Bijlage D - Stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan Binnenduin
Tekst van het document
Binnenduin | Noordwijkerhout Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan
Project Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan Binnenduin, Noordwijkerhout Projectnummer: SR240518
Initiatiefnemer Binnenduin BV
Opsteller Buro SRO ‘t Goylaan 11 3525 AA Utrecht Contactpersonen: John van de Zand en Lotte Grootendorst T
030 - 267 91 98
E
utrecht@buro-sro.nl
Status en datum Concept 11 mei 2026
2
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
1.2
Beeldkwaliteit bebouwing
23
5
4.1
Ambitie en sfeer
23
Doel beeldkwaliteitsplan
5
4.2
Algemene bebouwingscriteria
23
1.3
Plangebied
5
4.3
Rijwoningen
26
1.4
Opzet SP en BKP
5
4.4
Twee-onder-één kap woningen en vrijstaande woningen
27
4.5
Appartementen en logiesgebouw
28
Analyse
7
2.1
Historische ontwikkeling
7
2.2
Ruimtelijk en functioneel
2.3
Uitgangspunten
4.
5.
Beeldkwaliteit buitenruimte
29
7
5.1
Beeldambitie en sfeer
29
11
5.2
Verharding
29
5.3
Parkeren
29
Stedenbouwkundig plan
15
5.4
Groen en beplanting
31
3.1
Hoofdopzet
15
5.5
Spelen
31
3.2
Groen
16
5.6
Erfafscheidingen
33
3.3
Woonprogramma
16
5.7
Afval
33
3.4
Ontsluiting en parkeren
16
5.8
Nutsvoorzieningen
33
3.5
Langzaam verkeer en calamiteiten
17
3.6
Water
17
3.7
Nutsvoorzieningen
3.8
Profielen
6.
Duurzaamheid
34
17
6.1
Maatregelen in de openbare ruimte
34
18
6.2
Architectonische maatregelen
34
3
4
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
1.3
Plangebied
Aan de zuidwestzijde van Noordwijkerhout aan de Molenweg, in
Buro SRO is gevraagd om voor deze loactie een stedenbouwkundige
De locatie bestaat uit verschillende kadastrale percelen bekend
de gemeente Noordwijk, bevinden zich diverse agrarisch percelen.
plan en beeldkwaliteitsplan (hierna SP en BKP) op te stellen. Dit boekje
onder de kadastrale gemeente Noordwijk, sectie C, percelen 1709,
Deze zijn momenteel in gebruik als grasland en kwekerijgronden.
is daarvan het resultaat. Op basis hiervan kan de vervolgstap worden
1928, 2175, 2254, 2643, 2644, 2646, 2647 en 2648 en sectie D
Initiatiefnemer heeft het voornemen de locatie te herontwikkelen naar
gezet om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken.
perceel 2391. Het plangebied heeft een omvang van circa 29.250m².
1.2
Het gebied is aan de noordwestzijde begrensd door de provinciale
een aantrekkelijk, duurzaam en klimaatbestendig woongebied en huisvesting voor arbeidsmigranten.
Doel beeldkwaliteitsplan
Dit BKP wordt door de gemeenteraad vastgesteld en vormt het
weg N206 en de watergang die hier liggen. De noordoostzijde
De locatie staat op de zogenaamde 3-hectarekaart van de provincie
toetsingskader voor welstand voor de verdere planuitwerkingen.
grenst aan de bosschage nabij De Clemenshof. De zuidoostzijde is
Zuid-Holland. Daarmee is de locatie aangewezen als potentiële
De welstandsnota Noordwijk 2019 bevat geen criteria voor
begrensd door de Molenweg en de woningen met achtertuinen aan
woningbouwlocatie. De gemeente Noordwijk heeft voor deze
ontwikkelingsprojecten. Hiervoor dient dit BKP en is daarmee een
de Kerkstraat tussen de nummers 98 en 106. De zuidwestzijde grenst
herontwikkeling, samen met de initiatiefnemer, uitgangspunten opgesteld.
aanvullend kader met een beschrijving van het plan, referentiebeelden,
aan achterkanten van de bestaande woon- en bedrijfspercelen aan
Deze zijn onderverdeeld in beleidskaders, programma en een nota van
uitgangspunten en criteria die richting geven aan de uitwerking.
De Vlashoven. Aan de achterzijde van deze percelen ligt een sloot
uitgangspunten. Deze vormen de basis van de herontwikkeling.
die onderdeel uitmaakt van het plangebied. Dit BKP is richtinggevend. Het geeft de beoogde sfeer en kwaliteit
Op dit moment vigeert het omgevingsplan gemeente Noordwijk. Voor
aan, maar is dermate flexibel dat ontwerpers een eigen invulling aan
1.4
dit deel van Noordwijkerhout geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied
de richtlijnen kunnen geven. Ze vormen geen blauwdruk, maar tippen
Dit SP en BKP vangt in hoofdstuk 2 aan met een analyse waarbij
2015’. Daarin zijn de gronden bestemd als ‘Agrarisch - Bollenteelt -
principes (niet uitputtend) aan om tot de beoogde sfeer en ruimtelijke
de landschappelijke, historische, stedenbouwkundige en functionele
Bollenzone 2’, Groen en Tuin met voor een deel van het plangebied de
kwaliteit te komen. Indien met andere principes hetzelfde wordt bereikt
context aan bod komen en eindigt met de uitgangspunten. In hoofdstuk
dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 1’. De realisatie van woningen
dan is dit ‘in de geest van het plan’ en wordt aan de richtlijnen voldaan.
3 wordt het stedenbouwkundig plan toegelicht. Hoofdstuk 4 en 5
en logies is in strijd met het omgevingsplan.
Opzet SP en BKP
gaan in op de beeldkwaliteit van de gebouwen en de buitenruimte. Het laatste hoofdstuk gaat in op het thema duuzaamheid.
5
6
2. Analyse 2.1
Historische ontwikkeling
Het plangebied ligt aan de zuidwestzijde van Noordwijkerhout,
Grote delen bos, landgoederen en duinen werden vanaf
een dorp met circa 16.250 inwoners in de gemeente Noordwijk,
1950 omgevormd tot bollengrond, voorzien van brede, rechte
en is gelegen in het bollenteeltgebied.
ontwateringssloten – nog goed zichtbaar ten noorden van de N206.
De eerste bewoning in de omgeving vond plaats op drie strandwallen, als overblijfselen van oude duinen na de ijstijd.
De bloembollenteelt droeg ook bij aan de groei van
Noordwijkerhout ligt op de meest westelijke strandwal. Rond
Noordwijkerhout. Eind jaren ’50 werd de wijk Victor gebouwd
890 ontstond nabij het landhuis van graaf Gerolf het dorp
rond de kerk aan de Kerkstraat. Aanvankelijk lag deze wat los
Nootigerhout, langs de huidige Gooweg. Wegen als de Gooweg
van het centrum, maar dit veranderde met de aanleg van de
en Kerkstraat waren toen al belangrijke routes door het bosrijke
N206 in de jaren ’70, die de bereikbaarheid sterk verbeterde.
gebied. De Molenweg verwijst naar een vroegere korenmolen In de daaropvolgende decennia breidde Noordwijkerhout verder
nabij de ’s-Gravendam.
uit met nieuwe woonwijken, waardoor de wijk Victor werd Tot in de 17e en 18e eeuw leefde men vooral van landbouw
verbonden met de dorpskern. De gronden ten noorden van de
en veeteelt. Daarna vestigden notabelen buitenverblijven
N206 – het Noordwijkerhoutsche – worden nog steeds gebruikt
in de regio, wat zorgde voor extra inkomsten en groeiend
voor bollenteelt.
toerisme.
Vanaf
de
20e
eeuw
werd
de
ligging
nabij
zee en duinen steeds belangrijker voor het toerisme.
2.2
Ruimtelijk en functioneel
Hierna volgt de ruimtelijk en functionele analyse van het Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw veranderde het landschap
plangebied en de directe omgeving daarvan.
ingrijpend door het afgraven van binnenduinen. Het duinzand bleek na bemesting zeer geschikt voor de bloembollenteelt.
7
Wegenstructuur
Morfologie
Structuren
Wegenstructuur
Morfologie
kap of plat dak. Ten noordoosten van het plangebied, direct langs de
Het plangebied ligt grofweg in de driekhoek van de Molenweg/
Het plangebied is deels bebouwd met kassen. De omliggende
Provincialeweg N206, is een relatief nieuwe woonwijk gelegen. Deze
Kerkstraat, De Vlashoven en de Provincialeweg N206. Deze laatste
percelen maken onderdeel uit van de lintbebouwing Molenweg
wijk bestaat voornamelijk uit twee-onder-één-kap-woningen en korte
vormt de doorgaande weg tussen Noordwijk en Haarlem en is een
en Kerkstraat. De Kerkstraat is een oude lintstructuur. Aan de
blokken rijwoningen. Langs de zijde van de N206 is gekozen voor een
80km/u weg met een op- en afrit net iets ten zuidwesten gelegen
noordzijde staan voornamelijk kleine vrijstaande en/of twee-onder-
aangesloten bebouwingswand met grondgebonden woningen van 3
van het plangebied. Aan weerszijde van de N206 zijn groenstroken
één-kapwoningen. Deze variëren in kapvorm, materiaal, kleur en
lagen en appartementen van 5 bouwlagen met parkeren eronder.
gelegen met enkele dichte houtwallen.
massa van één tot twee lagen met een kap. Richting de N443 is de
Tussen de blokken staan geluidschermen om het verkeerlawaai af
bebouwing ouder met eenzelfde uitstraling. Vanaf de rotonde met
te schermen.
Ten zuiden van het plangebied ligt de N443-’s-Gravendamseweg. Dit
de ’s-Gravendamseweg vormt de bebouwing de entree tot het dorp. Structuren
is een belangrijke uitvalsweg aan de zuidzijde voor Noordwijkerhout.
8
Daar waar de Kerkstraat en De Vlashoven samenkomen ligt een
Aan de zuidwestzijde grenst het plangebied aan achterkanten van
De richting van het oorspronkelijke landschap is noordwest-zuidoost
rotonde met de N443. Na circa 125 meter naar het noorden sluit de
percelen aan De Vlashoven. De bebouwing hier bestaat voornamelijk
en staat nagenoeg haaks op de huidige N206. Deze structuur is
Molenweg aan op de Kerkstraat. De Kerkstraat is een 30km/u. De
uit kleine vrijstaande en/of twee-onder-een-kapwoningen en enkele
nog duidelijk herkenbaar in het plangebied door kavelgrenzen en
Molenweg is slechts een enkele rijbaan van circa 3,5 meter en loopt
bedrijven. Het deel dat grenst aan het plangebied betreft grotendeels
(onverharde) wegen. Ook in de zuidoostelijk gelegen wijk Victor zijn
dood ter hoogte van Molenweg 6.
bedrijfspercelen met schuren en loodsen van één laag met een flauwe
deze structuren nog herkenbaar.
Belemmeringen
Eigendommen
Voorzieningen
In het plangebied is nauwelijks groen van betekenis aanwezig. Net
Daarnaast heeft een aantal bedrijven langs De Vlashoven een
Voorzieningen
buiten het plangebied, aan de noordoostzijde, ligt een restant van
bedrijfsbestemming met bedrijfscategorie 2. Hier dient wat
Het plangebied ligt op circa 1.200 meter van de historische kern
een oude bosstructuur. Verder bevindt zich langs de N206 een aantal
betreft geluid ook rekening mee te worden gehouden.
van Noordwijkerhout. Dit is op loop- en fietsafstand. In de kern zijn
houtwallen dat het zicht van en naar het plangebied voorkomt. Wat
diverse voorzieningen waaronder diverse horeca, supermarkten,
betreft de waterstructuur ligt er een watergang langs de N206 en
Het plangebied is alleen bereikbaar via de kruising van de
het dorpshuis, een huisartsenpraktijk en onderwijs.
langs de achterzijde van de percelen aan De Vlashoven.
Molenweg met de Kerkstraat. Bij calamiteiten dient het
Ten noordoosten van het plangebied ligt, op circa 650 meter
plangebied ook nog van een andere zijde bereikbaar te zijn.
afstand, een wijkcentrum met een supermarkt, enkele medische
Er dient dus in een extra toegang te worden voorzien.
voorzieningen, kinderopvang en een basisschool. Dichterbij
Belemmeringen Aan de noordzijde van het plangebied ligt de N206. Dit is een
op circa 200 meter afstand is de Victorkerk en het Victorhuis
80km/uur weg. Deze weg levert verkeerlawaai op voor het
Eigendommen
(buurthuis) gelegen. Aan de Kerkstraat op circa 100 meter is
plangebied. Een zone van circa 45 meter langs deze weg kent
Binnen het plangebied zijn de percelen bij verschillende
tevens nog een kleine bakker en kapsalon gelegen.
een te hoge geluidswaarde voor woningen. Binnen afzienbare tijd
eigenaren in eigendom. Dit is onder andere bepalend voor het te
is hier stil asfalt voorzien. Hiervoor dienen passende maatregelen
realiseren woon- en logiesprogramma. Ook blijft er een aantal
Ten zuiden van het plangebied langs de ’s-Gravendamseweg
getroffen te worden, bijvoorbeeld in de vorm van een dove- of
(bedrijfs)woningen in het plangebied gehandhaafd. Dit alles is
(N443), op circa 150 meter afstand, bevinden zich bushaltes
vliesgevel, zodat woningen wel mogelijk zijn.
mede bepalend voor de stedenbouwkundige invulling.
richting Katwijk-Leiden en Haarlem.
9
Uitgangspunten
10
2.3
Uitgangspunten
Op basis van voorgaande analyse en een locatiebezoek zijn de belangrijkste uitgangspunten geformuleerd. Dit zowel ruimtelijk, functioneel als milieu-planologisch. Deze uitgangspunten vormen het vertrekpunt voor het opstellen van het stedenbouwkundig plan.
woonvisie van de gemeente Noordwijk: 30% sociale huur,
verkeerlawaai en hier ruimtelijk op inspelen; ▪ Eventueel een functionele en aantrekkelijk geluidswerende
15% middeldure huur en 25% middeldure koop voor diverse doelgroepen.
bebouwingsrand; ▪ De bouwhoogte dient te passen bij een dorps karakter en is maximaal twee lagen met een kap of drie lagen plat voor
Verkeer en parkeren
Ruimtelijk
grondgebonden woningen en maximaal vier tot vijf lagen
▪ De auto-hoofdontsluiting vindt plaats vanaf de Kerkstraat.
▪ De ontwikkeling van het plangebied gaat uit van woningbouw
plat voor appartementen langs de provincialeweg;
▪ Het huidige profiel en karakter van de Molenweg en
en deels een permanent logiesgebouw voor arbeidsmigranten; ▪ Een passend plan dat stedenbouwkundig en landschappelijk goed aansluit bij het karakter van het gebied en omgeving; ▪ De richting van het landschap als basis voor de ruimtelijke hoofdstructuur; ▪ Het karakter van het gebied is niet gebiedsspecifiek maar dient enerzijds aan te sluiten bij en de overgang te maken
▪ Het karakter van de bebouwing dient dorps te zijn en passend
▪ Er dient te worden voorzien in een extra (afgesloten)
bij de omgeving en buurt; ▪ Bebouwing presenteert zich als samenhangend ensemble. Techniek
en
bouwwijze
zijn
ondergeschikt
aan
de
beeldkwaliteit; ▪ De nieuwe woonbuurt dient aantrekklijk en maximaal duurzaam ingericht te worden;
naar de linten van de Kerkstraat, De Vlashoven en Molenweg.
▪ Bestaande opgaande beplanting zoveel als mogelijk
Dit vertaald zich vooral in de ‘korrel’ waarmee hierop dient te
handhaven en inpassen binnen een robuuste groenstructuur.
aan de ligging langs de N206, de hoge dynamiek van deze
calamiteitenontsluiting; ▪ Het inrichtingsprincipe voor de wegen is ‘Duurzaam Veilig’. Voor de buurtontsluitingswegen geldt een regime van 30 km/ uur; ▪ Er worden langzaamverkeerverbindingen (voet en fiets) gemaakt, zoveel mogelijk in aansluiting op de bestaande structuren; ▪ Voor de parkeernormen dient de Nota parkeernormen
worden aangesloten; ▪ Anderzijds dient het gebied deels zijn karakter te ontlenen
Kerkstraat dienen gerespecteerd te worden;
Programmma
Noordwijk
2020
(incl.
addendum
2024)
te
▪ Maximaal 140 wooneenheden conform besluitvorming
aangehouden. Uitgaande van zone B, niet stedelijk;
worden
Provincie (herbevestiging PS 12-10-2022);
▪ Parkeren zoveel als mogelijk op eigen terrein dan wel zoveel
▪ Rekening houden met te hanteren bedrijfsmilieucontouren;
▪ Er worden 100 arbeidsmigranten gehuisvest;
mogelijk aan het zicht onttrokken (met groen) om kwalitatief
▪ Langs de N206 nadrukkelijk rekening houden met het
▪ Het woningbouwprogramma dient aan te sluiten bij de
aantrekkelijk woonstraten te krijgen;
weg en aan te sluiten bij de oostelijk gelegen wooncomplexen;
11
12
▪ Voor het openbaar vervoer wordt gebruik gemaakt van
▪ Binnen de planontwikkeling dient ruimte te zijn voor spelen,
bestaande haltes in de directe omgeving. Hier dienen goede
bewegen en sociale contacten. De openbare ruimte moet
langzaamverkeerverbindingen naar toe te worden gemaakt.
hiertoe uitnodigen; ▪ Er dienen voldoende huisvuilinzamelingsplekken te worden
Openbare ruimte
gerealiseerd conform de eisen van de gemeente.
▪ De openbare ruimte wordt op een zo duurzaam mogelijke wijze ontworpen en gerealiseerd. Daarbij is er o.a. aandacht
Gezondheid, duurzaamheid en milieu
voor klimaatadaptie, hittestress, waterberging, biodiversiteit,
▪ Inzetten op een duurzame en gezonde woonwijk;
natuurvriendelijke verlichting, etc.;
▪ De aanwezigheid van groen en aanleidingen om te bewegen
▪ Inrichting van de openbare ruimte conform de eisen van de gemeente Noordwijk; ▪ De hoofdgroenstructuur van het plan dient zoveel als mogelijk (duurzame) aaneengesloten groene verbindingen te maken met de directe omgeving; ▪ Nieuwe beplanting dient gebiedseigen te zijn en te voorzien
(wandelen en fietsen) dienen onderdeel te zijn van de planontwikkeling. Dit geldt tevens voor de mogelijkheid van ontmoetingsplekken; ▪ Het eventuele verkeerlawaai afkomstig van de N206, dat het plangebied binnenkomt, dient zo dicht mogelijk bij de bron ‘geweerd’ te worden.
in voldoende gelaagdheid; ▪ Het nieuwe woongebied dient voldoende drooglegging te krijgen conform de eisen van het waterschap; ▪ Er dient voldoende oppervlaktewater te worden gerealiseerd conform de eisen van het waterschap; ▪ Voorkeursvolgorde hemelwater: vasthouden (op eigen terrein), bergen (in watersysteem) en afvoeren (via riool);
13
Stedenbouwkundig plan
S
S S
14
3. Stedenbouwkundig plan 3.1
Hoofdopzet
De ruimtelijke hoofdopzet is gebaseerd op de onderliggende
extra aandacht voor de uitwerking van de koppen van deze gebouwen.
De ontsluiting vindt plaats vanaf de kruising van de Molenweg met de
landschapsstructuur en de ligging aan de N206 en de linten van
De appartementen zijn allen georiënteerd op het zuiden. Door hun
Kerkstraat. Vanuit daar gaat in noordwestelijke richting de ontsluiting
de Kerkstraat, De vlashoven en de Molenweg. De orthogonale
positie, zo dicht mogelijk tegen de N206, leveren zij een belangrijke
naar het middengebied van het plan. Halverwege het plangebied loopt
opzet vanuit het landschap geeft richting aan het plan waarbij de
bijdrage in het weren van het verkeerlawaai en ontstaat een geluidluw
de ontsluiting in noordoostelijke richting. Daarna buigt de weg haaks af
hoofdrichting noordwest-zuidoost is. Dit verdeelt het plangebied in
gebied achter deze woonblokken. Dit komt de woonkwaliteit ten goede.
naar de rand van het plangebied. Voor eventuele calamiteiten is een
aantal te ontwikkelen woonvelden. De ontsluitingsstructuur is hierop
Ook voor de bestaande woningen.
(afgesloten) verbinding met het terrein van ‘De Clemenshof’ voorzien.
Het overige deel van het plangebied bestaat uit grondgebonden
Het parkeerterrein voor de appartementen van de arbeidsmigranten
eengezinswoningen welke centraal in het plangebied zijn gesitueerd
en de ruimte hieromheen is eigen terrein. Een verbijzondering nabij
Langs de Provincialeweg worden drie appartementenblokken
en sluiten stedenbuwkundig in maat en schaal aan bij de bebouwing
de entree van dit terrein bijvoorbeeld in de vorm van een hekwerk met
parallel aan deze weg voorgesteld. De appartementen bestaan,
langs de Kerkstraat, De Vlashoven en Molenweg. De voorgestelde
metselwerk maakt een goede beëindiging van de toegangsweg en
van zuid naar noord uit respectievelijk een blok (permanent) voor
rijwoningen zijn over het algemeen oost-west gericht en georiënteerd
zichtas.
arbeidsmigranten van 5 bouwlagen, een blok met middeldure huur-
op de straat of openbare ruimte. Om stedenbouwkundig een goede
en koopappartementen van 4 bouwlagen en een blok voor sociale
overgang te maken naar de bestaande woningen in en langs het
De hoofdgroenstructuur ligt tussen de appartementen en de
appartementen van eveneens 4 bouwlagen.
plangebied zijn hier vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen
eengezinswoningen en kan het plangebied met de bosschage
voorgesteld. Typologisch sluit dit goed aan bij de directe bestaande
‘De Clemenshof’ verbinden. Deze groene ruimte, kan als zone
woonomgeving.
worden ingericht met kleine wadi’s, boomgroepjes en een
gebaseerd en draagt bij aan de logische verdeling en bereikbaarheid van de woonvelden.
Stedenbouwkundig wordt zo ingespeeld op de ligging aan de N206 en het naastgelegen appartementencomplex langs deze weg. Daarbij
eventuele speelgelegenheid. Dit draagt bij aan een aantrekkelijke
wordt ervoor gezorgd dat, door middel van het ‘opknippen’ van de
Op de belangrijkste stedenbouwkundige punten in het plan wordt extra
woonomgeving,
woonblokken met een gevelsprong, wandvorming wordt voorkomen
aandacht besteed aan onder andere de vormgeving van kopgevels,
tegengaan van hittestress en verrijking van de biodiversiteit.
en de bebouwing een menselijk maat krijgt. Dit wordt in de architectuur
beëindigingen van woonlokken en het toepassen van kappen. Ook de
verder versterkt door verschillende kleurstellingen, materialisatie en
overgangen van privaat naar openbaar doen daar in mee.
voldoende
groen,
klimaatadaptatie,
het
15
Legenda
Legenda Bomen Openbaar groen Wadi
Groen
3.2
Groen
4/36
Rijwoning middel koop 21 won. Rijwoning vrije sector 26 won. Woningen duur 8 won. Appartementen sociaal 36 won. Appartementen middel huur en middel koop 25 won. Arbeidsmigranten complex Aantal bouwlagen / aantal woningen
Auto ontsluiting Parkeren openbaar 163pp Parkeren arbeidsmigranten 75pp Parkeren eigen terrein (8x dubbele oprit) Calamiteitenontsluiting
Woonprogramma
Ontsluiting en parkeren
3.3
3.4
Woonprogramma
Ontsluiting en parkeren
De groenstructuur in het plangebied dient zoveel als mogelijk
Het woonprogramma in het plan voorziet in een diversiteit aan
Vanaf de Kerkstraat wordt het plan ontsloten voor auto, fiets en
aaneensluitend te zijn. Vanaf de entree is de woonstraat door
woontypologieën. Langs de N206 zijn de 3 wooncomplexen
voetganger. De woonstraat loopt door het plangebied en ontsluit
het plangebied voorzien van een groenstrook met lage beplating
voorzien met 36 appartementen voor arbeidsmigranten, 25
alle woonvelden. In de noordoosthoek van het plangebied is
en bomen. Op de kop van de Molenweg en entreeweg wordt een
appartementen in de middeldure huur en koop en 36 sociale
tevens een ‘lus’ voorzien waar bijvoorbeeld een vuilnisauto,
kleine driehoek als groene ruimte ingericht met een fraaie boom.
huurappartementen.
zonder te hoeven keren, kan doorrijden. Vanuit deze woonstraat
Aan de zuidwestzijde wordt de oever van de bestaande watergang
zijn alle parkeerplaatsen ontsloten.
opnieuw ingericht met een talud van gras en knotwilgen.
Het plan bestaat verder uit grondgebonden woningen waarbij er
Ten zuiden van de appartementenblokken is een aaneengesloten
6 rijblokken zijn met 21 woningen in de middeldure koop en 26
Het aantal parkeerplaatsen voldoet aan de geldende gemeentelijk
groene ruimte voorzien. Hier is plek voor onder andere een
rijwoningen in de vrije sector. Verder voorziet het plan in 4 twee-
normen (zie bijlage parkeerbalans) en worden als ‘groene’
speelgelegenheid, verlaagde zone ten behoeve van extra
onder-één-kapwoningen en 4 vrijstaande woningen.
parkeerplaatsen ingericht. Dit komt onder andere tegemoet aan klimaatadaptatie en het tegengaan van hittestress. Daarnaast
waterberging en delen met lagen beplanting en bomen. De zijde langs de N206 wordt opnieuw ingericht in aansluiting op
In totaal biedt het plan ruimte aan de huisvesting van 100
zijn er parkeerplaatsen op eigen terrein voorzien voor de
de aanwezige watergang eventueel in combinatie met een
arbeidsmigranten en 116 reguliere woningen.
tweekappers en vrijstaande woningen.
wandelroute.
16
Legenda
Legenda Voetgangersroute Wandelpad Indicatief voetpad op rijbaan Fietsroute Fietsparkeren bezoekers (61 pp)
Legenda
Legenda
Bestaand water (volledig inpassen) Nieuw water Talud Nieuwe wadi’s Afwater richting
Langzaam verkeer en calamiteiten
Water
3.5
3.6
Langzaam verkeer en calamiteiten
Kabels & Leidingen (voorstel) Trafohuisje Riool (voorstel) Opstelplek minicontainers Ondergrondse containers Route vuilwagen met rijrichting (voorstel)
Nutsvoorzieningen
Water
3.7
Nutsvoorzieningen alle
Langs nagenoeg alle woonstraten zijn trottoirs voorzien. Deze zijn
Het watersysteem in het plan gaat uit van zoveel mogelijk
Voor
deels afgescheiden door groen van de rijbaan dan wel liggen direct
afwateren vanaf de woonstraten en het parkeren naar het groen.
gereserveerd in de wegprofielen. Onder de meeste trottoirs is
aan de rijbaan. Op een enkele plek, bij een parkeerkoffer, lopen
In dit groen en de groene parkeerplaatsen kan het hemelwater
er ruimte om de verschillende kabels en leidingen te leggen
voetgangers over de rijbaan.
infiltreren en vertraagd afvoeren naar omliggende watergangen.
en vanaf hier de huisaansluitingen te kunnen maken. In het
noodzakelijke
ondergrondse
tracés
is
ruimte
middengebied is ruimte gereserveerd voor een traforuimte. Fietsers maken gebruik van de rijbaan waar ook de auto’s rijden.
Conform de verhardingstoename dient er water te worden
Deze zijn voldoende breed en de snelheid van 30km/u voorkomt
gecompenseerd volgens de eisen van Rijnland. Dit wordt
Ten behoeve van het huisvuil is nabij de appartementen ruimte
onveilige situaties. Ook de Molenweg kan worden benut door fietsers
gedaan door de zuidwestelijk sloot te verbreden en een
voor ondergrondse containers. Deze zijn goed bereikbaar voor de
om het plangebied te bereiken. Om fietsen te stallen zijn er bergingen
nieuw wateroppervlak te graven aan de zuidwestzijde van het
vuilnisauto. Daarnaast kan een aantal parkeerplaatsen worden
en bezoekersplaatsen voorzien bij de entree van de appartementen.
plangebied. Daarmee wordt er voldoende water gecompenseerd.
gereserveerd om de minicontainers eens per week te plaatsen
Voor calamiteiten wordt een (afgesloten) verbinding gemaakt met
Daarnaast worden er verlaagde delen in het groen aangelegd
(rekening houdend met 1 per huishouden). Deze dienen op een
het terrein van ‘De Clemenshof’. Deze is alleen beschikbaar voor
waar ook bij piekbuien (90 mm) gebufferd kan worden.
goed bereikbare plaats te liggen zodat de ze goed bereikbaar
noodsituaties.
zijn voor de vuilnisauto hier goed bijkan.
17
3.8
Profielen
Van de belangrijkste ruimten in het stedenbouwkundig plan zijn dwarsprofielen uitgetekend om een goed beeld te vormen van deze ruimten en de gehanteerde maatvoeringen.
De getoonde referentiebeelden zijn ter illustratie voor de openbare ruimte en NIET voor de architectuur.
Profiel 1
Langsparkeren in open verharding en klinkers als straatinrichting
Profiel 1- woonstraat 18
Groenstrook met grasmengsel en bomen
Langsparkeren met groenstrook tussen wonen
Profiel 2
Stoep, rijbaan en parkeren op gelijk niveau
Laagliggend groen
Langsparkeren in open verharding en klinkers als straatinrichting
Profiel 2 - woonstraat 19
Profiel 3
Parkeren in open verharding
Profiel 3 - noordzone 20
Parkeren uit het zicht door beplanting of haag
Balkons groen ingepakt
Profiel 4
Wonen aan het groen met speelaanleidingen
Wonen aan het groen met speelaanleidingen
Afscheiding terrein arbeidsmigranten met lage haag (max. 1m)
Profiel 4 - noordzone 21
Vogelvlucht stedenbouwkundig plan
22
4. Beeldkwaliteit bebouwing 4.1
Ambitie en sfeer
De criteria in dit BKP zijn gerelateerd aan de gehanteerde opzet
▪ Appartementenblokken dienen in lengte opgedeeld te worden door middel van een gevelsprong;
Het beoogde woonmilieu is een gevarieerde buurt met een
uit de welstandsnota Noordwijk 2019. Daarbij gelden voor de
dorpse schaal, afgestemd op de ligging aan de provinciale weg
bebouwing algemene criteria die voor alle bebouwing in het
▪ Grondgebonden woningen hebben een zadeldak.
N206 enerzijds en de linten van de Molenweg, Kerkstraat en De
plan gelden. Daarnaast gelden in dit BKP specifieke criteria per
▪ De noktrichting is over het algemeen evenwijdig aan de
Vlashoven anderzijds. Een generieke uitstraling (seriematigheid)
bebouwingstypologie. De algemene criteria zijn:
dient voorkomen te worden. Een afwisseling in een eigentijdse
▪ Ligging;
▪ Appartementen hebben een plat dak of een suggestieve kap;
Hollandse architectuur is daarbij passend met een samenhangend
▪ Massa en vorm;
▪ Aan de voorzijde (straatzijde) zijn dakkapellen meeontworpen
karakter dat het totaalbeeld van het bebouiwngsensemble
▪ Gevelkarakterisiek;
versterkt. Daarbij kan gerefereerd worden aan het agrarische
▪ Materiaal- en kleurgebruik.
straat (m.u.v. stedenbouwkundige accenten);
en ondergeschikt aan de hoofdmassa;
Referentiebeelden
(bollen)karakter van het gebied met een moderne twist en een In dit beeldkwaliteitsplan wordt gebruik gemaakt van referentiebeelden.
informeel karakter. Dit kan worden gekenmerkt door onder
4.2
Algemene bebouwingscriteria Met deze beelden wordt een mogelijke uitwerking/sfeer weergegeven
andere:
Ligging
▪ Het geheel vormt een samenhangend ensemble;
▪ De oriëntatie van de woningen is gericht op de aanliggende
▪ Heldere massa’s en hoofdvormen; ▪ Combinatie van bakstenen en/of houten architectuur; ▪ Royale gevelopeningen; ▪ Toepassen van kappen; ▪ Dakoverstekken;
zonder dat dit een letterlijke uitwerking dient te zijn.
openbare ruimte en/of straat; ▪ Overgangen van privé naar openbaar gebied worden zorgvuldig vormgegeven; ▪ Voortuinen dan wel voorzones zijn minimaal 1 meter diep en voorzien van een tuintje of een Delftse stoep.
▪ Dakkapellen; ▪ Traditionele keramische pannen.
Massa en vorm ▪ Grondgebonden woningen hebben een bouwhoogte van max. 2 lagen met een verplichte kap; ▪ Appartementen zijn min. 4 en max. 5 bouwlagen hoog;
Monumentale Bollenschuur langs de Kerkstraat met groene details (bron:Bollenerfgoed)
23
Legenda Bijzondere aandacht gevel Bebouwingsaccent / kapvorm Entree
Themakaart stedenbouwkundige principes
24
Zichtlijnen Onderlingen samenhang
Materiaal- en kleurgebruik ▪ Bijgebouwen staan zoveel mogelijk uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn en zijn onderdeel van de hoofdmassa; ▪ Stedenbouwkundig waardevolle plekken in het plan worden voorzien van bebouwingsaccenten;
▪ Materialen en kleuren zijn degelijk, terughoudend en aan de voorkanten in samenhang met het straatbeeld; ▪ Gevels zijn uitgevoerd in gemeleerde bakstenen of een gelijkwaardig materiaal. Deze kunnen variëren van donkerbruin
▪ Kopgevels van grondgebonden woningen grenzend aan
tot lichtbruin waarbij de eenheid en samenhang voorop staan;
openbaar gebied dienen representatief te worden uitgevoerd;
▪ Rijwoningen hebben per blok 1 basis kleur. Onderling zijn
▪ Kopgevels van appartementen dienen representatief te
de rijblokken verschillend met een beperkt maximum van 3
worden uitgevoerd;
kleuren;
▪ Binnen het plangebied bestaat de kleurkeuze van bakstenen uit een pallet van donkerbruin tot lichtbruin; ▪ Details in de gevel bestaan uit ingetogen kleuren en/of houten geveldetails; ▪ Kappen zijn voorzien van traditionele keramische, zwarte/ antraciete pannen; ▪ Aanbouwen en bijgebouwen met een plat dak worden bij voorkeur voorzien van een ‘groen’ dak.
▪ Blinde kopgevels zijn niet toegestaan.
Gevelkarakteristiek ▪ Alle bebouwing kent een sterke onderlinge samenhang, zijn
Traditionele dakpannen in het antraciet
familie van elkaar en zijn afgestemd op de schaal van de directe omgeving; ▪ Aan- en uitbouwen zijn in samenhang vormgegeven met het hoofdvolume; ▪ Zonnepanelen passen bij de kleur van het dak en worden evenwichting ingepast; ▪ Gevelverbijzonderingen b.v. in de vorm van huisnummers en verlichting dienen eenduidig te zijn en op elkaar afgestemd.
Kleurgebruik pallet van donkerbruin tot lichtbruin
Detaillering mogelijk met ingetogen kleuren en houten details
25
4.3
Rijwoningen ▪ De woningen krijgen een traditionele moderne vormgeving
Positie en oriëntatie ▪ De voorgevelrooilijn van de woningen ligt op minimaal 1
kap 2 1
en zijn duidelijk familie van de appartementen; ▪ De gevelindeling is rustig en eenvoudig met royale
meter vanaf het trottoir; ▪ Woningen oriënteren op de straat waaraan ze liggen;
gevelopeningen afgestemd op de oriëntatie;
▪ Kopgevels van de woningen, grenzend aan openbaar gebied, representatief uitvoeren.
▪ Aan de zuidzijde een Delfste stoep eventueel toepassen met
Rijwoningen zijn twee bouwlagen met kap
Geen blinde kopgevels. Inzetten van raampartijen, overhoeks venster en/of entree (waar mogelijk)
Langskap/ kap in dezelfde lijn als bebouwing
Veranda op de plekken met een Delftse stoep
Dwarskap als accent (enkel aan de voorkant van de woning)
Dwarskap in het midden bij een rijtje langer dan 7 woningen
veranda; ▪ Bijgebouwen staan zoveel mogelijk uit het zicht;
Bouwmassa ▪ Woonblokken van 7 woningen of meer worden bij voorkeur opgedeeld door een (kleine) gevelsprong of dwarskap aan de voorzijde om de lengte op te delen; ▪ De
▪ Gevels zijn van baksteen, mogelijk in combinatie met hout, dakpan of vergelijkbare materialen;
Waar
▪ De variatie in kleurgebruik is beperkt. De woongebouwen zijn
stedenbouwkundig gewenst een dwarskap (voorzijde)
duidelijk familie van elkaar en in samenhang vormgegeven;
nokrichting
is
evenwijdig
aan
de
straat.
▪ Kappen voorzien van keramische of zwarte/antraciete
toepassen; ▪ Aan de voorzijde (straatzijde) zijn optionele dakkapellen mee-ontworpen en ondergeschikt aan de hoofdmassa;
Detail met hout en gedetailleerde zijgevel
26
Kleur- en materiaalgebruik
pannen; ▪ Bergingen voorzien van een ‘groen’ (sedum)dak.
Twee verschillende materialen, veranda
Eenvoudige basismassa, hoekdetail
(Licht) bruine gevelsteen met detail op de hoek
Dwarskap aan de voorzijde
4.4
Twee-onder-één kap woningen en vrijstaande woningen
Positie en oriëntatie ▪ De voorgevelrooilijn van de woningen ligt op minimaal 3 meter vanaf de straat;
▪ Garages/bergingen zijn ondergeschikt aan en vormen met kap 2 1
het hoofdgebouw een eenheid;
▪ Woningen oriënteren op de straat waaraan ze liggen;
▪ Bijgebouwen staan op 3 meter achter de voorgevel.
kap 2 1
▪ Voor- en zijgevels van de woningen, grenzend aan openbaar twee bouwlagen met kap
Kleur- en materiaalgebruik
gebied, representatief uitvoeren.
Zadeldak of ander dak?
▪ Gevels zijn van baksteen, mogelijk in combinatie met hout,
Bouwmassa ▪ De
nokrichting
dakpan of vergelijkbare materialen; is
evenwijdig
aan
de
straat.
Waar
▪ De variatie in kleurgebruik is beperkt. De woongebouwen zijn
stedenbouwkundig gewenst een dwarskap toepassen;
duidelijk familie van elkaar en in samenhang vormgegeven;
▪ Aan de voorzijde (straatzijde) zijn optionele dakkapellen
▪ Kappen voorzien van keramische of zwarte/antraciete
mee-ontworpen en ondergeschikt aan de hoofdmassa; ▪ De woningen krijgen een traditionele moderne vormgeving en zijn duidelijk familie van de appartementen;
Berging is ondergeschikt aan hoofdgebouw
Ruimte voor twee eigen terrein parkeerplaatsen
pannen; ▪ Garages en bergingen met een plat dak bij voorkeur voorzien EN/OF
van een ‘groen’ (sedum)dak.
▪ De gevelindeling is rustig en eenvoudig met royale Dwarskap of verspringing rooilijn als bebouwingsprincipe
gevelopeningen afgestemd op de oriëntatie;
Detail met banden en bijzonder metselwerk
Gevelplastiek
Tweekapper uitgevoerd met dwarskap en houten topgevel
Eenvoudig basisvolume, garage en entree onderdeel van de architectuur
27
4.5
Appartementen en logiesgebouw
en zijn duidelijk familie van de grondgebonden woningen; ▪ De gevelindeling is rustig en eenvoudig met royale
Positie en oriëntatie ▪ De voorzijde van de woonblokken ligt aan de zuidzijde; ▪ Woningen zijn met hun buitenruimte georiënteerd op de groene openbare ruimte waaraan ze liggen; ▪ Kopgevels van de woonblokken zijn representatief en voorzien van gematteerd glas (i.v.m. privacy); ▪ Woonblokken hebben een alzijdig uitstraling.
gevelopeningen afgestemd op de oriëntatie; ▪ Geluidmaatregelen aan de zijde van de N206 maken onderdeel uit van de architectuur;
5
4 4 3 2 1
5 4 3 2 1
4/5 bouwlagen met een plat dak
▪ Galerijen en balkons zijn onderdeel van de architectuur; ▪ Balkons op begane grond ingepakt met groene haag; ▪ Dakinstallaties uit het zicht of integraal meeontworpen in dakvorm. ▪ Bergingen worden inpandig opgelost, waarbij de begane
Bouwmassa ▪ Woonblokken worden uitgevoerd met een plat dak of een
grond zo representatief mogelijk dient te zijn.
Versprining in rooilijn binnen de massa van het blok
suggestieve kap; ▪ Woonblokken worden opgedeeld d.m.v. een gevelsprong om
▪ Gevels zijn van baksteen, hout of een combinatie van hout,
massa te breken; ▪ Herkenbare entree in ander materiaal dat gebouw ook visueel
▪ De woonblokken krijgen een traditionele moderne vormgeving
28
dakpan of vergelijkbare materialen; ▪ De variatie in kleurgebruik is beperkt. De woonblokken zijn
opbreekt;
Uitliggende balkons
Kleur- en materiaalgebruik
Houten apppartementencomplex
duidelijk familie van elkaar en in samenhang vormgegeven.
Galerij binnen massa
Herkenbare entree die gebouw visueel opbreekt
Eenheid in materialisatie met een subtiel onderscheid tussen de woonblokken
5. Beeldkwaliteit buitenruimte 5.1
Beeldambitie en sfeer
Voor de inrichting van de openbare ruimte worden de
De verharding wordt uitgevoerd met gebakken klinkers in een
familie. Formaten en kleurgebruik sluiten bij elkaar en met de
aanwezige kwaliteiten van onder andere de woonstraat en de
neutrale uitstraling met subtiele kleurverschillen. Het geheel
bestaande omgeving aan;
bestaande watergang verbeterd en versterkt. Het streven is een
moet een ‘dorpse’ uitstraling krijgen.
▪ Waar mogelijk wordt direct afgewaterd op het groen.
levert aan onder andere klimaatadaptatie, biodiversiteit, het
5.2
5.3
Parkeren
tegengaan van hittestress en ruimte voor ontmoeting.
De inrichting van de (openbare) buitenruimte dient zo duurzaam
De
langs-
mogelijk te zijn en zo min mogelijk verharding te krijgen. Dit om
grasbetonstraatstenen of vergelijkbaar uitgevoerd. Er is
Een rustig en neutraal beeld passend bij de directe omgeving is het
hittestress tegen te gaan en om voldoende maatregelen te nemen
duidelijk onderscheid tussen de parkeervakken en de overige
uitgangspunt. Inrichtingselementen schikken zich onopvallend
ten aanzien van klimaatadaptatie. Daarbij wordt gedacht aan:
verharding. Rijlopers van de parkeerkoffers worden eventueel
in hun groene en bebouwde context. Verlichtingsmasten,
▪ Waar mogelijk dienen toe te passen materialen zo duurzaam
als karrespoor uitgevoerd in betontegels in verband met
aantrekkelijke woon- en leefomgeving die tevens een bijdrage
afvalbakken, nutsvoorzieningen, hekwerken en dergelijke krijgen
Verharding
mogelijk te zijn (waaronder gebakken klinkers);
en
haaksparkeerplaatsen
worden
in
voldoende draagvlak. Parkeervakken worden bij voorkeur
over het gehele gebied een uniforme vormgeving en uitstraling
▪ Voor de materialisering van rijbanen en trottoirs wordt
in aansluiting bij de directe omgeving en conform de lijst van de
aangesloten op het bestaande straatbeeld van de Kerkstraat;
gemeente. Daarbij dient aangesloten te worden bij het ‘Leidraad
▪ Waar mogelijk wordt waterpasserende verharding toegepast;
5.4
Inrichting Openbare Ruimte (LIOR nov. 2016) van de gemeente
▪ Eventuele molgoten zijn in hetzelfde materiaal uitgevoerd en
De groeninrichting van de openbare ruimte draagt in belangrijke
Noordwijk’.
hoeven zich niet in kleur te onderscheiden;
Het gehele plangebied wordt als eenheid ingericht, waarbij het
▪ Trottoirs en (achter)paden wordt uitgevoerd in een 30 x 30
een verzorgde en groene uitstraling krijgt. Het toegepaste groen
cm formaat qua kleur en textuur passend bij de straatstenen
is streekeigen (inheemse bomen en struiken die van nature in dit
en het gebruik;
gebied voorkomen) en robuust.
direct afgewaterd op het groen.
Groen en beplanting
mate bij aan de sfeer en leefbaarheid van de woonstraten en de buurt. Beplanting dient een robuuste (groene) sfeer uit te stralen en aan te sluiten bij het bestaande groen van de omgeving.
▪ Alle verharding heeft dezelfde afwerking en past binnen één
29
Eigen terrein arbeidsmigranten
Legenda Uitgeefbare percelen
Themakaart uitgeefbaar en openbare ruimte
30
5.6
Erfafscheidingen
In de openbare ruimte staan nieuwe bomen (aangeduid in het
Parkeerkoffers worden op de kop van de straat voorzien van een
Erfafscheidingen vormen de overgang tussen woonkavels en
stedenbouwkundig plan). Bomen worden bij voorkeur in groepen
plantvak met een boom met onderbeplanting. Dit om het directe
private of openbare buitenruimte en zijn beeldbepalend in het
geplaatst, in plaats van uitlijnen, voor een speelser geheel. Daarnaast
zicht op auto’s te verzachten.
straatbeeld. In het plan wordt gebruik gemaakt van lage hagen van
staan er bomen in het straatprofiel langs de rijbaan. Deze staan in
maximaal 1 meter hoog primair aan de voorzijde van de woningen.
plantvakken. Uitgangspunten voor de beplantingskeuze zijn:
5.5
Spelen
▪ ecologische waarden;
Spelen vindt plaats in het groen en voornamelijk op een centrale
door een groene haag afgeschermd van het openbaar gebied.
▪ inheems;
plek in het plangebied. De speelplek krijgt een passende
De entree naar dit terrein wordt voorzien van een aantrekkelijk
▪ onderhoudsvriendelijk;
natuurlijk inrichting. Speeltoestellen zijn van duurzame materialen
vormgegeven poort, bijvoorbeeld met metselwerk, die visueel de
▪ ziekteresistent;
gemaakt. Daar waar een speelaanleiding wordt gecombineerd
entreeweg beëindigd.
▪ geen overlast met luis ‘drup’;
met waterberging dient de materialisatie hierop afgestemd te
▪ jaarrond aantrekkelijk.
worden.
Ook het eigen terrein van de arbeidsmigranten wordt waar nodig
Lage erfafscheidingen (hagen) vormen de overgang van openbaar
Bij de aanplant van de bomen moet rekening gehouden worden
naar privé en zorgen voor een eenduidige groene uitstraling.
met voldoende bewortelbare ruimte en het plantvak dient
Bij voorkeur hagen van streekeigen inheemse (groenblijvende)
verbeterd te worden met bomengrond.
liguster, beuk, etc. toepassen.
Woonstraat met groenstroken en langsparkeren
Openbare ruimte zo groen mogelijk en die uitnodigd om te bewegen
Parkeerplaatsen in open verharding
Bomen langs en tussen parkeervakken in woonstraat
31
Legenda Lage groene haag max. 1 m./lage beplantingsstrook Staafmathekwerk met groen Delftse stoep eventueel gecombineerd met veranda
Themakaart erfafscheidingen
Gebouwde erfafscheiding (max. 1 m. hoge muur met hekwerk met beplanting) Lage groene haag (max. 1m)
32
5.8
Nutsvoorzieningen
Bij een deel van de rijwoningen, die met hun voorgevel op het
Overige zij- en achtertuinen worden afgeschermd met een
In het plan zijn nutsvoorzieningen voorzien. Deze dienen op
zuiden zijn geprojecteerd, wordt een Delftse stoep voorgesteld
staafmat- of gaashekwerk in de kleur antraciet grijs van 1,8 meter
een evenwichtige wijze ingepast te worden en het beeld van de
eventueel in combinatie met een veranda. Deze stoep wordt in
hoog, begroeid met hedera of vergelijkbaar. Waar nodig wordt
openbare ruimte zo min mogelijk aan te tasten. Nutsgebouwen
een afwijkend materiaal uitgevoerd, is 1 meter breed en biedt
een toegangspoort ingepast. Bergingen kunnen eventueel op
worden in materialisatie afgestemd op de directe omgeving
ruimte voor een bankje, etc.
voldoende afstand van de erfafscheidingen worden geplaatst,
(metselwerk) of van een donkere eenduidige kleurstelling
zodat er ruimte ontstaat voor het opstellen van rolcontainers.
voorzien.
Extra aandacht dient uit te gaan naar de kopgevels van de grondgebonden woningen die aan de openbare ruimten grenzen.
5.7
Bij deze kopgevels loopt de lage erfafscheiding de hoek om
Afval wordt ingezameld middels gebruik van rolcontainers
tot 3 meter achter de voorgevel. Vanaf dit punt gaat deze over
(kliko’s) voor de grondgebonden woningen. In de openbare ruimte
in een hoge erfafscheiding. Deze bestaat uit een duurzame
zijn, in het stedenbouwkundig plan, plekken aangewezen, waar
erfafscheiding bijvoorbeeld in de vorm van een gemetselde muur
de containers op de ophaaldag geplaatst kunnen worden. De
van maximaal 1 meter hoog gecombineerd met opgaand groen.
opstelplekken worden aangegeven middels een symbooltegel. Voor
Afval
de
appartementen
wordt
gebruik
gemaakt
van
ondergrondse containers.
Lage haag/ lage beplantingsstrook
Staafmatherkwerk met groen
Delftse stoep gecombineerd met veranda
Gebouwde erfafscheiding
33
6. Duurzaamheid Vanuit het stedenbouwkundig plan en dit beeldkwaliteitsplan
▪ natuurvriendelijke oevers (conform eisen bevoegd gezag);
wordt ingezet op een maximaal haalbare duurzame ontwikkeling.
▪ hemelwater
zichtbaar
afkoppelen
d.m.v.
hemelwaterafvoertegels.
Dit moet ook bijdragen aan een gezonde leefomgeving. Daarbij kan ingezet worden op diverse maatregelen. Op gebouwniveau en bij de inrichting van de (openbare) buitenruimte. Daarbij gaat
6.2
het onder andere om:
Ten behoeve van een klimaatneutrale en biodiverse omgeving,
▪ minder en andere vormen van energiegebruik;
zijn er ook maatregelen die in de architectuur verwerkt kunnen
▪ het tegengaan van hittestress;
worden. Daarbij kan worden gedacht aan:
▪ het voorkomen van wateroverlast;
▪ vergroenen van gevels (geveltuin);
▪ het bevorderen van de biodiversiteit;
▪ afkoppelen van het regenwater en/of toevoegen van een
▪ het stimuleren van bewegen en ontmoeten.
regenton;
Bij de verdere uitwerking van de bouwplannen voor de gebouwen
▪ toepassen van groene platte daken;
en de inrichting van de (openbare) buitenruimte dient dit nader
▪ opnemen van nestgelegenheden in bebouwing;
vorm te krijgen.
▪ zonnepanelen op de daken.
6.1
Maatregelen in de openbare ruimte
In het kader van het afvoeren van water wordt uitgegaan van de volgorde vasthouden-bergen-afvoeren, zodat het water geleidelijk afgevoerd kan worden. De volgende principes zijn toepasbaar voor de openbare ruimte en dragen hieraan bij: ▪ toepassen van wadi’s of laagliggend groen; ▪ rijbaan direct afwateren op aanliggend groen; ▪ toepassen van open en/of waterpasserende verharding;
34
Architectonische maatregelen
Rijbaan direct afwateren op groen
Laagliggend groen
Natuurvriendelijke oever
Nest mogelijkheden in de gevel
Zonnepanelen op de daken evenwichtig ingepast
Hemelwater zichtbaar afvoeren d.m.v. hemelwaterafvoertegels
Regenton
35
Stedenbouw | Ruimtelijke ordening | Ontwikkelingsmanagement