Bijlage Bijlagen bij toelichting Ontwerpbestemmingsplan Duinschooten 12
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN DUINSCHOOTEN 12 ontwerp April 2021 ruimte voor ideeën
Duinschooten 12
Inhoudsopgave Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Onderbouwing landschappelijke inpassing
4
Bijlage 2
Quickscan flora en fauna
17
Bijlage 3
Nader onderzoek flora en fauna
48
Bijlage 4
Stikstofberekening inclusief bijlagen
70
Bijlage 5
Bodemonderzoek
118
Bijlage 6
Herbemonstering bodemonderzoek
182
Bijlage 7
Quickscan explosieven onderzoek
253
Bijlage 8
Historisch vooronderzoek conventionele explosieven
261
Bijlage 9
Archeologisch onderzoek
299
(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01
2 - 337
Bijlagen toelichting
(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01
3 - 337
Bijlage 1 Onderbouwing landschappelijke inpassing
(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01
4 - 337
Duinschooten 12 Noordwijkerhout Onderbouwing Landschappelijke inpassing ruimte voor ideeën
Inhoud
Opdrachtgever: Mijbupark B.V. Documentnaam: 1231-Noordwijkerhout-landschappelijke inpassing Wijzigingsdatum: 6 april 2021
Alles uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt mits de bron en auteur worden vermeld. Aan de inhoud van dit document kunnen geen rechten worden ontleend.
Middenbaan 108, 2991 CT Postbus 37, 2990 AA Barendrecht
T +31 (0)180 61 31 44
www.wissing.nl
1 Inleiding
4
2 Planbeschrijving
5
3 Ruimtelijke verkenning
9
4 Beleid
12
5 Landschappelijke inpassing
17
6 Conclusie
20
1 Inleiding
2 Planbeschrijving
De initiatiefnemer is voornemens om op het recreatieterrein Sollasi aan de Duinschooten 12 Noordwijkerhout een nieuw restaurant, uitbreiding van het bestaande hotel en herinrichting van het terrein te realiseren. Als bijlage bij het bestemmingsplan is voorliggende onderbouwing van de landschappelijke inpassing opgesteld. De toevoeging van deze onderbouwing is een randvoorwaarde van de Provincie bij ontwikkelingen. De Provincie heeft aangegeven dat hierin inzichtelijk moet worden gemaakt dat de kwaliteit van de omliggende natuuren landschappelijke waarden bij de ontwikkeling niet achteruitgaat. Bij voorkeur ziet de Provincie een verbetering van de natuur- en landschappelijke waarden. Het gaat hierbij om de landschappelijke inpassing van de ontwikkeling, in relatie tot de door de provincie gestelde gebiedsprofielen van de omgeving. De Provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogd het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit).
Het ruimtelijke kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’).
Huidige situatie Het plangebied maakt deel uit van recreatieterrein Sollasi in Noordwijkerhout. In het plangebied staan een hotel en restaurant (bebouwing is aan elkaar gekoppeld) en zijn een tennisveld (sportveld) en een speeltuin aanwezig. Ook zijn parkeervoorzieningen voor het stacaravan park en het hotel/restaurant gesitueerd aan de noordkant van het plangebied. In het plangebied zijn naast de bebouwing voor het restaurant en het hotel ook een opslagloods naast het sportveld en de speeltuin aanwezig. Het plangebied wordt ontsloten vanaf de Duinschooten. Via deze ontsluiting is ook het naastgelegen bungalowpark te bereiken. Aan de zuidoostkant ligt het Oosterduinsemeer, vanuit het plangebied is via een voetpad het strand bij het meer te bereiken. Het restaurant is gelegen op een hoogte, aan de zijde van de parkeerplaats is het gebouw 2 lagen met kap en aan de zijde van het meer 1 laag met kap. Het restaurant heeft aan de zijde van het meer een terras op hoogte waarna het terrein afloopt richting het strand.
`` Ruimtelijk verkenning huidige situatie
`` Huidige situatie
in Du
sc
o ho
te
n
speeltuin/sportveld P
Opslagloods tennisveld
restaurant
strand
er
hotel
Oo
s te
rd
uin
se
me
hotel
4
5
Foto 1: zicht vanaf het Oosterduinsemeer, hoogteverschil vanaf het strand naar het terras, met bossages ernaast op duin
Toekomstige situatie Het restaurant wordt gesloopt en er wordt een nieuw restaurant gebouwd. Voor de realisatie van het nieuwe restaurant wordt het huidige reliëf afgegraven. Het reliëf wordt verlaagd van ongeveer van 4,00m boven NAP naar 0,80m boven NAP. Het restaurant krijgt hierdoor een directe relatie met het meer en het strand en komt minder dominant in het beeld langs het Oosterduinsemeer te liggen. In de laagte tussen de duinen ontstaat ruimte voor het gebouw. Gevolg is dat de nokhoogte van het restaurant 1,20m lager is dan het huidige restaurant. Het parkeerterrein wordt uitgebreid ten plaatse van de huidige tennisvelden. De recreatiewoning, opslagloods en speeltuin/sportveld blijven gehandhaafd. Om de verkeersstromen restaurant en hotel/recreatieterrein te scheiden wordt er een extra ontsluiting vanaf Duinschooten gemaakt, ten noorden van de huidige ingang. `` Toekomstige situatie
Foto 2: zicht op de zijkant van het restaurant, hoogteverschil goed zichtbaar
P P
n choote Duins
Foto 3: zicht vanaf het Oosterduinsemeer, ligging restaurant op hoogte, met bossages ernaast op duin
Duinsch
o o t en
dam
speeltuin/ sportveld Opslagloods
strand P
restaurant
Oosterduinsemeer
P groensingel
hotel
Trappenhuis
gen
Technische ruimte
Wil
hotel duin
6
7
3 Ruimtelijke verkenning
Foto 1 historische kaart rond 1900 Locatie ligt ten westen van de Ooster Duinen
Landschap Ontstaansgeschiedenis De locatie ligt op de grens tussen een van oudsher langgerekte strandwal en een ingesloten strandvlakte in. Deze strandwal is in het landschap nauwelijks waar te nemen aangezien deze grotendeels is afgegraven en het Oosterduinsemeer is ontstaan. De strandwallen zijn langgerekt liggen evenwijdig aan de kustlijn. Het oorspronkelijke landschap is ontstaan onder invloed van de zee, door aanvoer van zand zijn de strandwallen ontstaan. Op deze droge zandige strandwallen zijn de nederzettingen gevestigd. Tussen de strandwallen liggen de zogenaamde strandvlaktes, dit waren lager gelegen nattere veenachtige gebieden. Vanaf de 17e eeuw zijn de strandwallen afgezand om aan de vraag naar zand voor de uitbreiding van steden te voldoen. Ten bate van zandwinning voor de kalkzandsteenfabriek van Xella Van Herwaarden in Hillegom is de strandwal ‘Ooster Duinen’ afgegraven en is het Oosterduinsemeer ontstaan. Om zand af te kunnen voeren, werden brede zandvaarten gegraven, die nu nog in de Bollenstreek aanwezig zijn, zoals de Haarlemmertrekvaart. De afgevlakte strandwallen bleken zeer geschikt voor bloembollenteelt. De afwisseling van bloembollen op de afgevlakte strandwallen en weilanden in de strandvlakten is kenmerkend voor de Bollenstreek.
Foto 2: Historische kaart rond 1948 Oosterduinen verder afgegraven, ontstaan van slotenpatroon
Foto 3: Historische kaart rond 1970 Oosterduinen volledig afgegraven ontstaan van Oosterduinse Meer.
oorspronkelijke strandwal huidige vlakte ontstaan door afgraving
Ingesloten strandvlakte
Oosterduinse meer
8
9
Plangebied in de omgeving
`` Ruimtelijk verkenning macro niveau
Het plangebied ligt in een smalle corridor met recreatieterreinen die zich van zuid naar noord uitstrekt . Aan de oostzijde van de corridor bevindt zich het Oosterduinsemeer (voormalige Ooster Duinen) en ten westen bevinden zich bollenvelden en weilanden. De smalle corridor wordt aan beide zijden geflankeerd door groen. De Houtsingel aan de zijde van het Oosterduinsemeer vormt de overgang tussen het meer en de recreatieterreinen. Deze houtsingel maakt de grens afleesbaar tussen de voormalige strandwallen en strandvlakte. Ter plaatse van het plangebied is deze houtsingel niet meer aanwezig en is er sprake van een opening in deze groenstructuur. De rand aan het Oosterduinsemeer, wordt gevormd door de houtsingel, het reliëf en het restaurant. Aan de andere zijde, noordwest, vormen de bomenrij langs Duinschooten, de groene hagen en houtsingels op de terreinen de overgang van de recreatieterreinen naar de bollenvelden.
Plangebied Het plangebied vormt een open plek tussen de bungalowparken. Hierdoor is er via het plangebied een verbinding tussen de weg Duinschooten en het Oosterduinsemeer. Aan de Duinschooten wordt het plangebied begrenst met een brede bomenrij die naar het noordelijke gelegen recreatiepark overloopt in een brede ligusterhaag. Voor de ontsluiting van het plangebied en de naastgelegen recreatieterreinen aan weerszijden van het plangebied is er één opening in deze bomenrij. Aan de overzijde van Duinschooten ligt een woning met bijbehorend erf. Hierdoor grenst het plangebied niet direct aan de bollenvelden.
`` Ruimtelijk verkenning micro niveau
Reliëf Het reliëf aan de zijde van het Oosterduinsemeer vormt een ‘bult’ waarvan de taluds naar de noord-zuidzijde flauw en naar oost-westzijde steil aflopen. Het restaurant ligt tegen de noordwestzijde van ‘de bult’ en steekt met één bouwlaag en een kap boven ‘de bult’ uit. De top van ‘de bult’ ligt op ca. 4,00m boven NAP. Het pad langs het meer ligt op circa 0.15m boven NAP. Op foto’s ten tijde van de bouw van het Motel en Restaurant is te zien dat deze bult in de jaren ‘70 is aangebracht. Dit reliëf is dus een gebiedsvreemde ‘bult’ en geen historisch duin.
recreatiepark
Bebouwing Restaurant en het hotel vormen de zuidoostelijke rand van de locatie met uitkijk over het Oosterduinsemeer. Het gebouw van het restaurant wordt gesloopt en er wordt een nieuw restaurant gebouwd. Het hotel blijft behouden. Aan de zijde van de Duinschooten blijven de recreatiewoning en de opslagloods behouden, beide staan solitair op het terrein en zijn door de begroeiing minimaal zichtbaar.
recreatiepark
10
11
4 Beleid
Kwaliteitstkaarten provincie
Kustcomplex
Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit
Het kustlandschap is opgebouwd uit een opeenvolging van zee, strand, jonge duinen, strandvlakten en strandwallen parallel aan de kust. De duinen en het strand kennen een grote natuurlijke dynamiek en uitersten in omstandighe-den: van droog en heet naar nat en koud of van zout naar zoet. Dit maakt het strand en de duinen ecologisch erg waardevol. Richtpunten: • Ontwikkelingen versterken en gebruiken waar mogelijk de natuurlijke dynamiek en omstandigheden van de kust (duinen, strand en voordelta/vooroever). • Ontwikkelingen houden het verschil herkenbaar tussen “hoog en droog” en “laag en nat” en bouwen voort op de parallelle kuststructuur. • Veiligheidsmaatregelen zijn mede gericht op het versterken van het natuurlijk kustkarakter.
Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteits-kaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwali-teit’)
Strandwallen en oude duinen
Provinciaal beleid Het plangebied is aangewezen in de Omgevingsvisie als verblijfsrecreatiegebied buiten bestaand stads- en dorps-gebied. Het beleid voor ruimtelijke kwaliteit is van toepassing. De uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatiepark zal veelal een vorm van ‘aanpassing’ zijn. De ontwikkeling van een nieuw verblijfsrecreatiepark zal veelal een vorm van ‘transformatie’ zijn.
Artikel 6.2.2 Ruimtelijke kwaliteit (Omgevingsverordening) Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a) de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b) als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuur-niveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c) als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1.
een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteits-kaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Het planvoornemen wordt aangemerkt als zijnde inpassing. Het plangebied heeft in de bestaande situatie al een recreatief karakter. Het planvoornemen heeft een recreatief karakter en voorziet in de realisatie van een nieuw gebouw voor het restaurant en de uitbreiding van het hotel. Ook de herinrichting van het terrein is bedoeld om de recreatieve functie van het plangebied beter te faciliteren bijvoorbeeld door de aanleg van meer parkeervoorzieningen en de aanleg van nieuwe buitenruimte bij het restaurant. Het planvoornemen wordt volledig gerealiseerd op een bestaand recreatieterrein en is door het recreatieve karakter passend op het recreatieterrein.
12
Dit is een reliëfrijk, overwegend niet gecultiveerd, zandlandschap van strand en jonge duinen met hoge natuur- en recreatiewaarden. Natuurlijke processen als verstuiving, vernatting en bosvorming zijn duidelijk zichtbaar door de voortdurende dynamiek van zand, golven en wind. Duingebieden worden afgewisseld door grote en kleine bad-plaatsen en havens. Het gebied is van belang voor de waterveiligheid en drinkwatervoorziening. De kust is een aantrekkelijke plek om te recreëren. Gedurende het strandseizoen kenmerkt het strand zich door een afwisseling van (drukke) strandopgangen en boulevards, waar strandtenten en strandhuisjes vaak het beeld bepalen, naar zeer rustige stranden zonder bebouwing. Dit contrast en deze diversiteit zijn kwaliteiten van het strand als belangrijke openbare en recreatieve ruimte van Zuid-Holland. Het is van groot belang om in de directe nabijheid van de stad plekken te weten waar rust en openheid het beeld bepalen. Richtpunt: • Ontwikkelingen dragen bij aan of versterken de bijzondere landschappelijke en natuurlijke kwaliteit van het strand en de duinen. • Ontwikkelingen dragen zorg voor het behoud van het openbare karakter en de afwisseling in de belevingskwaliteit (van druk naar rustig) langs de kust van Zuid-Holland. Nieuwe strandbebouwing voor ver-blijfsrecreatie nabij duingebied op rustige stranden is daarmee niet toegestaan
Bollenlandschap Het bollenlandschap is ontstaan door het vergraven van oude duinen en strandwallen en de aanleg van een fijnma-zig vaartenstelsel ten behoeve van de bollenteelt. Kenmerkend is de afwisseling van kleurrijke bollenvelden (sei-zoensgebonden), verspreide bebouwing en begroeiing, vaarten en sloten. Bijzonder zijn de (restanten van) land-goederen en oude duinen. De ruimtelijke structuur wordt bepaald door een afwisseling van parallel aan de kustlijn gelegen open en verdichte zones. Het zicht op de bollenvelden wordt door bebouwing steeds meer beperkt. Dit betekent dat een ontwikkeling bij-draagt aan een samenhangende en herkenbare ruimtelijke structuur, op een logische plek in deze structuur ligt en toekomstbestendig is. Opgave hierbij is om de intensivering in de landbouw en de verstedelijking te koppelen aan een versterking van de landschappelijke structuur. Richtpunten: • Ontwikkelingen dragen bij aan het contrast tussen de open en nog gave strandvlakten en de voor de bol-lenteelt in cultuur genomen (afgezande) oude duinen en strandwallen. • Verdichting vindt plaats in reeds bestaande verdichte zones. • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud en versterking van het zicht op de bollenvelden en de aantrekke-lijkheid van het bollenlandschap.
13
Verblijfsrecreatiegebied Plangebied is specifiek aangewezen als verblijfsrecreatiegebied op de kwaliteitskaart. Verblijfsrecreatiegebieden variëren van relatief open en groene campings tot terreinen met stacaravans en com-plexen met recreatiebungalows en bijbehorende voorzieningen. Er is sprake van een tendens tot herstructurering en opwaardering, waarbij campings worden bebouwd, stacaravans worden vervangen door bungalows, of bunga-lowterreinen worden heringericht. Bij verblijfsrecreatiegebieden is van belang dat ze een aantrekkelijke, recreatieve uitstraling hebben en qua locatie, schaal, inrichting en kwaliteit van de randen goed passen in hun omgeving. Richtpunt: • Verblijfsrecreatiegebieden hebben een recreatief karakter en passen qua locatie, schaal, inrichting en kwaliteit van de randen goed in hun omgeving
• Continueren van het overwegend agrarische karakter van de bebouwing; • Bij nieuwe ontwikkelingen ligt de woonbebouwing voor op de kavel, evenwijdig aan de kavelgrens. Be-drijfsgebouwen liggen achter de rooilijn van de woonbebouwing.
Water/Plas In het gebied liggen twee plassen: het Oosterduinse Meer en de Klinkenberger plas. Beide zijn ontstaan door zand-winning. Beide plassen zijn aangewezen als zwemwaterlocaties. Bij het Oosterduinse Meer ligt langs de westelijke oever een aantal verblijfsrecreatiecomplexen, de andere drie zijden worden omzoomd door bollengebied. Ambities • Het water toegankelijk en beleefbaar houden, waar mogelijk zijn de oevers openbaar toegankelijk; • Geen verdere uitbreiding van verblijfsrecreatieterreinen langs de oevers.
Gebiedsprofiel Provincie
Strandwal Verblijfsrecreatiegebied Langs de binnenduinrand ligt een aantal verblijfsrecreatiegebieden van overwegend matige ruimtelijke kwaliteit. Aanvullende ambitie • Kwaliteitsimpuls verblijfsrecreatie; • Zonering van de verblijfsrecreatiegebieden achter de duinen; niet de hele binnenduinrand verdichten. Pa-norama’s en zichtlijnen tussen duinen en bollen blijven behouden; • Campings in de binnenduinrand passen qua uitstraling in de natuurlijke omgeving.
Fietsknooppuntennetwerk In Zuid-Holland is een knooppunten netwerk gerealiseerd. Op deze manier is er een provinciedekkend netwerk dat door recreanten makkelijk te benutten is. Aanvullende ambitie • Vanuit de dorpen, de kust en de stations zijn er aantrekkelijke en herkenbare recreatieve routes en mak-kelijk bereikbare en herkenbare startlocaties voor een recreatieve dagtocht; • Het regionale routenetwerk voor fietsen en wandelen is compleet en knelpuntvrij, medegebruik van druk-ke en smalle wegen wordt vermeden; • De toegankelijkheid van het gebied wordt behouden of verbeterd; • Koppelen van cultureel erfgoed aan het recreatief routenetwerk.
Tuinderslint De tuinderslinten liggen verspreid in het gebied, de bebouwingsstructuur varieert, maar is over het algemeen losser dan bij de Zanderijnederzettingslinten. Tussen de bebouwing zijn regelmatig doorzichten naar het landschap en de bebouwing wordt afgewisseld met een aantal onbebouwde kavels. Meest voorkomende bebouwingstype zijn tuin-derswoningen met bijbehorende bedrijfsgebouwen (waaronder vaak ook kassen) en vrijstaande burgerwoningen; arbeiderswoningen komen niet voor. Aanvullende ambitie • Vasthouden aan de openheid en de verspreide bebouwingsstructuur van de linten; • De linten beplanten met hagen; hagen zorgen voor aankleding van het landschap zonder de openheid van de strandvlaktes aan te tasten; • Stimuleren van erfbeplanting; erfbeplanting versterkt het ensemble van tuinderswoning en bedrijfsge-bouwen en zorgt voor een groene uitstraling van het erf; 14
Door afgravingen van de oude duinen en de strandwallen veranderde het geaccidenteerde oude duinlandschap in het vlakke zanderijenlandschap. Het zand werd afgegraven en voor ophogingen in onder andere Haarlem en Leiden gebruikt. De ontzanding betekende dat het nieuwe maaiveldniveau voor een deel aanzienlijk lager kwam te liggen dan de oude bewoningslinten op de strandwallen. De oorspronkelijke landschappelijke opbouw is nog zichtbaar in de noord-zuid oriëntatie van de hoofdstructuur, de locaties van landgoederen en bossen en in het patroon van zanderijvaarten. Ambities • Het contrast tussen de open vlakten en de verdichte zones (bebouwing en beplanting) versterken, daarbij doorzichten op de bollenvelden open houden; • Nieuwbouwprogramma koppelen aan de dorpen en linten op de voormalige strandwallen. Daarbij de strandwallen niet compleet verdichten, maar zones tussen de dorpen open houden.
Strandvlakte Door afgraving van de strandwallen zijn de hoogteverschillen tussen de strandwallen en –vlaktes nauwelijks nog zichtbaar. Oorspronkelijk waren de lager gelegen en natte strandvlaktes graslanden, vandaag vindt op een groot deel van de strandvlaktes ook bollenteelt plaats. Hiervoor zijn de gronden in het verleden omgespoten, lager gele-gen bodemlagen werden naar boven gebracht en daarmee geschikt voor de bollenteelt. Delen van de oorspronkelijke graslanden bleven behouden omdat de gronden te nat waren of de landgoedeigenaar niet wilde omspuiten. Ambities • In stand houden van de nog gave graslanden op de strandvlaktes als contrast met de voor de bollenteelt in cultuur genomen (afgezande) oude duinen en strandwallen; • Nieuwe ontwikkelingen nemen de ruimtelijke eenheden, die samenhangen met de poldergrenzen (bij-voorbeeld Lageveenseen Hogeveense Polder, Zilkerpolder, Zanderijpolder) als leidraad.
15
Samenvatting ambities voor het plangebied en de ontwikkeling:
Kustcomplex • Ontwikkelingen versterken en gebruiken waar mogelijk de natuurlijke dynamiek en omstandigheden van de kust (duinen, strand en voordelta/vooroever). • Ontwikkelingen houden het verschil herkenbaar tussen “hoog en droog” en “laag en nat” en bouwen voort op de parallelle kuststructuur.
Strandwallen en oude duinen • Ontwikkelingen dragen bij aan of versterken de bijzondere landschappelijke en natuurlijke kwaliteit van het strand en de duinen.
Strandwal • Het contrast tussen de open vlakten en de verdichte zones (bebouwing en beplanting) versterken
Strandvlakte • In stand houden van de nog gave graslanden op de strandvlaktes als contrast met de voor de bollenteelt in cultuur genomen (afgezande) oude duinen en strandwallen;
5 Landschappelijke inpassing Groenstructuur en landschapsrichting De groene randen met beplanting aan beide zijden van de corridor vormen de landschappelijke inpassing van de recreatieparken en het plangebied en benadrukken eveneens de noord-zuid richting van het landschap. Belangrijk is om deze zoveel mogelijk in stand te houden en bij voorkeur te versterken. De houtsingel aan het Oosterduinsemeer wordt in het plan niet aangetast en wordt juist aangevuld met beplanting voor het restaurant aansluitend op de hoogtes met beplanting aan beide zijden van het restaurant. Op deze manier wordt de landschapsrichting, noord-zuid, doorgezet en wordt de ontwikkeling geïntegreerd in de aanwezige landschapsrichting. De brede bomenrij aan de Duinschooten wordt in de huidige situatie één maal doorkruist voor een auto-ontsluiting. Voor de verbetering van de bereikbaarheid zal er voor het restaurant een tweede ontsluiting gemaakt worden. Hiervoor zal een extra opening in de bomenrij gemaakt moeten worden. Door de beperkte maat van de opening is het geen aantasting van de groenstructuur. Daarnaast wordt hierdoor de verbinding van de Duinschooten naar het Oosterduinsemeer verbeterd.
Reliëf
Bollenlandschap • Verdichting vindt plaats in reeds bestaande verdichte zones.
Verblijfsrecreatie • Verblijfsrecreatiegebieden hebben een recreatief karakter en passen qua locatie, schaal, inrichting en kwaliteit van de randen goed in hun omgeving
Water/Plas
In de huidige situatie is het restaurant gelegen op een hoogte die is aangelegd in de jaren ‘70. Deze gebiedsvreemde ‘bult’ zal worden afgegraven. De hoogte wordt afgegraven tot +0,8 meter NAP, zodat het op gelijke hoogte is met de achtergelegen parkeerplaats. De verbinding vanaf de Duinschooten richting het Oosterduinsemeer wordt hierdoor verbeterd. Hiervoor zal een ontgrondingsvergunning moeten worden aangevraagd.
Bebouwing
• Het water toegankelijk en beleefbaar houden, waar mogelijk zijn de oevers openbaar toegankelijk; • Geen verdere uitbreiding van verblijfsrecreatieterreinen langs de oevers.
Door de verlaging van het maaiveld ter plaatse van het restaurant wordt de nokhoogte van het restaurant verlaagd. Daardoor wordt het gebouw ten opzichte van de houtsingel aan beide zijden lager en minder zichtbaar. Zie hiervoor de 3d impressies.
Tuinderslint De Duinschooten is in het provinciaal beleid aangeduid als Tuinderslint. De beide zijden van de Duinschooten zijn ruimtelijk zeer verschillend van elkaar. De westkant heeft het karakter van een tuinderslint, verspreide bebouwing en een open karakter. Dit in tegenstelling tot de oostkant, waar het plangebied onderdeel van uitmaakt. Langs de gehele oostzijde van de Duinschooten staan bossages/ groensingels met vrijwel overal daarachter recreatieve voorzieningen, recreatiewoningen, camping o.a. Sollasi. Deze zijde heeft een gesloten karakter en sluit daarmee niet aan op het gebiedsprofiel ‘Tuinderslint’. De benoemde ambities zijn daarmee niet van toepassing op de ontwikkeling van het plangebied.
Fietsknooppuntennetwerk
Inrichting perceel Erf aan Duinschooten Het erf aan de Duinschooten blijft grootendeels in stand. De nieuwe ontwikkeling vindt plaats achter, de huidige en te handhaven bomensingel. Voor de nieuwe toegang naar het perceel zullen enkele bomen gekapt moeten worden, deze worden gecompenseerd bij de inrichting van de rest van het plangebied.
• Vanuit de dorpen, de kust en de stations zijn er aantrekkelijke en herkenbare recreatieve routes en makkelijk bereikbare en herkenbare startlocaties voor een recreatieve dagtocht; • De toegankelijkheid van het gebied wordt behouden of verbeterd;
16
17
Groeninrichting
Trappenhuis
Op het perceel wordt veel groen toegevoegd in de vorm van bomen, hagen, beplanting en grassen. • Langs de nieuwe ontsluitingsweg zullen hagen en bomen geplant worden. • Het perceel zal aan de noord en zuidzijde afgezoomd worden met hagen. • De parkeerplaats wordt deels met grasbetonstenen ingericht en er worden berken en elzenbosjes, toegevoegd met onderbeplanting. Rondom de parkeerplaats is het terrein ingericht met kortgemaaid gras. • Rondom het gebouw bevindt zich een zoom van natuurlijk groen, door een combnatie van zaaien en planten van grassen en kruiden. • Vanaf het gebouw wordt de verbinding met het Oosterduinsemeer versterkt door stroken beplanting van siergrassen met solitaire hoge vaste planten. • In aanvulling op de houtsingels aan beide zijden van het restaurant wordt er beplanting toegevoegd voor het terras van het restaurant. De beplanting zal bestaan uit bittere wilg en kruipwilg en diverse grassoorten in aansluiting op de overige beplanting. Hierdoor wordt de landschappelijke hoofdstructuur, noord-zuid, in lage beplanting doorgezet. elzenbosje Alnus glutinosa
Technische ruimte
BOMEN
krent Amelanchier lamarckii
berk, meerstammig of in clusters Betula pendula
In de omgeving is al veel variatie in (boom)beplanting zowel in de duinrand als op het park. Juist door het toe passen van een beperkt, maar herkenbaar sortiment krijgt de nieuwe ontwikkeling een eigen, herkenbaar uitstraling, binnen de kaders van een landschappelijk karakter. Met de soortkeuze is aangesloten op de historische situatie van een strandwal, bijvoorbeeld berk en grassen, en de strandvlaktes, bijvoorbeeld de zwarte es en gemaaid gras, erachter. zwarte els
elzenbosje
Alnus glutinosa
meerstammige berk
krent
Betula pendula
Amelanchier lamarckii 8
OVERIGE BEPLANTING
beukenhaag 1.8m hoog beukenhaag hoogte tot goot
haag 1m hoog
bestaande haag
grassen in stroken Los , natuurlijk beeld, maar ook voldoende verzorgt beeld Indeling van de terras ruimtes en als begeleiding routes. Ook hogere soorten toe te passen zonder blokkade zicht op meer.
Trappenhuis
Wil
Technische ruimte
Ook in de smalle stroken te realiseren en onderhouden
gen
dam beukenhaag 1.8m hoog
Technische ruimte
n
Trappenhuis
afscheidingen van beukenhagen
gras, kort gemaaid
haag, beuk diverse hoogten
onderbeplanting
gemengd vak van grassen en kruiden/vaste planten
Erfafscheiding hoogte variërend van 80cm tot 2 m
beplanting in stroken siergrassen met solitaire hoge vaste planten
Duins
choote
Landschappelijk en natuurlijk. Winterbeeld
inpassing gebouw en begeleiding pad door zoom van natuurlijk groen
zoom rond gebouw doorkijkjes naar natuurlijk groen
zoom rondgebouw natuurlijk beeld door combineren van zaaien en planten van grassen en kruiden 9
18
19
6 Conclusie
`` Bestaande situatie
De ontwikkeling van de locatie past zoals gezegd binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Daarmee is er sprake van inpassing. • De grootschalige groenstructuren blijven behouden. • De gebiedsvreemde ‘bult’ wordt afgegraven. • De inrichting aan het Tuinderslint verandert niet en wordt aangevuld met hagen en bomen. • Het terrein wordt vergroend. • De beplanting sluit aan op de gebiedsidentiteit van strandwal en strandvlakte. • De verbinding tussen de Duinschooten en het Oosterduinsemeer wordt verbeterd. • De bebouwing wordt lager ten opzichte van de bestaande bebouwing.
`` Nieuwe situatie
20
Bijlage 2
Quickscan flora en fauna
(ontwerp) Duinschooten 12 NL.IMRO.0575.BPOMDUINSCHOOTEN12-ON01
17 - 337
Quickscan flora en fauna Oosterduinse Meer, Noordwijkerhout
Arnhem, 26 november 2018
Pagina |2
Colofon Titel Subtitel
: Quickscan flora en fauna : Oosterduinse Meer, Noordwijkerhout
Projectnummer Datum
: 18.212 : 26 november 2018
Veldonderzoek Auteur(s)
: E.W.A. Janssen : E.W.A. Janssen
Goedgekeurd door
: T. Kooij
Opdrachtgever Contactpersoon
: Agel Adviseurs, Oosterhout (NB) : Joël Sips
Bezoekadres Postcode Telefoon
: Snelliusweg 40-18 : 6827 DH Arnhem : 026-2001900
info@ekoza.nl www.ekoza.nl
Ekoza B.V. is lid van het Netwerk Groene Bureaus: www.netwerkgroenebureaus.nl
Quickscan flora en fauna Oosterduinse Meer, Noordwijkerhout
Pagina |3
Inhoudsopgave 1. 2.
Inleiding ................................................................................................................................................... 4 Wettelijk kader ........................................................................................................................................ 5 2.1 Natura 2000-gebieden ..................................................................................................................... 5 2.1.1 Programmatische Aanpak Stikstof ................................................................................................ 5 2.2 Soorten............................................................................................................................................ 6 2.3 Houtopstanden ............................................................................................................................... 8 2.4 Natuurnetwerk Nederland .............................................................................................................. 9 3. Gebiedsbeschrijving ............................................................................................................................... 10 3.1 Gebiedsbeschrijving ......................................................................................................................
10 3.2 Voorgenomen ingreep ................................................................................................................... 12 4. Onderzoeksmethode ............................................................................................................................. 14 4.1 Bronnenonderzoek ........................................................................................................................ 14 4.2 Veldonderzoek .............................................................................................................................. 14 4.3 Uitwerking en rapportage ............................................................................................................. 14 5. Resultaten ............................................................................................................................................. 16 5.1 Gebiedsbescherming ..................................................................................................................... 16 5.1.1 Natura 2000 ................................................................................................................................ 16 5.1.2 Natuurnetwerk Nederland ..........................................................................................................
17 5.2 Soorten.......................................................................................................................................... 18 5.2.1 Grondgebonden zoogdieren ....................................................................................................... 18 5.2.2 Vleermuizen ................................................................................................................................ 20 5.2.3 Vogels.......................................................................................................................................... 21 5.2.4 Reptielen, amfibieën en vissen ................................................................................................... 23 5.2.5 Flora ............................................................................................................................................ 24 5.2.6 Ongewervelden ........................................................................................................................... 24 5.3 Houtopstanden ............................................................................................................................. 25 6. Conclusies en aanbevelingen .................................................................................................................
26 6.1 Gebiedsbescherming ..................................................................................................................... 26 6.1.1 Natura 2000 ................................................................................................................................ 26 6.1.2 Natuurnetwerk Nederland .......................................................................................................... 26 6.2 Soortbescherming ......................................................................................................................... 26 6.2.1 Grondgebonden zoogdieren ....................................................................................................... 26 6.2.2 Vleermuizen ................................................................................................................................ 26 6.2.3 Vogels.......................................................................................................................................... 27 6.2.4 Reptielen, amfibieën en vissen ................................................................................................... 27 6.2.5 Flora ............................................................................................................................................
27 6.2.6 Ongewervelden ........................................................................................................................... 27 6.3 Houtopstanden ............................................................................................................................. 27 Bronnen ......................................................................................................................................................... 29 Literatuur ................................................................................................................................................... 29 Websites .................................................................................................................................................... 29
Quickscan flora en fauna Oosterduinse Meer, Noordwijkerhout
Pagina |4
1.
Inleiding Een restaurant aan de Duinschoten 12 in Noordwijkerhout (ZH) zal worden gesloopt. Op het naastgelegen motel zal een extra verdieping worden geplaatst. Verder zullen er parkeergelegenheden worden ingericht en zal er een extra toerit tot de weg worden gerealiseerd. Vanuit Europese- en nationale regelgeving dient onderzocht te worden welke effecten deze ingreep heeft op beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland) en op beschermde flora en fauna. De voorliggende rapportage beschrijft de resultaten van een quickscan. Het betreft een beoordeling van de huidige en potentiële aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren op de onderzoekslocatie en de te verwachten effecten van de voorgenomen ingreep op beschermde soorten en gebieden. De quickscan vindt plaats op grond van bronnenonderzoek en een terreinbezoek. Tijdens het terreinbezoek is een inschatting gemaakt welke soorten voor kunnen komen en welke soorten op voorhand uit te sluiten zijn. Deze quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er effecten te verwachten zijn van de werkzaamheden op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.
In hoofdstuk 2 staat het wettelijke kader uiteengezet, waaraan getoetst dient te worden. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het onderzoeksgebied en de voorgenomen ingrepen. Hoofdstuk 4 geeft een korte beschrijving van de onderzoeksmethode. In hoofdstuk 5 worden de resultaten van het onderzoek besproken. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 de conclusies en aanbevelingen gegeven.
Quickscan flora en fauna Oosterduinse Meer, Noordwijkerhout
Pagina |5
2.
Wettelijk kader Sinds 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Het bevoegd gezag komt bij de provincies te liggen. De Rijksoverheid (RVO) blijft verantwoordelijk voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij etc. In dit geval is de Provincie Zuid-Holland bevoegd gezag. De Wet natuurbescherming is gericht op de bescherming van: • Natura 2000-gebieden • Soorten • Houtopstanden
2.1 Natura 2000-gebieden De basis voor Natura 2000 zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Deze natuurbeschermingsrichtlijnen hebben naast de bescherming van specifieke flora en fauna eveneens als doel om de leefgebieden van deze soorten te behouden, te herstellen of uit te breiden. In Nederland zijn 164 gebieden als Natura 2000-gebied aangewezen door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Door de toenmalige Minister van LNV zijn instandhoudingsdoelstellingen vastgesteld voor de Natura 2000-gebieden, deze staan vermeld in het (ontwerp-) aanwijzingsbesluit. In het (ontwerp-) aanwijzingsbesluit staan de instandhoudingsdoelstellingen voor alle habitattypen, -soorten en broedvogels die in het Natura 2000-gebied voorkomen beschreven. Daarnaast staat beschreven op welke wijze de instandhoudingsdoelstellingen te realiseren zijn. Onder ‘instandhouding’ wordt verstaan het geheel aan maatregelen die nodig zijn ter behoud of herstel van een gunstige staat van instandhouding van de natuurlijke habitats en populaties van wilde dier- en plantensoorten.
Elke activiteit (in de wet: project of handeling) zowel binnen als buiten een Natura 2000gebied die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: • de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren; of • een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen, is ingevolge artikel 2.7, tweede lid verboden. De activiteit kan slecht doorgang vinden wanneer het bevoegd gezag een vergunning verleent.
2.1.1 Programmatische Aanpak Stikstof Op 1 juli 2015 is de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in werking getreden. De depositie van stikstof is een van de belangrijkste belemmeringen om de Europese natuurdoelen te halen. Stikstofdepositie leidt tot vermesting en/of verzuring van de bodem. In natuurgebieden kan dit negatieve effecten hebben op de aanwezige, beschermde flora en fauna. Quickscan flora en fauna Oosterduinse Meer, Noordwijkerhout
Pagina |6
De PAS combineert twee manieren om de natuurdoelen van Natura 2000 zeker te stellen: • Het blijvend laten dalen van de stikstofdepositie door het nemen van maatregelen aan de bron; • Het uitvoeren van herstelmaatregelen voor stikstofgevoelige natuur. De PAS bepaalt ook dat een deel van de daling van de stikstofdepositie mag worden ingezet voor nieuwe projecten of projecten waarin uitbreiding van bestaande stikstofemissie aan de orde is. Dit wordt ontwikkelingsruimte genoemd. Op deze manier blijft de stikstofdepositie dalen, terwijl er ook ruimte is voor de gewenste economische ontwikkeling. Met de inwerkingtreding van het PAS geldt alleen nog een vergunningplicht voor activiteiten die meer dan 1 mol stikstofdepositie per hectare per jaar geven op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied. Bij een stikstofdepositie tussen de 0,05 mol en 1 mol N/ha/j bestaat er een meldingsplicht. Voor een aantal Natura 2000-gebieden is de grenswaarde voor een vergunningsplicht verlaagd naar 0,05 mol stikstofdepositie per hectare per jaar.
2.2 Soorten Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes • soorten van de Vogelrichtlijn • soorten van de Habitatrichtlijn • andere soorten Vogelrichtlijnsoorten Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Ingevolge artikel 3.1 is het verboden om: 1. Opzettelijk vogels te doden of te vangen; 2. Opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en -eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; 3. Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; 4. Opzettelijk vogels te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijnsoorten Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Wat betreft deze soorten is het ingevolge artikel 3.5 (Bern bijl. II, Bonn bijl. I) verboden om: 1. Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2. Opzettelijk dieren te verstoren; 3. Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; 4.
Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 5. Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Quickscan flora en fauna Oosterduinse Meer, Noordwijkerhout
Pagina |7
Wat betreft deze soorten is het ingevolge artikel 3.6 (Bern bijl. I en II, Bonn bijl. I) verboden om dieren of planten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te koop of te ruil aan te bieden, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren of planten. Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. In dit geval gaat het om de provincie Zuid-Holland. Ook RVO (bevoegd gezag in deze) heeft een lijst met vrijgestelde soorten welke te vinden zijn in de Regeling natuurbescherming artikel 3.31 en Bijlage 10. Ingevolge artikel 3.10 is het verboden om: 1. Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2. Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3. Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Zorgplicht Artikel 1.11 Wnb voorziet in een algemene verplichting voor eenieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Het betreft bovendien niet alleen dieren en planten van soorten waarvoor de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn specifieke beschermingsmaatregelen eisen, maar alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11. In het tweede lid wordt de zorgplicht iets geconcretiseerd door te bepalen dat de zorgplicht in elk geval inhoudt dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: • dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, • indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of • voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Voor de bescherming van dieren en planten van soorten waarvoor geen specifiek beschermingsregime geldt op grond van hoofdstuk 3, heeft de zorgplicht zelfstandig betekenis.
Op grond van de zorgplichtbepaling moeten schadelijke handelingen in beginsel achterwege worden gelaten dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen. Jaarrond beschermde nesten Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. Quickscan flora en fauna Oosterduinse Meer, Noordwijkerhout
Pagina |8
Categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
2.3 Houtopstanden De regels van de Boswet zijn grotendeels onveranderd opgenomen in de Wet natuurbescherming. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Ingevolge artikel 4.1 vallen buiten de bescherming houtopstanden: • houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom (voor deze wet); • houtopstanden op erven of in tuinen; • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar • kweekgoed; o uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; • Het dunnen van een houtopstand; • uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid o bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter; o zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Quickscan flora en fauna Oosterduinse Meer, Noordwijkerhout
Pagina |9
2.4 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland werd voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd. Het doel van het Natuurnetwerk Nederland is om een samenhangend netwerk te creëren van kwalitatief hoogwaardige natuurgebieden en natuurrijke cultuurlandschappen. Het huidige netwerk bestaat voor het merendeel uit Natura 2000-gebieden en andere bestaande natuurgebieden. Daarnaast worden natuurgebieden uitgebreid, nieuwe natuurgebieden ontwikkeld en ecologische verbindingszones aangelegd. Onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland zijn Ecologische Verbindingszones (EVZ), die natuurgebieden met elkaar verbinden om het migreren van dieren en planten tussen natuurgebieden mogelijk te maken. De provincies zijn sinds 2014 verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt de ‘nee, tenzij’-benadering. Dit houdt in dat bestemmingswijziging en de uitvoering van bepaalde plannen niet mogelijk zijn als daarmee de wezenlijke kenmerken of natuurwaarden van het gebied significant worden aangetast, tenzij er geen reële alternatieven zijn en er sprake is van redenen van groot openbaar belang. De initiatiefnemer moet onderzoek laten verrichten, om te kunnen bepalen of de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied significant worden aangetast.
Quickscan flora en fauna Oosterduinse Meer, Noordwijkerhout
P a g i n a | 10
3.
Gebiedsbeschrijving
3.1 Gebiedsbeschrijving Het plangebied waar een quickscan benodigd is, is gelegen in Noordwijkerhout (ZH). Het gaat om een gebouw met restaurants en een motel gelegen op camping Sollasi. Deze camping / bungalowpark ligt aan het Oosterduinse Meer (op circa 50m). In het restaurantgebouw bevinden zich twee restaurants, een winkeltje en een woning. Het heeft dakpannen en een houten gevelbekleding. Het motel ligt tegen dit gebouw. Het is een L-vormig gebouw met een plat dak, veel glas en kunststof gevels maar ook met stenen muren. Tussen het restaurant en het meer ligt het terras, een schuin aflopend gazon en een fiets- en wandelpad. Tussen het motel en het meer staan struiken en bomen. Aan de noordzijde van deze twee gebouwen ligt een parkeerterrein en een tennisveld.
Figuur 1. Ligging van het plangebied t.o.v. Noordwijkerhout; bron: www.google.nl/maps.
Quickscan flora en fauna Oosterduinse Meer, Noordwijkerhout
P a g i n a | 11
Figuur 2. Ligging van betreffende onderzoeksgebied; bron: Agel Adviseurs.
Figuur 3a. Impressie restaurant en motel (linksonder).
Quickscan flora en fauna Oosterduinse Meer, Noordwijkerhout
P a g i n a | 12
Figuur 3b. Impressie van het plangebied, tennisveld en locatie nieuwe toegangsweg.
3.2 Voorgenomen ingreep Het voornemen is om op de locatie aan het Oosterduinse Meer in Noordwijkerhout het bestaande pand met de restaurants, woonhuis en winkel te slopen (fig. 3 en 4). Ter plaatse van de te slopen bebouwing wordt het volgende gedaan: A) een nieuw restaurant wordt gerealiseerd; B) ten zuiden van de beoogde nieuwbouw wordt nog een klein bargebouw gerealiseerd; C) op het bestaande motel wordt een bouwlaag toegevoegd; D) een tweede aansluiting van het parkeerterrein op de Duinschooten wordt gerealiseerd en tenslotte E) worden parkeerplaatsen gerealiseerd ter plaatse van de tennisvelden.
D
E A C
B
Figuur 4. Overzicht onderzoekslocatie met de ingrepen. Het voorgesteld ontwerp is hieronder weergegeven. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen. Voor deze procedure dienen Quickscan flora en fauna Oosterduinse Meer, Noordwijkerhout
P a g i n a | 13
verschillende milieuonderzoeken te worden uitgevoerd. De planning staat nog niet vast. Het zal zo spoedig mogelijk worden opgepakt, na het doorlopen van de voorbereidende procedures.
Figuur 5. Overzicht toekomstige situatie (bron: Tekenbureau Steenvoorde).
Quickscan flora en fauna Oosterduinse Meer, Noordwijkerhout
P a g i n a | 14
4.
Onderzoeksmethode De quickscan bestaat uit twee delen. Voor het onderzoek is begonnen met een literatuurstudie, gevolgd door een veldonderzoek in het plangebied.
4.1 Bronnenonderzoek Het bronnenonderzoek gaat uit van bestaande en beschikbare gegevens. Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen, is gebruik gemaakt van de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is een databank waarin zoveel mogelijk bekende verspreidingsgegevens van soorten zijn opgenomen. Het is een koppeling van databases zoals waarnemingen.nl en telmee.nl. Hierin participeren onder andere de PGO’s (particuliere gegevensverzamelende organisaties) zoals Sovon, Ravon en de Zoogdiervereniging. Voor de gegevens uit de NDFF is een zoekgebied geselecteerd rondom de te onderzoeken locatie en is gekeken naar de gegevens uit de periode vanaf 2015 tot en met 2018. De NDFF is op 30 oktober 2018 geraadpleegd.
4.2 Veldonderzoek Het plangebied is eenmaal bezocht op 31 oktober 2018. Het veldwerk voor dit onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een quickscan. Er is zowel (globaal) gekeken naar de daadwerkelijk aanwezige flora en fauna als naar de mogelijke waarden die het gebied herbergt in andere tijden van het jaar die tijdens een eenmalig bezoek niet kunnen worden vastgesteld. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van nesten, holen, uitwerpselen, haren, etc.). Aan de hand van literatuurgegevens en veldbezoek wordt een inschatting gemaakt van het voorkomen van beschermde natuurwaarden en de mogelijke invloed van de werkzaamheden op deze waarden.
4.3 Uitwerking en rapportage In voorliggende rapportage komen de volgende onderdelen aan bod:
Oriëntatiefase toets gebiedsbescherming Voorliggend onderzoek beschrijft de oriëntatiefase van de toetsing aan de Wet natuurbescherming. In een oriënterend onderzoek worden o.a. de onderstaande vragen beantwoord: 1. Ligt de ingreeplocatie in de nabijheid van een Natura 2000-gebied en binnen de invloedsfeer van de ingreeplocatie, zodat externe en/of cumulatieve effecten te verwachten zijn. 2. Wat zijn de mogelijke negatieve en/of positieve effecten van de voorgenomen ingrepen op de instandhoudingdoelstellingen van een Natura 2000-gebied in kwestie.
Quickscan flora en fauna Oosterduinse Meer, Noordwijkerhout
P a g i n a | 15
3. Kunnen deze effecten: a. verstorend zijn voor kwalificerende soorten b. leiden tot een verslechtering van de kwaliteit van de kwalificerende habitats c. significant negatief zijn voor het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen Hieruit volgt of er een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is vereist. Het wel of niet afgeven van een vergunning wordt beoordeeld door middel van een verstoringsof verslechteringstoets of een passende beoordeling.
Natuurnetwerk Nederland Door middel van een literatuurstudie wordt bekeken of de werkzaamheden in Natuurnetwerk Nederland plaatsvinden. Is dit het geval dan zal worden bepaald of de wezenlijke kenmerken en waarden van het betreffende gebied significant worden aangetast, en of compensatie noodzakelijk is.
Toetsing soortbescherming Onderzocht wordt of de verbodsbepalingen van de Wet Natuurbescherming worden overtreden, een ontheffing noodzakelijk is en of daaruit voortvloeiende verplichtingen in de vorm van mitigatie of compensatie noodzakelijk zijn. Hierbij is onderscheid gemaakt in Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten, andere soorten en vrijgestelde soorten.
Quickscan flora en fauna Oosterduinse Meer, Noordwijkerhout
P a g i n a | 16
5.
Resultaten
5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Er ligt een Natura 2000-gebied nabij het plangebied: Kennemerland-Zuid (fig. 4). Afstand is circa 900 meter. Kennemerland-Zuid is een uitgestrekt duingebied aan de zuidkant van het Noordzeekanaal. Het is een reliëfrijk en landschappelijk afwisselend gebied, dat grotendeels bestaat uit kalkrijke duinen. De overgang tussen de kalkrijke jonge duinen en ontkalkte oude duinen ligt ter hoogte van Zandvoort. Dit levert een soortenrijke en kenmerkende begroeiing op, met duinroosvegetaties in het open duin, duingraslanden, vochtige en droge duinvalleien, plasjes, goed ontwikkelde struwelen en diverse vormen van duinbossen. Vegetaties van vochtige en natte duinvalleien komen met name voor ten zuiden van Zandvoort, waarvan het Houtglob het best ontwikkelde kalkrijke, natte duinvallei is. Het areaal kalkrijk duingrasland is vooral rondom Zandvoort groot. Hier komen over voorbeelden van het zeedorpenlandschap voor. De oudere duinen van het zuidoostelijk gedeelte herbergen goed ontwikkeld kalkarm duingrasland.
Figuur 6. Plangebied (rood) t.o.v. Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid (geel) in de omgeving. Bron: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx/).
Quickscan flora en fauna Oosterduinse Meer, Noordwijkerhout
P a g i n a | 17
De effectenbeoordeling t.a.v. Natura 2000 gebieden De ingreep betreft hoofdzakelijk de sloop en nieuwbouw van een restaurant, het verhogen van het naastgelegen motel en de omzetting van een tennisterrein in parkeerplaatsen. Effecten op Natura 2000-gebieden en dan specifiek op instandhoudingsdoelstellingen van aangewezen habitattypen en -soorten van Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid worden gezien de kleinschaligheid van de ingreep en de afstand van bijna 1 kilometer uitgesloten. Er dient wel in het kader van PAS een Aerius-berekening te worden uitgevoerd om te bepalen of er sprake is van een melding of vergunning; dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattype (H2180, duinbossen (binnenduinrand)) ligt binnen de Kennemerland-Zuid op bijna 1 kilometer afstand (bron: Aerius calculator). Maar ook op overige habitattypen binnen Kennemerland-Zuid zouden stikstofeffecten kunnen zijn. Het gaat niet alleen om sloop en nieuwbouw maar ook om aanleg parkeerplekken. Dit is een project met een uitvoering van meerdere dagen /weken en effecten door stikstof kunnen daarom niet worden uitgesloten. In de exploitatiefase zullen er ook meer verkeersbewegingen plaatsvinden door de moteluitbreiding. Wanneer de grenswaarde van 1 mol/ha /jaar wordt overschreden moet er een vergunning worden aangevraagd en wanneer tussen 0,05 mol/ha/jr en 1 mol/ha/jr, dan moet er een melding worden gedaan.
Er is een recente juridische uitspraak vanuit Europese Hof waardoor de methodiek, die Nederland toepast in het kader van de PAS, heroverwogen zal moeten worden. Tot hierover duidelijkheid is zal nog met het huidige systeem gewerkt kunnen worden.
5.1.2 Natuurnetwerk Nederland De voormalige EHS, of beter gezegd het Natuurnetwerk Nederland (NNN) werd tot voor kort op Rijksniveau vastgelegd, maar op provinciaal niveau door de provincies uitgewerkt. Sinds 2014 zijn de provincies echter ook verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit Natuurnetwerk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. De provincies beschermen het Natuurnetwerk door middel van het 'Nee, tenzij' - principe: de provincie staat geen nieuwe functies toe, tenzij is aangetoond dat ze niet schadelijk zijn voor de natuur. Het afwegingskader Natuurnetwerk Nederland is alleen van toepassing voor ingrepen binnen het Natuurnetwerk Nederland. Natuurnetwerk Zuid-Holland Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Zuid-Holland, op ca. 600 meter er vandaan. Zie onderstaande figuur op de volgende pagina.