Bijlage L Nota zienswijzen OBP Gooweg perceel 2059
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan ‘Gooweg perceel D2059, Noordwijkerhout’
24 april 2023
1
Inhoud 1. 2.
Inleiding Beantwoording zienswijzen
2
1. Inleiding Het ontwerp-bestemmingsplan ‘Gooweg perceel D2059, Noordwijkerhout’ heeft vanaf 15 juni tot en met 26 juli 2022 zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn vijf zienswijzen ontvangen, waarvan één vooroverlegreactie van de provincie. De zienswijzen zijn in hoofdstuk 2 geanonimiseerd samengevat en beantwoord met daarbij de eventuele gevolgen voor het definitieve plan.
3
2. Beantwoording zienswijzen De ingediende zienswijzen zijn per appellant samengevat (kolom 2) en voorzien van een beantwoording (kolom 3). Elke beantwoording van een reactie eindigt met een conclusie (kolom 4) waarin inzichtelijk wordt gemaakt in hoeverre hetgeen naar voren is gebracht aanleiding geeft tot aanpassing van het definitieve plan. 1.
Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland Samenvatting zienswijze
1.1
In het betreffende bestemmingsplan wordt erkend dat een deel van het plangebied is gelegen binnen de aanduiding ‘landgoedbiotoop’. Op pagina 16 van de toelichting op het planvoornemen wordt concluderend hierover gesteld dat: “Ten aanzien van het planvoornemen geldt dat dit niet leidt tot enige aantasting van de waarde van de biotoop en ter plaatse zijn geen waarden meer aanwezig. Doordat het plangebied door de provinciale weg N443 wordt afgesneden van het overige en veel grotere deel van de biotoop, is enige versterking van de biotoop ter plaatse van het plangebied niet mogelijk. Van enige versterking of aantasting kan ter plaatse dus geen sprake zijn.” Bovenstaande conclusie delen wij niet. De twee meest zuidelijke GOM-woningen in het planvoornemen zijn gelegen binnen het, in artikel 6.26 van de Provinciale Omgevingsverordening, beschermde landgoedbiotoop. Ter plaatse van deze aanduiding geldt in het bijzonder de bescherming van het vrije blikveld ten aanzien van het Landgoed Leeuwenhorst. De twee geplande woningen binnen dit beschermingsgebied betekenen een significante aantasting van de openheid van
Beantwoording gemeente De bospercelen aan beide zijden van de Gooweg tussen globaal de Northgodreef in Noordwijk en de Langelaan in Noordwijkerhout zijn op grond van de Omgevingsverordening Zuid-Holland aangewezen als landgoedbiotoop (landgoed Leeuwenhorst). Blijkens kaart 15 van bijlage II van de Omgevingsverordening Zuid-Holland strekt dit landgoedbiotoop zich uit over de provinciale weg N443 (plaatselijke bekend ’sGravendamseweg) tot circa 200 meter in het productiegebied tussen de Gooweg en de Ambachtsweg in Noordwijkerhout. De zienswijze van gedeputeerde staten richt zich met name op een significante aantasting van de openheid van het blikveld, zijnde de vrije ruimte die nodig is om de historische buitenplaats of het kasteel in het landschap te herkennen. Aangezien het perceel waarop het bestemmingsplan van toepassing is gelegen is aan de (parallel) Gooweg, is vanuit dit standpunt de aantasting van de openheid van het blikveld beoordeeld. Met de stelling dat er sprake is van een significante aantasting van de openheid van het blikveld wordt de feitelijke situatie ter plaatse miskend. De afstand van het betreffende perceel en het landgoed Leeuwenhorst bedraagt circa 150 meter, waarvan deels water (Zanderijsloot) en deels productiegebied (bloembollenteelt).
Tevens bevindt zich tussen het productiegebied en het landgoed Leeuwenhorst een strook groen met daarin hoog opschietende bomen en
Gevolgen Geen.
4
het blikveld. Dit is niet in overeenstemming met artikel 6.26, lid 1 en lid 2, onder c, uit de Provinciale Omgevingsverordening en de verbeelding op kaart 15 uit bijlage II, horende bij dit artikel. Deze ontwikkeling komt niet in aanmerking voor de afwijkingsmogelijkheid als gesteld in artikel 6.26, lid 3, uit de Provinciale Omgevingsverordening. Wij verzoeken u dan ook om op deze locatie de twee meest zuidelijke, in het beschermde landgoedbiotoop gelegen, GOM-woningen uit het planvoornemen te schrappen.
vervolgens de provinciale weg N433. Met name de hoog opschietend bomen vormen een barrière voor het zicht vanuit het productiegebied in het algemeen en vanaf de (parallel) Gooweg in het bijzonder op het landgoed Leeuwenhorst. Geen van de geplande woningen zal op enigerlei wijze het blikveld belemmeren dan wel (significant) aantasten. Dit wordt mede veroorzaakt door de verlaagde ligging van het betreffende perceel ten opzichte van de (parallel) Gooweg. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet overeenkomstig het bepaalde in atikel 6.26, ten eerste, onder a, in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij geen aantasting plaatsvindt van de waarden van de landgoedbiotoop Leeuwenhorst. Een beroep op de afwijkingsmogelijkheid als gesteld in artikel 6.26, lid 4, uit de Provinciale Omgevingsverordening is dan ook niet aan de orde. Voor zover van belang, is een Greenportwoning door de inpassing in het landschap per definitie een woning in een landgoedachtige setting en versterkt als zodanig juist de landgoedbiotoop.
5
Appellant 2 Samenvatting zienswijze
Beantwoording gemeente
Gevolgen
2.1
Appellant vindt het onjuist dat de raad in het kader het ‘werkproces bestemmingsplannen tot aan de Omgevingswet’ door het college wordt gepasseerd. Hij vindt dit in strijd met de controlerende, volksvertegenwoordigende en kaderstellende rol van de gemeenteraad.
De gemeenteraad heeft ingestemd met het voorstel van het college om de procedure te verkorten in het kader van het ’werkproces bestemmingsplannen tot aan de Omgevingswet’.
Geen.
2.2
Door het overslaan van de voorontwerpfase lijkt het er volgens appellant op dat het college aan burgers, bedrijven en instellingen een termijn wil ontnemen om te participeren in de planvorming.
Zie voor de beantwoording het antwoord op 2.1. Verder biedt de termijn van zes weken, die start met de terinzagelegging door het college van het ontwerpplan, voldoende gelegenheid om een mening daarover door middel van een zienswijze naar voren te brengen. Na de eventuele vaststelling van het plan door de raad is er nog gedurende zes weken de mogelijkheid om in beroep te gaan bij de Raad van State.
Geen.
2.3
Naar aanleiding van een rekenkameronderzoek in de gemeente Teylingen met als titel ‘Grip op de Gom’ zal er dit jaar een evaluatie plaatsvinden van de doelen en instrumenten van de ISG. In afwachting van de resultaten hieruit zal de gemeente Teylingen, zoals is vastgelegd in haar coalitieakkoord 2022-2026, geen nieuwe principeverzoeken in behandeling nemen in het kader van de GOM. In afwachting van de conclusies heeft ook de GOM, volgens het jaarverslag 2021, besloten pas op de plaats te maken. Volgens appellant zijn de voorliggende plannen derhalve voorbarig en gaan deze voorbij aan deze discussie.
Het betreft hier een verwijzing naar een besluit van het gemeentebestuur van Teylingen en de reactie daarop van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij. Voor zover van belang, heeft het gemeentebestuur van Noordwijk ten aanzien van dit onderwerp alleen het standpunt ingenomen, dat de ISG wordt herijkt. Er is geen veto uitgesproken voor wat betreft het in behandeling nemen van principeverzoeken.
Geen.
6
2.4
De bouw van de vier GOM-woningen gaat volgens appellant ten koste van de ruimtelijke kwaliteit aan de Gooweg. Deze belemmeren het uitzicht (zichtlijnen) op de bollenvelden aan de toegangsweg van Noordwijkerhout.
Door de verlaagde ligging van de betreffende woningen ten opzichte van de toegangsweg naar Noordwijkerhout wordt het zicht op de bollenvelden niet belemmerd.
Geen.
2.5
Volgens appellant is het plan in strijd met het bindend planologisch kader van de ISG, omdat het bollenareaal wordt verkleind en geen bijdrage levert aan de natuurlijke, landschappelijke en recreatieve kwaliteit van de streek. Hier gaat 11.890 m2 eersteklas bollengrond verloren door de bouw van vier woningen voor de ‘happy few’ op exorbitant grote kavels.
De bouw van Greenportwoningen is specifiek genoemd als instrument in de ISG. Voor wie deze woningen bestemd zijn, is ruimtelijk gezien niet ter zake doende.
Geen.
2.6
Appellant vraagt zich af waar in dit geval de compensatie plaatsvindt van de verloren gegane m2 eersteklas bollengrond. Deze compensatieverplichting, die is vastgelegd in de ISG, dient volgens appellant door de greenportgemeenten in het bestemmingsplan te worden vastgelegd. Dit is niet gebeurd.
De Greenport Ontwikkelingsmaatschappij zorgt met het instrument bollengrondcompensatie/bollengrondcompensatiefonds voor de productie van bollengrond elders. Het onder 6 genoemde bindend planologisch kader van de ISG is daarbij toereikend. Het vastleggen van de compensatieverplichting in het bestemmingsplan is niet vereist en daarmee overbodig.
Geen.
2.7
Appellant wijst op de toelichting en figuur 2.5 waarin staat vermeld dat, binnen het kader van de ISG, de openheid in het achterliggende plangebied (blauw gekleurd) actief vergroot zal worden. Hij vraagt zich af wat de bijdrage van de vier GOM-woningen daaraan is en acht dit daarom in strijd met de ISG.
De Greenportwoningen liggen in het in oranje aangegeven deel van de lintbebouwing wat is aangeduid als een ‘beoogd wooncluster’. Er is daarom geen strijdigheid met de ISG.
Geen.
2.8
In de toelichting op het plan staat in hoofdstuk 2 het volgende te lezen: ‘door de aanwezige groenstructuren wordt het zicht op het plangebied beperkt’. Volgens appellant zijn de groenstructuren in het voorjaar,
Dit is een constatering en behoeft geen reactie.
Geen.
7
wanneer de bollenvelden voor de toeristen het meest in trek zijn juist bladerloos. Andersom zou de aanwezigheid van een ‘effectieve’ groenstrook weer ten koste gaan van de openheid. 2.9
Appellant vindt de maatvoeringen in de regels in het voorliggende plan (art. 5.2) onduidelijk en verzoekt uitleg. Dit betreft de maximale bouw- en goothoogte voor de woning en de bijgebouwen.
2.10
In het bestemmingsplan wordt geen onderscheid gemaakt tussen tuin en erf en kent alleen de bestemming ‘Tuin’. Dit leidt dit volgens appellant tot een minder goede ruimtelijke ordening. Binnen deze laatste bestemming mag dan achter de voorgevelrooilijn een zwembad een tennisbaan worden gerealiseerd en in de voortuin zelfs een paardenbak met een oppervlak van 800 m2.
Een woning mag een maximale goothoogte hebben van 4 meter en een maximale bouwhoogte van 8,00 meter. De vrijstaande bijgebouwen en overkappingen mogen een maximale goothoogte hebben van 4,50 meter en een maximale bouwhoogte van 8.00 meter. In artikel 5.2, lid b, onder 7, van het (ontwerp)bestemmingsplan is dit op de gebruikelijke wijze aangegeven. Er wordt geen nadere motivering gegeven waarom het niet maken van onderscheid tussen tuin en erf leidt tot een minder goede ruimtelijke ordening. Daarom wordt hierop in algemene bewoordingen gereageerd.
Geen.
Geen.
Het (ontwerp)bestemmingsplan geeft geen inhoud aan het begrip ‘Tuin’. Er zal dus aansluiting moeten worden gezocht bij wat er in het normale spraakgebruik onder tuin wordt verstaan. In de regel gaat het dan om een begrensd, meestal omheind, stuk grond waarop gewassen worden geplant of verbouwd. Het is evenwel niet ongebruikelijk, dat een tuin ook voor andere (recreatieve) doeleinden wordt gebruikt. Een zwembad, een tennisbaan of (zelfs) een paardenbak zijn voorbeelden van gebruik die planologisch passend worden geacht binnen de bestemming ‘Tuin’ en per definitie niet leiden tot een minder goede ruimtelijke ordening. De bouwregels in het (ontwerp)bestemmingsplan beperken de omvang van de bouwmogelijkheden ten behoeve van de genoemde (recreatieve) voorzieningen in voldoende mate. Temeer daar het hier gaat om percelen met een oppervlakte van circa 2.000 m2.
Appellant 3
8
3.1
Samenvatting zienswijze
Beantwoording gemeente
Gevolgen
Appellant wil dat de gemeente vasthoudt aan de in de ISG gemaakte afspraken over behoud van kwalitatief goed bloembollenareaal in combinatie met ontwikkelingsruimte voor de bestaande bloembollenbedrijven. Deze uitgangspunten zijn nog eens aangescherpt in de ‘Visie regionaal beleid en Bollenstreek 2.0’; uitgewerkt door o.a. de LTO Noord en de KAVB. Hierin wordt nog eens benadrukt dat ruimtelijke druk niet mag leiden tot marchanderen met de in de ISG gemaakte afspraken. Langs de Gooweg is sprake geweest van functiewijzigingen van agrarisch naar wonen als passende oplossing voor stoppende ondernemers, maar in het voorliggende plan is daar op geen enkele wijze sprake van, want dat is een agrarisch perceel zonder bouwvlak dat ook nog eens bijdraagt aan de openheid van het gebied met uitstekende zichtlijnen over het bloembollengebied. De ontwikkeling is derhalve in strijd met de ISG.
Door de verlaagde ligging van de betreffende woningen ten opzichte van de toegangsweg naar Noordwijkerhout wordt het zicht op de bollenvelden niet belemmerd. De woningen komen in het bouwlint en vormen daarmee de afronding. Zij blokkeren geen zichtlijnen. Overigens wordt in de ISG is de gewenste zichtlijn aangegeven ten noordwesten van de Gooweg. In bollengrondcompensatie wordt overeenkomstig de ISG voorzien. De ontwikkeling is dus niet in strijd met de ISG.
Geen.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording gemeente
Gevolgen
Volgens appellant zou door de bouw van de woningen op deze locaties één van de meest prominente zichtlocaties op de bollenvelden van Noordwijkerhout verloren gaan.
De woningen komen in het bouwlint en vormen daarmee de afronding. Zij blokkeren geen zichtlijnen (zie ook onder 5).
Geen.
Appellant 4.
4.1
9
4.2
Volgens appellant is de bouw van de woningen in strijd met de ISG omdat er per saldo eersteklas bollenareaal verloren gaat ten gunste van woningbouw.
De bouw van Greenportwoningen vormt juist een integraal onderdeel van (het instrumentarium van) de ISG en is derhalve juist niet strijdig.
Geen.
4.3
Het plan is volgens appellant in strijd met de ISG omdat er zichtlijnen verloren gaan en het open landschap wordt volgebouwd.
Er gaat geen zichtlijn verloren. In de ISG is de gewenste zichtlijn aangegeven ten noordwesten van de Gooweg.
Geen.
4.4
Het plan is volgens appellant in strijd met de ISG omdat het karakter van de Bollenstreek wordt aangetast. Het plan is volgens appellant in strijd met de ISG omdat door het verloren gaan van bollenareaal de vitaliteit van de Bollenstreek wordt aangetast. Het plan is volgens appellant in strijd met de ISG, omdat dit, door de aantasting van zichtlocaties, ten koste gaat van toerisme en recreatie.
Zie voor de beantwoording hiervan de beantwoording onder 4.2
Geen
Zie voor de beantwoording hiervan de beantwoording onder 4.2.
Geen
Het streven is om Greenportwoningen zoveel mogelijk te realiseren in de linten of in clusters. De woningen komen in het bouwlint en vormen daarmee de afronding. Er gaat geen zichtlijn verloren. In de ISG is deze gesitueerd ten noordwesten van de Gooweg.
Geen.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording gemeente
Gevolgen
Appellant maakt bezwaar tegen het opofferen van bollengrond. In tegenstelling tot andere projecten aan de Gooweg waar sprake was van passende oplossingen voor stoppende ondernemers en het opruimen van opstallen, wordt hier bollengrond opgeofferd voor nieuwe woningen.
Zie voor de beantwoording hiervan de beantwoording onder 4.2.
Geen
4.5
4.6
Appellant 5.
5.1
10
5.2
Volgens appellant bevinden zich vooral rondom de Gooweg, Ambachtsweg en Westeinde bloemenbedrijven die veel grond gebruiken en het is daarom van vitaal belang om daar hoogwaardige grond beschikbaar te houden.
Zie voor de beantwoording hiervan de beantwoording onder 4.2.
Geen
5.3
Door opofferen van de percelen in het plan gaan volgens appellant belangrijke zichtlijnen over de bollenvelden verloren. Dit gaat tegen het beleid van de gemeenten in. Het perceel dat nu verloren dreigt te gaan vormt één van de trekpleisters omdat het wat lager ligt en goed bereikbaar is voor recreatief verkeer.
Zie voor de beantwoording hiervan de beantwoording onder 4.2.
Geen
11