Bijlage B 221130 BP Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo_Toelichting
Tekst van het document
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo Ontwerp paraplubestemmingsplan 30 november 2022
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Situering en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
3 3 3 4 5
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid
6 6 6 7 8
Hoofdstuk 3 Huidige situatie 3.1 Duingebied 'Coepelduynen' 3.2 Noordwijkerduin 3.3 ESTEC-terrein 3.4 Space Business Park 3.5 's-Gravendijck
10 10 10 11 12 13
Hoofdstuk 4
Milieu & omgevingsaspecten
14
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Verbeelding 5.3 Opbouw regels
15 15 15 15
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid & handhaving 6.1 Vooroverleg 6.2 Zienswijzen 6.3 Economische uitvoerbaarheid 6.4 Handhaving
20 20 20 20 21
Hoofdstuk 7
22
Procedure bestemmingsplan
2
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het ESTEC-terrein ligt tussen de Zwarteweg-Keplerlaan en het duingebied 'Coepelduynen' en is het centrum voor ruimteonderzoek en technologie (ESTEC) van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Conform schriftelijke afspraken met het Rijk en ESA/ESTEC dient er ter voorkoming van spionage rondom de terreingrens van ESTEC (Keplerlaan 1) rekening te worden gehouden met beperkingen voor nieuwe bebouwing. Zo is er binnen een perimeterzone van 50 meter vanaf de bouwgrens van ESTEC geen nieuwe bebouwing van derden toegestaan terwijl er in een perimeterzone van 50 tot 100 meter vanaf de bouwgrens hoogtebeperkingen gelden. Daarnaast gelden er rondom het op Space Business Park gelegen Galileo Reference Centre (Zwarteweg 53) hoogtebeperkingen om te voorkomen dat de schotelontvangst wordt geblokkeerd. Doel van het voorliggende bestemmingsplan is om de beperkingen voor nieuwe bebouwing ruimtelijk vast te leggen en eenduidige regels hiervoor vast te stellen, zoals eerder ook al is gedaan bij het bestemmingsplan Noordwijkerduin. Hierdoor wordt voorkomen dat er nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd die kan leiden tot een beperking van de bedrijfsvoering van ESTEC en/of de schotelontvangst van het Galileo Reference Centre.
Doordat in het bestemmingsplan Noordwijkerduin indertijd nog uit werd gegaan van perimeterzones vanaf de bestemmingsgrens (in plaats vanaf de inmiddels afgesproken bouwgrens) zijn deze gronden ook meegenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Daardoor gelden voor dat plangebied dezelfde regels als bij de overige gronden. Dit bestemmingsplan is een zogenaamd 'paraplubestemmingsplan'. Dit betekent dat naast het paraplubestemmingsplan ook de bestemmingsplannen van kracht blijven die gelden ten tijde van de inwerkingtreding van het paraplubestemmingsplan. Het voorliggende paraplubestemmingsplan is daarmee te beschouwen als een aanvulling op de al geldende bestemmingsplannen. Alle regels van de geldende bestemmingsplannen blijven van toepassing, tenzij in het voorliggende paraplubestemmingsplan anders is vermeld.
1.2
Situering en begrenzing plangebied
Het plangebied van het paraplubestemmingsplan "Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo" heeft betrekking op het Noordwijkse deel van: 1. een zone van 100 meter rondom de bouwgrens op het terrein van ESTEC (Keplerlaan 1), ter plaatse van het duingebied 'Coepelduynen'; 2. een zone van 100 meter rondom de terreingrens van ESTEC (Keplerlaan 1), ter plaatse van Noordwijkerduin; 3. de zone van de schotelbiotoop van het Galileo Reference Centre (Zwarteweg 53). Binnen deze zones bevindt zich een deel van het duingebied 'Coepelduynen', een deel van het ontwikkelgebied Noordwijkerduin, een deel van het ESTEC-terrein, een deel van het bedrijventerrein Space Business Park en een deel van het bedrijventerrein 's-Gravendijck.
3
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
Afbeelding: begrenzing paraplubestemmingsplan (bron: Google Earth)
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Momenteel gelden in het betreffende plangebied de volgende bestemmingsplannen: bestemmingsplan 'ESTEC en de Noordwijkse bedrijvenparken', vastgesteld door de raad op 27 juni 2013; bestemmingsplan 'Zee, Strand en Duin', vastgesteld door de raad op 27 juni 2013; bestemmingsplan 'Noordwijkerduin', vastgesteld door de raad op 19 februari 2019; paraplubestemmingsplan 'Parkeren', vastgesteld door de raad op 15 maart 2018. Het voorliggende paraplubestemmingsplan is een aanvulling op de bestemmingsplannen 'ESTEC en de Noordwijkse bedrijvenparken' en 'Zee, Strand en Duin', alsmede alle besluiten tot afwijking van het bestemmingsplan die in de afgelopen planperiode zijn genomen in het betreffende plangebied van het paraplubestemmingsplan "Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo". Bij het bestemmingsplan 'Noordwijkerduin' is het voorliggende paraplubestemmingsplan een afwijking op het bepaalde in artikel 21.
4
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
1.4
Leeswijzer
De toelichting is als volgt opgebouwd. Na de inleiding in hoofdstuk 1, wordt in hoofdstuk 2 de belangrijkste informatie uit diverse beleidsnota's van verschillende overheden vermeld, voor zover deze relevant zijn voor het paraplubestemmingsplan. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de milieu & omgevingsaspecten en in hoofdstuk 5 wordt het juridisch kader nader toegelicht. Hoofdstuk 6 bevat de resultaten van het overleg met betrokken diensten, besturen en overheden en de resultaten van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Ook wordt in dit hoofdstuk de economische uitvoerbaarheid beschreven en in dit hoofdstuk bevindt zich de paragraaf met betrekking tot handhaving. Hoofdstuk 7 besteedt aandacht aan de procedure van een bestemmingsplan.
5
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
Hoofdstuk 2
Beleidskader
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) uit 2020 richt zich op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten. De NOVI helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes: 1. 2. 3. 4.
Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
Door de voorliggende herziening wordt voorkomen dat er nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd die kan leiden tot een beperking van de bedrijfsvoering van ESTEC en/of de schotelontvangst van het Galileo Reference Centre. Dit draagt bij aan het behouden van groeipotentieel van de Nederlandse economie aangezien ESTEC en het Galileo Reference Centre belangrijk zijn voor het Europese ruimteprogramma. De herziening is daardoor in overeenstemming met de NOVI.
2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 aangevuld. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Enkele in het Barro opgenomen onderdelen zijn kustfundament, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Ecologische hoofdstructuur, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Geen van de in het Barro geregelde onderwerpen heeft directe invloed op de herziening van het bestemmingsplan. Doordat de concrete doorwerking van het Barro bij een aantal onderwerpen is vertaald in de provinciale Verordening kan er wel sprake zijn van indirecte invloed (zie subparagraaf 2.2.1).
2.2
Provinciaal beleid
Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma's en –plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. In de Omgevingsverordening is het beleid in de Omgevingsvisie in regels vertaald. Het betreft regels omtrent de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Zuid-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. De Omgevingsverordening is bindend voor gemeenten, de visie en de overige onderdelen niet – die zijn alleen bindend voor de provincie zelf.
6
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
2.2.1
Omgevingsverordening Zuid-Holland (2019)
De Omgevingsverordening is op 20 februari 2019 vastgesteld en nadien enkele malen gewijzigd. De huidige geconsolideerde versie is op 15 maart 2022 in werking getreden. In hoofdstuk 6 van de regels van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen die van belang zijn om het provinciale beleid of het provinciale belang te laten doorwerken in de uitoefening van taken of bevoegdheden door andere bestuursorganen dan provinciale staten. In de verordening is een onderscheid gemaakt tussen nieuwe en bestaande ruimtelijke ontwikkelingen. Onder bestaande bebouwing, bestaand gebruik of een bestaande ruimtelijke ontwikkeling wordt verstaan hetgeen: a. ingevolge het op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening geldende bestemmingsplan rechtmatig aanwezig is; b. waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening bij een omgevingsvergunning is afgeweken van het bestemmingsplan of een aanvraag hiertoe is ingediend die kan worden verleend; c. in overeenstemming met deze verordening tot stand is gekomen of waarvoor ontheffing van deze verordening is verleend of waarover het gemeentebestuur een besluit heeft genomen als direct gevolg van een onherroepelijke uitspraak van een bestuursrechter.
Het begrip 'nieuwe bebouwing' of 'nieuw gebruik van grond of bebouwing' dat ook in deze verordening wordt gehanteerd, kan worden beschouwd als de tegenhanger van het begrip 'bestaand'. Gelet op het voorgaande is de aanwezige (en vergunde) bebouwing in het plangebied van het paraplubestemmingsplan als bestaande bebouwing en bestaand gebruik aan te merken. Omdat het paraplubestemmingsplan betrekking heeft op aanvullende bouwbepalingen en geen nieuwe of extra bebouwing mogelijk maakt, is er geen sprake van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Het plangebied van het paraplubestemmingsplan bevindt zich verder in bestaand stads- en dorpsgebied als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. De in de Omgevingsverordening opgenomen onderwerpen hebben zodoende geen gevolgen voor het paraplubestemmingsplan.
2.3
Regionaal beleid
2.3.1
Regionale Structuurvisie 2020 (2009)
Op 24 juni 2009 is de Regionale StructuurVisie 2020 (RSV) door Holland Rijnland vastgesteld. De RSV verankert de intergemeentelijke afspraken in een ruimtelijke vertaling naar 2020 met een doorkijk naar 2030. Op 1 april 2010 hebben de gemeenten Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Rijnwoude zich aangesloten bij Holland Rijnland. De RSV is hierop aangepast door middel van een eerste partiële herziening. Deze herziening is op 28 maart 2012 vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de regio. De eerste partiële herziening RSV is niet als losstaand document, maar als integraal onderdeel van de RSV vastgesteld. In de visie worden volgende kerndoelen nagestreefd: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Holland Rijnland is een top woonregio; Leiden vervult een regionale centrumfunctie; Concentratie stedelijke ontwikkeling; 'Groenblauwe kwaliteit' staat centraal; De Bollenstreek en Veenweide en Plassen blijven open; Kennis en Greenport; Verbetering van de regionale bereikbaarheid.
Voor dit bestemmingsplan is het zesde punt van belang. Space Business Park wordt in Noordwijk genoemd als te ontwikkelen terrein ter versterking van het kenniscluster voor ruimtevaart. Het vastleggen van de schotelbiotoop in het voorliggende paraplubestemmingsplan faciliteert dit beleidsuitgangspunt.
7
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Omgevingsvisie 2030 'Noordwijk voor elkaar
Op 12 oktober 2017 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2030 'Noordwijk voor elkaar' vastgesteld. De Omgevingsvisie wordt jaarlijks geactualiseerd, voor het laatst op 13 november 2018. In de Omgevingsvisie is de visie voor Noordwijk richting 2030 aangegeven. De hoofdopgaven voor de toekomstige ontwikkeling van Noordwijk zijn: wat vinden we bepalend voor de identiteit en kwaliteit van Noordwijk, hoe zien we dat in de toekomst en hoe kunnen we die versterken? hoe kunnen we Noordwijk economisch, toeristisch, sociaal en cultureel vitaler maken? hoe maken we Noordwijk beter bereikbaar? hoe zorgen we dat Noordwijk een aantrekkelijke woongemeente blijft, welke rol willen we in de regio spelen en wat zijn demogelijkheden om meer te bouwen in de sociale sector dan in het verleden is gebeurd? hoe wil Noordwijk zich profileren op het gebied van duurzaamheid en waar zetten we dan op in? De kern van de visie voor 2030 is: Noordwijk is een energieke, duurzame, inspirerende en gastvrije kustplaats met topkwaliteit en allure. Een aantrekkelijke onderscheidende leefomgeving is daarbij noodzakelijk. Om in te spelen op de verwachte vraag van een grote diversiteit aan doelgroepen is er een ambitieus woningbouwprogramma. De Noordwijkse woningmarkt is onderdeel van de regionale woningmarkt. Tot 2030 wil de gemeente gemiddeld ruim 200 woningen per jaar bouwen in een aantrekkelijke woonomgeving.
Daarvoor dienen onderscheidende woongebieden te worden ontwikkeld die voorzien in de woningbehoefte van de Noordwijkers, maar ook inspelen op een regionale en zelfs bovenregionale vraag. Aandachtspunt bij deze groei is het bereikbaar houden van Noordwijk. De vestiging van het Europese ruimtevaartcluster ESA-ESTEC is in de Omgevingsvisie aangemerkt als bepalend voor het Noordwijk van nu. De ruimtevaartsector vervult een prominente rol in Noordwijk. In de vestiging van ESA-ESTEC en het Space Business Park (het enige ruimtevaartbedrijvenpark in Nederland) werken meer dan 2.800 mensen aan wetenschappelijke missies, bemande ruimtevaart, aardobservatie-, telecommunicatie- en navigatiesatellieten en het gebruik van aardobservatiedata. ESTEC Noordwijk is de grootste locatie in Europa op dit gebied en het technisch hart van ESA. Zo’n sterk innovatief kenniscluster dient zo veel mogelijk te worden gefaciliteerd in zijn verdere ontwikkeling. Het draagt bij aan de diversiteit van de economie en kustplaats.
8
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
Afbeelding: uitsnede visiekaart 'Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief'
Het paraplubestemmingsplan past binnen de uitgangspunten zoals gesteld in de gemeentelijke omgevingsvisie doordat de bedrijfsvoering van zowel ESTEC als het tegenovergelegen Space Business Park verder worden gefaciliteerd.
9
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
Hoofdstuk 3
Huidige situatie
Het plangebied van het voorliggende paraplubestemmingsplan bestaat uit de volgende gebiedsdelen: 1. 2. 3. 4. 5.
een strook van het duingebied 'Coepelduynen'; de westelijke strook van Noordwijkerduin; de oostelijke hoek van het ESTEC-terrein; de noordelijke strook van het Space Business Park; De noordwestelijke hoek van het bedrijventerrein 's-Gravendijck.
Afbeelding: het plangebied en de 5 gebiedsdelen (bron: Google Earth, de nummering komt overeen met de gebiedsdelen in de voorgaande opsomming)
Deze 5 gebiedsdelen zullen in het navolgende worden beschreven.
3.1
Duingebied 'Coepelduynen'
Een strook met een oppervlak van circa 69.100 m² behoort tot het duingebied 'Coepelduynen'. Dit duingebied is vanwege de bijzondere flora en fauna aangewezen als Natura 2000-gebied. In het plangebied is geen bebouwing aanwezig.
3.2
Noordwijkerduin
Het gebied is momenteel in gebruik als locatie ‘Willem van den Bergh’, welke al decennia lang in gebruik is ten behoeve van cliënten van zorginstelling ‘s Heeren Loo. De cliënten wonen en/ of werken hier, met diverse ondersteunende voorzieningen op loopafstand.
10
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
Verspreid over de locatie bevinden zich diverse zorggebouwen in een parkachtige setting. Alleen langs de randen met natuurgebied Coepelduynen en de Zwarteweg zijn geen zorggebouwen aanwezig. In de rand langs Coepelduynen bevinden zich diverse recreatieve functies met dagbestedingsgebouwtjes terwijl zich langs de Zwarteweg enkele dienstwoningen bevinden. Door de jaren heen heeft de locatie vele veranderingen ondergaan, mede als gevolg van de ontwikkelingen in de zorg. De afgelopen jaren was sprake van een uitstroom van cliënten naar andere wijken in de regio maar momenteel is de ontwikkeling dat cliënten weer in of nabij een beschutte omgeving met zorg worden gehuisvest. ’s Heeren Loo wil haar locatie, daar waar nodig, gaan vernieuwen en efficiënter gaan invullen. Dit maakt het mogelijk om de zuidkant van de locatie te transformeren naar een nieuwe woonwijk. De locatie van ’s Heeren Loo zal samen met de nieuwe woonwijk Noordwijkerduin gaan vormen. De westelijke strook van de locatie is gelegen binnen de 100 meter vanaf de bouwgrens van ESTEC en/of binnen de schotelbiotoop van het Galileo Reference Centre. In de zuidwestelijke hoek is in het nu nog onbebouwde deel een nieuw woongebied voorzien. De rest van de westelijke strook blijft in gebruik voor zorg. Dit deel van de strook is bebouwd met enkele woonzorgcomplexen (Druivenhof en Dolfijnlaan).
Deze woonzorgcomplexen hebben bouwhoogtes van 9 tot 14 meter. De woonzorgcomplexen die verouderd zijn zullen mogelijk worden gesloopt en worden vervangen door nieuwbouw.
Afbeelding: een deel van het woonzorgcomplex aan het Druivenhof
3.3
ESTEC-terrein
Op het ESTEC-terrein is het centrum voor ruimteonderzoek en technologie (ESTEC) van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA gevestigd. Het terrein heeft een oppervlak van circa 39 hectare en is om veiligheidsredenen door middel van hekken afgesloten. Rondom een groot deel van het bedrijvenpark is een groene omranding aanwezig waardoor het zicht vanaf de openbare weg deels beperkt is. De hoofdingang van het bedrijvenpark bevindt zich aan de Keplerlaan. Ook is er een nooduitgang aan de Zwarteweg. Verspreid over het bedrijvenpark staan diverse meerlaagse bedrijfsgebouwen met platte daken. De bouwhoogtes variëren van 3 tot 22 meter. Ook zijn er diverse bedrijfsstraten, parkeervoorzieningen, een bezoekerscentrum, groen en waterpartijen aanwezig. Op het bedrijvenpark bevinden zich tevens een golfbaan, voetbalvelden en tennisbanen, bedoeld voor de werknemers van ESTEC. De oostelijke hoek van het bedrijvenpark is gelegen binnen de schotelbiotoop van het Galileo Reference Centre en daardoor in het plangebied van het voorliggende paraplubestemmingsplan. Dit deel van het bedrijvenpark is in gebruik als golfbaan. Behalve hekwerken zijn er verder geen bouwwerken aanwezig.
11
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
Afbeelding: het met hekwerken en bomen afgeschermde golfterrein van ESTEC (bron: www.google.nl/maps)
3.4
Space Business Park
Ten zuiden van de Zwarteweg en ten westen van de ‘s-Gravendijckseweg bevindt zich het Space Business Park met een oppervlak van circa 14 hectare. Dit bedrijvenpark is bedoeld voor hoogwaardige technologische bedrijven uit de ruimtevaartsector en andere hoogwaardige (kennisintensieve) bedrijven. Ongeveer 5 hectare van het Space Business Park is bedoeld als uitbreiding van het ESTEC-terrein. Het gaat om het gebied tussen de Huygensstraat en de Eisingastraat. Hier is langs de Zwarteweg al het Galileo Reference Centre gerealiseerd. De noordelijke strook van het Space Business Park is gelegen binnen de 100 meter vanaf de bouwgrens van ESTEC en/of binnen de schotelbiotoop van het Galileo Reference Centre. Dit deel van het bedrijvenpark bevat enkele bedrijfskavels. Het grootste deel van de kavels in het plangebied is nog braakliggend. De in gebruik zijnde kavels zijn bebouwd met vrijstaande bedrijfsgebouwen tot circa 12 meter hoog.
Afbeelding: het Galileo Reference Centre met daarachter braakliggende kavels (bron: www.google.nl/maps)
12
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
3.5
's-Gravendijck
’s-Gravendijck is een gemengd bedrijventerrein met een oppervlak van circa 17 hectare. Naast bedrijven zijn er ook kantoorgebouwen, bedrijfswoningen en verschillende vormen van detailhandel aanwezig. Kenmerkend voor het bedrijventerrein is dat er diverse garagebedrijven met bijbehorende showrooms aanwezig zijn. Naast deze autoshowrooms komt er ook andere detailhandel voor (o.a. in meubels). De noordwestelijke hoek van het bedrijventerrein is gelegen binnen de schotelbiotoop van het Galileo Reference Centre. Dit deel van het bedrijvenpark is in gebruik als manege/paardenpension (met dienstwoning) en een burgerwoning. Zowel de dienstwoning als de burgerwoning zijn gelegen aan de Zwarteweg. De bebouwing op het perceel van de manege is maximaal 8 meter hoog, de bebouwing op het perceel van de burgerwoning is maximaal 11 meter.
Afbeelding: de manege/paardenpension, de dienstwoning en de bedrijfswoning (bron: www.google.nl/maps)
13
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
Hoofdstuk 4
M ilieu & omgevingsaspecten
Het voorliggende paraplubestemmingsplan betreft een technische aanpassing van de geldende bestemmingsplannen. Als gevolg van deze technische aanpassing zullen er beperkingen voor het bouwen gelden. Het paraplubestemmingsplan maakt geen nieuwe functies of uitbreidingen van bouwvolumes mogelijk. Er zijn daarmee op voorhand geen gevolgen voor het milieu. Ook andere omgevingsaspecten zijn vanwege de technische aanpassing niet relevant.
14
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het paraplubestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels zijn juridisch bindend. De toelichting moet hierbij gezien worden als een uitleg wat met de verbeelding en de regels wordt beoogd. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van de functies en vorm in het bestemmingsplangebied. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar zijn en op vergelijkbare wijze moeten worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale plannen moeten voldoen. Zo bevatten de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.
5.2
Verbeelding
De verbeelding geeft de omvang van het plangebied aan. Op de digitale verbeelding is een onderscheid gemaakt in gebiedsaanduidingen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bij de toepassing van het bestemmingsplan specifieke regels gelden of waar nadere afwegingen moeten worden gemaakt.
5.3
Opbouw regels
De regels van het paraplubestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: Inleidende regels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Begrippen die in de regels van het paraplubestemmingsplan worden gebruikt en die uitleg behoeven, worden in dit artikel uitgelegd. Artikel 2 Toepassingsbereik Dit artikel bepaalt het toepassingsbereik van dit paraplubestemmingsplan. De in het paraplubestemmingsplan opgenomen regels gelden in aanvulling op c.q. in afwijking van de regels van de geldende bestemmingsplannen en uitwerkingsplannen (zoals deze gelden op het moment van inwerkingtreding van het paraplubestemmingsplan). De aanvullingen c.q. afwijkingen gelden alleen ter plaatse van de betreffende gebiedsaanduiding in het plangebied. De overige regels van de geldende bestemmingsplannen en uitwerkingsplannen blijven verder ongewijzigd. Algemene regels Artikel 3 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn de volgende gebiedsaanduidingen opgenomen: 1. 'vrijwaringszone - perimeter 1'; 2. 'vrijwaringszone - perimeter 2'
15
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo 3. 'vrijwaringszone - schotelbiotoop' Ad 1: De gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - perimeter 1' is toegepast in de zone tot 50 meter van de bouwgrens van het centrum voor ruimteonderzoek en technologie (ESTEC, Keplerlaan 1). Deze bouwgrens is vastgelegd in het bestemmingsplan 'Estec en de Noordwijkse bedrijvenparken'. Conform schriftelijke afspraken met het Rijk en ESA/ESTEC mag in de zone van 50 meter vanaf de bouwgrens geen nieuwe bebouwing worden toegestaan, ter voorkoming van spionage. In lid 3.1 is daarom bepaald dat binnen deze gebiedsaanduiding geen gebouwen zijn toegestaan, behoudens bestaande (en vergunde) gebouwen. In artikel 1 is aangegeven wat onder bestaand wordt begrepen. In het kader van flexibiliteit is wel rekening gehouden met een afwijkingsbevoegdheid. Deze kan alleen worden toegepast indien het nieuwe gebouw geen nadelige gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering ter plaatse van ESTEC. Voorafgaand aan de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid dient het college van burgemeester en wethouders advies in te winnen bij ESTEC omtrent de voorgenomen afwijking. Uiteraard is toepassing van de afwijkingsbevoegdheid alleen mogelijk indien het nieuwe gebouw ook is toegestaan volgens de bestemming in het onderliggende geldende bestemmingsplan.
Het voorliggende paraplubestemmingsplan maakt dus geen bebouwing mogelijk die niet is toegestaan volgens het al geldende bestemmingsplan (zie paragraaf 1.3 voor de ter plaatse geldende bestemmingsplannen). Ad 2: De gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - perimeter 2' is toegepast in de zone tussen 50 en 100 meter van de bouwgrens van het centrum voor ruimteonderzoek en technologie (ESTEC, Keplerlaan 1). Deze bouwgrens is vastgelegd in het bestemmingsplan 'Estec en de Noordwijkse bedrijvenparken'. Conform schriftelijke afspraken met het Rijk en ESA/ESTEC mag in deze zone van 50 tot 100 meter vanaf de bouwgrens geen nieuwe bebouwing hoger dan 20 meter worden toegestaan, ter voorkoming van spionage. In lid 3.2 is daarom bepaald dat binnen deze gebiedsaanduiding geen gebouwen hoger dan 20 meter zijn toegestaan, behoudens (dan wel reeds vergunde) bestaande gebouwen. In artikel 1 is aangegeven wat onder bestaand wordt begrepen. In het kader van flexibiliteit is wel rekening gehouden met een afwijkingsbevoegdheid. Deze kan alleen worden toegepast indien het nieuwe gebouw geen nadelige gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering ter plaatse van ESTEC. Voorafgaand aan de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid dient het college van burgemeester en wethouders advies in te winnen bij ESTEC omtrent de voorgenomen afwijking.
Uiteraard is toepassing van de afwijkingsbevoegdheid alleen mogelijk indien het nieuwe gebouw ook is toegestaan volgens de bestemming in het onderliggende geldende bestemmingsplan. Het voorliggende paraplubestemmingsplan maakt dus geen bebouwing mogelijk die niet is toegestaan volgens het al geldende bestemmingsplan (zie paragraaf 1.3 voor de ter plaatse geldende bestemmingsplannen). Ad 3: De gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - schotelbiotoop' is toegepast in de oosthoek van het ESTEC-terrein, het westelijk deel van Noordwijkerduin, het noordelijk deel van het Space Business Park en het noordwestelijk deel van bedrijventerrein 's-Gravendijck. Op het Space Business Park bevindt zich het Galileo Reference Centre (Zwarteweg 53). Voor het functioneren van het Galileo Reference Centre is een goede schotelontvangst van belang. Conform schriftelijke afspraken met het Rijk en ESA/ESTEC gelden er in een straal van 230 meter rondom de schotel hoogtebeperkingen om te voorkomen dat schotelontvangst wordt geblokkeerd of belemmerd. Een deel van het plangebied bevindt zich binnen de schotelbiotoop (tussen 20 en 230 meter afstand van de schotel).
De maximale hoogte ter plaatse van het binnen het plangebied gelegen deel van de schotelbiotoop bedraagt 11,8 meter (in een straal van 20 meter afstand van het ontvangstpunt) tot 30,5 meter (in een straal van 230 meter afstand), zie ook de navolgende tabel en afbeelding.
Afstand van bouwwerk (meters)
Hoogte bouwwerk (meters)
20
11,8
30
12,7
40
13,6
50
14,5
16
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
60
15,7
70
16,2
80
17,1
90
17,9
100
18,8
110
19,7
120
20,6
130
21,5
140
22,4
150
23,3
160
24,2
170
25,1
180
26,0
190
26,9
200
27,8
210
28,7
220
29,6
230
30,5
Tabel: hoogtes ter plaatse van schotelbiotoop
17
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
Afbeelding: weergave maximum hoogtes ter plaatse van de schotelbiotoop
Binnen de gebiedsaanduiding is in beginsel geen bebouwing toegestaan die hoger is dan de maximum hoogte zoals deze is aangegeven in de voorgaande tabel. Zo mag bebouwing die op 200 tot 215 meter is gelegen niet hoger zijn dan 27,8 meter (tussen 200 en 210 meter) en 28,7 meter (tussen 201 en 215 meter). De betreffende hoogtes zijn door middel van maatvoeringsaanduidingen op de verbeelding weergegeven en dienen te worden gemeten ten opzichte van N.A.P. Door middel van een afwijkingsbevoegdheid kan een hogere bouwhoogte worden toegestaan, mits dat in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan. Voorwaarde daarbij is wel dat het bouwwerk geen belemmering vormt voor de schotelontvangst- en verzending ter plaatse van Zwarteweg 53. Overgangs- en slotregels Artikel 4 Overgangsrecht Bouwwerken welke op het moment van tervisielegging van het plan bestaan of waarvoor een bouw- dan wel omgevingsvergunning is aangevraagd, mogen blijven bestaan, ook wanneer dit strijdig is met de bebouwingsregels. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag gehandhaafd worden. Artikel 5 Slotregel 18
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. Deze regels kunnen worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo'.
19
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid & handhaving
Vooroverleg
Omdat het voorliggende bestemmingsplan slechts technisch van aard is, is er geen aanleiding om het plan in het kader van het vooroverleg ter advisering naar de gebruikelijke diverse overleginstanties te sturen. Wel wordt het plan ter advisering voorgelegd aan Decos, Galileo en Esa/ESTEC.
6.2
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan “Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo” heeft van .... t/m .... gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om schriftelijk en mondeling op het plan te reageren. In totaal zijn er ... zienswijzen op het plan ingediend. De eventueel ingediende zienswijzen worden, indien (deels) gegrond, verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan.
6.3
Economische uitvoerbaarheid
Een doel van de Wro, met daarin de Grondexploitatiewet, is dat gemeenten meer regie en sturing krijgen op de ruimtelijke ontwikkelingen op/in haar grondgebied, ook gebieden zonder gemeentelijk grondbezit. De nieuwe wetgeving verplicht om kosten die de gemeente maakt ten behoeve van die ontwikkeling te koppelen aan de ruimtelijke doelstellingen en te verhalen op diegene die de ontwikkeling tot stand brengt. Het gaat hierbij om zowel fysieke kosten (uitvoeringskosten) als ontwikkelingskosten (planvoorbereidings- en planbegeleidingskosten). Bovenplanse kosten en kosten voor ruimtelijke ontwikkelingen worden verankerd in een structuurvisie. Bij een bestemmingsplan dan wel projectbesluit hoort, tenzij het een beherend bestemmingsplan betreft, een exploitatieplan of overeenkomst. Het kostenverhaal kan worden geëffectueerd met een anterieure overeenkomst. Bij het ontbreken daarvan wordt een exploitatieplan vastgesteld. In afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening zijn regels opgenomen ten aanzien van grondexploitatie. In artikel 6.12, lid 1 is daarbij bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen.
Gelet op artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening gaat het om bouwplannen die betrekking hebben op: de bouw van één of meer woningen; de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 m² bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m². De in lid 1 opgenomen verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan geldt niet indien het verhaal van kosten op een andere manier verzekerd is (zoals een vooraf afgesloten privaatrechtelijke overeenkomst), indien de te verhalen kosten minder dan € 10.000,- bedragen of indien het stellen van eisen of regels niet noodzakelijk is. Dit volgt uit artikel 6.12, lid 2. In het paraplubestemmingsplan Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo zijn geen ontwikkellocaties opgenomen. Voor het paraplubestemmingsplan is er daarom geen verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan.
20
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
6.4
Handhaving
Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de regels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Hoe minder knellend de regels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de praktijk worden op den lange duur immers ook alleen die regels gerespecteerd waarvan door de betrokkenen de noodzaak en de redelijkheid wordt ingezien.
De verbeelding, de regels en de toelichting zijn zodanig op elkaar afgestemd dat interpretatieproblemen en problemen met betrekking tot de uitvoering zo veel mogelijk worden voorkomen. Op een aantal punten is wel ruimte gelaten voor interpretatie om situaties die niet voorzien zijn bij het opstellen van het bestemmingsplan, maar die wanneer deze zich aandienen wel wenselijk blijken te zijn, niet te frustreren. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan nieuwe vormen van bedrijvigheid die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen. De doelstellingen van het ruimtelijke beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden, indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd. De gemeente dient op de eerste plaats zelf haar regels na te leven en vervolgens dient de gemeente er zorg voor te dragen dat anderen deze regels naleven.
21
Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo
Hoofdstuk 7
Procedure bestemmingsplan
Het paraplubestemmingsplan Perimeter ESTEC en schotelbiotoop Galileo doorloopt, net als ieder bestemmingsplan, een uitgebreide procedure. Het betreft hier een partiële herziening die in lijn is met de richtlijnen voor de perimeter en schotelbiotoop. Er is daarom geen wettelijk vooroverleg ex art. 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gevoerd. Wel worden belangenorganisaties als Decos, Galileo en Esa separaat geïnformeerd. Burgemeester en wethouders geven het ontwerpbestemmingsplan vrij voor tervisielegging conform art 3.8 Wro. Na publicatie, wordt het ontwerp dan gedurende zes weken ter inzage gelegd. In die tijd kunnen door een ieder zowel mondelinge als schriftelijke zienswijzen worden ingediend bij de gemeenteraad. Na verwerking van de zienswijzen en mogelijke ambtelijke aanpassingen zal de gemeenteraad - binnen 12 weken na afloop van de zienswijzentermijn - besluiten over de vaststelling van het bestemmingsplan. Na aanpassing van het bestemmingsplan met inachtneming van de door de raad aangebrachte wijzigingen wordt het vastgestelde bestemmingsplan wederom zes weken ter inzage gelegd (aanvang beroepstermijn). Belanghebbenden die tijdig een zienswijze bij de gemeenteraad hebben ingediend kunnen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen wijzigingen die de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan heeft aangebracht.
22