Bijlage Nota van beantwoording zienswijzen Vomar Maarten Kruytstraat - AVG
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp-omgevingsvergunning en ontwerpverklaring van geen bedenkingen ‘Vomar Maarten Kruytstraat’
20 augustus 2021
1
Inhoud 1. 2.
Inleiding Beantwoording zienswijzen
3 4
2
1. Inleiding De ontwerp-omgevingsvergunning en de ontwerpverklaring van geen bedenkingen en de daarbij behorende stukken met betrekking tot de bouwplannen aan de Maarten Kruytstraat heeft met ingang van 12 mei tot en met 22 juni 2021 ter inzage gelegen. Binnen deze termijn van zes weken kon een ieder zijn/haar zienswijze schriftelijk of mondeling kenbaar maken. Gedurende bovengenoemde termijn zijn er zes zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen waren ontvankelijk. In hoofdstuk 2 zijn de binnengekomen zienswijzen samengevat en beantwoord met daarbij de eventuele gevolgen voor de omgevingsvergunning.
3
2. Beantwoording zienswijzen De ingediende reacties zijn per appellant samengevat (kolom 2) en voorzien van een beantwoording (kolom 3). Elke beantwoording van een zienswijze eindigt met een conclusie (kolom 4) waarin inzichtelijk wordt gemaakt in hoeverre hetgeen naar voren is gebracht aanleiding geeft tot aanpassing van welk onderdeel van de omgevingsvergunning. De zienswijzen zijn geanonimiseerd. Appellanten 1
1
Samenvatting zienswijze
Beantwoording gemeente
Gevolgen voor de omgevingsvergunning Geen.
1.1
Appellanten stellen dat het door de plannen onzeker wordt dat zij dicht bij hun woning kunnen parkeren door het verdwijnen van de parkeerplaatsen op straat. Dit gaat vooral ten koste van hun bedrijf aan huis; een bedrijf voor persoonlijke verzorging met een regionale functie, omdat klanten niet meer voor de deur kunnen parkeren
Appellanten hebben geen recht op een (exclusieve) parkeerplaats in het openbaar gebied direct nabij hun woning. Er zijn/blijven voldoende parkeerplaatsen beschikbaar in de omgeving binnen 200 m1. Appellanten en hun bezoekers kunnen nu en in de toekomst gebruik maken van openbare parkeerplaatsen (o.m. de restcapaciteit van de parkeergarage). De parkeervraag van deze bewoners is begrepen in de compensatie van de 88 parkeerplaatsen in de (sluitende) parkeerbalans van het plan. Recente nachtelijke tellingen (ten behoeve van het opheffen van de tijdelijke parkeerplaatsen op de Maarten Kruytstraat) geven aan dat er voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn door de met de ontwikkelaar gemaakte afspraken voor nachtopenstelling van de parkeergarage (50 plaatsen) en de 12 beschikbare parkeerplaatsen op het parkeerdak.
1.2
Volgens appellanten gaat de bouw van de nieuwe appartementen ten koste van hun privacy, omdat men vanuit die appartementen direct op hun terras en in de woning kijkt.
Ten aanzien van privacy is het één en ander geregeld in Boek 5 Burgerlijk Wetboek (het zogenaamde ‘burenrecht’). Hier is in artikel 50 bepaald dat er op een afstand van 2 m tot aan de perceelsgrens met het naburige perceel geen openingen, balkons of soortgelijke werken in een gebouw aanwezig mogen zijn die zicht hebben op dit naburig perceel. Daar voldoet het bouwplan aan, behoudens één zijde waar de afstand 1,40 m is. Echter, aan die zijde zijn geen openingen aanwezig die zicht hebben op naburige percelen.
Geen.
1.3
Ten opzichte van het vorige bouwplan zal volgens
Uit de aangeleverde ‘bezonningsstudie Vomar + appartementen’ (d.d. 3-12-2018) blijkt dat ruim voldaan wordt aan de TNO-normen1. Slechts toegevoegd is een privacyscherm op nadrukkelijk verzoek van de omwonenden wat translucent
Geen.
De organisatie voor Toegepast-Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) is een onafhankelijke onderzoeksorganisatie
4
appellanten de bezonning nog verder verminderen.
wordt uitgevoerd om de beperking voor de omwonenden zo min mogelijk te laten zijn.
1.4
Appellanten stellen dat de bevoorrading van omliggende bedrijven verslechtert.
De contouren van het huidige laad- en loshof worden niet aangetast door de voorgenomen ontwikkeling. Het bestaand trottoir blijft trottoir even als de bestaande weg blijft weg in het laad- en loshof. De garage van de particulier kan ook nog steeds via dit laad- en loshof worden bereikt. Voor de Maarten Kruytstraat wordt de situatie door de voorgenomen herinrichting zelfs beter. Nu is de straat 5.80-6.00 m1 na de aanpassing zal er een ‘shared space’ zijn van 9.00 m1 breed. Drinxx heeft de bestemming ‘Centrum’ waaronder detailhandel valt en niet een bedrijf in de vorm van groothandel. Het laden en lossen zal aangaan sluiten bij het regime wat hiervoor is in de Hoofdstraat. Dit betekend dat Drinxx zijn bevoorrading zal moeten aanpassen naar de tijden van dat regime. Voor leveringen door Drinxx zal een uitzondering gemaakt gaan worden met pasjes. De nadere uitwerking hiervan zal plaats vinden bij de uitwerking van de inrichting openbare ruimte, wat geen onderdeel uitmaakt van deze vergunning. Het laad- en losregime van de Hoofdstraat is tot 12.00 uur dit betekent dus niet dat er alleen nachtmogelijkheden overblijven voor de bevoorrading van Blokker ICIParisXL en Kruidvat. Hiervoor kunnen zij gezamenlijk tijden afspreken. Ook is er een mogelijkheid om elektronisch aan te geven of het laad- en loshof reeds bezet is.
Definitieve uitwerking volgt bij de uitwerking inrichting openbare ruimte wat geen onderdeel uitmaakt van deze vergunning.
Geen.
1.5
Volgens appellanten kunnen bewoners van appartementencomplex ‘Blanckenhoven’ en één nader genoemde andere bewoner overdag niet meer naar hun woning of de parkeergarage verlaten. Dit vinden appellanten onaanvaardbaar.
Voor de garage van het appartementencomplex Blanckenhove zullen de gebruikers van deze garage een mogelijkheid krijgen om de afsluiting van de Maarten Kruytstraat te laten zakken, zodat zij alsnog bij de garage kunnen komen (dit zal ook gelden voor de nader genoemde andere bewoner). Definitieve uitwerking volgt bij de uitwerking inrichting openbare ruimte, wat geen onderdeel uitmaakt van deze vergunning.
Geen.
1.6
Als de parkeergarage vol staat moeten automobilisten volgens appellanten doorrijden en op zoek gaan naar alternatieve parkeerplaatsen.
In dit bezwaar klinkt door dat de parkeergarage onvoldoende capaciteit zou hebben voor de bezoekers van de Vomar. Dat is niet het geval. De parkeergarage is met een ruime overcapaciteit ontworpen. De veronderstelling dat ook de parkeerplaatsen op het Jan Kroonsplein bezet zouden worden door klanten van de Vomar is dan ook ongegrond. Indien de parkeergarage van de Vomar, ondanks de passende parkeerbalans, vol zit, kan binnen Noordwijk aan Zee gezocht worden
Geen.
5
naar een alternatieve parkeerplek. De gemeente heeft hiervoor een dynamisch parkeerverwijssysteem. De gemeente heeft ook plannen om de parkeercapaciteit uit te breiden. Recentelijk heeft zij daarvoor twee percelen aan de andere kop van de Hoofdstraat aangekocht. Hier zijn tot 1 oktober 40 tijdelijke parkeerplaatsen beschikbaar. Vanaf uiterlijk 1 april 2022 zijn hier circa 150 parkeerplaatsen beschikbaar. 1.7
Appellanten stellen dat de bij de omgevingsvergunning gevoegde second opinion m.b.t. laden en lossen aan de Maarten Kruytstraat uit 2020 niet kan dienen als deugdelijke motivering dat er daarmee geen problemen ontstaan.
Zie de beantwoording onder 1.4
1.8
Appellanten wijzen op zeven knelpunten in de bevoorradingsroute.
De zeven knelpunten is het maximale aantal knelpunten in de bevoorradingsroute. Een mogelijke verandering is slechts aan de orde als de ontwikkeling van het Jan Kroonsplein ter hand wordt genomen. Vooralsnog neemt het aantal knelpunten in deze routes af (zie GRO pagina 47/48). De definitieve uitwerking volgt bij de uitwerking inrichting openbare ruimte, wat geen onderdeel uitmaakt van deze vergunning.
Geen.
1.9
Naar de mening van appellanten is er in de parkeerbalans er ten onrechte geen rekening gehouden met een maximale invulling van de supermarkt, dus een grote supermarkt (XL), maar alleen met een supermarkt in het hoge segment.
In de parkeerberekeningen is uitgegaan van de parkeernorm voor een supermarkt in het hoge segment. Een grote supermarkt is hier niet aan de orde. Een grote supermarkt (XL) kenmerkt zich door een (zeer) uitgebreid assortiment op een verkoopvloeroppervlakte groter dan 2.500 m2 WVO (zie: ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeercijfers naar parkeernormen’, CROW-publicatie 381, december 2018). De gebruikelijke verhouding WVO/BVO bedraagt ca 80%, 2.500 m2 WVO komt dus overeen met ca 3.125 m2 BVO; aanmerkelijk groter dan de maximale mogelijkheden binnen de omgevingsvergunning.
Geen.
1.10
Er is volgens appellanten een discrepantie tussen de oppervlaktes in de vergunning en parkeerbalans (2360/2350)
Appellanten gaan uit van andere cijfers dan in het plan is opgenomen. In de onderstaande tabel staan de verschillen:
Geen.
6
Versmarkt Supermarkt Subtotaal
Plan 552 1393 1945
Appellant 561 1394 1955
Verschil -9 -1 -10
Overige ruimte Totaal
405 2350
405 2360
0 -10
Voor ons is niet bekend wat de bron is voor de oppervlakten die aangegeven zijn door de appellanten. 1.11
De tijdelijke parkeerplaatsen moeten naar de mening van appellanten ook gecompenseerd worden.
Het uitgangspunt is dat er bij de start van de planvorming negen woningen stonden. Vooruitlopend op de verdere uitwerking van het plan, zijn deze woningen gesloopt en is er een tijdelijke parkeervoorziening gerealiseerd. Deze tijdelijke parkeerplaatsen zijn echter ingezet voor ‘centrumparkeren algemeen’. Het weer opheffen daarvan heeft dus invloed op het algemene parkeerbeleid en niet op de parkeerbalans van het bouwplan. De vergunning voor deze parkeerplaatsen was voor maximaal vijf jaar en was verlopen per 1 januari 2020. Intussen hebben de parkeerplaatsen ook geen functie als parkeerplaats meer.
Geen.
1.12
Appellanten betogen dat de parkeerdruk nu al te hoog is om de beoogde ontwikkeling toe te staan (hoger dan 85%) en verwijzen hierbij naar een rapport van hun deskundige (rapport DataCount).
Appellanten en Datacount betrekken bij hun beoordeling van de parkeerbalans van het bouwplan ten onrechte de algemene parkeerdruk in het centrumgebied van Noordwijk. De problematiek van de parkeerdruk in het centrum en het weer vervallen van de tijdelijke parkeerplaatsen bij het parkeerterrein Maarten Kruytstraat (ten gevolge van de sloop van negen woningen) staan los van de vraag of uitvoering van het bouwplan leidt tot een toename van de parkeerdruk. Omdat de parkeerbalans van het bouwplan sluit op het maatgevend moment (zaterdagmiddag) en op de andere momenten zelfs een overschot laat zien, kan worden geconcludeerd dat het bouwinitiatief geen (toename van) parkeerproblemen veroorzaakt (zoals Datacount stelt). Een analyse van de huidige parkeerbezettingen (zoals in het rapport van Datacount) is in dit verband irrelevant. Bij de bepaling van de parkeervraag moet onderscheid worden gemaakt tussen parkeerdek (‘doelgroepenparkeren’) en parkeergarage (‘openbaar parkeren’). De zaterdagmiddag en zondagmiddag roepen inderdaad de grootste parkeervraag voor het bouwplan op. Hierbij is het effect van parkeerders op de tijdelijke parkeerplaatsen niet relevant (hierin moet
Geen.
7
door de gemeente Noordwijk worden voorzien in haar beleidsplannen voor oplossen van de algemene parkeerproblematiek in het centrum van Noordwijk). Een conclusie dat door de ontwikkeling op zowel zaterdag als op zondag alleen maar meer druk zal ontstaan is dan ook ongefundeerd. De ontwikkeling laat een sluitende parkeerbalans zien. Dat betekent dat door de ontwikkeling de (inderdaad hoge) parkeerdruk niet toeneemt, maar op zaterdag gelijk blijft en op de overige dagen zelfs iets gunstiger wordt. 1.13
Appellanten zijn van mening dat een deel van de parkeerplaatsen op te grote loopafstand komt te liggen
Hier wordt voorbijgegaan aan de functie van de parkeervoorzieningen. Het parkeerterrein Maarten Kruytstraat vervult op dit moment een functie als parkeervoorziening van het centrumgebied. Deze -bestaande- parkeercapaciteit van 88 parkeerplaatsen wordt ten dele gecompenseerd door de parkeervoorzieningen Jan Kroonsplein en Haakgarage. Deze vervangende parkeerplaatsen liggen, evenals de Maarten Kruytstraat, binnen acceptabele loopafstanden van het primaire bezoekdoel van de parkeerders, nl. het centrumgebied, en kunnen daarmee dienen als compensatie.
Geen.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording gemeente
2.1
Volgens appellant is de kennisgeving voor het plan in het gemeenteblad van 11 mei jl. onjuist. Deze verwijst volgens appellant naar de oprichting van een ‘zoogkoeienstal’. Appellant stelt dat dit zodanig verwarrend is dat de ontwerpvergunning opnieuw ter inzage dient te worden gelegd en verwijst in dit kader naar art. 3:12, lid 1, Awb)
Een kennisgeving van de terinzagelegging is gepubliceerd in het lokale huis-aanhuis blad ‘De Noordwijker’, de Staatscourant en (digitaal) in het gemeenteblad. Helaas heeft in laatstgenoemde publicatie een verschrijving plaatsgevonden. In de publicatie is per abuis een extra zin toegevoegd die refereert naar een ‘zoogkoeienstal’. Echter, uit zowel de titel van de publicatie, alsmede in het vervolg van de publicatie blijkt duidelijk waar de tervisielegging op ziet, namelijk het plan Maarten Kruytstraat bevattende het bouwen van winkelruimten, 42 appartementen en een parkeergarage.
Gevolgen voor de omgevingsvergunning Geen.
2.2
Naar de mening van appellant is de in de regels opgenomen
Dit is juist. Om de parkeerbehoefte toch te kunnen salderen zal de voorwaardelijke verplichting in artikel 6.2.5 zo worden aangepast dat elke nieuwe
Appellant 2
De overeenkomst tussen de gemeente en Hoorne
8
voorwaardelijke verplichting onvoldoende. Deze is uitsluitend gericht op het beëindigen van de huidige Vomar, maar laat de mogelijkheid van een andere detailhandelsfunctie op grond van het vigerende bestemmingsplan open. Dit heeft gevolg voor de onderzoeken die zijn verricht ten behoeve van o.a. het parkeren, want met deze detailhandelsfunctie blijft ook een parkeerbehoefte die dus niet mag worden gesaldeerd met de parkeervraag.
detailhandelsvestiging op de locatie Bomstraat in ieder geval dient te voldoen aan de op dat moment geldende parkeernormen.
BV is aangevuld/gewijzigd. Hierin is nu een kettingbeding opgenomen met de volgende (gewijzigde) voorwaardelijke verplichting: “De nieuwe winkelruimte aan de Maarten Kruytstraat, die met het verlenen van de aangevraagde omgevingsvergunning mogelijk wordt gemaakt, mag niet eerder in gebruik worden genomen dan nadat het gebruik van de (huidige) locatie aan de Bomstraat 19 als supermarkt definitief is beëindigd. Deze locatie mag wel voor een andere functie in gebruik worden genomen (voor een andere functie dan supermarkt), maar pas indien en nadat ten behoeve van dat gebruik voldoende (overeenkomstig de dan geldende parkeernormen) nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd en kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan de op dat moment geldende parkeernormen. Tevens wordt als voorschrift in de vergunning opgenomen: De nieuwe winkelruimte aan de Maarten
9
Kruytstraat, die met het verlenen van de aangevraagde omgevingsvergunning mogelijk wordt gemaakt, mag niet eerder in gebruik worden genomen dan nadat het gebruik van de (huidige) locatie aan de Bomstraat 19 definitief is beëindigd, met dien verstande dat de nieuwe winkelruimte aan de Maarten Kruytstraat wel gebruikt mag blijven worden indien het pand aan de Bomstraat 19 zal worden gebruikt voor een andere functie dan een supermarktfunctie en mits wordt aangetoond dat voor dat gebruik voldoende (overeenkomstig de dan geldende parkeernormen) nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd en kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan de op dat moment geldende parkeernormen. 2.3
Het oordeel van de welstandscommissie dateert van 14 juli 2018 en de commissie heeft dus volgens appellant niet getoetst aan de meest recente ‘Welstandsnota Noordwijk 2019’
De welstandscommissie heeft het plan ook getoetst aan de Welstandsnota Noordwijk 2019 en heeft daarop op 10 juni 2021 het advies uit 2018 bekrachtigd.
Geen.
10
2.4
Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland moet bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling worden getoetst of deze ontwikkeling voldoet aan de voorwaarden ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit. Hier is in het plan volgens appellant geen aandacht aan besteed. In het plan is volgens appellant sprake van een wijziging op structuurniveau en op grond van artikel 6.9, lid1, onder b, is dat uitsluitend toegestaan als de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk blijft. Volgens appellant is dat hier niet duidelijk.
Appellant heeft gelijk dat artikel 6.9 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland niet in de ruimtelijke onderbouwing is opgenomen. Deze omissie wordt rechtgezet bij het nemen van het definitieve besluit. De ruimtelijke onderbouwing wordt op dit onderdeel aangepast. Anders dan appellant is het college van B&W van oordeel dat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling die past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en niet voorziet in een wijziging op structuurniveau en past binnen de aard en schaal van het gebied. De ontwikkeling behelst namelijk een gedeeltelijke verplaatsing van de detailhandelsruimte aan de Bomstraat naar de Maarten Kruytstraat. Binnen Noordwijk aan Zee vindt daarom een beperkte toename aan detailhandelsvolume plaats. Daarnaast passen de supermarkt en de woningen qua aard en schaal binnen de gemengde centrumomgeving van Noordwijk aan Zee, waar bijvoorbeeld in de nabijheid een hotel en andere winkelvestigingen aanwezig zijn.
De ruimtelijke onderbouwing zal worden aangevuld met een toets aan de relevante richtpunten aan de kwaliteitskaart voor het kader van inpassing.
Zoals eerder aangegeven, is naar het oordeel van het college van B&W sprake van inpassing i.p.v. aanpassing. Derhalve hoeft niet getoetst te worden aan artikel 6.9, eerste lid, onder b, van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. De ruimtelijke onderbouwing zal worden aangevuld met een toets aan artikel 6.9, eerste lid, onder a, en een toets aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart.
11
Appellant 3
Samenvatting zienswijze
Beantwoording gemeente
In de aanhef verwijst appellant naar een second opinion van het gerenommeerde adviesbureau Goudappel, dat concludeert dat de parkeerbehoefte aanmerkelijk hoger zou zijn, een onjuiste parkeernorm voor verswinkels zou zijn gehanteerd en ook het aantal aanwezige parkeerplaatsen te laag zou zijn.
De conclusies van Goudappel zijn onjuist cq. achterhaald. Volgens Goudappel zou sprake kunnen zijn van een grote supermarkt (met hogere parkeernorm). Dit is niet juist, zie de beantwoording onder 1.9.
3.2
Appellant zet vraagtekens bij de saldering van de wegvallende parkeerbehoefte van de op te heffen supermarkt tegen de parkeervraag van de Maarten Kruytstraat.
De vrijvallende parkeervraag (ca. 40 pp) in de parkeergarage Jan Kroonsplein door sluiting van de Vomar aldaar, vervult een rol in de parkeerbalans van het bouwplan M. Kruytstraat, die ook wordt gehandhaafd bij herontwikkeling op deze locatie. Bij herinvulling van de oude Vomar wordt voorzien dat daarbij ook de daarvoor benodigde parkeercapaciteit wordt gerealiseerd waarmee een sluitende parkeerbalans voor dat project wordt gerealiseerd.
Geen.
3.3
Appellant is van mening dat onderliggende rapporten verouderd/niet meer actueel/niet bruikbaar zijn.
De onderliggende rapporten zijn naar mening van het college van B&W nog wel actueel. De bodemrapporten zijn minder dan vijf jaar oud. Met uitzondering van het archeologische onderzoek wat ouder is maar waaraan niets is veranderd. De akoestische onderzoeken, de parkeerbalans en de onderzoeken voor ecologie en stikstof zijn geactualiseerd voor indiening van de vergunning. Het DPO stamt uit 2017. In de afgelopen periode is onderzoek gedaan t.b.v. een nieuwe horeca- en detailhandelsvisie waarbij de conclusie gelijk is gebleven. Geohydrologisch onderzoek en de effecten op de grondwaterstand worden halfjaarlijks gemonitord en blijven in lijn met de eerdere onderzoeken deze onderzoeken behoeven hierdoor geen actualisatie. De bezonningstudie en de second opinion Laden en Lossen zijn
Geen.
3.1
Gevolgen voor de omgevingsvergunning Geen.
De parkeernorm voor de verswinkels is in de recente parkeerbalans aangepast. Bij de bepaling van de aanwezige parkeercapaciteit telt Goudappel de tijdelijke parkeerplaatsen mee. Dit is niet correct: zie hiervoor de beantwoording onder 1.11. Hierdoor is appellant voor zijn zienswijze op het verkeerde been gezet, zowel ten aanzien van parkeerbehoefte als de (re-)locatie van parkeercapaciteit.
12
niet geactualiseerd daar het bouwplan op deze onderdelen, behoudens een translucent privacyscherm, niet is gewijzigd. Ook het stedenbouwkundige uitgangspunt uit 2013 is niet opnieuw vastgesteld. De welstandscommissie heeft het plan recentelijk, op 10 juni 2021, opnieuw getoetst en daarop op het advies uit 2018 bekrachtigd.
Appellant 4
4.1
Samenvatting zienswijze
Beantwoording gemeente
Volgens appellant bestaat er in Noordwijk geen behoefte aan een grotere Vomarsupermarkt dan de huidige.
Om de behoefte aan te tonen is op de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Hieruit volgt dat op de locatie aan de Maarten Kruytstraat uitbreiding kan plaatsvinden van de supermarkt met versmarkt, omdat het gaat om een kwaliteitsverbetering voor de te verplaatsen supermarkt en het verbeteren van de beleving in het winkelgebied in Noordwijk aan Zee door het toevoegen van een versmarkt. Hierdoor wordt het functioneren van het winkelaanbod van Noordwijk aan Zee verbeterd. Op basis van het DPO en het provinciaal detailhandelsbeleid kan geconcludeerd worden dat er voldoende behoefte is aan een uitbreiding van het supermarktbestand in Noordwijk aan Zee om haar positie als hoofdwinkelgebied binnen de gemeente te behouden. De verplaatsing en de vestiging van een supermarkt en verswinkels uit het omliggende gebied naar de versgroep op de projectlocatie is daarmee
Gevolgen voor de omgevingsvergunning Geen.
in lijn. Anders dan appellant aangeeft is de gemeente van oordeel dat er sprake is van een behoefte aan de Vomar-supermarkt op de locatie.
4.2
De ruimtelijke onderbouwing toont onvoldoende aan dat de afwijking van het bestemmingsplan niet in strijd is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.
In de ruimtelijke onderbouwing is getoetst aan beleids-, ruimtelijke en milieutechnische aspecten. De onderbouwing past hierin de wettelijke kaders, maar ook jurisprudentie toe. Met onderliggende onderzoeken als bijlagen is naar het oordeel van het college van B&W voldoende aangetoond dat er sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Geen.
13
Appellant geeft daarnaast in de zienswijze niet aan op welke aspecten de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende is om een goede ruimtelijke ordening aan te tonen. Derhalve kan het college van B&W hier ook niet nader op ingaan. 4.3
Het bijbehorende archeologisch onderzoek uit 17 januari 2007 stelt dat er archeologische risico’s aan de locatie kleven. Naar de mening van appellant zijn die risico’s onvoldoende onderzocht.
In het gebied rond de projectlocatie zijn verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd door het archeologisch onderzoeksbureau Becker & Van de Graaf in opdracht van de gemeente Noordwijk.
Geen.
4.4
Volgens appellant geven de beperkte notulen van de commissie welstand geen blijk van een weloverwogen oordeel en advies over het project.
Het bouwplan is voorgelegd aan de welstandscommissie. Zij hebben de gemeente Noordwijk van advies voorzien. Het bouwplan is getoetst aan het geldend welstandbeleid en is in lijn met dit beleid. Appellant heeft ook geen ander onderzoek overlegd waaruit een andere conclusie blijkt.
Geen.
4.5
Appellant is er niet van overtuigd dat er wordt voldaan aan de wettelijke eisen zoals die worden gesteld in de akoestische onderzoeken van bureau IDDS. Naar zijn mening zal door de toenemende drukte de geluidsbelasting hoger liggen.
Op basis van de Wet geluidhinder zullen geluidsgevoelige objecten van gezoneerde wegen onderzocht moeten worden. Daarnaast dient op basis van het Activiteitenbesluit te worden bepaald wat de te verwachten geluidbelasting ter plaatse van de omliggende woningen (nieuw en bestaand) is. IDDS heeft hiervoor verschillende akoestische onderzoeken uitgevoerd en deze zijn als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing gevoegd. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform en getoetst aan de wettelijke eisen uit de Wet Geluidhinder en het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Geen.
In het plangebied aan de Maarten Kruytstraat/Gasthuissteeg in Noordwijk geldt een lage archeologische verwachting op het aantreffen van archeologische resten vanaf het Neolithicum tot in de Nieuwe Tijd. Deze verwachting is hoofdzakelijk gebaseerd op de verstoringen van het bodemprofiel, die reiken tot een diepte van maximaal 210 cm beneden maaiveld.
Uit de onderzoeken volgt dat de berekende verkeersgeluidbelastingen van De Grent, Huis er Duinstraat, Oude Zeeweg en Parallel Boulevard voldoen
14
aan de voorkeursgrenswaarde. De berekende geluidbelasting gevolge van de Abraham van Royenstraat is in het kader van goede ruimtelijke ordening toelaatbaar. Het aspect geluid staat de geplande herstructurering van bedrijvigheid naar woningbouw niet in de weg. Het aanvragen van een hogere waarde is niet noodzakelijk. Daarnaast blijkt dat de berekende geluidniveaus ter plaatse van de bestaande woningen voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit. Ter plaatse van de nieuw te realiseren woonbestemmingen wordt in de nachtperiode voldaan. In de dag- en avondperiode worden de eisen voor langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus overschreden. Met aanvullende maatregelen in de vorm van horizontaal geplaatste (glazen) schermen als afscherming van het geluid van rijdende voertuigen op de op- en afrit van de parkeergarage naar de bovenliggende woningen kan aan de eisen uit het Activiteitenbesluit worden voldaan. Het stellen van maatwerkvoorschriften is niet noodzakelijk. Voor de ontwikkeling zijn al verschillende maatregelen getroffen zoals de inzet van stille voertuigen en het realiseren van een geluidscherm om de installaties. Om overlast te beperken zijn maatregelen geadviseerd welke de woonkwaliteit garanderen. De gemeente is van oordeel dat de akoestische situatie voldoende is onderzocht en voldoet aan de wettelijke normen.
4.6
Naar de mening van appellant zijn alle uitgevoerde milieukundige onderzoeken, zoals o.a. het bodem-, stikstof- en het asbestonderzoek, ontoereikend om een sluitend oordeel over het project te kunnen geven. Appellant vraagt zich af of de eraan ten grondslag liggende maatstaven niet verouderd zijn.
De gemeente is van oordeel dat de onderzoeken wél sluitend en toereikend genoegd zijn om te concluderen dat de ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Dit oordeel is ook bevestigd door bestuurlijke vooroverlegpartners, zoals de Omgevingsdienst WestHolland. De onderzoeken zijn nog geldig conform de wettelijke termijnen.
Geen.
15
4.7
Volgens appellant is het plan in strijd met meerdere onderdelen van het gemeentelijk en provinciaal ruimtelijk beleid.
Het plan is getoetst aan meerdere beleidsregels van zowel het Rijk, de provincie Zuid-Holland als de gemeente Noordwijk. Het plan is, anders dan appellant beweert, in lijn met het ruimtelijk beleid. De gemeente kan niet toetsen welk beleid appellant strijdig acht met de ontwikkeling en kan derhalve hier ook niet nader op reageren. Ten aanzien van het provinciaal beleid wordt, naar aanleiding van een zienswijze van een andere appellant, een aanvulling gedaan in de ruimtelijke onderbouwing. Zie hiervoor het antwoord op 2.4.
Geen.
16
Appellanten 5
5.1
Samenvatting zienswijze
Beantwoording gemeente
Deze zienswijze is voor een groot deel gelijkluidend aan de zienswijze van appellanten 1.
Zie de beantwoording onder 1.4 t/m 1.13.
Gevolgen voor de omgevingsvergunning
Appellant 6
6.1
Samenvatting zienswijze
Beantwoording gemeente
Deze zienswijze is voor een groot deel gelijkluidend aan de zienswijze van appellanten 1.
Zie de beantwoording onder 1.4 t/m 1.13.
Gevolgen voor de omgevingsvergunning
17