Bijlage Bestemmingsplan Gooweg 21c - Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Gooweg 21c vastgesteld
bestemmingsplan Bijlagen bij toelichting
Gooweg 21c vastgesteld
bestemmingsplan Gooweg 21c
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
De Watertoets
7
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
11
Bijlage 3
Beknopte natuurtoets
41
3
bestemmingsplan Gooweg 21c
4
bestemmingsplan Gooweg 21c
Bijlagen bij toelichting
5
bestemmingsplan Gooweg 21c
6
bestemmingsplan Gooweg 21c
Bijlage 1 De Watertoets
7
datum 20-4-2020 dossiercode 20200420-13-23079 Op basis van de gegeven antwoorden concluderen wij dat wij een waterbelang hebben bij uw plannen. Wij verzoeken u om uw plannen in te dienen bij ruimtelijkeplannen@rijnland.net. Mogelijk nemen wij contact met u op. Indien u wenst kunt u zelf ook contact opnemen met een adviseur Ruimtelijke Plannen van de afdeling (Plantoetsing &) vergunningverlening en Handhaving van het Hoogheemraadschap van Rijnland via het Klant Contact Team 071 - 306 3535
Wij verzoeken u te controleren of de in onze legger vastgelegde watergangen en waterkeringen overeenkomen met de bestemming in uw verbeelding en deze eventueel aan te passen. De gegevens hiervan zijn te vinden op https://www.rijnland.net/regels/legger/legger-oppervlaktewaterenen https://www.rijnland.net/regels/legger/legger-regionale-keringenen https://www.rijnland.net/regels/legger/legger-primaire-keringen. www.dewatertoets.nl
bestemmingsplan Gooweg 21c
10
bestemmingsplan Gooweg 21c
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek
11
A k oe s ti sch on d er z o e k Be st em m in g sp l an G o o we g 2 1 c , Gem e en t e N o ord wi j k
Inhoud
Rapport met bijlagen
30 april 2020 Projectnummer 856.42.50.00.00
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Situatie
4
3
Wet geluidhinder
5
3.1
Wegverkeerslawaai
5
3.1.1
Zones
5
3.1.2
Normstelling en ontheffing
6
3.1.3
Binnenwaarde
7
3.1.4
Dove gevels
7
3.1.5
Aftrek artikel 110 g
7
3.2
Cumulatie
7
4
Rekenmethode
9
5
Uitgangspunten
10
5.1
Fysieke gegevens
10
5.2
Verkeersgegevens
10
6
Berekening en toetsing
11
6.1
Berekening
11
6.2
Toetsing
12
6.3
Cumulatie
12
7
Hogere waarde
13
8
Conclusie en samenvatting
14
Bijlagen
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Gooweg 21c, Noordwijk - 30 april 2020
1
Inleiding In opdracht van Bokmerk B.V. heeft BügelHajema Adviseurs b.v. een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar geluidsbelasting op de te realiseren woning in het kader van het Bestemming Gooweg 21c aan de Gooweg in de gemeente Noordwijk. De Wet geluidhinder beschouwt een woning als een geluidsgevoelig gebouw. Daarom dient er een toetsing plaats te vinden aan de eisen uit de Wet geluidhinder. Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer een geluidsgevoelig gebouw gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidszone. De nieuw te realiseren woning bevindt zich binnen de geluidszone van de Gooweg en de parallelweg langs de Gooweg. De afstand tussen de te realiseren woning en de kantverharding van de provinciale weg N206 bedraagt 261 meter. Dat wil zeggen dat de weg buiten de geluidszone van deze weg ligt en niet in het akoestisch onderzoek behoeft te worden meegenomen. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de gevel van de woning en deze te toetsen aan de Wet geluidhinder. Toetsing van de karakteristieke geluidwering voor het vaststellen van de binnenwaarde van de woning valt buiten het kader van dit onderzoek. Het akoestisch onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” (RMG 2012).
De resultaten van het akoestisch onderzoek zijn opgenomen in de voorliggende rapportage.
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Gooweg 21c, Noordwijk - 30 april 2020
3
2
Situatie Het initiatief heeft betrekking op de locatie gelegen aan de Gooweg op nummer 21c in Noordwijkerhout in de gemeente Noordwijk. Voor deze locatie worden plannen voorbereid waarbij de realisatie van een woning mogelijk wordt gemaakt. De volgende afbeelding geeft de voorgenomen situering van de te realiseren woning weer.
Figuur 1. Locatie van de woning in rood weergegeven
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Gooweg 21c, Noordwijk - 30 april 2020
4
3
Wet geluidhinder In de Wet geluidhinder (Wgh) dient met betrekking tot de geluidsbelasting van een (spoor)weg de LAeq over alle perioden van 07.00-19.00 uur, van 19.00-23.00 uur en van 23.00-07.00 uur te worden bepaald. De Lden is de logaritmisch gemiddelde waarde van de berekende geluidsbelasting in genoemde dag-, avond- en nachtperiode, waarbij gebruik wordt gemaakt van een ‘energetische’ middeling. Een en ander volgens de formule:
De Wgh geeft uitsluitend grenswaarden ten aanzien van de geluidsbelasting op de gevels van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. De definitie van een gevel luidt: ‘De bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of onderwijsgebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, met uitzondering van een constructie zonder te openen delen en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB’. De berekende geluidsniveaus worden afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal zoals aangegeven in artikel 1.3.1 van het RMG 2012.
3.1
Wegverkeerslawaai
3.1.1 Zones De Wgh richt zich wat betreft wegverkeerslawaai op de zogenaamde zoneringsplichtige wegen. In principe zijn alle wegen zoneringsplichtig behalve: -
wegen die deel uitmaken van een woonerf (art. 74.2a);
-
wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art. 74. 2b).
Langs zoneringsplichtige wegen is een geluidszone gelegen waarvan de breedte wordt bepaald door het aantal rijstroken alsmede de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied conform artikel 74 van de Wgh. Indien wordt gebouwd binnen de geluidszone, verplicht de Wgh door middel van akoestisch onderzoek aandacht te besteden aan de geluidssituatie. Het stedelijk gebied wordt gedefinieerd als: ‘Het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Gooweg 21c, Noordwijk - 30 april 2020
5
verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.’
Het buitenstedelijk gebied wordt gedefinieerd als: ‘Het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.’
In onderstaande tabel zijn de zonebreedtes opgenomen. Tabel 1. Zonebreedtes wegverkeer Aard gebied
Aantal rijstroken
Zonebreedte ter weerszijden van de weg
1 of 2
200 m
3 of meer
350 m
1 of 2
250 m
3 of 4
400 m
5 of meer
600 m
stedelijk buitenstedelijk
De in de nabijheid van het plangebied gelegen Gooweg kent ter plaatse een maximum snelheid van 60 km/uur. De weg is gelegen in buitenstedelijk gebied en kent 2 rijstroken. Deze weg kent derhalve een zone van 250 m. De parallelweg van de Gooweg kent ter plaatse eveneens een maximum snelheid van 60 km/uur. Ook deze weg is gelegen in buitenstedelijk gebied en kent 2 rijstroken en kent daarmee eveneens een zone van 250 m. De te realiseren geluidsgevoelige bebouwing ligt binnen de zone van deze wegen en er dient daarom akoestisch onderzoek plaats te vinden. De provinciale weg N206 kent een zone van 250 meter ter weerszijden van de weg. De woning ligt op 261 meter afstand van deze weg. Dit houdt in dat naar deze weg geen akoestisch onderzoek behoefte te worden verricht. 3.1.2 Normstelling en ontheffing Behoudens situaties waarbij door Gedeputeerde Staten of Burgemeester en Wethouders een hogere waarde is vastgesteld, geldt voor geluidsgevoelige objecten binnen een zone een ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB als geluidsbelasting op de gevel. Bij het voorbereiden van een plan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op grond behorende bij een zone, dienen burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek in te stellen.
Indien nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen worden blootgesteld aan een geluidsbelasting hoger dan 48 dB, is het noodzakelijk dat een verzoek tot het mogen toestaan van een hogere waarde wordt ingediend. De maximale ontheffingsgrenswaarde voor nog te realiseren geluidsgevoelige bebouwing gelegen in buitenstedelijk gebied bedraagt 53 dB. In stedelijk gebied bedraagt deze waarde 63 dB. De locatie is in buitenstedelijk gebied gelegen.
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Gooweg 21c, Noordwijk - 30 april 2020
6
Bij een eventuele ontheffing moeten de mogelijkheden tot het treffen van maatregelen worden onderzocht en afgewogen. Bij de afweging van de te treffen maatregelen moet rekening worden gehouden met de noodzaak van een veilige verkeersafwikkeling. Ook moet rekening worden gehouden met de inpasbaarheid van de maatregelen in het landschap en de kosten van de maatregelen. Bovendien moeten te plaatsen geluidsbeperkende voorzieningen voldoende doelmatig zijn (art. 110a lid 5 Wgh). 3.1.3 Binnenwaarde Indien geen of onvoldoende maatregelen ter beperking van de gevelbelasting (kunnen) worden getroffen, dient het binnenklimaat te worden beschermd. De geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie dient hierop te zijn afgestemd. Voor geluidsgevoelige bebouwing is dit geregeld in het Bouwbesluit. De karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht moet, ter beperking van geluidhinder in het verblijfsgebied, ten minste gelijk zijn aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die uitwendige scheidingsconstructie en 33 dB. 3.1.4 Dove gevels Gevels die geen te openen delen bevatten, zijn niet geluidsgevoelig en worden dove gevels genoemd. Voor dergelijke gevels hoeft geen hogere waarde te worden vastgesteld.
Wel moet bij de bouw de geluidwering van de gevels zodanig zijn dat de wettelijke maximale binnenwaarden worden gerespecteerd. 3.1.5 Aftrek artikel 110 g Met het oog op de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen in de toekomst zal afnemen door technische ontwikkelingen en aanscherping van typekeuringen, mag een aftrek worden gehanteerd op de berekende geluidsbelastingen alvorens deze aan de wettelijke grenswaarden worden getoetst (art. 110g Wgh). De aftrek bedraagt: -
Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of hoger is geldt een aftrek van:
-
-
4 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 57 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh;
-
3 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 56 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh;
-
2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting.
Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen lager is dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB.
Bij toetsing van het binnenniveau van geluidsgevoelige bebouwing moet worden gerekend met een gevelbelasting zonder aftrek conform artikel 110g van de Wgh.
3.2
Cumulatie
De beoordeling van de geluidssituatie vindt afzonderlijk plaats voor de onderscheidbare zoneringsplichtige wegen. Cumulatie van meerdere geluidsbronnen mag echter niet leiden tot een onaanvaardbare situatie (art 110f Wgh).
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Gooweg 21c, Noordwijk - 30 april 2020
7
Het RMG 2012 geeft in hoofdstuk 2 van bijlage 1 aan dat er alleen sprake kan zijn van cumulatie indien de ten hoogste toelaatbare waarde van meerdere bronnen wordt overschreden. Voorgeschreven wordt verder dat moet worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met samenloop bij de te treffen maatregelen. Hiermee wordt rekening gehouden in die zin dat de cumulatie wordt betrokken bij het beoordelen van de gevelwering van de geluidsgevoelige bebouwing.
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Gooweg 21c, Noordwijk - 30 april 2020
8
4
Rekenmethode Akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh dient plaats te vinden overeenkomstig het RMG 2012, de regeling als bedoeld in artikel 110d en e (Wgh). Bijlage III bij dit voorschrift geeft twee rekenmethoden weer: -
Standaard Rekenmethode I, gebaseerd op een vereenvoudiging van de situatie waarbij de weg bij benadering recht is en de invoergegevens zoals de verkeersintensiteiten en de hoogteverschillen in de weg geen belangrijke variaties vertonen.
-
Standaard Rekenmethode II, bedoeld voor de meer complexe situaties die niet voldoen aan de randvoorwaarden voor de Standaard Rekenmethode I.
De onderhavige situatie is te complex om met rekenmethode I te kunnen berekenen. Dit maakt het gebruik van Standaard Rekenmethode II noodzakelijk. Voor het uitvoeren van de methode II berekeningen van het wegverkeer is gebruik gemaakt van het computerprogramma Winhavik versie 9.04. Hiertoe is de situatie gedigitaliseerd. In het invoermodel worden rijlijnen ingebracht, reflecterende bodemgebieden, hoogtelijnen, gebouwen en eventueel schermen. De rijstroken zelf, de zijwegen, waterpartijen en andere verharde oppervlakken zijn beschouwd als reflecterende bodemgebieden, de overige gebieden als absorberend. Bij de berekeningen zijn verder de volgende uitgangspunten en rekenparameters gehanteerd: − aantal reflecties:
maximaal 1 stuks;
− openingshoek:
2 graden;
− bodemfactor:
0 (harde bodem), vervolgens zijn alle bodemoppervlakten in het rekenmodel geïmporteerd en voorzien van een bodemfactor en op de afbeelding groen gekleurd.
De aftrek op grond van artikel 110g Wgh en het Europees bronbeleid op de berekende geluidsbelasting is in het rekenmodel verdisconteerd in de groepsreductie. Op de gevel van de betreffende geluidsgevoelige bebouwing liggen de waarneempunten op verschillende hoogten afhankelijk van de hoogte van het betreffende gebouw en of het een geluidsgevoelige functie betreft. De invoergegevens van het opgestelde Standaard Rekenmethode II rekenmodel, alsmede de grafische weergaven daarvan zijn als bijlagen bij dit onderzoek toegevoegd (bijlage 1). De rekenresultaten worden besproken in hoofdstuk 6.
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Gooweg 21c, Noordwijk - 30 april 2020
9
5
Uitgangspunten 5.1
Fysieke gegevens
Ten behoeve van het onderhavige onderzoek is gebruik gemaakt van door de opdrachtgever verstrekte ondergronden. De overige ten behoeve van de modellering benodigde gegevens met betrekking tot terreingesteldheid en gebouwen zijn met behulp van Google Streetview geïnventariseerd dan wel door opdrachtgever aangeleverd.
5.2
Verkeersgegevens
Wat betreft de Gooweg en parallelweg van de Gooweg is gebruik gemaakt van de gegevens uit het prognosemodel van de gemeente Noordwijk en verkeerstellingen (bijlage 2). De parallelweg van de Gooweg is niet opgenomen in het verkeersmodel. Voor deze weg is uitgegaan van een groei van 1% per jaar tot een verkeersintensiteit van 520 mvt/etmaal. Per wegvak is behalve de etmaalintensiteit van belang hoe het verkeer verdeeld is tussen dag-, avond- en nachturen. Bovendien is de verdeling van de aantallen en snelheden per voertuigcategorie uitgesplitst. De voertuigcategorieën worden hierbij als volgt ingedeeld: -
lichte motorvoertuigen (personenauto’s en bestelauto’s);
-
middelzware motorvoertuigen (autobussen, vrachtwagens met twee assen en vier achterwielen);
-
zware motorvoertuigen (vrachtwagens met drie of meer assen, vrachtwagens met aanhanger, trekkers met oplegger).
Deze gegevens zijn uit dezelfde rapportage verkregen. Tabel 2. Verkeersgegevens wegen weg Gooweg
Parallelweg Gooweg
intensiteit 2030 10.860
snelheid km/u 60
wegverharding dab
520
60
dab
periode
uur %
dag avond nacht dag avond nacht
6,71 3,20 0,83 6,72 3,00 0,92
samenstelling verkeer in % lmv mmv zmv 97,08 2,25 0,67 98,89 0,91 0,20 97,47 2,07 0,46 76,44 19,24 4,32 82,29 6,94 0,77 85,36 12,34 2,30
In de berekeningen is verder rekening gehouden met dicht asfaltbeton als wegverharding en met de wettelijke maximumsnelheid ter plaatse van 60 km/uur.
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Gooweg 21c, Noordwijk - 30 april 2020
10
6
Berekening en toetsing 6.1
Berekening
De berekende geluidsbelasting op de gevels van de woning is weergegeven in bijlage 1 en in onderstaande afbeelding en tabel. De geluidsbelastingen in de onderstaande tabel zijn inclusief de aftrek op grond van artikel 110g Wgh van 5 dB. De in rood aangegeven geluidsbelastingen overschrijden de ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB.
Figuur 2. Waarneempunten Tabel 3. Geluidsbelasting per waarneempunt in dB incl. aftrek ogv art. 110g Wgh woning waarneempunt Gooweg parallelweg Gooweg 1 1.1 49 dB 39 dB 1.2 53 dB 43 dB 1.3 53 dB 43 dB 1.4 52 dB 42 dB 1.5 41 dB 31 dB 1.6 27 dB 15 dB 1.7 29 dB 20 dB 1.8 26 dB 14 dB 1.9 30 dB 20 dB 1.10 27 dB 15 dB 1.11 47 dB 36 dB
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Gooweg 21c, Noordwijk - 30 april 2020
11
6.2
Toetsing
De woning voldoet niet aan de ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB vanwege de Gooweg. De overschrijding van de bedraagt maximaal 5 dB vanwege deze weg. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt echter niet overschreden. De gemeente Noordwijk zou kunnen overgaan tot het verlenen van hogere grenswaarden voor wegverkeerslawaai wat betreft de Gooweg. Wat betreft de parallelweg langs de Gooweg wordt voldaan aan de eisen wat betreft de Wgh,
6.3
Cumulatie
Zoals opgemerkt in paragraaf 3.2 mag cumulatie van meerdere geluidsbronnen niet leiden tot een onaanvaardbare situatie en dat er alleen sprake kan zijn van cumulatie indien de ten hoogste toelaatbare waarde van meerdere bronnen wordt overschreden. Dat is deze situatie niet het geval. Er vindt derhalve geen cumulatie plaats.
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Gooweg 21c, Noordwijk - 30 april 2020
12
7
Hogere waarde De geluidsbelasting op de gevel vanwege het wegverkeer van de woning is hoger dan de ten hoogste toelaatbare gevelbelasting vanwege de Gooweg. De gemeente kan in een dergelijke situatie een hogere waarde tot ten hoogste 53 dB vaststellen. Deze waarde wordt niet overschreden. Conform het beleid van de gemeente kan er pas een hogere waarde worden verleend als voldaan wordt aan de hoofdcriteria uit het Besluit geluidhinder. De in dit besluit gestelde voorwaarden hebben betrekking op het onvoldoende doeltreffend zijn van de mogelijke bron- en overdrachtsmaatregelen, dan wel op het ontmoeten van overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. In eerste instantie is gekeken naar maatregelen aan en om de weg en daarna aan het betreffende pand. Daarbij is gedacht aan het volgende. -
Bronmaatregelen Het vervangen van het wegdek van de wegen is op grond van het feit dat het om slechts een woning gaat financieel niet haalbaar.
-
Vergroting afstand bron-waarneempunt Vergroting van deze afstand is niet mogelijk. Om stedenbouwkundige redenen dient de woning te worden gerealiseerd in de rooilijn. Vergroting van de afstand is daarom slechts zeer beperkt mogelijk en zorgt niet voor een vermindering van de geluidsbelasting.
-
Maatregelen in het overgangsgebied Het plaatsen van schermen is om stedenbouwkundige redenen en financiële redenen niet haalbaar.
Samengevat kan worden gesteld dat maatregelen aan de wegen of in het overdrachtsgebied niet mogelijk of wenselijk zijn. Dat betekent voor de woning: -
Maatregelen aan de gevel De overschrijding van de ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB bedraagt maximaal 5 dB. Omdat maatregelen aan de weg of tussen de weg en de woning niet mogelijk zijn, zullen in de te realiseren woning, indien noodzakelijk, zodanige gevelmaterialen worden toegepast dat de wettelijke binnenwaarde van 33 dB bij gesloten deuren en ramen niet wordt overschreden. In het traject waarin de omgevingsvergunning voor het bouwen van de betreffende woning wordt voorbereid, dient de aard en mate van isolatie van de gevels te worden bepaald. Bij toetsing van het binnenniveau van geluidsgevoelige bebouwing moet worden gerekend met gevelbelasting zonder aftrek conform artikel 110g van de Wgh. Onderstaand is in de tabel aangegeven aan welke wering de betreffende gevels dienen te voldoen. Tabel 4. Benodigde geluidwering per gevel in dB exclusief aftrek ogv artikel 110g gevel 1.1 1.2) 1.3 1.4
wettelijke binnenwaarde 33 dB 33 dB 33 dB 33 dB
geluidsbelasting 54 dB 58 dB 58 dB 57 dB
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Gooweg 21c, Noordwijk - 30 april 2020
benodigde wering 21 dB 25 dB 25 dB 24 dB
13
8
Conclusie en samenvatting In dit rapport is een akoestisch onderzoek gerapporteerd met betrekking tot de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai afkomstig van Gooweg op de gevels van de te realiseren woning in het kader van het Bestemming Gooweg 21c in Noordwijkerhout in de gemeente Noordwijk. Uit het onderzoek blijkt dat bebouwing niet voldoet aan de wettelijke eisen wat betreft het wegverkeerslawaai. De overschrijding van de ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB bedraagt maximaal 5 dB vanwege de Gooweg. Om de realisatie van deze woning mogelijk te maken dient het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Noordwijk een hogere waarde vast te stellen. Gemotiveerd is waarom maatregelen aan de bron of in het overdrachtsgebied niet mogelijk zijn. Daarbij is getoetst aan de landelijke wetgeving. Mogelijk zijn voor het verlenen van een hogere waarde wel aanvullende geluidsisolerende maatregelen aan de betreffende gevels van de geluidsgevoelige bebouwing nodig, teneinde te voldoen aan de maximale binnenwaarde van 33 dB. Dit onderzoek dient bij de indiening van het bouwplan mede aangeleverd te worden.
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Gooweg 21c, Noordwijk - 30 april 2020
14
Bijlagen
BIJLAGE 1 – REKENBLADEN WEGVERKEERSLAWAAI
Opbouw model
Bodemabsorptie
Geluidsbelasting vanwege de Gooweg
Geluidsbelasting vanwege de parallelweg
Invoergegevens en rekenresultaten
BIJLAGE 2 – VERKEERSGEGEVENS
Gooweg Uitsnede verkeersmodel 2030 RVMK Holland Rijnland v3.1: Prognosejaar 2030 - Intensiteiten mvt/etm.
Samenstelling verkeer (2019) Gooweg Periode Licht Middelzw. Zwaar 07.00-19.00 97.08% 2.25% 0.67% 19.00-23.00 98.89% 0.91% 0.20% 23.00-07.00 97.47% 2.07% 0.46% Periodeintensiteit (2019) Gooweg periode periode intensiteit uur% dag 6162 6.71% avond 979 3.20% nacht 508 0.83% etmaal 7649 100%
Parallelweg Gooweg Intensiteit 2019: 464 mvt/etmaal Intensiteit 2030: 520 mvt/etmaal Samenstelling verkeer parallelweg Gooweg Periode Licht Middelzw. Zwaar 07.00-19.00 76.44% 19.24% 4.32% 19.00-23.00 92.29% 6.94% 0.77% 23.00-07.00 85.36% 12.34% 2.30% Periodeintensiteit (2019) parallelweg Gooweg periode periode intensiteit uur% dag 374 6.72% avond 56 3.00% nacht 34 0.92% etmaal 464
Colofon Opdrachtgever Bokmerk B.V. Rapport BügelHajema Adviseurs Projectleiding N. Geurts Projectnummer 856.42.50.00.00
BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Utrechtseweg 7 3811NA Amersfoort T 033 465 65 45 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort
bestemmingsplan Gooweg 21c
Bijlage 3 Beknopte natuurtoets
41
Beknopte natuurtoets Gooweg 21c projectnummer: 856.42.50.00.00.00 Onderwerp:
Beknopte natuurtoets Gooweg 21c, Noordwijkerhout
Datum:
29-4-2020
Inleiding KADER De initiatiefnemer is voornemens om aan de Gooweg in Noordwijkerhout een villa te realiseren. Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het doel van deze natuurtoets is om na te gaan of aanvullend onderzoek ten aanzien van beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Hiertoe zijn luchtfoto’s en andere foto’s aangeleverd door de initiatiefnemer en is de Nationale Database Flora en Fauna geraadpleegd. De voorgenomen ontwikkeling is van dusdanige aard dat een volledige beknopte natuurtoets niet noodzakelijk is. Zo zijn in het plangebied geen bebouwing, bomen en oppervlaktewater aanwezig. Daarom is geen veldbezoek uitgevoerd. PLANGEBIED Het plangebied betreft een perceel grasland tussen de Gooweg 19 en Gooweg 21c in Noordwijkerhout (zie figuur 1). Het plangebied wordt aan de noordoost- en zuidwestzijde begrensd door woonerven. Aan de noordoostzijde wordt het plangebied begrensd door een watergang en aan de noordwestzijde door de Gooweg. Aan de noordoostzijde van het plangebied staan een aantal grotere coniferen. Bebouwing is niet aanwezig in het plangebied. Permanent oppervlaktewater enkel aanwezig aangrenzend aan de zuidoostzijde van het plangebied. De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een villa.
Om de woning bereikbaar te maken, wordt verharding aangelegd ten noordwesten en noordoosten van het plangebied. Verder wordt nieuwe beplanting aangelegd zoals bomen en struiken. Voor deze ontwikkeling wordt grond vergraven.
Figuur 1. Topografische kaart met de locatie van het plangebied (rood). (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Foto’s 1 en 2. Links het aanzicht op het perceel vanaf de noordwestzijde (12 oktober 2019). Rechts het aanzicht vanaf de zuidzijde (18 april 2020).
Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -
alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4);
-
dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9);
-
nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11).
datum 29-04-2020
projectnummer 856.42.50.00.00.00
2
Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. INVENTARISATIE Uit het raadplegen van de Nationale Database Flora en Fauna
1
(NDFF) (© NDFF 16-4-2020 11:50:48)
blijkt dat in de omgeving het plangebied diverse beschermde soorten bekend zijn. Het gaat om vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren, reptielen, ongewervelden en een aantal vaatplanten. Het plangebied bestaat voornamelijk uit braakliggende grond. Langs de randen is wel wat grasvegetatie aanwezig. Te verwachten zijn een aantal algemene gras- en kruidensoorten van voedselrijke bodems, zoals Engels raaigras, kweek en paardenbloem. De opgaande beplanting rondom het plangebied bestaat onder andere uit kastanje en conifeer. Uit de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de beschermde plantensoorten akkerboterbloem, dreps, glad biggenkruid, muurbloem en schubvaren (NDFF). Akkerboterbloem, dreps en glad biggenkruid zijn soorten van matig voedselarme, zandige bodems. Muurbloem en schubvaren groeien op oude muren en rotsen. Deze soorten zijn gezien de terreingesteldheid niet in het plangebied te verwachten. Ook overige beschermde plantensoorten zijn gezien de terreingesteldheid en de voedselrijkdom ook niet te verwachten. Er is een aantal vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen bekend uit de directe omgeving van het plangebied, zoals huismus, gierzwaluw en buizerd (NDFF). In het plangebied is geen bebouwing aanwezig die mogelijkheid kan bieden voor huismus of gierzwaluw om en nest te bouwen.
Verder zijn geen bomen in het plangebied aanwezig die geschikt zijn voor als nestplaats voor vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals roofvogels of uilen. Het plangebied is door het grotendeels ontbreken van vegetatie hooguit marginaal geschikt als foerageergebied van een aantal soorten met jaarrond beschermde nesten, zoals buizerd of huismus. In de coniferen aan de rand van het projectgebied kunnen mogelijk algemeen voorkomende broedvogels tot broeden komen, zoals merel en houtduif. De nesten van deze algemene soorten zijn alleen tijdens de broedperiode beschermd.
1
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meeste complete natuurdatabank van Nederland. De NDFF geeft informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens.
datum 29-04-2020
projectnummer 856.42.50.00.00.00
3
Uit de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van een aantal vleermuissoorten, zoals gewone dwergvleermuis, watervleermuis en ruige dwergvleermuis (NDFF). Het plangebied is niet geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen door het ontbreken van bebouwing. Verblijfplaatsen van vleermuizen in de bomen rondom het plangebied zijn eveneens niet te verwachten in de coniferen vanwege de smalle omvang en geringe hoogte. Het plangebied kan mogelijk een klein onderdeel vormen van het foerageergebied van vleermuizen als gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Door het vrijwel ontbreken van vegetatie vormt het plangebied echter geen hoogwaardig foerageergebied. De watergang direct aangrenzend ten noordoosten van het plangebied vormt daarnaast mogelijk onderdeel van een belangrijke vliegroute van vleermuizen, zoals watervleermuis en meervleermuis. Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor een aantal algemene grondgebonden zoogdiersoorten, zoals veldmuis en huisspitsmuis (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. Een aantal niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten zijn bekend uit de directe omgeving van het plangebied, namelijk eekhoorn, boommarter, wild zwijn en damhert (NDFF). Door het ontbreken van grotere bomen is het plangebied ongeschikt voor eekhoorn en boommarter.
Damhert en wild zwijn zijn gezien de inrichting van het plangebied, namelijk tussen bebouwing en watergangen niet te verwachten. Waarnemingen van enkele algemene amfibieënsoorten, zoals bruine kikker en gewone pad zijn bekend vanuit de directe omgeving van het plangebied (NDFF). Voor deze soorten bieden de randen van het plangebied met vegetatie geschikt landbiotoop. Voor deze soorten geldt in de provincie ZuidHolland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. De nietvrijgestelde rugstreeppad is bekend uit de directe omgeving van het plangebied (NDFF). Geschikt voortplantingswater, zoals ondiepe poeltjes of plassen die snel opwarmen, is niet aanwezig in het plangebied. Ook andere niet-vrijgestelde soorten zijn niet te verwachten in het plangebied door het ontbreken van geschikt biotoop en het ontbreken van waarnemingen (NDFF). In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van beschermde ongewervelden (NDFF). Deze zijn aardbeivlinder, bruine eikenpage, duinparelmoervlinder en grote vos. Vanwege het ontbreken van geschikt biotoop, , namelijk schraalgraslanden, zomen en lichte bossen, , zijn deze en andere beschermde ongewervelden niet in het plangebied te verwachten. Dit zijn soorten die voorkomen in de nabijgelegen duingebieden.
Waarnemingen van de beschermde reptielensoorten hazelworm en zandhagedis zijn bekend vanuit de omgeving van het plangebied (NDFF). Geschikt leefgebied voor deze soorten, namelijk zandige duingebieden voor zandhagedis of lichte bossen met hout en bladeren bedekte grond en duin- en
datum 29-04-2020
projectnummer 856.42.50.00.00.00
4
heidegebieden voor hazelworm zijn niet aanwezig in het plangebied. Vanwege het ontbreken van geschikt biotoop in het plangebied zijn deze en andere beschermde reptielensoorten niet te verwachten. Waarnemingen van beschermde vissensoorten zijn vanuit de directe omgeving van het plangebied niet bekend (NDFF). Beschermde vissensoorten zijn niet in het plangebied te verwachten vanwege het ontbreken van watergangen. TOETSING Bij uitvoering van het plan wordt het plangebied mogelijk minder geschikt als foerageergebied voor buizerd en huismus Het plangebied vormt echter hooguit een klein onderdeel van het foerageergebied van deze soorten en bovendien is in de directe omgeving in ruime mate alternatief en hoogwaardiger foerageergebied voor deze soorten aanwezig. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten door verlies van foerageergebied treden dan ook niet op. Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode.
Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Het plangebied zal naar verwachting niet volledig ongeschikt worden als foerageergebied voor eventueel te verwachten vleermuissoorten. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en deels hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen, ten gevolge van de werkzaamheden, treden niet op. De brede watergang ten zuidoosten van het plangebied vormt mogelijk een essentiële vliegroute voor vleermuizen. Negatieve effecten kunnen echter worden voorkomen door ten eerste tijdens de aanlegfase geen werkzaamheden te verrichten in de schemering of in de nacht. Verder dient in de gebruiksfase met de verlichting rond de nieuwe bebouwing rekening te worden gehouden met vleermuizen, door inzet van gerichte lichtarmaturen die geen directe lichtuitstraling geven op de watergang en/of door de inzet van vleermuisvriendelijke amberkleurige verlichting. Geschikt leefgebied voor rugstreeppad is momenteel niet aanwezig. De mobiele pionierssoort rugstreeppad staat er echter om bekend dat braakliggende bouwterreinen met kuilen of laagtes waar water in blijft staan snel kunnen worden gekoloniseerd. Om te voorkomen dat deze soort zich in het
datum 29-04-2020
projectnummer 856.42.50.00.00.00
5
plangebied zal vestigen, moet een amfibieënscherm om het werkterrein geplaatst worden. Dit scherm wordt gemaakt van stevig plastic of worteldoek van 50 centimeter hoog en is minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond. Het scherm wordt verankert met houten paaltjes die aan de binnenzijde van het scherm, dus aan de kant van de bouwplaats, worden bevestigd. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Zuid-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Gebiedsbescherming Voor onderhavig projectgebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent.
Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het NNN (voorheen ook wel Ecologische Hoofdstructuur genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland, dat voldoende robuust is voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN is voor de provincie Zuid-Holland vastgelegd in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. OVERIGE PROVINCIALE NATUUR Behalve voor het NNN zijn in de provincie Zuid-Holland in het kader van de Verordening Ruimte ZuidHolland nog gronden aangewezen als ‘strategische reservering natuur en belangrijk weidevogelgebied en worden karakteristieke landschapselement beschermd. INVENTARISATIE
datum 29-04-2020
projectnummer 856.42.50.00.00.00
6
In het kader van de Wnb beschermde gebieden liggen op ruime afstand van het plangebied. Het meest nabijgelegen beschermde gebied betreft het Natura 2000-gebied ‘Kennemerland-Zuid’ dat gelegen is op een afstand van circa 1,8 kilometer ten westen van het plangebied. Het meest nabijgelegen NNN-gebied ligt op circa 400 meter ten zuidwesten van het plangebied. TOETSING In de directe omgeving van het plangebied zijn eerdere stikstofberekeningen behandeld voor plannen met eenzelfde soort ontwikkeling als onderhavig plan. Uit deze stikstofberekeningen blijkt dat tijdens de aanleg- en gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/jaar in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. Op grond van de afstand tot Natura 2000gebieden en de aard van het plan, zal de ontwikkeling niet leiden tot een significante toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. De onderbouwing voor deze kwestie wordt verder uitgewerkt in een afzonderlijke onderbouwing in de toelichting van het bestemmingsplan. Het plangebied ligt verder op ruime afstand van het Natura 2000-gebied ‘Kennemerland-Zuid’. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebieden door bebouwing, (water)wegen en agrarisch gebied.
Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting, optische verstoring of stikstof worden uitgesloten. Gezien de terreinomstandigheden, de afstand tot beschermde gebieden, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van de ontwikkeling, zijn met betrekking tot het voorgenomen plan geen negatieve effecten op het NNN te verwachten. Conclusie Op basis van de beknopte natuurtoets (d.d. 20 april 2020) is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van de ontwikkeling een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Een ontheffing van de Wnb voor beschermde soorten is niet nodig. In verband met de soortbescherming van de Wnb is het wel nodig om bij de planning van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Daarnaast is het van belang om tijdens de aanleg- en gebruiksfase geen lichtuitstraling op de watergang ten zuidoosten van het plangebied te veroorzaken. Verder moet een amfibieënscherm rondom de bouwplaats worden geplaatst om het vestigen van rugstreeppad in het plangebied te voorkomen. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. De ontwikkeling is ten aanzien van NNN niet in strijd met de Omgevingsverordening Zuid-Holland 2019.
datum 29-04-2020
projectnummer 856.42.50.00.00.00
7