CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE N. Voortoets stikstof

Gemeenteraadsvergadering 26 september 2024, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Afgevoerd van de agenda. Vaststellen bestemmingsplan Correctie Zeewaardig, fase 38.403 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 5 Voortoets stikstof

284

Bestemmingsplan "Correctie Zeewaardig, fase 3" (vastgesteld)

Ecologische voortoets stikstofdepositie Zeewaardig fase 3, Noordwijk

Ecologische voortoets stikstofdepositie Zeewaardig fase 3, Noordwijk

Rapport Ecologische voortoets stikstofdepositie

Locatie Kenmerk Datum

: : :

Zeewaardig fase 3, Noordwijk A5880-03/BHO/rap1.1 8 juli 2024

Auteur Vrijgave

: :

Mevr. B. van den Hoed MSc Mevr. Ir. J. van Kolck

Contactpersoon Email Telefoon

: : :

Mevr. B. van den Hoed MSc bvdhoed@idds.nl 06 - 82366909

Opdrachtgever

:

Gemeente Noordwijk Mevr. S. Damhuis

© IDDS b.v. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.

Inhoud 1.1 1.2 1.3

Inleiding ........................................................................................................................ 4 Aanleiding ...................................................................................................................... 4 Doel van het onderzoek ................................................................................................. 4 Leeswijzer ...................................................................................................................... 5

2.1 2.2 2.3

Relevante wet- en regelgeving ................................................................................... 6 Wet natuurbescherming ................................................................................................. 6 Wettelijk kader stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ........................................... 7 Porthos uitspraak ........................................................................................................... 8

3.1 3.2 3.3

Project en stikstofdepositie ........................................................................................ 9 Project ............................................................................................................................ 9 Uitgangspunten en resultaten stikstofberekeningen ...................................................... 9 Scope voor de ecologische voortoets stikstofdepositie ............................................... 11

4.1

Ecologische effecten van eenmalige en geringe depositietoenames .................. 12 Effecten van geringe en tijdelijke stikstofdeposities .................................................... 12

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

Effectbeoordeling Kennemerland-Zuid ................................................................... 14 Kennemerland-Zuid ..................................................................................................... 14 H2120 Witte duinen ..................................................................................................... 15 H2130A Grijze duinen (kalkrijk) ................................................................................... 17 H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos........................................................... 20 H2180C Duinbossen (binnenduinrand) ....................................................................... 23 Cumulatieve effecten ................................................................................................... 27 Conclusie .................................................................................................................... 29 Gebruikte literatuur .................................................................................................... 30 Bijlagen ....................................................................................................................... 31

Inleiding 1.1

Aanleiding

De gemeente Noordwijk is voornemens om aan de Olieburg/Parallel Boulevard te Noordwijk appartementen en een plint met commerciële functies te realiseren. In totaal worden 83 appartementen gerealiseerd en maximaal 1.290 m2 BVO aan commerciële functies. Het plangebied ligt in de nabijheid van het stikstofgevoelig Natura 2000-gebied ‘KennemerlandZuid’. Tijdens de aanlegfase in 2025 en 2026 vindt een tijdelijke verhoging plaats van stikstofemissies. Deze emissies zorgen voor een tijdelijke verhoging van de stikstofdepositie in het Natura 2000gebied Kennemerland-Zuid, zoals berekend in de stikstofrapportage met projectnummer ‘P04437’ van ‘Bro’, dit rapport is opgenomen als bijlage. Naar aanleiding van de recente Porthos uitspraak (ECLI:NL:RVS:2023:3129) is voor het aspect stikstof onderliggende ecologische voortoets opgesteld. In onderliggend rapport wordt dieper ingegaan op de berekende stikstofdepositie en wordt met behulp van objectieve gegevens onderzocht of de tijdelijke stikstofdepositie mogelijk significante gevolgen veroorzaakt op het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. 1.2

Doel van het onderzoek

Het doel van een ecologische voortoets stikstofdepositie is om vast te stellen of de stikstofemissies en hieruit volgende depositie de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied aantast, gelet op de betrokken habitattypen en leefgebied waarvoor het Natura 2000-gebied os aangewezen. Wanneer vaststaat dat de toename niet leidt tot een effect waarbij significante verslechtering plaatsvindt ten opzichte van de huidige situatie waarin de habitattypen en leefgebied zich bevinden, en het realiseren van de instandhoudingsdoelen (IHD) voor deze habitattypen en leefgebied niet belemmert, kan uitgesloten worden dat de depositietoename de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied aantast. Met behulp van de meest recente versie van de AERIUS Calculator versie 2023.2 is de depositietoename op Natura 2000-gebieden berekend. AERIUS Calculator berekent op basis van de ligging van het project, de emissiebronnen die worden ingezet en eventuele emissiebeperkende maatregelen het projecteffect. De resultaten van de stikstofberekening bepalen welke Natura 2000-gebieden, habitattypen en leefgebieden betrokken moeten worden bij de ecologische voortoets stikstofdepositie.

Hieruit is naar voren gekomen dat door de werkzaamheden in één Natura 2000-gebied een tijdelijke toename van de stikstofdepositie plaatsvindt welke hoger is dan de drempelwaarde van 0,00 mol N/ha/jaar, dit betreft Kennemerland-Zuid. In deze ecologische voortoets stikstofdepositie komen de volgende aspecten aan bod: • • •

•

Een beschrijving van het voorkomen en de kwaliteit van de habitattypen in Kennemerland-Zuid, die beïnvloed worden door de toename van de stikstofdepositie. Een algemene beschouwing over ecologische gevolgen naar aanleiding van eenmalige en geringe toenames van stikstof in al met stikstof overbelaste ecosystemen. Een gebiedsspecifieke beschrijving van de ecologische gevolgen in de gebieden waar met behulp van de AERIUS Calculator stikstofdepositie is berekend als gevolg van het planvoornemen. Een beoordeling of deze effecten kunnen leiden tot aantasting van de natuurlijke

• •

1.3

kenmerken van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Beoordeling of eventuele significante cumulatieve effecten optreden met andere projecten. Of op basis van bovenstaande een passende beoordeling en vergunning voor een Natura 2000-activiteit onder de Omgevingswet (Ow) nodig is. Leeswijzer

In Hoofdstuk 2 zijn de juridische kaders van de Omgevingswet en de recente jurisprudentie beschreven. In Hoofdstuk 3 is het planvoornemen beschreven en zijn de resultaten van de AERIUS Calculator versie 2023 opgenomen. De resultaten van deze berekening bepalen de scope voor de ecologische voortoets stikstofdepositie. In Hoofdstuk 4 zijn de ecologische gevolgen van de eenmalige en geringe toename van stikstof beschouwd. De gebied specifieke beoordeling van de ecologische gevolgen zijn besproken in Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 6. In Hoofdstuk 7 zijn de conclusies weergegeven. Dit document sluit af met de een overzicht van geraadpleegde bronnen (Hoofdstuk 8). In de Bijlagen zijn de reeds uitgevoerde stikstofberekening met projectnummer ‘P04437’ en de rekenresultaten van de AERIUScalculator met kenmerk ‘RmYbqP9SLZLL’ (rekenjaar 2025) en ‘RYNdN36WNF24’ (rekenjaar 2026) opgenomen.

Relevante wet- en regelgeving In dit hoofdstuk wordt het wettelijk kader omtrent stikstofdepositie, dat van toepassing is op Natura 2000-gebieden, behandeld. 2.1

Wet natuurbescherming

Algemeen De Wet natuurbescherming is in werking getreden op 1 januari 2017 en bevat de regels rondom bescherming van soorten en natuurgebieden. De wet geeft uitvoering aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Voor het aspect stikstof is de wetgeving rondom natuurgebieden relevant. De Wnb regelt de bescherming van natuurgebieden (Natura 2000) voor plannen en projecten. Voor projecten geldt onder de Wnb een vergunningplicht (art. 2.7 en 2.8) indien significante gevolgen optreden. Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/aangemeld als speciale beschermingszone. De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld die zorg moeten dragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’.

Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen, leefgebieden, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden centraal. Gedeputeerde staten zijn verplicht zorg te dragen voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen voor de in de provincie gelegen Natura 2000-gebieden en moeten – als daar aanleiding toe bestaat – passende maatregelen nemen om verslechtering van de kwaliteit van Natura 2000-gebieden te voorkomen. Daarnaast omvat de wet een beoordelingsplicht voor plannen en projecten die kunnen leiden tot (significante) verslechtering of significante verstoring van Natura 2000-gebieden. Voor projecten en andere handelingen geldt daartoe een vergunningplicht. Het is verboden zonder vergunning een project uit te voeren dat, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (art 2.7 lid 2).

Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met, of nodig is voor het beheer van een gebied, en dat afzonderlijk of in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied (in een voortoets) deze significante gevolgen niet op voorhand uitgesloten kunnen worden, is een vergunning nodig. De vergunning kan worden verleend nadat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art 2.7 lid 3 onder a en art 2.8 lid 1). Hiervan mag alleen worden afgeweken wanneer alternatieve oplossingen voor het project ontbreken en wanneer sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang. Bovendien moet voorafgaande aan het toestaan van een afwijking zeker zijn dat alle schade gecompenseerd wordt (de ADC-toets) (art 2.8 lid 4).

2.2

Wettelijk kader stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden

Sinds de invoering en toepassing van de Wnb en de artikelen 2.7 en 2.8, waarin de toestemmingsverlening voor plannen en projecten met mogelijk significante gevolgen is geregeld, is door middel van het ontstaan van jurisprudentie steeds duidelijker geworden wat de eisen en uitgangspunten zijn die worden gesteld aan een (stikstof gerelateerde) ecologische voortoets Zoals hierboven reeds benoemd, is het doel van een ecologische voortoets stikstofdepositie om vast te stellen of kan worden uitgesloten dat de door het project veroorzaakte toename van de stikstofdepositie de natuurlijke kenmerken van Kennemerland-Zuid en de betrokken habitattypen en leefgebieden waarvoor dit Natura 2000-gebied is aangewezen, aantast. Wanneer vaststaat dat de toename niet leidt tot een effect waarbij significante verslechtering plaatsvindt van de verspreiding en kwaliteit van habitattypen en leefgebieden, ten opzichte van de huidige situatie waarin deze zich bevinden, kan worden uitgesloten dat de depositietoename de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied aantast. De effecten van projecten moeten gebied specifiek worden beschreven en beoordeeld. De beoordeling wordt gebaseerd op de lokale en specifieke omstandigheden binnen het Natura 2000-gebied.

Dit houdt in dat het niet is vereist dat de habitats en leefgebieden die mogelijk gevolgen ondervinden van het project zich in een goede staat van instandhouding moeten bevinden. In de ecologische voortoets stikstofdepositie hoeft enkel beoordeeld te worden of geen significante gevolgen optreden als gevolg van het project, waarbij de significantie van de effecten moet worden beoordeeld ten opzichte van de staat van instandhouding van het gebied op het moment dat de effecten van het project in werking treden. Voor de habitattypen waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen zijn kritische depositiewaarden (KDW) vastgesteld. Specifiek voor habitattypen in Nederland zijn ze vastgesteld in Warmelink et al. (2023). De KDW’s zijn met een nauwkeurigheid van 1 kg N/ha/jaar vastgesteld, dit komt overeen met circa 71 mol/ha/jaar. Om te zorgen dat de grenswaarde waaronder effecten uitgesloten kunnen worden, moet naar beide zijden van de KDW een bandbreedte van 71 mol/ha/jaar worden aangehouden (Arcadis, 2019). Daarnaast zijn beheerplannen opgesteld voor de Natura 2000-gebieden, welke mede gebaseerd zijn op de PAS-gebiedsanalyses. In de beheerplannen zijn maatregelen opgenomen, waaronder stikstofgerelateerde PAS herstelmaatregelen.

Momenteel worden natuurdoelanalyses opgesteld om te beoordelen of de huidige maatregelen voldoende zijn om verslechtering te voorkomen en/of de uitbreidings- en verbeterdoelen te behalen. Als niet zeker is dat de huidige maatregelen voldoende zijn, moeten aanvullende maatregelen worden uitgevoerd. Kritische depositiewaarde De KDW wordt gedefinieerd als ‘de hoeveelheid depositie die een intact ecosysteem over langere tijd kan verdragen zonder dat significante schade optreedt aan de structuur of het functioneren van dat systeem’1. Van de 51 aanwezige habitattypen in Nederland, zijn 45 typen gevoelig voor een te hoge aanvoer van stikstof. De KDW van de 45 habitattypen varieert van 400 tot 2.400 mol/ha/jr. Wanneer de KDW wordt overtreden bestaat de kans dat het ecosysteem wordt aangetast, echter staat niet vast dat aantasting van de kwaliteit van het habitattype plaatsvindt. De KDW geeft enkel de grens aan waarboven significante aantasting niet uitgesloten is. In de uitspraak van de ABRvS inzake het PAS (ECLI:NL:RVS:2019:1603) is aangegeven: 1 https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=28367

“Anders dan de Werkgroep ziet de Afdeling in het arrest geen aanknopingspunt dat de kritische depositiewaarde als een absolute grenswaarde zou gelden voor het bepalen van de gunstige staat van instandhouding van stikstofgevoelige habitattypen. De mate en duur van de overschrijding van de kritische depositiewaarde zijn naar het oordeel van de Afdeling wel belangrijke indicatoren voor de beoordeling of de daling van de depositie door de PASbronmaatregelen en de effecten van de herstelmaatregelen in de gebieden al dan niet nodig zijn voor het behoud en het voorkomen van verslechtering van de stikstofgevoelige natuurwaarden.

Zo zal voor een gebied waar sprake is van een ongunstige staat van instandhouding en een forse, nog jarenlang voortdurende overschrijding van de kritische depositiewaarde, eerder sprake zijn van maatregelen die nodig zijn voor het behoud of voorkomen van verslechtering, dan voor een gebied waar zeker is dat, bijvoorbeeld door de autonome ontwikkeling, de stikstofbelasting zodanig zal afnemen dat overschrijding binnen een afzienbare termijn de kritische depositiewaarde nadert.” Autonome ontwikkelingen, zoals een eventuele dalende trend in de achtergronddepositie, mogen eveneens betrokken worden bij het bepalen van de staat van instandhouding van het gebied, maar niet meegewogen worden bij de beoordeling van de significantie van het effect van de project gerelateerde depositieverhoging. Vaste beheermaatregelen en al uitgevoerde herstelmaatregelen (juridisch aangeduid als instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen) mogen eveneens in de ecologische voortoets stikstofdepositie betrokken worden voor zover deze van invloed zijn (geweest) op de huidige staat van instandhouding van het gebied. Ze mogen echter niet gebruikt worden om het effect van een project te mitigeren, om daarmee significante gevolgen te voorkomen.

In onderliggende ecologische voortoets stikstofdepositie wordt hierom enkel ingegaan op de habitattypen en leefgebieden waar de KDW (bijna) overschreden wordt en waar het project stikstofdepositie veroorzaakt. 2.3

Porthos uitspraak

Op 16 augustus 2023 is door de Raad van State uitspraak gedaan in de Porthos zaak (ECLI:NL:RVS:2023:3129). Deze uitspraak gaat in op de gevolgen van stikstofdepositie indien de KDW wordt overschreden op een habitattype. In de uitspraak is geconcludeerd dat het niet vaststaat dat bij overschrijding van de KDW significante gevolgen kunnen optreden. Per plan of project moet worden beschouwd of dit significante gevolgen kan hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het betrokken Natura 2000-gebied op basis van de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van het Natura 2000-gebied. Dit is reeds in eerdere uitspraken ook aan bod gekomen (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1110, 9 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1214, en 26 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3093). Indien op basis van objectieve gegevens met zekerheid wordt uitgesloten dat de stikstofdepositie, afzonderlijk of in combinatie met andere projecten, significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden kan worden volstaan met een ecologische voortoets stikstofdepositie. Indien niet op basis van objectieve gegevens met zekerheid wordt uitgesloten dat de stikstofdepositie geen significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden is een passende beoordeling vereist.

Project en stikstofdepositie 3.1

Project

De gemeente Noordwijk is voornemens in de gemeente Noordwijk een onbebouwd plein te bebouwen. Dit betreft het plein aan de Olieburg/Parallel Boulevard te Noordwijk. Dit gebied staat ook bekend als ‘Gat van Palace’. Het planvoornemen betreft een appartementencomplex met 83 appartementen en maximaal 1.290 m2 BVO commerciële functies in de plint. De aanlegfase duurt circa 2 jaar en vindt plaats in 2025 en 2026. Hierna wordt het pand in gebruik genomen. In Figuur 1 is de locatie van het project in de nabijheid van de Natura 2000-gebieden weergegeven.

Figuur 1: Locatie van het project nabij aangelegen natuurgebied, de Natura 2000-gebieden Kennemerland-Zuid en Coepelduynen.

3.2

Uitgangspunten en resultaten stikstofberekeningen

Uitgangspunten De aanlegfase en de gebruiksfase van het project is doorgerekend met behulp van de AERIUS Calculator. De uitdraai van de berekening is opgenomen als bijlage. De werkzaamheden hebben een doorlooptijd van circa twee jaar. Wegens de geplande start in januari 2025 is de berekening uitgevoerd in het rekenjaar 2025 en 2026. In de aanlegfase vindt een toename plaats van de stikstofdepositie. In 2025 vindt een stikstoftoename plaats op 19,43 ha van het Natura 2000-gebied. In 2026 betreft dit 14,7 ha. Aangezien in 2025 een groter oppervlak wordt belast met een stikstoftoename wordt dit jaar als maatgevend jaar gezien. In onderstaand rapport is gekeken naar de effecten van deze toename.

In de gebruiksfase is geen sprake van een toename van stikstofdepositie. Het pand wordt gasloos opgeleverd. De volledige stikstofberekening – rapportage met uitgangspunten en AERIUS uitdraai – is opgenomen als bijlage bij deze ecologische voortoets stikstofdepositie. Resultaten stikstofberekening aanlegfase De aanlegfase zorgt voor een tijdelijke uitstoot van stikstof. Hierbij vindt stikstofdepositie plaats in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. De maximale depositietoename betreft maximaal 0,01 mol N/ha/jr in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Kennemerland-Zuid Binnen het Natura 2000-gebieden Kennemerland-Zuid ontstaat een tijdelijke toename van stikstofdepositie op vijf habitattypen. De berekende depositietoename per habitattype zijn in Tabel 1 weergegeven. In deze tabel is ook de oppervlakte van het habitattype waarop de depositietoename plaatsvindt, de KDW en de mate van de overschrijding van de KDW weergegeven. Het gekarteerde oppervlak, zoals opgenomen in onderstaande tabel is overgenomen uit de AERIUS Calculator. Het oppervlak met toename komt voort uit de AERIUS berekening, waarbij het percentage is berekend door het oppervlak met toename af te zetten tegen het gekarteerde oppervlak. Tabel 1: Overzicht van de berekende maximale depositietoename in Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid als gevolg van het plan. De KDW en de mate van overschrijding van de KDW.

De rood gemarkeerde cellen geven de habitattypen en zoekgebieden waar de KDW wordt overschreden weer. (Bron: AERIUS-monitor, versie 2023; AERIUS_Calculator, versie 2023.2).

Habitattype

Gekarteerde oppervlakte in ha

Toename van de depositie in mol N/ha

Oppervlakte met toename (% van totale oppervlakte)

KDW (mol N/ha/jr)

Mate van overschrijding KDW in % areaal 2021

2030

H2120 Witte duinen

158,9

0,01

0,66 (0,41%)

1.429

1

1

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

1.569,6

0,01

7,36 (0,46%)

1.071

12

7

H2160 Duindoornstruwelen

1.587,1

0,01

4,8 (0,3%)

2.000

0

0

H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos

481,4

0,01

1,6 (0,33%)

1.071

94

91

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

419,5

0,01

5,01 (1,19%)

1.786

4

1

Stikstofdepositie kaart Figuur 2 geeft de stikstof depositie weer, afkomstig van het project, op het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. In dit figuur is ook het plangebied weergegeven ten opzichte van het Natura 2000-gebied alsmede de hoogste stikstofdepositie toename en de hoogste totale stikstofdepositie.

Figuur 2: De stikstofdepositie afkomstig van het project op het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Ten zuiden van het Natura 2000-gebied is het plangebied te zien met de emissiebronnen. Aangegeven is het hexagoon dat de hoogste depositie van het project ondervindt en het hexagoon welke de hoogste stikstof depositie in totaal heeft (Bron: AERIUS Calculator).

3.3

Scope voor de ecologische voortoets stikstofdepositie

In de ecologische voortoets stikstofdepositie wordt de significantie van de gevolgen van een eenmalige en geringe stikstof toename beoordeeld. Hierbij gaat het enkel om de habitattypen waarvan de KDW wordt overschreden en waar de voorgenomen werkzaamheden leiden tot een stikstofdepositie. Voor onderliggend planvoornemen vindt stikstofdepositie plaats in Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. De habitattypen waar de KDW wordt overschreden en stikstofdepositie plaatsvindt vanuit het project zijn de volgende: Kennemerland-Zuid: o H2120 Witte duinen; o H2130A Grijze duinen (kalkrijk); o H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos; en o H2180C Duinbossen (binnenduinrand).

Ecologische effecten van eenmalige en geringe depositietoenames Voor onderliggend planvoornemen is een toename berekend van de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Het betreft een geringe en enkel tijdelijke toename tijdens de aanlegfase. In dit hoofdstuk is een beoordeling uitgevoerd met betrekking tot de doorwerking van de eenmalige en geringe depositieverhoging op de totale depositieontwikkeling en de staat van instandhouding van de habitattypen in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. De beoordeling plaatst een perspectief bij de beoordeling per habitattype binnen het Natura 2000gebied die in Hoofdstuk 5 is uitgevoerd. 4.1

Effecten van geringe en tijdelijke stikstofdeposities

Stikstof is een belangrijke sturende factor die de opbouw en werking van ecosystemen bepaalt. De mate van beschikbaarheid van onder andere stikstof bepaald welke dieren en planten in een gebied voorkomen. Bij een lage beschikbaarheid van stikstof zijn andere soorten in het gebied te vinden dan bij een hoge beschikbaarheid. De soortenrijkdom en de kwaliteit van habitats is mede afhankelijk van de stikstofbeschikbaarheid. In veel natuurgebieden is momenteel een overschot aan stikstof aanwezig. Hiermee krijgen snelgroeiende planten, zoals bramen en brandnetels, de overhand en verdwijnen soorten die zich hebben aangepast aan een lage stikstofbeschikbaarheid. Daarnaast zorgt een toename van stikstof in een gebied ook voor een verzurende werking. Naast deze drukfactoren spelen ook andere factoren een rol voor het bepalen van de kwaliteit van natuurgebieden, bijvoorbeeld verdroging, verstoring en verontreiniging. Deze verschillende factoren en de versterkende werking die ze op elkaar hebben, zorgen voor een sterke afname van de biodiversiteit en de kwaliteit van natuurgebieden, waardoor het behalen van de IHD voor de Natura 2000-gebieden onder druk staat.

Om uitspraken te kunnen doen over de effecten van een geringe en eenmalige stikstof depositie toename door een project, wordt de toename afgezet tegen de actuele achtergronddeposities en de autonome trend van stikstofbelasting op Natura 2000-gebieden. De achtergronddepositie van stikstof varieerde in Nederland in 2021 tussen grofweg 500 – 3.500 mol N/ha. Een gering en tijdelijke toename valt hierin weg. Een geringe en tijdelijke toename betreft een toename die maximaal één jaar duurt en gedurende langere tijd (5 tot 10 jaar) niet op dezelfde plaats opnieuw plaats vindt. De richtlijn voor een geringe toename is maximaal 1 mol/ha (Arcadis, 2024). Voor een planvoornemen dat een hogere tijdelijke depositie kent, is echter niet uitgesloten dat significante gevolgen optreden. Het is niet toegestaan om een getalsmatige ondergrens te hanteren waarbij significante gevolgen zijn uitgesloten, echter kunnen wel de KDWs gebruikt worden als grens. Als de totale depositie lager is dan de KDW en de KDW niet wordt overschreden door het project (in cumulatie met andere plannen en projecten) zijn significante effecten op voorhand met zekerheid uit te sluiten. De KDW is namelijk een wetenschappelijk onderbouwde grens. (Warmelink, et al., 2023). Aanvullend duidt een overschrijding van de KDW niet automatisch op aantasting van de natuurwaarden.

De KDW is enkel een grens waaronder geen significante effecten optreden. In de Handreiking kleine en tijdelijke stikstofdeposities (Arcadis, 2024) zijn zes bouwstenen

opgenomen die een perspectief geven aan de gevolgen van kleine en tijdelijke stikstofdeposities. Het betreft de volgende zes bouwstenen: 1. Kleine en tijdelijke deposities leiden nooit tot directe schade aan planten; 2. Niet alle stikstof komt altijd ter beschikking aan de vegetatie; 3. Kleine en tijdelijke deposities leiden niet tot meetbare veranderingen in de groeisnelheid en vegetatiesamenstelling; 4. Kleine en tijdelijke deposities vormen een verwaarloosbare bijdrage aan de totale depositie; 5. Kleine en tijdelijke deposities zijn verwaarloosbaar ten opzichte van bestaande aanvoer en afvoer van stikstof uit ecosystemen; en 6. Effecten van kleine en tijdelijke deposities zijn uitgesloten op grond van ecologische systeemanalyse. De bouwstenen 1, 3 en 4 zijn goed inzetbaar bij tijdelijke deposities onder de 1 mol N/ha, onafhankelijk van het habitattype of leefgebied. De bouwstenen 2, 5 en 6 hebben een meer specifieke onderbouwing nodig per habitattype en leefgebied en is afhankelijk van de achtergrond depositie op locatie en de kwaliteit van het habitattype/leefgebied. In alle gevallen dient echter een kritische beoordeling uitgevoerd te worden welke bouwstenen van toepassing zijn en of met behulp van aanvullende gebiedsinformatie inderdaad geen significant negatieve effecten optreden.

Projecteffect Op basis van het bovenstaande en hoofdstuk Fout! Verwijzingsbron niet gevonden., kan voor dit project de volgende conclusie worden getrokken. Door de tijdelijke en zeer lage toename in de stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N/ha in een periode van 24 maanden, leidt het planvoornemen niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied, gelet op de betrokken habitattypen waarvoor het Natura 2000-gebied is aangewezen. Hierbij wordt aangehaakt op bouwstenen 1, 3 en 4. De tijdelijke toename leidt niet tot een effect waarbij significante verslechtering plaatsvindt ten opzichte van de huidige situatie waarin de habitattypen zich bevinden, en het realiseren van de IHD voor deze habitattypen wordt niet belemmert. Het kan worden uitgesloten dat de depositietoename de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied aantast. De onderbouwing op basis van aanvullende gebiedsinformatie is te vinden in hoofdstuk Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. Desondanks deze conclusie wordt, voor de compleetheid, in het volgende hoofdstuk voor het Natura 2000-gebied de stikstofdepositie per habitattype behandeld.

Effectbeoordeling Kennemerland-Zuid In dit hoofdstuk is per habitattype, waar de KDW wordt overschreden, uitgewerkt wat de effecten kunnen zijn van de depositieverhoging als gevolg van de aanlegfase van het planvoornemen. Per habitattype wordt in de beoordeling uitgegaan van de meest actuele inzichten betreffende de staat van instandhouding van de habitattypen zoals beschreven in de habitattype profielen (Natura2000.nl), het beheerplan van Kennemerland-Zuid (Noord-Holland, 2017) en de natuurdoelanalyse van Kennemerland-Zuid opgesteld door de Provincie ZuidHolland (Provincie Zuid-Holland, 2022). Per habitattype zijn de volgende punten beoordeeld en in kaart gebracht: • Een korte beschrijving van het habitattype gespecificeerd op kenmerken die gerelateerd kunnen zijn aan stikstof; • De hoogte van de tijdelijke stikstofdepositie toename en het areaal waarop de depositie plaatsvindt; • De huidige mate van overschrijding van de KDW; • De gevolgen van de stikstofdepositietoename op de trend in de achtergronddepositie; • De gevolgen van de stikstofdepositietoename voor de kwaliteit van de vegetaties als gevolg van eventuele vermestings- en verzuringseffecten; • De gevolgen van de stikstofdepositietoename voor het voorkomen van typische soorten; en • De gevolgen van de stikstofdepositietoename voor kenmerken van goede structuur en functie. 5.1

Kennemerland-Zuid

Het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid is een uitgestrekt duingebied tussen Noordwijk en IJmuiden. Het Natura 2000-gebied heeft een oppervlakte van 8.171 ha. Het is een reliëfrijk en landschappelijk afwisselend gebied en bestaat grotendeels uit kalkrijke duinen. KennemerlandZuid is het enige gebied langs de Hollandse vastelandsduinen waar een jonge strandvlakte met embryonale duinen en een uitgestrekte oppervlakte met kalkrijke duinvalleien aanwezig is. (natura2000.nl). In het open duinlandschap kan een toename van stikstofdepositie leiden tot een versnelde vastlegging van het open zand door vergrassing en verstruweling (successie). Daarnaast kan ook het proces van ontkalking worden versneld. Hieronder wordt per habitattype dieper ingegaan op de mogelijke effecten van stikstofdepositie op de verschillende habitattypes. Achtergronddepositie Het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid ondervindt stikstofdepositie van zowel het project als andere bronnen. De achtergronddepositie is de stikstofdepositie welke niet afkomstig is van dit project. Figuur 3 laat de achtergronddepositie zien op de gehele oppervlakte van Kennemerland-Zuid.

Figuur 3: De achtergronddepositie op Kennemerland-Zuid ten noorden van het plangebied in N mol/ha/jr. Te zien is het plangebied aangeven als een zwarte contour gelabeld met “3 bronnen”, ten zuiden van Kennemerland-Zuid (Bron: Aerius Calculator 2023.2).

5.2

H2120 Witte duinen

In Kennemerland-Zuid is circa 160 ha witte duinen aanwezig, Figuur 4. Uit de natuurdoelanallyse komt naar voren dat voor het aspect vegetatie de kwaliteit goed is. Voor het aspect typische soorten is de kwaliteit matig en voor de aspecten biotiek en overige kenmerken van structuur en functie is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-Holland, 2022). Het habitattype witte duinen betreft door Helm (Ammophila arenaria), Noordse helm (x Calammophila baltica) of Duinzwenkgras (Festuca arenaria) gedomineerde delen van de buitenduinen. De naam 'witte duinen' slaat op de kleur van het zand: omdat er nog geen bodemontwikkeling heeft plaatsgevonden, is de kleur nog wit in plaats van grijs (als in H2130). Witte duinen met helmbegroeiingen ontstaan van nature daar waar embryonale duinen (H2110) zo ver aanstuiven dat de plantengroei buiten het bereik van zout grondwater en overstromend zeewater komt. Dit proces vindt plaats in de zeereep (de duinenrij die aan het strand grenst), Ook al overstromen ze niet, de invloed van zeewater is nog steeds groot door de inwaai van fijne zoutdruppeltjes, ontstaan bij de verneveling van opspattend golfwater (‘salt spray’). Witte duinen kunnen echter ook ontstaan door uitstuiving of overstuiving van eerder vastgelegde grijze duinen of door opstuiving van door mensen aangelegde windbarrières (rijshout en helmaanplanten) (natura2000.nl).

Knelpunten die (mogelijk) gerelateerd zijn aan stikstof zijn verstruweling met duindoorn en versnelde groei van grassen. Maatregelen die worden benoemd zijn het verwijderen van duindoorn in de zeereep en aanleg van stuifkuilen in het buitenduin (Provincie Zuid-Holland, 2022).

Figuur 4: Verspreiding van het habitattype H2120 witte duinen in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid vergeleken met het project (blauwe contour) buiten het Natura 2000-gebied (Bron AERIUS Monitor, 2023).

In onderstaande tabel zijn de IHD opgenomen voor het habitattype. Tabel 2: IHD voor habitattype H2120 witte duinen. Habitattype

H2120 Witte duinen

Instandhoudingsdoelstellingen Oppervlakte

Kwaliteit

Uitbreiding oppervlak

Verbetering kwaliteit

In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor het habitattype niet overschreden, Figuur 5.

Figuur 5: In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor H2120 witte duinen niet overschreden (Bron: AERIUS-monitor, 2023).

Deelconclusie De tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie op een zeer klein areaal, 0,66 ha (0,41%), van het habitattype H2120 witte duinen van maximaal 0,01 mol/ha/jr (0,14 g N) als gevolg van de werkzaamheden, leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype, zie Hoofdstuk 4, . De KDW wordt rondom het plangebied daarbij niet overschreden. Het habitattype kan de eenmalige en zeer lage depositie verwerken. Doordat de depositie eenmalig en zeer laag is heeft dit geen invloed op de huidige ingezette trend van de stikstofdepositie of permanente invloed op het habitattype en de IHD voor verbetering van het oppervlak en het verbeteren van de kwaliteit van het habitattype. Het project heeft daarom geen invloed op het behalen van de IHD voor het habitattype en leidt niet tot verdere verstruweling met duindoorn en versnelde groei van grassen. 5.3

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

In Kennemerland-Zuid is circa 1.570 hectare kalkrijke grijze duinen aanwezig, Figuur 6. De kwaliteit van het kalkrijke grijze duinlandschap is als goed te omschrijven op basis van een ecologische analyse op de twee aspecten: vegetatie en typische soorten. Voor de aspecten, abiotiek en overige kenmerken van goede structuur en functie is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-Holland, 2022). Het habitattype grijze duinen betreft de min of meer droge graslanden van het duingebied. Het betreft een soortenrijke begroeiing met voornamelijk laagblijvende grassen, kruiden en (korst)mossen. De dynamiek die op de locaties van de grijze duinen plaatsvindt veroorzaakt het ontstaan van gesloten begroeiingen, lichte overstuiving en hellingprocessen. Dit samen met natuurlijke begrazing van konijnen zorgt voor het in stand houden van het habitattype. Menselijke activiteiten zoals beweiding en grondwateronttrekking zijn waarschijnlijk medeoorzaak van de uitgestrektheid van deze graslanden in de duinen. Dit subtype komt voor op kalkrijk duinzand dat oppervlakkig nog weinig of niet is ontkalkt, dit resulteert in een relatief basische bodem (natura2000.nl). Het huidige knelpunt gerelateerd aan stikstof is de vergrassing en verstruweling door de hoge stikstofdepositie (Provincie Zuid-

Holland, 2022).

Figuur 6: Verspreiding van het habitattype H2130A grijze duinen (kalkrijk) in het Natura 2000-gebied KennemerlandZuid vergeleken met het project (blauwe contour) buiten het Natura 2000-gebied (Bron AERIUS Monitor, 2023).

In onderstaande tabel zijn de IHD opgenomen voor het habitattype. Tabel 3: IHD voor habitattype H2130A grijze duinen (kalkrijk). Habitattype

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

Instandhoudingsdoelstelling Oppervlakte

Kwaliteit

Uitbreiding oppervlak

Verbetering kwaliteit

In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor het habitattype op veel locaties overschreden. Dit betreffen voornamelijk de hexagonen welke aan de rand van het Natura 2000-gebied liggen. Binnen 18 van de 32 hexagonen die door het planvoornemen een tijdelijke stikstoftoename kennen, vindt een overschrijding van de KDW plaats, Figuur 7.

Figuur 7: Links: In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor H2130A grijze duinen (kalkrijk) veelvuldig overschreden. De overschrijdingen betreffen enkel een lichte tot matige overbelasting (Bron: AERIUS-monitor, 2023). Rechts: De hexagonen waar door de tijdelijke werkzaamheden stikstofdepositie wordt veroorzaakt (Bron: AERIUSCalculator, 2023).

Op een oppervlakte van 7,36 ha van het habitattype binnen Natura 2000-gebied KennemerlandZuid vindt stikstofdepositie plaats vanuit dit project. De 18 hexagonen waar de KDW voor H2130A wordt overschreden bevatten 4,4 ha van de 7,36 ha aan oppervlak Figuur 7. Dit betreft 0,28% van het areaal van het habitattype binnen Kennemerland-Zuid. De maximale tijdelijke depositietoename binnen een hexagoon bedraagt 0,01 mol N/ha. Effectbeoordeling De tijdelijke werkzaamheden zorgen voor een tijdelijke en eenmalige toename op het habitattype van maximaal 0,01 mol N/ha (0,14 g N). De hexagonen waar de KDW wordt overschreden en het planvoornemen voor een tijdelijke toename in stikstofdepositie zorgt, beslaat 0,28% van het areaal binnen Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Wegens de toename op een klein deel van het areaal is geen meetbare verandering aanwezig in het nutriëntenaanbod, zie Hoofdstuk 4. Hierdoor is geen meetbare verandering in de biomassaproductie van de vegetatie als gevolg van vermesting waarneembaar en de structuur en soortensamenstelling van de vegetatie veranderd niet. De eenmalige en kleine toename leidt daardoor niet tot verdere verzuring van de bodem. Een groot aantal hexagonen die een eenmalige stikstofdepositie kennen uit het project en areaal bevatten van het habitattype ondervinden een overschrijding van de KDW.

De AERIUSCalculator laat zien dat binnen alle hexagonen de overschrijding van de KDW te wijten is aan de achtergronddepositie en niet door de stikstofdepositie afkomstig uit dit project, Figuur 3 en Figuur 7. De overschrijding van de KDW vond in 2021 op 12% van het areaal plaats en in 2030 is nog op 7% van het areaal sprake van een overschrijding van de KDW. Voor het habitattype is een positieve trend in de vermindering van de stikstofdepositie. De tijdelijke en geringe toename van het project heeft geen invloed op deze trend, omdat deze zich op dezelfde wijze voortzet wanneer het project is afgerond. Hierdoor heeft de eenmalige stikstofdepositie geen effect op

het halen van de IHD van het habitattype. Deelconclusie De tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie op een zeer klein areaal van het habitattype H2130A grijze duinen (kalkrijk) van maximaal 0,01 mol/ha/jr (0,14 g N) als gevolg van de werkzaamheden, leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype. Doordat de depositie eenmalig en zeer laag is heeft dit geen invloed op de huidige ingezette trend van de stikstofdepositie of permanente invloed op het habitattype en de IHD voor verbetering van het oppervlak en het verbeteren van de kwaliteit van het habitattype. Het project heeft daarom geen invloed op het behalen van de IHD voor het habitattype en leidt niet tot verdere verzuring van de bodem. 5.4

H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos

In Kennemerland-Zuid is circa 481 ha Duinbossen (droog), berken-eikenbos aanwezig, Figuur 8. De kwaliteit van het kalkrijke grijze duinlandschap is als goed te omschrijven op basis van een ecologische analyse op de twee aspect vegetatie en overige kenmerken van goede structuur en functie. Voor het aspect typische soorten is de kwaliteit matig tot goed. Voor het aspect abiotiek is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-Holland, 2022). Het habitattype duinbossen betreft over het algemeen sterk door de mens beïnvloede (park)bossen die overwegend voorkomen op wat jongere, kalkhoudende bodems. Ze zijn vaak onderdeel van landgoederen die in de 18e eeuw aan de binnenduinrand werden aangelegd op afgegraven duingronden. Door vergraving zijn hier diepere, nog niet ontkalkte zanden weer aan de oppervlakte gekomen (Natura2000.nl). Het huidige knelpunt gerelateerd aan stikstof is voornamelijk de verzuring en vermesting vanuit stikstofdepositie (Provincie Zuid-Holland, 2022).

Figuur 8: Verspreiding van het habitattype H2180A duinbossen (droog), berken-eikenbos in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid vergeleken met het project (blauwe contour) buiten het Natura 2000-gebied (Bron AERIUS Monitor, 2023).

In onderstaande tabel zijn de IHD opgenomen voor het habitattype. Tabel 4: IHD voor habitattype H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos Habitattype

H2180A Duinbossen (droog), berkeneikenbos

Instandhoudingsdoelstelling Oppervlakte

Kwaliteit

Behoud oppervlak

Behoud kwaliteit

In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor het habitattype op acht hexagonen overschreden, Figuur 9.

Figuur 9: In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor H2180A duinbossen (droog), berken-eikenbos op acht hexagonen overschreden. De overschrijdingen betreffen hier een lichte tot matige overbelasting (Bron: AERIUSmonitor, 2023).

Op een oppervlakte van 1,6 ha van het habitattype vindt stikstofdepositie plaats vanuit dit project. Dit betreft 0,33% van het areaal van dit habitattype binnen het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. De maximale tijdelijke depositietoename binnen een hexagoon bedraagt 0,01 mol N/ha. Effectbeoordeling De tijdelijke werkzaamheden zorgen voor een tijdelijke en eenmalige toename op het habitattype van maximaal 0,01 mol N/ha op 0,33% van het areaal binnen Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Wegens de geringe toename is geen meetbare verandering aanwezig in het nutriëntenaanbod, zie Hoofdstuk 4. Hierdoor is geen meetbare verandering in de biomassaproductie van de vegetatie als gevolg van vermesting waarneembaar en de structuur en soortensamenstelling van de vegetatie veranderd niet. De eenmalige en kleine toename leidt daardoor niet tot verdere verzuring van de bodem. Een groot aantal hexagonen die een eenmalige stikstofdepositie kennen uit het project en areaal bevatten van het habitattype ondervinden een overschrijding van de KDW. De AERIUSCalculator laat zien dat binnen alle hexagonen de overschrijding van de KDW te wijten is aan de achtergronddepositie en niet door de stikstofdepositie afkomstig uit dit project, Figuur 3 en Figuur 9.

De overschrijding van de KDW vond in 2021 op 94% van het areaal plaats en in 2030 is nog op 91% van het areaal sprake van een overschrijding van de KDW. Voor het habitattype is een positieve trend in de vermindering van de stikstofdepositie. De tijdelijke en geringe toename van het project heeft geen invloed op deze trend, omdat deze zich op dezelfde wijze voortzet wanneer het project is afgerond. Hierdoor heeft de eenmalige stikstofdepositie geen effect op het halen van de IHD van het habitattype.

Deelconclusie De tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie op H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos van maximaal 0,01 mol/ha/jr (0,14 g N) als gevolg van de werkzaamheden, leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype, zie Hoofdstuk 4. De tijdelijke stikstofdepositie toename is eenmalig en zeer laag en heeft daarmee geen permanente invloed op het habitattype en de IHD voor behoud van het oppervlak en behoud van de kwaliteit. Het project leidt niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het habitattype en heeft daarom geen invloed op het behalen van de IHD voor het habitattype 5.5

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

In Kennemerland-Zuid is circa 420 ha Duinbossen (binnenduinrand) aanwezig, Figuur 10. De kwaliteit van het kalkrijke grijze duinlandschap is als goed te omschrijven op basis van een ecologische analyse op de twee aspecten: vegetatie en typische soorten. Voor de aspecten, abiotiek en overige kenmerken van goede structuur en functie is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-Holland, 2022). Het habitattype duinbossen betreft natuurlijke of half-natuurlijke loofbossen in de kustduinen, met sterk uiteenlopende kenmerken. Vaak is de zomereik (Quercus robur) de dominante boomsoort, maar met name in duinvalleien en in de meest landinwaarts gelegen gedeelten spelen (ook) andere boomsoorten een belangrijke rol. De tot dit subtype behorende bossen zijn over het algemeen sterk door de mens beïnvloede (park)bossen die overwegend voorkomen op wat jongere, kalkhoudende bodems. Ze zijn vaak onderdeel van landgoederen die in de 18e eeuw aan de binnenduinrand werden aangelegd op afgegraven duingronden. Door vergraving zijn hier diepere, nog niet ontkalkte zanden weer aan de oppervlakte gekomen (Natura2000.nl). Het huidige knelpunt gerelateerd aan de stikstof, is de stikstofdepositie (Provincie Zuid-Holland, 2022).

Figuur 10: Verspreiding van het habitattype H2180C duinbossen (binnenduinrand) in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid vergeleken met het project (blauwe contour) buiten het Natura 2000-gebied (Bron AERIUS Monitor, 2023).

In onderstaande tabel zijn de IHD opgenomen voor het habitattype. Tabel 5: IHD voor habitattype H2180C Duinbossen (binnenduinrand) Habitattype

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

Instandhoudingsdoelstelling Oppervlakte

Kwaliteit

Behoud oppervlak

Behoud kwaliteit

In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor het habitattype nauwelijks overschreden. Op één hexagoon die geraakt wordt door het planvoornemen betreffende het habitattype wordt de KDW overschreden, Figuur 11.

Figuur 11: In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2021 voor H2180C duinbossen (binnenduinrand) op één hexagoon overschreden. De overschrijdingen betreft hier een matige overbelasting (Bron: AERIUS-monitor, 2023).

Op een oppervlakte van 5,01 ha van het habitattype vindt stikstofdepositie plaats vanuit dit project. Dit betreft 1,19% van het areaal van dit habitattype binnen het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Van de hexagonen waar door het planvoornemen tijdelijk stikstofdepositie neerkomt, wordt op één hexagoon de KDW voor H2180C overschreden, Figuur 12. Binnen dit hexagoon is 0,6 ha gekarteerd als H2180C duinbossen (binnenduinrand). Van de 5,01 ha H2180C waarop stikstofdepositie vanuit het project terechtkomt, ligt 0,6 ha waar de KDW wordt overschreden. Dit betreft 0,14% van het habitattype. Op genoemd hexagoon is de maximale stikstofdepositie 0,01 mol/ha/jr.

Figuur 12: Het hexagoon waarop de KDW voor H2180C duinbossen (binnenduinrand) wordt overschreden. Binnen dit hexagoon is 0,6 ha gekarteerd als habitattype H2180C.

Effectbeoordeling De tijdelijke werkzaamheden zorgen voor een tijdelijke en eenmalige toename op het habitattype van maximaal 0,01 mol N/ha op 0,14% van het areaal waar de KDW wordt overschreden binnen Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Wegens de geringe toename is geen meetbare verandering aanwezig in het nutriëntenaanbod, zie Hoofdstuk 4. Hierdoor is geen meetbare verandering in de biomassaproductie van de vegetatie als gevolg van vermesting waarneembaar en de structuur en soortensamenstelling van de vegetatie veranderd niet. De eenmalige en kleine toename leidt daardoor niet tot verdere verzuring van de bodem. Een groot aantal hexagonen die een eenmalige stikstofdepositie kennen uit het project en areaal bevatten van het habitattype ondervinden een overschrijding van de KDW. De AERIUSCalculator laat zien dat binnen alle hexagonen de overschrijding van de KDW te wijten is aan de achtergronddepositie en niet door de stikstofdepositie afkomstig uit dit project, Figuur 3 en Figuur 11. De overschrijding van de KDW vond in 2021 op 4% van het areaal plaats en in 2030 is nog op 1% van het areaal sprake van een overschrijding van de KDW. Voor het habitattype is een positieve trend in de vermindering van de stikstofdepositie.

De tijdelijke en geringe toename van het project heeft geen invloed op deze trend, omdat deze zich op dezelfde wijze voortzet wanneer het project is afgerond. Hierdoor heeft de eenmalige stikstofdepositie geen effect op het halen van de IHD van het habitattype. Deelconclusie De tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie op H2180C Duinbossen (binnenduinrand) van maximaal 0,01 mol/ha/jr (0,14 g N) als gevolg van de werkzaamheden, leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype, zie Hoofdstuk 4. De tijdelijke stikstofdepositie toename is eenmalig en zeer laag en heeft daarmee geen

permanente invloed op het habitattype en de IHD voor behoud van het oppervlak en behoud van de kwaliteit. Het project leidt niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het habitattype en heeft daarom geen invloed op het behalen van de IHD voor het habitattype. 5.6

Cumulatieve effecten

De werkzaamheden voor de realisatie van een appartementencomplex aan de Olieburg/Parallel Boulevard te Noordwijk leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid met maximaal 0,01 mol N/ha/jaar gedurende de uitvoeringsperiode in 2025 en 2026. Na afronding van de werkzaamheden is geen sprake meer van een toename van de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied als gevolg van het project. In de uitvoeringsperiode bestaat de mogelijkheid dat door andere projecten waarvoor toestemming is verleend in het kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet het gebied ook beïnvloed wordt door een toename van stikstofdepositie, indien de projecten eenzelfde uitvoeringsperiode hebben of hierin een overloop plaatsvindt. Voor dergelijke projecten dient een onherroepelijke natuurvergunning te zijn verstrekt voordat de werkzaamheden kunnen starten. Indien een natuurvergunning niet is verstrekt zijn deze projecten aan te merken als een onzekere toekomstige gebeurtenis en behoeft het project niet meegenomen te worden (Uitspraak Raad van State met datum 9 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2848). Om een dergelijke vergunning te verkrijgen dient in beginsel een beoordeling op cumulatieve effecten te zijn uitgevoerd.

Hierom mag aangenomen worden dat voor de reeds vergunde projecten de gezamenlijke toename van stikstofdepositie niet zal leiden tot meetbare veranderingen in de omvang en kwaliteit van habitattypen en leefgebieden in het betrokken Natura 2000-gebied. Om een goed beeld te krijgen van cumulatie wordt het laatste vergunde project gezocht waarvoor een vergunning Wet natuurbescherming/Omgevingswet is verleend. Indien onderliggend project geen cumulatief effect heeft met het laatst vergunde project, vindt ook geen cumulatie plaats met alle onderliggende projecten. Dit betekent dat de werkzaamheden aan het museum geen meetbaar effect heeft in cumulatie met eventuele projecten waarvoor al toestemming is verleend. Dit resulteert erin dat het project niet bijdraagt aan enig (significant) cumulatief effect als gevolg van stikstofdepositie. Volledigheidshalve zijn de besluiten op verlening van een vergunning Wet natuurbescherming vanuit Haaglanden doorzocht uit de periode 1 november 2022 – 12 juni 2024. Sinds de invoering van de Ow op 1 januari 2024 zijn nog geen vergunningen verleend onder het Ow stelsel. In de tussenuitspraak in de Porthos rechtzaak (ECLI:NL:RVS:2022:3159) is de partiële bouwvrijstelling die sinds 1 juli 2021 gold vervallen. Dit betekent dat sindsdien voor alle projecten met een tijdelijk effect een stikstofberekening uitgevoerd moet worden.

Projecten met een definitieve stikstofdepositie worden jaarlijks aanvullend opgenomen in de achtergronddepositie van de AERIUS Calculator. In deze periode zijn meerdere vergunningen afgegeven voor projecten die een toename van stikstofdepositie veroorzaken in Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. De werkzaamheden van deze vergunningen lopen mogelijk door tot in het jaar 2025-2026, waarin onderliggend project stikstofdepositie veroorzaakt. Op 15 april 2024 is een vergunning verleend voor het wijzigen van het agrarisch bedrijf aan de Stompwijkseweg 55A te Leidschendam. Dit project zorgt in de nieuwe gebruiksfase voor een toename van 0,08 mol/ha/jr in Kennemerland-Zuid. Deze stikstofdepositietoename is nog niet opgenomen in de achtergronddepositie van de AERIUS Calculator. Hierdoor dient de reeds aanwezige achtergronddepositie te worden verhoogd met 0,08 mol.

Op 15 maart 2024 is een vergunning verleend voor de aanleg van een warmtetransportleiding op het tracé Vlaardingen – Den Haag. Dit project zorgt in de aanlegfase (tot en met 2025) voor een tijdelijke toename van 0,04 mol/ha/jr in Kennemerland-Zuid. Deze stikstofdepositietoename is nog niet opgenomen in de achtergronddepositie van de AERIUS Calculator. Hierdoor dient de reeds aanwezige achtergronddepositie te worden verhoogd met 0,04 mol. Op 24 januari 2024 is een vergunning verleend voor de renovatie van het Binnenhof te Den Haag. Dit project zorgt tijdens de renovatie (tot en met 2028) voor een tijdelijke toename van 0,01 mol/ha/jr in Kennemerland-Zuid. Deze stikstofdepositietoename is nog niet opgenomen in de achtergronddepositie van de AERIUS Calculator. Hierdoor dient de reeds aanwezige achtergronddepositie te worden verhoogd met 0,01 mol. Op 30 november 2023 is een vergunning verleend voor de herinrichting van de Middenboulevard te Scheveningen. De vergunning is verleend voor de periode 30-11-2023 tot en met mei 2025. De tijdelijke stikstofdepositie vanuit dit project resulteert in een tijdelijke stikstofdepositietoename van 0,01 mol in Kennemerland-Zuid. Deze stikstofdepositietoename is nog niet opgenomen in de achtergronddepositie van de AERIUS Calculator. Hierdoor dient de reeds aanwezige achtergronddepositie te worden verhoogd met 0,01 mol.

Deze stikstofdepositietoenames zijn nog niet opgenomen in de achtergronddepositie van de AERIUS Calculator. Hierdoor dient de reeds aanwezige achtergronddepositie te worden verhoogd met (0,08 + 0,04 + 0,01 + 0,01) = 0,14 mol. Deze toename in de achtergronddepositie zorgt niet voor een verandering van bovenstaande conclusie betreffende significante effecten.

Conclusie Op basis van de stikstofberekening met projectnummer P04437 en de recente uitspraak van 16 augustus 2023 in de Porthos zaak is een ecologische voortoets stikstofdepositie uitgevoerd. De tijdelijke toename van de stikstofdepositie gedurende de werkzaamheden voor de aanleg van het appartementencomplex in Noordwijk, leidt tot een tijdelijke verhoging van de totale stikstofdepositie op habitattypen in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. De tijdelijke toename betreft 0,01 mol/N/ha voor een periode van 24 maanden. Na afronding van de werkzaamheden valt de totale depositie terug naar het autonome niveau en wordt de reeds ingezette trend in de depositieontwikkeling gevolgd. De werkzaamheden leiden hierdoor niet tot een vermindering van de effectiviteit van de stikstof verlagende maatregelen en/of vertraging van het moment waarop deze maatregelen worden gerealiseerd. Hierom is geen effect aanwezig van de tijdelijke toename van de stikstofdepositie op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende Natura 2000-gebied gerelateerd aan stikstof, ongeacht welke trend, positief of negatief, zal optreden in de ontwikkeling van de achtergronddeposities.

Als aanvulling hierop leidt de tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie als gevolg van de werkzaamheden niet tot meetbare gevolgen voor de samenstelling, structuur en functie van vegetatietypen die behoren tot stikstofgevoelige habitattypen. De hoeveelheid stikstof die als gevolg van het project aan de habitattypen wordt toegevoegd is dermate gering dat meetbare veranderingen in biomassa van planten niet optreden. Ook effecten van verzuring die kunnen leiden tot veranderingen in de groei van planten zijn uitgesloten. Met bovenstaande conclusies is uitgesloten dat de werkzaamheden benodigd voor de aanleg van het appartementencomplex aan de Olieburg/Parallel Boulevard te Noordwijk leidt tot significante gevolgen voor het betrokken Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid, ook niet in cumulatie met andere projecten. De werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen van de Omgevingswet.

Gebruikte literatuur Rapportages Arcadis, 2024. Handreiking kleine en tijdelijke stikstofdeposities. Arnhem, februari 2024. Commissie Hordijk. Hordijk, L., Erisman, J. W., Eskes, H., & de Vries, W. (2020). Meer meten, robuuster rekenen. Eindrapport van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof: Eindrapport van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof. Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. ECLI:NL:RVS:2020:1125, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 22-04-2020; (Eerste aanleg -meervoudig). Provincie Noord-Holland (2017). Natura 2000 beheerplan Kennemerland-Zuid 20162022. Provincie Noord-Holland. Provincie Zuid-Holland, 2022. Natuurdoelanalyse Natura 2000, 97 Kennemerland-Zuid, April, 2022. RIVM, 2019. Gevoeligheid van de gesommeerde depositiebijdrage onder 0,05 mol/ha/jaar voor fluctuaties in de ruimtelijke verdeling van de veroorzakende emissiebronnen. Memo 1 februari 2019. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven. Wieger Wamelink, Han van Dobben, Friso van der Zee, Arjen van Hinsberg, Roland Bobbink, 2023. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000; Herziening 2023.

Wageningen, Wageningen Environmental Research Webpagina’s BIJ12.nl Calculator.aerius.nl Monitor.aerius.nl Natura2000.nl (pagina’s betreffende het relevante Natura 2000-gebied en de relevante habitattypen) Omgevingsdiensthaaglanden.nl

Bijlagen Bijlage I. Bijlage II. Bijlage III.

AERIUS -berekening Zeewaardig fase 3. Met projectnummer P04437. AERIUS_projectberekening 2025 met kenmerk RmYbqP9SLZLL. AERIUS_projectberekening 2026 met kenmerk RYNdN36WNF24.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=c63aeca8-ec08-468d-8486-9586a8b5baf4