Bijlage A14 - Bijlage 12 Besluit hogere waarden
Tekst van het document
Datum: 21 april 2023 Ons kenmerk: D2023-046975 Zaaknummer: 2022-004070 Bijlage(n): 5
Wet geluidhinder Besluit hogere waarden
Locatie: Offem-Zuid fase 2c te Noordwijk Gemeente: Noordwijk
Telefoon 071-4083100
Correspondentieadres:
Bezoekadres:
Fax 071-4083101
Postbus 159
Vondellaan 55
www.odwh.nl
2300 AD Leiden
2332 AA Leiden
Ons kenmerk: D2022-021043
Besluit namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk Voor het gehele gebied is op 27 juni 2013, het bestemmingsplan “Offem-Zuid”, met kenmerk NL.IMRO.0575.BPOffem Zuid-VA10, vastgesteld. Dit bestemmingsplan kent een globaal karakter en dient nader uitgewerkt te worden door het college van burgemeester en wethouders. Het plangebied Offem-Zuid wordt in 5 verschillende planologische procedures nader uitgewerkt. De gemeente Noordwijk heeft een bestemmingsplan voor “Offem-Zuid fase 2c” opgesteld (zie bijlage 1 van dit besluit: “Situatie plangebied en verkavelingsschets”), dat voorziet in een woningbouwprogramma van maximaal 83 woningen. Ten behoeve van het nieuw op te stellen bestemmingsplan dient getoetst te worden aan de Wet geluidhinder (Wgh). De bouwlocatie ligt binnen de wettelijke geluidzone van een aantal wegen: de N206, de Beeklaan, de Achterweg en de Hogeweg. De bouwlocatie ligt binnen de bebouwde kom en binnen de zone van een autoweg (N206). De maximale grenswaarde die kan worden verleend is afhankelijk van de situatie en is in beginsel voor stedelijke situaties maximaal 63 dB. Voor buitenstedelijke situaties en binnen de geluidszone van een autoweg (hier de N206) is dit maximaal 53 dB. Ten behoeve van dit plan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd1.
Uit dit akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeurswaarde voor het wegverkeerslawaai, zoals bedoeld in artikel 82 van de Wgh, ten gevolge van het verkeer op de N206 ter plaatse van de bouwlocatie zal worden overschreden. Vanwege de Beeklaan de Achterweg en de Hogeweg wordt de voorkeurswaarde niet overschreden. Hieronder is beoordeeld of voor het bouwplan een hogere waarde voor de geluidbelasting vanwege het wegverkeerslawaai kan worden vastgesteld. Als blijkt dat een hogere waarde kan worden vastgesteld binnen het kader van de Wgh, dan volgt hieruit dat er voor wat betreft het aspect wegverkeerslawaai een acceptabel woon- en leefklimaat gewaarborgd is. 2. BEOORDELINGSKADER In de Wgh zijn normen opgenomen voor de toelaatbare geluidbelasting vanwege (toekomstig) wegverkeerslawaai ter plaatse van gevels van geluidgevoelige bestemmingen. In de Wgh wordt daarbij uitgegaan van een voorkeurswaarde (hoogste toelaatbare geluidbelasting, zoals bedoeld in artikel 82 van de Wgh) en een maximaal
1 Plan Offem-Zuid fase 2B en 2C, akoestisch onderzoek. Rapportnummer M+P.MEES.21.12.2 Revisie 3
Datum 24 februari 2022 van M+P raadgevende ingenieurs BV.
2/21
Ons kenmerk: D2022-021043
toelaatbare geluidbelasting (hogere geluidbelasting dan de genoemde voorkeurswaarde, zoals bedoeld in artikel 83 van de Wgh). Een geluidbelasting onder de voorkeurswaarde is zonder meer toelaatbaar. De effecten van geluid worden dan aanvaardbaar geacht. Een geluidbelasting hoger dan de maximaal toelaatbare geluidbelasting is niet toelaatbaar. In het gebied tussen de voorkeurswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting is de geluidbelasting alleen toelaatbaar na een afwegingsproces (procedure hogere waarde). Als blijkt dat bij geluidgevoelige bestemmingen de geluidbelasting de voorkeurswaarde overschrijdt, moet overwogen worden of een hogere waarde kan worden vastgesteld. De voorkeurswaarde ter plaatse van de gevels van woningen voor het wegverkeerslawaai bedraagt 48 dB. De maximaal toelaatbare waarde vanwege de N206 bedraagt 53 dB. Naast de eisen die de Wgh stelt aan de gevelbelasting, stelt het Bouwbesluit 2012 eisen aan het toelaatbare binnenniveau in een woning of een andere geluidgevoelige bestemming. In deze situatie bedraagt het maximaal toelaatbare binnenniveau 33 dB.
Artikel 110a, lid 5 van de Wgh bepaalt dat het vaststellen van een hogere waarde voor geluid slechts plaatsvindt, indien geluidreducerende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst West-Holland heeft een hogerewaardenbeleid vastgelegd in de ‘Richtlijnen voor het vaststellen van hogere waarden Wet geluidhinder, 4 maart 2013’. In deze Richtlijnen is een aantal specifieke voorwaarden en criteria vastgelegd waaraan een hogere waarde wordt getoetst. De Richtlijnen zijn te downloaden via de website www.odwh.nl. 3. OVERWEGINGEN 3.1 Algemeen Bij de keuze van maatregelen om de geluidbelasting te verminderen moet rekening worden gehouden met diverse aspecten. Verschillende opties worden beoordeeld op hun effect. De mogelijkheden om de geluidbelasting vanwege een weg te verminderen zijn onder te verdelen in: 1. bronmaatregelen, zoals beperking van (een deel van) het verkeer, het verlagen van de toegestane snelheid en het toepassen van stillere wegdekken 2. overdrachtsmaatregelen, zoals geluidschermen of -wallen of afstandsvergroting 3. ontvangermaatregelen (op woningniveau), zoals woningisolatie
3/21
Ons kenmerk: D2022-021043
Om de leefomgevingskwaliteit zoveel mogelijk te behouden wordt eerst gekeken naar bron- en overdrachtsmaatregelen en daarna naar maatregelen op woningniveau. Maatregelen op woningniveau hebben uitsluitend betrekking op het geluidniveau binnen een woning en niet ter plaatse van de gevels. Deze maatregelen komen pas ter sprake nadat een hogere geluidbelasting dan 48 dB ter plaatse van de gevels van woningen is vastgesteld. 3.2 Beschrijving bouwplan Het doel van het bestemmingsplan is om op een deel van de gronden, de tweede fase deel C, de ontwikkeling van de toekomstige bouwlocatie Offem-Zuid planologisch mogelijk te maken. In het bestemmingsplan zijn drie bouwblokken met appartementen voorzien (in het akoestisch onderzoek zijn dit de bouwblokken met nummers 30, 49 en 50). Ten behoeve van de herontwikkeling van het gehele projectgebied (tweede fase deel B en C) is een stedenbouwkundige verkaveling opgesteld (zie figuur 1c van dit besluit). In deze verkaveling komt een diversiteit aan woningtypen voor, waaronder herenhuizen, twee-onder-één-kapwoningen, rijwoningen, vrijstaande woningen, grote appartementen, sociale huurappartementen en sociale koopwoningen. Op deze manier worden woningen in verschillende prijsklassen gerealiseerd, met als doel een gedifferentieerde woonwijk.
3.3 Toetsing Geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai In het akoestisch rapport is de geluidbelasting vanwege de N206, met aftrek van de wettelijke correctiefactor, ter plaatse van de gevels van de woningen inzichtelijk gemaakt. Tevens is een kaart bijgevoegd, die duidelijk inzicht geeft in de lokale situatie, overeenkomstig de bepalingen uit artikel 3.8 lid 4 en artikel 5.4 lid 2 van het Besluit geluidhinder (Bgh). Uit het akoestisch rapport blijkt dat, inclusief 5 dB aftrek ex artikel 110g Wgh, de voorkeurswaarde van 48 dB ter plaatse van de drie bouwblokken met appartementen wordt overschreden. De maximale geluidbelasting, inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh, ten gevolge van het wegverkeer op de N206 bedraagt 56 dB ten gevolge van het wegverkeer op de N206. De geluidbelasting vanwege de N206 voldoet niet aan de maximale ontheffingswaarde van de Wgh van 53 dB (voor autowegen). 3.4 Beoordeling A. Toetsing Wet geluidhinder Bronmaatregelen Voor de provinciale weg N206 geldt vanwege de verkeersfunctie van deze weg een snelheidsbeperking van 80/100 km/uur.
4/21
Ons kenmerk: D2022-021043
Om de geluidsbelasting van de N206 terug te dringen is in het akoestisch onderzoek o.a. de voorkeursvariant (1) onderzocht met de volgende maatregelen: Een stille deklaag van het type SMA-NL8 G+ op de N206 (1.000 meter lang) en op de Beeklaan (350 meter lang). Bij deze maatregelvariant is er vanwege de N206 nergens meer sprake van overschrijding van de ten hoogste toegestane waarde van 53 dB en van de noodzaak voor een ‘dove gevel’. Er zijn nog wel hogere waarden nodig. Voor wat betreft de praktische haalbaarheid van de maatregelvariant geldt dat de totaalkosten niet te dragen zijn door het plan alleen. Medewerking van de provincie Zuid-Holland en gemeente is nodig. Dit is een langdurig proces dat qua planning niet haalbaar is voor het plan. De conclusie is dat het treffen van een bronmaatregel geen reële optie is. Overdrachtsmaatregelen Om de geluidsbelasting van de N206 en de Beeklaan terug te dringen zijn diverse overdrachtsmaatregelen (zie figuur 2 van dit besluit) onderzocht waaronder geluidschermen met verschillende hoogten, een geluidwal, een diffractor en een diffractorscherm. Alleen de varianten met een geluidscherm hebben een voldoende akoestisch effect maar zijn voor wat betreft de totaalkosten niet te dragen door het plan.
Ook hiervoor geldt dat de totaalkosten niet te dragen zijn door het plan en dat deze maatregelen uitvoeringstechnisch niet goed haalbaar zijn omdat het maatregelen betreft die niet op de grond van het plangebied liggen. Daarnaast is het stedenbouwkundig niet wenselijk i.v.m. het blokkeren van stedenbouwkundig belangrijke zichtlijnen/doorkijken vanuit het plan. De conclusie is dat het treffen van verdergaande overdrachtsmaatregelen geen reële optie is. Ontvangermaatregelen Bij het ontwerp van de woningen zal rekening worden gehouden met de geluidbelasting ten gevolge van de N206. De woningen moeten voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Het hoogst toelaatbare binnenniveau van 33 dB wordt gegarandeerd. Er zullen zodanige maatregelen aan het gebouw getroffen moeten worden dat aan een binnenniveau van ten hoogste 33 dB wordt voldaan. Cumulatie Bij het vaststellen of aan een maximaal binnenniveau van 33 dB wordt voldaan, is de gecumuleerde gevelbelasting bepalend. De gecumuleerde geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de in de omgeving van de planlocatie aanwezige wegen bedraagt ten
5/21
Ons kenmerk: D2022-021043
hoogste 56 dB, exclusief correctie ex. artikel 110g Wgh. Het gecumuleerde niveau wordt acceptabel geacht. B. Toetsing beleid van de Omgevingsdienst West-Holland (de ‘Richtlijnen’, zie ook Beoordelingskader, Hoofdstuk 2) In de Richtlijnen is een aantal criteria opgenomen. Indien het verzoek aan een van deze criteria voldoet, dan is er geen bezwaar tegen het verlenen van de hogere waarde. Daarnaast is in de Richtlijnen een aantal voorwaarden opgenomen waar het plan aan moet voldoen. Toetsing criteria Een van de specifieke criteria voor het verlenen van een hogere waarde is dat de woningen in een gemeentelijke structuurvisie zijn opgenomen. Offem-Zuid is opgenomen in de Ruimtelijke Structuurvisie Noordwijk 2030 van de gemeente Noordwijk. Er wordt voldaan aan dit criterium. Toetsing voorwaarden Aan de voorwaarden wordt, met uitzondering van voorwaarde 11, voldaan. Voorwaarde 11 betreft “dove gevels worden bij voorkeur niet toegepast; indien toch noodzakelijk dan maximaal een dove gevel, bij voorkeur niet als voor- of achtergevel”. De te verlenen hogere waarden zijn niet hoger dan 53 dB, mede omdat een aantal gevels als ‘dove gevels’ uitgevoerd moeten gaan worden vanwege de hogere geluidbelasting (ten hoogste 56 dB) vanwege de N206. Op ‘dove gevels’ is de Wgh echter niet van toepassing.
Het gaat hierbij (zie bijlage 3 van dit besluit) om gevels van de appartementen aan de N206 zijde, en om de (zuidwestelijke) kopgevel van bouwblok 50. Bij bouwblok 30 en 49 wordt de bovenste verdieping en een gedeelte van de 3e verdieping (bij waarneempunten 3/8 en 4/8) voorzien van dove gevels. Bij bouwblok 50 is dit de bovenste verdieping en een gedeelte van de 3e verdieping (waarneempunten 2/8 t/m 5/8). Evenals de 2e verdieping bij de waarneempunten 4/8 en 5/8 (kopgevel). Bij de appartementen kan akoestische compensatie worden toegepast en ze dienen een geluidluwe gevel te krijgen. Voor de bouwblokken is nog geen architectonisch ontwerp beschikbaar. Door maatregelen aan de buitenruimte kunnen ook eventuele eenzijdig georiënteerde appartementen een geluidluwe gevel krijgen. Geconcludeerd kan worden dat op ontvangerniveau aan de Richtlijnen wordt voldaan, weliswaar zijn een aantal ‘dove gevels’ nodig maar door het toepassen van akoestische compensatie kan een acceptabel woon- en leefklimaat in de woningen en de appartementen worden gerealiseerd.
6/21
Ons kenmerk: D2022-021043
3.5 Conclusie Na toetsing aan de Wet geluidhinder, het Besluit geluidhinder en het beleid van de Omgevingsdienst West-Holland, zoals vastgelegd in de eerdergenoemde Richtlijnen, is gebleken dat een acceptabel leefklimaat in de woningen kan worden bereikt. 4. PROCEDURE 4.1 Algemeen De gemeente is bevoegd gezag voor het vaststellen van voorliggend hogere waarde besluit. De Omgevingsdienst West-Holland voert de milieutaken (zoals het vaststellen van hogere waarde besluiten) uit namens de gemeente Noordwijk. De taken en bevoegdheden van de Omgevingsdienst zijn vastgelegd in de Regeling Omgevingsdienst West-Holland en het daarbij behorend mandaat. Deze regeling is op te vragen bij de Omgevingsdienst. In de Wgh is bepaald dat bij de totstandkoming van deze beschikking afdeling 3.4 van de Awb (de uniforme openbare voorbereidingsprocedure) van toepassing is. Daarnaast bepaalt de Wgh dat de procedure voor een besluit hogere waarde gekoppeld is aan het bijbehorende ruimtelijk besluit 4.2 Zienswijzen en Beroep Het ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder is gelijktijdig gepubliceerd met het ontwerpbestemmingsplan Offem Zuid, tweede fase deel C. De inzagetermijn liep van woensdag 18 januari tot en met dinsdag 28 februari 2023. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingebracht tegen het ontwerpbesluit hogere waarden.
Rechtsbescherming Beroep Als u het niet eens bent met ons besluit tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, dan kunt u op grond van artikel 145 van de Wgh juncto hoofdstuk 20 van de Wet milieubeheer beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Voorlopige voorziening Als u een beroepschrift heeft ingediend kan, in spoedeisende gevallen, ook een verzoek om voorlopige voorziening worden gedaan. Het indienen van een beroepschrift schort de werking van dit besluit niet op. U stuurt uw verzoek om voorlopige voorziening naar: de Voorzitter van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Dit verzoekschrift kunt u ook digitaal indienen via
7/21
Ons kenmerk: D2022-021043
https://digitaalloket.raadvanstate.nl. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op deze website voor de precieze Voorwaarden. Wij verzoeken u een kopie van dit verzoek om voorlopige voorziening te zenden aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk, per adres Omgevingsdienst West-Holland, Postbus 159, 2300 AD Leiden. Het definitieve besluit hogere waarde is ten opzichte van het ontwerpbesluit Inhoudelijk niet gewijzigd. 5. CONCLUSIE Voor het bestemmingsplan “Offem-Zuid fase 2c” zijn hogere waarden noodzakelijk. Uit het akoestisch rapport blijkt dat de voorkeurswaarde van 48 dB wordt overschreden. Vanwege de provinciale weg N206 wordt aan de maximaal toelaatbare geluidbelasting van de Wgh van 53 dB niet bij alle appartementen voldaan. Bij deze appartementen moeten ‘dove gevels’ komen en akoestische compensatie worden toegepast Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. Maatregelen om de geluidbelasting tot de voorkeurswaarde terug te dringen zijn onvoldoende doeltreffend dan wel ontmoeten overwegende bezwaren van verkeerskundige, stedenbouwkundige, en/of financiële aard. Het voorgaande geeft ons aanleiding om een hogere waarde vast te stellen.
BESLUIT Gelet op de Algemene wet bestuursrecht, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder, besluiten wij hogere waarden vast te stellen voor de appartementen in de bouwblokken van het bestemmingsplan Offem-Zuid fase 2c. De ten hoogste toelaatbare hogere waarde Lden vanwege de provinciale weg N206 is opgenomen in tabel 1 en bedraagt: Tabel 1:
Hogere waarden vanwege de provinciale weg N206:
Bouwblok Aantal woningen Bron Waarde Lden nummer in dB* 30 30 N206 53 49 30 53 50 30 53 * de geluidwaarde Lden is de geluidbelasting, inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh.
8/21
Ons kenmerk: D2022-021043
Een overzicht van de bouwbloknummering en de ligging van de waarneempunten is opgenomen in de figuren 4 t/m 6 van bijlage 2. De rekenresultaten per waarneempunt zijn opgenomen in bijlage 4 van dit besluit en in het akoestisch rapport in bijlage B Rekenresultaten. Voor dit besluit gelden de volgende aandachtspunten: 1. er worden zodanige bouwkundige maatregelen getroffen dat binnen de woningen en appartementen een maximaal cumulatief geluidniveau vanwege wegverkeerslawaai van maximaal 33 dB wordt bereikt 2. de appartementen dienen te beschikken over een geluidluwe gevel en een geluidluwe (of gelijkwaardige) buitenruimte 3. bij de appartementen worden de volgende compenserende maatregelen toegepast om een goed woon- en leefklimaat in akoestische zin te realiseren: a. een karakteristieke geluidwering die ten minste 3 dB hoger ligt dan vereist volgens het Bouwbesluit 2012 b. extra geluidisolatie tussen de woningen onderling van ten minste +5 dB voor contactgeluid t.o.v. de eis uit het Bouwbesluit 2012 c. het karakteristieke installatiegeluidniveau ten gevolge van de liften in de verblijfsruimten binnen de woningen is ten minste 3 dB minder dan vereist volgens het Bouwbesluit De hierboven vermelde aandachtspunten dienen als voorwaarden in de regels van het ruimtelijk plan te worden opgenomen.
Aandachtspunten overige regelgeving: de planregels en/of de planverbeelding van het eventueel hiermee samenhangende bestemmingsplan of de omgevingsvergunning dienen voldoende waarborgen te bevatten tegen het overschrijden van de (hogere) waarden wellicht ten overvloede merken wij op dat wij bij de behandeling van dit besluit alleen aspecten hebben mogen betrekken die rechtstreeks voortvloeien uit de toepassing van de Wet geluidhinder; aan dit besluit kunnen dan ook geen rechten worden ontleend met betrekking tot eventuele andere door de gemeente te nemen besluiten over bijvoorbeeld bouw- en bestemmingsplannen
9/21
Ons kenmerk: D2022-021043
Namens burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk,
M.R. Rietberg Portefeuillemanager Milieu en Bodem
Bijlage: 1. Situatie plangebied en verkavelingsschets 2. Onderzochte geluidmaatregelen 3. Verkaveling; bouwbloknummers en waarneempunten 4. Resultaten op waarneempunten fase 2C met ‘dove gevels’ (in rood) 5. Plan Offem-Zuid fase 2B en 2C, akoestisch onderzoek. Datum 24 februari 2022. Rapportnummer M+P.MEES.21.12.2 Revisie 3, van M+P raadgevende ingenieurs BV.
10/21
Ons kenmerk: D2022-021043
Bijlage 1:
Situatie plangebied en verkavelingsschets
Figuur 1a:
Globale weergave totale plangebied Offem-Zuid (bron: Google Maps)
Figuur 2b :
Projectgebied 'Offem-Zuid, tweede fase deel B’, projectgebied globaal rood omlijnd
11/21
Ons kenmerk: D2022-021043
Figuur 1c:
Plangebied Offem-Zuid te Noordwijk; geel: tweede fase, deel B en C (wit: tweede fase, deel C)
12/21
Ons kenmerk: D2022-021043
Bijlage 2:
Onderzochte geluidmaatregelen
Figuur 2:
voorbeelden wegdek SMA-NL8 G+, diffractorscherm (4Silence), geluidsscherm (Kokosystems), diffractor langs de weg (4silence)
13/21
Ons kenmerk: D2022-021043
Bijlage 3:
Verkaveling; bouwbloknummers en waarneempunten
14/21
Ons kenmerk: D2022-021043 (bouwblokken 50 en 49 rechtsonder)
15/21
Ons kenmerk: D2022-021043 (bouwblok 30 rechtsboven bouwblok 49)
Bijlage 4:
Resultaten op waarneempunten fase 2C met ‘dove gevels’ (in rood)
Appartementengebouwen met bouwbloknummes 50, 49 en 30:
16/21
Ons kenmerk: D2022-021043
17/21
Ons kenmerk: D2022-021043
18/21
Ons kenmerk: D2022-021043
19/21
Ons kenmerk: D2022-021043
Figuur 6:
Ligging waarneempunten op bouwblokken 50, 49 en 30
20/21
Ons kenmerk: D2022-021043
Bijlage 5:
Plan Offem-Zuid fase 2B en 2C, akoestisch onderzoek. Datum 24 februari 2022. Rapportnummer M+P.MEES.21.12.2. Revisie 3, van M+P raadgevende ingenieurs BV.
21/21
van M+P | Onderdeel Müller-BBM groep
Mensen met oplossingen
Rapport
Plan Offem-Zuid fase 2B en 2C, akoestisch onderzoek.
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
Colofon Opdrachtnemer
M+P raadgevende ingenieurs BV
Opdrachtgever
Campri Vastgoed B.V. Postbus 2009 3500 GA UTRECHT
Opdrachtnummer
002036022/0021913/38
Titel
Plan Offem-Zuid fase 2B en 2C, akoestisch onderzoek.
Rapportnummer
M+P.MEES.21.12.2
Revisie
3
Datum
24 februari 2022
Aantal pagina‘s
79
Auteur
ing. Erik Olink
Contactpersoon
ir. Theodoor Höngens | 0297-320651 | aalsmeer@mp.nl
Gezien door
ir. Theodoor Höngens
M+P
Visserstraat 50 | 1431 GJ Aalsmeer Wolfskamerweg 47 | 5262 ES Vught www.mp.nl | onderdeel van de Müller-BBM groep | Lid NLingenieurs | ISO 9001 gecertificeerd
Copyright
2
© M+P raadgevende ingenieurs BV | Niets van deze rapportage mag worden gebruikt voor andere doeleinden dan is overeengekomen tussen de opdrachtgever en M+P (DNR 2011 Artikel 46).
M+P.MEES.21.12.2
Inhoud 1
Inleiding
4
2 2.1 2.2
Situatie en uitgangspunten Situatie Uitgangspunten
5 5 5
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Wettelijk kader Wegverkeerslawaai Gemeentelijk beleid gemeente Noordwijk (Omgevingsdienst West-Holland) Cumulatie Omgevingswet (invoering 1 juli 2022)
7 7 8 11 11
4 4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3
Berekeningen Bepalingsmethode Rekenresultaten N206 Beeklaan Schiewei, Achterweg en Hogeweg
13 13 13 13 14 14
5 5.1 5.2 5.3 5.4
Bron- en overdrachtsmaatregelen Inleiding Omschrijving maatregelen Rekenresultaten maatregelen Haalbaarheid
15 15 15 16 17
6
Beoordeling situatie
19
7
Conclusies en aanbevelingen
20
8
Benodigde hogere waarden
21
9
Ten slotte: Omgevingswet
22
10
Literatuur
23
bijlage A
Figuren
24
bijlage B
Rekenresultaten
29
bijlage C
Figuren maatregelvarianten
53
bijlage D
Informatie rekenmodel
63
bijlage E
Uitvoer rekenresultaten Geomilieu v2020.1
78
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
3
1
Inleiding Mees Ruimte & Advies stelt in opdracht van Campri Vastgoed B.V. een uitwerkingsplan en een bestemmingsplan op voor fase 2B en 2C in plan Offem-Zuid te Noordwijk. In fase 2B en 2C zijn in totaal maximaal 275 woningen beoogd. Direct om het plangebied liggen een aantal gezoneerde wegen. Het gaat om de N206, de Beeklaan, de Achterweg en de Hogeweg. Uit eerder onderzoek is bekend dat zowel hogere grenswaarden vanwege de Beeklaan als vanwege de N206 nodig zijn. In dit rapport vindt u de resultaten van onderzoek naar de geluidsbelasting. Deze is berekend conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 [3]. De geluidsbelasting afkomstig van deze wegen is getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder [1] en het beleid van de gemeente Noordwijk bij hogere grenswaarden. Tevens vindt u een onderbouwing van overwogen maatregelen om de geluidsbelasting te beperken. Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van verkeersgegevens afkomstig uit de Regionale Verkeersen Milieukaart versie 3.2 van de Omgevingsdienst West-Holland en een ontwerp van Van Manen Architecten gedateerd 2 augustus 2021.
4
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
2
Situatie en uitgangspunten
2.1
Situatie Het onderzoeksgebied is het gebied Offem-Zuid, zie figuur 1. Gezien de ligging binnen de zones van verschillende wegen moet geluid vanwege wegverkeer worden beschouwd.
figuur 1
Plangebied Offem-Zuid te Noordwijk (geel: tweede fase, deel B en C, wit: tweede fase, deel C) De appartementengebouwen die wit omlijnd zijn, zijn met twee gebouwhoogtes doorgerekend, zowel met 4 als met 5 verdiepingen. In de uitwerkingsbevoegdheid van het vigerende bestemmingsplan is een bouwhoogte tot 13 meter (circa 4 bouwlagen) voor gestapelde woningen toegestaan. Momenteel zijn 5 bouwlagen beoogd.
2.2
Uitgangspunten Voor de modellering van de relevante wegen zijn onderstaande uitgangspunten gehanteerd: ▪ De verkeersgegevens van het prognosejaar 2020 en 2030 aangeleverd door Omgevingsdienst West-Holland d.d. 1 juli 2021; ▪ De gebouwen in de omgeving zijn gemodelleerd op basis van BAG3D. In de verkeersgegevens is rekening gehouden met de ontwikkeling van Offem-Zuid, het planeffect is dus reeds verdisconteerd in de aangeleverde verkeersgegevens. Om de verkeersgegevens voor het jaar 2031 te bepalen is een extrapolatie toegepast van de gegevens van 2020 en 2031 richting 2031. De etmaalintensiteiten zijn daardoor gebaseerd op de groei of krimp tussen 2020 en 2030. Deze trend is per wegvak bepaald en toegepast richting 2031.
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
5
De gehanteerde verkeersgegevens zijn opgenomen in tabel I. tabel I
Verkeersgegevens weekdagetmaal (mvt/etm) voor het jaar 2031
intensiteit weg
mvt/etm
N206
38.542
Beeklaan
Achterweg
Hogeweg
Schiewei
1
12.033
269
649
2.486
1
periodeverdeling
voertuigverdeling [%]
max. snelheid
periode
[%]
licht
middelzwaar
zwaar
[km/u]
D
6,53
94,42
4,27
1,32
80 / 100
A
3,10
97,72
1,54
0,75
N
1,15
92,26
5,05
2,69
D
6,78
97,80
1,85
0,35
A
3,23
99,01
0,88
0,11
N
0,71
97,54
2,00
0,46
D
6,84
100,00
-
-
A
3,44
100,00
-
-
N
0,54
100,00
-
-
D
6,84
100,00
-
-
A
3,44
100,00
-
-
N
0,54
100,00
-
-
D
6,84
99,12
0,64
0,24
A
3,42
99,56
0,35
0,09
N
0,54
99,02
0,68
0,31
50
60
60
602
in deze tabel is de maximale etmaalintensiteit voor de betreffende weg en de daarbij behorende verdeling
opgenomen, in Bijlage D is een volledig overzicht van de gehanteerde invoergegevens opgenomen, in Bijlage A is de gehanteerde wegvaknummering opgenomen. 2
6
de werkelijke rijsnelheid is 30 km/u, gehanteerd zijn de gegevens van de omgevingsdienst
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
3
Wettelijk kader
3.1
Wegverkeerslawaai De regelgeving voor wegverkeerslawaai, met uitzondering voor Rijkswegen, is vastgelegd in de Wet geluidhinder [1]. In artikel 74 van de Wgh is bepaald dat een weg een zone heeft die zich uitstrekt vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg: a. in stedelijk gebied: 1°. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; 2°. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; b. 1°. 2°. 3°.
in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 250 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken of drie of meer sporen: 400 meter; voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter.
De geluidzone van de in dit onderzoek beschouwde weg is als volgt: tabel II
geluidzones onderzochte wegvakken weg
zonebreedte (buiten/binnenstedelijk)
N206 (autoweg)
400 (buitenstedelijk)
Beeklaan
200 (binnenstedelijk)
Achterweg
200 (binnenstedelijk)
Hogeweg
200 (binnenstedelijk)
Voor onderstaande wegen is een uitzondering gemaakt. Deze wegen hebben geen geluidszone. het betreffen dan een weg: a. die gelegen is binnen een als woonerf aangeduid gebied, of b. waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. Dit laatste geldt ook voor de Schiewei die in afwijking van de gegevens van de omgevingsdienst een 30 km/u regime heeft. In het onderhavige onderzoeksgebied is sprake van de aanwezigheid van interne ontsluitingswegen met een maximum snelheid van 30 km/u. Voor deze wegen zijn geen gegevens bekend, deze worden dan ook niet binnen het onderzoek beschouwd. Binnen de geluidszone dient de geluidsbelasting te worden getoetst aan de voorkeursgrenswaarde. De geluidsbelasting wordt uitgedrukt in Lden [dB]. Dit is een dosismaat voor het gewogen gemiddelde geluidniveau per etmaal. De voorkeursgrenswaarde voor het wegverkeerslawaai bij nieuw te bouwen woningen bedraagt Lden = 48 dB. Toetsing aan de voorkeursgrenswaarde vindt plaats per weg. Alvorens de berekende geluidsbelasting wordt getoetst aan de voorkeursgrenswaarde mag, conform artikel art. 110g Wgh [1], een correctie worden toegepast. De hoogte van deze aftrek is aangegeven in artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 [3]. De aftrek is afhankelijk van de ter plaatse als representatief te beschouwen snelheid van de lichte motorvoertuigen: M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
7
Voor rijsnelheden v ≥ 70 km/uur geldt een aftrek: ▪ 4 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 57 dB is. ▪ 3 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 56 dB is; ▪ 2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting. Voor rijsnelheden v < 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden kan in veel gevallen door Burgemeester en Wethouders een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Het verlenen van een hogere waarde moet nader gemotiveerd worden. De (gemeentelijke) ontheffingsgronden zijn in principe vastgesteld in het gemeentelijke geluidsbeleid (zie paragraaf 3.2). De maximale grenswaarde die kan worden verleend is afhankelijk van de situatie en is in beginsel voor stedelijke situaties maximaal 63 dB en voor buitenstedelijke situaties en binnen de geluidszone van een autoweg (hier de N206) maximaal 53 dB. Als de maximale grenswaarde wordt overschreden kunnen woningen alleen worden gerealiseerd met een ‘dove gevel’. Dit is een gevel zonder te openen delen en een geluidswering gebaseerd op een binnenniveau van 33 dB. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden zal onder andere onderzoek moeten plaatsvinden naar de geluidswering van de betreffende woningen. De eisen met betrekking tot de minimale geluidswering van de gevel zijn opgenomen in het Bouwbesluit 2012 [2].
3.2
Gemeentelijk beleid gemeente Noordwijk (Omgevingsdienst West-Holland) Het geluidsbeleid van de gemeente Noordwijk is vastgelegd in de Richtlijnen voor het vaststellen van hogere waarden Wet geluidhinder, Nieuwe situaties [4] van de Omgevingsdienst West-Holland. Hieronder volgen een aantal voor dit onderzoek relevante passages die van toepassing zijn bij het verlenen van een hogere waarde in het kader van de Wet geluidhinder [1]. Hoofdstuk 5 – Vastgesteld beleid en ambities ten aanzien van maatregelen Het belangrijkste algemene criterium geeft aan dat een hogere waarde alleen verleend kan worden als maatregelen ter reductie van de te verwachten gevelbelasting naar de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend zijn. Uiteraard is ook in de wet van na 1 januari 2007 deze voorwaarde teruggekomen. We moeten tenslotte zoveel mogelijk trachten om het aantal geluidgehinderden niet te laten toenemen. In de Duurzaamheidsagenda en in de Geluidnota Leiden zijn de volgende doelstellingen vastgelegd 1: a. De geluidbelasting van alle woningen in de regio beneden het wettelijk vastgestelde niveau van 68 dB realiseren. Nieuwe gevallen van geluidoverlast worden voorkomen. b. Er zijn minder gehinderden door wegverkeer dan in 2003. c.
Bij woningen met een hoge geluidbelasting (hoger dan 52 dB(A) industrielawaai, 53 dB verkeerslawaai of 58 dB railverkeerslawaai) wordt gestreefd naar het behouden of realiseren van in elk geval één stille zijde. d. Verkeersmaatregelen en maatregelen bij bedrijven zijn een belangrijk middel voor het tegengaan van geluidhinder en het voorkomen van nieuwe probleemsituaties. e. Waar nodig en mogelijk wordt stil asfalt toegepast. f. Akoestische compensatie wordt toegepast bij een hogere gevelbelasting dan 52 dB(A) industrielawaai, 53 dB verkeerslawaai of 58 dB railverkeerslawaai. g. Voor industrielawaai is de ambitie een maximale gevelbelasting van 50 dB(A), incidenteel, bij uitzondering tot 55 dB(A) en bij hoge uitzondering tot 57 dB(A). Voor wegverkeerslawaai is de ambitie een maximale gevelbelasting van 48 dB, incidenteel, bij uitzondering 58 dB, en bij hoge uitzondering 63 dB. Voor railverkeerslawaai ligt de ambitie bij maximaal 55 dB, bij uitzondering
8
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
maximaal 63 dB en bij hoge uitzondering maximaal 68 dB. In deze waarden zit enige speling, afhankelijk van het gebiedstype. Het tot 2007 gehanteerde provinciaal beleid dat is afgeleid van de wettelijke eisen: a. Bij een gevelbelasting van meer dan 53 dB verkeerslawaai moet ten minste één van de tot de woning behorende buitenruimten aan een geluidluwe (minder dan 48 dB) gevel gesitueerd zijn. b. Als de geluidsbelasting van de buitenruimte niet tot 48 dB kan worden beperkt, moet de buitenruimte afsluitbaar worden gemaakt. c. Bij aanleg of wijziging van railinfrastructuur is de maximale waarde 63 dB. Alleen als maatregelen om de geluidbelasting te beperken tot 63 dB onvoldoende doeltreffend zijn, of als er bezwaren zijn van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard, kunnen hogere waarden worden vastgesteld tot maximaal 68 dB. Uit bovenstaande doelstellingen en beleidsformuleringen, aangevuld met de geldende wettelijke criteria, zijn de in het volgende hoofdstuk weergegeven en te hanteren criteria geformuleerd. Elk voornemen voor een hogere waarde zal aan deze criteria getoetst worden. Hoofdstuk 6 – Voorwaarden en criteria voor het vaststellen van hogere waarden De criteria zijn onder te verdelen in algemene criteria en specifieke criteria. De algemene criteria gelden in élk geval dat een hogere waarde aangevraagd moet worden.
Dus zowel bij bijvoorbeeld woningen als bij scholen in het geval van zowel industrie-, wegverkeers- als railverkeerslawaai. Daarnaast moet er alleen voor woningen nog één van de aanvullende specifieke criteria van toepassing zijn. Het geluidbeleid van de Omgevingsdienst is er op gericht geen hogere waarden tot de wettelijke maxima te verlenen. Toch kan het in een hoogst uitzonderlijke situatie noodzakelijk zijn wel een hogere waarde vast te stellen dan op basis van het geluidbeleid mogelijk is. Zie hiervoor Hoofdstuk 6.3. Hoofdstuk 6.2 – Specifieke voorwaarden en criteria voor woningen Naast de algemene criteria (criteria Wet geluidhinder) zijn er op basis van de diverse uitvoeringsbesluiten specifiekere criteria opgenomen waaraan voldaan moest worden voor een hogere waarde verzoek. Daarnaast kennen de Duurzaamheidsagenda en de Geluidnota Leiden een aantal ambities op dit gebied. Ook volgt de provincie Zuid-Holland beleid dat grotendeels is afgeleid van de criteria van de Wgh en haar uitvoeringsbesluiten. Deze criteria en ambities zijn noodzakelijk ter voorkoming van een toename van het aantal geluidgehinderden. Uit bovenstaande bronnen is het hieronder weergegeven beleid samengesteld.
Paragraaf 6.2.2 – Specifieke criteria voor vaststellen hogere waarde wegverkeerslawaai Een hogere waarde kan slechts worden verleend als het betreft: 1 woningen die ter plaatse noodzakelijk zijn om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid, of; 2 woningen die in een gemeentelijke structuurvisie worden opgenomen, of; 3 woningen die door de gekozen situering een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen, of; 4 woningen die ter plaatse gesitueerd worden als vervanging van bestaande bebouwing; 5 nog niet geprojecteerde woningen buiten de bebouwde kom die verspreid gesitueerd worden, of; 6 nog niet geprojecteerde woningen binnen de bebouwde kom die door de gekozen situering of bouwvorm een doelmatige akoestisch afschermende functie gaan vervullen voor andere woningen - in aantal ten minste de helft van het aantal woningen waaraan de afschermende functie wordt toegekend -, of voor andere geluidsgevoelige objecten, of; 7 geprojecteerde, in aanbouw zijnde of aanwezige woningen en een nog niet geprojecteerde weg voor zover die weg: a een noodzakelijke verkeers- en vervoersfunctie zal vervullen of M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
9
b een zodanige verkeersverzamelfunctie zal vervullen, dat de aanleg van die weg zal leiden tot aanmerkelijk lagere geluidsbelastingen van woningen binnen de zone van een andere weg. én onder de voorwaarden: 8 bij een gevelbelasting hoger dan 53 dB wordt akoestische compensatie toegepast; 9 voor nog niet geprojecteerde woningen kan alleen een hogere waarde dan 53 dB als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting worden vastgesteld als voldoende verzekerd wordt, dat de verblijfsruimten, alsmede ten minste één van de tot de woning behorende buitenruimten niet aan de uitwendige scheidingsconstructie worden gesitueerd waar de hoogste geluidsbelasting optreedt, tenzij overwegingen van stedenbouw of volkshuisvesting zich daar tegen verzetten; in dat geval wordt de buitenruimte afsluitbaar uitgevoerd.
10 bij een waarde vanaf 53 dB wordt gestreefd naar ten minste één stille gevel (< 48 dB); 11 dove gevels worden bij voorkeur niet toegepast; indien toch noodzakelijk dan maximaal één dove gevel, bij voorkeur niet als voor- of achtergevel; 12 voor nog niet geprojecteerde woningen ter vervanging van bestaande woningen is een hogere waarde alleen mogelijk als de vervanging niet leidt tot: a een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur; b een toename van het aantal geluidgehinderden met meer dan 100, gerekend op bouwplanniveau; 13 de hogere waarde bedraagt niet meer dan 58 dB. Hoofdstuk 6.3 – Hogere waarde dan de maximale waarde geluidbeleid Omgevingsdienst Het geluidbeleid van de Omgevingsdienst is er op gericht om niet tot het wettelijke maximum te gaan. De maximale hogere waarden die nu landelijk wettelijk mogelijk zijn geven niet die kwaliteit van de leefomgeving die de Omgevingsdienst voor ogen heeft. Dit betekent dat de dienst als maximaal mogelijke hogere waarden voor nieuwe woningen, 5 dB lagere normen aanhoudt dan op grond van de Wet geluidhinder maximaal mogelijke waarden.
Op grond van het geluidbeleid van de Omgevingsdienst bedraagt de maximale hogere waarde in principe: ▪ 55 dB(A) voor industrielawaai ▪ 58 dB voor wegverkeerslawaai ▪ 63 dB voor railverkeerslawaai Bij hoge uitzondering kan worden overgegaan tot het verlenen van hogere dan deze waarden tot de, in de Wet geluidhinder vastgelegde, maximale hogere waarden van 60 (65) dB(A) voor industrielawaai, 63 (68) dB wegverkeerslawaai en 68 (71) dB railverkeerslawaai. Hiervoor biedt deze notitie echter niet het (volledige) kader. Voor deze situaties zal een aparte uitgebreide motivering noodzakelijk zijn, waaruit moet blijken waarom de omstandigheden deze uitzonderlijke afwijking van het geluidbeleid rechtvaardigen. De criteria en voorwaarden uit dit hoofdstuk zijn daarbij (met uitzondering van 6.2.1 punt 8, 6.2.2 punt 13 en 6.2.3 punt 10) onverminderd aan de orde. Het is vooraf bijzonder lastig de omstandigheden aan te geven die afwijking van het geluidbeleid rechtvaardigen. De ervaring die de afgelopen jaren is opgedaan met de nieuwe hogere waarde procedure biedt hiervoor een handvat.
10
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
3.3
Cumulatie In de Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 [3] is in bijlage I een rekenmethode opgenomen “cumulatie geluidsbelasting”. Indien de zogenaamde voorkeurswaarde (48 dB wegverkeer, 55 dB railverkeer of 50 dB industrielawaai) wordt overschreden, zal worden vastgesteld of er bijvoorbeeld bij een woning sprake is van een relevante geluidsbelasting vanwege meerdere bronnen. In deze rekenmethode wordt de cumulatieve geluidsbelasting (totaal gesommeerde geluidsbelasting) vanwege de relevante geluidsbronnen bepaald. In artikel 110a van de Wet geluidhinder 2012 [1] staat dat alleen een hogere grenswaarde mag worden vastgesteld als de gecumuleerde geluidsbelastingen niet leiden tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Er dient gemotiveerd te worden dat er rekening is gehouden met eventueel getroffen bron- en overdrachtsmaatregelen.
3.4
Omgevingswet (invoering 1 juli 2022) De regels en grenswaarden zoals van toepassing in de Wet Geluidhinder (Wgh) worden grondig herzien. Dit kan leiden tot een andere afweging van het zelfde plan als de regels uit de omgevingswet worden toegepast. Als een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt gesitueerd in een aandachtsgebied voor geluid, moet de geluidsbelasting worden beoordeeld. De omvang van het aandachtsgebied wordt vastgesteld op basis van berekeningen en zal worden vastgelegd in het nieuw op te stellen register Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG). De omvang van het aandachtsgebied is groter naarmate een weg meer verkeer heeft, hogere rijsnelheiden heeft en is afhankelijk van de wegverharding. Het plan ligt in het aandachtsgebied voor geluid vanwege de gemeentewegen en provinciale wegen. De berekende geluidsbelasting wordt getoetst aan de grenswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), deze zijn als volgt: gemeentewegen: ▪ standaardwaarde 53 dB Lden ▪ grenswaarde 70 dB Lden Op deze waarden geldt geen aftrek, zoals in de Wgh. provinciale wegen (en rijkswegen): ▪ standaardwaarde 50 dB Lden ▪ grenswaarde 60 dB Lden Op deze waarden geldt geen aftrek, zoals in de Wgh. Als niet wordt voldaan aan de standaardwaarde en/of grenswaarden, dan moet dit in het omgevingsplan worden vastgelegd.
Er geldt net als in de huidige wetgeving een verplichting om te onderzoeken of de geluidsbelasting kan worden verminderd en om te motiveren dat geluidsbeperkende maatregelen aan de bron in en overdracht onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Tevens moet gemotiveerd worden dat, indien er sprake is van samenloop van verschillende geluidbronnen, het gecumuleerde geluidsniveau aanvaardbaar is. En er moet aandacht worden geschonken aan de woonkwaliteit door een geluidsluwe gevel te overwegen.
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
11
Gemeente zullen gelijk aan de omgevingswet invulling aan bovenstaande punten in het geluidbeleid. Voor situaties waar de grenswaarde wordt overschreden kan alsnog worden gebouwd, gebruik makende van een ‘niet-geluidsgevoelige gevel’. Deze vervangt de huidige ‘dove gevel’. In een omgevingsplan kan geluid hoger dan de grenswaarde worden toegestaan als maatregelen worden getroffen. Of er worden geen te openen delen opgenomen in de gevel óf er wordt geborgd dat het geluid op de te openen delen aan verblijfsruimten niet hoger is dan de grenswaarde. Verder dient de geluidswering van de gevel 3 dB strenger te worden uitgevoerd (zie Besluit bouwwerken leefomgeving, Bbl). Opgemerkt wordt dat er nieuwe reken- en meetmethoden voor het vaststellen van de geluidsbelasting worden opgenomen in de regelgeving van de Omgevingswet. Dit leidt tot andere rekenresultaten. Naar verwachting zijn die lager (tot -4 dB bij 30 km/u) bij lage snelheden en wat hoger (tot +2 dB bij 130 km/u) bij hogere rijsnelheden. Ten slotte gaan bestaande bestemmingsplannen over in een tijdelijke omgevingsplan totdat een definitief omgevingsplan is vastgesteld. De eerder vastgestelde hogere grenswaarden worden daarbij gerespecteerd. Eerder vastgestelde ‘dove gevels’ worden vanaf dan beoordeeld als ‘niet geluidsgevoelige gevels’.
12
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
4
Berekeningen
4.1
Bepalingsmethode De geluidbelastingsberekeningen zijn, per weg, uitgevoerd volgens de standaard rekenmethode II van het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012 [3]. Bij de berekeningen is uitgegaan van gegevens inzake: ▪ de verkeersintensiteiten, onderverdeeld naar lichte, middelzware en zware motorvoertuigen; ▪ de rijsnelheden; ▪ het type wegdek; ▪ de weghoogte en het wegprofiel. Voorts is rekening gehouden met: ▪ de afstand tussen de weg en de nieuw te bouwen woning; ▪ de aanwezigheid van groenstroken in verband met bodemdemping; ▪ reflecties afkomstig van tegenoverliggende bebouwing; ▪ afscherming vanwege tussenliggende bebouwing, schermen of wallen. De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma geomilieu versie 2021.0. In figuur 3 t/m figuur 6 van Bijlage A is het rekenmodel en de waarneempuntnummering grafisch weergegeven.
4.2
Rekenresultaten
4.2.1
N206 Uit de berekeningen blijkt dat de maximale ontheffingswaarde vanwege de N206 op de appartementengebouwen aan de (zuid)oostelijke zijde wordt overschreden. Ook op twee blokken met rijwoningen/appartementen langs de op-/afrit van de N206 en de Beeklaan is dit het geval. Op de appartementenblokken is sprake van dove gevels op de bovenste bouwlagen, voor de rijwoningen/appartementen gaat het om de eerste en de tweede verdieping, de begane grond is niet doof. De geluidsbelasting bedraagt maximaal Lden = 57 dB na aftrek. De maximale ontheffingswaarde wordt daarmee met 4 dB overschreden. Op de tweedelijns bebouwing in het gebied is op een aantal locaties sprake van een kleine overschrijding van de voorkeursgrenswaarde vanwege de N206. Ook hier zijn hogere waarden nodig. De meeste appartementen met een dove gevel of een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde beschikken niet over een geluidsluwe zijde. Maatregelen zijn nodig, bijvoorbeeld bij de buitenruimtes, om een geluidsluwe gevel te realiseren. De blokken rijwoningen/appartementen met een dove gevel of een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde en de rijwoningen met een overschrijding beschikken allemaal over een (volledig) geluidsluwe zijde.
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
13
4.2.2
Beeklaan Vanwege de Beeklaan is sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. De geluidsbelasting bedraagt maximaal Lden = 52 dB na aftrek. Er is een hogere grenswaarde nodig. Het gaat hier om de rijwoningen die direct langs de Beeklaan liggen. Deze woningen beschikken allemaal over een volledig geluidsluwe zijde.
4.3
Schiewei, Achterweg en Hogeweg Vanwege de Schiewei, Achterweg en Hogeweg is de geluidsbelasting overal lager dan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB.
Een volledig overzicht van de rekenresultaten is per weg, gevel en bouwhoogte opgenomen in Bijlage B.
14
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
5
Bron- en overdrachtsmaatregelen
5.1
Inleiding Onderzocht zijn mogelijkheden om de geluidsbelasting vanwege de N206 en Beeklaan te beperken. Daarvoor zijn maatregelen geselecteerd die zowel de bron- als de overdracht betreffen en mogelijk bruikbaar zijn in deze situatie.
5.2
Omschrijving maatregelen Om de geluidsbelasting van de N206 en de Beeklaan terug te dringen zijn de volgende maatregelen onderzocht: 1 Een stille deklaag van het type SMA-NL8 G+ op de N206 (1.000 meter lang) en de Beeklaan (350 meter lang); 2 een geoptimaliseerde deklaag van het type SMA-NL8 G+ op een deel van de op- en afrit (220/200 meter lang) van de N206 en de Beeklaan (350 meter lang); 3 een diffractor van 1 meter breed en 360 meter lang langs de N206; 4 een absorberend geluidscherm van 6 meter hoog en 400 meter lang langs de N206; 5 een absorberend geluidscherm van 4 meter hoog en 400 meter lang langs de N206; 6 een absorberend geluidscherm van 1 meter hoog en 400 meter lang langs de N206; 7 een absorberend geluidscherm van 6 meter hoog en 400 meter lang langs de N206 en een absorberend scherm van 1,8 meter hoog en 250 meter lang langs de afrit van de N206; 8 een diffractorscherm van 1 meter hoog en 400 meter lang langs de N206; 9 een absorberend geluidscherm van 3 meter hoog en 360 meter lang op eigen terrein; 10 een geluidwal van 3 meter hoog langs de N206 op eigen terrein. Om een indruk te geven van de maatregelen zijn deze hieronder afgebeeld.
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
15
figuur 2
voorbeelden wegdek SMA-NL8 G+, diffractorscherm (4Silence), geluidsscherm (Kokosystems), diffractor langs de weg (4silence), Een visualisatie van de maatregelen in de rekenmodellen is opgenomen in figuur 7 t/m figuur 15, Bijlage C.
5.3
Rekenresultaten maatregelen In tabel III is per maatregelvariant voor de N206 opgenomen wat de effecten bij de woningen en appartementengebouwen zijn. Het effect is het grootst bij de combinatie van een scherm van 6 meter langs de hoofdrijbaan van de N206 en een scherm van 1,8 meter langs de afrit van de N206.
tabel III
Geluidsreducties per maatregelvariant N206 maximale afname
maatregel woningen
16
appartementen
bg
bovenste laag
bg
bovenste laag
1
-2,0
-1,9
-2,0
-2,0
2
-1,6
-1,6
-1,3
-1,3
3
-0,1
-0,1
-1,1
-0,9
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
maximale afname
maatregel woningen
appartementen
bg
bovenste laag
bg
bovenste laag
4
-0,4
-0,3
-5,5
-5,5
5
-0,4
-0,3
-5,2
-4,9
6
-0,1
-0,1
-1,8
-0,9
7
-7,0
-2,5
-7,4
-5,8
8
-0,3
-0,3
-2,9
-1,9
9
-0,2
-0,1
-3,7
-0,7
10
-0,3
-0,1
-3,2
-0,9
Bij maatregelvarianten 1 en 7 is er vanwege de N206 nergens meer sprake van een dove gevel. Binnen maatregelvarianten 4 en 5 is er bij de appartementengebouwen geen sprake van dove gevels meer, bij het blok met rijwoningen aan de Beeklaan en op-/afrit van de N206 is dit dan echter nog steeds het geval. De maatregelvarianten 1, 4, 5 en 7 beschouwen wij als voorkeursvarianten. De overige varianten hebben onvoldoende effect op het bouwplan. In tabel IV is per maatregelvariant voor de Beeklaan opgenomen wat de effecten bij de woningen zijn. Aangezien variant 2 een optimalisatie betreft op een deel van de N206 heeft dit geen effect op de geluidsbelasting vanwege de Beeklaan. De resultaten voor beide maatregelvarianten zijn dan ook gelijk.
tabel IV
Geluidsreducties per maatregelvariant Beeklaan maatregel
maximale afname [dB]
minimale afname [dB[
gemiddelde afname [dB]
1
-1,9
-1,7
-1,8
2
-1,9
-1,7
-1,8
De maatregel wordt getroffen voor de rijwoningen langs de Beeklaan. De afname resulteert in een lagere geluidsbelasting, maar zowel zonder als met maatregel zijn hier hogere waarden nodig. De maatregel op de Beeklaan heeft zoals verwacht nauwelijks effect op de appartementengebouwen. Dat is ook niet noodzakelijk aangezien de geluidsbelasting vanwege de Beeklaan daar lager is dan de voorkeursgrenswaarde.
5.4
Haalbaarheid Uit de analyse van de effectiviteit (zie voorgaande paragraaf 5.3) blijkt dat met name de maatregelen 1, 4, 5 en 7 een wezenlijk effect hebben op de geluid situatie. Deze maatregelen zijn tevens de meest kostbare.
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
17
In tabel V is per maatregel opgenomen wat de geschatte kosten zijn. Dit gaat om kosten op hoofdlijnen bij een instandhouding van 30 jaar. De kentallen voor de wegdekken zijn afkomstig uit onze eigen database, de andere kosten komen uit diverse bronnen.
tabel V
Prijs maatregelvarianten (afgerond) maatregel
kosten per eenheid
eenheid
totaalkosten 30 jaar
kosten t.o.v. duurst
1
€ 108,--
m2
€ 2.600.000,--
62%
2
€ 108,--
m2
€ 820.000,--
20%
3
€ 472,--
m1
€ 185.000,--
4%
4
€ 9.400,--
m1
€ 3.700.000,--
88%
5
€ 6.482,--
m1
€ 2.500.000,--
61%
6
€ 1.998,--
m1
€ 790.000,--
19%
7
€ 9.400,-- / € 1.998,--
m1
€ 4.200.000,--
100%
8
€ 2.470,--
m1
€ 980.000,--
23%
9
€ 5.000,--
m1
€ 1.800.000,--
43%
10*
€ 5.000,--
m1
€ 1.800.000,--
43%
* Kosten voor grondwallen zijn moeilijk in te schatten, om die reden is deze variant hetzelfde geprijsd als een 3 meter hoog scherm..
Voor wat betreft de praktische haalbaarheid van de voorkeursmaatregelen 1, 4, 5 en 7 merken wij het volgende op: ▪ maatregel 1 (en ook maatregel 2) is voor wat betreft de totaalkosten niet te dragen door het plan. Buiten dat is medewerking van de Provincie en gemeente nodig. Dit is een langdurig proces dat qua planning niet haalbaar is voor het plan. ▪ maatregelen 4, 5 en 7 zijn voor wat betreft de totaalkosten niet te dragen door het plan. Geconcludeerd wordt dat de onderzochte maatregelen: ▪ Financieel niet haalbaar zijn omdat het project de benodigde investeringen niet kan dragen; ▪ Uitvoeringstechnisch niet haalbaar zijn omdat het maatregelen betreft die niet op grond van Campri dan wel de gemeente moeten worden gerealiseerd; ▪ Stedenbouwkundig niet wenselijk zijn i.v.m. het blokkeren van stedenbouwkundig belangrijke zichtlijnen/doorkijken.
18
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
6
Beoordeling situatie De eerste vereiste voor het verlenen van een hogere waarde is dat aan een van de voorwaarden onder 1 t/m 7 uit paragraaf 6.2.2. van het geluidbeleid kan worden voldaan. In dit geval wordt in ieder geval voldaan aan voorwaarde 2; Offem-Zuid is opgenomen in de Ruimtelijke Structuurvisie Noordwijk 2030 van de gemeente Noordwijk. Ook in de eerdere structuurvisie was Offem-Zuid opgenomen. Daarnaast moet voldaan worden aan voorwaarde 8 t/m 13 uit paragraaf 6.2.2. van het geluidbeleid. Aan deze voorwaarden kan in onderhavige situatie voldaan worden. De te verlenen hogere waarden zijn niet hoger dan 53 dB, er kan door middel van maatregelen akoestische compensatie toegepast worden en ook kan er met maatregelen specifiek geluidsluwe zijden/buitenruimtes gerealiseerd worden. Op leefniveau nabij de appartementen is er sprake van een geluidsluw gebied in de spie. Dit gebied wordt ingericht als verblijfsgebied. Met het treffen van een of enkele maatregelen op de N206 verbetert de geluidssituatie in het gebied. Daarmee vervalt bij sommige maatregelen de noodzaak van het realiseren van dove gevels. Met het realiseren van een stil wegdek op de Beeklaan tot de rotonde met de Schiewei verbetert de situatie vanwege de Beeklaan ook. Er zijn nog steeds hogere waarden nodig. De voorkeursvarianten voor maatregelen zijn 1, 4, 5 en 7.
Met maatregelvarianten 1 en 7 worden alle dove gevels weggenomen. Maatregelvariant 7 is de duurste van alle varianten. Met maatregelvarianten 4 en 5 blijft er sprake van dove gevels bij de rijwoningen, maar is er geen sprake meer van dove gevels bij de appartementen. Maatregelvariant 4 is de een na duurste variant. Varianten 1 en 5 kosten beiden ongeveer € 2,5 miljoen. Deze maatregelen kosten ongeveer 62% van de duurste variant. Gesteld kan worden dat effectieve maatregelen ook relatief veel kosten. Met het geoptimaliseerde SMA-NL8 G+ uit maatregelvariant 2 kan de situatie langs de Beeklaan aanzienlijk verbeterd worden. Deze variant kost ongeveer € 800.000, een derde van de niet voor de Beeklaan geoptimaliseerde SMA-NL8 G+, maatregelvariant 1. Daarmee is maatregelvariant 2 het meest voor de hand liggend om de situatie vanwege de Beeklaan te verbeteren. De maatregelen zijn om praktische en financiële redenen niet haalbaar (zie 5.4).
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
19
7
Conclusies en aanbevelingen Mees Ruimte & Advies stelt momenteel in opdracht van Campri Vastgoed B.V. een uitwerkingsplan op voor fase 2B en 2C in plan Offem-Zuid te Noordwijk. In fase 2B en 2C worden in totaal maximaal 275 woningen beoogd. In dit kader is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit de berekeningen blijkt dat de maximale ontheffingswaarde vanwege de N206 op de appartementengebouwen aan de (zuid)oostelijke zijde wordt overschreden. Ook op twee blokken met rijwoningen langs de op-/afrit van de N206 en de Beeklaan is dit het geval. Bij de appartementenblokken is sprake van dove gevels op de bovenste bouwlagen, voor de rijwoningen gaat het om de eerste en de tweede verdieping, de begane grond is niet doof. De geluidsbelasting bedraagt maximaal Lden = 57 dB na aftrek. Op de tweedelijns bebouwing in het gebied is op een aantal locaties sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde vanwege de N206. Ook hier zijn hogere waarden nodig. De aan te vragen hogere grenswaarde is 53 dB. Het treffen van maatregelen bij de bron of in de overdracht is alleen voor de hand liggend wanneer er daadwerkelijk een significante verbetering plaatsvindt.
In dit geval is dat het dermate terugdringen van de geluidsbelasting zodat er geen sprake meer is van dove gevels, aangezien de geluidsbelastingen niet zo hoog zijn dat met gevel- en gebouwgebonden maatregelen geen goed woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden. Het blijkt niet haalbaar om effectieve bron- of overdrachtsmaatregelen te treffen. Hogere waarden en dove gevels zijn nodig. De meeste appartementen met een dove gevel of een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde beschikken niet over een geluidsluwe zijde. De blokken rijwoningen/appartementen met een dove gevel of een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde beschikken allemaal over een (volledig) geluidsluwe zijde. Er zijn daarom maatregelen nodig. Indien appartementen worden gebouwd kan gedacht worden aan bijvoorbeeld balkons met beglaasde borstweringen van 1,20 meter hoog en een absorberend plafond. Om meerdere ruimtes aan een balkon aan te sluiten kan ook een glazenwassersbalkon gerealiseerd worden. Met deze overdrachtsmaatregelen aan het gebouw kan de geluidsbelasting op de achterliggende gevel worden teruggedrongen tot onder de maximale ontheffingswaarde. Deze handelswijze is overeenkomstig de Omgevingswet. In de bruidsschat is een bepaling opgenomen dat gevels die beschreven zijn als ‘dove gevel’ worden gewijzigd in ‘niet geluidsbelaste gevels’.
Deze laatste kunnen te openen delen hebben mits die voldoende worden afgeschermd. Aangezien de bouwplannen onder de nieuwe regelgeving worden vergund, zjn de bepalingen uit de Omgevingswet (en bruidsschat) van toepassing. Overleg over de toepassing van de maatregelen is nodig met de Gemeente Noordwijk. Naast de maatregelen aan het gebouw is als compensatie een geluidsluw gebied nabij de appartementen aanwezig in de spie achter de gebouwen. Dit gebied wordt ingericht als verblijfsgebied. Vanwege de Beeklaan is eveneens sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. De geluidsbelasting bedraagt maximaal Lden = 52 dB. Het gaat hier om de rijwoningen die direct langs de Beeklaan liggen. Deze woningen beschikken allemaal over een volledig geluidsluwe zijde. Een stil wegdek op de Beeklaan tot de rotonde met de Schiewei zou de situatie vanwege de Beeklaan kunnen verbeteren. Gezien de hoge geluidsbelasting vanwege de N206 (en de oprit) is het effect beperkt. Er zijn nog steeds hogere waarden nodig.
20
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
8
Benodigde hogere waarden In tabel VI is de lijst met benodigde hogere waarden opgenomen. Het bloknummer betreft de nummering in onze rekenmodellen, zie figuur 3 t/m figuur 6 van Bijlage A.
tabel VI
Lijst met benodigde hogere waarden blok
bron
hogere waarde [dB]
aantal woningen [#]
07
N206
49
2
08
N206
49
1
09
N206
52
1
16
N206
51
2
17
N206
53
16
23
N206
49
1
24
N206
50
2
25
N206
53
1
28
N206
49
1
29
N206
50
2
30
N206
53
30
33
N206
49
4
34
N206
49
4
35
N206
51
1
39
N206
51
6
Beeklaan
52
6
N206
53
8
Beeklaan
52
8
N206
53
9
Beeklaan
50
9
46
N206
53
10
47
N206
53
5
48
N206
51
5
49
N206
53
30
50
N206
53
30
40
45
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
21
9
Ten slotte: Omgevingswet Voorgaande conclusies en aanbevelingen zijn gebaseerd op een toetsing en beoordeling van de geluidsbelasting aan de huidige grenswaarden op basis van de Wet Geluidhinder. Het toetsingsregime wijzigt ingrijpend met de komst van de Omgevingswet. Dat leidt tot andere conclusies, met name voor wat betreft de appartementengebouwen. De hoogst berekende geluidsbelasting op basis van de huidige regels is 57 dB na aftrek. Rekening houdende met de nieuwe rekenregels behorende bij de Omgevingswet is het te verwachten geluid voor dezelfde situatie 59 tot 60 dB. Dit overschrijdt de standaardwaarde voor geluid van provinciale wegen van 50 dB en komt overeen met de grenswaarde van 60 dB. In dat geval zijn ‘dove gevels’ niet meer nodig bij de appartementengebouwen. Er vanuit gaande dat de gemeente het huidige beleid bij hogere geluidsbelastingen handhaaft moeten de woningen nog wel worden voorzien van een geluidsluwe gevel. Om speciale maatregelen bij de appartementengebouwen te voorkomen kan worden overwogen om alleen plandeel 2B uit te werken onder de huidige regelgeving en plandeel 2C met de appartementengebouwen onder te brengen in een omgevingsplan onder de nieuwe regelgeving.
22
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
10
Literatuur
[1]
Wet geluidhinder, Staatsblad 99 van 16 februari 1979 tot en met de wijziging Staatsblad 131 2017 van 17 maart 2017;
[2]
Bouwbesluit 2012, Staatsblad 416 van 29 augustus 2011 inclusief wijzigingen tot en met Staatsblad 268 van 10 juni 2021;
[3]
Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, nr. IENM/BSK-2012/37333, Staatscourant 11810 van 12 juni 2012 inclusief wijzigingen tot en met Staatscourant 63433 van 5 november 2018;
[4]
Richtlijnen voor het vaststellen van hogere waarden Wet geluidhinder, Nieuwe situaties, Omgevingsdienst West-Holland, 4 april 2013.
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
23
Bijlage A
Figuren
24
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
figuur 3
Rekenmodel wegverkeerslawaai
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
25
figuur 4
26
Waarneempuntnummering deel 1
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
figuur 5
Waarneempuntnummering deel 2
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
27
figuur 6
28
Waarneempuntnummering deel 3
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
Bijlage B
Rekenresultaten
M+P.MEES.21.12.2 | 24 februari 2022
29
wnp 01 [1/4] 01 [1/4] 01 [1/4] 01 [1/4] 01 [2/4] 01 [2/4] 01 [2/4] 01 [2/4] 01 [3/4] 01 [3/4] 01 [3/4] 01 [3/4] 01 [4/4] 01 [4/4] 01 [4/4] 01 [4/4] 02 [1/4] 02 [1/4] 02 [1/4] 02 [1/4] 02 [2/4] 02 [2/4] 02 [2/4] 02 [2/4] 02 [3/4] 02 [3/4] 02 [3/4] 02 [3/4] 02 [4/4] 02 [4/4] 02 [4/4] 02 [4/4] 03 [1/4] 03 [1/4] 03 [1/4] 03 [1/4] 03 [2/4] 03 [2/4] 03 [2/4] 03 [2/4] 03 [3/4] 03 [3/4] 03 [3/4] 03 [3/4] 03 [4/4] 03 [4/4] 03 [4/4] 30
hoogte [m] 1,50 4,50 7,50 10,50 1,50 4,50 7,50 10,50 1,50 4,50 7,50 10,50 1,50 4,50 7,50 10,50 1,50 4,50 7,50 10,50 1,50 4,50 7,50 10,50 1,50 4,50 7,50 10,50 1,50 4,50 7,50 10,50 1,50 4,50 7,50 10,50 1,50 4,50 7,50 10,50 1,50 4,50 7,50 10,50 1,50 4,50 7,50