Bijlage C1 Historisch bodemonderzoek Landschapspark Noordwijk - AVG
Tekst van het document
- Activiteiten uit Historisch bodembestand Breloftpark 20 Locatie code
AA057500472
Naam onderzoeksterrein
Breloftpark 20
Straat
Breloftpark
Nummer
20
Postcode
2201TE
Plaats
NOORDWIJK ZH
- Statusoverzicht bodemlocatie Status laatste rapport
Onderzoek op aard
Beoordeling verontreiniging
niet ernstig, licht tot matig verontreinigd
Vervolgactie (Wbb)
voldoende onderzocht
Besluit status Datum besluit Bevoegd gezag Wbb
Zuid-Holland
Bepaalde risico's? Onverdacht op basis preHO
Asbeststatus
- Rapportinformatie Datum rapport
Onderzoekstatus
Aanleiding
Auteur
Rapportnummer
07-12-2007
Verkennend onderzoek NEN 5740
Bouwvergunning
IDDS
07109357/RH/rap1
- Mogelijk onderzochte bodembedreigende activiteiten - Activiteiten uit Historisch bodembestand Breloftpark 18 Locatie code
AA057500649
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 19 van 29 - 28-11-2017
Naam onderzoeksterrein
Breloftpark 18
Straat
Breloftpark
Nummer
18
Postcode
2201TE
Plaats
NOORDWIJK ZH
- Statusoverzicht bodemlocatie Status laatste rapport Beoordeling verontreiniging
niet ernstig, licht tot matig verontreinigd
Vervolgactie (Wbb)
voldoende gesaneerd
Besluit status Datum besluit Bevoegd gezag Wbb
Zuid-Holland
Bepaalde risico's? Niet onderzocht
Asbeststatus
- Rapportinformatie Datum rapport
Onderzoekstatus
Aanleiding
Auteur
Rapportnummer
05-03-1998
BOOT
BOOT
Kiwa
BM499
- Mogelijk onderzochte bodembedreigende activiteiten Gebruik
Van
Tot
Voldoende onderzocht
hbo-tank (ondergronds)
Onbekend
1998
Ja
- Activiteiten uit Historisch bodembestand Nieuwe Zeeweg (naast nr. 46) Locatie code
AA057500463
Naam onderzoeksterrein
Nieuwe Zeeweg (naast nr. 46)
Straat
Nieuwe Zeeweg
Nummer Postcode Plaats
NOORDWYK ZH
- Statusoverzicht bodemlocatie Status laatste rapport
PreHO
Beoordeling verontreiniging
niet ernstig, licht tot matig verontreinigd
Vervolgactie (Wbb)
voldoende onderzocht
Besluit status Datum besluit
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 20 van 29 - 28-11-2017
Bevoegd gezag Wbb
Zuid-Holland
Bepaalde risico's? Onverdacht op basis preHO
Asbeststatus
- Rapportinformatie Datum rapport
Onderzoekstatus
Aanleiding
Auteur
Rapportnummer
07-09-2009
Verkennend onderzoek voor waterbodems (NVN 5720)
Civieltechnisch
IDDS
0908B292/GGE/rap 1
07-09-2009
Partijkeuring grond
Civieltechnisch
IDDS
0908b289/REG/rap 1
- Mogelijk onderzochte bodembedreigende activiteiten - Activiteiten uit Historisch bodembestand
Niet aan bodemlocatie gekoppelde bodembedreigende activiteiten Bij de Omgevingsdienst West-Holland zijn hierover geen gegevens beschikbaar
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 21 van 29 - 28-11-2017
Topografie
Bebouwing
Perceelgrenzen
Wegen
Geselecteerd gebied
Water
25-meter contour
Afscheiding Coördinaten volgens RDM (Rijksdriehoeksmeting) Middelpunt: X 90198 Y 472820 meter
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 22 van 29 - 28-11-2017
GBKN
Bebouwing
Afscheiding
Wegen
Geselecteerd gebied
Water
25-meter contour
Coördinaten volgens RDM (Rijksdriehoeksmeting) Middelpunt: X 90198 Y 472820 meter
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 23 van 29 - 28-11-2017
Kadaster
Perceelgrenzen Geselecteerd gebied Coördinaten volgens RDM (Rijksdriehoeksmeting) Middelpunt: X 90198 Y 472820 meter
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 24 van 29 - 28-11-2017
25-meter contour
Verklaring vaktermen Achtergrondwaarde (AW 2000) Norm waaronder sprake is van schone grond. Overschrijding van deze waarde (AW2000) leidt tot licht verontreinigde grond. De Achtergrondwaarde varieert met de bodemverontreinigende stof en de bodemsoort. Aanvullend onderzoek Een beperkt onderzoek, dat meestal volgt op een verkennend of oriënterend onderzoek. Het heeft meestal tot doel aanvullende informatie te vergaren, zodat een nader onderzoek niet meer nodig is. Asbestonderzoek NEN 5707 De NEN 5707 beschrijft hoe onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem uitgevoerd wordt. Asbestonderzoek NEN 5897 De NEN 5897 beschrijft hoe onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in puinhoudende bodem uitgevoerd wordt. Beschikking Een beschikking is een officieel overheidsbesluit. Voor het grondgebied van de Omgevingsdienst WestHolland (ODWH) is de omgevingsdienst het bevoegd gezag dat beschikkingen in het kader van de Wet bodembescherming afgeeft. Indien een vermoeden bestaat of al duidelijk is dat een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is, kan de verontreiniging worden gemeld bij de ODWH. Deze zal, indien voldoende gegevens aanwezig zijn, een beschikking afgeven. Hierin staat wat de ernst en risico’s van de verontreiniging zijn en of sanering in het kader van de Wet bodembescherming noodzakelijk is.
De ODWH geeft ook haar goedkeuring – middels het nemen van beschikkingen – over plannen om de bodem te saneren. Een geval van ernstige bodemverontreiniging mag meestal alleen gesaneerd worden volgens een saneringsplan dat met een beschikking is goedgekeurd. De uitzondering hierop geldt voor eenvoudige standaard bodemsaneringen waarbij de mogelijkheid bestaat om te saneren op basis van een melding in het kader van het Besluit Uniforme Saneringen (de zogenaamde BUS-melding). Tot slot geeft de ODWH ook beschikkingen af over een uitgevoerde bodemsanering en eventueel nazorgplan, de zogenaamde evaluatie. De beschikking geeft dan aan of de sanering afdoende is uitgevoerd, of er sprake is van een restverontreiniging, of nazorgmaatregelen nodig zijn en of er gebruiksbeperkingen gelden. Besluit Opslag Ondergrondse Tanks (BOOT) Dit Besluit gaf regels voor de opslag van olieproduct of brandstof in ondergrondse tanks. Hieronder viel ook de plicht tot het uitvoeren van bodemonderzoek bij in gebruik zijnde, ondergrondse tankinstallaties. Deze regelgeving is in 2008 overgegaan in het ‘Activiteitenbesluit’. Bodemonderzoek Een bodemonderzoek wordt uitgevoerd om te kunnen bepalen of de bodem verontreinigd geraakt is met schadelijke stoffen. Soms zijn meerdere bodemonderzoeken nodig om de soort verontreiniging, de concentraties en de omvang van de verontreiniging te bepalen.
Er zijn verschillende soorten bodemonderzoek, afhankelijk van het specifieke doel. Bodem sanering bedrijven (BSB-operatie) Onderzoek uitgevoerd in het kader van de BSB-operatie. Bodemsanering Door grond te ontgraven, ter plekke te reinigen of te isoleren kan een geval van bodemverontreiniging gesaneerd worden. Een locatie is succesvol gesaneerd zodra de bodemkwaliteit geen belemmering meer
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 25 van 29 - 28-11-2017
vormt voor het voorgenomen gebruik van de locatie, het zogenaamde ‘functiegericht saneren’. Dit wil dus niet zeggen dat de bodem ter plaatse volledig is schoongemaakt. Bodemverontreiniging De bodem is verontreinigd als een van de in de NEN 5740 genoemde stoffen, in concentraties boven de achtergrondwaarde/streefwaarde in de grond of het grondwater (bodem) aanwezig zijn. BSB-operatie In 1993 werd het Besluit ‘Verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen’ ingevoerd. Veel bedrijven werden hierdoor verplicht de bodemkwaliteit van hun bedrijfsterrein in beeld te brengen. De stichting ‘Bodem Sanering in gebruik zijnde Bedrijfsterreinen’ (BSB) heeft bedrijven hierbij geholpen door de mogelijkheid te bieden gezamenlijk via de BSB-operatie aan die verplichting te voldoen. De stichting BSB is inmiddels opgeheven. Geval van ernstige bodemverontreiniging Een geval van verontreiniging waarbij de bodem zodanig is verontreinigd, dat de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier, ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Er wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging als voor een stof meer dan 25 kubieke meter grond of meer dan 100 kubieke meter met grondwater verzadigd bodemvolume boven de interventiewaarde verontreinigd is. Voor asbest geldt dit volumecriterium niet.
Boven een concentratie van 100 mg/kg in grond is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Hbb Historisch bodembestand waarin historische gegevens uit verschillende archieven (gemeentearchieven, KvK, Hinderwetvergunningen etc.) zijn opgenomen mbt bodembedreigende activiteiten. Historisch onderzoek (HO) Archiefonderzoek naar het vroegere gebruik van een locatie. Hiermee kan ingeschat worden of er een risico is op bodemverontreiniging. Het historisch onderzoek maakt onderdeel uit van een vooronderzoek NEN 5725. Indicatief onderzoek Een verkennend bodemonderzoek beperkt van omvang en niet uitgevoerd volgens de onderzoeksrichtlijnen. Interventiewaarde (I) Norm waarboven sprake is van een sterke bodemverontreiniging. De interventiewaarde varieert met de bodemverontreinigende stof en de bodemsoort. ISV-programmering De gemeente heeft vanaf 2000 bodemonderzoeken en bodemsaneringen uitgevoerd en gesubsidieerd met gelden uit het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV). Per vijf jaar is een programma opgesteld. Licht verontreinigd De bodem is licht verontreinigd als voor een stof een bepaalde norm in de grond of het grondwater overschreden wordt. Deze norm heet Streefwaarde (S). Tegenwoordig wordt voor grond de term Achtergrondwaarde (A) gebruikt. Locatiecode Unieke code die in het bodeminformatiesysteem aan een locatie is gekoppeld.
Deze code begint altijd met ‘AA’ en wordt daarna gevolgd door de gemeentecode en een uniek volgnummer.
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 26 van 29 - 28-11-2017
Matig verontreinigd Deze term wordt veel gebruikt door adviesbureau´s om aan te geven dat de concentratie van een stof in de bodem de Tussenwaarde (T) overschrijdt (gemiddelde van Streefwaarde of Achtergrondwaarde en de Interventiewaarde). Meldingsformulier BUS saneringsplan Standaard en eenvoudige saneringen kunnen op basis van het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) middels een standaardformulier gemeld worden bij het bevoegd gezag. Dit meldingsformulier vervangt het saneringsplan. Meldingsformulier BUS evaluatieverslag De verslaglegging van een standaard sanering kan op basis van het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) middels een standaardformulier ingediend worden bij het bevoegd gezag. Het formulier vervangt de saneringsevaluatie. Monitoring Het periodiek meten van de grondwaterkwaliteit. Nader onderzoek (NO) Een vervolgonderzoek op een verkennend bodemonderzoek met als doel de aard, de mate (concentratie), eventuele risico’s en omvang van de eerder aangetroffen verontreiniging vast te stellen. De gegevens van het nader onderzoek zijn de basis voor de beoordeling van de ernst van de bodemverontreiniging en de noodzaak voor een spoedige sanering. Nazorg Nazorg gaat om het zolang als nodig in stand houden van een situatie waarin onaanvaardbaar milieuhygiënisch risico wordt voorkómen door ‘beheer’ en ‘beheersing’ na een bodemsanering.
Hierbij kan als voorbeeld worden gedacht aan het in stand houden van een leeflaag of periodieke grondwatermonitoring. Nulsituatie-onderzoek Onderzoek uitgevoerd ten behoeve van het verlenen van een milieuvergunning. De beginsituatie wordt vastgelegd op de plekken waar volgens de milieuvergunning bodembedreigende activiteiten plaats gaan vinden. Er wordt alleen gekeken naar de bodembedreigende stoffen die gebruikt gaan worden. Na beëindiging van de activiteiten wordt op dezelfde wijze een eindsituatie-onderzoek uitgevoerd. Oriënterend onderzoek (OO) Een eerste onderzoek naar aanleiding van een vermoeden dat sprake is van bodemverontreiniging. PreHO Deze term wordt gebruikt voor beperkte historische informatie uit bijvoorbeeld archieflijsten. Het betreft geen volwaardig historisch onderzoek (HO). Saneringsevaluatie Een beschrijving van de uitgevoerde sanering, het resultaat van de sanering en de eventueel te nemen nazorgmaatregelen. Saneringsonderzoek (SO) Inventarisatie van de manieren waarop een verontreiniging gesaneerd kan worden. Het saneringsonderzoek
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 27 van 29 - 28-11-2017
beschrijft de milieuhygiënische, technische en financiële aspecten en de kwaliteit van de bodem die met de op die manier uitgevoerde sanering kan worden bereikt. Het resultaat van het onderzoek is een voorstel voor een keuzevariant voor de wijze van sanering. Saneringsplan (SP) Een plan waarin de gekozen saneringsmaatregelen zijn beschreven en de effecten die met de maatregelen worden beoogd (het saneringsresultaat). Streefwaarde (S) Norm waaronder sprake is van schone grond. Boven de Streefwaarde is sprake van lichte verontreinigde grond of grondwater. De streefwaarde varieert met de bodemverontreinigende stof en de bodemsoort. Voor grond is de streefwaarde nu vervangen door de Achtergrondwaarde. Sterk verontreinigd De bodem is sterk verontreinigd als voor een stof de interventiewaarde (I) in de grond of het grondwater overschreden wordt. Tussenwaarde (T) Het gemiddelde van de Streefwaarde (of Achtergrondwaarde) en de Interventiewaarde. Verkennend onderzoek NEN 5740 De NEN 5740 beschrijft op welke wijze een verkennend onderzoek moet worden uitgevoerd. De norm biedt de keuze uit diverse onderzoeksstrategieën, die gebruikt worden afhankelijk van de situatie. Verkennend onderzoek NVN 5740 De NVN 5740 is de voorloper (voornorm) van de NEN 5740 en werd tot 1995 gebruikt.
Vooronderzoek NEN 5725 De NEN 5725 beschrijft op welke wijze een vooronderzoek bij een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. Een vooronderzoek is een onderzoek naar het vroegere, huidige en toekomstige gebruik van een locatie. Het onderzoek naar het vroegere gebruik wordt ook wel historisch onderzoek genoemd. Aan de hand van het vooronderzoek wordt de strategie voor bodemkundig veldonderzoek bepaald.
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 28 van 29 - 28-11-2017
Disclaimer Hoewel zorgvuldigheid is betracht bij het samenstellen van de informatie in dit rapport kan het zijn dat deze mogelijk onvolledig is en/of onjuistheden bevat. Niet alle tanks, bodemonderzoeken en (historische) bodemactiviteiten zijn bij ons bekend. Wij kunnen dan ook geen aansprakelijkheid aanvaarden ten aanzien van deze informatie. Wij benadrukken dat alleen een bodemonderzoek uitsluitsel kan geven over de bodemkwaliteit. U helpt de Omgevingsdienst door eventuele fouten of gebreken aan ons te melden.
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 29 van 29 - 28-11-2017
Bijlage 3
Kwaliteitsaspecten van het onderzoek
Waarborging kwaliteit / Certificering De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd conform de eisen uit het ‘Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer’ (Kwalibo). Dit besluit richt zich op kwaliteit en integriteit van de bodemintermediair, in deze specifiek: Inventerra Comon Services bv, hierna Inventerra. Bodemintermediairs moeten bij het uitvoeren van kritische functies door of onder directe leiding van daartoe erkende medewerkers onafhankelijk zijn van hun opdrachtgevers om hun integriteit te borgen. De eis van verplichte functiescheiding ten aanzien van de zogeheten kritische functies betreft alleen de relatie opdrachtgever (indien eigenaar) versus bodemintermediair. Bij iedere (potentiële) opdracht wordt voor de uitvoering van de kritische functies gecontroleerd of van functiescheiding sprake is. Inventerra is geen eigenaar van de onderzoekslocatie beschreven in dit rapport en heeft geen belang bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Inventerra is gecertificeerd conform ISO 9001:2008, certificaat EC-KWA-010062 en voor het uitvoeren van veldwerk bij bodemonderzoek conform BRL SIKB 2000, protocollen 2001, 2002 en 2018, certificaat EC-SIK-20241. De naleving van de kwaliteitseisen en –procedures wordt periodiek getoetst door interne en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA).
De voor het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater worden uitgevoerd door een RvA geaccrediteerd laboratorium. Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgestelde procedures worden gehanteerd zodat de resultaten een hoge betrouwbaarheid hebben. Betrouwbaarheid / garanties Het bodemonderzoek wordt op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Hoewel naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek wordt gestreefd, is steeds het risico aanwezig dat eventuele lokale afwijkingen in het bodemmateriaal niet worden gedetecteerd. Het onderzoek is namelijk gebaseerd op een beperkt aantal boringen en een beperkt aantal chemische analyses. Tevens wordt er op gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Nadien kan mogelijk door externe factoren de bodemkwaliteit veranderen. Aan de resultaten van het onderzoek kan derhalve geen absolute waarde worden toegekend. Elke aansprakelijkheid voor schade ten gevolge van een discrepantie tussen de bij het onderzoek gebleken bodemkwaliteit en de feitelijke bodemkwaliteit is uitgesloten. Over de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen en verkregen informatie wordt opgemerkt dat deze niet altijd zonder fouten en volledig zijn.
Voor het verkrijgen van historische informatie is Inventerra afhankelijk van deze bronnen, waardoor Inventerra niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.