CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage E - Ruimtelijke Onderbouwing BOPA Binnenduin

Commissie Ruimte 2 juli 2026, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Adviesrecht BOPA Molenweg/Binnenduin15.870 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderbouwing BOPA Molenweg e.o. Noordwijkerhout Gemeente Noordwijk

Colofon Gegevens over het project: Plannaam:

Molenweg e.o. Noordwijkerhout

Status:

Concept

Datum:

11-05-2026

Projectnummer Buro SRO:

SR240518 (JvdZ / JB)

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:

Binnenduin BV

Gegevens Buro SRO: Bezoekadres:

’t Goylaan 11 3525 AA Utrecht

Telefoon:

030-2679198

E-mail:

utrecht@buro-sro.nl

Internet:

www.burosro.nl

pagina 2 van 48

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

5

1.1

Aanleiding en ambitie

5

1.2

Aanduiding plangebied

5

1.3

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit

7

1.4

Leeswijzer

8

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

9

2.1

Voortraject

9

2.2

Vooroverleg

9

2.3

Participatie

9

3

Huidige situatie

10

4

Planbeschrijving

12

4.1

Ruimtelijke opzet en inpassing in omgeving

12

4.2

Functionele ontwikkeling en programma

14

5

6

7

Toetsing aan omgevingsplan

17

5.1

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden

17

5.2

Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan

17

Beleid

18

6.1

Rijksbeleid

18

6.2

Provinciaal beleid

19

6.3

Regionaal beleid

24

6.4

Gemeentelijk beleid

26

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

28

7.1

Verkeer en parkeren

28

7.2

Duurzaamheid en gezondheid

30

7.3

Geluid

30

7.4

Activiteiten en milieuzonering

32

7.5

Luchtkwaliteit

35

7.6

Archeologie en cultuurhistorie

35

7.7

Bodem

37

7.8

Omgevingsveiligheid

38

7.9

Natuur

40

7.10

Water

43

7.11

Mer-beoordeling

44

8

Financiële haalbaarheid

46

9

Conclusie

47

pagina 3 van 48

Bijlagen Bijlage 1. Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan 11-05-2025 Bijlage 2. Evaluatieverslag 12-11-2025 Bijlage 3. Conformatie aan Beleidsplan Internationale Werknemers 20-01-2026 Bijlage 3a. ABU-Fair Employment Code Arbeidsmigranten 01-01-2023 Bijlage 4. Verkeersonderzoek 19-08-2025 Bijlage 4a. Verkeerstellingen 01-12-2025 Bijlage 5. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 21-04-2026 Bijlage 6. Akoestisch onderzoek industrielawaai 25-03-2026 Bijlage 7. Archeologisch onderzoek 30-01-2026 Bijlage 8. Verkennend en aanvullend bodemonderzoek 04-03-2025 Bijlage 9. Memo hittestress 26-03-2026 Bijlage 10. Quickscan natuur 05-11-2025 Bijlage 11. Memo berekening stikstofdepositie 25-03-2026 Bijlage 11a. Berekening stikstofdepositie aanlegfase 2026 18-11-2025 Bijlage 11b. Berekening stikstofdepositie aanlegfase 2027 18-11-2025 Bijlage 11c. Berekening stikstofdepositie gebruiksfase 18-11-2025 Bijlage 12. Rekentool klimaatregel waterberging 24-03-2026 Bijlage 13. Aanmeldnotitie 25-03-2026

pagina 4 van 48

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en ambitie

Initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse van de huidige agrarische gronden aan de Molenweg te Noordwijkerhout 116 woningen te realiseren en 36 appartementen (logies) ten behoeve van 100 arbeidsmigranten en 2 beheerderswoningen. In totaal worden er 154 woningen gerealiseerd. Het woningbouwplan bestaat uit een mix van woningen voor verschillende doelgroepen zoals starters, alleenstaanden met of zonder kinderen, gezinnen en ouderen in verschillende wooncategorieën. Daarnaast worden twee bedrijfswoningen (Molenweg 4 en Molenweg 2) omgezet naar burgerwoningen. De projectlocatie is door de provincie Zuid-Holland opgenomen in de 3 ha lijst. Daarnaast is de locatie in de ZuidHollandse Omgevingsverordening die op 1 juli 2025 in werking is getreden opgenomen als locatie voor de huishouding van arbeidsmigranten. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de regels van het tijdelijke omgevingsplan (omgevingsplan van rechtswege) van de gemeente Noordwijk. Derhalve dient met een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) van het tijdelijke omgevingsplan afgeweken te worden.

1.2

Aanduiding plangebied

De planlocatie ligt tegen de kern Noordwijkerhout van Noordwijkerhout, langs de Provincialeweg (N206). Het plangebied bestaat uit verschillende kadastrale percelen bekend onder de kadastrale gemeente Noordwijk, sectie C, percelen 1709, 1928, 2175, 2254, 2643, 2644, 2646, 2647, 2645, 2174 en 2648 en sectie D perceel 2391. Het plangebied heeft een omvang van ca. 3 ha.

pagina 5 van 48

Globale ligging planlocatie, wit omkaderd (bron: beeldmateriaal.nl)

pagina 6 van 48

Globale begrenzing planlocatie, wit omkaderd (bron: beelmateriaal.nl)

1.3

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Er zijn twee varianten: 1.

Een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen.

2.

Een andere activiteit in strijd met het omgevingsplan.

Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a.

met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl);

b.

als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden.

In beginsel is bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van artikel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken, die met zes weken verlengd kan worden. In onderhavig geval is de keuze gemaakt op basis van de afdeling 3.4 van de Awb om een uitgebreide procedure te volgen. Na positief advies van de gemeenteraad zal de ontwerp vergunning zes weken ter inzage liggen. Bij de uitgebreide procedure bestaat de mogelijkheid zienswijzen tegen het ontwerpbesluit in te dienen.

pagina 7 van 48

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 3 omvat een beschrijving van de huidige situatie waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 5 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Aansluitend daarop wordt in hoofdstuk 6 het van toepassing zijnde beleidskader voor de locatie/het gebied verwoord. In hoofdstuk 7 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving, waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 8 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Tot slot wordt in hoofdstuk 9 een algehele conclusie getrokken.

pagina 8 van 48

2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

2.1

Voortraject

Op 8 maart 2022 hebben de initiatiefnemer en de gemeente Noordwijk een intentieovereenkomst ondertekend, op en 8 december 2025 is deze verlengd. In de intentieovereenkomst zijn doelstelling en de kaders voor de beoogde ontwikkeling opgesteld. Op basis van de intentieovereenkomst heeft Buro SRO een stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het gecombineerde plan is als bijlage 1 bijgevoegd.

2.2

Vooroverleg

In het kader van bestuurlijk overleg is de concept onderbouwing met de relevante vooroverlegpartners gedeeld. Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft reeds naar het ontwerp en de invulling van de rekentool kunnen kijken en heeft aangegeven akkoord te zijn met het initiatief. GGD Hollands Midden heeft op de concept onderbouwing gereageerd. De GGD heeft op twee aspecten advies gegeven. Voor luchtkwaliteit benoemd de dienst dat een deel van het plangebied nabij de N206 blootgesteld zal worden aan mogelijke luchtverontreiniging. In paragraaf 7.5 wordt het aspect luchtkwaliteit getoetst. Hieruit blijkt dat de luchtkwaliteit in het plangebied binnen de wettelijke kaders blijft en daarmee geen belemmering vormt. De aanbevelingen van de GGD worden meegenomen bij de nadere uitwerking. Hiernaast benoemd de GGD de geluidbelasting vanaf de N206. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de appartementengebouwen langs de provinciale weg te maken hebben met een hoge beluidbelasting. Om deze reden worden de zuidoostgevels van de gebouwen geluidluw uitgevoerd. Hiermee kan worden voldaan aan het gemeentelijk beleid. Tevens zorgt de ligging van de appartementengebouwen langs de provinciale weg voor afscherming van veel van het geluid voor de overige woningen in het plangebied. De Omgevingsdienst West-Holland heeft de concept onderbouwing en de bijbehorende onderzoeken beoordeeld.

Op basis van het advies zijn enkele van de onderzoeken aangepast. In de voorliggende versie van de onderbouwing zijn de aangepaste onderzoeken verwerkt. De Adviescommissie Omgevingskwaliteit van Noordwijk heeft het beeldkwaliteitsplan beoordeeld. In het Advies Omgevingskwaliteit (NOO26-0014-3) worden de volgende overwegingen benoemd: De commissie is akkoord met het beeldkwaliteitsplan omdat voldaan wordt aan de criteria van het door de raad vastgestelde beleid. Er is voldoende tegemoetgekomen aan de eerdere opmerkingen van de commissie. Het advies aan het bestuur is om akkoord te gaan met het beeldkwaliteitsplan. PM: De reactie van de provincie wordt hier toegevoegd na ontvangst.

2.3

Participatie

Onder de Omgevingswet is het belang van participatie toegenomen. De initiatiefnemer is in veel gevallen verplicht om te participeren met de betrokkenen. Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit hoort een beschrijving van de wijze waarop de participatie plaats heeft gevonden en wat daarvan het resultaat is.

pagina 9 van 48

In de periode mei-november 2025 heeft de initiatiefnemer een participatietraject doorlopen. Tijdens het proces zijn er drie brede informatiebijeenkomsten en drie klankbordgroepbijeenkomsten geweest. Aan het begin van het proces zijn er ca. 150 uitnodigingen verspreid onder omwonenden van het gebied om deel te nemen. Daarnaast waren er vertegenwoordigers uitgenodigd van maatschappelijke organisaties uit Noordwijkerhout. Ook de gemeente Noordwijk zowel ambtelijk als politiek waren uitgenodigd. Van de verschillende bijeenkomsten, de opmerkingen, vragen en zorgen van de bezoeker en de aanpassingen aan de plannen als gevolg, is een evaluatieverslag opgesteld (Evaluatie participatieproces Binnenduin, 12 november 2025, zie bijlage 2).

3

Huidige situatie

Het plangebied ligt grofweg in de driehoek van de Molenweg/Kerkstraat, De Vlashoven en de Provincialeweg N206. Deze laatste vormt de doorgaande weg tussen Noordwijk en Haarlem en is een 80 km/u weg met een op- en afrit net iets ten zuidwesten gelegen van het plangebied. Aan weerszijde van de N206 zijn groenstroken gelegen met enkele dichte houtwallen. Ten zuiden van het plangebied ligt de N443-’s-Gravendamseweg. Dit is een belangrijke uitvalsweg aan de zuidzijde voor Noordwijkerhout. Daar waar de Kerkstraat en De Vlashoven samenkomen ligt een rotonde met de N443. Na circa 125 meter naar het noorden sluit de Molenweg aan op de Kerkstraat. Aan de zuidwestzijde grenst het plangebied aan achterkanten van percelen aan De Vlashoven. De bebouwing hier bestaat voornamelijk uit kleine vrijstaande en/of twee-onder-een-kapwoningen en enkele bedrijven. Het deel dat grenst aan het plangebied betreft grotendeels bedrijfspercelen met schuren en loodsen van één laag met een flauwe kap. Ten noordoosten van het plangebied, direct langs de Provincialeweg N206, is een relatief nieuwe woonwijk gelegen. Deze wijk bestaat voornamelijk uit twee-onder-één-kap-woningen en korte blokken rijwoningen. Langs de zijde van de N206 ligt een aangesloten bebouwingswand met grondgebonden woningen van 3 lagen en appartementen van 5 bouwlagen met parkeren eronder.

Tussen de blokken staan geluidschermen om het verkeerlawaai af te schermen. Binnen het plangebied zijn in de huidige situatie drie (bedrijfs)woningen aanwezig, allen gelegen aan de Molenweg In het noorden van het plangebied betreft het een reguliere burgerwoning. De twee woningen in het zuiden van het plangebied betreffen bedrijfswoningen. De overige gronden van het plangebied zijn in gebruik voor bollenteelt, met enkele daarbij behorende (tunnel)kassen.

pagina 10 van 48

Impressie huidige situatie plangebied, vanaf de Molenweg, richting het zuidoosten (bron: Google Streetview)

pagina 11 van 48

4

Planbeschrijving

4.1

Ruimtelijke opzet en inpassing in omgeving

De ruimtelijke hoofdopzet is gebaseerd op de onderliggende landschapsstructuur. De orthogonale opzet geeft richting aan het plan waarbij de hoofdrichting noordwest-zuidoost is. Dit verdeelt het plangebied in een aantal te ontwikkelen woonvelden. De ontsluitingsstructuur is hierop gebaseerd en draagt bij aan de logische verdeling en bereikbaarheid van de woonvelden De navolgende afbeelding toont het stedenbouwkundig plan.

Stedenbouwkundig plan (bron: Buro SRO, 15 april 2026)

Langs de Provincialeweg N206 worden drie appartementenblokken parallel aan deze weg voorgesteld. De appartementen bestaan, van zuid naar noord uit respectievelijk een blok (permanent) met appartementen voor arbeidsmigranten van 5 bouwlagen, een blok met middeldure huur- en koopappartementen van 4 bouwlagen en een blok voor sociale appartementen van eveneens 4 bouwlagen. Stedenbouwkundig wordt zo ingespeeld op de ligging aan de N206 en het naastgelegen bestaande appartementencomplex langs deze weg. Daarbij wordt ervoor gezorgd dat, door middel van het ‘opknippen’ van de woonblokken met een verspringing, wandvorming wordt voorkomen. Dit wordt in de architectuur verder versterkt door verschillende kleurstellingen en materialisatie. De appartementen zijn allen georiënteerd op het zuiden. Door hun positie, zo dicht mogelijk tegen de N206, leveren zij een belangrijke bijdrage in het weren van het verkeerlawaai en ontstaat een geluidluw gebied achter deze

pagina 12 van 48

woonblokken. Dit komt de woonkwaliteit ten goede. Ook voor de bestaande woningen. Voor een nadere beschouwing van de geluidsituatie in relatie tot wegverkeer wordt verwezen naar paragraaf 7.3. Het overige deel van het plangebied bestaat uit grondgebonden eengezinswoningen welke centraal in het plangebied zijn gesitueerd. Deze rijwoningen zijn over het algemeen oost-west gericht en georiënteerd op de straat of openbare ruimte. Om stedenbouwkundig een goede overgang te maken naar de bestaande woningen in en langs het plangebied zijn hier vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen voorgesteld. Typologisch sluit dit goed aan bij de directe bestaande woonomgeving. De ontsluiting vindt plaats vanaf de kruising van de Molenweg met de Kerkstraat. Vanuit daar gaat in noordwestelijke richting de ontsluiting naar het middengebied van het plan. Halverwege het plangebied loopt de ontsluiting in noordoostelijke richting. Daarna buigt de weg haaks af naar de rand van het plangebied. Voor eventuele calamiteiten is een (afgesloten) verbinding met het terrein van ‘De Clemenshof’ voorzien. Deze calamiteitenroute is niet toegankelijk voor auto- en fietsverkeer of voetgangers. Het parkeerterrein voor de appartementen van de arbeidsmigranten wordt afgesloten van de rest van het openbaar gebied door middel van een slagboom. Dit betreft eigen terrein.

Op de onderstaande afbeelding wordt de ontsluitingsstructuur weergegeven

Ontsluiting en parkeren (bron: Buro SRO, 15 april 2026)

pagina 13 van 48

4.2

Functionele ontwikkeling en programma

Het woonprogramma in het plan voorziet in een diversiteit aan woontypologieën. Het woonprogramma is als volgt:

▪

36 sociale huur appartementen;

▪

17 middeldure huur appartementen;

▪

8 betaalbare koop appartementen;

▪

21 betaalbare koop eengezinswoningen;

▪

26 vrije sector eengezinswoningen;

▪

8 dure koopwoningen, waaronder: o

4 vrijstaande woningen

o

4 twee-onder-een-kapwoningen

In totaal biedt het plan ruimte aan de huisvesting van 100 arbeidsmigranten (in 36 appartementen en 2 beheerderswoningen) en 116 reguliere woningen. Daarnaast blijft de bestaande woning in het noorden van het plangebied behouden. De twee bedrijfswoningen in het zuiden van het plangebied worden omgezet naar reguliere woningen. De navolgende afbeelding toont het woonprogramma.

Woonprogramma (bron: Buro SRO, 15 april 2026)

Verkeer en parkeren

pagina 14 van 48

Vanaf de Kerkstraat wordt het plan ontsloten voor auto, fiets en voetganger. De woonstraat loopt door het plangebied en ontsluit alle woonvelden. In de noordoosthoek van het plangebied is tevens een ‘lus’ voorzien waar bijvoorbeeld een vuilnisauto, zonder te hoeven keren, kan doorrijden. Vanuit deze woonstraat zijn alle parkeerplaatsen ontsloten. Het aantal parkeerplaatsen voldoet aan de geldende gemeentelijk normen (zie paragraaf 7.1.2) en worden als ‘groene’ parkeerplaatsen ingericht. Deze parkeerplaatsen worden uitgevoerd met halfverharding, tegels die deels open zijn waardoor ze waterdoorlatend zijn en er gras of andere beplanting doorheen kan groeien. Dit komt onder andere tegemoet aan klimaatadaptatie en het tegengaan van hittestress. Daarnaast zijn er parkeerplaatsen op eigen terrein voorzien voor de tweekappers en vrijstaande woningen. Fietsers maken gebruik van de rijbaan waar ook de auto’s rijden. Deze zijn voldoende breed en de snelheid van 30km/u voorkomt onveilige situaties. Ook de Molenweg kan worden benut door fietsers om het plangebied te bereiken. Om fietsen te stallen zijn er bergingen en bezoekersplaatsen bij de entree van de appartementen. Voor calamiteiten wordt een (afgesloten) verbinding gemaakt met het terrein van ‘De Clemenshof’. Deze is alleen beschikbaar voor noodsituaties.

Groen en water De groenstructuur in het plangebied dient zoveel als mogelijk aaneensluitend te zijn. Vanaf de entree is de woonstraat door het plangebied voorzien van een groenstrook met lage beplanting en bomen. Op de kop van de Molenweg en entreeweg wordt een kleine driehoek als groene ruimte ingericht met een fraaie boom. Aan de zuidwestzijde wordt de oever van de bestaande watergang opnieuw ingericht met een talud van gras en bomen. Ten zuiden van de appartementenblokken is een aaneengesloten groene ruimte voorzien. Hier is plek voor onder andere een speelgelegenheid, verlaagde zone ten behoeve van extra waterberging en delen met lagen beplanting en bomen. De zijde langs de N206 wordt opnieuw ingericht in aansluiting op de aanwezige watergang. Het watersysteem in het plan gaat uit van zoveel mogelijk afwateren vanaf de woonstraten en het parkeren naar het groen. In dit groen en de groene parkeerplaatsen kan het hemelwater infiltreren en vertraagd afvoeren naar omliggende watergangen. Conform de verhardingstoename dient er water te worden gecompenseerd volgens de eisen van Rijnland. Dit wordt gedaan door de zuidwestelijk sloot te verbreden en een nieuw wateroppervlak te graven aan de zuidwestzijde van het plangebied. Daarmee wordt er voldoende water gecompenseerd.

Daarnaast worden er verlaagde delen in het groen aangelegd waar ook bij piekbuien gebufferd kan worden, In paragraaf 7.10 wordt dit aspect nader behandeld. Op de onderstaande afbeeldingen zijn de groen- en waterstructuren weergegeven

pagina 15 van 48

Groenstructuur (bron: Buro SRO, 15 april 2026)

Waterstructuur (bron: Buro SRO, 15 april 2026)

pagina 16 van 48

5

Toetsing aan omgevingsplan

5.1

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden

Alle voorheen geldende bestemmingsplannen maken onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Noordwijk. Voor de planlocatie gold het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied 2015’, waarin het plangebied grotendeel voorzien was van de bestemming ‘Agrarisch - Bollenteelt - Bollenzone 2’. Deze gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een bollenteeltbedrijf. Voor een deel van het plangebied geldt de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - uitsluitend ondersteunend glas’. Hiernaast geldt er voor een deel van het plangebied de bestemmingen ‘Tuin’ en ‘Wonen’. Op deze gronden is één woning toegestaan, met bijbehorende tuin. Tot slot is een deel van het plangebied voorzien van de dubbel bestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Bij ingrepen groter dan 100 m² en 30 cm diep is archeologisch onderzoek nodig. De onderstaande afbeelding toont een uitsnede van het bestemmingplan.

Uitsnede

voormalig

bestemmingsplan

‘Bestemmingsplan

Buitengebied

2015’,

plangebied

rood

ruimtelijkeplannen.nl)

5.2

Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan

Het plan is op de volgende onderdelen strijdig met het tijdelijke deel van het omgevingsplan:

▪

Bestemming ‘Agrarisch - Bollenteelt - Bollenzone 2’ o

▪

Het realiseren van woningen en openbaar gebied

Bestemming ‘Tuin’ o

pagina 17 van 48

Het realiseren van woningen en openbaar gebied

omkaderd

(bron:

6

Beleid

6.1

Rijksbeleid

6.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

2.

duurzaam economisch groeipotentieel;

3.

sterke en gezonde steden en regio's;

4.

toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond.

Planspecifiek Onderhavig initiatief past binnen de derde prioriteit, waarmee het initiatief passend is binnen de intenties van dit rijksbeleid. Gezien de aard en omvang van het initiatief is de NOVI verder niet specifiek van toepassing op het plangebied.

6.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In artikel 5.129g wordt bepaald dat bij een plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, rekening gehouden moet worden met: a.

de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en

b.

als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.

Planspecifiek Artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is van toepassing op stedelijke ontwikkelingen. Uit afspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat de ondergrens voor een stedelijke ontwikkeling voor woningen bij 12 ligt (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Met de beoogde

pagina 18 van 48

ontwikkeling worden 116 woningen gerealiseerd. Derhalve is er sprake van een stedelijke ontwikkeling en dienen de 'trappen' van de ladder behandeld te worden. Behoefte Volgens de ‘Regionale woonagenda Holland Rijnland’ heeft de regio een woningbouwopgave van maximaal 30.500 woningen tot 2030. Voor de subregio Noord, waar Noordwijkerhout deel van uitmaakt, is de woningbouwopgave tot 2030 6.500 tot 7.500 woningen. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 116 woningen. Daarmee wordt bijgedragen aan de behoefte aan nieuwe woningen in de regio. Bestaand stedelijk gebied Volgens de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is het plangebied gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied van Noordwijkerhout. Echter is de locatie opgenomen als ‘grote buitenstedelijke bouwlocatie’ in de provinciale verordening. De onderhavige locatie is in bijlage IXm onder B van de verordening opgenomen. Hiermee is de beoogde ontwikkeling passend op deze locatie.

6.2

Provinciaal beleid

6.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De meeste recente versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 18 februari 2025. Naast de algemene sturingsfilosofie en een analyse van de huidige situatie van Zuid-Holland schetst de provincie in de omgevingsvisie haar toekomstgerichte beleid in zeven provinciale vernieuwingsambities. Deze ambities vormen een stip op de horizon. 1.

Samen werken aan Zuid-Holland

2.

Bereikbaar Zuid‐Holland

3.

Schone energie voor iedereen

4.

Een concurrerend Zuid‐Holland.

5.

Versterken natuur in Zuid‐Holland

6.

Sterke steden en dorpen in Zuid‐Holland

7.

Gezond en veilig Zuid‐Holland

Deze zeven vernieuwingsambities zijn geconcretiseerd in beleidsdoelen, die omschrijven aan welke maatschappelijke opgaven de provincie werkt. De beleidsdoelen zijn vervolgens uitgewerkt in beleidskeuzes. De provincie wil gebiedsgericht, integraal en op het regionale schaalniveau sturen op kwaliteitsverbetering, het realiseren van beleidsdoelen en bij het gebied passende ruimtelijke ontwikkelingen (‘de juiste ontwikkeling op de juiste plek’). Gebiedsprofielen en ruimtelijke kwaliteit Het landschap in de provincie Zuid-Holland is gevarieerd. Voor 16 deelgebieden zijn in 2014 gebiedsprofielen gemaakt als uitwerking van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Deze gebiedsprofielen zijn samen met de regio ontwikkeld. Elk gebied heeft eigen gebiedskenmerken die de provincie van provinciaal belang vindt. De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of

pagina 19 van 48

bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. De gebiedsidentiteit is de basis voor nieuwe ontwikkelingen. Deze identiteit is ontstaan door eeuwenlange ingrepen in de ruimte. Daarbij is een aantal lagen te onderscheiden. De bodem, de ondergrond, gaat over de grondslag van de provincie en de natuurlijke (landschapsvormende) processen. Daarop ligt de laag van de cultuur- en natuurlandschappen. In deze laag vind je het zichtbare landschap en (grondgebonden) nut. Deze laag is gevormd door eeuwenlang (vaak agrarisch) gebruik door de mens. De derde laag die onderscheiden wordt is de laag van stedelijke occupatie, bestaand uit steden, dorpen en hun onderlinge netwerken. Tot slot gaat de laag van de beleving over identiteit, met als belangrijke dragers cultuurhistorie en (recreatieve) beleving. Passende ruimtelijke ontwikkeling Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. In de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen is het uitgangspunt dat de aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is.

Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raakt deze aan provinciale doelen of belangen. Ook de bijzonderheid en kwetsbaarheid van de gebiedskwaliteit speelt daarbij een rol. De gebiedsprofielen bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact van een ontwikkeling in een bepaald gebied is. De provincie maakt daarbij onderscheid in drie typen ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Hierbij spelen de schaalniveaus van de kavel, de structuur en de gebiedsidentiteit een rol. Wanneer een ontwikkeling aansluit bij de gebiedsidentiteit en zich voegt in de bestaande structuur, is sprake van inpassing. Een ontwikkeling die wel aansluit bij de gebiedsidentiteit maar op structuurniveau in wijzigingen voorziet, betekent een aanpassing. En bij transformatie zorgen de aard en omvang van een ontwikkeling voor een verandering van de gebiedsidentiteit. Deze indeling van ontwikkelingen is ook doorvertaald in de instructieregels met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit in de omgevingsverordening. Voor ruimtelijke kwaliteit zijn drie beschermingscategorieën te onderkennen (zie ook paragraaf 6.2.2, Zuid-Hollandse Omgevingsverordening) met bijpassende gebiedstypen, waarbinnen geldt:

▪

Beschermingscategorie 1: alleen inpassen mogelijk (Graslanden Bollenstreek, Natuurnetwerk Nederland, Kroonjuweel Cultureel Erfgoed)

▪

Beschermingscategorie

2:

inpassen

en

aanpassen

is

mogelijk

(Recreatiegebied,

Belangrijk

weidevogelgebied, Groene Buffers)

▪

Beschermingscategorie 3: inpassen, aanpassen en transformeren is mogelijk (Buitengebied)

Planspecifiek Kwaliteitskaart Voor de beoogde ontwikkeling is de omgevingskwaliteit wel van belang. Hiervoor zullen de relevante kaartlagen van de kwaliteitskaart en de bijbehorende richtpunten nader worden omschreven. 1.

Laag van de ondergrond

Op de kaart van de ‘Laag van de ondergrond’ is het plangebied aangewezen als ‘Kustcomplex – zeezandafzettingen’ en als ‘Kustcomplex – strandwallen en oude duinen’. Het kustcomplex is opgebouwd uit een

pagina 20 van 48

opeenvolging van zee, strand, jonge duinen, strandvlakten en strandwallen parallel aan de kust. Deze langgerekte structuur is op twee plaatsen onderbroken: bij de monding van de Oude Rijn en bij de voormalige monding van de Maas. Veel strandwallen zijn in de loop van de tijd vergraven voor het zand of de bollenteelt, waardoor het kenmerkende reliëf op die plekken is verdwenen. De duinen en het strand kennen een grote natuurlijke dynamiek en uitersten in omstandigheden: van droog en warm, naar nat en koud of van zout naar zoet. Dit maakt het strand en de duinen ecologisch erg waardevol. Het plangebied bevindt zich niet aan of vlakbij de kust, het strand of de duinen. De natuurlijke en landschappelijke eigenschappen van deze landschappen zijn in het plangebied dan ook niet herkenbaar. Er wordt dan ook geen afbreuk gedaan aan de kwaliteiten en structuur van het kustcomplex. 2.

Cultuur- en natuurlandschappen

Op de laag van Cultuur- en natuurlandschappen ligt het plangebied in het ‘Bollenlandschap’. Het bollenlandschap is ontstaan door het vergraven van oude duinen en strandwallen en de aanleg van een fijnmazig vaartenstelsel ten behoeve van de bollenteelt. Kenmerkend is de afwisseling van kleurrijke bollenvelden (seizoensgebonden), verspreide bebouwing en begroeiing, vaarten en sloten. Bijzonder zijn de (restanten van) landgoederen en oude duinen. De landschappelijke structuur wordt bepaald door een afwisseling van parallel aan de kustlijn gelegen open en verdichte zones. De iets lagergelegen strandvlakten met een uitgebreider slotenpatroon en graslanden zijn meer open. De strandwallen zijn meer verdicht door bebouwing en beplanting van dorpen en linten, landgoederen en de bollenteelt. Hoewel het plangebied in het verleden gebruikt is voor bollenteelt, is dit gebruik in de omgeving van het plangebied vervallen. Enkel ten noorden van her plangebied, voorbij de N206 zijn er nog bollengronden aanwezig. Gelet op de ligging van het plangebied vormt de ontwikkeling geen belemmering voor het bollenlandschap. Daarnaast bevindt het plangebied zich deels in een zandlint. Linten vormen een belangrijk onderdeel van het ZuidHollandse landschap. Ze worden gevormd door lineaire, deels aaneengesloten bebouwing langs lineaire structuren zoals wegen, waterwegen of dijken.

Op veel plaatsen hebben de linten een sterke relatie met het omliggende landschap. Op andere plaatsen zijn de linten ingesloten in andere bebouwing. Ook komt er verspreid liggende bebouwing langs (polder)wegen voor, waar de afstand tussen de bebouwing relatief groot is. De relevante richtpunten voor linten zijn als volgt:

▪

Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied.

▪

Waar mogelijk behouden van de doorzichten vanaf de weg op het achterliggende landschap.

▪

Kleinschalige nieuwe ontwikkelingen langs linten zijn mogelijk indien er sprake is van de functieverandering van de bebouwing van een perceel, bijvoorbeeld van een agrarische functie naar een woonfunctie.

▪

Ontwikkelingen dienen te passen in het karakter van het lint. Dit betekent dat de ontwikkeling aansluit op het profiel van het lint, de maat en schaal van de bebouwing en de mate van transparantie van het lint. Er is respect voor de historische gaafheid van het lint.

De beoogde ontwikkeling doet geen afbreuk aan het karakter van het lint. Het plangebied is niet direct gelegen aan het lint van de Kerkweg, maar achter de rijwoningen. In het ontwerp is rekening gehouden met de zichtlijnen vanuit de woningen aan de Kerkstraat. Tevens is er sprake van een functieverandering van een agrarische functie naar een woonfunctie.

pagina 21 van 48

3.

Laag van de stedelijke occupatie

Op de kaart 'Laag van de stedelijke occupatie' is het plangebied opgenomen als 'Stads- en dorpsranden' en 'Steden en dorpen'. De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. De stads- en dorpsranden van de provincie zijn plekken met bijzondere potentie voor het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Het zijn overgangsplekken waar de contrasten tussen de stad en het buitengebied goed beleefd kunnen worden. In deze gebieden is nadrukkelijk aandacht nodig voor de doorgaande landschappelijke structuren, de recreatieve verbindingen tussen stad en land en het ontwerp en de inrichting van de stads- en dorpsrand zelf. Ontwikkelingen in deze randen vragen daarom om extra aandacht voor een zorgvuldige inpassing en een optimale ruimtelijke kwaliteit. Ontwikkelingen in stads- en dorpsranden moeten bijdragen aan een goede overgang tussen stad en buitengebied, met aandacht voor doorgaande landschappelijke structuren, toegankelijkheid, recreatieve verbindingen tussen stad en land en het ontwerp van de stads- en dorpsrand zelf. Het beoogde woongebied wordt zorgvuldig ingepast, aansluitend aan de bestaande rij van woningen en appartementen langs de N206. Hiermee wordt er met aandacht omgegaan met de overgang van de stadsrand. Beleidskeuzes De ontwikkeling sluit aan bij de beleidskeuze: Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit.

Het ruimtelijke kwaliteitsbeleid bestaat uit de voorgenoemde lagen van de kwaliteitskaart. Daarnaast zijn er gebiedsprofielen opgesteld, gezamenlijk met decentrale overheden en andere partijen in de regio. De gebiedsprofielen hebben de status van handreiking, maar nadrukkelijk niet de status van toetsingskader. Conclusie Voor de beoogde ontwikkeling komen geen belemmeringen voort uit de Omgevingsvisie. Zoals hierboven is beschreven is onderhavig plan in lijn met de lagen van de kwaliteitskaart. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling past binnen de omgevingsvisie en de provinciale ambities.

6.2.2 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Op 1 juli 2025 is de laatste versie van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. In de verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen. De Omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van de provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de Omgevingsvisie. De verordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 7.43c van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een omgevingsplan alleen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toelaat als de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Onder de volgende voorwaarden kan ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit worden voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: a.

Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft.

b.

Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit.

c.

Een omgevingsplan kan alleen voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van de soort transformeren als de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin

pagina 22 van 48

wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit is sprake van een vorm van transformeren (sub c), omdat deze afwijkt van de bestaande gebiedsidentiteit. Zoals aan bod is gekomen in paragraaf 2.1 en hoofdstuk 4, is er voor de ontwikkeling een stedenbouwkundig plan en een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Met dit integrale ontwerp is het plan in lijn met artikel 7.43c van de Omgevingsverordening en kan voorzien worden in de ruimtelijke ontwikkeling. Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 7.45 van de Omgevingsverordening is het volgende opgenomen: 'Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt gaat in de motivering in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving’. In paragraaf 6.1.2 is ingegaan op de ladder voor duurzame verstelijking. Hierin is aangegeven dat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en dat die in de behoefte naar woningen voorziet. Grote buitenstedelijke bouwlocaties In artikel 7.46 wordt aangegeven welke locaties zijn aanwezen als grote buitenstedelijke bouwlocaties.

In bijlage IX, onder b van de verordening is de Molenweg opgenomen als een woningbouwlocatie van 3 ha. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met artikel 7.46. Risico's van klimaatverandering In artikel 7.41a van de Omgevingsverordening is opgenomen dat rekening gehouden moet worden met de risico’s van klimaatverandering, waaronder in ieder geval de te verwachten gevolgen van: a.

wateroverlast door overvloedige neerslag;

b.

overstroming

c.

hitte

d.

droogte

alsmede de effecten van de gevolgen op het risico van bodemdaling. -

Wateroverlast

Uit de klimaatatlas Zuid-Holland blijkt dat het plangebied gevoelig is voor overvloedige neerslag. Het plangebied is in vergelijking met de aangrenzende gronden laag gelegen. Met de beoogde ontwikkeling wordt het plangebied met circa 70 cm opgehoogd. Hiermee wordt het huidige gevoeligheid voor wateroverlast door hevige neerslag verholpen. Het plangebied is in de huidige situatie nagenoeg volledig onverhard, in de beoogde situatie zal de verharding toenemen. Op de onverharde delen van het plangebied blijft infiltratie mogelijk. Tevens zijn er rond het plangebied verschillende watergangen aanwezig en wordt er extra wateroppervlakte toegevoegd. Daarnaast wordt gestreefd om het water bij regenval zoveel als mogelijk vertraagd af te voeren. -

Overstromingen

pagina 23 van 48

De kans op overstromingen is per locatie anders. Overstromingen vanuit rivieren, meren of zeeën kunnen voor grote overlast zorgen. Het is dan ook van belang dat de overstromingskans zo klein mogelijk is. Uit het raadplegen van de overstromingskaart op Atlas Leefomgeving blijkt dat er voor zowel de primaire als de regionale waterkeringen een zeer kleine (1/3.000 tot 1/30.000 per jaar) overstromingskans is. Hoewel er sprake is van een zeer kleine kans voor een overstroming is het in verband met de lage ligging van het plangebied van belang om het gevaar van een mogelijke overstroming te beoordelen. Op basis van de Atlas Leefomgeving blijkt dat alle woningen met meer dan één laag in het plangebied en de omgeving in het geval van een overstroming over een droge verdieping beschikken. Alle woningen uit het plan worden voorzien van meer dan één laag. Samen met de ophoging van het plangebied kan er hiermee geconcludeerd worden dat het thema overstromingen geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. -

Hitte

Volgens de klimaatatlas is de temperatuur ter plaatse van het plangebied vergelijkbaar met de omgeving. Met de beoogde ontwikkeling neemt de verharding toe, hierdoor kan de warmte enigszins toenemen. Gelet op de ligging van de planlocatie aan de rand met het buitengebied en de aanwezigheid van meerdere sloten is het niet te verwachten dat de hitte veel toeneemt. Bovendien wordt er in groen voorzien en worden bomen toegevoegd die voor schaduwwerking zorgen. In het kader van de hittestress is er door Nepocon een stresstest uitgevoerd (L260029, d.d. 26 maart 2026, zie bijlage 9). Uit de stresstest blijkt dat het plan voldoet aan de gestelde eisen uit het beleidsplan klimaatadaptatie van de gemeente Noordwijk. Er is wordt voldoende schaduwwerking voorzien en het plangebied kent voldoende verkoelende groenlocaties. Naast de eisen uit het beleidsplan klimaatadaptatie voldoet het plan ook aan de TOjulieis. -

Droogte

Op basis van de klimaatatlas kan gesteld worden dat er in het plangebied geen sprake is van problemen t.a.v. droogte. Specifieke maatregelen met betrekking tot droogte worden niet nodig geacht. -

Bodemdaling

Uit de Klimaatatlas van de provincie Zuid-Holland blijkt dat er in het plangebied geen sprake van bodemdaling is. De planlocatie ligt niet in een gebied dat is aangemerkt als bodemdaling gevoelig. Maatregelen met betrekking tot bodemdaling zijn dan ook niet nodig. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het initiatief niet in strijd is met de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

6.3

Regionaal beleid

6.3.1 Regionale Omgevingsagenda 2040 Op 11 juni 2021 hebben de gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Voorschoten, Teylingen en Zoeterwoude gezamenlijk de eindversie van de Regionale Omgevingsagenda gepresenteerd. De omgevingsagenda van de regio HollandRijnland bespreekt hoe op integrale wijze alle ruimte vragende functies een plek kunnen krijgen in de regio of waar keuzes gemaakt moeten worden. Dat leidt tot de integrale hoofdopgave: zoeken naar balans. Deze

pagina 24 van 48

omgevingsagenda helpt bij het maken van richtinggevende keuzes voor de toekomst. In ieder geval stelt de regio zichzelf de volgende doelen:

▪

versterken kenniseconomie en complementaire bedrijvigheid;

▪

realiseren van flinke woningaantallen voor een passende huisvesting;

▪

investeren in infrastructuur voor mobiliteit en energievoorziening;

▪

creëren van voldoende plekken voor het opwekken van duurzame energie;

▪

bieden van een toekomstperspectief voor het landschap.

Met de Regionale Omgevingsagenda zet de regio een stip op de horizon. Zo levert Holland Rijnland een bijdrage aan nationaal en provinciaal beleid en bestaande afspraken over verstedelijking, economie en mobiliteit.

Planspecifiek Het voorliggende initiatief voorziet in het realiseren van 116 extra woningen in het buitengebied van Noordwijkerhout. Daarnaast wordt een gebouw met 36 appartementen (logies) ten behoeve van 100 arbeidsmigranten met twee bijbehorende beheerderswoningen gerealiseerd. Hiermee wordt aangesloten op de tweede doelstelling 'realiseren van flinke woningaantallen voor een passende huisvesting'. Primair zet de regio in op beperkte extra woningbouw voor de lokale behoefte in of nabij de kernen. Voorliggend plan is aan te merken als een dergelijke ontwikkeling.

6.3.2 Regionale woonagenda Holland Rijnland 2023 Het is dringen op de woningmarkt in Holland Rijnland. Net als in andere delen van Nederland stapelen de vraagstukken zich op. De tekorten zijn groot, met name in het betaalbare koop-, sociale huur- en middeldure huursegment. De koopprijzen zijn hard gestegen en de wachttijden voor sociale huurwoningen zijn langer, waarbij een grote diversiteit aan doelgroepen met smart wacht op een geschikte woning. Om die redenen is in juli 2023 de nieuwe regionale woonagenda vastgesteld: Regionale Woonagenda Holland Rijnland 2023. Met de nieuwe regionale woonagenda willen de gemeenten het wonen in de regio versterken. Dat gebeurt door meer te sturen op een goed evenwicht tussen vraag en aanbod op de regionale woningmarkt en door keuzes te maken die de kwaliteit van wonen in de regio versterken. Er worden specifieke opgaven geagendeerd, zoals het behouden van voldoende sociale huurwoningen, het huisvesten van de vergrijzende bevolking en bijzondere doelgroepen als gevolg van de extramuralisering en de huisvestingsopgave voor groepen die tussen wal en schip vallen. Een nieuwe regionale woonagenda helpt de gemeenten door het geven van kaders en richting bij het realiseren van deze opgaven.

Er worden specifieke opgaven geagendeerd, zoals het behouden van voldoende sociale huurwoningen, het huisvesten van de vergrijzende bevolking en bijzondere doelgroepen als gevolg van de extramuralisering en de huisvestingsopgave voor groepen die tussen wal en schip vallen. Een nieuwe regionale woonagenda helpt de gemeenten door het geven van kaders en richting bij het realiseren van deze opgaven.

Planspecifiek De beoogde toevoeging van woningen draagt bij aan de kwantitatieve behoefte aan woningen in de regio. Specifiek voor de subregio Noord waar de gemeente Noordwijk deel van uitmaakt. Het aantal te bouwen woningen in de

pagina 25 van 48

gehele regio is verdeeld onder de drie subregio's, voor subregio Noord is uitgegaan van 6.500 tot 7.500 woningen tot 2030. Ook wordt er bijgedragen aan de kwalitatieve vraag naar variatie in woningtypen. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van 116 woningen voor verschillende segmenten waaronder 36 sociale huurappartementen. Daarnaast worden er 36 logies toegevoegd voor de huisvesting van 100 arbeidsmigranten. Gelet op het voorgaande past het plan binnen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte naar woningen in de gemeente Noordwijk.

6.4

Gemeentelijk beleid

6.4.1 Omgevingsvisie 1.2 De gemeente Noordwijk heeft op 26 februari jl. de Omgevingsvisie 1.2 vastgesteld. Momenteel wordt gewerkt aan een Omgevingsvisie 2.0. Het uitgangspunt van de vigerende omgevingsvisie (1.2) is dat alle initiatieven binnen de gemeente Noordwijk worden getoetst aan een gebiedsgericht afwegingskader, aansluiten op de identiteit en bijdragen aan de gewenste koers. In de omgevingsvisie is de gewenste koers van de gemeente uitgedrukt in vijf thema’s:

▪

Een ondernemende gemeente met voldoende welvaart voor iedereen

▪

Prettig wonen met voldoende woningen voor iedereen

▪

Een betrokken gemeenschap; een plek waar we prettig samenleven en gelukkig oud worden

▪

Goede bereikbaarheid en minder (parkeer)overlast op topdagen

▪

Een duurzame gemeente Noordwijk; klimaatneutraal en -bestendig

Planspecifiek De planlocatie ligt in de rand van het deelgebied ‘Noordwijkerhout’. Het dorp valt op door de gemeenschapszin, sociale samenhang, het verenigingsleven (muziek, sport en carnavalsverenigingen) en het bloemencorso. Het gezellige centrum rond de Witte kerk biedt opvallend veel horeca. De Noordwijkerhouters wonen hier rustig tussen het vele groen. In het dorp Noordwijkerhout gelden de volgende relevante ambities:

▪

Noordwijkerhout is een dorp met veel gezelligheid, gemeenschapszin en een grote sociale samenhang. Dit komt mede door de vele vrijwilligers, het rijke verenigingsleven en de evenementen, zoals het carnaval en de najaarsfeesten met de kermis.

▪

Het is er fijn wonen in rustige ruime, groene wijken en door de nabijheid en de openheid van de bollenvelden, landgoederen, duinen, natuur, zee en het strand met veel recreatieve mogelijkheden.

▪

Noordwijkerhout heeft een gezellig centrum rond de Witte Kerk, veel supermarkten en mooie scholen. Het borrelt er van de activiteiten

▪

Er heerst een goed ondernemersklimaat en er zijn veel initiatieven voor ouderen en jongeren.

▪

In dit bollendorp hebben de mensen onderling een sterke band.

De planlocatie is thans gelegen in het buitengebied. In het buitengebied gelden de volgende (voor het initiatief relevante) ambities voor de gemeente Noordwijk:

▪

De Bollenstreek, met alles wat daarbij hoort (bollenteelt, vaste planten, en export) in combinatie met de mooie natuur, strand en duinen zijn de trots van onze gemeente.

pagina 26 van 48

▪

Een belangrijke economische pijler in het buitengebied is het bollen-, bloemen- en toeristencluster. De bollenvelden maken dat dit gebied veel (internationale) toeristen aantrekt. Onduidelijk is hoe het toerisme in Noordwijk zich gaat ontwikkelen.

▪

Versterken van natuur en ecologische verbindingszones is gewenst, evenals het vergroten van de biodiversiteit.

▪

Vermindering gebruik van (bestrijdings)middelen (die leiden tot stikstof en fosfor uitstoot). Dit zorgt voor een gezonder leefmilieu, verbetering van de biodiversiteit en minder vervuiling van het grondwater.

De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van een nieuw woongebied aan de rand van het dorp Noordwijkerhout. Door het realiseren van het beoogde aantal woningen en de verbetering van de kwaliteit van de rand van Noordwijkerhout wordt er bijgedragen aan de dorpsidentiteit. De woningen dragen bij aan extra en een verbeterd woningaanbod. De locatie biedt een uitstekende kans om het woningenaantal uit te breiden zonder de grens van het dorp te verleggen. Gesteld kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met de omgevingsvisie van de gemeente Noordwijk.

6.4.2 Beleidsplan internationale werknemers In 17 juli 2025 heeft de gemeenteraad van Noordwijk het beleidsplan internationale werknemers aangenomen. De gemeente Noordwijk wil als aanvulling op het bestaand beleid, een brede aanpak voor arbeidsmigratie waarbij er aandacht is voor de lokale economie, het verbeteren van de kwaliteit van de huisvesting en het meedoen van internationale werknemers, met daarbij oog voor de inwoners. Dit beleidsplan is gebaseerd op de vastgestelde startnotitie20. De voorgestelde aanpak ligt ook in lijn met de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten. Samen met de Regiodeal leverde dit mede bouwstenen op voor het nieuwe beleid. De uitgangspunten zijn: 1.

registratie op orde;

2.

werken met vergunningen;

3.

huisvestingsinitiatieven voldoen aan aanvullende lokale voorwaarden;

4.

bedrijvigheid en benodigde huisvesting in beeld;

5.

informatievoorziening op orde;

6.

toegang tot een relevant aanbod van ondersteuning;

7.

participatie en draagvlak van de omgeving;

8.

regionaal samenwerken aan gezamenlijke opgaven.

Planspecifiek Met de beoogd ontwikkeling wordt er huisvesting (logies) gerealiseerd voor 100 arbeidsmigranten. Hiervoor worden er 36 appartementen toegevoegd en 2 beheerderswoningen. Deze locatie is bedoeld ter vervanging van de locatie ‘Trampoline’, elders in Noordwijkerhout. Om dit deel van de ontwikkeling te testen aan de bovengenoemde uitgangspunten van het beleidsplan is er door Dutch Foreigner Care B.V. (DFC) een notitie opgesteld (Dutch Foreigner Care B.V, 20 januari 2026, zie bijlage 3) en de daarbij behorende notitie ‘ABU Fair Employment Code’ (zie bijlage 3a). Uit de notitie blijkt dat beoogde huisvesting voldoet aan de uitgangspunten van het gemeentelijk beleidsplan.

pagina 27 van 48

7

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

7.1

Verkeer en parkeren

7.1.1 Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 744 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' kencijfers voor verkeersgeneratie. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen wat de totale verkeersaantrekkende werking bedraagt.

Planspecifiek Om de toename van het aantal verkeersbewegingen in beeld te brengen is CROW-publicatie 744 geraadpleegd. Met de beoogde ontwikkeling worden woningen gerealiseerd. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van een ‘matig stedelijk’-woonmilieu in de ‘rest bebouwde kom’. Met de beoogde ontwikkeling worden 36 appartementen voor de arbeidsmigranten gerealiseerd en 2 ‘beheerdersappartementen’ in de vorm van sociale huurappartementen. Het overige programma voorziet in de realisatie van sociale huurappartementen, middeldure huur appartementen en koopappartementen en grondgebonden koopwoningen. Bij het berekenen van de verkeersgeneratie is aangesloten bij de berekening die is gemaakt door GraaffTraffic (GraaffTraffic, NWK002, 19 augustus 2025, zie bijlage 4). Omdat het woonprogramma naar beneden is bijgesteld komt de totale verkeersgeneratie niet meer overheen met dit onderzoek, wel is gebruik gemaakt van de uitgangspunten en de kengetallen die in het onderzoek van GraafTraffic zijn opgenomen. Voor de verkeersgeneratie van de arbeidsmigranten is uitgegaan van ervaringscijfers van de locatie Trampoline. Voor de 100 arbeidsmigranten op de locatie is sprake van 40 voertuigbewegingen per etmaal. De navolgende tabel toont de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling op basis van dit programma. Categorie / type woning

Aantal woningen /

CROW

Totaal

m² bvo

verkeersgeneratie

verkeersgeneratie

Appartementen arbeidsmigranten

36

-

40,0

Huur, appartement, sociale huur

38

3

114

17

3,4

57,8

8

5,6

44,8

Koop, huis, tussen/hoek

47

7,1

333,7

Koop, huis, twee-onder-een-kap

4

7,8

31,2

75–100 m² bvo Huur, appartement, middeldure huur 75–100 m² bvo Koop, appartement 75–100 m² bvo

pagina 28 van 48

Koop, huis, vrijstaand

4

Totaal

154

8,2

32,8 654,3

In het onderzoek verkeersonderzoek van GraaffTraffic en een aanvullende verkeerstelling (GraafTraffic, NWK003, 1 december 2025, zie bijlage 4a) wordt geconcludeerd dat er geen problemen ten aanzien van de verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling te verwachten is als gevolg van de ontwikkeling. Alle omliggende wegen bieden voldoende ruimte om de toename aan verkeersbewegingen op de vangen en dit op een verkeersveilige wijze af te wikkelen.

7.1.2 Parkeren Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type functie. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 744 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' richtlijnen voor parkeernormen. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen of voorzien wordt in voldoende (auto)parkeerplaatsen. Voorts voorziet de publicatie in minimale voorwaarden voor parkeervoorzieningen. Daarnaast geldt binnen de gemeente Noordwijk de ‘Nota parkeernormen 2020’. In de nota worden de richtlijnen en kencijfers van het CROW omgezet naar parkeernormen voor verschillende gebiedstypen binnen de gemeente.

Planspecifiek Met de beoogde ontwikkeling worden er in totaal 154 woningen gerealiseerd. Op basis van parkeernormen uit 2020 van de gemeente Noordwijk en het daaropvolgende ‘Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Noordwijk houdende regels omtrent parkeren’ uit 2024 is met toepassing van aanwezigheidspercentages de volgende parkeerberekening gemaakt:

pagina 29 van 48

Berekening parkeerbehoefte beoogde woningen (bron: Buro SRO)

Hieruit blijkt dat de parkeerbehoefte van de beoogde woningen afgerond 253 parkeerplaatsen bedraagt. In totaal worden er 256 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiervan worden 16 parkeerplaatsen op eigen terrein voorzien, bij de vrijstaande woningen en de twee-onder-een-kapwoningen. Van de 240 openbare parkeerplaatsen worden 75 parkeerplaatsen behorende bij de huisvesting van arbeidsmigranten in een apart parkeerterrein nabij de huisvesting gerealiseerd. De overige 165 parkeerplaatsen worden voorzien langs de woonstraten en een parkeerkoffer. Voor het fietsparkeren worden de grondgebonden woningen voorzien van bergingen. Voor de appartementen en de huisvesting voor arbeidsmigranten worden er op basis van het parkeerbeleid fietsenstallingen toegevoegd. Er kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een passende parkeersituatie.

7.2

Duurzaamheid en gezondheid

De aspecten duurzaamheid en de gezondheid van mensen zijn steeds belangrijkere thema’s geworden. Om die reden zijn duurzaamheid en gezondheid in de Omgevingswet verankerd. In artikel 1.3 sub a van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit als een belangrijk maatschappelijk doel opgenomen. In een omgeving die gezond gedrag stimuleert, zijn de bewoners over het algemeen gezonder dan in een omgeving die daar niet op is ingericht. Toetsing aan de aspecten duurzaamheid en gezondheid is sterk afhankelijk van het gemeentelijk beleid op deze thema’s. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid en/of gezondheid in het omgevingsplan, zijn vastgelegd in de vorm van omgevingswaarden. De Rijksoverheid stimuleert duurzaam bouwen vooral op het aspect energie. Sinds 1995 worden in het Bouwbesluit eisen gesteld ten aanzien van de energiezuinigheid van een gebouw, die nu zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). De eisen houden in dat nieuwe woningen (bijna) energieneutraal gebouwd moeten worden. De nieuwe eisen zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Planspecifiek De beoogde woningen worden gasloos en volgens de BENG-methode gebouwd. Door te kiezen voor gasloze woningen wordt de CO2-uitstoot aanzienlijk verminderd, wat een positieve impact heeft op het klimaat. Aan de hand van de overige aspecten van de fysieke leefomgeving wordt duidelijk dat het aspect gezondheid op voorhand geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling

7.3

Geluid

De regels voor geluid zijn opgenomen in de bruidsschat en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het bevoegd gezag moet bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. De kern is dat geluidgevoelige gebouwen worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. Een geluidgevoelig gebouw (artikel 3.21 Bkl) wordt gedefinieerd als een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een:

pagina 30 van 48

▪

woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;

▪

onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;

▪

gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of

▪

bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan.

Het beschermen van een geluidgevoelig gebouw gebeurt aan de hand van vastgestelde geluidaandachtsgebieden, waarbij instructieregels gelden. De volgende geluidbronsoorten hebben een aandachtsgebied: rijkswegen, provinciale

wegen,

gemeentewegen,

waterschapswegen,

hoofdspoorwegen,

lokale

spoorwegen

en

industrieterreinen.

Planspecifiek Een woning is een geluidsgevoelig gebouw zoals bedoeld in artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor de realisatie van een nieuw geluidsgevoelig gebouw dient aangetoond te worden dat het geluid op dat gebouw niet hoger is dan de standaardwaarden. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is daarom door een onderzoek naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer uitgevoerd (De Milieuadviseur, 25145, 21 april 2026, zie bijlage 5). Het plangebied ligt binnen het geluidaandachtgebied van meerdere gemeentelijke en provinciale wegen (N206 en N443). De provinciale wegen zijn ten tijde van het onderzoek nog niet opgenomen in Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG). Op grond van artikel 3.5 uit de Aanvullingswet geluid Omgevingswet geldt voor provinciale wegen die nog niet zijn opgenomen in Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG) dat de ontwikkeling in de zone moet worden getoetst aan de normen uit de vervallen Wet geluidhinder (Wgh). Resultaten Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat de waarde van het geluid door wegverkeer op gemeentelijke wegen op de woningen 53 dB bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB voor gemeentelijke wegen uit het Bkl. De hoogste waarde van het geluid afkomstig van provinciale wegen bedraagt 62 dB, afkomstig van de N206.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=bb0e8570-e47a-48fb-a968-aa1279a735f0