CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Notitie vormvrije mer-beoordeling

Gemeenteraadsvergadering 28 september 2021, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerpbestemmingsplan De Zilk Het Zilt6.359 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

vormvrije m.e.r.-beoordeling

De Zilk, Het Zilt Gemeente Noordwijkerhout

Datum: 15 maart 2018 Projectnummer: 160261.02

INHOUD

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3

Aanleiding De m.e.r.-beoordeling Leeswijzer

3 3 5

2

Kenmerken van het project

6

2.1 2.2 2.3 2.4

Inleiding Beschrijving plan Omvang van het project Overige kenmerken van het project

6 6 8 8

3

Plaats van het project

10

3.1 3.2 3.3

Inleiding Het bestaande grondgebruik Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu

10 10 10

4

Kenmerken van het potentiële effect

14

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Inleiding Geluid Luchtkwaliteit Natuur Verkeer

14 15 18 21 22

5

Conclusie

25

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De gemeente Noordwijkerhout is voornemens om de locatie van het voormalige zoutdepot (inclusief een voormalig sportterrein) te herontwikkelen tot een nieuwe woonbuurt, ‘Het Zilt’ geheten. De herontwikkeling bestaat uit ca. 130 woningen alsmede aanvullende voorzieningen, te weten een supermarkt en Gezondheidsvoorzieningen Onder Een Dak (G.O.E.D.). Deze herontwikkeling is echter niet rechtstreeks mogelijk binnen de kaders van het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Voor een deel kan echter wel gebruik worden gemaakt van een uitwerkingsbevoegdheid. Voor dit deel wordt dan ook een uitwerkingsplan opgesteld. Het resterende deel past ook niet binnen de kaders van de uitwerkingsbevoegdheid. Hiervoor wordt een bestemmingsplan opgesteld. In het kader van dit bestemmingsplan en uitwerkingsplan vindt toetsing plaats aan van toepassing zijnde wetgeving. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r, namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige project blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden, die in paragraaf 1.2 nader worden besproken.

Vanwege het feit dat onder de drempelwaarden wordt gebleven, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Voorliggend rapport vormt de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Op basis van dit rapport neemt het bevoegde gezag een zogenaamd ‘m.e.r.beoordelingsbesluit. Dit m.e.r.-beoordelingsbesluit zal als bijlage bij het bestemmingsplan worden gevoegd.

1.2

De m.e.r.-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.

SAB

3

Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl)

Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.beoordeling nodig is. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is qua inhoud vormvrij. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Sedert een recente wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld.

Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit aan deze m.e.r.-beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing aan Besluit m.e.r. De realisatie van een nieuwe woonbuurt wordt als een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.11.2 betreft namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 2 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m of meer.”

SAB

4

Onderhavig project betreft zoals gesteld de realisatie van 130 woningen met bijbehorende voorzieningen; bestaande uit maatschappelijke voorzieningen (maximaal 5 be2 handelkamers) en detailhandel (1.000 m b.v.o.). Gezien het voorgaande blijft onderhavige activiteit ruim onder de drempelwaarde en zou een vormvrije m.e.r.beoordeling benodigd zijn. Doel vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde project (herontwikkeling bedrijfsterrein tot woongebied) ingegaan, waarbij, conform artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. juncto de leden 1 tot en met 3 van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen:  kenmerken van de activiteit;  plaats waar de activiteit wordt verricht;  kenmerken van de gevolgen van de activiteit.

Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. Effectbeoordeling Bij de effectbeoordeling wordt ingegaan op de effecten van de gebruiksfase. De aanlegfase wordt niet specifiek behandeld aangezien kan worden aangenomen dat er geen sprake is van negatieve milieueffecten gezien de tijdelijke aard van deze fase.

1.3

Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige project en de eventuele milieugevolgen. Navolgend wordt ingegaan op de kenmerken van het project in hoofdstuk 2, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het project beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofdstuk 4 aan bod. Het rapport wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.

SAB

5

2 2.1

Kenmerken van het project Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project besproken. De aard en de omvang van het project worden in beeld gebracht, Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.

2.2

Beschrijving plan

2.2.1

Planbeschrijving De ontwikkeling betreft een nieuwe woonbuurt in de bestaande kern De Zilk. De bestaande functies worden hiervoor verwijderd. De locatie is ca. 3,75 ha groot. De totale ontwikkeling voorziet ten eerste in de bouw van 130 woningen (deels grondgebonden woningen en deels appartementen). De appartementen bevinden zich aan de westzijde van het plangebied, richting de provinciale weg. Ten tweede worden een commerciële ruimte ter vervanging van de tijdelijke supermarkt aan het Breeland (met 2 een oppervlakte van 1000 m b.v.o.) en een G.O.E.D.; een Gezondheidsvoorzieningen Onder Een Dak (maximaal 5 behandelkamers) gerealiseerd. Deze krijgen een plek aan de zuidzijde van het plangebied, aansluitend aan het plein. Bovenop deze functies worden appartementen gerealiseerd. Voor de woonbuurt wordt enige nieuwe infrastructuur gerealiseerd in de vorm van enkele woonstraten. Deze sluiten aan op de bestaande wegen in de omgeving; de Zilkerduinweg en de Sportlaan. De navolgende afbeelding betreft de stedenbouwkundige tekening.

Impressie inrichtingsplan Zoutdepot (bomen en groenvoorzieningen zijn indicatief). Bron: Beeldkwaliteitsplan Zoutdepot De Zilk.

SAB

6

2.2.2

Beschrijving bestemmingsplan en uitwerkingsplan Om het plan planologisch-juridisch mogelijk te maken zijn een uitwerkingsplan en bestemmingsplan in voorbereiding. Binnen het plangebied van het uitwerkingsplan vallen in totaal 98 woningen. Deze passen binnen de uitwerkingsbevoegdheid uit het vigerende bestemmingsplan ‘De Zilk’. Het bestemmingsplan zal worden vastgesteld voor die planonderdelen die niet passen binnen de uitwerkingsbevoegdheid uit het vigerende bestemmingsplan ‘De Zilk’. Het betreft specifiek de zuidflank waar de nietwoonfuncties worden gerealiseerd (supermarkt en maatschappelijke voorzieningen), alsmede een strook woningen aan de noordzijde. In totaal gaat het om 32 woningen. Wat betreft de strook aan de noordzijde wordt de afwijking van de uitwerkingsregels gevormd door de andere ligging van de woonstraat. Ruimtelijk is het gewenst om deze woonstraat aan de noordrand van het plangebied te leggen aangezien hiermee de weg met groen- en parkeerstrook een buffer vormt tussen de woningen en het sportcomplex aan de noordzijde.

Kaartbeeld indeling plangebieden

In de beide plannen wordt de beoogde situatie vrij nauw omkaderd. Het voornoemde functionele programma is in de regels van de beide plannen. Wat betreft de bouwregels dat voor de grondgebonden woningen een maximale goot- en bouwhoogte van resp. 7,5 en 10 m. De gestapelde woningen mogen 15 m hoog zijn. Er is sprake van strakke bouwvlakken waar de hoofgebouwen gerealiseerd mogen worden. Er zijn geen flexibiliteitsbepalingen (zoals afwijkingsbepalingen op bouwregels) in het bestemmingsplan opgenomen.

SAB

7

Impressie verbeelding uitwerkingsplan

2.3

Impressie verbeelding bestemmingsplan

Omvang van het project De oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 3,75 ha. Het functioneel programma is als volgt: Onderdeel 58 appartementen 60 grondgeb. woningen (rijwoningen) 12 grondgeb. woningen (tweekappers) Detailhandel (buurtsupermarkt) G.O.E.D.

Specificatie Koop etage duur Koop, tussen, hoek Koop twee-onder-een- kap 1.000 m2 Maximaal; 5 behandelkamers

2.4

Overige kenmerken van het project

2.4.1

Cumulatie met andere projecten Het plangebied maakt geen deel uit van een grotere ontwikkeling. Ook zijn er in de nabijheid geen vergelijkbare projecten in ontwikkeling. Van cumulatie met andere projecten is dan ook geen sprake.

2.4.2

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het projectgebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken, maar aangezien sprake is van reguliere woonbuurt, kan worden aangenomen dat er geen sprake is van een ongewoon hoog gebruik.

SAB

8

De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de direct nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. 2.4.3

Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. De nieuwe functies (woningen, supermarkt, gezondheidscentrum) hebben een verkeersaantrekkende functie. Dit heeft onder meer ook consequenties voor de aspecten lucht en geluid.

2.4.4

Risico van ongevallen Onderhavig project vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het project brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.

SAB

9

3 3.1

Plaats van het project Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het projectgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.

3.2

Het bestaande grondgebruik Het plangebied is gelegen aan de rand van de bestaande kom van de kern De Zilt. Binnen het plangebied bevinden zich bestaande stedelijke functies (die deels gesloopt of verwijderd zijn). Aan de westzijde was het voormalige zoutdepot gelegen. Deze functie is hier inmiddels niet meer aanwezig. In het nog wel bestaande pand is momenteel tijdelijk een kringloopwinkel gevestigd (dit pand wordt binnenkort gesloopt). Aan de oostzijde in het plangebied bevindt zich een tenniscomplex met enkele bijbehorende gebouwen en een sportveld. Deze zijn niet meer in gebruik. Het plangebied wordt begrensd door de volgende elementen:  Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich de Zilkerduinweg. Dit is een belangrijke beeldbepalende straat in de kern De Zilk. Tot de aanleg van de provinciale weg vormde dit de doorgaande weg door het dorp.  Aan de westzijde vormt de provinciale weg N206 de grens. Deze weg is aangelegd tussen de kern De Zilk en de Amsterdamse Waterleidingduinen. Ten westen van de provinciale weg N206 is dit duingebied gelegen.  Aan de noordzijde vormt het bestaande sportcomplex Wassenaar de grens. Hier zijn voetbalvelden en tennisbanen gelegen. Het sportpark is recent geheel geherstructureerd. Dit heeft onder meer tot gevolg gehad dat de voormalige sportvoorzieningen die zijn gelegen binnen de ontwikkelingslocatie niet meer benut worden.

 Aan de oostzijde ten slotte wordt de grens gevormd door de Sportlaan. Dit is een woonstraat die tevens geldt als toegangsweg voor het sportpark.

3.3

Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu

3.3.1

Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden.

SAB

10

Het resultaat van de analyse wordt onderstaand beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.

3.3.2

Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Wetlands

Conventie van Ramsar

In of in de directe nabijheid van het projectgebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig.

Kustgebieden

Het projectgebied is niet gelegen in een kustgebied.

Berggebieden en bosgebieden

Wet natuurbescherming

Het projectgebied is niet gele-

Reservaten en natuurparken:

Nationale Landschappen zijn

Het projectgebied ligt niet in een

Nationale Landschappen

benoemd in de Nota Ruimte

Nationaal Landschap.

Nationale parken

Nationale Parken zijn onderdeel

Het plangebied ligt niet in een

van de EHS.

Nationaal Park.

Wet natuurbescherming

In de omgeving van het project-

gen in een berg- en bosgebied.

3.3.2.1

Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen

gebied liggen Natura 2000-

krachtens Richtlijn 79/409/EEG

gebieden (zie verder onder 1).

(Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij com-

Europese milieurichtlijnen (o.a.

Het projectgebied ligt niet in ge-

munautaire wetgeving vastge-

kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, ka-

bieden waar op basis van

stelde normen inzake milieu-

derrichtlijn water)

communautaire wetgeving

kwaliteit reeds worden

reeds normen worden over-

overschreden

schreden.

Gebieden met hoge bevol-

Het projectgebied is niet gele-

kingsdichtheid

gen in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.

Landschappen van

Verdrag van Valletta

In het projectgebied zijn gebie-

historisch belang

Monumentenwet

den aangewezen met deels een

cultureel belang

Gemeentelijk landschaps-

hoge archeologische verwach-

ontwikkelingsplan

ting (zie verder onder 2).

o 

beschermd stads- en dorpsgezicht

In het projectgebied bevinden

archeologisch belang

zich geen historische bouwwerken, monumentale panden of structuren met een cultuurhistorische of beeldbepalende waarde.

1. Natura 2000 gebied Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten wor-

SAB

11

den. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Het plangebied ligt direct naast het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid en wordt enkel van dit gebied gescheiden door de Provincialeweg N206. Overige Natura 2000gebieden (zoals Coepelduynen, Meijendel & Berkheide en Polder Westzaan) liggen op meer dan 10 kilometer afstand. Op voorhand kan niet worden gesteld dat geen sprake is van negatieve milieueffecten op natuurgebied Kennemerland-Zuid. Daarom wordt in hoofdstuk 4 nader ingegaan op het aspect natuur. 2. Archeologische waarden Algemeen Het plangebied heeft op de regionale archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeenten Katwijk, Noordwijk, Noordwijkerhout, Lisse, Teylingen en Hillegom een deels hoge verwachtingswaarde. Op voorhand kan hiermee niet worden gesteld dat geen sprake is van negatieve milieueffecten wat betreft archeologie. Daarom wordt in hoofdstuk 4 nader ingegaan op het aspect archeologie. 3.3.3

Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Ecologische Hoofdstructuur /

Provinciale verordening

Het projectgebied maakt geen

Natuurnetwerk Nederland

deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) c.q. Natuurnetwerk Nederland (NNN) en ligt ook niet nabij een dergelijk gebied.

Gebied geschikt voor be-

Wet natuurbescherming

schermde soorten

Het projectgebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie verder onder 3).

Weidevogelgebied en ganzen-

Provinciale verordening

foerageergebied

Het projectgebied ligt niet in een beschermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied

Stiltegebied

Bodembeschermingsgebied

Wet milieubeheer

Het projectgebied is niet gelegen

Provinciale verordening

in een stiltegebied

Provinciale verordening

Het projectgebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied.

SAB

12

Grondwaterbeschermingsgebied

Provinciale verordening

Het projectgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

3. Beschermde soorten Het plangebied betreft een herontwikkelingslocatie binnen de bestaande bebouwde kom van De Zilk. Ook binnen een dergelijk gebied kunnen zich beschermde plantenof diersoorten hebben ontwikkeld, zowel binnen gebouwen als op de onbebouwde terreinen en in de aanwezige groenstructuren. Mogelijk is sprake van negatieve milieueffecten. De soortenbescherming komt daarom in hoofdstuk 4 terug bij het aspect ‘natuur’.

SAB

13

4

Kenmerken van het potentiële effect

4.1

Inleiding

4.1.1

Te beoordelen aspecten In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Hoofdstuk 2 laat zien dat het plan de herontwikkeling betreft van een locatie binnen de bebouwde kom van De Zilk. De locatie is gelegen aan de rand van het dorp. Het plan betreft een combinatie van woningbouw met aanvullend enkele voorzieningen (supermarkt en gezondheidscentrum). Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het projectgebied een aantal kwetsbaarheden kent. Het plangebied ligt nabij het Natura 2000 gebied Kennemerland-Zuid. De locatie heeft verder grotendeels een hoge archeologische verwachting.

Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld:  archeologie: er kan sprake zijn van negatieve effecten voor archeologische waarden door onderhavig project;  geluid: er kan sprake zijn van milieueffecten op de omgeving als gevolg van geluid veroorzaakt door onderhavig project;  lucht: er kan sprake zijn van milieueffecten op de omgeving als gevolg van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen, veroorzaakt door onderhavig project;  natuur: het project kan voor wat betreft gebiedsbescherming leiden tot gevolgen voor het Natura 2000 gebied Kennemerland-Zuid. Het project kan wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna;  verkeer: het project kan leiden tot negatieve milieueffecten op de verkeerssituatie (doorstroming, congestie, etc.). De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het uitwerkingsplan en bestemmingsplan.

4.1.2

Referentiesituatie In een milieueffectbeoordeling worden de effecten van de alternatieven altijd vergeleken met de referentiesituatie. Dat is de situatie die in de toekomst zal ontstaan als het plan niet wordt gerealiseerd. Dit is de feitelijk bestaande situatie inclusief autonome ontwikkeling. De autonome ontwikkelingen is de ontwikkeling die ook zou plaatsvinden indien dit bestemmingsplan niet wordt opgesteld. In onderhavig geval wordt als referentiesituatie beschouwd dat de locatie zoals in de bestaande situatie in onbruik blijft.

SAB

14

4.2

Archeologie

4.2.1

Huidige situatie Het plangebied betreft een voorheen deels bebouwd gebied. De meeste vroegere bebouwing is evenwel inmiddels verdwenen. Het plangebied ligt op een strandwal en een ingesloten strandvlakte. Gezien dit feit is het zeker niet uitgesloten dat de locatie in vroeger tijden reeds bebouwd en gebruikt is geweest. Dit komt tot uiting in de archeologische verwachtings- en beleidskaart waarin het plangebied grotendeels (op de oostelijke flank na) een hoge archeologische verwachting heeft.

Uitsnede uit archeologische verwachtings- en beleidskaart met aanduiding plangebied met gele stippellijnen

4.2.2

Effecten ontwikkeling Onderhavig plan heeft tot gevolg dat er nieuwe bebouwing plaatsvindt. Hiermee zal de bodem worden geroerd en daarbij kunnen archeologische waarden worden verstoord. In het kader van de planvorming is evenwel archeologisch onderzoek gedaan in de 1 vorm van een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek en een ar2 cheologisch proefsleuvenonderzoek . Uit het eerstgenoemde onderzoek bleek dat in de oostelijke helft van het plangebied geen archeologische waarden werden verwacht maar mogelijk in de westelijke helft wel. De bodemopbouw in de westelijke helft van het plangebied blijkt namelijk nog 1

2

Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend, veldonderzoek door middel van boringen bij De Zilk Zoutopslag, gemeente Noordwijkerhout, AnteaGroep, kenmerk 264392.03, 26 juni 2014 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven Zoutopslag De Zilk te De Zilk (gem. Noordwijkerhout), Antea Groep, 27 september 2017, kenmerk 2016/159

SAB

15

grotendeels intact te zijn. Archeologische resten kunnen in de top van het oude duinzand, maar vooral op de diepte van de oude vegetatiehorizonten worden verwacht. Er zijn verder enkele oude bouwvoren aangetroffen (op gemiddeld 1,3 en 2,0 m – mv). Daaruit volgt dat archeologische resten in de top van het oude duinzand en vooral op de diepte van de oude vegetatiehorizonten kunnen worden verwacht. Dit is nader onderzocht in het proefsleuvenrapport. Met uitzondering van een enkele archeologische indicator is hierbij geen enkele daadwerkelijke vindplaats aangetroffen. Dit betekent dat ook in het westelijke deel geen archeologische waarden worden verwacht. Op basis van voorgaande kan worden geconcludeerd dat van negatieve milieueffecten op het gebied van archeologie geen sprake is.

4.3

Geluid

4.3.1

Huidige situatie Het plangebied ligt aan de rand van de kern De Zilk en sluit aan op de Zilkerduinweg en de Sportlaan. De verkeersintensiteiten nu en in de toekomst zijn vermeld in navolgende tabel:

4.3.2

Etmaalintensiteiten

Etmaalintensiteiten

in 2020 (mvt/etm)

in 2028 (mvt/etm)

Zilkerduinweg

2.170

2.350

Sportlaan

440

476

Effecten ontwikkeling Onderhavig plan leidt tot de aantrekking van verkeer enerzijds door de woningen (bewoners en bezoekers) en anderzijds door de supermarkt en het gezondheidscentrum (GOED) (bezoekers en personeel). Dit verkeer kan leiden tot een toename van de geluidsoverlast op bestaande woningen. 3

In het uitgevoerde akoestische onderzoek is ingegaan op de gevolgen voor geluid . Er zijn gevoelige functies (woningen) gelegen aan de Zilkerduinweg en Sportlaan. Hier bedraagt de toename van het verkeer als volgt: Etmaalintensiteiten

Etmaalintensiteiten

Etmaalintensiteiten

in 2020 (mvt/etm)

in 2028 (mvt/etm)

in 2028 (mvt/etm)

Zilkerduinweg

2.170

2.350

3575/3571

Sportlaan

440

476

816/476

met planbijdrage

Hieruit blijkt dat aan zowel de Zilkerduinweg als de Sportlaan een verhoging van de etmaalintensiteiten is te zien.

3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Het Zilt, De Zilk, SAB, 5 maart 2018

SAB

16

In het akoestische rapport is in het kader van een goede ruimtelijke ordening ingegaan op de toename van de geluidshinder op de bestaande woningen. Hiervoor is een berekening uitgevoerd voor de autonome situatie zonder plan en toekomstige situatie met plan. In onderstaande figuren is op een aantal representatieve punten langs de ontsluitende wegen het verschil tussen deze twee situaties weergegeven.

plangebied

Figuur: Verschil in geluidbelasting tussen de autonome en toekomstige situatie

Figuur: Verschil in geluidbelasting tussen de autonome en toekomstige situatie (ingezoomd)

SAB

17

Op basis van bovenstaande figuur blijkt dat de geluidbelasting vanwege de toename op de Zilkerduinweg op de meeste representatieve punten met niet meer dan 1,5 dB toeneemt. De toename is vaak beperkt omdat de schermmaatregel en de afschermende werking van het plan de bijdrage van de N206 aan de geluidbelasting verkleint. Uit de Wet geluidhinder is af te leiden dat bij een geluidstoename vanaf 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Bij dit plan is zoals gesteld de geluidstoename niet hoger dan 1,5 dB. Er is dus naar verwachting geen sprake van een merkbare geluidstoename. Wel geldt voor een aantal woningen verder van het plangebied (zie de ingezoomde kaart) dat hier sprake is van hogere toenames van geluidsbelasting, oplopend tot maximaal 1,58 dB. Hier is sprake van een hogere geluidstoename aangezien de afschermende werking van het plan ten opzichte van de N206 hier minder sterk is. Wel is nog steeds sprake van een afschermende werking door het plan, op basis van uitsluitend de toename van de verkeersintensiteiten op de Zilkerduinweg zou de maximale toename van de geluidsbelasting 1,82 dB bedragen. Gezien voorgaande kan hier niet worden uitgesloten dat sprake is van een negatief milieueffect.

Dit milieueffect is echter gezien de maximale geluidstoename van 1,58 dB (0,08 dB meer dan de 1,5 dB waarbij in ieder geval nog geen sprake is van een merkbare geluidstoename) zeer beperkt. Hiernaast geldt deze beperkte geluidstoename voor een beperkt aantal woningen.Hiermee is zeker geen sprake van een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu. Gezien voorgaande is sprake van een zeer beperkt negatief milieueffect op het gebied van geluid.

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM10) bestudeerd. Deze kunnen daarna worden gerelateerd aan de wettellijke grenswaarden, aangezien deze een indicatie geven of sprake kan zijn van een slechte bestaande luchtkwaliteit. In de ‘Wet Luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer) zijn wettelijke grenswaarden genoemd voor de betreffende stoffen; die bedraagt voor de jaargemiddelde immissie3 3 concentraties 40 µg/m voor NO2 en PM10 en 25 µg/m voor PM2,5. De navolgende kaarten brengen de achtergrondconcentraties in beeld.

SAB

18

Achtergrondconcentratie NO2 in 2015 (bron: AtlasLeefomgeving.nl)

Achtergrondconcentratie PM10 in 2015 (bron: AtlasLeefomgeving.nl)

Achtergrondconcentratie PM2,5 in 2015 (bron: AtlasLeefomgeving.nl)

Uit de kaarten blijkt dat de achtergrondconcentraties ter plaatse van het plangebied het volgende zijn: 3 3  stikstofdioxide: 14-18 µg/m NO2 (grenswaarde 40 µg/m ); 3 3  fijnstof:19-20 µg/m PM10 (grenswaarde 40 µg/m ); 3 3  zeer fijnstof: 11-12 µg/m PM2,5 (grenswaarde 25 µg/m ).

SAB

19

4.4.2

Effecten ontwikkeling Onderliggend project voorziet in de realisatie van een woonbuurt met enkele voorzieningen (supermarkt en een gezondheidscentrum). In het kader van het bestemmingsplan en uitwerkingsplan is de planbijdrage in beeld gebracht van elke plan afzonderlijk. Als de ontwikkelingslocatie als geheel wordt beschouwd, dan is sprake van een toename van het verkeer van in totaal 2.445 mvt/etm (zie ook paragraaf 4.6 ‘Verkeer’). Uitgaande van deze verkeersaantrekkende werking en een zeer voorzichtige aanname van 1% vrachtverkeer, dan komt het volgende resultaat uit de NIBM-tool:

Uit de NIBM-tool volgt dus dat er mogelijk sprake is van een plan dat ‘in betekenende mate’ bijdraagt aan (een verslechtering van ) de luchtkwaliteit. Als de toename wordt vergeleken met de bestaande achtergrondconcentraties (zie paragraaf 4.4.1, dan ontstaat het volgende beeld: Achtergrond-

Achtergrond-

concentratie (2015)

concentratie (2015)

Grenswaarde

met planbijdrage Stikstofdioxide

ca. 16 µg/m

3

ca. 18 µg/m

3

40 µg/m

3

3

40 µg/m

3

ca. 25 µg/m

(NO2) Fijnstof (PM10)

ca. 20 µg/m

3

ca. 21 µg/m

Zeer fijn stof

ca. 12 µg/m

3

ca. 13 µg/m *

3 3

(PM2,5) * Bij zeerfijnstof is de zeer voorzichtige aanname gedaan dat de planbijdrage gelijk is als bij fijnstof. In werkelijkheid zal de planbijdrage nog lager zijn.

Geconcludeerd kan worden dat de achtergrondconcentratie met planbijdragen nog steeds zeer ruim onder de grenswaarden blijven. Dit is een belangrijke aanwijzing dat niet gesproken kan worden van een betekenisvolle verslechtering van het milieu. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van een negatieve milieueffect.

SAB

20

4.5

Natuur

4.5.1

Huidige situatie Algemeen Het plangebied betreft een bestaande locatie binnen de bebouwde kom van De Zilk. Beschermde natuurgebieden Het plangebied ligt in de nabijheid van het Natura 2000 gebied Kennemerland-Zuid. In het kader Beschermde soorten De locatie heeft geen specifieke natuurlijke eigenschappen, wel is het mogelijk dat gezien het feit dat de locatie in onbruik is geraakt en terreinen en resterende gebouwen leeg staan, dat zich natuurwaarden in het plangebied hebben ontwikkeld.

4.5.2

Effecten ontwikkeling Beschermde natuurgebieden Er is in het kader van het bestemmingsplan en uitwerkingsplan onderzoek gedaan 4 5 naar natuur in de vorm van een quick scan en een voortoets . Uit de onderzoeken blijkt dat het plangebied vrijwel naast het Natura 2000 gebied Kennemerland-Zuid is gelegen. Enkel de provinciale weg N206 scheidt het plangebied van dit natuurgebied.

Globale ligging van het plangebied ten opzichte van Natuurnetwerk Zuid-Holland, ecologische verbindingen, belangrijke weidevogelgebieden en gebieden met de status strategische reservering natuur. Bron: Provincie Zuid-Holland. Bewerking: SAB. 4

5

Quick scan natuur Zoutdepot De Zilk Gemeente Noordwijkerhout, 26 januari 2017, SAB, kenmerk 160261 Voortoets Natura 2000 Bestemmingsplan Het Zilt, De Zilk, Gemeente Noordwijkerhout, 5 december 2017, kenmerk 160261, SAB

SAB

21

In de voortoets is nader onderzocht de effecten van het plan beoordeeld, op zichzelf en in cumulatie met andere plannen dan wel projecten. Daarbij zijn mogelijke effecten bepaald op de instandhoudingsdoelstellingen, waarbij is gelet op de kwaliteit van natuurlijke habitats en habitats van soorten van binnen de invloedssfeer van het plangebied gelegen Natura 2000-gebieden. Uit de beoordeling blijkt dat significant negatieve effecten op voorhand zijn uitgesloten. Het uitwerkingsplan en bestemmingsplan staat niet meer toe dan de activiteiten die vergund zijn in een inmiddels verkregen vergunning inzake de Wet natuurbescherming. Ook zullen de voorwaarden uit deze vergunning worden opgenomen in het uitwerkingsplan en bestemmingsplan. Op basis van voorgaande kan worden gesproken van een neutraal milieueffect. Beschermde soorten Uit de quick scan is gebleken dat mogelijk enkele beschermde soorten worden aangetast. Uit het nader onderzoek blijkt echter dat het plangebied geen essentiële functies van beschermde soorten in het plangebied bevat. Dit is een belangrijke aanwijzing dat met het plan geen soorten wezenlijk worden aangetast. Op basis van voorgaande wordt gesproken van een neutraal milieueffect.

4.6

Verkeer

4.6.1

Huidige situatie Het plangebied is gelegen aan de rand van de kern De Zilk en wordt ontsloten via de Zilkerduinweg (en in mindere mate de Sportlaan). De Zilkerduinweg sluit op haar beurt aan op de provinciale weg N206, die langs de oostzijde van de kern De Zilk loopt (en langs het plangebied loopt). Op grond van het Gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan 2012-2022 heeft de Zilkerduinweg geen specifieke status en is dus een erftoegangsweg met een snelheid van 30 km/u binnen de bebouwde kom. Hetzelfde geldt voor de Sportlaan. De N206 heeft de status van provinciale gebiedsontsluitingsweg. De N442 aan de zuidzijde van De Zilk (Hoogduinstraat) heeft de status van gebiedsontsluitingsweg.

SAB

22

Kaart wegencategorisering De Zilk uit GVVP met aanduiding plangebied (rode ster)

4.6.2

Effecten ontwikkeling In het kader van het bestemmingsplan en uitwerkingsplan is de verkeersgeneratie in beeld gebracht. Dit leidt tot de navolgende tabel: Onderdeel

Specificatie

Kencijfer verkeersgeneratie (max.) 7,8 per woning 7,8 per woning

Aantal verkeersbewegingen 452,4 mvt/etm 468 mvt/etm

58 appartementen 60 grondgeb. woningen rijwoningen 12 grondgeb. woningen tweekappers Detailhandel (buurtsupermarkt) G.O.E.D. (gezondheidscentrum) Totaal

Koop etage duur Koop, tussen, hoek Koop twee-onder-eenkap 1.000 m2

8,2 per woning

98,4 mvt/etm

131,2 per 100 m2

1.312 mvt/etm

5 kamers

22,1 per behandelkamer

110,5 mvt/etm 2.445 mvt/etm

Het verkeer zal in hoofdzaak afgewikkeld worden via de Zilkerduinweg en de Sportlaan. Zoals eerder besproken in paragraaf zal hier de etmaalintensiteit toenemen. Etmaalintensiteiten

Etmaalintensiteiten

Etmaalintensiteiten

in 2020 (mvt/etm)

in 2028 (mvt/etm)

in 2028 (mvt/etm)

Zilkerduinweg

2.170

2.350

3575/3571

Sportlaan

440

476

816/476

met planbijdrage

Zikerduinweg De Zilkerduinweg is een straat met een profiel van ca. 6 m breed (ruim genoeg voor tegenovergestelde richtingen om elkaar te passeren), met aan weerszijden parkeerstroken en een vrijliggend trottoir aan de westzijde.

SAB

23

Er gelden geen algemene richtlijnen voor de maximaal gewenste verkeersbelasting op een erftoegangsweg. Deze zijn bewust niet in het CROW (Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom, ASVV, 2002) opgenomen, aangezien dit zeer afhankelijk is van de lokale situatie. Wel geldt als algemene richtlijn dat een rijstrook een capaciteit van 2.000 mvt/h.heeft. Een weg met een profiel met twee rijbanen kan dus in beide richtingen samen 4.000 mvt/h verwerken, voordat file ontstaat. Voorgaande betekent dat er geen belemmeringen hoeven te worden verwacht wat betreft de doorstroming op de Zilkerduinweg, aangezien de verkeersintensiteit niet hoger zal worden dan 4.000 mvt/etm. De snelheid op de Zilkerduinweg is 30 km/u. Gezien deze lage verkeerssnelheid hoeft eveneens geen negatief effect te worden verwacht voor wat betreft verkeersveiligheid. Sportlaan De Sportlaan betreft een woonstraat met een profiel van ca. 5 tot 5,5 m en aan één zijde een trottoir. De weg is ruim voldoende breed voor auto’s om elkaar te passeren. Er wordt op de straat geparkeerd. Met het plan neemt het verkeer toe, maar de intensiteiten zijn nog steeds ruimschoots lager dan de capaciteit van één rijstrook. Gezien voorgaande hoeven geen belemmeringen hoeven te worden verwacht wat betreft de doorstroming. De snelheid op de Sportlaan is 30 km/u.

Gezien deze lage verkeerssnelheid hoeft eveneens geen negatief effect te worden verwacht voor wat betreft verkeersveiligheid. Conclusie Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht.

SAB

24

5

Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de realisatie van het project Kamer 3 (bestaande uit een commerciële plint en appartementen) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Geluid

Lucht

Natuur

Verkeer

Beoordeling milieueffecten De verkeerinstensiteiten op de Zilkerduinweg en Sportlaan nemen toe, waarmee eveneens sprake kan zijn van een toename van de geluidshinder van bestaande woningen aan deze weg. Op basis van onderzoek blijkt dat de toename van de geluidsbelasting vrijwel overal lager is dan 1,5 dB. Pas bij een geluidstoename vanaf 1,5 dB is sprake van een merkbare geluidstoename merkbaar. Hiervan is bij dit plan slechts sprake bij een aantal woningen en hier is de maximale toename van de geluidsbelasting 1,58 dB. Ten slotte blijkt uit het onderzoek dat de totale geluidsbelasting op de bestaande woningen nergens meer is dan 68 dB, de bovengrens waarbij een goede ruimtelijke ordening kan worden gewaarborgd. Gezien voorgaande is sprake van een zeer beperkt negatief milieueffect op het gebied van geluid. Deze kan niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu kan worden gekwalificeerd. De achtergrondconcentraties van relevante luchtverontreinigende stoffen (NO2, PM10 en PM2,5) zijn ter plaatse relatief laag. Ook met de planbijdrage blijven de gehalten ver onder de wettelijke grenswaarden. Dit is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake van een negatief milieueffect. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er zowel wat betreft soortenbescherming als gebiedsbescherming geen negatieve effecten te verwachten zijn.

De verkeerinstensiteiten op de Zilkerduinweg en Sportlaan nemen toe. Gezien het profiel van de beide straten en de capaciteit van dergelijke straten, hoeven echter geen problemen wat betreft de doorstroming en de verkeersveiligheid te worden verwacht.

De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. Uitsluitend wat betreft geluid is sprake van een zeer beperkt negatief milieueffect, maar dit betreft geen belangrijk nadelig milieugevolg. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.

SAB

25

Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken  Archeologisch bureau- en booronderzoek  Archeologisch vervolgonderzoek  Quick scan natuur  Nader onderzoek  Voortoets natuur  Akoestisch onderzoek Bronnen  Risicokaart www.risicokaart.nl  Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken  Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/  Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/  CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/  Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken  AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/  Natura 2000 Database http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=d2473ce3-79c2-44b4-bd1f-6de89f29e9c8