Bijlage bij B1 Passages met werkende links
Tekst van het document
Passages met werkende links
1. Hoe moet het plangebied worden gekwalificeerd? In paragraaf 2.6 van de ISG is voor het uitwerken van de ambities als één van de uitgangspunten vastgesteld dat het totale areaal aan 1e klas bollengrond (referentie rapport Heijkoop) niet mag afnemen. Dit heeft vooral te maken met de ‘kritische massa’ die nodig is voor de hyacintenteelt, hét kernproduct van de Duin- en Bollenstreek met bovendien een hoge toegevoegde waarde. Het rapport (Rapport Heijkoop | Gom (gomdb.nl)) bevat een kaart ArcView Print Job (gomdb.nl) met een gearceerd gebied waar o.a. op basis van de grondsoort is bepaald dat sprake is van eerste klas bollengrond. Het beschrijft ook op welke manier compensatie kan plaatsvinden en eveneens doet het een aanbeveling over een voorkeursvolgorde (hoofdstuk 8).
2. Op welke wijze wordt het verlies van areaal gecompenseerd door op een andere locatie evenveel m2 eerste klas bollengrond te realiseren?
Wanneer een perceel is gelegen binnen het gearceerde gebied op de kaart ArcView Print Job (gomdb.nl) en het heeft de bestemming “Open grondteelt” (of vergelijkbaar, in casu “Agrarisch – bollenteelt - Bollenzone I”) dan dient bij het wijzigen van de bestemming het oppervlakte dat verdwijnt te worden gecompenseerd. De Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) houdt voor alle gemeenten bij dat het saldo in evenwicht blijft en neemt de uitvoering van benodigde compensatie voor haar rekening. Daartoe sluit zij contracten af met betreffende grondeigenaren. De ‘spelregels’ voor de compensatie zijn overzichtelijk verwoord op de website van de GOM Bollengrondcompensatie | Gom (gomdb.nl) conform de afspraken die tussen de gemeenten en de GOM contractueel zijn vastgelegd. Een passage in de ‘spelregels’ die mogelijk tot verwarring kan leiden is: � Bollengrond die behoort tot het 1e klas gebied dient ruimtelijk te worden gecompenseerd; bollengrond die behoort tot het 2e klas gebied, dient uitsluitend financieel te worden gecompenseerd. Hiermee wordt bedoeld dat bij het onttrekken van bollengrond in het 1 e klas gebied op basis van de daarvoor afgedragen financiële bijdrage elders fysiek grond moet worden ingericht die kan worden aangemerkt als eerste klas bollengrond. De GOM neemt de uitvoering hiervan ter hand.
In hoofdstuk 8 van het rapport van Heijkoop is beschreven waar de fysieke compensatie kan plaatsvinden en in welke volgorde daarbij de voorkeur heeft. Het is de GOM in alle jaren steeds gelukt om het saldo positief te houden. Ook in dit geval is een vergoeding overeengekomen voor de verloren gaande aantal m2 eersteklas bollengrond. Het is aan de GOM op met deze financiële bijdrage het saldo positief te houden.
Daarnaast behelst het bestemmingsplan het laten vervallen van het bouwvlak waardoor nog meer m2 teeltareaal definitief beschikbaar blijft. Bij het benutten van het oorspronkelijke bouwvlak zou geen compensatie van het aantal m2 nodig zijn omdat dit overeenkomstig het bestemmingsplan Buitengebied 2015 kon worden uitgevoerd. 4. Kunnen de gronden in het plangebied effectief worden gebruikt voor de bollenteelt? Het stukje grond heeft een breedte van ca. 20 m overeenkomstig de gebruikelijke plantrichting. Het perceel is aan de west- en noordzijde begrensd door een hek. De gehele lengte van de machine achter een tractor zal te allen tijde een zekere afstand tot het hek in acht moeten nemen. Bij een sloot is deze afstand kleiner omdat een deel van de machine boven de sloot kan hangen. Het is bovendien gebruikelijk dat bij het bewerken van de gronden heen en weer wordt gereden waardoor voor deze tractormachine-combinatie-lengte aan beide zijden keerruimte beschikbaar moet zijn. Effectief blijft er van de 20 beschikbare meter niets over. Voor een beeld van de lengte van bijv. een rooimachine raad ik u aan het volgende filmpje te bekijken. Nobels Rooimachine Nobels Rooimachine 5.18 - YouTube (van 1.45 tot 2.00 minuut). Dit deel van het perceel kan daarom worden aangemerkt als overhoek.