Bijlage Nota van beantwoording zienswijzen
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan ‘Middengebied - Landschapspark’
12 oktober 2021
1
Inhoud 1. 2.
Inleiding Beantwoording zienswijzen
3 4
2
1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Middengebied – Landschapspark’ en de daarbij behorende stukken heeft met ingang van 2 juni tot en met 6 juli 2021 ter inzage gelegen en vervolgens, omdat dit een week minder bleek dan de wettelijk voorgeschreven termijn, vanaf 22 september tot en met 28 september 2021. Binnen deze termijn van zes weken kon een ieder zijn/haar zienswijze schriftelijk of mondeling kenbaar maken. Gedurende bovengenoemde termijn zijn er vier zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ontvangen en zijn derhalve ontvankelijk. In hoofdstuk twee zijn de zienswijzen samengevat en beantwoord met daarbij de eventuele gevolgen voor de omgevingsvergunning.
3
2. Beantwoording zienswijzen De ingediende reacties zijn per appellant(en) samengevat (kolom 2) en voorzien van een beantwoording (kolom 3). Elke beantwoording van een zienswijze eindigt met een conclusie (kolom 4) waarin inzichtelijk wordt gemaakt in hoeverre hetgeen naar voren is gebracht aanleiding geeft tot aanpassing van welk onderdeel van de omgevingsvergunning. De zienswijzen zijn geanonimiseerd. Appellant 1 Samenvatting zienswijze
Beantwoording gemeente
1.1
Het plan sluit volgens appellant niet aan bij de bewering in de toelichting dat het de gebruiks- en belevingswaarde van het gebied wordt versterkt en dat het ‘de landschappelijke en groenblauwe kwaliteit van de omgeving zal versterken’. Het sluit derhalve niet aan bij de uitgangspunten van de Regionale Structuurvisie 2020 van Holland Rijnland.
De Regionale Structuurvisie 2020 van Holland Rijnland bevat algemene kernbeslissingen voor ontwikkelingen in de regio. Het plan is niet in strijd met de kernbeslissing ‘groen-blauwe kwaliteit staat centraal’. Het bestaande groen en water is als onderlegger gebruikt voor het ontwerp van het landschapspark. Met de realisatie van het landschapspark wordt de recreatieve bereikbaarheid van het landschap versterkt. Het landschapspark wordt ontwikkeld als groene zone met natuur- en landschappelijke waarden. Het behoud van een aantal duidelijke zichtlijnen en landschappelijke open vensters richting de bollengebieden is daarbij essentieel. Het gebied bevindt zich nabij het Dompad en de Oude Begraafplaats; twee belangrijke cultuurhistorische elementen die als herkenningspunten in de zichtlijnen komen. Het bollengebied blijft behouden, evenals de steilrand, die een belangrijke overgang moet blijven tussen het hogere duingebied en het lager gelegen open middengebied. Het realiseren van een landschapspark en speeleiland versterkt de landschappelijke en groenblauwe kwaliteit van de omgeving.
1.2
Appellant stelt dat het plan is in strijd met de Omgevingsvisie van de provincie, omdat de provincie de natuurlijke kwaliteit wil behouden; dat wil zeggen de combinatie van de steilrand en het achterliggende agrarisch gebied en niet, zoals in het plan, alleen de steilrand met het bos.
Met de ontwikkeling van het Landschapspark en het speeleiland ontstaat er een recreatief landschap met behoud van landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten. Door het landschapspark een natuurlijke uitstraling te geven en de relatie met het bollengebied in het achterland te behouden, door onder andere de scherpe overgang van natuurlijke duinen naar bollengebied in stand te houden, wordt dit benadrukt. De kwaliteit en herkenbaarheid van het bollenlandschap blijft met de ontwikkeling van het landschapspark behouden doordat de openheid behouden blijft en daarmee het zicht op de aangelegen bollenvelden. Met het plan wordt de steilrand met het bos behouden. Dit sluit aan bij de richtpunten van de kaartlaag ‘laag van de cultuur- en natuurlandschappen’ voor het duinlandschap. De van oorsprong agrarische gronden krijgen een meer open karakter, bestaande uit een grasweide die afgeschermd wordt met bomen en hagen. Dit dient
Gevolgen voor het bestemmingsplan Geen.
Geen.
4
1.3
Het plan is in strijd met de Omgevingsverordening Zuid Holland, omdat volgens appellant de ruimtelijke ontwikkeling niet past binnen de bestaande gebiedsidentiteit.
1.4
De aantasting van het gebied is ook totaal onnodig, omdat volgens appellant in Noordwijk al talrijke vergelijkbare voorzieningen, ook dichtbij, aanwezig zijn, zoals het strand, sportvelden en de Bootcamp Noordwijk, 370 m verderop.
beschouwd te worden als een versterking van de landschappelijke structuur, als tegenhanger van de verstedelijking die de afgelopen jaren in de omgeving heeft plaatsgevonden. Bovendien is de planlocatie op de kaartlaag ‘laag van de beleving’ deels als recreatiegebied aangewezen. De bestemmingsvlakken ‘Groen’ en ‘Recreatie’ liggen binnen in het recreatiegebied. Het plan is hier een uitwerking van. De karakteristieke steilrand blijft nadrukkelijk behouden. Met dat doel is hier de relatief zware bestemming ‘Natuur’ op gelegd. De gebiedsidentiteit is de aard of karakteristiek van een gebied die is ontstaan in de loop der jaren. De afgelopen jaren heeft in de omgeving verstedelijking plaatsgevonden, wat van invloed is geweest op de gebiedsidentiteit. De planlocatie vormt de overgang tussen Noordwijk aan zee en de onbebouwde gronden tussen Noordwijk aan zee en Noordwijk-Binnen. De beoogde ontwikkeling ondersteunt de bestaande landschapsstructuren en is daarmee gebiedseigen. Omdat het landschapspark past bij de aard en karakteristiek van het gebied, wordt dit als passend bij de gebiedsidentiteit beschouwd. Het plan heeft een positieve invloed op de kenmerken en waarden van het recreatiegebied. Met de aanleg van het park kan het gebruik van de gronden meer in overeenstemming worden gebracht met een recreatiegebied.
Op 20 april 2005 is er een visie voor het gehele Middengebied vastgesteld. Deze structuurvisie is inmiddels vervangen door de Omgevingsvisie Noordwijk 2030, waarin de inhoud en strekking is overgenomen. De visie is een waardevolle en toevoegende invulling van het gebied, om door die toegevoegde waarde, de geleidelijke en sluipenderwijs verstedelijking te voorkomen. Die visie houdt een mix in van o.a. recreatieve elementen, woningbouw, opwaarderen van bollengrond en creëren van recreatieve routes. De afgelopen jaren zijn er diverse projecten uitgevoerd. Nu is het landschapspark met het speeleiland aan de beurt.
Geen.
Geen.
Daarnaast ligt er vanuit de gemeenteraad de wens voor meer en een grotere diversiteit aan speelplekken in Noordwijk. Dit is van belang zodat de kinderen zich kunnen blijven ontwikkelen zowel lichamelijk als in hun creatieve speelmogelijkheden. Een natuurlijk speeleiland met een diversiteit aan elementen draagt hier aan bij. Daarnaast is dit speeleiland mede ontworpen door en voor kinderen, waarbij er gekeken is naar toestellen die ook een meerwaarde hebben voor kinderen met een beperking. De gemeenteraad heeft aangegeven om ook de kinderen te willen betrekken bij de ontwikkeling van het speeleiland. Daar heeft de
5
gemeente gehoor aan gegeven door middel van een kindermeedenkmiddag. Daaruit bleek dat er groot enthousiasme was van ouders en kinderen voor een speelplek. Binnen de wijk zijn er geen kleine speelplekjes, maar wordt het spelen geconcentreerd in één gebied, namelijk op het speeleiland. Juist voor de kinderen uit Duineveld, een wijk met gezinnen met jonge kinderen, is een dergelijke voorziening wenselijk. Door kinderen een speelvoorziening aan te bieden wordt verveling en eventueel vandalisme voorkomen. De aanwezigheid van een park zorgt voor een verbeterde leefomgeving en stimuleert omwonenden om naar buiten te gaan. Door middel van informatiepanelen worden bezoekers geïnformeerd over de historische en nieuwe situatie op het gebied van milieu en natuur. 1.5
Volgens appellant is niet volledig voldaan aan de publicatieplicht, omdat er geen afschrift ter inzage is gelegd van de overeenkomst in kader van bollengrondcompensatie.
Er is een overeenkomst gesloten inzake de bollengrondcompensatie, maar het is in ruimtelijke zin geen cruciale bijlage voor de uitvoering van het plan en derhalve is het niet verplicht om deze ter inzage te leggen.
Geen.
1.6
Het plan is in strijd met de Omgevingsvisie Noordwijk 2030, omdat volgens appellant de doelstelling om de overgang te bewaren tussen de steilrand en het open middengebied niet strookt met de aanleg van een pretpark met een gecultiveerd stukje groen in een historisch landschap.
Geen.
1.7
Appellant vreest dat, in tegenstelling tot wat in het plan wordt beweerd, meer bezoekers met de
De ontwikkeling van het landschapspark met speeleiland in het Middengebied is opgenomen in de Omgevingsvisie Noordwijk 2030. In tegenstelling tot wat appellant stelt, beschouwen we het landschapspark wel als een passende overgang tussen de steilrand en het middengebied. De bestaande landschappelijke waarden zijn als onderlegger gebruikt voor het ontwerp van het landschapspark. We herkennen ons niet in de beschrijving van het landschapspark door appellanten. Met de ontwikkeling van het landschapspark wordt de aanwezige steilrand, ontstaan door het afgraven van de duinen voor de bollenvelden, beter beleefbaar. Het beleid is behoud en waar mogelijk zichtbaar maken van deze steilrand. Deze steilrand (duinrand) verbindt twee belangrijke Natura 2000-duingebieden en zou zeer goed kunnen dienen als ecologische verbindingszone. Het doel van de realisatie van het landschapspark is het versterken van de ecologische verbinding met als doel het verhogen van de diversiteit en biomassa (biodiversiteit) van de lokale insectenpopulaties met eventueel kleine zoogdieren. Bij de inrichting van het landschapspark en het speeleiland wordt aan de ruimtelijke structuur van het landschap veel aandacht besteed, zodat landschapskarakteristieken in stand blijven en zo mogelijk versterkt. Door middel van landelijke richtlijnen parkeerkencijfers wordt de te verwachten parkeerbehoefte bepaald.
Dat is een gebruikelijke werkwijze
Geen.
6
auto naar het landschapspark zullen komen, i.p.v. te voet of met de fiets, waardoor de verkeersintensiteit en parkeerdruk zullen toenemen. Er ontbreekt een onderbouwing van die bewering.
om te bepalen of bij een ontwikkeling sprake is van voldoende parkeercapaciteit.. Daarnaast wordt bevorderd om op de fiets of lopend naar het landschapspark te komen. Er wordt hiertoe voorzien in voldoende fietsstallingsruimte. (zie ook 1.8)
1.8
Volgens appellant is voor de berekening van het aantal voertuigbewegingen voor het speeleiland ten onrechte aangesloten bij die van een kinderboerderij, want die is niet vergelijkbaar. Het aantal voertuigbewegingen zal hoger liggen dan de berekende 24 per etmaal. Hierbij dient ook in aanmerking te worden genomen dat het gebied deel uitmaakt van een zone met een hoge autoafhankelijkheid. Appellant verwijst hierbij naar de Nota parkeren 2020.
1.9
Het plan gaat er volgens appellant vermoedelijk vanuit dat ouders hun kinderen aan het einde van de Nieuwe Zeeweg aan de rand van het plangebied zullen afzetten en later weer ophalen, omdat er geen parkeerplaatsen binnen het plangebied worden gerealiseerd. Zij vragen zich af hoe het staat met de verkeersveiligheid op de Nieuwe Zeeweg wanneer ouders hun kinderen afzetten en, indien ouders hun (kleine) kinderen willen vergezellen, waar zij moeten parkeren. Het gevaar bestaat volgens appellant dat bezoekers in dat geval zullen uitwijken naar het Breloftpark.
1.10
Er is ten onrechte niet getoetst aan de per 25 december 2020 vastgestelde Nota parkeernormen, omdat volgens appellant het Paraplu Bestemmingsplan ‘Parkeren’ het parkeerbeleid zou moeten volgen.
In de landelijke richtlijnen staat niet een specifieke functie opgenomen die betrekking heeft op een landschapspark met speeleiland. Bij de aanleg van een park wordt normaal gesproken geen parkeerbalans opgesteld. Gezien de omvang van het speeleiland dat een wijk overschrijdende functie krijgt, is hiervoor echter wel gekeken naar de parkeerbehoefte. Een norm voor een openbare speelgelegenheid staat niet in de richtlijnen opgenomen. In dat geval wordt aangesloten bij een functie die het meest vergelijkbaar is met de te verwachten parkeerbehoefte. Dat is voor het speeleiland de functie kinderboerderij, die ook een lokale maar wijk overschrijdende doelgroep heeft. Het landschapspark met speeleiland is centraal gelegen in Noordwijk en heeft de eigen inwoners als voornaamste doelgroep. Deze doelgroep woont binnen een goede loop- en fietsafstand van het landschapspark, ook voor kinderen. Er is geen sprake van een hoge autoafhankelijkheid. De locatie bevindt zicht binnen de bebouwde kom en is daardoor op de fiets en te voet makkelijker te bereiken Nee, dat is een onjuiste aanname. Het betreft een park waar het niet gewenst is dat er gemotoriseerd verkeer inrijdt. Daarbij stimuleert dit direct het gebruik van de fiets. Het is niet waarschijnlijk dat voertuigen langs de Nieuwe Zeeweg stil houden om kinderen uit te laten stappen.
Mogelijk dat ouders wel bij het parkeerterrein bij het zwembad oprijden, een kind uit laten stappen en dan doorrijden. Dit zal naar verwachting niet tot onveilige verkeerssituaties zorgen. Het landschapspark heeft als doelgroep de lokale bewoners. De beschikbare parkeergelegenheid is gelegen aan de zijde Nieuwe Zeeweg. De loopafstand vanaf het Breloftpark naar het speeleiland is groter dan aan de zijde Nieuwe Zeeweg. Daarbij is de beschikbaarheid van parkeerplaatsen in Breloftpark beperkt. De verwachting is daarom dat bezoekers met de auto aan de zijde Nieuwe Zeeweg een parkeerplaats zullen zoeken en niet aan de zijde Breloftpark. Het plan maakt gebruik van de overgangsregeling voor lopende aanvragen en projecten in paragraaf 2.2 van de Nota parkeernormen Noordwijk 2020. Op die grond mag gebruik worden gemaakt van de Nota parkeren en stallen Noordwijk 2013.
Geen.
Geen.
Geen.
7
1.11
Omdat de Nota parkeren en stallen uit 2013, waarnaar in het plan wordt verwezen, geen toepasbare parkeernormen voor het plangebied bevat, is men volgens appellant van een volstrekt niet onderbouwde 24 voertuigenbewegingen per etmaal uitgegaan en een op grond daarvan berekende behoefte van negen parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen zouden dat in de nabije omgeving kunnen worden gevonden, zoals bij het zwembad of de Noordwijkse Hockeyclub. Waar dat op is gebaseerd wordt in het plan niet onderbouwd.
In de richtlijnen staat niet een specifieke functie opgenomen die betrekking heeft op een landschapspark met speeleiland. Bij de aanleg van een park wordt normaal gesproken ook geen parkeerbalans opgesteld of de verkeer aantrekkende werking bepaald. Gezien de omvang van het speeleiland, dat een wijk overschrijdende functie krijgt, is dit wel berekend met behulp van landelijke richtlijnen. Dat resulteert in 24 voertuigbewegingen per etmaal. De parkeerplaatsen in de omgeving van het zwembad en sportpark zijn openbaar toegankelijk en kunnen ook voor het speeleiland worden gebruikt
Geen.
1.12
Het plan gaat voor de berekening van het aantal de voertuigbewegingen uit van een onjuiste berekeningsmethode die ook nog eens onjuist word voorgesteld. Volgens appellant wordt het aantal verkeersbewegingen van de in het plan gehanteerde norm van de kinderboerderij te laag geschat, omdat de gehanteerde CROW-norm uitgaat van het aantal voertuigbewegingen per 100 m2 bruto vloeroppervlak (bvo). Rekening houden met het oppervlak van het speeleiland van ca. 7.000 m2, betekent dat ca. 1.575 voertuigenbewegingen en niet 22,5, zijnde het aantal voertuigbewegingen voor de gehele kinderboerderij. Bovendien gaat de gehanteerde vergelijking volgens appellant met de kinderboerderij mank, omdat er in de gehanteerde CROW-publicatie uit wordt gegaan van een overdekte kinderboerderij, omdat er met vloeroppervlak wordt gerekend. Volgens appellant dient er daarom aansluiting te worden gezocht bij de normen voor een niet-overdekte bestemming, zoals een sportveld of golfbaan. Appellanten komt in hun berekeningen uit op een behoefte van 19 parkeerplaatsen voor het speeleiland alleen al.
De norm voor een kinderboerderij is ‘per kinderboerderij’ en niet ‘per 100 m2’. Daarbij betreft het ook niet alleen het overdekte gedeelte, maar de totale functie ‘kinderboerderij’ dus ook de buitenruimte. De parkeernorm is daarmee conform de richtlijnen toegepast. Daarbij staat in de richtlijnen specifiek bij deze functie opgemerkt dat de parkeerkencijfers voor deze functie globale kencijfers betreffen op basis waarvan de berekening in paragraaf 4.4 ‘Verkeer en parkeren’ tot stand is gekomen. Een functie als ‘sportveld’ is niet van toepassing, omdat hierbij sprake is van groepstijden, zoals trainingen en wedstrijden, in tegenstelling tot een park en speeltuin waar bezoekers gespreid op een hun geschikt moment heen gaan. Er is sprake van meer spreiding. Een golfbaan heeft een parkeernorm per 18 holes-baan en is derhalve ook niet vergelijkbaar met een speeltuin. Ook de gebruiker van een golfbaan is niet gelijk aan die van een bezoeker aan een park. Bovendien is de autoafhankelijkheid van een golfer groter aangezien deze activiteit meer en groter materiaal met zich meebrengt.
Geen.
1.13
Volgens appellant wordt er in strijd met het parkeerbeleid in parkeerzone C gehandeld, omdat er aanspraak wordt gemaakt op restcapaciteit elders, bij andere voorzieningen.
Er wordt geen gebruik gemaakt van parkeerzone C. Het betreft echter een locatie binnen de bebouwde kom van Noordwijk. Binnen de nota parkeernormen bestaat de mogelijkheid om gebruik te maken van parkeercapaciteit in de directe omgeving van de voorziening.
Geen.
8
Echter deze restcapaciteit is reeds gekoppeld aan de vergunningverlening voor die betreffende voorzieningen. Ook is er geen parkeeronderzoek waaruit deze restcapaciteit kan blijken. 1.14
In tegenstelling tot wat er in het plan wordt beweerd, is de beoogde ontwikkeling volgens appellant wel een gevoelige bestemming in het kader van de Wet geluidhinder, omdat er ten onrechte geen rekening is gehouden met het effect van het geluid van spelende kinderen op de gevels en tuinen van de omliggende woningen.
1.15
Appellant is er bang voor dat het gebied een hangplek wordt voor jongeren.
1.16
Realisatie van het plan is niet economisch uitvoerbaar, omdat het zoveel kost dat appellant zich afvragen hoe dit ooit uit de grondexploitatie kan worden voldaan. Dat geld zou op een veel nuttiger wijze binnen de gemeente kunnen worden ingezet.
Het betreft geen parkeercapaciteit die gekoppeld is aan de vergunning van het sportpark, maar extra parkeercapaciteit die is aangelegd in reactie op het vervallen van tijdelijke parkeerruimte i.v.m. de aanleg van de wijk Duineveld. Omdat het om een uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen gaat is er geen parkeeronderzoek uitgevoerd. Conform artikel 1 van de Wet geluidhinder is het landschapspark geen geluidgevoelig object. In artikel 4.2.4 van de toelichting is desondanks ingegaan op milieubelastende activiteiten in de omgeving die tot hinder en/of gevaar kunnen leiden. Op basis hiervan worden hinder en gevaar uitgesloten. Net als de appellanten lijken te bedoelen, zijn we van mening dat het speeleiland in beginsel van invloed kán zijn op het woon- en leefklimaat ter plaatse van gevoelige bestemmingen in de omgeving. Aan de hand van de richtafstanden voor vergelijkbare activiteiten uit de VNGpublicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’, waaraan voor de woningen in de omgeving wordt voldaan, wordt geconcludeerd dat er sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. Ter voorkoming van overlast van jongeren wordt er geen verlichting aangebracht en is het park niet toegankelijk tussen zonsondergang en opgang. Ook is met het ontwerp via zichtlijnen hier rekening mee gehouden.
Er is een krediet beschikbaar gesteld door de gemeenteraad voor de ontwikkeling van het landschapspark met speeleiland.
Geen.
Geen.
Geen.
Appellanten 2
2.1
Samenvatting zienswijze
Beantwoording gemeente
Hoewel appellanten positief staan tegenover het voorliggende plan willen zij om geluidsoverlast voor de bewoners van het Duynhuis/Zeehuys te voorkomen voorstellen om de geplande brug in het speeleiland te combineren met de geplande dam ter plaatse van de fietsenstalling, waardoor het pad naar de fietsenstalling kan worden verplaatst met een bruggetje over het water. De
Appellanten verwijzen naar de inrichtings- en uitvoeringsaspecten van het plan. Hiervoor is een apart participatietraject doorlopen. Deze zienswijze is derhalve niet relevant voor het onderhavige plan. Het voorliggende plan handelt over de bestemmingen die de inrichting en uitvoering mogelijk maken.
Gevolgen voor het bestemmingsplan Geen.
Om appellanten tegemoet te komen, geven wij nog een korte toelichting op ons standpunt over de inrichtingsaspecten waar appellanten op doelen.
9
opstelplaats voor de brandweer kan dan worden gecombineerd met de fietsenstalling. Volgens appellanten is dit goedkoper en ecologisch meer verantwoord, omdat de rietkraag daardoor behouden blijft. Een eerdere afwijzing van dit voorstel door het college in zijn antwoord hierop van 16 juni jl. vinden appellanten achterhaald, omdat het plan naar aanleiding van de inspraakronde is gewijzigd. Ook het argument van het college in die brief dat er een opeenhoping van functies ontstaat die ruimtelijk met elkaar botsen wordt volgens appellant niet onderbouwd.
2.2
Volgens appellanten gaat de vergelijking van het speeleiland met een kinderboerderij niet op voor wat betreft de verkeersdrukte. Die vergelijking is niet onderbouwd.
Bij de totstandkoming van het ontwerp van het landschapspark met speeleiland is rekening gehouden met de uitgangspunten voor het ontwerp en is er integraal nagedacht over de structuur en ligging van paden. Ook de ligging van functies is zorgvuldig afgewogen vanuit verschillende disciplines zoals ecologie, hydrologie, veiligheid en beheerbaarheid. Het verplaatsen van het pad en het combineren van de brandweeropstelplaats met de fietsenstalling zorgt voor een ophoping van functies die qua ruimte met elkaar botsen. Voor de brandweer moet men rekening houden met een ruimtelijk beslag in verband met draaicirkels van het voertuig. Het combineren van de dam met de entree is op grond van de volgende uitgangspunten bij het ontwerp niet mogelijk: • Het Speeleiland heeft één entree, bestaande uit een toegangsbrug met natuurlijke uitstraling en welke toegankelijk is voor onderhoudsvoertuigen. • Het Speeleiland is openbaar toegankelijk voor voetgangers, waaronder mindervaliden, rollators en kinderwagens. De dam als enige entree voldoet derhalve niet aan de uitgangspunten. Daarnaast betreft de dam een nieuwe stuw en is daarmee functioneel en kan dus niet uit het ontwerp worden verwijderd. Zie hiervoor de beantwoording onder 1.12.
Appellant 3 3.1
Appellant maakt zich zorgen over de verkeersen parkeerdrukte bij de geplande ontsluiting van het speeleiland via de Charlotte van Palllandtstraat en voorziet gevaar voor spelende en fietsende kinderen. De parkeerdruk is namelijk sterk toegenomen sinds de heropening van zwembad, hockey en Njoy. Ook winkelend publiek maakt gebruik van de gratis parkeerplaatsen. Appellant verwijst naar de gedane Fixi-meldingen. Appellant ziet graag de ingang ten oosten van het zwembad dan wel betaald parkeren met een vergunningenstelsel.
Ten aanzien van de verkeers- en parkeerdrukte wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording onder 1.7.
Geen.
In de kadernota parkeren 2020 is het verzoek van bewoners van Duineveld opgenomen om parkeerregulering in te stellen. Hierbij is de afspraak gemaakt dat na de realisatie van de hele wijk een parkeerdrukmeting wordt gehouden.
10
Appellant 4. 4.1
Deze zienswijze is gelijkluidend aan de zienswijze van appellant 3.
Zie hiervoor de beantwoording onder 3.1.
11