CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A1 - OZ2C_Toelichting

Gemeenteraadsvergadering 24 oktober 2023, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Offem Zuid tweede fase deel C (Campri)21.431 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Vastgesteld bestemmingsplan

Vastgesteld bestemmingsplan

Zaaknummer

: NL.IMRO.0575.BPOffemZuid2C-VA01

Onderwerp

: Toelichting - Offem-Zuid, tweede fase deel C - 2023

Datum

: 10 juli 2023

Pagina 2 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

Inhoudsopgave Voorwoord ..........................................................................................................................................4 Samenvatting ......................................................................................................................................4 Bestemmingsplan ...............................................................................................................................4 Leeswijzer ..........................................................................................................................................5 1.

Beschrijving projectgebied ..........................................................................................................6

2.

Beschrijving plan ....................................................................................................................... 11

3.

Beleidskader ............................................................................................................................. 19

4.

Omgevingsaspecten .................................................................................................................. 31

5.

Juridische planbeschrijving ....................................................................................................... 56

6.

Uitvoerbaarheid ......................................................................................................................... 58

Bijlagen ............................................................................................................................................ 59

Pagina 3 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

Voorwoord Het projectgebied maakt onderdeel uit van het nieuwe woongebied Offem-Zuid te Noordwijk en betreft de tweede uitwerkingsfase. Voor het gehele gebied is het bestemmingsplan 'Offem-Zuid' op 27 juni 2013 door de raad van de gemeente Noordwijk vastgesteld. Dit plan is op 4 februari 2015 onherroepelijk geworden. In het bestemmingsplan is de bouw van maximaal 750 woningen, waarvan minimaal 30% in de sociale woningbouw, mogelijk gemaakt middels een uitwerkingsbevoegdheid. Om invulling te geven aan deze uitwerkingsbevoegdheid, zijn reeds diverse uitwerkingsplannen opgesteld. Voor de eerste fase is op 21 februari 2017 het uitwerkingsplan 'Offem-Zuid, eerste fase' vastgesteld. Voor de tweede fase zijn op 23 maart 2021 en 8 november 2022 respectievelijk de uitwerkingsplannen ‘Offem-Zuid, tweede fase deel A’ en ‘Offem-Zuid, tweede fase deel B’ vastgesteld. Voor de derde fase is op 16 februari 2021 het uitwerkingsplan ‘Offem-Zuid, derde fase’ vastgesteld. Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op ‘Offem-Zuid, tweede fase deel C. Met betrekking tot de beoogde bouwhoogte, voldoet het bouwplan voor het projectgebied ter plaatse van Offem-Zuid, tweede fase, deel C, niet aan de uitwerkingsregels zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Offem-Zuid’.

Het voorliggende bestemmingsplan vormt het planologisch kader om voor de tweede fase, deel C, over te kunnen gaan tot het realiseren van woningbouw tot de gewenste bouwhoogte. In het bestemmingsplan van het grotere plangebied Offem-Zuid wordt de uitwerking tot realisatie van maximaal 750 woningen mogelijk gemaakt. In de uitwerkingsplannen 'Offem-Zuid, eerste fase', ‘Offem-Zuid, tweede fase deel A’ en ‘Offem-Zuid, derde fase’ is reeds planologisch ruimte geboden aan in totaal 475 woningen (respectievelijk 240 + 175 + 60 woningen). Het in voorbereiding zijnde uitwerkingsplan voor ‘Offem-Zuid, tweede fase deel B’ biedt ruimte aan 192 woningen. In voorliggend bestemmingsplan ‘Offem-Zuid, tweede fase deel C’ wordt uitgegaan van een woningbouwprogramma van maximaal 83 woningen. Het maximum aantal woningen van 750 voor het grotere plangebied Offem-Zuid wordt zodoende niet overschreden.

Samenvatting Het doel van voorliggend bestemmingsplan is om de woningbouwontwikkeling op de toekomstige bouwlocatie, ter plaatse van Offem-Zuid tweede fase deel C, planologisch mogelijk te maken.

Bestemmingsplan Opzet In de gemeente Noordwijk is het, mede gezien recent geactualiseerde bestemmingsplannen, gebruikelijk om een gedetailleerd bestemmingsplan op te stellen. In dit bestemmingsplan is expliciet gekozen om qua woonbestemming, globaal te bestemmen in plaats van gedetailleerd. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om in te kunnen spelen op de gewijzigde (woon)behoefte en marktontwikkelingen. Een globaal bestemmingsplan is op deze manier langer actueel. Dit is noodzakelijk, gezien de relatief lange termijn waarin het plan zal worden ontwikkeld. Globaal bestemmen kan op verschillende manieren vorm krijgen. Zo kan voor het gehele gebied één bestemming worden opgenomen, waaronder tevens functies als wegen, groen en water zijn toegestaan. Daarnaast is bestemmen mogelijk door de water-, groen-, en wegenstructuur vast te leggen, maar door flexibiliteit te houden binnen de woonbestemming. In dit bestemmingsplan is voor de laatste variant gekozen. Op de verbeelding zijn bouwvlakken aangegeven, maar waar de verschillende typen woningen exact worden gesitueerd, is nog niet vastgelegd. Hierdoor ontstaat evenwicht in de gewenste flexibiliteit en zekerheid.

Pagina 4 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

Wel vraagt het globale bestemmen om meer zorgvuldigheid, gezien de mate van concreetheid over de locatie waar de woningen en bijbehorende bouwwerken exact worden gerealiseerd. Er is overeenstemming over het stedenbouwkundig plan voor Offem Zuid. Dit plan vormt de onderlegger voor alle uitwerkingsplannen en nu ook voor dit bestemmingsplan. Bij het bestemmingsplan behorende stukken Het bestemmingsplan 'Offem-Zuid, tweede fase deel C’ bestaat, naast deze toelichting, uit een verbeelding en regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar worden beoordeeld. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het projectgebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

Leeswijzer De toelichting is als volgt opgebouwd: • •

Hoofdstuk 1 bevat een beschrijving van het plangebied en het projectgebied; Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van het beoogde plan;

• •

Hoofdstuk 3 bevat de beleidskaders op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau; In hoofdstuk 4 worden de gevolgen of effecten van de milieutechnische aspecten

•

beschreven; In hoofdstuk 5 wordt de opbouw van de regels behandeld;

•

Hoofdstuk 6 behandelt de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

Pagina 5 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

1.

Beschrijving projectgebied

1.1

Ligging projectgebied

Het projectgebied ‘Offem-Zuid, tweede fase deel C’, waar voorliggend bestemmingsplan betrekking op heeft, maakt onderdeel uit van een groter plangebied ‘Offem-Zuid’. Het gehele plangebied 'Offem-Zuid' is gelegen aan de zuidoostkant van Noordwijk. Het gehele plangebied van Offem-Zuid is op onderstaande figuur globaal weergeven.

Figuur 1: Globale weergave totale plan gebied Offem-Zuid (bron: Google Maps )

Het projectgebied van 'Offem-Zuid, tweede fase deel C', is op de hiernavolgende figuur bij benadering weergegeven en heeft een oppervlakte van circa 12.000-13.000 m 2 . De locatie wordt globaal begrensd door:  Het projectgebied van Offem-Zuid, tweede fase deel B, ten noorden en westen; 

het nader uit te werken plandeel van Offem-Zuid, ten behoeve van een invulling met natuur, en verderop een bestaande bosschage ten oosten;

de Beeklaan (N451) ten zuiden.

Pagina 6 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

Figuur 2: Projectgebied 'Offem-Zuid, tweede fase deel C’, projectgebied globaal rood omlijnd (bron: eigen bewerkin g, luchtfoto PD OK)

In voorliggend bestemmingsplan wordt de gehele ontwikkeling Offem-Zuid aangeduid als 'plangebied'. De tweede fase, deel C van de uitwerking, welke betrekking heeft op voorliggend bestemmingsplan, wordt beschouwd als 'het projectgebied'. 1.2

Vigerende ruimtelijke plannen

Ter plaatse van het projectgebied gelden diverse ruimtelijke plannen. Deze paragraaf bevat een beschouwing van de van toepassing zijnde plannen. Bestemmingsplan 'Offem- Zuid' Het meest relevante plan is het bestemmingsplan 'Offem-Zuid' met kenmerk NL.IMRO.0575.BPOffemZuid-VA01, zoals door de gemeenteraad is vastgesteld op 27 juni 2013. Het geldende bestemmingsplan kent een globaal karakter en dient nog nader door het college van burgemeester en wethouders uitgewerkt te worden.

Pagina 7 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

Figuur 3: Vigerend planologis ch regim e, projectgebie d globaal rood omlijnd (bron: Ruimtelijke plannen)

Het projectgebied kent de enkelbestemming 'Woongebied - Uit te werken'. Daarnaast kent de locatie gedeeltelijk de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en ‘Leiding – Gas’. Aanvullend zijn de gebiedsaanduidingen 'milieuzone - geurzone' en 'veiligheidszone – invloedsgebied’ deels van toepassing. De voor ‘Woongebied ‘Uit te werken’ aangewezen gronden zijn bestemd voor onder andere wonen, beroep aan huis, tuinen en erven, verkeersvoorzieningen, groen- en speelvoorzieningen, water en geluidwerende voorzeiningen. Voor het bouwen van woningen geldt dat de bouwhoogte van gestapelde woningen ten hoogste 13 meter mag bedragen. De beoogde ontwikkeling behelst de bouw van drie gestapelde woongebouwen, met een bouwhoogte van meer dan 13 meter, waardoor de beoogde ontwikkeling strijdig is met de bouwregels. De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. De gemeente heeft een wijzigingsplan vastgesteld, waarmee deze dubbelbestemming gedeeltelijk is aangepast (zie navolgende alinea). Het aspect archeologie komt tevens aan bod in paragraaf 4.8 (archeologie en cultuurhistorie). Binnen de gebiedsaanduiding 'milieuzone - geurzone' mogen in principe geen geurgevoelige objecten (zoals woningen) worden gerealiseerd.

Echter heeft de gemeente een wijzigingsplan vastgesteld, waarin de betreffende geurzone is aangepast (zie navolgende alinea). Het aspect geur komt tevens nader aan bod in paragraaf 4.5 (bedrijven en milieuzonering). Binnen de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – invloedsgebied’ mag geen woonzorgvoorziening worden gebouwd. Een woonvoorziening is in het projectgebied niet beoogd.

Pagina 8 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

Wijzigingsplan 'Verwijderen geurzone en Waarde - Archeologie 2 Offem-Zuid en Landelijk gebied' Het wijzigingsplan 'Verwijderen geurzone en Waarde - Archeologie 2 Offem-Zuid en Landelijk gebied' met kenmerk NL.IMRO.0575.WPOZLGgeurarcheo-VA01 is op 18 september 2018 vastgesteld. In het kader van het bestemmingsplan 'Offem-Zuid', het uitwerkingsplan 'Offem-Zuid, eerste fase' en het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied’ is voor een tweetal onderwerpen dit wijzigingsplan door het college vastgesteld: het verkleinen van de geurzone en het wegnemen van de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 2’.

Figuur 4: Weergave wijzigingsplan ‘Ver wijderen geurzone en Waar de Archeologie 2 Offem Zuid en Landelijk gebied’, projectgebied globaal rood omlijnd (bron: Ruim telij ke plannen)

Verwijdering geurzone In het bestemmingsplan 'Offem-Zuid' wordt middels een uitwerkingsbevoegdheid de bouw van maximaal 750 nieuwbouwwoningen mogelijk gemaakt. Uit onderzoek dat voorafgaand aan dit bestemmingsplan is uitgevoerd, is gebleken dat een deel van de geplande woningen gelegen is binnen de invloedsfeer van het composteerbedrijf Gebr. Van der Putten, voor wat betreft het aspect geur. Om die reden is voor een deel van het projectgebied een gebiedsaanduiding 'milieuzone geurzone' opgenomen in het bestemmingsplan. Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarin is bepaald dat de geurzone geheel of gedeeltelijk verwijderd mag worden indien vaststaat dat er minder respectievelijk geen sprake meer is van geurhinder. In december 2014 is een geuronderzoek uitgevoerd om inzicht te geven op welke wijze ter plaatse van de beoogde woningbouw tot een acceptabel geurhinderniveau kan worden gekomen. Inmiddels is voor het composteerbedrijf Gebr. Van der Putten een revisievergunning verleend. Binnen deze nieuwe milieuvergunning zijn de werkprocessen dusdanig gewijzigd dat de geurzone voor wat betreft het

Pagina 9 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

projectgebied van het bestemmingsplan ‘Offem-Zuid, tweede fase deel C’ geheel kan worden verwijderd. Vermindering archeologische onderzoeksplicht Het wijzigingsplan 'Verwijderen geurzone en Waarde - Archeologie 2 Offem-Zuid en Landelijk gebied' heeft, met betrekking tot het archeologische aspect, tot doel om binnen het woongebied Offem-Zuid de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' te verwijderen voor de gronden die zijn vrijgesteld van nader archeologisch onderzoek. Voor wat betreft het projectgebied van het bestemmingsplan ‘Offem-Zuid, tweede fase deel C’ komt de archeologische onderzoeksplicht daardoor gedeeltelijk te vervallen. Met het wijzigingsplan 'Verwijderen geurzone en Waarde - Archeologie 2 Offem-Zuid en Landelijk gebied' is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ in die betreffende zones verwijderd. Bestemmingsplan 'Paraplu Bestemmingsplan Parkeren' Het bestemmingsplan 'Paraplu Bestemmingsplan Parkeren' met kenmerk NL.IMRO.0575.BPPLUparkeren-VA01 is vastgesteld op 15 maart 2018. Dit bestemmingsplan is van toepassing op het gehele grondgebied van de gemeente Noordwijk. De gemeente Noordwijk heeft nieuw parkeerbeleid vastgesteld. Op basis daarvan is een Nota Parkeernormen opgesteld. Voorheen kon de juridische verankering van parkeernormen worden geborgd via de bouwverordening.

Door wijzigingen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de juridische borging van dit parkeerbeleid nu te gebeuren via het bestemmingsplan. Om deze reden is voor het gehele grondgebied van de gemeente Noordwijk een partiële herziening opgesteld, die aanvullend geldt op de vigerende bestemmingsplannen. In paragraaf 4.10 (verkeer- en parkeeraspecten) is het parkeerbeleid nader toegelicht. Ontwerp bestemmingsplan ‘Parapluplan Gebruik Woningen’ Het ontwerp bestemmingsplan ‘Parapluplan Gebruik Woningen’ met kenmerk NL.IMRO.0575.BPPLUGebruikwoning-ON02 is vanaf woensdag 6 april 2022 tot en met dinsdag 17 mei 2022 ter inzage gelegd door het college van B&W. Dit parapluplan heeft betrekking op het gehele grondgebied van de gemeente Noordwijk. Ter plaatse van het projectgebied zijn de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – regels huisvesting’ en ‘overige zone – woonkern’ opgenomen. Aangezien het ontwerp-bestemmingsplan ‘Parapluplan Gebruik Woningen’ op het moment van dit schrijven nog niet in werking is getreden, betreft dit (nog) geen geldend planologisch kader. Volledigheidshalve wordt het ontwerp-bestemmingsplan toch nader toegelicht. Het bestemmingsplan ‘Parapluplan Gebruik woningen’ biedt het juridisch en planologisch kader voor de verankering van de beleidsnota Gebruik Woningen die door de gemeenteraad in februari 2021 is vastgesteld.

Het bestemmingsplan heeft alleen betrekking op die onderdelen waarover expliciet iets wordt gezegd in de planregels. In dit geval zijn dat de regels om het gebruik anders dan waarvoor de woning is bestemd tegen te gaan. Hierbij gaat het niet alleen om structurele toeristische verhuur en gebruik van woningen, maar ook om andere (tijdelijk) verblijfsvormen zoals het verblijf van meerdere personen, niet zijnde één huishouden, in een woning. Zo wordt vakantieverhuur van de eigen woning (tot 30 dagen per kalenderjaar) toegestaan en wordt een zone aangewezen waar een tweede woning voor eigen gebruik wordt toegestaan. Short stay is in dit paraplubestemmingsplan als strijdig gebruik opgenomen.

Pagina 10 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

2.

Beschrijving plan

2.1 Huidige situatie Het projectgebied is in het verleden in gebruik geweest ten behoeve van agrarische doeleinden en (glas)tuinbouw. In de huidige situatie is het terrein onbebouwd. Het betreft een grasland met in de zuidoostelijke hoek wat groene bosschages. 2.1.2 Ruimtelijke structuur De naam Offem-Zuid vindt haar oorsprong in de ligging ten zuiden van het landgoed Offem. De Woensdagse Watering ten noorden van het plangebied vormt een ruimtelijke overgang van het beboste landgoed naar het open landelijk gebied van Offem-Zuid. De Beeklaan (N451) aan de zuidzijde scheidt het projectgebied af van het omliggende landelijke gebied. Ten westen van het projectgebied ligt het plangebied van Offem-Zuid, tweede fase deel B. Via de Achterweg, welke is gelegen ten westen van de tweede fase deel B, onderhoudt de toekomstige nieuwbouwwijk een functionele verbinding met het omliggende agrarische gebied ten zuiden van de Beeklaan (N451). Nabij de kruising van de Hogeweg met de Achterweg ligt een brug over de Woensdagse Watering naar de Nachtegaalslaan. De Nachtegaalslaan is via deze brug alleen voor fietsers, voetgangers en bestemmingsverkeer voor het landgoed bereikbaar. Deze route zorgt voor een verbinding van het projectgebied langs het landgoed Offem met de wijk Boechorst. 2.1.2 Functionele structuur Het projectgebied betreft een braakliggend terrein.

De verderop ten westen van het projectgebied gelegen Achterweg loopt middels een viaduct onder de Beeklaan (N451) door. Langs de Beeklaan (N451) en om het viaduct, aan de zuidzijde van het projectgebied, ligt een ondergrondse gasleiding. 2.2 Toekomstige situatie Het plangebied Offem-Zuid kent drie eigenaren en wordt middels vijf verschillende planologische procedures uitgewerkt (eerste fase, tweede fase delen A t/m C en derde fase). In onderstaande figuur is de grondeigendomssituatie weergegeven. Voor de eerste fase, voor de tweede fase deel A, tweede fase deel B en voor de derde fase zijn inmiddels reeds uitwerkingsplannen vastgesteld.

Pagina 11 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

Figuur 7: Verdeling grondeigendomssituatie en fasering Offem-Zuid, projectgebied globaal omlijn d met blauwe stippellijn, z ie “2C” (bron: eigen bewerking, verbeelding Ruim telij ke plannen)

Ten behoeve van de herontwikkeling van de tweede fase is een stedenbouwkundige verkaveling opgesteld. In de verkaveling komt een diversiteit aan woningtypen voor, waaronder herenhuizen, twee-onder-één-kapwoningen, rijwoningen, vrijstaande woningen, grote appartementen, sociale huurappartementen en sociale koopwoningen. Op deze manier worden woningen in verschillende prijsklassen gerealiseerd, met als doel een gedifferentieerde woonwijk. Hierbij worden de richtlijnen van de Woonagenda 2016-2020 als uitgangspunt genomen. Dit is nader gemotiveerd in paragraaf 3.4.3. De globale wijze van bestemmen, zoals beschreven in paragraaf 1.3, biedt mogelijkheid om de daadwerkelijke invulling bij realisatie af te stemmen op de actuele vraag uit de markt. Dit gebeurt binnen de randvoorwaarden van de uitwerkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan 'Offem Zuid'. In onderstaande figuur is het voorlopige verkavelingsplan van de tweede fase deel C weergegeven en rood omlijnd. De verkaveling van de tweede fase deel A en tweede fase deel B is tevens in de weergave opgenomen.

Pagina 12 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

deel A deel B

deel C

Figuur 8: Voorlopige verkavelingsstu die ‘Offem-Zuid tweede fase’, projectgebied deel C globaal rood omlijnd (bron: Campri, d.d 12 februari 2020)

De hoofdontsluiting van het nieuwe woongebied wordt voor het autoverkeer gesitueerd aan de westzijde van het woongebied en wordt via het projectgebied van Offem-Zuid, eerste fase naar de nieuwe rotonde aan de Beeklaan (N451) geleid. Vanaf de nieuwe rotonde wordt het verkeer via de Beeklaan ontsloten in de richting van de N206 of de oude kern van Noordwijk. Door in het hart van Offem-Zuid een Nieuwe Voorstraat aan te leggen, wordt deze unieke kwaliteit van het dorp Noordwijk-Binnen op een hernieuwde wijze ingebracht in het projectgebied. In paragraaf 4.10 is beschreven op welke wijze is gewaarborgd dat de woningen worden voorzien van voldoende parkeergelegenheid. In de stedenbouwkundige onderlegger is voorzien in de ontwikkeling van water- en groenvoorzieningen. In het plangebied wordt open water aangelegd. 2.3 Beeldkwaliteit Een beeldkwaliteitsplan biedt het kader voor de gewenste beeldkwaliteit van zowel de bebouwing als de buitenruimte waarbinnen toekomstige ontwikkelingen gerealiseerd kunnen worden. Hierbij kan concreet gedacht worden aan stedenbouwkundige eenheden, materiaal en kleurgebruik, beplantingssoorten en het na te streven beeld. In opdracht van de gemeente Noordwijk is 'Beeldkwaliteitsplan Offem Zuid' opgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan biedt de overstijgende pijlers die het fundament vormen voor het gehele masterplan.

Het fundament voor de visie op Offem-Zuid wordt gevormd door een vijftal pijlers. Hiermee wordt geanticipeerd op bestaande visies en bestaand beleid. De vijf pijlers zijn hieronder toegelicht.

Pagina 13 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

1. Verschil maken tussen strandwal en strandvlakte Dit is gedaan door op de strandwal meer een blokkenstructuur te introduceren en op de strandvlakte juist te kiezen voor stroken. Op de strandwal is dit zichtbaar door waterpartijen die “gemaakt” zijn (landgoedallure) en op de strandvlakte is meer sprake van natuurlijker water qua karakter. In het stedenbouwkundig plan is nadrukkelijk verschil gemaakt door de Achterweg als grens te beschouwen. 2. Stevige landschappelijke inbedding Dit betreft een hoogte opbouw qua massa en typologie, laag bij landgoed Offem en hoger bij de Beeklaan (N451), maar ook een markant gebouw aan de N206. Langs de Beeklaan komt een robuuste groenstructuur (waar kan) met bomen en een stevige onderlaag van heesters. Parallel aan de Beeklaan ligt een watergang die zorg draagt voor een goede waterhuishouding. 3. Hoofdverkavelingsrichting enten op oorspronkelijke verkaveling In de oude kaarten en hedendaags is er een markante verkaveling waar te nemen. Ten westen van de Achterweg ligt de verkaveling parallel aan de Achterweg en ten oosten juist dwars erop. In de stedenbouwkundige visie is deze kavelrichting gerespecteerd en gebruikt om richting te geven aan de verkaveling. Tevens versterkt dat het verschil tussen strandwal en strandvlakte. Daarnaast bieden lange lijnen tussen de Beeklaan en landgoed Offem zicht op het landgoed. 4.

Koppeling Offem-Zuid aan Noordwijk door middel van doortrekken van de Voorstraat De locatie Offem-Zuid ligt aan de zuidkant van de Herenweg/Nieuwe Offemweg. Dit is een doorgaande weg en veroorzaakt dat Offem-Zuid het gevoel krijgt nergens bij te horen. Door in het hart van Offem-Zuid een verlengde Voorstraat aan te leggen wordt deze unieke kwaliteit van het dorp Noordwijk op een hernieuwde wijze ingebracht in het plangebied. Dit geeft identiteit en bedding in het gebied door een levendig straat- en gevelbeeld. Tevens biedt een verlengde Voorstraat een comfortabele rechtstreekse route voor de voetganger en fietser naar het centrum. 5. Ontsluiting vanaf de Beeklaan (N451) In de stedenbouwkundige onderlegger is een nieuwe rotonde op de Beeklaan (N451) waarmee de wijk ontsloten wordt. Verder is het projectgebied op een heldere manier ontsloten.

Figuur 9: Hoofdopzet van de wij k (bron : beeldkwaliteits plan Offem-Zuid, fase 1)

Pagina 14 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

In de tekening en in de stedenbouwkundige onderlegger is goed te zien hoe deze pijlers de wijk vormen. De oorspronkelijke verkaveling is goed terug te zien in de hoofdopzet van de wijk. Twee lange slagen in het oorspronkelijk landschap zijn getransformeerd naar een ritme van groene, waterrijke lijnen door de wijk. Elke lijn krijgt zijn eigen sfeer, profielbreedte, water, groen en voorzieningen (speelplek, zitje). In de lommerrijke straten wordt geparkeerd, maar er is altijd ruimte aanwezig voor een groene invulling. Een lange lijn (slag) is verbijzonderd als entree van de wijk en kenmerkt zich door een ruim opgezet groen en waterrijk profiel. Het water is een natuurlijk ogende singel met zicht op de beboste randen van het aangrenzende landgoed Offem. Dwars op de lange slagen ligt de Nieuwe Voorstraat (aangeduid met ‘verlengde Voorstraat’ in voorgaande afbeelding). Dit wordt een herinterpretatie van de bestaande Voorstraat, een mooie dorpsstraat met een voornaam karakter. Een straat met groene plekken, waarin de auto aanwezig is maar een ondergeschikte rol speelt. Woningen met een sterk individueel karakter vormen tezamen een gemêleerd, maar genuanceerd beeld. Een andere dwarslijn op de lange slagen is de “Landgoedzone”. Dit is een lommerrijke straat waarin de woningen met grote tuinen de sfeer bepalen. Het woningprogramma is verdeeld over vijf zones.

De zonering is in de hierna volgende figuur schematisch weergegeven.

Figuur 10: Aanzet tot beeldkwaliteit

De hoofdthema's binnen de eerste fase zijn: • • • •

•

Het realiseren van heldere buurtjes, straten en eenheden, door middel van een robuuste grens tussen openbaar en privé en een in massa en korrel egale opbouw; Het vergroten van herkenbaarheid door het gebruik maken van heldere (archaïsche) bouwvolumes en vormen; Eigenheid van de wijk, waarbij qua stijl en vormgeving moet worden gezocht naar een moderne, robuuste, eigentijdse, nieuwe Noordwijkse stijl; Een dorpse uitstraling door de meerderheid van de woningen te voorzien van een kap en met materialen en kleuren te werken die refereren naar het oude dorp en landgoederen. De woningen uitnodigend en integraal te ontwerpen met de buitenruimte; Ontsluiting van de wijk vindt plaats op de Beeklaan (N451). Hiertoe wordt een nieuwe rotonde gerealiseerd.

Pagina 15 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

Deze thema's worden door de verschillende deelgebieden heen gerespecteerd en vormen zo het fundament van de wijk. Aan de Nieuwe Voorstraat ontstaan bijzondere plekken met verschillende verschijningsvormen, zoals pleintjes, hofjes en singels. De Nieuwe Voorstraat wordt voorbij de Achterweg doorgetrokken. Een lange brink met bomen vormt het einde van de Nieuwe Voorstraat. De Achterweg zal als belangrijke fietsverbinding grotendeels het huidige karakter behouden. Offem-Zuid profileert zich aan de Beeklaan (N451) en vanaf de N206 als nieuwe dorpsrand van Noordwijk. Op de kop van Offem-Zuid is daarom ruimte voor een bijzondere invulling die met name het landelijke karakter moet uitdragen. Het erf vormt een afwijkende afronding van de woonwijk, met een eigen inrichtingswijze en een hiërarchische opbouw van woningen en bijgebouwen met een robuuste uitstraling. Tussen de N206 en de eerste woningen van Offem-Zuid zit een ecologische zone van ongeveer 100 meter breed en 350 meter lang. Dit gebied vormt enerzijds een groene begeleiding van de N206 en is anderzijds de groene uitloper van de nieuwe woonwijk Offem-Zuid. De Nieuwe Voorstraat vormt een van de hoofdroutes voor langzaam éénrichtingsverkeer naar de dorpskern van Noordwijk. Het parkeerregime van de wijk is geregeld door parkeren op eigen erf, in parkeerhoven binnen het bouwblok en parkeren op straat.

De parkeergelegenheden hebben een groene uitstraling door zoveel mogelijk te parkeren onder de bomen. 2.4 Randvoorwaarden uit het bestemmingsplan 2.4.1 De uitwerkingsregels Op grond van artikel 10 'Woongebied - Uit te werken' van het geldende bestemmingsplan 'Offem-Zuid' kunnen burgemeester en wethouders het plan in zijn geheel of in gedeelten uitwerken. Hieronder is het betreffende artikel opgenomen. 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied - Uit te werken' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

wonen, beroep aan huis, tuinen en erven, woonzorgvoorziening, medische voorzieningen, zoals artsen, tandartsen, fysiotherapeuten, verkeersvoorzieningen, groen- en speelvoorzieningen, water, geluidwerende voorzieningen, bij een en ander behorende in- en uitritten, parkeervoorzieningen en andere voorzieningen, waaronder begrepen nutsvoorzieningen.

10.2 Uitwerkingsregels Burgemeester en wethouders werken het plan, voor zover betreft de gronden als bedoeld in lid 10.1, in zijn geheel of in gedeelten uit volgens de volgende regels: a. b.

op en in de gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd; voor het bouwen ten aanzien van woningen en woonzorgvoorziening gelden de volgende bepalingen: 1. het aantal woningen mag maximaal 750 bedragen waarvan minimaal 30 % uit sociale woningbouw bestaat;

Pagina 16 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

2. 3. 4. 5.

c.

d.

e. f. g. h.

de bouwhoogte van grondgebonden woningen mag ten hoogste 10 m bedragen; de bouwhoogte van gestapelde woningen mag ten hoogste 13 m bedragen; de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer dan 2 m bedragen; het woonzorgvoorziening mag niet worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - invloedsgebied'. voor het bouwen ten aanzien van nutsvoorzieningen gelden de volgende bepalingen: 1. de inhoud van gebouwen mag niet meer dan 60 m³ bedragen; 2. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan 4 m bedragen; 3. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer dan 2 m bedragen. voor het bouwen ten aanzien van verkeersvoorzieningen gelden de volgende bepalingen: 1. de inhoud van gebouwen mag niet meer dan 25 m³ bedragen; 2. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan 3 m bedragen; 3. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer dan 10 m bedragen.

op de gronden als bedoeld in lid 10.1 moet 15% van de toename van verhard oppervlak worden gecompenseerd in de vorm van open water; bij uitwerking dient de ontsluiting van het gebied in ieder geval plaats te vinden op de verlengde Beeklaan; er dient te worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen overeenkomstig de normen als opgenomen in bijlage 3 (Parkeernormen) van deze regels; ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - leiding' mag het uitwerken slechts zodanig geschieden dat daar geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen, waaronder in ieder geval zijn begrepen woningen, kunnen worden gerealiseerd.

10.3 Bouwregels Zolang en voor zover een uitwerking nog geen rechtskracht heeft gekregen, mag in het desbetreffende deel van het plan niet worden gebouwd. 10.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 10.3 indien het betreffende bouwwerk in overeenstemming is met het ontwerp van de uitwerking. 2.4.2 Beoordeling uitwerkingsbevoegdheid Voorliggend bestemmingsplan ‘Offem-Zuid, tweede fase deel C’ voldoet niet geheel aan de voorwaarden van de uitwerkingsbevoegdheid. De beoogde ontwikkeling van woongebouwen met een bouwhoogte van meer dan 13 meter, zorgt namelijk voor strijdigheid met artikel 10.2, lid b, van het bestemmingsplan ‘Offem-Zuid’. Aan de overige voorwaarden wordt wel voldaan. In onderstaand overzicht worden de voorwaarden (zoals opgenomen in artikel 10.2 Uitwerkingsregels van het bestemmingsplan ‘Offem-Zuid’) beoordeeld. a. b.

in het voorliggende bestemmingsplan worden uitsluitend woningen mogelijk gemaakt, inclusief bijbehorende tuinen, erven en openbaar gebied, zoals wegen, groenvoorzieningen en water; op basis van de uitwerkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan 'Offem-Zuid' worden maximaal 750 woningen toegestaan. In de eerste fase, tweede fase deel A en derde fase zijn reeds 475 woningen mogelijk gemaakt. Dit betekent dat voor de resterende uitwerkingen, zijnde de tweede fase deel B en C, maximaal 275 woningen zijn gereserveerd. In het uitwerkingsplan voor de tweede fase deel B worden maximaal 192 woningen mogelijk gemaakt. Voorliggend bestemmingsplan voor de tweede fase deel C maakt maximaal 83 woningen mogelijk. Daarnaast is in het programma van de tweede fase deel A, B en C van de uitwerking gezamenlijk sprake van minimaal 30% sociale woningbouw. De maximum woningaantallen worden zodoende niet overschreden.

Pagina 17 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

c. d. e.

f. g. h.

Wel vindt met de te realiseren woningen in tweede fase, deel C, een overschrijding plaats van de in het artikel vastgestelde maatvoeringsvoorwaarden (maximaal 13 meter). in de planregels worden voor nutsvoorzieningen de bouwmaten vastgelegd; in de planregels worden voor verkeersvoorzieningen de bouwmaten vastgelegd; voor het gehele plangebied, ofwel de eerste, tweede (opgesplitst in deel A, B en C) en derde fase van uitwerking, is een waterstructuurplan opgesteld (zie paragraaf 4.10). Daaruit blijkt dat binnen het gehele plangebied circa 13.000 m² aan open water wordt gerealiseerd. Uit het waterstructuurplan blijkt dat voor het gehele uitwerkingsgebied wordt voldaan aan deze uitwerkingsvoorwaarde. Uiteraard dient de compensatie in de vorm van open water te voldoen aan de beleidsregels van het Hoogheemraadschap van Rijnland. uit de verkaveling en de verbeelding blijkt dat de hoofdontsluiting van het woongebied is voorzien op de nieuwe rotonde ter plaatse van de verlengde Beeklaan (N451); in paragraaf 4.10 is beschreven hoe wordt omgegaan met de vastgestelde parkeernormen; binnen de betreffende veiligheidszone worden geen (beperkt) kwetsbare objecten, zoals woningen, gerealiseerd.

Pagina 18 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

3.

Beleidskader

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale omgevingsvisie nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.

Figuur 11. Afwegen met de N OVI (bron: Nationale Omgevings visie )

De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De NOVI benoemt 21 nationale belangen. Dit betreffen onder meer de volgende nationale belangen:  

Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit (nationaal belang 2); Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving (nationaal belang 4);

Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte (nationaal belang 5).

Pagina 19 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

De beoogde ontwikkeling van woningen is in lijn met deze belangen. Er wordt aandacht besteed aan de ruimtelijke aspecten en inpassing van het plan, zodat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (fysieke leefomgeving) gerealiseerd wordt (zie ook hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten van dit bestemmingsplan). De nationale belangen 2 en 4 zijn daarmee geborgd. De beoogde woningen leveren een bijdrage aan de woningbehoefte binnen de regio en gemeente, in lijn met nationaal belang 5. In dit kader is de Ladder voor duurzame verstedelijking relevant, deze is nader toegelicht in paragraaf 4.1. Overige nationale belangen worden niet geraakt met de beoogde ontwikkeling in het projectgebied. Beleid voor deze specifieke ontwikkeling wordt daarom overgelaten aan de provincie en gemeente. 3.1.2 Wet ruimtelijke ordening / Besluit ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening (Wro) regelt hoe ruimtelijke plannen tot stand komen en gewijzigd worden. Zowel Rijk, provincies als gemeenten hebben de bevoegdheid om ruimtelijke plannen op te stellen. Hiervan is het bestemmingsplan het belangrijkste instrument, welke ook juridisch bindend is. Als ruimtelijk toetsingskader worden door Rijk, provincies en gemeenten structuurvisies vastgesteld.

Het is de bedoeling dat de structuurvisies op elkaar worden afgestemd en als uitgangspunt gelden voor bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwerkingsplannen, inpassingsplannen en omgevingsvergunningen waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3 van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken. Een gemeente kan daar alleen van afwijken indien er een goede motivering voor is. Rijk en provincies kunnen kaders stellen waarbinnen de gemeenten kunnen opereren, met zogenoemde reactieve en proactieve aanwijzingen. In het besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de Wro verder uitgewerkt ten behoeve van de uitvoering. Onder andere bevat het Bro bepalingen over de verplichting om ruimtelijke visies, plannen, besluiten, verordeningen of algemene maatregelen van bestuur digitaal beschikbaar te stellen. Alle ruimtelijke plannen zijn te vinden op www.ruimtelijkeplannen.nl. Ook bevat het besluit gedetailleerde bepalingen over de vormgeving en inhoud van ruimtelijke plannen, overgangsrecht voor bestaande gebouwen, bouwwerken of bestaand gebruik, de procedure voor het afhandelen van een planschadeverzoek en bepalingen over het exploitatieplan en subsidieregelingen. 3.1.3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht / Besluit omgevingsrecht Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. De Wabo heeft ca.

25 regelingen geïntegreerd. Bouw-, milieu-, natuur- en monumentenvergunningen zijn opgegaan in één vergunning, de omgevingsvergunning. Burgers en ondernemers krijgen te maken met één loket, één beschikking en één procedure. De aanvraag kan digitaal worden gedaan en behandeld. Voor de uitvoering van de Wabo zijn regels uitgewerkt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). In dit besluit is vastgelegd voor welke activiteiten omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd, onder welke voorwaarden en wat de relatie is met het bestemmingsplan. Nieuwe bestemmingsplannen dienen te worden afgestemd op de bepalingen en terminologie in Wabo en Bor. 3.1.4

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Zo omvat het Barro alle ruimtelijke

Pagina 20 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

Rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmings- en inpassingsplannen. In hoofdstuk 2 van het Barro is per onderwerp aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. Het Barro werkt door in bestemmingsplannen van gemeenten. Het Barro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien. 3.1.5 Wet natuurbescherming De gebiedsbescherming en soortenbescherming is geregeld in de Wet Natuurbescherming. Deze wet, die vanaf 1 januari 2017 in werking is, vervangt de Boswet, de Natuurbeschermingswet en de Flora en faunawet. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Hiernaast sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Op grond van de Wet natuurbescherming zijn de Natura 2000-gebieden aangewezen als beschermd gebied. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden binnen het grondgebied van de Europese Unie. Natura 2000-gebieden worden aangewezen middels een aanwijzingsbesluit. In dit besluit is aangegeven wat de reden is van aanwijzing, hoe de begrenzing is en wat de natuurdoelen voor het gebied zijn. Naast het beschermen van gebieden is de soortbescherming geregeld binnen de Wet natuurbescherming.

De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de Wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Indien het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen toestaat dient te zijn aangetoond dat deze geen schade aan de beschermde dier- en plantensoorten toebrengt, dan wel dat eventuele schade wordt gecompenseerd. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op de gebiedsbescherming ter plaatse van het projectgebied. 3.1.6

Waterwet 2009

De Waterwet stelt de watersysteembenadering centraal en integreert acht bestaande wetten voor waterbeheer. De wet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en regelt de juridische implementatie van Europese richtlijnen (o.a. Kaderrichtlijn Water en de Richtlijn Overstromingsrisico's). De Waterwet kent een watervergunning. Met het wegvallen van vergunningen treedt een belangrijke wijziging op in de samenwerkingsrelatie tussen de gemeente en de waterbeheerder (Rijkswaterstaat of waterschap). Diverse activiteiten zoals bouwen en gebruik van de gronden zijn in, op grond van het waterbeleid, beschermde gebieden aan een watervergunning gebonden. In de Watertoets van ruimtelijke plannen (vooroverleg 3.1.1 Bro) wordt bezien of de voorgenomen ingrepen in het watersysteem (juridisch) gefaciliteerd worden. Dat wil dus zeggen: of aannemelijk is dat vergunningen kunnen worden verleend, dat de noodzakelijke peilbesluiten (of peilvergunningen) genomen zullen worden en dat nieuwe waterstaatswerken in de legger kunnen worden opgenomen. Indien hierover iets gezegd kan worden, zal daaraan in het wateradvies aandacht worden besteed. Formeel gezien staan vergunningen en andere besluiten volledig los van de watertoets.

Het kan voorkomen dat regels uit het bestemmingsplan, zoals gebruiksregels, aanlegregels of bebouwingsregels, hetzelfde luiden en dezelfde belangen beschermen als watervergunningsregels op grond van de keur. Deze samenloop van regelgeving is in beginsel alleen toelaatbaar als de bestemmingsplanregels een ruimer belang dienen dan alleen het waterstaatkundig belang.

Pagina 21 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

In paragraaf 4.10 wordt nader ingegaan op het aspect water. 3.1.7

Conclusie

Het Rijksbeleid vormt geen belemmering voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling. 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. 2.

Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level

3. 4.

Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing

5. 6.

Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

Naast de 6 ambities benoemt de provincie 12 provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit' in de Omgevingsvisie die vanuit provinciaal belang zijn ontwikkeld. De provincie werkt bij deze opgaven samen met andere overheden en maatschappelijke partners. De 12 provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit' zijn als volgt: 1. Landschap en cultuurhistorie

2. Gezondheid en veiligheid 3. Natuur en recreatie 4. Ruimte en verstedelijking 5. Wonen 6. Bodem en ondergrond 7. Cultuurparticipatie en bibliotheken 8. Klimaatadaptie 9. Zoetwater en drinkwater 10. Bereikbaarheid 11. Regionale economie 12. Energievoorziening Bovendien zijn het 'Programma Ruimte' en de 'Kwaliteitskaart' onderdeel van het provinciale Omgevingsbeleid. Het 'Programma Ruimte' bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Daarbij gaat het dan om locatiespecifieke of programmatische invulling van beleidsbeslissingen uit de Omgevingsvisie. De kwaliteitskaart bevat de volgende lagen:  Laag van de ondergrond. Dit gaat over de grondslag van de provincie en de natuurlijke

(landschapsvormende) processen; Laag van de cultuur-en natuurlandschappen. Dit gaat over de laag van het zichtbare

landschap en (grondgebonden) nut; Laag van de stedelijke occupatie. Deze gaat over de steden en dorpen en hun onderlinge

netwerken; Laag van de beleving. Dit gaat over identiteit en (recreatieve) beleving.

Pagina 22 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

Deze lagen hebben een relatie met elkaar. De lagen bevatten richtpunten die de bestaande kenmerken en waarden beschrijven. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten deze kenmerken en waarden een rol spelen bij de overweging, de plaatsing en de vormgeving van het initiatief. De beoogde ontwikkeling sluit aan op de opgaven Omgevingskwaliteit van de Omgevingsvisie ZuidHolland, namelijk de opgaven 'ruimte en verstedelijking' en 'wonen'. De opgave 'ruimte en verstedelijking' houdt in dat er gezorgd moet worden voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. De beoogde ontwikkeling betreft realisatie van woningen in een gebied dat al bestemd is voor woningbouw. Daarmee sluit de beoogde ontwikkeling bovendien aan op de opgave 'wonen'. De opgave 'wonen' houdt in het bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen. Derhalve past voorgenomen ontwikkeling binnen de Omgevingsvisie Zuid-Holland. 3.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

De Omgevingsverordening Zuid-Holland is gelijktijdig vastgesteld met de Omgevingsvisie ZuidHolland op 1 april 2019. Ook dit beleidsdocument is in het kader van de Omgevingswet opgesteld. De inhoud van de Omgevingsvisie is daarbij voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. De verordening stelt regels over de volgende aspecten:

          

activiteiten door burgers en bedrijven tot het openbaar bestuur gerichte regels over het ambitieniveau voor de leefomgevingskwaliteit onderlinge taakverdeling doorwerking provinciaal beleid naar andere bestuursorganen via instructieregels financiële bepalingen procedures van voorbereiding handhaving schade monitoring en informatie adviesorganen overgangsrecht

Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Omgevingsverordening stelt eisen aan een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. De toelichting van het bestemmingsplan moet conform de Omgevingsverordening ingaan op de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking in artikel 3.1.6 lid 2 t/m lid 4 van het Besluit ruimtelijke ordening. Bestaand stedelijk gebied Voor het projectgebied geldt dat deze is gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied. De hiernavolgende figuur toont de ligging ten opzichte van het aangewezen Bestaand stads- en dorpsgebied (BSD).

Pagina 23 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

Figuur 12: Ligging projectgebied ten o pzichte van het bestaand stads- en dor psgebied, projectgebied globaal rood omlijnd (bron: https://staatvan.zu id-holland.nl/)

Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het BSD. Stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen BSD. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD. Als binnen BSD geen ruimte is voor een specifieke stedelijke ontwikkeling, kan een nieuw uitleglocatie buiten BSD in gebruik worden genomen. Hiertoe dient de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), te worden doorlopen. In paragraaf 4.1 van voorliggende toelichting wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Onderhavige ontwikkeling is passend binnen de Ladder voor duurzame verstedelijking waardoor de omgevingsverordening geen belemmering vormt voor de gewenste ontwikkeling. Bovendien is Offem-Zuid als woningbouwlocatie opgenomen in het Programma Ruimte (3 ha kaart). 3.2.3

Conclusie

De provincie wil het bestaand stads- en dorpsgezicht beter benutten. Hoewel het projectgebied is gelegen buiten het aangewezen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), is de gewenste toevoeging van woningen reeds verankerd in het bestemmingsplan ‘Offem-Zuid’ waarin de uitwerkingsbevoegdheid voor de beoogde ontwikkeling is opgenomen. Vanuit de provincie worden in zijn algemeenheid geen beperkingen opgelegd aan de voorgenomen ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling van het gebied naar woningbouw is daarmee in lijn met het provinciaal beleid. 3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Structuurvisie 2020 (2009) Op 24 juni 2009 is de Regionale Structuurvisie 2020 (RSV) door Holland Rijnland vastgesteld. De RSV verankert de intergemeentelijke afspraken in een ruimtelijke vertaling naar 2020 met een doorkijk naar 2030. De deelnemende gemeenten werken samen aan ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, natuur en landschap, verkeer en vervoer, samenleving en welzijn. Een goede balans tussen gebiedsontwikkeling en behoud van het oorspronkelijke karakter van de regio zijn daarbij het streven. Met de visie worden de volgende kerndoelen nagestreefd:

Pagina 24 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

• •

Holland Rijnland is een top woonregio; Leiden vervult een regionale centrumfunctie;

• •

Concentratie stedelijke ontwikkeling; “Groenblauwe kwaliteit” staat centraal;

• •

De Bollenstreek en Veenweide en Plassen blijven open; Kennis en Greenport;

•

Verbetering van de regionale bereikbaarheid.

Concentratie van woningbouw vindt normaliter plaats binnen bestaand stedelijk en dorpsgebied. Het projectgebied is niet aangegeven als stedelijk gebied, maar het plangebied is in het beleid wel opgenomen als ontwikkelgebied. 3.3.2

Regionale Woonagenda Holland Rijnland

Het college van burgemeester en wethouders en de raad hebben zich gebonden aan de d.d. 14 maart 2018 vastgestelde nieuwe Regionale Woonagenda (RWA) Holland Rijnland 2017. Door de vaststelling van de RWA moet Noordwijk zich conformeren aan het hierin opgenomen percentages sociaal en middelduur. Uitwerking percentage sociaal n.a.v. de RWA In de Noordwijkse Woonagenda (NWA) is minimaal 20% sociale huur opgenomen. De aanpassing naar 25% sociale huur uit de RWA past hierbinnen. In de NWA is maximaal 10% sociale koop opgenomen. De bijstelling naar 5% sociale koop is passend. Hierbij geldt dat: •

Sociale huur min. 25% (huur tot de dan geldende liberalisatiegrens in 2018 tot € 710,-);

•

Sociale koop 5% (zoals omschreven in het Besluit ruimtelijke ordening, tot € 200.000,-).

Uitwerking percentage middelduur n.a.v. de RWA De regio wil verdringing van lage en middeninkomens voorkomen, door in te zetten op het borgen van een minimale productie in de sociale huur, middeldure huur (met een accent tussen € 700 en € 900) en goedkope koopsector (tot € 187.000). Per gemeente geldt als uitgangspunt minimaal 20% toevoeging in deze segmenten voor middeninkomens. Hierbij geldt dat: •

Middeldure huur tot €1.050/ koop tot €350.000, minimaal 20%.

Kwantitatieve woningbehoefte in Holland Rijnland De autonome woningbehoefte in de regio is volgens de WBR van de provincie in de periode 2015 – 2030 begroot op 30.000 nieuwe woningen (uitgaande van de lokale bevolkingsontwikkeling, zonder saldo instroom van buiten). De BP van de provincie, die een indicatie geeft van de groei van de regio, rekening houdend met woningbouwplannen en haalbare instroom van buiten de regio, komt voor dezelfde periode uit op circa 36.000 woningen. In sommige gemeenten ligt deze behoefte door beperkte plancapaciteit onder de behoefteraming uit de WBR. Een deel van deze behoefte is de afgelopen jaren reeds ingevuld. Voor de subregio's is het gelet op de huidige plancapaciteit nodig om extra uitvoerbare plannen toe te voegen: tot 2030 in totaal minimaal 1.600 woningen. Gelet op het langetermijnperspectief van verminderde groei, vergt de nieuwbouw de komende jaren extra zorgvuldigheid: gericht op de ruimtelijke afronding van de stedelijke kernen. Kwalitatieve woningbehoefte in Holland Rijnland Om de verdringing van lage en middeninkomens op de woningmarkt te voorkomen, moet binnen de woningbouwplanning ruimte zijn voor een gegarandeerd contingent sociale huur-, middeldure huuren goedkope koopwoningen. Door een passende prijs-kwaliteitsverhouding (lees kleinere woningen) zijn deze woningen duurzaam van betekenis voor deze doelgroepen.

Daarnaast is de positie van

Pagina 25 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

bijzondere doelgroepen en spoedzoekers op de woningmarkt kwetsbaar, zeker nu door de extramuralisering meer mensen de woningmarkt betreden. In de regio is aanbod nodig van kleine woonvormen inzetbaar voor diverse groepen. Conclusie De beoogde ontwikkeling dient in overeenstemming met de Regionale Woonagenda van de regio Holland Rijnland te worden ontwikkeld. 3.3.3

Waterbeheerplan 2022-2028

De Waterwet en straks de Omgevingswet vereisen dat waterschappen elke 6 jaar de aanpak van hun watertaken vastleggen in een waterbeheerprogramma. Met het programma WBP6 maakt hoogheemraadschap van Rijnland duidelijk hoe het, in samenwerking met de omgeving, invulling geeft aan wettelijke taken en eigen ambities voor de periode 2022-2028. Als waterexpert ziet het hoogheemraadschap van Rijnland mogelijkheden om de kerntaken te koppelen aan 5 maatschappelijke opgaven:  

Bijdragen aan klimaatbestendige woningbouw; Tegengaan van bodemdaling;

 

Versterking van de biodiversiteit; Energieneutraal werken;

Nederland circulair in 2050.

De eerstgenoemde opgave is relevant voor dit bestemmingsplan. Om invulling te geven aan die opgave, beoordeelt het hoogheemraadschap van Rijnland alle plannen voor nieuwbouw en andere gebiedsontwikkelingen. Rijnland agendeert de noodzaak tot klimaatadaptatie. Voorbeelden van maatregelen zijn het graven van extra water (wanneer het verhard oppervlak toeneemt) en het afkoppelen van regenwater (zodat dit infiltreert in de bodem in plaats van wordt afgevoerd via de riolering). De nieuwste klimaatontwikkelingen en inzichten leiden tot aanpassing, wellicht zelfs aanscherping, van deze regels. Onder het huidige beleid is vooral aandacht voor het afvoeren van water om wateroverlast te voorkomen. Dit terwijl het waar mogelijk vasthouden van (schoon) regenwater meer aandacht verdient. In paragraaf 4.10 is een waterparagraaf opgenomen. Hierin is opgenomen welke waterhuishoudkundige thema's relevant zijn voor het projectgebied en is de wijze hoe hier mee wordt omgegaan beschreven. Ook wordt hierin aangegeven op welke wijze wordt voldaan aan de uitwerkingsregel artikel 11.2 onder e van het geldende bestemmingsplan 'Offem Zuid', waarin is bepaald dat 15% van de toename van verhard oppervlak moet worden gecompenseerd in de vorm van open water. 3.3.4

(concept) Regionale energiestrategie (RES)

Voor de Regionale energiestrategie (RES) van mei 2020 bouwt Holland Rijnland als ambitieuze regio verder op de lijn die ze al in 2017 inzette toen achttien lokale overheden het Regionale Energieakkoord ondertekenden. Het doel van dit akkoord was: energieneutraal in 2050. Die ambitie is ongewijzigd. De Concept RES is de eerste stap naar een definitieve RES. In de RES staat hoe de regio invulling geeft aan de energiedoelstellingen van het Nationale Klimaatakkoord. Holland Rijnland is één van de dertig RES-regio’s binnen Nederland. De concept-RES verkent onder andere de mogelijkheden voor grootschalige duurzame energieopwekking. Daarnaast geeft de concept-RES ambities aan op het terrein van energiebesparing, warmtetransitie en duurzame mobiliteit. De nu opgeleverde concept-RES wordt, samen met die van alle andere regio’s in Nederland, doorgerekend door het Planbureau voor de Leefomgeving.

Pagina 26 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

Voor 2030 zijn tussentijdse doelstellingen bepaald. Om te beginnen zet de strategie in op een aanzienlijke energiebesparing; 1,11 TWh* minder ten opzichte van 2014. Daarnaast wordt de komende periode gezocht naar manieren voor de opwekking van duurzame elektriciteit (door zon en wind). Voor niet-fossiele warmte rekent de regio nadrukkelijk op levering van restwarmte uit de Rotterdamse regio via een warmtenet. Dit is een belangrijke voorwaarde om regiobreed in 2050 van het gas af te zijn. Verder kijken zij naar mogelijkheden voor duurzame mobiliteit door dit schoner, slimmer en anders te organiseren. Met voorliggend bestemmingsplan worden woningen gerealiseerd. De nieuwe woningen zullen conform de landelijke normen aardgasloos zijn en voorzien moeten worden van hoogwaardig isolatiemateriaal, hiermee wordt de energievraag zoveel mogelijk beperkt. De woningen dienen te voldoen aan het Bouwbesluit en de geldende BENG eisen. Derhalve past de beoogde ontwikkeling binnen het concept Regionale energiestrategie. 3.3.5

Conclusie

De beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met het regionaal beleid. Het woningbouwprogramma sluit aan bij de doelstellingen in de regio. Daarnaast voldoet het plan aan de voorwaarden met betrekking tot water en duurzaamheid. 3.4 3.4.1

Gemeentelijk beleid Bestemmingsplannen

Op de locatie zijn diverse ruimtelijke plannen van toepassing. Deze plannen zijn reeds nader toegelicht in paragraaf 1.5 Vigerende ruimtelijke plannen. 3.4.2

Omgevingsvisie Noordwijk

Gemeente Noordwijk heeft op 22 februari 2022 de Omgevingsvisie “Samen maken we de toekomst voor Noordwijk!” vastgesteld (versie 1.0). Bij vaststelling van deze Omgevingsvisie 1.0 is een amendement aangenomen dat bepaald dat de geldende ruimtelijke (structuur)visies van kracht blijven, opdat daarmee een toereikend toetsingskader geborgd blijft in afwachting van de vaststelling van de Omgevingsvisie 2.0. De Omgevingsvisie “Samen maken we de toekomst voor Noordwijk!” komt voort uit de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingsvisie is een complete visie op de leefomgeving, voor de lange termijn en voor de hele gemeente. De Omgevingsvisie komt in de plaats van de huidige gemeentelijke structuurvisies, verkeers- en vervoerplannen, delen van de natuurvisie en milieubeleidsplannen. De Omgevingsvisie is een verplicht onderdeel van de nieuwe Omgevingswet, die naar verwachting in 2023 in werking treedt. De wet is bedoeld om de huidige wetgeving op gemeentelijk niveau veel eenvoudiger te maken. Totdat de Omgevingswet in werking treedt, kan deze omgevingsvisie worden gezien als een structuurvisie. Tientallen wetten en honderden regels worden gebundeld in één nieuwe wet. De Omgevingswet kent drie onderdelen die nauw met elkaar samenhangen: de instrumenten om de wet uit te voeren (instrumentarium), de voortschrijdende digitalisering en een andere manier van denken en werken.

Deze Omgevingsvisie is onderdeel van het instrumentarium. Het uitgangspunt van deze Omgevingsvisie is dat alle initiatieven binnen de gemeente Noordwijk aansluiten op de identiteit (hoofdstuk 3 uit de Omgevingsvisie) en bijdragen aan de gewenste koers (hoofdstuk 4). Een initiatief draagt bij aan de toekomst voor Noordwijk wanneer het aansluit op de gewenste identiteit én invulling geeft aan de gewenste koers. Elk initiatief wordt aan deze twee criteria getoetst. Aan iedereen die een idee neerlegt wordt gevraagd aan te geven hoe het initiatief bijdraagt aan de toekomst voor Noordwijk.

Pagina 27 van 60

Vastgesteld bestemmingsplan

Identiteit In de Omgevingsvisie wordt de identiteit van Noordwijk Binnen geschetst, waar het projectgebied deel van uitmaakt. De kenmerken waarop voortgebouwd dient te worden zijn de volgende: • • • • • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=3c609504-0d3f-42c0-a01b-43b71abf6911