk dat de landmeter van de gemeente uw privéterrein moet betreden, maakt hij zich eerst bij u bekend. De landmeter is te herkennen aan zijn bedrijfskleding met daarop het logo van de gemeente Noordwijk. Ook moet de landmeter zich legitimeren, als u daar om vraagt. Als u twijfelt over de legitimatie of vragen heeft over het inmeten, neemt u dan contact op met het algemeen nummer van de gemeente Noordwijk, te weten (071)36 60 000.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=d64dee2e-defa-4b3e-9e45-fadbb4079b5f