Bijlage C BP Gooweg perceel D2059 - NWH_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 2 Beknopte natuurtoets
Tekst van het document
Beknopte
natuurtoets
bestemmingsplan
Gooweg projectnummer: 854.16.50.00.00 Onderwerp:
Beknopte natuurtoets perceel naast Gooweg 21 Noordwijkerhout
Datum:
21-12-2020
Inleiding KADER De initiatiefnemer is voornemens om aan de Gooweg te Noordwijkerhout vier woningen te realiseren. Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het doel van deze natuurtoets is om na te gaan of aanvullend onderzoek ten aanzien van beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de natuurtoets op 12 december 2020 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: bewolkt, mistig, circa 6˚C en windstil. PLANGEBIED EN VOORGENOMEN ONTWIKKELING Het plangebied betreft een deel van het akkerperceel ten zuidwesten van het erf van Gooweg 21 in Noordwijkerhout (zie figuur 1). Het plangebied grenst aan de noordwestzijde door de Gooweg. Aan de noordoostzijde wordt het plangebied begrensd door de erfbeplanting van Gooweg 21, aan de zuidoostzijde door de akker en aan de zuidwestzijde door een brede watergang met een vrij steile oever. Het plangebied bestaat grotendeels uit de akker waarop tijdens het veldbezoek een grassoort als groenbemester groeide. Langs de Gooweg en langs de watergang zijn smalle grasstroken aanwezig. Langs de noordoostrand loopt een pad de akker in. Langs de Gooweg staat een hek.
Opgaande beplanting is beperkt tot twee struiken in de berm van de Gooweg. Bebouwing en permanent oppervlaktewater ontbreken binnen het plangebied. Het plan bestaat uit de bouw van vier woningen. Bij uitvoering van het plan wordt vegetatie verwijderd en grond vergraven. Ook wordt het hekwerk langs de Gooweg verwijderd.
Figuur 1. Kaart met de locatie van de 4 bouwpercelen (oranje vlakken) op de huidige akker naast Gooweg 21 te Noordwijkerhout.
Foto’s 1 en 2. Impressie van het plangebied bezien richting het zuidwesten (links) en noordoosten (rechts) (12 december 2020).
Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -
alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 tot en met 3.4 van de Wnb);
-
dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5 tot en met 3.9 van de Wnb);
datum 21-12-2020
projectnummer 854.16.50.00.00
2
-
nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (artikel 3.10 en 3.11 van de Wnb).
Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (artikel 3.11 van de Wnb). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in artikel 3.10, eerste lid, van de Wnb. INVENTARISATIE 1
Uit het raadplegen van de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) (© NDFF 14 december 2020 15:43:21) blijkt dat in de omgeving het plangebied diverse beschermde soorten bekend zijn. Het gaat om vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren en amfibieën. Het plangebied bestaat grotendeels uit de akker, waar behalve een groenbemester onder meer vogelmuur, straatgras en kleine brandnetel groeiden. Langs de randen is wel wat graslandvegetatie aanwezig, waarin tijdens het veldbezoek een aantal algemene gras- en kruidensoorten van voedselrijke bodems, zoals Engels raaigras, rood zwenkgras, gestreepte witbol, wilde peen en grote brandnetel zijn aangetroffen. Langs de oever van de watergang langs de rand van het plangebied groeide wat riet en liesgras. Langs de Gooweg staan enkele meidoornstruiken. Beschermde plantensoorten zijn niet bekend uit de omgeving (NDFF) en zijn gelet op de voedselrijkdom en het aanwezige biotoop ook niet te verwachten binnen het plangebied. Vleermuisverblijfplaatsen kunnen worden uitgesloten vanwege het ontbreken van bomen en gebouwen. Mogelijk vormt het plangebied wel een klein deel van het foerageergebied van enkele soorten die in open gebieden kunnen foerageren, zoals de uit de omgeving bekende soorten gewone dwergvleermuis en rosse vleermuis.
De watergang langs de zuidwestrand vormt mogelijk onderdeel van een vliegroute van vleermuizen, zoals de uit de omgeving bekende meer- en watervleermuis (NDFF). Ook nesten van vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen kunnen worden uitgesloten door het ontbreken van bebouwing en bomen. Mogelijk vormt het plangebied een zeer klein onderdeel van het foerageergebied van soorten als buizerd en kerkuil, die uit de omgeving bekend zijn (NDFF). Langs de watergang kunnen wel een aantal algemene watervogels tot broeden komen, waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor een aantal algemene grondgebonden zoogdiersoorten, zoals veldmuis, huisspitsmuis en haas (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Zuid-
1
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meeste complete natuurdatabank van Nederland. De NDFF geeft informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens.
datum 21-12-2020
projectnummer 854.16.50.00.00
3
Holland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. Een aantal niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten is bekend uit de directe omgeving van het plangebied, namelijk boommarter en damhert (NDFF). Boommarter kan worden uitgesloten door het ontbreken van opgaande beplanting. Voor damhert ontbreekt dekking op de akker en bovendien wordt de akker begrensd door een hoog hek en brede watergangen, waardoor de akker ontoegankelijk is voor de soort. Waarnemingen van enkele algemene amfibieënsoorten, zoals bruine kikker en gewone pad zijn bekend vanuit de directe omgeving van het plangebied (NDFF). Voor deze soorten bieden vooral de randen van het plangebied met graslandvegetatie geschikt landbiotoop. Deze soorten kunnen zich voortplanten in de aangrenzende watergang. Voor deze soorten geldt in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. De niet-vrijgestelde rugstreeppad is eveneens bekend uit de directe omgeving van het plangebied (NDFF). Geschikt voortplantingswater, zoals poelen of andere ondiepe en snel opwarmende wateren, is niet aanwezig in het plangebied. Ook is geen geschikt landbiotoop aanwezig met goed vergraafbare zandgrond en/of opgeslagen materialen.
Andere niet-vrijgestelde soorten zijn niet te verwachten in het plangebied door het ontbreken van geschikt biotoop en het ontbreken van waarnemingen (NDFF). Waarnemingen van beschermde vissen, reptielen en ongewervelden zijn niet bekend uit de omgeving van het plangebied (NDFF). Het plangebied vormt ook geen geschikt biotoop voor beschermde soorten van deze soortgroepen. TOETSING Bij uitvoering van het plan wordt het plangebied mogelijk minder geschikt als foerageergebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten en vleermuizen. Het plangebied vormt echter hooguit een zeer klein onderdeel van het foerageergebied van deze soorten en bovendien is in de directe omgeving in ruime mate alternatief en deels ook hoogwaardiger foerageergebied voor de te verwachten vogels met jaarrond beschermde nesten en vleermuizen aanwezig. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten en vleermuizen door verlies van foerageergebied treden dan ook niet op. Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen.
Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, on-
datum 21-12-2020
projectnummer 854.16.50.00.00
4
geacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. De watergang langs het plangebied blijft beschikbaar als potentiële vliegroute van vleermuizen. Om verstoring van lichtgevoelige vleermuissoorten als meer- en watervleermuis te voorkomen, dient tijdens de aanleg- en gebruiksfase gebruik te worden gemaakt van bouwlampen en buitenverlichting die geen lichtuitstraling veroorzaken op het oppervlaktewater van de aangrenzende watergang, bijvoorbeeld door gebruik van gerichte lichtarmaturen. Geschikt leefgebied voor rugstreeppad is momenteel niet aanwezig. De mobiele pionierssoort rugstreeppad staat er echter om bekend dat braakliggende bouwterreinen met kuilen of laagtes waar water in blijft staan snel kunnen worden gekoloniseerd. Indien de soort zich vestigt, moeten de werkzaamheden stilgelegd worden. Om te voorkomen dat deze soort zich in het plangebied zal vestigen, wordt daarom geadviseerd om een amfibieënscherm om het werkterrein te plaatsen. Dit scherm wordt gemaakt van stevig plastic of worteldoek van vijftig centimeter hoog en is minimaal tien centimeter ingegraven in de grond. Het scherm wordt verankert met houten paaltjes die aan de binnenzijde van het scherm, dus aan de kant van de bouwplaats, worden bevestigd.
Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen tot slot enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Zuid-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.
Gebiedsbescherming Voor onderhavig projectgebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied.
datum 21-12-2020
projectnummer 854.16.50.00.00
5
NATUURNETWERK NEDERLAND Het NNN (voorheen ook wel Ecologische Hoofdstructuur genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland, dat voldoende robuust is voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN is voor de provincie Zuid-Holland vastgelegd in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. OVERIGE PROVINCIALE NATUUR Behalve voor het NNN zijn in de provincie Zuid-Holland in het kader van de Omgevingsverordening Zuid-Holland nog gronden aangewezen als ecologische verbindingszone. INVENTARISATIE In het kader van de Wnb beschermde gebieden liggen op ruime afstand van het plangebied. Het meest nabijgelegen beschermde gebied betreft het Natura 2000-gebied ‘Kennemerland-Zuid’ dat gelegen is op een afstand van circa 1,7 kilometer ten westen van het plangebied. Het meest nabijgelegen NNN-gebied ligt op circa 140 meter ten zuidwesten van het plangebied en betreft het landgoed Nieuw Leeuwenhorst. Tussen dit NNN-gebied en het plangebied ligt onder meer de N443. Ecologische verbindingen liggen op grote afstand van het plangebied.
TOETSING Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebieden door bebouwing, (water)wegen en agrarisch gebied. Gezien de grote afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kunnen de meeste potentiele effecten op voorhand uitgesloten worden. Een toename van stikstofemissie kan echter ook over grotere afstand nog leiden tot negatieve effecten op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Daarom dient een Aerius-berekening uitgevoerd te worden om te bepalen of het plan leidt tot een toename van stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten in Natura 2000-gebieden. Gezien de terreinomstandigheden, de afstand tot beschermde gebieden, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van de ontwikkeling, zijn met betrekking tot het voorgenomen plan geen negatieve effecten op het NNN te verwachten.
datum 21-12-2020
projectnummer 854.16.50.00.00
6
Conclusie Op basis van de beknopte natuurtoets (d.d. 21 december 2020) is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van de ontwikkeling een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Een ontheffing van de Wnb voor beschermde soorten is niet nodig. In verband met de soortbescherming van de Wnb is het wel nodig om bij de planning van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Daarnaast is het van belang om tijdens de aanleg- en gebruiksfase geen lichtuitstraling op de watergang ten zuidoosten van het plangebied te veroorzaken. Tot slot wordt geadviseerd om een amfibieënscherm rondom de bouwplaats worden geplaatst om vestiging van rugstreeppad in het plangebied te voorkomen. Om te bepalen of het plan leidt tot een toename van stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, is een Aerius-berekening nodig. Op basis daarvan kan bepaald worden of vervolgstappen nodig zijn, zoals het aanvragen van een vergunning van de Wnb. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. De ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op het NNN.
datum 21-12-2020
projectnummer 854.16.50.00.00
7