Bijlage D Nota van beantwoording Zienswijzen Zilkerduinweg 338 de Zilk
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp-omgevingsvergunning ‘Zilkerduinweg 338, de Zilk’ d.d. 23-3-2026
1. Inleiding Het ontwerpbesluit van het plan aan de ‘Zilkerduinweg 338, de Zilk’ heeft van 4 november 2025 tot en met 16 december 2025 ter inzage gelegen. Zowel in het gemeentehuis als via het gemeentelijk dagblad bestond de mogelijkheid om het plan te raadplegen. Gedurende de periode van zes weken heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze in te dienen. Gedurende de termijn van zes weken is er één zienswijze ingediend. De zienswijze is binnen de termijn van ter inzage legging bij de raad ingekomen dan wel tijdig aan dit bestuursorgaan verzonden en kan ontvankelijk worden verklaard. In hoofdstuk 2 is de zienswijze samengevat en zijn de gevolgen voor de vergunningaanvraag omschreven. In hoofdstuk 3 zijn de ambtshalve wijzigingen toegelicht.
1
2. Zienswijzen In de tabel hieronder worden de ingediende zienswijzen samengevat (kolom 2) en beantwoord (kolom 3). De tabel eindigt met een conclusie. Daarin staat of de zienswijze tot een aanpassing van het plan heeft geleid (kolom 4).
Zienswijze 1. 1.1
Zienswijze 1 Indiener maakt bezwaar vanwege de situering van de uitbreiding. Gevraagd wordt waarom de uitbreiding niet aan de achterkant gesitueerd wordt. De situering van de uitbreiding in het plan heeft veel ruimtelijke impact op omgeving en direct omwonenden.
Reactie gemeente
Gevolgen voor plan
De gekozen situering van de uitbreiding sluit aan bij de bestaande bebouwingsstructuur en de functionele bedrijfsvoering van het bollenteeltbedrijf. Deze positionering is vanuit ruimtelijk/ stedenbouwkundig oogpunt ook het meest wenselijk, omdat de bebouwing hierdoor niet achter het bestaande bebouwingslint zal uitsteken. Uitbreiding aan de achterzijde van het bedrijf zou daarnaast ook betekenen dat er een flinke oppervlakte bruikbare bollengrond verloren gaat. Zowel door de landschappelijke als stedenbouwkundige inpassing, valt het bedrijf niet uit de toon in zijn omgeving. De beoogde positionering resulteert niet in nadelige gevolgen voor het open landschap of de bestaande zichtlijnen. In dit plan is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Geen
Deze situering is integraal beoordeeld door de betrokken vakdisciplines ten tijde van de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag en akkoord bevonden. Tevens is de situering van de uitbreiding akkoord bevonden door de Omgevingsdienst West-Holland. 1.2
Indiener stelt dat er geen zorgvuldig beoordelingsproces doorlopen is. Indiener stelt dat uit de gepubliceerde vergunningstukken niet goed te achterhalen is wat de rol en inbreng van de gemeentelijke afdelingen is geweest en wat het advies van de adviescommissie omgevingskwaliteit cq. Vakafdeling stedenbouw is geweest en of hiervan afgeweken is.
Diverse gemeentelijke vakafdelingen hebben geadviseerd op de ingediende vergunningaanvraag, waaronder Stedenbouw, Verkeer en Planologie. Op basis van de gegeven adviezen is een integrale afweging gemaakt, wat heeft geleid tot een positief advies m.b.t. de ingediende vergunningaanvraag. Dit is terug te lezen in het raadsvoorstel wat op 25 september 2025 besproken is tijdens de gemeenteraadsvergadering (bijhorende stukken van dit voorstel zijn te vinden op gemeentelijke website via deze link: Agenda Noordwijk Gemeenteraadsvergadering donderdag 25 september 2025 20:00 - 23:00 iBabs Publieksportaal). 2
Geen
Zienswijze
Reactie gemeente
Gevolgen voor plan
Daarnaast is het bouwplan voorgelegd aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. Deze commissie heeft op 15 maart 2023 positief geadviseerd en geoordeeld dat het plan niet strijdig is met de redelijke eisen van welstand. Het welstandsadvies is opgenomen in het ontwerpbesluit, wat vanaf 4 november 2025 tot en met 16 december 2025 ter inzage heeft gelegen. Van een negatief welstandsadvies of afwijking daarvan is geen sprake. Zowel vakafdeling Stedenbouw als de adviescommissie Omgevingskwaliteit hebben een positief advies uitgebracht ten aanzien van dit plan.
1.3
De milieuaspecten zijn akkoord bevonden door de Omgevingsdienst West-Holland. In het ontwerp besluit wordt aangegeven dat de uitbreiding van het bedrijfsgebouw geen geluidsgevoelige functie betreft. Indiener stelt dat met het plan hier weldegelijk sprake van kan zijn en stelt het volgende: • •
•
•
Continu geluid in de nacht ‘lage bromtoon’ In de huidige situatie wordt in sommige situaties extra geluidshinder ervaren door bijv. werkende ventilatoren Indiener maakt zich zorgen over hoe in toekomst omgegaan zal worden met geluidshinder in de toekomst (geluid afkomstig van ventilatoren dat weerkaatst naar de omliggende bebouwing) Indiener is van mening dat de gemeente vooraf beter had kunnen aansturen op het terugdringen van eventuele geluidshinder (in de toekomst) i.p.v. het niet noodzakelijk achten van het akoestisch onderzoek.
Gelet op het bovenstaande is sprake van een zorgvuldig voorbereid besluit, waarbij de daartoe aangewezen deskundige instanties zijn betrokken. In de ruimtelijke onderbouwing is het aspect geluid expliciet beoordeeld. Daarbij is vastgesteld dat de uitbreiding van het bedrijfsgebouw geen geluidsgevoelige functie betreft en dat geen sprake is van de aanleg van een nieuwe weg of een reconstructie van een bestaande weg. In dat kader is geconcludeerd dat het uitvoeren van een afzonderlijk akoestisch onderzoek niet noodzakelijk is. Het aspect geluid is betrokken bij de milieutoets en beoordeeld door de Omgevingsdienst West-Holland. Deze heeft geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. Het plan is getoetst aan de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering 2009. Voor een bloembollendroog- en prepareerbedrijf geldt een richtafstand van 30 meter ten opzichte van een rustige woonwijk. Gezien de omgeving waarin meerdere agrarische bedrijven aanwezig zijn zou ook gesproken kunnen worden van een gemengd gebied waarvoor een richtafstand van 10 meter zou gelden. De dichtbijzijnde geluidgevoelige bestemming ligt op een afstand van ongeveer 50 meter, waardoor ruimschoots aan de richtafstand wordt voldaan.
Voor de bedrijfsvoering geldt dat moet worden voldaan aan de geldende milieuregelgeving uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Omgevingsplan. Geluidemissies van installaties, waaronder ventilatoren en koelinstallaties, vallen onder het toepasselijke milieurechtelijke regime. In het 3
Geen
Zienswijze
Reactie gemeente kader van de planologische beoordeling is van belang dat aannemelijk is dat aan deze regelgeving kan worden voldaan, hetgeen door de Omgevingsdienst is bevestigd. Daarbij wordt door de initiatiefnemer aangegeven dat in de nieuw te realiseren bedrijfshal geen geluidsproducerende activiteiten zullen plaatsvinden. De hal zal uitsluitend worden gebruikt voor de opslag van materialen en bloembollen. Er worden geen machines, installaties of productieprocessen gerealiseerd die leiden tot extra geluidemissie. Daarnaast worden de bestaande ventilatoren geïntegreerd en omkast in samenhang met het nieuwe gebouw. Deze bouwkundige inpassing leidt naar verwachting tot een afname van de huidige geluiduitstraling naar de omgeving. Per saldo is daarmee sprake van een gelijkblijvende dan wel afnemende geluidsbelasting ten opzichte van de huidige bedrijfsvoering. De toekomstige geluidsbelasting dient op basis van artikel 3.210 van het Bal door de Omgevingsdienst West-Holland in het kader van de ‘informatieplicht’ gecontroleerd te worden. Hiernaast kunnen afhankelijk van de activiteiten nog andere informatie- en of meldingsplichten gelden. Bij het beoordelen van de informatieplicht wordt ook beoordeeld of het aannemelijk is dat aan de geluidnormen van het Omgevingsplan wordt voldaan. Indien nodig kan in dit traject om nadere akoestische informatie worden verzocht.
1.4
Indiener stelt dat regionale centralisatie voor meer vereersbewegingen zorgt en vraagt zich af of de gevraagde bedrijfsuitbreiding in de toekomst niet tot een aanpassing van en/of een nieuwe ontsluiting van het bedrijfsperceel leidt.
In de ruimtelijke onderbouwing is het aspect verkeer en ontsluiting expliciet beoordeeld. De uitbreiding leidt niet tot een nieuwe of gewijzigde ontsluiting van het perceel; de bestaande ontsluiting aan de Zilkerduinweg blijft ongewijzigd. Ten aanzien van de verkeersgeneratie is gemotiveerd dat in de huidige situatie verkeersbewegingen plaatsvinden tussen de locatie aan de Zilkerduinweg 338 en een externe locatie in Voorhout, waar het drogen van bloembollen plaatsvindt. Door de realisatie van droogcellen op het eigen erf vervallen deze vervoersbewegingen. De overige verkeersbewegingen die samenhangen met de bedrijfsvoering waren reeds vergund en blijven ongewijzigd. Per saldo resulteert de uitbreiding daarmee in een beperkte 4
Gevolgen voor plan
Zienswijze
1.5
Voor het plan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. De vastgestelde inpassingsmaatregelen roepen de volgende vragen op bij de indiener: •
•
•
•
Waarom wordt de landschapsinpassing niet toegepast aan de noordzijde daar waar de bedrijfshal wordt gerealiseerd? Is dit uitlegbaar in het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing welke nodig is voor afgifte van de omgevingsvergunning? Aan de westzijde was in het verleden reeds sprake van een haag (in huidige situatie niet meer aanwezig, reden onbekend). Is de voorgestelde maatregel daarmee als inpassingsmaatregel te beschouwen? Aan de westzijde is in de huidige situatie reeds sprake van grasland. Is de voorgestelde maatregel daarmee als inpassingsmaatregel te beschouwen? Als alternatief zou kunnen worden onderzocht om extra groen te treffen aan de noordzijde ter hoogte van de in te passen bedrijfshal. De bedrijfshal ter hoogte van locatie Zilkerduinweg 238 is mogelijk als voorbeeld te beschouwen.
Reactie gemeente verkeersbelasting, die in de ruimtelijke onderbouwing gekwalificeerd is als aanvaardbaar binnen het omgevingstype ‘rustig buitengebied’. Daarbij is geconcludeerd dat geen sprake is van onaanvaardbare gevolgen voor de verkeerssituatie of de verkeersveiligheid ter plaatse. Conform de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016 is deze locatie niet aangewezen als een gebied waarbij het behoud van open vensters op het bollenlandschap en benutting als toeristische uitzichtpunten belangrijk is. De locatie valt binnen het gebied wat aangewezen is voor de herstructurering naar een vitale greenport met landschapsverbetering en integratie wateropgave, sanering, schaalvergroting en intensivering van het bollencomplex. Hier voldoet het landschappelijk inpassingsplan aan, welke onderdeel uitmaakt van de ruimtelijke onderbouwing. In het landschappelijk inpassingsplan is gekozen voor een samenhangende inpassing van het gehele erf in het omliggende landschap, afgestemd op de landschappelijke structuur en het karakter van het gebied. In het ontwerp wordt de nadruk gelegd op landschappelijke ingrepen die aansluiten bij het huidige straatbeeld. Het straatbeeld aan de Zilkerduinweg wordt met name bepaald door de voorzijde van de erven en de bollenvelden die op deze weg aansluiten.
Om die reden is ervoor gekozen om de landschappelijke inpassing primair aan de wegzijde en op het erf als geheel in te richten, met streekeigen beplanting en maatregelen die bijdragen aan biodiversiteit en het tegengaan van verrommeling. De gekozen maatregelen dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het geheel en zijn in de ruimtelijke onderbouwing als landschappelijk aanvaardbaar beoordeeld. Bij de beoordeling van het landschappelijk inpassingsplan is gekeken naar de bestaande situatie van het perceel. Uit het landschappelijk inpassingsplan is af te lezen dat de erfafscheiding vergroend zal worden, wat een bijdrage levert aan het straatbeeld van de Zilkerduinweg. Deze maatregel is te beschouwen als inpassingsregel.
5
Gevolgen voor plan
Geen
3. Wijzigingen n.a.v. zienswijzen De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding om inhoudelijke aanpassingen door te voeren in het bouwplan.
6