Bijlage C5 Berekening Wet Natuurbescherming
Tekst van het document
Berekening t.b.v. Wet natuurbescherming Middengebied-Landschapspark, Noordwijk Gemeente Noordwijk
1
Gegevens over het plan: Plannaam: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Berekening t.b.v. Wet natuurbescherming Middengebied Landschapspark Noordwijk 10 december 2020 SR170181
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:
Gemeente Noordwijk
Gegevens Buro SRO: Telefoon: E-mail: Internet:
’t Goylaan 11 3525 AA te Utrecht 030-2479198 utrecht@buro-sro.nl www.Buro-SRO.nl
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding ................................................................................................................................. 4
1.1
Aanleiding .............................................................................................................................................. 4
1.2
Projectbeschrijving ................................................................................................................................ 5
1.3
Wettelijk kader ...................................................................................................................................... 6
1.4
Leeswijzer .............................................................................................................................................. 6
Hoofdstuk 2
Verkeers- en ruimtelijke gegevens ......................................................................................... 7
2.1 Ruimtelijke gegevens .................................................................................................................................... 7 2.2 Gebruiksfase .................................................................................................................................................. 7 2.3 Bouwfase ....................................................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 3
Berekeningen en resultaten bouw- en gebruiksfase ................................................................ 9
3.1 Gebruiksfase .................................................................................................................................................. 9 3.2 Bouwfase ..................................................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 4
Samenvatting en conclusies .................................................................................................. 14
Bijlagen: Bijlage 1: AERIUS-berekening gebruiksfase, RZWj5TQrJJFS, 10-12-2020 Bijlage 2: AERIUS-berekening bouwfase, RQbqB7vYbuE1, 10-12-2020
3
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Tussen Noordwijk aan Zee en Noordwijk Binnen ligt het Middengebied. In deze strook liggen bollenvelden, sportvelden, een zwembad en parken. Te midden van dit gebied lag een zwembad, dat inmiddels is gesloopt. Er is een nieuw zwembad gebouwd net naast de oude locatie. Op de oude locatie van het zwembad wordt momenteel een nieuwbouwwijk ontwikkeld, genaamd Duineveld. Gemeente Noordwijk heeft het voornemen om naast de nieuwe woonwijk Duineveld een park en speeleiland te realiseren. Deze ontwikkeling gaat gepaard met de uitstoot van stikstof in de gebruiks- en bouwfase. Derhalve moet in beeld gebracht worden wat de mogelijke effecten van de ontwikkeling zijn op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. In voorliggende rapportage worden de mogelijke effecten in beeld gebracht. De onderstaande afbeelding laat de locatie zien ten opzichte van de omliggende Natura 2000-gebieden.
Ligging plangebied (rood) ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden (geel) (bron: Synbiosys)
4
1.2
Projectbeschrijving
Met het initiatief wordt een landschapspark met een speeleiland gerealiseerd in het Middengebied. In het zuiden van het plangebied wordt een speeleiland gerealiseerd. Het eiland krijgt een ruige, spontane vegetatie, natuurlijke slootoevers en speelhutten van wilgentenen. Ten noorden van het speeleiland wordt het landschapspark 'Het Duinpark' aangelegd. De meest zuidoostelijk gelegen waterpartij valt binnen de plangrenzen van een ander bestemmingsplan (‘Noordwijk Middengebied’). Echter is deze waterpartij nog niet aangelegd, waardoor dit gedeelte van het plangebied wel meegenomen wordt in de berekening. Het ‘grijze gebied’ op de onderstaande afbeelding, de ‘steilrand’ ten noorden van het plangebied, wordt niet meegenomen in de berekening. Hier vinden geen wijzigingen plaats en behoort daardoor niet tot het onderzoeksgebied. Op onderstaande afbeelding staat een plattegrond van de beoogde situatie weergegeven.
Beoogde toekomstige situatie
5
1.3
Wettelijk kader
In de Wet natuurbescherming is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden een vergunning vereist is. Verzuring en vermesting is één van die mogelijk negatieve effecten. Voor ieder habitattype binnen een Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor verzuring en/of vermesting is een kritische depositiewaarde (KDW) vastgesteld. De KDW geeft de grens aan waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Door middel van het rekeninstrument AERIUS wordt de stikstofdepositie berekend als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden. Het rekeninstrument AERIUS was één van de pijlers van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). De PAS maakt onderdeel uit van de Crisis- en herstelwet (Chw). Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State uitspraak gedaan omtrent de PAS. De PAS mag niet meer gebruikt worden als basis voor toestemming voor ‘activiteiten’. Hiermee is het PAS buiten werking gesteld. Het systeem van het PAS was erop gebaseerd dat vooruitlopend op toekomstige positieve ontwikkelingen voor beschermde natuurgebieden toestemming gegeven kan worden voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden door stikstofuitstoot.
Die toestemming ‘vooraf’, zoals de PAS mogelijk maakte, mag niet meer, aldus de RvS. Projecten en of activiteiten dienen, in afwachting van een nieuwe PAS, zelfstandig beoordeeld te worden op grond van de Wet natuurbescherming. In de uitspraak van 29 mei 2019 is ook specifiek ingegaan op de AERIUS Calculator. In rechtsoverweging 39.3 is bepaald dat AERIUS nog wel gebruikt kan worden voor de effectbepaling op grotere (meer dan 50 meter) afstand. Voor berekeningen op kortere afstand wordt een tweede berekening met een ander rekenpakket aanbevolen. De onnauwkeurigheid van AERIUS zat voornamelijk in emissie berekeningen bij agrarische bedrijven waar het emissiepunt zich op enige hoogte bevond. In de nieuwe AERIUS module van oktober 2020 zijn de bezwaren van de Afdeling bestuursrechtspraak zoals verwoord in de uitspraak van 29 mei weggenomen.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de verkeers- en ruimtelijke gegevens beschreven. De uitgevoerde berekeningen en resultaten worden beschreven in hoofdstuk 3. Ten slotte wordt in hoofdstuk 4 de conclusie getrokken.
6
Hoofdstuk 2
Verkeers- en ruimtelijke gegevens
2.1 Ruimtelijke gegevens Bij een stikstofdepositieberekening wordt er rekening gehouden met de Natura 2000-gebieden binnen een straal die relevant is voor de omvang van het plan. Binnen een straal van 10 km zijn drie Natura 2000-gebieden aanwezig. Het Natura 2000-gebied Coepelduynen bevindt zich op een afstand van ca. 150 m. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van Coepelduynen weergegeven.
Ligging plangebied ten opzichte van Coepelduynen (bron: AERIUS-calculator)
2.2 Gebruiksfase De ontwikkeling van het landschapspark brengt in de gebruiksfase geen toename aan verkeersbewegingen met zich mee. Voor het speeleiland is de verwachting dat dit wel een (beperkte) toename van de verkeersgeneratie met zich mee brengt. Om een inschatting te kunnen maken van deze toename is gebruik gemaakt van de kencijfers van CROW-publicatie 381. Deze publicatie bevat geen kencijfers voor een speeltuin in de buitenlucht, zoals het beoogde speeleiland. Een 'kinderboerderij (stadsboerderij)' is het meest vergelijkbaar met het beoogde speeleiland. Kenmerken als de doelgroep, omvang, piekbelastingen en situering in de buitenlucht van een speeleiland zijn vergelijkbaar met een kinderboerderij. De verkeersgeneratie van een 'kinderboerderij (stadsboerderij)' bedraagt 24 voertuigbewegingen per etmaal. Voor het voorgenomen plan wordt dan ook uitgegaan van een toename van 24 voertuigbewegingen per etmaal. Het plangebied is ontsloten vanaf een vrijliggend fietspad aan de Nieuwe Zeeweg. Het plangebied is niet toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer. Gemotoriseerd verkeer kan vanaf de zijde van het zwembad (Nieuwe Zeeweg) komen tot aan de rand van het speeleiland. Vanaf de Nieuwe Zeeweg rijdt 50% in noordelijke richting en 50% in zuidelijke richting. De totale verkeersgeneratie valt onder ‘licht verkeer’.
Het overige gebruik in de gebruiksfase zorgt niet voor een toename van de stikstofemissie.
7
2.3 Bouwfase Naast het toekomstig gebruik (gebruiksfase) is ook de stikstofuitstoot tijdens de bouwfase van het project van belang. Bij de bouw zijn gedurende enige tijd voertuigen en mobiele werktuigen aanwezig en is sprake van verkeersbewegingen van werklieden en materialen van en naar de bouwplaats. De voertuigen en mobiele voertuigen die aangedreven worden door een verbrandingsmotor veroorzaken een korte toename van de stikstofemissie. De mobiele werktuigen worden ingevoerd als vlakbron. Het noordelijke gedeelte van het plangebied (de steilrand) blijft onaangetast, waardoor dit gedeelte niet meegenomen wordt als vlakbron. De bouwfase voor de aanleg van het landschapspark bedraagt ca. 6 maanden. Met de ontwikkeling van het landschapspark worden verschillende mobiele werktuigen gebruikt. Aangezien het plangebied op ca. 150 m van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt, zal er om de stikstofemissie te verlagen, gebruik gemaakt worden van mobiele werktuigen met een recent bouwjaar (vanaf 2015). Voor het vervoer van personeel en materiaal is een ruime aanname gedaan van 10 voertuigbewegingen aan licht verkeer, 6 voertuigbewegingen aan middelzwaar vrachtverkeer en 2 voertuigbewegingen aan zwaar vrachtverkeer per etmaal. Het bouwverkeer rijdt via de Nieuwe Zeeweg richting het zuiden, waarna het bouwverkeer opgaat in het overige verkeer.
In onderstaande tabel worden de te gebruiken mobiele werktuigen beschreven. Werktuig
Draaiuren
Bouwjaar
Vermogen (kW)
Belasting (%)
Emissiefactor (g/kWh)
Graafmachine 1
100
Vanaf 2015
60
69
0,8
Asfaltlegger
30
Vanaf 2015
200
76
1
Graafmachine 2
40
Vanaf 2015
100
69
0,8
Wals
40
Vanaf 2015
100
55
1
Graafmachine 3
48
Vanaf 2015
150
69
0,8
Dumper
60
Vanaf 2015
100
69
1
Minigraver
40
Vanaf 2019
28
69
6,1
Shovel
20
Vanaf 2015
100
55
0,9
Trilpaat/Stamper
20
Vanaf 2019
10
40
1,3
Landbouwtrekker 1
100
Vanaf 2015
60
55
0,9
Landbouwtrekker 2
40
Vanaf 2015
60
55
0,9
Vervoer personeel en materiaal
Licht verkeer: 10 voertuigbewegingen per etmaal Middelzwaar vrachtverkeer: 6 voertuigbewegingen per etmaal Zwaar vrachtverkeer: 2 voertuigbewegingen per etmaal
8
Hoofdstuk 3
Berekeningen en resultaten bouw- en gebruiksfase
De berekeningen zijn verricht met het web-based programma AERIUS Calculator 2020 d.d. 15 oktober 2020. Op navolgende uitsnede zijn de bronnen weergegeven die van invloed kunnen zijn op de stikstofdepositie van het initiatief. De bronnen geven aan waar een toename van het aantal verkeersbewegingen plaatsvindt en waar de mobiele werktuigen gebruikt worden tijdens de bouwfase. De AERIUS Calculator 2020 geeft een depositie van > 0,0X aan of ‘geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/j’.
3.1 Gebruiksfase In de gebruiksfase wordt uitgegaan van twee bronnen. Beide bronnen hebben betrekking op het wegverkeer van en naar het speeleiland. Het overige gebruik van het landschapspark zorgt niet voor een toename van de stikstofdepositie.
Bron 1 gebruiksfase Voor bron 1 is uitgegaan van een verkeersgeneratie van 12 voertuigbewegingen per etmaal wat overeenkomt met 50% van de totale verkeersgeneratie. De route die wordt afgelegd loopt via de Nieuwe Zeeweg in noordelijke richting. Uit navolgende afbeelding volgt dat de uitstoot door verkeer voor NO x < 1 kg/j en voor NH3 < 1kg/j bedraagt.
9
Bron 2 gebruiksfase Voor bron 2 is uitgegaan van een verkeersgeneratie van 12 voertuigbewegingen per etmaal, wat overeenkomt met 50% van de totale verkeersgeneratie. De route die wordt afgelegd gaat via de Nieuwe Zeeweg in zuidelijke richting. Uit navolgende afbeelding volgt dat de uitstoot door verkeer voor NOx < 1 kg/j en voor NH3 < 1kg/j bedraagt.
Tijdens de gebruiksfase bedraagt de totale emissie voor NOx 1,20 kg/j en voor NH3 < 1 kg/j. Uit de berekening van de AERIUS Calculator voor de gebruiksfase, zie bijlage 1, blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn op Natura 2000-gebieden.
10
3.2 Bouwfase Bron 1 bouwfase Voor de bouwfase is een ruime schatting gemaakt voor het aantal verkeersbewegingen voor het vervoer van personeel, materialen en (mobiele) werktuigen, die te vinden is in paragraaf 2.3. Uit navolgende afbeelding volgt dat de uitstoot door het bouwverkeer voor NOx 5,38 kg/j en voor NH3 < 1 kg/j bedraagt.
11
Bron 2 bouwfase De tweede bron tijdens de bouwfase is afkomstig van de te gebruiken (mobiele) werktuigen. Uit navolgende afbeelding volgt dat de uitstoot door de in te zetten mobiele werktuigen voor NOx 25,61 kg/j en voor NH3 < 1 kg/j bedraagt.
12
Bron 3 bouwfase De tweede bron tijdens de bouwfase is afkomstig van de te gebruiken landbouwvoertuigen. Uit navolgende afbeelding volgt dat de uitstoot door de in te zetten landbouwwerktuigen voor NOx 4,16 kg/j en voor NH3 < 1 kg/j bedraagt.
Tijdens de bouwfase bedraagt de totale emissie voor NOx 35,80 kg/j en voor NH3 < 1 kg/j. Uit de berekening van de AERIUS Calculator voor de bouwfase, zie bijlage 2, blijkt dat er rekenresultaten van 0,01 mol/ha/j zijn op de Natura 2000-gebieden Coepelduynen en Kennemerland-Zuid.
13
Hoofdstuk 4
Samenvatting en conclusies
Initiatiefnemer is voornemens een landschapspark en speeleiland in het Middengebied van Noordwijk aan te leggen. Voor de beoogde ontwikkeling is ten behoeve van de Wet natuurbescherming een AERIUS-berekening uitgevoerd. Voor de gebruiksfase is uitgegaan van een toename van de verkeersgeneratie van 24 voertuigen per etmaal, waarbij 100% valt onder ‘licht verkeer’. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er in totaal sprake is van een NOxemissie van 1,20 kg/j en een NH3-emissie van < 1 kg/j. Voor de Natura 2000-gebieden geldt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Voor de bouwfase is een ruime schatting gemaakt voor de mobiele werktuigen die nodig zijn en het aantal verkeersbewegingen voor het vervoer van personeel, materialen en mobiele werktuigen. Uit de AERIUSberekening blijkt dat er in totaal sprake is van een NOx-emissie van 35,80 kg/j en een NH3-emissie van < 1 kg/j. Voor de bouwfase geldt dat er een voor de Natura 2000-gebieden Coepelduynen en Kennemerland-Zuid een rekenresultaat van 0,01 mol/ha/j is. Uit de ‘Beslisboom Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten’ blijkt dat er met een ecologische voortoets aangetoond moet worden of er significante effecten zijn op het Natura 2000-gebieden Coepelduynen en Kennemerland-Zuid.
14
15