CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A8 - Bijlage 5 Nader onderzoek ecologie

Gemeenteraadsvergadering 24 oktober 2023, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Offem Zuid tweede fase deel C (Campri)4.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader onderzoek naar rugstreeppad, ruw parelzaad en wilde averuit in Offem-Zuid te Noordwijk Nader onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming - Soortenbescherming 24 augustus 2022

Kenmerk

R002-1282423MTR-V01-ssc-NL

Verantwoording Titel

Nader onderzoek naar rugstreeppad, ruw parelzaad en wilde averuit in Offem-Zuid te Noordwijk

Opdrachtgever

Campri Vastgoed B.V.

Projectleider

Elise Koole

Auteur

Mickey Tromp

Tweede lezer

Berto van Dam en Vincent Wisgerhof

Uitvoering veldwerk

Rens de Graaf, Yasmin Hall, Tim van Leeuwen, Vincent Sanders en Mickey Tromp

Projectnummer

1282423

Aantal pagina’s

17

Datum

24 augustus 2022

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com

2/17

Kenmerk

R002-1282423MTR-V01-ssc-NL

Inhoud 1

2

3

4

5

Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en doel onderzoek ............................................................................................ 5

1.2

Leeswijzer .......................................................................................................................... 5

Plangebied en beoogde ontwikkeling ........................................................................................ 5 2.1

Plangebied ......................................................................................................................... 5

2.2

Beoogde ontwikkeling ........................................................................................................ 6

Relevante soorten en mogelijke effecten en verbodsbepalingen .............................................. 7 3.1

Rugstreeppad ..................................................................................................................... 7

3.2

Ruw parelzaad en wilde averuit ......................................................................................... 8

Onderzoeksmethode ................................................................................................................. 8 4.1

Protocollen ......................................................................................................................... 8

4.2

Rugstreeppad ..................................................................................................................... 8

4.3

Ruw parelzaad en wilde averuit ......................................................................................... 9

Resultaten ................................................................................................................................. 9 5.1

5.1.1

Resultaten ................................................................................................................... 9

5.1.2

Effecten en verbodsbepalingen in de aanlegfase ..................................................... 11

5.1.3

Effecten en verbodsbepalingen in de gebruiksfase .................................................. 12

5.2

6

Ruw parelzaad en wilde averuit ....................................................................................... 12

5.2.1

Resultaten ................................................................................................................. 12

5.2.2

Effecten en verbodsbepalingen ................................................................................ 13

Vervolgstappen........................................................................................................................ 13 6.1

Ontheffingsaanvraag ........................................................................................................ 13

6.2

Uitvoerbaarheid bestemmingsplan ................................................................................... 14

6.2.1

Onderbouwing uitvoerbaarheid bestemmingsplan .................................................... 14

6.2.2

Het wettelijk belang ................................................................................................... 14

6.2.3

Mitigerende en compenserende maatregelen........................................................... 15

6.3 7

Rugstreeppad ..................................................................................................................... 9

Overige maatregelen ........................................................................................................ 16

Conclusie ................................................................................................................................. 16 7.1

Aanleiding ........................................................................................................................ 16

3/17

Kenmerk

7.2 8

R002-1282423MTR-V01-ssc-NL

Conclusie ......................................................................................................................... 16

Literatuur ................................................................................................................................. 17

4/17

Kenmerk

R002-1282423MTR-V01-ssc-NL

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doel onderzoek

Campri Vastgoed B.V. is van plan een woonwijk te realiseren aan de Achterweg te Noordwijk. TAUW heeft voor deze plannen reeds een natuurtoets uitgevoerd (TAUW, 2021). De natuurtoets concludeert dat negatieve effecten op beschermde soorten niet met zekerheid zijn uitgesloten. TAUW heeft daarom soortgericht onderzoek uitgevoerd om de functie van het plangebied voor rugstreeppad, ruw parelzaad en wilde averuit te bepalen. Deze rapportage doet verslag van het soortgericht onderzoek en geeft antwoord op de vraag of mitigerende maatregelen van toepassing zijn, of een ontheffing nodig is en onder welke voorwaarden een ontheffing redelijkerwijs verleend kan worden.

1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is het plangebied en de beoogde ontwikkeling beschreven. In de navolgende hoofdstukken staan de details en de resultaten van het ecologisch onderzoek. In hoofdstuk 3 volgt eerst een samenvatting van de conclusies uit de natuurtoets. In hoofdstuk 4 is de onderzoeksmethode uitgewerkt, waarna in hoofdstuk 5 de resultaten van het onderzoek zijn behandeld. Aan de hand van de resultaten is een effectbeoordeling uitgevoerd. In hoofdstuk 6 ‘vervolgstappen’ is aangegeven of mitigerende maatregelen van toepassing zijn, of een ontheffing nodig is en onder welke voorwaarden een ontheffing redelijkerwijs verleend kan worden. Tot slot vat hoofdstuk 7 alles in een conclusie samen.

2 Plangebied en beoogde ontwikkeling 2.1

Plangebied

Figuur 2.1 toont de ligging van het plangebied. Het gaat om een braakliggend terrein in OffemZuid te Noordwijk. Voorheen, tot eind 2015, waren op deze locatie extensief beheerde agrarische percelen, enkele volkstuincomplexen, en enkele paardenstallen te vinden. Na januari 2016 zijn de gronden, op last van de gemeente, in ongebruik geraakt. Op het terrein staan nu diverse soorten gras en kruiden afgewisseld met open stukken grond. Tevens zijn bramenstruiken en brandnetel in en buiten het plangebied aangetroffen. In de zuidhoek, de westzijde en de noordoostrand staan respectievelijk een kleine bosschage, enkele solitaire bomen en een bomenrij. Ten oosten en zuidoosten van het plangebied zijn een bosschage en bomenrij aanwezig. Langs de randen van het plangebied lopen (deels droogstaande) watergangen.

5/17

Kenmerk

R002-1282423MTR-V01-ssc-NL

Figuur 2.1 Ligging van het plangebied (globaal begrensd).

2.2

Beoogde ontwikkeling

Figuur 2.3 geeft de beoogde ontwikkeling weer. De gemeente Noordwijk heeft het geel gearceerde deel aangewezen als woonwijk. De gemeente ontwikkelt zelf een deel van de grond. Overige percelen worden door ontwikkelaars zoals Campri Vastgoed B.V. bebouwd. Dit onderzoek is gericht op het rood omlijnde deel. De start van de aanlegfase betreft medio mei 2023.

6/17

Kenmerk

R002-1282423MTR-V01-ssc-NL

Figuur 2.2 Bestemmingsplan Offem-Zuid. Het plangebied is rood omlijnd.

3 Relevante soorten en mogelijke effecten en verbodsbepalingen In dit hoofdstuk is beschreven waar relevante soorten en het leefgebied verwacht worden. Tevens zijn de mogelijke effecten en verbodsbepalingen van relevante soorten benoemd.

3.1

Rugstreeppad

De (droogstaande) watergangen aan de randen van het plangebied in combinatie met het vergraafbaar en zanderig braakliggend terrein bieden geschikt voortplantings- en landhabitat voor rugstreeppad. De watergangen langs de Achterweg zijn in 2021 gegraven waardoor hier sprake is van een pionierssituatie. Dit zorgt voor geschikt voortplantingshabitat voor rugstreeppad. Het foerageergebied van rugstreeppadden bevindt zich binnen een straal van circa 500 meter van het gebied waar deze soort overdag aanwezig is (BIJ12, 2017). Het hele plangebied bevat daardoor potentieel leefgebied van de rugstreeppad. De werkzaamheden hebben mogelijk tot gevolg: het vernietigen van leefgebied/verblijfplaatsen en het verstoren en/of doden van individuen (Wnb, hoofdstuk 3, artikel 3.5, lid 1, 2 en 4).

7/17

Kenmerk

R002-1282423MTR-V01-ssc-NL

Figuur 3.1 Potentieel geschikt leefgebied rugstreeppad

3.2

Ruw parelzaad en wilde averuit

Ruw parelzaad en wilde averuit komen voor op braakliggende grond. Het plangebied betreft een braakliggend terrein met gras en kruiden afgewisseld met open stukken grond. Er zijn banen met omgewerkte of opengewerkte grond met daarbinnen vlakken met een hogere vegetatie aanwezig. Vooral de overgangen van de hogere vegetatie naar de open delen zijn geschikt voor ruw parelzaad en wilde averuit. De werkzaamheden hebben mogelijk tot gevolg: het afsnijden, ontwortelen of vernielen van (groeiplaatsen van) ruw parelzaad en/of wilde averuit (Wnb, hoofdstuk 3, artikel 3.10, lid 1, sub c).

4 Onderzoeksmethode In dit hoofdstuk is de methode van het uitgevoerde onderzoek per verwachte soort beschreven.

4.1

Protocollen

Het veldwerk voor het onderzoek is uitgevoerd volgens de meest recente versies van algemeen geaccepteerde onderzoeksprotocollen. In sommige gevallen betreft dit de kennisdocumenten van BIJ12 of de soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus. Indien voor een soort geen onderzoeksprotocol aanwezig is, is het onderzoek afgestemd op basis van trefkans. In deze gevallen is een nadere toelichting gegeven over de gehanteerde onderzoeksopzet. In de volgende paragrafen is per soort(groep) de methode van het onderzoek beschreven.

4.2

Rugstreeppad

Voor het inventariseren van voortplantingswateren van rugstreeppadden is het luisteren naar kooractiviteit het meest gebruikelijk. De inventarisatie van rugstreeppad heeft zich daarom gericht op het waarnemen van kooractiviteit van (groepen) rugstreeppadden. Het soortgericht onderzoek is uitgevoerd conform de onderzoeksinspanning als voorgeschreven in het kennisdocument rugstreeppad (BIJ12, 2017) en in soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (NGB, versie juli 2017).

8/17

Kenmerk

R002-1282423MTR-V01-ssc-NL

De meeste kooractiviteiten vinden op ‘goede’ avonden in de tweede helft van april en in mei plaats. Er moet op minimaal twee avonden in deze periode geluisterd worden naar kooractiviteit. Het luisteren naar kooractiviteit moet gebeuren bij geschikte weersomstandigheden (relatief warme, windstille avonden en nachten). Om aanwezigheid uit te sluiten moet tussen medio juni augustus nogmaals bij geschikte omstandigheden geluisterd worden. Kooractiviteit van rugstreeppad is tot op een kilometer afstand te horen (RAVON, 2022). Hierdoor is ook een goed beeld te vormen van het voorkomen van rugstreeppad in de directe omgeving. De drie veldbezoeken zijn telkens uitgevoerd door twee ervaren ecologen van TAUW. Dit in verband met de veiligheid van de ecologen tijdens nachtwerk en de kwaliteit van het onderzoek vanwege de omvang van het plangebied. De exacte data van de veldbezoeken zijn afhankelijk van de weersomstandigheden. De data, focus en weersomstandigheden van de veldbezoeken zijn weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1 Data, focus en weersomstandigheden van de veldbezoeken Datum

Tijd

Focus

Weersomstandigheden

19-20 april 2022

23:10 – 01:10

Voortplantingswater

Onbewolkt, droog, 13°C, 3 Bft.

19 mei 2022

22:30 – 23:45

Voortplantingswater

Onbewolkt, droog, 12°C, 1 Bft.

29-30 juni 2022

23:05 – 00:10

Voortplantingswater

Onbewolkt, droog, 17°C, 1 Bft.

4.3

Ruw parelzaad en wilde averuit

In het bloeiseizoen (april – juni) van ruw parelzaad zijn de potentiële groeiplaatsen afgelopen voor ruw parelzaad en wilde averuit. Wilde averuit heeft een andere bloeiperiode (augustus - herfst), maar is ook te onderzoeken in het voorjaar omdat het een overblijvende plant betreft. Het plangebied is middels een veldbezoek onderzocht van 10:00 – 14:00 uur op 17 juni 2022. De weersomstandigheden waren als volgt: onbewolkt, droog 30°C en 2 Bft.

5 Resultaten In dit hoofdstuk zijn de resultaten van het uitgevoerde onderzoek uitgewerkt. Tevens is bepaald wat de effecten van de beoogde ontwikkeling zijn op de aangetroffen soorten en functies en of/welke verbodsbepalingen (mogelijk) worden overtreden.

5.1

Rugstreeppad

5.1.1

Resultaten

Aan de rand van het plangebied is voortplantingswater van rugstreeppad vastgesteld. In figuur 5.1 is de locatie van het betreffende voortplantingswater aangegeven op kaart. In totaal zijn vier roepende rugstreeppadden gezien en gehoord op 29 juni 2022. Op basis van de kooractiviteit is ingeschat dat ook niet meer dan vier rugstreeppadden aanwezig waren bij het voortplantingswater. Vanaf het begin van het veldbezoek werden de rugstreeppadden duidelijk gehoord in de watergang langs de Achterweg. Deze watergang heeft relatief flauwe en deels kale oevers (pionierssituatie) en dient als voortplantingsplaats.

9/17

Kenmerk

R002-1282423MTR-V01-ssc-NL

Figuur 5.2 toont de betreffende watergang op foto. In dezelfde figuur is een foto van een rugstreeppad aan de rand van deze watergang te zien. Bij de onderzoeken zijn geen andere roepende rugstreeppadden op andere locaties gehoord, terwijl de kooractiviteit van rugstreeppad tot op een kilometer afstand te horen is (RAVON, 2022). Voortplantingswater binnen die straal rond het plangebied wordt daarom wel uitgesloten. (Winter)rustverblijfplaatsen in de gebieden van weerszijden van het voortplantingswater zijn te vinden in (muizenholen in) hoger gelegen delen en/of vergraafbare grond (BIJ12, 2017). Zodoende wordt aangenomen wordt dat de rest van het plangebied dient als (winter)rustplaats en foerageergebied. Tevens is het niet uitgesloten dat rugstreeppad het gebied in Fase 1 ten noordwesten van het plangebied gebruikt als (winter)rustplaats, dat van het plangebied gescheiden wordt door een smalle weg (de Achterweg, die de noordwestelijke grens van het plangebied vormt). Deze weg is eenvoudig voor rugstreeppadden te passeren. Volwassen rugstreeppadden kunnen zich immers tot enkele kilometers verplaatsen (Creemers & Van Delft, 2009). Dergelijke afstanden worden met name overbrugd tussen overwinteringsplaats en voortplantingswater, maar ook na het voortplantingsseizoen.

In de voortplantingstijd is de actieradius van een volwassen mannetje niet meer dan enkele honderden meters (Creemers & Van Delft, 2009).Tussen voortplantingswateren zijn afstanden tot 500 meter overbrugbaar door beide seksen. Juvenielen kunnen in een nacht meer dan 100 meter afleggen (Creemers & Van Delft, 2009). In 2016 heeft tevens nader onderzoek naar rugstreeppad plaatsgevonden (TAUW, 2017). Tijdens dit onderzoek zijn geen rugstreeppadden in (de directe omgeving van) het plangebied waargenomen. Voor 2016 was het perceel nog extensief agrarisch grasland. Op luchtfoto’s en straatfoto’s is te zien dat de betreffende watergang op 30 maart en 22 april 2021 nog niet aanwezig was (Cyclomedia, 2022). Op genoemde data was hier slechts een smalle watergang met gras op de oevers. In 2021 zijn de watergang en de omgeving hiervan vergraven in het kader van de beoogde ontwikkeling. Vermoedelijk heeft rugstreeppad hierdoor het plangebied gekoloniseerd in 2021 of begin 2022. Zowel in de nabijgelegen duinen als in watergangen langs akkers en watergangen in bebouwd gebied is rugstreeppad aanwezig (NDFF, 2022). Rugstreeppad kan vanuit deze gebieden het plangebied bereiken.

10/17

Kenmerk

R002-1282423MTR-V01-ssc-NL

Figuur 5.1 Locatie van het voortplantingswater van rugstreeppad.

Figuur 5.2 De watergang die dient als voortplantingswater van rugstreeppad (links) en rugstreeppad (rechts).

5.1.2

Effecten en verbodsbepalingen in de aanlegfase

Doden en/of verwonden, vangen en verstoren De aanlegfase vindt in de voortplantingsperiode (april tot en met juli) plaats (BIJ12, 2017). Bij aanvang van de werkzaamheden in april/mei 2023 zijn rugstreeppadden, afhankelijk van het weer/klimaat, actief en mogelijk in het plangebied aanwezig. Het kan niet worden uitgesloten dat exemplaren worden gedood en/of verwond en/of dat eieren worden beschadigd of vernield (verbodsbepalingen artikel 3.5, lid 1 en 3 van de Wnb).

11/17

Kenmerk

R002-1282423MTR-V01-ssc-NL

Om te voorkomen dat exemplaren worden gedood en/of verwond, moeten ze voorafgaand aan de aanlegfase worden afgevangen en direct in geschikt habitat binnen het huidige leefgebied maar buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden worden uitgezet. Exemplaren worden niet gevangen met het oog ze permanent aan hun leefgebied te onttrekken. Tijdens het vangen en verplaatsen van rugstreeppadden worden deze verstoord (verbodsbepaling artikel 3.5, lid 2 van de Wnb). Aantasting leefgebied Het voortplantingswater wordt aangetast (verbodsbepaling artikel 3.5, lid 4 van de Wnb). De betreffende watergang wordt onder andere verbreed waardoor de functie als voortplantingsplaats van rugstreeppad verdwijnt. In muizenholen en vergraafbare grond kunnen rugstreeppadden in theorie overdag en in de winter verblijven. Direct aangrenzend aan het plangebied zijn en blijven echter ruim voldoende geschikt(er) land- en winterhabitat in de vorm van bospercelen en tuinen van woningen beschikbaar. Binnen het huidige leefgebied blijven voldoende overwinteringsplekken aanwezig. Ook de nieuw te bouwen woonwijk zal in geschikt land- en winterhabitat voorzien. Echter is in de aanlegfase sprake van aantasting van het leefgebied en daarmee rustplaatsen van rugstreeppad, zowel in Fase 1 als Fase 2 (verbodsbepaling artikel 3.5, lid 4 van de Wnb).

Voordat de werkzaamheden kunnen plaatsvinden, is het noodzakelijk om een ontheffing in het kader van de Wnb aan te vragen bij het bevoegd gezag (Provincie Zuid-Holland). 5.1.3

Effecten en verbodsbepalingen in de gebruiksfase

Doden en/of verwonden en vangen Indien rugstreeppad niet wordt verplaatst naar alternatief leefgebied in de omgeving bestaat de kans dat rugstreeppad in de toekomstige situatie wordt gedood of verwond (verbodsbepaling artikel 3.5, lid 2 van de Wnb). Door de grotere verkeersdrukte wordt de kans groter dat rugstreeppad wordt overreden op de Achterweg. Tevens kan regulier beheer ervoor zorgen dat rugstreeppad wordt verwond of gedood. Aantasting leefgebied Het voortplantingshabitat in het plangebied wordt aangetast in de aanlegfase. In de gebruiksfase is hier geen sprake van. Geschikt winterhabitat is vooral buiten het plangebied aanwezig. In de omgeving blijft voldoende winterhabitat aanwezig. De woningen met tuinen die worden gerealiseerd voorzien in de toekomstige situatie in geschikt winterhabitat. In de gebruiksfase worden betreft leefgebied geen verbodsbepalingen overtreden.

5.2

Ruw parelzaad en wilde averuit

5.2.1 Resultaten Het hele terrein is tijdens het onderzoek beoordeeld. Er zijn geen groeiplaatsen van ruw parelzaad en wilde averuit aangetroffen. Wel groeiplaatsen van venkel, blauwe bremraap en kromhals.

12/17

Kenmerk

R002-1282423MTR-V01-ssc-NL

Daarnaast zijn er groeiplaatsen van grote teunisbloem en grote kattenstaart vastgesteld. Deze soorten zijn niet onder de Wnb beschermd en vervolgstappen zijn niet nodig. 5.2.2

Effecten en verbodsbepalingen

Tijdens het veldbezoek zijn geen groeiplaatsen van ruw parelzaad en wilde averuit aangetroffen. Groeiplaatsen van deze beschermde soorten zijn daarom uitgesloten. Negatieve effecten op ruw parelzaad en wilde averuit als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn uitgesloten. Er worden geen verbodsbepalingen overtreden. Het treffen van maatregelen of het aanvragen van een ontheffing voor deze soorten is daarom niet nodig.

6 Vervolgstappen In dit hoofdstuk is aangegeven of mitigerende maatregelen van toepassing zijn, of een ontheffing nodig is en onder welke voorwaarden een eventuele ontheffing redelijkerwijs verleend kan worden.

6.1

Ontheffingsaanvraag

Uit nader onderzoek blijkt dat het voorkomen van ruw parelzaad en wilde averuit is uitgesloten. Vervolgstappen zoals het treffen van maatregelen en het aanvragen van een ontheffing voor deze soorten is niet nodig. Voor rugstreeppad dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Om een ontheffing aan te vragen moet een activiteitenplan opgesteld worden. In het activiteitenplan moet ingegaan worden op de volgende onderdelen: De beoogde ontwikkeling en de planning hiervan De aanwezige soorten, de beschermde ecologische functies en hoe die zijn onderzocht De te overtreden verbodsbepalingen De mitigerende en compenserende maatregelen Het wettelijk belang van de ontwikkeling De staat van instandhouding van de soort Een alternatievenafweging Als het bevoegd gezag akkoord gaat met de alternatievenafweging, het wettelijk belang en de maatregelen die getroffen worden om negatieve effecten te verzachten of te voorkomen, verleent deze een ontheffing. In dat geval zijn er vaak in de verleende ontheffing voorwaarden beschreven. Meestal is één van die voorwaarden het opstellen van een werkprotocol waarin de mitigerende en compenserende maatregelen uitgewerkt worden en wordt de aanwezigheid van ecologische begeleiding vereist. Bij formele ontheffingsaanvragen dient rekening gehouden te worden met een proceduretijd.

De wettelijk vastgestelde proceduretermijn voor de behandeling van een ontheffingsaanvraag bedraagt dertien weken.

13/17

Kenmerk

R002-1282423MTR-V01-ssc-NL

Het bevoegd gezag kan deze termijn eenmalig met zeven weken verlengen tot een maximale proceduretermijn van twintig weken. Na verzending van het besluit kan nog binnen zes weken bezwaar ingediend worden.

6.2

Uitvoerbaarheid bestemmingsplan

6.2.1 Onderbouwing uitvoerbaarheid bestemmingsplan In het kader van het bestemmingsplan dat voor het voornemen wordt opgesteld, dient op basis van ecologisch onderzoek aangetoond te worden dat de Wet natuurbescherming de uitvoering van het bestemmingsplan niet belemmerd. Negatieve effecten op rugstreeppad en het leefgebied van deze soort kunnen niet met zekerheid worden uitgesloten bij het tot uitvoering brengen van het voornemen. Ten behoeve van rugstreeppad moet een ontheffing in het kader van de Wnb worden aangevraagd, om het voornemen uit te kunnen voeren. Redelijkerwijs wordt aangenomen dat deze Wnb-ontheffing wordt verleend voor de rugstreeppad op basis van recente jurisprudentie, het relevante wettelijk belang van de Habitatrichtlijn, de praktische uitvoerbaarheid en inpasbaarheid van mitigerende en compenserende maatregelen zoals genoemd in het Kennisdocument Rugstreeppad van BIJ12 (BIJ12, 2017). In de volgende paragrafen worden deze punten nader onderbouwd. Deze punten worden in het nog op te stellen Projectplan, dat als basis dient voor de Wnb-ontheffingsaanvraag, nader uitgewerkt. Hiermee vormen de verbodsbepalingen van de Wnb geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 6.2.2 Het wettelijk belang Een Wnb-ontheffing kan alleen worden verkregen als het belang van het voornemen een overtreding rechtvaardigt.

Rugstreeppad is beschermd via artikel 3.5 van de Wnb. Een ontheffing kan redelijkerwijs worden verkregen als kan worden onderbouwd dat het voornemen voldoet aan minstens één van de belangen van de Habitatrichtlijn (artikel 3.8, lid 5 van de Wnb). Voor dit project geldt het wettelijk belang van de Habitatrichtlijn ‘Andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’. Het voornemen draagt namelijk bij aan de vermindering van de huidige woningnood in Nederland. In de structuurvisie van Noordwijk (Gemeente Noordwijk, 2009) staat dat het plangebied deel uitmaakt van een gebied waar nieuwe woningbouw voor ogen is. Concreet staat het volgende over Offem-Zuid in de structuurvisie: ‘De nieuwe woonwijken zijn Offem-Zuid en Bronsgeest. In de periode tot 2020 zullen daar ruim 1000 woningen worden gerealiseerd. Op de locatie Bronsgeest komen 600 woningen. Vanuit landschappelijke overwegingen is een groter aantal woningen niet gewenst. Het precieze aantal woningen voor Offem-Zuid zal nader worden bezien bij de uitwerking.

Bij de ontwikkeling van deze wijken zal er veel aandacht aan worden besteed dat de woningbouw goed past in de landschappelijke omgeving, maar zal er tegelijkertijd op worden toegezien dat de noodzakelijke opbrengsten van de woningproductie gegarandeerd blijven’.

14/17

Kenmerk

6.2.3

R002-1282423MTR-V01-ssc-NL

Mitigerende en compenserende maatregelen

Het Kennisdocument Rugstreeppad van BIJ12 (BIJ12, 2017) noemt een veelvoud aan mitigerende en compenserende maatregelen die door het bevoegd gezag zijn beoordeeld als voldoende functioneel. Hieronder volgt en overzicht van de maatregelen uit dit Kennisdocument die bij het voornemen kunnen worden toegepast, waarmee in aanmerking wordt gekomen voor een Wnb-ontheffing. In figuur 6.1 zijn de kwetsbare perioden van de rugstreeppad op hoofdlijnen uitgewerkt en in figuur 6.2 de perioden (op hoofdlijnen) waarin werkzaamheden al dan niet kunnen worden uitgevoerd zonder ontheffing. Na het verkrijgen van een ontheffing moeten de rugstreeppadden direct na de winterrust (vanaf medio maart, afhankelijk van klimatologische omstandigheden) weggevangen worden. Door het wegvangen wordt voorkomen dat rugstreeppadden worden gedood en verwond bij de uitvoering van het voornemen. Na het wegvangen worden de rugstreeppadden verplaatst naar geschikt habitat in de omgeving van het plangebied en buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Direct ten zuidoosten van het plangebied is een geschikte locatie te vinden voor alternatief leefgebied. Hier kan geschikt voortplantingswater voor rugstreeppad gecreëerd worden. Geschikt land – en winterhabitat is op de genoemde locatie al aanwezig. Wanneer de werkzaamheden van het voornemen zijn afgerond, kunnen de rugstreeppadden het plangebied weer in.

Het wegvangen en verplaatsen dient te gebeuren onder begeleiding van een deskundige ecoloog op het gebied van rugstreeppad. Na het wegvangen en verplaatsen van de rugstreeppadden hoeft geen rekening meer gehouden te worden met kwetsbare periodes en kan jaarrond gewerkt worden. De nadere uitwerking van de mitigerende en compenserende maatregelen dient vastgelegd te worden in een activiteitenplan als onderdeel van de in te dienen ontheffingsaanvraag. Indien ontheffing is verleend, moeten de mitigerende en compenserende maatregelen worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.

Figuur 6.1 Kwetsbare perioden van rugstreeppad op hoofdlijnen (BIJ12, 2017).

15/17

Kenmerk

R002-1282423MTR-V01-ssc-NL

Figuur 6.2 De perioden waarin activiteiten op hoofdlijnen al dan niet uitgevoerd kunnen worden (BIJ12, 2017).

6.3

Overige maatregelen

In het kader van de zorgplicht dienen enkele aanvullende maatregelen genomen te worden, om schade aan niet beschermde soorten te voorkomen. Deze maatregelen bestaan uit:  Tijdens het bouwrijp maken van het terrein de werkzaamheden vanuit één richting uitvoeren.  

Hierdoor kan aanwezige fauna het gebied tijdig ontvluchten Het dempen van watergangen met de nodige voorzichtigheid (langzaam dempen) en buiten kwetsbare periodes (strenge vorst of zeer warme periodes) van vissen uitvoeren Vogels kunnen gedurende het gehele jaar tot broeden komen. Het is daarom zaak om hier voorafgaand aan het werk rekening mee te houden. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode maart tot en met augustus. Een (periodieke) controle op nesten van broedvogels is voorafgaand aan de werkzaamheden noodzakelijk om overtreding van de wet te voorkomen. Indien een broedgeval aanwezig is, dient een verstoringsvrije zone te worden aangehouden, waarbinnen gedurende de periode van broeden niet wordt gewerkt. De breedte van deze zone dient door een deskundige ecoloog te worden bepaald

7 Conclusie In dit hoofdstuk zijn de conclusies en gevolgen voor de beoogde ontwikkeling samengevat.

7.1

Aanleiding

Campri Vastgoed B.V. is van plan een woonwijk te realiseren aan de Achterweg te Noordwijk. TAUW heeft een natuurtoets uitgevoerd, gevolgd door een nader onderzoek naar verblijfplaatsen van rugstreeppad, ruw parelzaad en wilde averuit.

7.2

Conclusie

In het plangebied ontbreekt het aan groeiplaatsen van ruw parelzaad en wilde averuit. Een ontheffing is voor deze soorten niet nodig. Voor rugstreeppad is wel een ontheffing nodig.

16/17

Kenmerk

R002-1282423MTR-V01-ssc-NL

De resultaten van het soortgericht onderzoek in het plangebied zijn samengevat in tabel 7.1. Er dienen mitigerende en compenserende maatregelen getroffen te worden om negatieve effecten op rugstreeppad te voorkomen. Te denken valt aan het direct wegvangen en verplaatsen van exemplaren na de winterrust en het realiseren van alternatief leefgebied. Hiervoor is ecologische begeleiding nodig. Na het wegvangen en verplaatsen kan jaarrond gewerkt worden, mits ontheffing is verleend. De benodigde maatregelen ten behoeve van rugstreeppad zijn in paragraaf 6.2 kort toegelicht en moeten nader worden uitgewerkt in een activiteitenplan dat als basis dient voor de ontheffingsaanvraag. Redelijkerwijs wordt aangenomen dat de verbodsbepalingen van de Wnb geen belemmeringen vormen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Tabel 7.1 Samenvatting resultaten soortgericht onderzoek Soort

Aanwezig in het plangebied?

Ontheffing nodig?

Rugstreeppad

Ja

Ja

Ruw parelzaad

Nee

Nee

Wilde averuit

Nee

Nee

8 Literatuur BIJ12, 2017. Rugstreeppad – Bufo Calamita. Kennisdocument. Versie 1 juli 2017. Creemers & Van Delft, 2009. Nederlandse Fauna 9 - De amfibieën en reptielen van Nederland. KNNV Uitgeverij. RAVON, 2022. Rugstreeppad Epidalea calamita. Geraadpleegd op 18 augustus 2022, van https://www.ravon.nl/soorten/soortinformatie/rugstreeppad TAUW, 2017. Nader onderzoeken Offem-Zuid te Noordwijk. TAUW-rapport met kenmerk R001- 1239569XDD-ssc-V02-NL. TAUW, 2021. Natuurtoets realisatie nieuwbouwwijk Offem-Zuid te Noordwijk. TAUW-rapport met kenmerk R001-1282423MTR-V03-sal-NL

17/17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=9cf8d34a-c234-4362-8af3-1ab307a8192c