Bijlage A-14 LIOR
Tekst van het document
Hoofdstuk
1
Datum
6/21/2022
Versie
1
Controle
Weginfrastructuur - verkeer
Objecten en eisen
Uitgever
DALI Beheerder
Eigenaar
Sabine Korevaar
Hardheid Bronverwijzing Bijlage
Stedenbouwkundig niveau Gebiedsoort Alle kernen - Alle gebieden
Onderwerp Beleid - Algemeen
Beleid - Klimaatadaptatie
Beleid - Duurzaamheid
Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Hardheid Conform het Convenant Duurzaam Veilig wordt een bepaalde indeling van wegen met de daarbij behorende verkeerskundige inrichting gehanteerd. Een B overzicht van de wegencategorisering binnen de gemeente Noordwijk is opgenomen als bijlage. De inrichtingseisen behorende bij Duurzaam Veilig zijn uitgewerkt in CROW publicatie 203 (Richtlijn essentiële herkenbaarheidskenmerken van B weginfrastructuur). In principe wordt uitgegaan van de meest recente richtlijnen van het CROW, waaronder de ASVV en het Handboek Wegontwerp (HWO), tenzij anders vermeld B in deze LIOR. De gemeente Noordwijk beschikt nog niet over specifiek beleid voor klimaatadaptatie. Totdat dit beleid er is wordt verwezen naar het Programma van Eisen R voor klimaatadaptatie in de openbare ruimte dat opgesteld is door de Provincie Zuid-Holland. Dit Programma van Eisen kan ter inspiratie gebruikt worden bij nieuwe ontwikkelingen in de openbare ruimte. Voor de Gemeente is duurzaam inkopen belangrijk. Zij wil door duurzaam inkopen zoveel mogelijk maatschappelijke waarde creëren voor de publieke R middelen. Daarbij zoekt de Gemeente een gezonde balans tussen sociaal-economische ontwikkeling, het milieu, maatschappelijk welzijn en de beschikbare financiële middelen.
Per aanbesteding bekijkt de Gemeente of het passend is om duurzaamheidseisen aan inschrijvers of hun inschrijving te stellen.
Bronverwijzing Bijlage 101 102, 101 101
102, 101 103
1901
1901
1902
R
1902
Beleid - Toegankelijkheid
In de gemeente Noordwijk worden in ieder geval de vastgestelde minimumcriteria, zoals benoemd in de MVI-criteriatool (www.mvicriteria.nl) opgenomen bij de inkoop, waarmee wordt voldaan aan de gemaakte afspraken binnen de VNG. Houd bij de inrichting rekening met toegankelijkheid en bereikbaarheid voor iedereen. Zie ook Handboek toegankelijkheid (CROW-publicatie 337).
B
102
Beleid - Laadpalen
Het plaasten van elektrische laadpalen gebeurt op aanvraag van bewoners/gebruikers en conform vastgestelde prognose en plankaarten.
B
Beleid - Parkeren en stallen
Voldaan moet worden aan de beleidsregel in de 'Kadernota parkeren 2020' of een recentere versie daarvan en conform de Nota Parkeernormen voor auto en fiets 2020.
B
Onderwerp Ontwerpuitgangspunten Algemeen
Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Een heldere scheiding tussen openbaar gebied en uitgegeven gebied is uitgangspunt bij het ontwerp. Voorkomen dat er "versnipperde" ruimten ontstaan, zodat een efficiënt beheer van de openbare ruimte mogelijk is. Vereist is dat de bereikbaarheid en toegankelijkheid voor onderhoudsmaterieel, zoals bijvoorbeeld veegmachines, maaimachines en de diverse hulpdiensten gegarandeerd is. Maatvoering bepalen in overleg met de beheerder. Leidraad is de meest recente versie van de ASVV. Toegangen van de ontsluitingswegen tot de verblijfsgebieden van inritconstructies voorzien.
Hardheid R
103, 104
Inrichtingsniveau Straatsoort Alle kernen - Alle gebieden
Ontwerpuitgangspunten Verkeersveiligheid
Bronverwijzing Bijlage
R
R
Als het 30km/uur gebied begint zonder inritconstructie deze herkenbaar maken met een poortconstructie indien mogelijk.
R
Het toepasen van snelheidsremmende maatregelem conform ASVV en HWO.
R
Ontwerpuitgangspunten Brandweereisen
Houd bij het ontwerp rekening met eisen van de Brandweer ten aanzien van toegankelijkheid en bereikbaarheid voor blusvoortuigen. Zie ook het de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid. Alle inrichtingsplannen dienen ter beoordeling aan de Brandweer te worden voorgelegd.
B
Ontwerpuitgangspunten Plateaus Ontwerpuitgangspunten Drempels
Plateaus uit te voeren volgens principedetail (zie bijlage). In principe geen paaltjes toepassen, tenzij noodzakelijk vanuit verkeersveiligheid.
R
205
Drempels uit te voeren volgens principedetail (zie bijlage) in woonstraten. Drempels op ontsluitingswegen en wegen buiten de bebouwde kom dienen in asfalt uitgevoerd te worden conform de CROW richtlijnen (sinusvorm).
R
205
1/4
103
B
01. Weginfrastructuur - verkeer
Inrichtingsniveau Straatsoort
Onderwerp
Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Een drempel of plateau met een hoogte van 8cm wordt toegepast wanneer de hoogte van 12 cm passeerproblemen oplevert (bv. door grote voertuigen).
Ontwerpuitgangspunten - In -en Aanleg van in-/uitritten conform Beleidsregels Uitritten. uitritten Ontwerpuitgangspunten Inrichting bushalte conform richtlijnen van Handboek Halteplaatsen (CROW-publicaties 233), Handboek toegankelijkheid (CROW-publicatie 337) en de Bushaltes Handreiking infrastrcutuur van Arriva Nederland. Ontwerpuitgangspunten De gemeente Noordwijk hanteert een gestandaardiseerde indeling en maatvoering van de verschillende wegtypen die binnen de gemeente voorkomen. Deze Wegprofielen principeprofielen geven het basisprincipe voor een wegtype aan. Of het gepresenteerde profiel daadwerkelijk gerealiseerd kan worden hangt sterkt af van de beschikbare ruimte. Zie bijlage 107 voor een overzichtskaart met wegprofielen en bijlage 108 t/m 116 voor de betreffende principeprofielen. Straatmeubilair en bomen die in de profielen zijn aangegeven dienen om de maatvoering bij puntversmallingen aan te geven. Ze geven niet de gewenste locatie in het profiel aan. Zie daarvoor de desbetreffende hoofdstukken van de LIOR. Alle kernen Verkeerskenmerken - Algemeen Max. snelheid 50 km/uur. Gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom Wegindeling - Algemeen Zoveel mogelijk vrijliggende fietspaden in rode kleur. Indien vrijliggend niet mogelijk is dan een fietsstrook in rood toepassen.
Omgevingskenmerken Algemeen
Hardheid R B R R
R R
Trottoirs aanwezig.
R
Bij herinrichtingen dient het aantal parkeervakken minimaal gelijk te blijven.
R
Rijbaan in asfalt.
R
Belijning conform Duurzaam Veilig.
R
107, 108, 109, 110, 112, 113, 114, 115, 116
107, 113, 114 107, 113, 114 107, 113, 114 107, 113, 114
105
R R
(Woon)erven: inrichting waarin voetganger centraal staat. Zie ook CROW richtlijnen.
R
Wegindeling - Algemeen
Parkeren langs de rijbaan in vakken. Op woonerven volgens standaarddetaillering parkeervakken.
R
Omgevingskenmerken Algemeen
Rijbaan in klinkers.
R
Geen belijning anders dan voor parkeren.
R
Snelheidsremmende maatregelen toepassen om maximale snelheid af te dwingen (plateau/drempel/asverspringing/e.d.).
R
2/4
104, 102, 105
R
30 km/uur gebied: inrichting conform Duurzaam Veilig.
Alle kernen Verkeerskenmerken - Algemeen Maximale snelheid is in principe 60 km/uur, tenzij 80 km/uur kan worden ingesteld (bijvoorbeeld als er een parallelweg voor langbouwverkeer aanwezig is) Gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom
117
R
In principe worden fietspaden in asfalt uitgevoerd, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dat niet te doen.
Alle kernen Verkeerskenmerken - Algemeen Dit betreft alle wegen binnen de bebouwde kom die geen gebiedsontsluitingsweg zijn. Dit zijn vrijwel altijd 30 km/uur gebieden of (woon)erven. Erftoegangswegen binnen de bebouwde kom Verblijfsgebieden binnen de bebouwde kom inrichten als 30 km/h-zones.
Bronverwijzing Bijlage
201, 112, 116
R
01. Weginfrastructuur - verkeer
Inrichtingsniveau Straatsoort
Onderwerp Wegindeling - Algemeen Omgevingskenmerken Algemeen
Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Vrijliggende fietspaden in asfalt. Nabij aansluitingen met ander wegen en conflictpunten in rode kleur uit te voeren.
Hardheid R
Geen parkeren langs de rijbaan.
R
Rijbaan in asfalt.
R
Belijning conform Duurzaam Veilig.
R
Alle kernen Verkeerskenmerken - Algemeen Inrichting onder meer afhankelijk van typering (type I of type II, zie CROW richtlijnen) Erftoegangswegen buiten de bebouwde kom Dit betreft alle wegen buiten de bebouwde kom die geen gebiedsontsluitingsweg zijn.
R
Max. snelheid 60 km/uur (zones).
R
Wegindeling - Algemeen
Eventueel fiets (suggestie) stroken in rood.
R
Omgevingskenmerken Algemeen
Rijbaan in asfalt.
R
Belijning conform Duurzaam Veilig.
R
Snelheidsremmende maatregelen toepassen om maximale snelheid af te dwingen (plateau/drempel).
R
3/4
Bronverwijzing Bijlage 107, 115 107, 115
105
R 107
105
01. Weginfrastructuur - verkeer
Weginfrastructuur - verkeer Bijlage NummerOmschrijving 101 Wegencategorisering gemeente Noordwijk 102 Uitgangspunten verkeersveiligheid 103 Kadernota parkeren 2020 104 Nota Parkeernormen voor auto en fiets 2020 105 Belijning conform Duurzaam Veilig 107 Overzichtskaart wegprofielen 108 Principe profiel 01 Woonstraat langsparkeren 109 Principe profiel 02 Woonstraat haaksparkeren 110 Principe profiel 03 Woonerf 112 Principe profiel 05 Woonstraat Villawijk 113 Principe profiel 06 GOW met fietsstroken 114 Principe profiel 07 GOW met vrijliggende fietspaden 115 Principe profiel 08 GOW één zijde vrijliggend fietspad 116 Principe profiel 09 ETW bedrijventerrein 117 Beleidsregels Uitritten 201 Parkeervakken haaksparkeervak 205 Detail invalideninrit 1901 PVE Klimaatadaptatie (PZH) Bronverwijzingen NummerOmschrijving 101 CROW publicatie 203 - Richtlijn essentiële herkenbaarheidskenmerken van weginfrastructuur 102 CROW-publicatie 337 - Handboek toegankelijkheid 103 Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 104 CROW-publicatie 233 - Handboek Halteplaatsen 105 Handreiking infrastructuur van Arriva Nederland 1901 Klimaatadaptief bouwen website (PZH) 1902 MVI-criteriatool
4/4
01. Weginfrastructuur - verkeer
Hoofdstuk
2
Datum
6/21/2022
Versie
1
Controle
Weginfrastructuur - verhardingen
Objecten en eisen
Uitgever
DALI Beheerder
Eigenaar
Peter Taal
Hardheid Bronverwijzing Bijlage
Stedenbouwkundig niveau Gebiedsoort Alle kernen - Alle gebieden
Onderwerp Beleid - Algemeen
Beleid - Klimaatadaptatie
Beleid - Duurzaamheid
Projecten - Beheerplan
Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Hardheid Indien technisch mogelijk worden materialen hergebruikt. Indien hergebruik niet mogelijk is, wordt de oude verharding van erftoegangswegen altijd vervangen R door gebakken klinkers. Betonnen klinkers in rijbanen worden vervangen door gebakken klinkers.
Bronverwijzing Bijlage
Verharding van fietspaden worden ten behoeve van het comfort uitgevoerd in asfalt of beton. Afwijking hierop dient afgestemd te worden met de gemeente.
R
De gemeente Noordwijk beschikt nog niet over specifiek beleid voor klimaatadaptatie. Totdat dit beleid er is wordt verwezen naar het Programma van Eisen voor klimaatadaptatie in de openbare ruimte dat opgesteld is door de Provincie Zuid-Holland. Dit Programma van Eisen kan ter inspiratie gebruikt worden bij nieuwe ontwikkelingen in de openbare ruimte. Verhardingen zo aanleggen dat extreme neerslag in beginsel niet afstroomt naar de bebouwde omgeving maar naar minder kwetsbaar openbaar gebied.
R
Voor de gemeente is duurzaam inkopen belangrijk. Zij wil door duurzaam inkopen zoveel mogelijk maatschappelijke waarde creëren voor de publieke middelen. Daarbij zoekt de gemeente een gezonde balans tussen sociaal-economische ontwikkeling, het milieu, maatschappelijk welzijn en de beschikbare financiële middelen. Per aanbesteding bekijkt de Gemeente of het passend is om duurzaamheidseisen aan inschrijvers of hun inschrijving te stellen.
R
1902
In de gemeente Noordwijk worden in ieder geval de vastgestelde minimumcriteria, zoals benoemd in de MVI-criteriatool (www.mvicriteria.nl) opgenomen bij de inkoop, waarmee wordt voldaan aan de gemaakte afspraken binnen de VNG. Bij (her)ontwikkelingen, waarbij openbare ruimte wordt aangelegd, dient de ontwikkelaar een beheerplan op te stellen en aan de gemeente aan te leveren. Dit beheerplan bevat minimaal de volgende onderdelen: • Overzicht van de areaalwijzigingen tussen de bestaande en de nieuwe situatie. • Beheerkostenvergelijking tussen de bestaande en de nieuwe situatie (gemiddelde kosten per jaar voor dagelijks onderhoud en groot onderhoud). • Toelichting op het beheer en onderhoud van eventueel aanwezige speciale objecten of gebieden.
R
1902
1901
1901
R
R
Inrichtingsniveau Straatsoort Alle kernen - Alle gebieden
Onderwerp Ontwerpuitgangspunten Ontwerplevensduur
Ontwerpuitgangspunten Onkruidwerend ontwerp
Ontwerpuitgangspunten Afwatering
Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Ga bij het ontwerp van een verhardingsconstructie uit van de volgende ontwerplevensduur: • Asfalt deklaag: 20 jaar • Geluid reducerende deklaag: 10 jaar • Elementenverharding beton : 50 jaar kleurvast • Elementenverharding gebakken: 90 jaar • Overige (onder)lagen: 30 jaar De verharding moet zoveel mogelijk onkruidwerend worden uitgevoerd.
Hardheid R
R
Onder en rondom obstakels in de openbare ruimte en op middengeleiders voegen vullen met Topvoeg Professioneel in combinatie met Porodrain stenen (voeg vullen met 40 mm brekerzand en 40 mm Topvoeg Professioneel). Hoogteligging en de hiermee verband houdende afwatering van de rijbaan, parkeervakken en trottoirs is afhankelijk van de omgevingshoogten. Hiertoe dient door de opdrachtnemer eerst een waterpassing uitgevoerd te worden en een afwateringsplan te worden opgesteld. Bij nieuwbouw bepaalt de gemeente het vloerpeil van de te bouwen woningen. Verhardingen zo aanleggen dat extreme neerslag in beginsel niet afstroomt naar de bebouwde omgeving en/of particulier terrein maar naar minder kwetsbaar openbaar gebied. De kolkafstand bedraagt in principe 15 m of maximaal 150 m2 verhard oppervlak per kolk.
1/9
Bronverwijzing Bijlage
R R
R R
02. Weginfrastructuur - verhardingen
Geen waterdoorlatende bestrating toepassen. In zeer uitzonderlijke situaties kan hiervan afgeweken worden na overleg met en toestemming van de gemeente. Wanneer bomen in de verharding aanwezig zijn, dient er rekening mee gehouden te worden dat het straatwerk rondom de bomen 1 jaar na de uitvoering van het werk herstraat wordt. Dit om opgetreden verzakkingen te verhelpen. Pas als verhardingsmateriaal voor de rijbaan gebakken klinkers toe.
R
Pas als verhardingsmateriaal voor de rijbaan asfalt toe.
R
De asfaltconstructie inclusief fundering dient na geotechnisch onderzoek gedimensioneerd te worden (laagdiktes aangeven) door een daarvoor gecertificeerd adviesbureau. Het advies wordt ter toetsing voorgelegd aan het Cluster Openbare Ruimte. Pas als verhardingsmateriaal voor de rijbaan asfalt toe.
R
De asfaltconstructie inclusief fundering dient na geotechnisch onderzoek gedimensioneerd te worden (laagdiktes aangeven) door een daarvoor gecertificeerd adviesbureau. Het advies wordt ter toetsing voorgelegd aan het Cluster Openbare Ruimte. Pas als verhardingsmateriaal voor de rijbaan asfalt toe.
R
De asfaltconstructie inclusief fundering dient na geotechnisch onderzoek gedimensioneerd te worden (laagdiktes aangeven) door een daarvoor gecertificeerd adviesbureau. Het advies wordt ter toetsing voorgelegd aan het Cluster Openbare Ruimte. Pas als verhardingsmateriaal voor de rijbaan asfalt toe.
R
De asfaltconstructie inclusief fundering dient na geotechnisch onderzoek gedimensioneerd te worden (laagdiktes aangeven) door een daarvoor gecertificeerd adviesbureau. Het advies wordt ter toetsing voorgelegd aan het Cluster Openbare Ruimte. Verschillende detailleringen van parkeervakken zijn van toepassing (zie bijlage). Aansluiting dient gezocht te worden bij de onmiddellijke omgeving van het plan. Pas als verhardingsmateriaal voor de rijbaan asfalt toe.
R
De maatvoering van rotondes dient te voldoen aan de daarvoor geldende CROW-richtlijnen.
R
De asfaltconstructie inclusief fundering dient na geotechnisch onderzoek gedimensioneerd te worden (laagdiktes aangeven) door een daarvoor gecertificeerd adviesbureau. Het advies wordt ter toetsing voorgelegd aan het Cluster Openbare Ruimte. Maatvoering openbare infrastructuur conform de meest recente versie van de ASVV, waarbij onderstaande uitzonderingen gehanteerd worden. Indien de voorgeschreven maatvoering niet mogelijk is, dient e.e.a. ter overweging en goedkeuring aan het Cluster Openbare Ruimte aangeboden te worden.
R
Maatvoering - Rijbaan
Rijbaanbreedte bij haaks parkeren minimaal 6,0 m (zie ook standaardprofieltekeningen).
R
Maatvoering - Parkeervakken
Haaks parkeren: • afmeting parkeervak minimaal 4,50 m diep en 2,50 m breed. • breedte trottoir achter parkeervak is minimaal 2,50 meter (ivm overstek). • indien geen trottoir achter p-vak aanwezig is, dan tegelstrook toepassen van 40 cm incl. opsluitbanden. • breedte eindvakken bedraagt minimaal 2,50m, met uistapstrook van 40 cm. Langsparkeren: • afmetingen parkeervak minimaal 5,50 x 2,00 m. • een eindvak is minimaal 6,00 m. • in eindvak geen 45-graden-hoeken toepassen. • Indien geen trottoir, dan naast alle vakken uitstapruimte van minimaal 40 cm incl. opsluitband en excl. trottoirband aanbrengen.
R
201, 202
R
201, 202
Ontwerpuitgangspunten Bomen in verharding Erftoegangswegen binnen bebouwde kom - Algemeen Erftoegangswegen buiten bebouwde kom - Algemeen
Erftoegangswegen op bedrijventerreinen - Algemeen
Gebiedsontsluitingswegen binnen bebouwde kom Algemeen
Gebiedsontsluitingswegen buiten bebouwde kom Algemeen
Parkeren - Algemeen Rotondes - Algemeen
Maatvoering - Algemeen
2/9
R R
202
R
202
R
202
R
R
201, 202
R
R
02. Weginfrastructuur - verhardingen
Bij haaks- en langsparkeervakken gelegen langs een groenstrook een uitstapstrook van minimaal 40 cm incl. opsluitband en excl. trottoirband aanbrengen.
R
Maatvoering - Fietsstroken en fietspaden
Fietvoorzieningen ontwerpen conform de meest recente verse van de ASVV.
R
Maatvoering - Trottoirs
Breedte trottoirs, inclusief trottoirband en opsluitband minimaal 2,05 m.
R
Trottoir altijd op tegelmaat ontwerpen.
R
Vrije doorgang op trottoir minimaal 1.20 m ter hoogte van bijv. Lichtmast, boom of straatmeubilair. Bij overige puntvernauwing minimale doorgang 0,90 m.
R
Maatvoering - Invalide inritten
Invalide inritten in trottoirs: breedte minimaal 0,90 m. Zie bijlage.
R
Onderwerp Opbouw rijbaan - Algemeen
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Onderscheid wordt gemaakt tussen fundaties in zanderig gebied en fundaties in niet zanderig gebied. Middels geotechnisch onderzoek en in overleg met het Cluster Openbare Ruimte dient de aanwezige grondslag vastgesteld te worden. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt in fundaties voor gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen. In niet zanderig gebied dient middels een grondmechanisch onderzoek de draagkracht en grondslag ter plaatse vastgesteld te worden door het adviesbureau/de opdrachtnemer. Afhankelijk van de grondslag, het advies uit het onderzoek en de te verwachten verkeersbelasting/intensiteit zal in overleg met de gemeente een aangepaste funderingsopbouw worden gekozen. De minimale opbouw van verhardingen in zanderig gebied zijn hieronder per wegtype weergegeven. De exacte opbouw zal bepaalt moeten worden aan de hand van de verkeersbelasting en intensiteit van het te verwachten verkeer en in overleg met de gemeente.
205
Uitvoeringsniveau Elementsoort Alle kernen - Alle gebieden
Drooglegging/drainage Algemeen
Erftoegangswegen binnen bebouwde kom - Opbouw rijbaan
Erftoegangswegen binnen bebouwde kom - Opsluiting
Hardheid R
R
202
R
202
R
Bij nieuw aan te brengen asfaltverhardingen wordt door de gemeente per situatie bepaald of er eventueel geluidsreducerend asfalt wordt toegepast.
R
Geen asfaltwapening toepassen.
R
De minimale drooglegging van de weg dient 1,0 m te bedragen. Bestaande waterstand middels peilbuizen vastleggen.
R
Aan beide zijden dient onder in het cunet aan drainage aangebracht te worden. Minimale diameter 100 mm. De drainage dient bij voorkeur af te wateren op open water. Indien dit niet mogelijk is, dient de drainage af te wateren op het HWA-riool. Fundering van erftoegangswegen is als volgt opgebouwd: • zand 50 cm (zand aan te brengen tot minimaal 25 cm buiten de toekomstige verharding). • straatzand 5 cm (mengsel WD-06 van Infranology BV). Gebakken klinkers dikformaat in keperverband. Ter plaatse van de kantopsluiting een enkele strek aanbrengen.
R
Merk en type in overleg met de gemeente Noordwijk.
R
Machinaal straatwerk invegen en inwateren met kalkvrij brekerzand of inveegzand Infrano 0825 van Infranology BV. Na 3 weken behandeling herhalen.
R
Bij trottoir grenzend aan kavels opsluitbanden 10x20x100 cm, kleur grijs.
R
Bij rijbaan grenzend aan kavels opsluitbanden 30x25x100 cm, kleur grijs.
R
Rondom parkeervakken trottoirbanden 28x30x25 cm. Kleur en deklaag conform UVOR.
R
Tussen rijbaan en aanliggend trottoir trottoirbanden 28/30x25x100 cm toepassen. Kleur en deklaag conform UVOR.
R
Rondom bomen boomkransen toepassen.
R
3/9
Bronverwijzing Bijlage 202
R
R
02. Weginfrastructuur - verhardingen
Uitvoeringsniveau Elementsoort
Onderwerp Erftoegangswegen binnen bebouwde kom - Trottoirs
Erftoegangswegen binnen bebouwde kom - Afwatering
Erftoegangswegen buiten bebouwde kom - Opbouw rijbaan
Erftoegangswegen buiten bebouwde kom - Algemeen
Erftoegangswegen buiten bebouwde kom - Opsluiting
Erftoegangswegen buiten bebouwde kom - Trottoirs
Erftoegangswegen buiten bebouwde kom - Afwatering
Erftoegangswegen op bedrijventerreinen - Opbouw rijbaan
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Breedte trottoirs inclusief trottoirband en opsluitband minimaal 2,05 m.
Hardheid R
Bronverwijzing Bijlage
Vrije doorgang op trottoir minimaal 1.20 m ter hoogte van bijv. Lichtmast, boom of straatmeubilair. Bij overige puntvernauwing minimale doorgang 0,90 m.
R
Hoogteligging en de hiermee verband houdende afwatering van de rijbaan, parkeervakken en trottoirs is afhankelijk van de omgevingshoogten. Hiertoe dient door de opdrachtnemer eerst een waterpassing uitgevoerd te worden en een afwateringsplan te worden opgesteld. Bij nieuwbouw bepaalt de gemeente het vloerpeil van de te bouwen woningen. Afwateringsplan zodanig opstellen dat er nooit water naar particuliere oppervlakken af kan stromen.
R
De kolkafstand bedraagt in principe 15 - 18 m of maximaal 150 m2 verhard oppervlak per kolk.
R
Fundering van de asfaltverharding is als volgt opgebouwd: • Zand 50 cm (zand aan te brengen tot minimaal 25 cm buiten de toekomstige verharding). • Menggranulaat (0/40 mm) minimaal 30 cm. De exacte opbouw zal bepaalt moeten worden aan de hand van de verkeersbelasting en intensiteit van het te verwachten verkeer en in overleg met de gemeente. Onderlaag: AC 22 base OL-B- mengseleigenschappen : laagdikte 60 mm.
R
202
R
202
Tussenlaag: AC 22 bind TL-B - mengseleigenschappen : laagdikte 60 mm.
R
202
Deklaag: SMA-NL 11B 70/100 - laagdikte 35 mm.
R
202
Pas als verhardingsmateriaal voor de rijbaan asfalt toe.
R
De asfaltconstructie inclusief fundering dient na geotechnisch onderzoek gedimensioneerd te worden (laagdiktes aangeven) door een daarvoor gecertificeerd adviesbureau. Het advies wordt ter toetsing voorgelegd aan het Cluster Openbare Ruimte. RWS band: dan kolken toepassen.
R
Opsluiting volgens in bijlage opgenomen detailtekening (Type Van Berckelweg): geen kolken, afwatering in de berm.
R
Breedte trottoirs inclusief trottoirband en opsluitband minimaal 2,05 m.
R
Vrije doorgang op trottoir minimaal 1.20 m ter hoogte van bijv. Lichtmast, boom of straatmeubilair. Bij overige puntvernauwing minimale doorgang 0,90 m.
R
Hoogteligging en de hiermee verband houdende afwatering van de rijbaan, parkeervakken en trottoirs is afhankelijk van de omgevingshoogten. Hiertoe dient door de opdrachtnemer eerst een waterpassing uitgevoerd te worden en een afwateringsplan te worden opgesteld. Bij nieuwbouw bepaalt de gemeente het vloerpeil van de te bouwen woningen. Afwateringsplan zodanig opstellen dat er nooit water naar particuliere oppervlakken af kan stromen.
R
De kolkafstand bedraagt in principe 15 m. Per kolk mag niet meer dan 100 m2 asfaltverharding afwateren en niet meer dan 120 m2 elementenverharding.
R
Fundering van de asfaltverharding is als volgt opgebouwd: • Zand 50 cm (zand aan te brengen tot minimaal 25 cm buiten de toekomstige verharding). • Menggranulaat (0/40 mm) minimaal 30 cm. De exacte opbouw zal bepaalt moeten worden aan de hand van de verkeersbelasting en intensiteit van het te verwachten verkeer en in overleg met de gemeente. Onderlaag: AC 22 base OL-B- mengseleigenschappen : laagdikte 60 mm.
R
202
R
202
Tussenlaag: AC 22 bind TL-B - mengseleigenschappen : laagdikte 60 mm.
R
202
Deklaag: SMA-NL 11B 70/100 - laagdikte 35 mm.
R
202
4/9
R
R
203
R
02. Weginfrastructuur - verhardingen
Uitvoeringsniveau Elementsoort
Onderwerp Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Erftoegangswegen op T.p.v. de erfgrens opsluitbanden 12x25x100, kleur grijs. bedrijventerreinen - Opsluiting
Erftoegangswegen op bedrijventerreinen - Trottoirs
Hardheid R
Als opsluiting voor de rijbaan banden 28/30x25 aanbrengen (niet in specie stellen).
R
Breedte trottoirs inclusief trottoirband en opsluitband minimaal 2,05 m.
R
Vrije doorgang op trottoir minimaal 1.20 m ter hoogte van bijv. Lichtmast, boom of straatmeubilair. Bij overige puntvernauwing minimale doorgang 0,90 m.
R
Breedte trottoirs inclusief trottoirband en opsluitband minimaal 2,05 m.
R
Uit te voeren in grijze tegels 30x30x6cm met vellingkant, halfsteensverband.
R
Ter plaatse van uitritten grijze tegels 30x30x8cm in lintlagen.
R
Bronverwijzing Bijlage
Erftoegangswegen op Parkeren uit te voeren in zwarte betonklinkers. Scheiding verharding parkeervakken d.m.v. streklaag van betonstraatstenen keiformaat 5 stuks kleur bedrijventerreinen verharding – 5 stuks wit (leverancier: Holcim Betonproducten BV). Parkeervakken Erftoegangswegen op T.b.v. de afwatering van de asfaltconstructie dient een goottegel 30x15x8cm in specie gesteld te worden. bedrijventerreinen - Afwatering
R
Gebieds-ontsluitingswegen binnen bebouwde kom Opbouw rijbaan
Fundering van de asfaltverharding is als volgt opgebouwd: • zand 50 cm (zand aan te brengen tot minimaal 25 cm buiten de toekomstige verharding). • menggranulaat (0/40 mm) minimaal 30 cm. De exacte opbouw zal bepaalt moeten worden aan de hand van de verkeersbelasting en intensiteit van het te verwachten verkeer en in overleg met de gemeente. Onderlaag: AC 22 base OL-B- mengseleigenschappen : laagdikte 60 mm.
R
202
R
202
Tussenlaag: AC 22 bind TL-B - mengseleigenschappen : laagdikte 60 mm.
R
202
Deklaag: SMA-NL 11B 70/100 - laagdikte 35 mm.
R
202
Afhankelijk van de mogelijkheden van afwatering in de aanliggende berm wordt gekozen voor een constructie met al dan niet verhoogde opsluitbanden (met kolken): • banden 28/30x25 aanbrengen (niet in specie stellen). • RWS 115/225x250, grijs, gesteld op stampbeton met steunrug. Breedte trottoirs inclusief trottoirband en opsluitband minimaal 2,05 m.
R
Uit te voeren in grijze tegels 30x30x6cm met vellingkant, halfsteensverband.
R
Ter plaatse van uitritten grijze tegels 30x30x8cm in lintlagen.
R
Gebieds-ontsluitingswegen binnen bebouwde kom Parkeervakken
Parkeren uit te voeren in zwarte betonklinkers. Scheiding verharding parkeervakken d.m.v. streklaag van betonstraatstenen keiformaat 5 stuks kleur verharding – 5 stuks wit (leverancier: Holcim Betonproducten BV).
R
Gebieds-ontsluitingswegen binnen bebouwde kom Afwatering
Indien afwatering op de berm niet mogelijk is dient t.b.v. de afwatering van de asfaltconstructie een, in specie gestelde, goottegel 30x15x8 cm aangebracht te worden.
R
Gebieds-ontsluitingswegen binnen bebouwde kom Opsluiting Gebieds-ontsluitingswegen binnen bebouwde kom Trottoirs
5/9
R
R
02. Weginfrastructuur - verhardingen
Uitvoeringsniveau Elementsoort
Onderwerp Gebieds-ontsluitingswegen buiten bebouwde kom Opbouw rijbaan
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Fundering van de asfaltverharding is als volgt opgebouwd: • zand 50 cm (zand aan te brengen tot minimaal 25 cm buiten de toekomstige verharding). • Menggranulaat (0/40 mm) minimaal 30 cm. De exacte opbouw zal bepaalt moeten worden aan de hand van de verkeersbelasting en intensiteit van het te verwachten verkeer en in overleg met de gemeente. Onderlaag: AC 22 base OL-B- mengseleigenschappen : laagdikte 60 mm.
Hardheid R
Bronverwijzing Bijlage 202
R
202
Tussenlaag: AC 22 bind TL-B - mengseleigenschappen : laagdikte 60 mm.
R
202
Deklaag: SMA-NL 11B 70/100 - laagdikte 35 mm.
R
202
Afhankelijk van de mogelijkheden van afwatering in de aanliggende berm wordt gekozen voor een constructie met al dan niet verhoogde opsluitbanden (met kolken): • banden 28/30x25 aanbrengen (niet in specie stellen). • RWS 115/225x250, grijs, gesteld op stampbeton met steunrug. Parkeren uit te voeren in zwarte betonklinkers. Scheiding verharding parkeervakken d.m.v. streklaag van betonstraatstenen keiformaat 5 stuks kleur verharding – 5 stuks wit (leverancier: Holcim Betonproducten BV).
R
Breedte trottoirs inclusief trottoirband en opsluitband minimaal 2,05 m.
R
Uit te voeren in grijze tegels 30x30x6cm met vellingkant, halfsteensverband.
R
Ter plaatse van uitritten grijze tegels 30x30x8cm in lintlagen.
R
Gebieds-ontsluitingswegen buiten bebouwde kom Afwatering
Indien afwatering op de berm niet mogelijk is dient t.b.v. de afwatering van de asfaltconstructie een, in specie gestelde, goottegel 30x15x8 cm aangebracht te worden.
R
Fietspaden - Algemeen
Fietspaden worden uitgevoerd in asfalt of betonplaten. Alleen bij zwaarwegende redenen kan een fietspad, in overleg met en na goedkeuring van de gemeente, uitgevoerd worden in tegelverharding (tegels 8 cm dik). Opbouw fundering: • zand 50 cm (zand aan te brengen tot minimaal 25 cm buiten de toekomstige verharding) • menggranulaat (0/40 mm) 30 cm • straatzand 5cm (bij gebruik van tegels) Deklaag: • asfalt moet rood van kleur zijn (RAL 3001), op basis van zwarte bitumen. • deklaag van SMA-NL 11A 70/100 30mm. • tussenlaag en onderlaag 9 cm dik. Opsluiting: • Bij tegelverharding opsluiting door middel van een 10x20 band. Opbouw fundering: • op zandondergrond: zandbed 20 cm (zand aan te brengen tot minimaal 25 cm buiten de toekomstige verharding). • op kleiondergrond: zandbed 30 cm (zand aan te brengen tot minimaal 25 cm buiten de toekomstige verharding). Verharding: • betonplaten. Fundering van trottoirs is als volgt opgebouwd: • zand 30 cm (zand aan te brengen tot minimaal 25 cm buiten de toekomstige verharding). • straatzand 5 cm Uit te voeren in grijze tegels 30x30x6 met vellingkant, halfsteensverband of in gebakken klinkers, in overleg met de gemeente bepalen.
R
Gebieds-ontsluitingswegen buiten bebouwde kom Opsluiting Gebieds-ontsluitingswegen buiten bebouwde kom Parkeervakken Gebieds-ontsluitingswegen buiten bebouwde kom Trottoirs
Fietspaden - Asfaltverharding
Fietspaden - Betonverharding
Trottoirs - Opbouw
Trottoirs - Materiaal
6/9
R
R
R
R R
R R
R
02. Weginfrastructuur - verhardingen
Uitvoeringsniveau Elementsoort
Onderwerp
Parkeren - Alle parkeervakken
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) T.p.v. (particuliere) uitritten en waar verkeer komt: betontegels 30x30x8 cm (kleur grijs) in lintlagen, tegels in straatlaag van tlaag van zandmengsel WD-06 of kalkvrij brekerzand. BSS (met kleurvaste deklaag) keiformaat zwart in elleboogverband, gebakken keiformaat of dikformaat of natuursteen conform het gestelde in de UVOR.
Hardheid R
Bronverwijzing Bijlage
R
Scheiding verharding parkeervakken en rijbaan d.m.v. streklaag van betonstraatstenen keiformaat 5 stuks kleur verharding – 5 stuks wit.
R
Geen stootbanden toepassen.
R
Parkeren Gehandicaptenparkeerplaats
Voor afmetingen zie richtlijnen CROW.
R
Parkeren - Erven
Zie bijlage detaillering parkeervakken.
R
201, 202
In -en uitritten - In-uitritbanden Particuliere in- en uitritten 45/50x16 cm, aansluitend op trottoirband 28/30x25 cm met deklaag conform hetgeen in de UVOR gesteld is.
R
206
Openbare in- en uitritten 75/50x16 cm, aansluitend op trottoirbanden 28/30x25 cm met deklaag conform hetgeen in de UVOR gesteld is.
R
207
Op bedrijventerreinen in- en uitritten 60/20x100cm, aansluitend op trottoirbanden 28/30x25 cm.
R
207
Inritconstructie 30 km zone - In- Aan beide zijden van de inrit inritbanden 75x50x16 cm toepassen. Type, kleur en structuur in overleg met de gemeente bepalen. uitritbanden Inritconstructie 30 km zone Betontegels 30x30x8 cm (kleur grijs) in lintlagen, tegels in straatlaag van zandmengsel WD-06 of kalkvrij brekerzand. Materiaal Rotondes - Asfalt De asfaltconstructie dient na geotechnisch onderzoek gedimensioneerd te worden in overleg met het Cluster Openbare Ruimte van de gemeente Noordwijk.
R
Rotondes - Asfaltopsluiting
Aan de zijde van de rammelstrook Girotondeband G42/50x50x250 gesteld op stampbeton met steunrug.
R
R R
Aan de buitenzijde RWS-band 115/225x250 witte kwarts, gesteld op stampbeton met steunrug.
R
Rotondes - Rammelstrook
Uit te voeren in betonstraatstenen met kleurvaste deklaag, keiformaat geel, dik 80mm, gesteld in specie.
R
Rotondes - Middeneiland
Uit te voeren conform detail weergegeven in detailtekening rotondes (zie bijlage).
R
Rotondes - Opsluiting Gireflexbanden type A 18/20x25 gesteld in specie met steunrug middeneiland Rotondes - Middengeleiders in Opsluitbanden: RWS 115/225x250 witte kwarts, gesteld op stampbeton met steunrug. aan/afvoerroutes
Rotondes - Afwatering
R
Invulling: betonstraatstenen type PoroDrain GeoBasic, keiformaat geel, dik 80mm, gesteld in specie en gevoegd met Topvoeg. Menggranulaat aanbrengen tot aan de zandaanvulling. Middels gootlaag van tegels 30x15x8 cm.
R R
Drempels/ plateaus - Algemeen Voor materialisatie zie detail drempel (bijlage).
R
Uitvoering - Bouwwegen
Bij grote nieuwbouwlocaties mag bouwverkeer niet over nieuw aangelegd definitief straatwerk rijden.
R
Wanneer uit de fasering van de aannemers blijkt dat de woningbouwwerkzaamheden niet gelijktijdig worden afgerond, dienen er voorzieningen getroffen te worden om te voorkomen dat een situatie kan ontstaan, waarbij het gedeelte van de ene bouwer al definitief bestraat is en er van de andere bouwer nog bouwverkeer overheen rijdt. Eigenaren/bewoners van woningen welke zijn opgeleverd, dienen de woningen via een verharde weg te kunnen bereiken.
R
Locatie bouwweg (tijdelijke weg) niet boven definitieve ondergrondse infrastructuur zonder schriftelijk akkoord van de beheerders van de in de tracé gelegen K&L.
R
7/9
204
R
208, 209, 210, 211, 212
R
02. Weginfrastructuur - verhardingen
Uitvoeringsniveau Elementsoort
Onderwerp
Uitvoering - Revisie
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Alle te gebruiken materialen dienen minimaal te voldoen aan de meest recente versie van de Standaard RAW bepalingen.
Hardheid R
Goedgekeurd RAW-bestek en bijbehorende tekeningen vormen een onderdeel van de te sluiten anterieure overeenkomst welke door de gemeenteraad dient te worden vastgesteld. Na uitvoering van het plan dient de buitenruimte te worden ingemeten conform NEN-1878 en conform de eisen van het Cluster Opebare Ruimte en Informatie & Gegevens Management. De revisiegegevens dienen binnen de WIBON-termijnen te worden verstrekt aan de directievoerder; er zal niet eerder tot (deel)oplevering worden overgegaan dan nadat de revisiegegevens zijn goedgekeurd door de directie.
8/9
Bronverwijzing Bijlage 202
R R
203
W
02. Weginfrastructuur - verhardingen
Weginfrastructuur - verhardingen Bijlage NummerOmschrijving 201 Parkeervakken haaksparkeervak 202 Parkeervakken langsparkeervak 203 Opsluiting asfalt ETW 204 Details rotonde – middengeleider en middeneiland 205 Detail invalideninrit 206 Detail Particulier in- en uitritconstructie 207 Detail Openbare in- en uitritconstructie 208 Detail drempel 20km 209 Detail drempel 30km 210 Detail drempel 50km 211 Detail drempel 60km 212 Detail drempel en plateau 1901 PVE Klimaatadaptatie (PZH) Bronverwijzingen NummerOmschrijving 202 Standaard RAW bepalingen 203 NEN-1878 - Automatische gegevensverwerking - Uitwisselingsformat voor gegevens over de aan het aardoppervlak gerelateerde ruimtelijke objecten 1901 Klimaatadaptief bouwen website (PZH) 1902 MVI-criteriatool
9/9
02. Weginfrastructuur - verhardingen
Hoofdstuk
3
Datum
6/21/2022
Versie
1
Controle
Kunstwerken (bruggen, duikers en stuwen)
Objecten en eisen
Uitgever
DALI Beheerder
Eigenaar
Peter Taal
Hardheid Bronverwijzing Bijlage
Stedenbouwkundig niveau Gebiedsoort Alle kernen - Alle gebieden
Onderwerp Richtlijnen - Algemeen
Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Per kunstwerk wordt door het cluster Openbare Ruimte een projectgebonden programma van eisen opgesteld, dat de LIOR als basis heeft.
Hardheid R
Bronverwijzing Bijlage
Houd bij de toepassing van bouwstoffen rekening met de checklist GWW uit de "Regionaal Duurzaam Bouwen plus Richtlijn".
R
Het ontwerp moet voldoen aan de eisen die hiervoor in het vigerend bestemmingsplan zijn opgenomen.
R
Vergunningen - Algemeen
Voor de reconstructie of nieuwe aanleg van een brug zijn minimaal een bouwvergunning en keurvergunning nodig.
R
314, 305
Beleid - Klimaatadaptatie
De gemeente Noordwijk beschikt nog niet over specifiek beleid voor klimaatadaptatie. Totdat dit beleid er is wordt verwezen naar het Programma van Eisen voor klimaatadaptatie in de openbare ruimte dat opgesteld is door de Provincie Zuid-Holland. Dit Programma van Eisen kan ter inspiratie gebruikt worden bij nieuwe ontwikkelingen in de openbare ruimte. Voor de gemeente is duurzaam inkopen belangrijk. Zij wil door duurzaam inkopen zoveel mogelijk maatschappelijke waarde creëren voor de publieke middelen. Daarbij zoekt de gemeente een gezonde balans tussen sociaal-economische ontwikkeling, het milieu, maatschappelijk welzijn en de beschikbare financiële middelen. Per aanbesteding bekijkt de Gemeente of het passend is om duurzaamheidseisen aan inschrijvers of hun inschrijving te stellen.
R
1901
R
1902
In de gemeente Noordwijk worden in ieder geval de vastgestelde minimumcriteria, zoals benoemd in de MVI-criteriatool (www.mvicriteria.nl) opgenomen bij de inkoop, waarmee wordt voldaan aan de gemaakte afspraken binnen de VNG. Bij (her)ontwikkelingen, waarbij openbare ruimte wordt aangelegd, dient de ontwikkelaar een beheerplan op te stellen en aan de gemeente aan te leveren. Dit beheerplan bevat minimaal de volgende onderdelen: • Overzicht van de areaalwijzigingen tussen de bestaande en de nieuwe situatie. • Beheerkostenvergelijking tussen de bestaande en de nieuwe situatie (gemiddelde kosten per jaar voor dagelijks onderhoud en groot onderhoud). • Toelichting op het beheer en onderhoud van eventueel aanwezige speciale objecten of gebieden.
R
1902
Beleid - Duurzaamheid
Projecten - Beheerplan
301
301
1901
R
Inrichtingsniveau Straatsoort Alle kernen - Alle gebieden
Onderwerp Ontwerpuitgangspunten Algemeen
Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Hardheid Per te ontwerpen brug dient te worden vastgesteld aan welke verkeersklasse deze dient te voldoen. Tevens dient bepaald te worden of de brandweer gebruik R moet kunnen maken van deze brug en en/of de brug toegankelijk moet zijn voor strooimaterieel. Bij het ontwerp van bruggen dient minimaal de volgende ontwerplevensduur aangehouden te worden (levensduur naar materiaal): • Hout 25 jaar • Staal 60 jaar • Beton 90 jaar • Metselwerk 60 jaar • Kunststof 60 jaar
R
Indien een brug niet toegankelijk is voor autoverkeer moet het v.w.b. de maatvoering en dimensionering ook onmogelijk zijn deze hiervoor te gebruiken. Bij bruggen in hoofdroutes dient wel rekening gehouden te worden met de toegankelijkheid voor gladheidsbestrijdingsmaterieel (bruggen buiten hoofdroutes worden handmatig gestrooid). De dimensionering van (onderdelen van) bruggen inclusief fundering moet door middel van berekeningen worden onderbouwd.
R
De funderingsmethode moet worden afgestemd op de ondergrond en de omgeving.
R
Ter bepaling van de draagkracht van de bodem t.b.v. landhoofd en/of paalfunderingen dienen ter plaatse sonderingen genomen te worden.
R
1/4
R
Bronverwijzing Bijlage
303
03. Kunstwerken (bruggen, duikers en stuwen)
Het ontwerp van een brug dient gebaseerd te zijn op een recent grondmechanisch onderzoek.
R
Bruggen moeten goed toegankelijk, doorgankelijk en comfortabel te berijden zijn door fietsers en minder validen. Maximale helling conform de meest recente uitgave van de ASVV. Indien de brug toegankelijk moet zijn voor autoverkeer/brandweer moet worden aangetoond dat de brug en de aansluitende infrastructuur voldoende ruim gedimensioneerd zijn (SIM-curvetekening). Bij het ontwerp dient terdege aandacht te worden geschonken aan voorzieningen ter voorkoming van uitspoeling van zand/grond achter en onder het landhoofd. De noodzaak voor het al of niet toepassen van stootplaten wordt per geval bekeken. Bij zettingsgevoelige ondergronden dienen in ieder geval stootplaten te worden toegepast. Waar mogelijk ontwerp zodanig dat er geen ondersteuningen in het water staan.
R
Ontwerp onkruid-, zwerfafval- en graffiti werend.
R
Ontwerp energiezuinig.
R
Een brug dient onderhoudsarm ontworpen te worden.
R
Houd rekening met de ontwerpeisen die volgen uit de Keur van het Hoogheemraadschap Rijnland.
R
Bij voorkeur geen hardhout toepassen.
R
R R R R
Voor bruggen geldt dat een combinaties van stalen liggers, hout of bamboe, composiet dek en leuning mogelijk is.
R
Houten bruggen - Algemeen
De detaillering moet zodanig zijn dat er geen water op kops hout kan blijven staan.
R
Betonnen bruggen - Algemeen
Waar mogelijk getoogde slanke bruggen toepassen.
R
Bij betonnen bruggen dienen aan beide zijden van de brug 2 mantelbuizen te worden ingestort. Diameter 6,3 cm en voorzien van een trekdraad.
R
Minimaal een bovenaanzicht, zijaanzicht, langsdoorsnede, doorsnede t.p.v. de jukken en de landhoofden alsmede de situering.
R
De ontwerptekeningen zijn voorzien van complete maatvoering (hoogtemaatvoering in N.A.P.).
R
Het ontwerp en de berekening van een brug dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de afdelingen Openbare Werken en Bouwen en Wonen, de stedenbouwkundige en de Brandweer. De initiatiefnemer dient in de ontwerpfase een advies te leveren aan de gemeente m.b.t. beheer en onderhoud van het kunstwerk (inclusief planning en kosten). Dit advies is afgestemd op de ontwerplevensduur van de betreffende brug. De constructie moet sociaal veilig zijn. Daarom rekening houden met doorzicht, open constructie, goede locatie, aanpassing omgeving.
R
Tekeningen - Algemeen Toetsing ontwerp - Algemeen
Sociale veiligheid - Algemeen
315, 316
304 305
R R
306, 307
Uitvoeringsniveau Elementsoort Alle kernen - Alle gebieden
Onderwerp Bouwstoffen en materialen Algemeen
Bouwstoffen en materialen Beton Bouwstoffen en materialen Hout Bouwstoffen en materialen Staal
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) In Noordwijk kunnen bruggen worden toegepast in zowel beton, kunststof, bambooTeq als composiet en eventuele combinatie van genoemde materialen. Bij voorkeur geen hardhout toepassen. De eisen die gelden voor de te gebruiken bouwstoffen zijn opgenomen in het hoofdstuk Bouwstoffen.
Hardheid R R
Aanvullend daarop geldt dat bouwstoffen toegepast moeten worden die tijdig (d.w.z. de planning niet frustrerend) leverbaar zijn met de in het hoofdstuk Bouwstoffen genoemde attesten/certificaten/keurmerken. De specificaties voor betonelementen zijn opgenomen in de bijlage.
R
Aanvulling op hetgeen in specificatieblad Bouwstoffen is aangegeven: • Indien hardhout wordt toegepast moet dit voldoen aan NEN 3180 klasse 1 en voorzien zijn van een FSC-certificaat. • Alternatieve materialen moeten tenminste voldoen aan de duurzaamheid als omschreven in de NEN 3180 klasse 1. Alle stalen onderdelen (inclusief bevestigingsmiddelen) thermisch verzinken, aanstralen en eenmaal behandelen met een epoxy zinkfosfaatprimer, gelakt in nader op te geven RAL-kleur. Staal dat in aanraking komt met oppervlaktewater dient te worden voorzien van een coating of roestvast staal te zijn (bijvoorbeeld damwanden, trappen). Dit conform meest recente versie van de Standaard RAW bepalingen.
N
2/4
Bronverwijzing Bijlage
R
309, 310, 311, 312 313
302
R R
03. Kunstwerken (bruggen, duikers en stuwen)
Uitvoeringsniveau Elementsoort
Onderwerp Houten bruggen - Brugdek
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Ter voorkoming van gladheid brugdekplanken voorzien van drie anti-slipstroken per brugdekplank.
Houten bruggen - Liggers en kopschotten Brugleuningen - Houten leuningen Brugleuningen - Stalen leuningen Metselwerk - Algemeen
Brugdekplanken dienen, bij toepassing van houten liggers, minimaal 100 mm buiten de gording uit te steken. Liggers en kopschotten bij voorkeur uitvoeren in staal. Behandeling van houten leuningen bepalen in overleg met het cluster Openbare Ruuimte. De leuningen geschaafd en bovenregels voorzien van een dakprofiel. Het ontwerp van stalen brugleuningen dient in overleg met de gemeente tot stand te komen.
R
De kwaliteit, kleur en structuur van de stenen dienen in overleg met het clusters Openbare Ruimte en Stedenbouw te worden bepaald en in harmonie te zijn met de omgeving. Metselwerk muren dienen aan de uiteinden en op scherpe hoeken te zijn voorzien van een natuurstenen eindblok (centrum). Het eindblok moet met specie worden vastgezet, waarbij betonijzer moet worden toegepast om een stevige verbinding tussen de elementen te verkrijgen.
R
De aanbieder dient een garantie te geven op conserveringswerkzaamheden, welke gelijk staat aan de garantie welke de leverancier geeft (minimaal 2 jaar), vergezeld met een garantie voor de applicatie. Op het buitenschilderwerk wordt een schriftelijke garantie van minimaal 2 jaar verlangd, uitgezonderd door derden aangerichte schaden.
R
De bouw/vorm van de brug moet vandalismebestendig zijn (niet te beklimmen gladde muren/hellingen, stevige materialen gebruiken).
R
Bruggen c.q. wanden afschermen (betegelen, hekken, begroeiing, watergang) tegen het (bewust) aanbrengen van schade/bekladding. Eisen m.b.t. anti graffiti coatings zijn opgenomen bij het onderdeel Verfsystemen en coatings van dit specificatieblad.
R
Verfsystemen en coatings Garantie
Vandalisme en zwerfvuil Algemeen
Hardheid R
R R
R
R
Uitvoering - Algemeen
Om de hinder en overlast zoveel mogelijk te beperken dient waar mogelijk met prefab-elementen te worden gewerkt.
R
Duikers - Algemeen
Duikers aan weerszijden van een betonnen uitstroomprofiel voorzien. De uitstroombakken (grote diameters) voorzien van schotbalksponingen.
R
Duikers - Materiaal
De toe te passen materialen, beton-, kunststof-, staalbuizen kunnen afhankelijk van de toe te passen afmeting worden gebruikt.
R
De keuze van het toe te passen materiaal gebeurt in overleg met het cluster Openbare Ruimte van de gemeente Noordwijk.
R
Duikers - Afmeting
Het benodigde doorstroomprofiel te bepalen in overleg met het cluster Openbare Ruimte en het Hoogheemraadschap.
R
Stuwen - Algemeen
Ontwerplevensduur minimaal 50 jaar.
R
Bij het ontwerp rekening houden met achter loopsheid ter voorkoming van uitspoeling.
R
Constructie ter goedkeuring cluster Openbare Ruimte.
R
Bij toepassing van houten stuwen moeten deze voldoen aan het FSC-keurmerk.
R
Alle bevestigingsmiddelen (bouten, moeren etc.) thermisch verzinkt.
R
De hoogte en benodigde overstort drempel breedte in overleg met cluster Openbare Ruimte en het Hoogheemraadschap.
R
Stuwen - Afmeting
3/4
314
R
Oplevering en Vanaf oplevering van een kunstwerk geldt een onderhoudstermijn voor de initiatiefnemer van 1 jaar voor beweegbare bruggen en 6 maanden voor overige onderhoudstermijn - Algemeen kunstwerken.
Stuwen - Materiaal
Bronverwijzing Bijlage
03. Kunstwerken (bruggen, duikers en stuwen)
Kunstwerken (bruggen, duikers en stuwen) Bijlage NummerOmschrijving 301 Checklist GWW 302 Specificaties betonelementen bruggen 1901 PVE Klimaatadaptatie (PZH) Bronverwijzingen NummerOmschrijving 301 Regionaal Duurzaam Bouwen plus Richtlijn 303 Voorschriften voor het ontwerpen van stalen bruggen (NEN 6788) 304 Leidraad energiezuinig ontwerp civiele kunstwerken (CUR rapport 99-8) 305 Keur Hoogheemraadschap Rijnland 306 Handboek sociale veiligheid in de verplaatsingsketen (CROW publicatie 237) 307 PKVW Nieuwbouw 309 NEN 5950 - Voorschriften beton technologie. Eisen, vervaardiging en keuring 310 NEN 6720 - Voorschriften beton TGB 1990 Constructieve eisen en rekenmethoden 311 NEN 6722 - Voorschriften beton, uitvoering 312 NEN 6723 - Voorschriften beton-bruggen (VBB 1995) 313 NEN 3180 - Kwaliteitseisen voor hout voor bouwkundige en waterbouwkundige doeleinden 314 Bouwbesluit 315 ASVV 316 WMO Meedoen in Noordwijk - Vierjarenplan 2013-2016 1901 Klimaatadaptief bouwen website (PZH) 1902 MVI-criteriatool
4/4
03. Kunstwerken (bruggen, duikers en stuwen)
Hoofdstuk
4
Datum
6/21/2022
Versie
1
Controle
Nutsvoorzieningen
Objecten en eisen
Uitgever
DALI Beheerder
Eigenaar
Dennis Mooijekind
Hardheid Bronverwijzing Bijlage
Stedenbouwkundig niveau Gebiedsoort Alle kernen - Alle gebieden
Onderwerp Definitie - Algemeen
Beleid - Algemeen Beleid - Duurzaamheid
Vergunningverlening Algemeen
Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Eisen en richtlijnen die in dit hoofdstuk aan "nutsbedrijven" worden gesteld gelden in gelijke mate voor telecombedrijven, tenzij één van beide partijen expliciet is uitgesloten of benoemd. Indien in dit hoofdstuk sprake is van "vergunningen" gelden dezelfde eisen en richtlijnen voor "instemmingsbesluiten", tenzij dit expliciet anders vermeld is. De regels ten aanzien van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen in of op openbare gronden zijn vastgelegd in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Noordwijk (AVOI). Voor de gemeente is duurzaam inkopen belangrijk. Zij wil door duurzaam inkopen zoveel mogelijk maatschappelijke waarde creëren voor de publieke middelen. Daarbij zoekt de gemeente een gezonde balans tussen sociaal-economische ontwikkeling, het milieu, maatschappelijk welzijn en de beschikbare financiële middelen. Per aanbesteding bekijkt de Gemeente of het passend is om duurzaamheidseisen aan inschrijvers of hun inschrijving te stellen.
Hardheid R
In de gemeente Noordwijk worden in ieder geval de vastgestelde minimumcriteria, zoals benoemd in de MVI-criteriatool (www.mvicriteria.nl) opgenomen bij de inkoop, waarmee wordt voldaan aan de gemaakte afspraken binnen de VNG. Voor het (ver)leggen van kabels en leidingen over een lengte van meer dan 25 meter dient minimaal 6 weken voor geplande aanvang van de werkzaamheden een instemmingsbesluit bij de gemeente te worden aangevraagd. Bij lengtes van minder dan 25 meter volstaat het doen van een melding. De meldingen en aanvragen voor instemmingsbesluiten dienen ingediend te worden via het MOOR platvorm.
Bronverwijzing Bijlage
B
414
R
1902
R
1902
W
414, 402, 413
De aanleg van kabels en leidingen moet waar mogelijk in combinatie met werkzaamheden van andere nutsbedrijven worden uitgevoerd.
R
414
De aanleg van kabels en leidingen moet, in afstemming met de gemeente, vóór de aanleg van de rioolaansluitingen worden uitgevoerd (indien van toepassing). Als voor de werkzaamheden een rijbaan of fietspad geheel of gedeeltelijk moet worden afgesloten moet de aanvrager de te treffen maatregelen en eventueel bebordingsplan minimaal drie weken voor de aanvang van het werk aan de gemeente Noordwijk afdeling Openbare Werken instemming vragen.
R
414
R
404
Indien voor de uitvoering van de werkzaamheden bronbemaling noodzakelijk is dient een ontheffing of vergunning te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. De geldigheid van de vergunning bedraagt zes maanden na de in de brief vermelde startdatum.
W W
Inrichtingsniveau Straatsoort Alle kernen - Alle gebieden
Onderwerp Leidingprofiel - Algemeen
Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Volgens het normprofiel van Noordwijk (zie bijlage).
Hardheid R
Inrichting leidingtracés Algemeen
Uitgangspunten is toegankelijkheid tot kabels en leidingen en een zo klein mogelijke kans op ligging in verontreinigde grond. Dit heeft geleid tot de volgende eisen: • In openbare grond. • In voetpaden of loopstroken. • Langs de bebouwing of perceelgrens. • Niet in de lengterichting in rijwegen • Bij voorkeur niet in parkeerstroken. • Bij voorkeur niet onder fietspaden aanbrengen. • Bij voorkeur niet in groenvoorzieningen. • Indien fundering wordt toegepast (dwarspassages/kruisingen) in leidingtracés dan dienen mantelbuizen aangelegd te worden.
1/3
Bronverwijzing Bijlage 406, 407, 403, 401, 408 402
R
04. Nutsvoorzieningen
Afstanden - Algemeen Bovengrondse nutsvoorzieningen - Algemeen
Brandkranen - Algemeen
De ligging wordt in de vergunnig aangeven.
R
De minimale afstanden van kabel en/of leiding tot andere objecten in de directe omgeving (bv bomen, riolering) die moeten worden aangehouden zijn opgenomen in de AVOI. De wijze waarop bovengrondse voorzieningen geplaats moeten worden is beschreven in de AVOI.
B
414
B
414
Alle te plaatsen kasten, zowel boven als ondergronds, dienen gemeld te worden bij de gemeente (cluster Openbare Ruimte). Indien de plaatsing van een kast niet vergunningsplichtig is, wordt de plaats bepaald in overleg met het cluster Openbare Ruimte.
R
Blusvoorzieningen dienen aangelegd te worden conform de eisen van de gemeente Noordwijk in overeenstemming met de Regionale Brandweer en in overleg met Dunea i.v.m. de benodigde leidingdiameter en -capaciteit en de ligging van het nutstracé. E.e.a. ter goedkeuring van de gemeente Noordwijk. De eisen zijn op te vragen bij de Regionale Brandweer. Brandkranen in trottoirs minimaal 35 cm uit de trottoirband. Indien naast het trottoir parkeervakken aanwezig zijn, dan in trottoirs minimaal 75 cm uit de trottoirband. Nooit brandkranen in parkeervakken plaatsen. Rondom brandkranen obstakelvrije ruimte met een straal van 0,90 m.
R
412
R
412
R
412
Nooit brandkranen in parkeervakken plaatsen.
R
Rondom brandkranen witte markeringstegels aanbrengen.
R
403, 401, 402
Uitvoeringsniveau Elementsoort Alle kernen - Alle gebieden
Onderwerp Voorwaarden - Algemeen
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Alle voorwaarden en eisen die gesteld worden aan het graafproces zijn beschreven in de AVOI.
2/3
Hardheid B
Bronverwijzing Bijlage 414
04. Nutsvoorzieningen
Nutsvoorzieningen Bijlage NummerOmschrijving 401 Principeprofiel nutsvoorzieningen gasloos 402 Principeprofiel nutsvoorzieningen met gas 403 Principeprofiel nutsvoorzieningen DGN Bronverwijzingen NummerOmschrijving 402 Telecommunicatiewet 404 CROW publicatie 96b 406 CROW publicatie 250 407 NEN 7171-1 - Ordening van ondergrondse netten - Deel 1: Criteria 408 NPR 7171-2 - Ordening van ondergrondse netten - Deel 2 412 Eisen brandweer 413 WION 414 AVOI Noordwijk 1902 MVI-criteriatool
3/3
04. Nutsvoorzieningen
Hoofdstuk
5
Datum
6/21/2022
Versie
1
Controle
Riolering - vrij verval riolering
Objecten en eisen
Uitgever
DALI Beheerder
Eigenaar
Debby Wiedijk
Hardheid Bronverwijzing Bijlage
Stedenbouwkundig niveau Gebiedsoort Alle kernen - Alle gebieden
Onderwerp Beleid - Algemeen
Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Het rioleringsbeleid van de gemeente is verwoord in het Integraal Afvalwaterketenplan (IAWKP) 2017-2021 .
Hardheid B
Bronverwijzing Bijlage 509
Uitgangspunt voor nieuw aan te leggen rioolstelsels is een gescheiden rioolstelsel. In bepaalde situaties kan, na toestemming van de gemeente en het HHR, worden volstaan met een verbeterd gescheiden rioolstelsel of een gemengd rioolstelsel. Het Rioleringsplan/type stelsel en hydraulische berekeningen opstellen conform Leidraad Riolering uitgegeven door de Stichting Rioned en de geldende NEN-normen (zie voor laatste versie de website van de NEN).
B
502, 503
Waar mogelijk dient regenwater middels infiltratie in de bodem afgevoerd te worden. De mogelijkheden voor infiltratie van regenwater afkomstig van verhard oppervlak in de bodem dient middels een onderzoek en in overleg met de afdeling Openbare Werken vastgesteld te worden. Maak hierbij gebruik van de afkoppelkansenkaart. Voor het aanbrengen van zinkers onder sloten/waterpartijen dient vooraf een vergunning van het HHR verkregen te worden.
R
504
701
1901, 510
W
Beleid - Klimaatadaptatie
De gemeente Noordwijk beschikt nog niet over specifiek beleid voor klimaatadaptatie. Totdat dit beleid er is wordt verwezen naar het Programma van Eisen voor klimaatadaptatie in de openbare ruimte dat opgesteld is door de Provincie Zuid-Holland en het document dat hierover is opgesteld door Rioned (auteur Ambient d.d. 14 juni 2018). Deze documenten kunnen ter inspiratie gebruikt worden bij nieuwe ontwikkelingen in de openbare ruimte.
R
1901
Beleid - Duurzaamheid
Voor de gemeente is duurzaam inkopen belangrijk. Zij wil door duurzaam inkopen zoveel mogelijk maatschappelijke waarde creëren voor de publieke middelen. Daarbij zoekt de gemeente een gezonde balans tussen sociaal-economische ontwikkeling, het milieu, maatschappelijk welzijn en de beschikbare financiële middelen. Per aanbesteding bekijkt de Gemeente of het passend is om duurzaamheidseisen aan inschrijvers of hun inschrijving te stellen.
R
1902
In de gemeente Noordwijk worden in ieder geval de vastgestelde minimumcriteria, zoals benoemd in de MVI-criteriatool (www.mvicriteria.nl) opgenomen bij de inkoop, waarmee wordt voldaan aan de gemaakte afspraken binnen de VNG. Bij (her)ontwikkelingen, waarbij openbare ruimte wordt aangelegd, dient de ontwikkelaar een beheerplan op te stellen en aan de gemeente aan te leveren. Dit beheerplan bevat minimaal de volgende onderdelen: • Overzicht van de areaalwijzigingen tussen de bestaande en de nieuwe situatie. • Beheerkostenvergelijking tussen de bestaande en de nieuwe situatie (gemiddelde kosten per jaar voor dagelijks onderhoud en groot onderhoud). • Toelichting op het beheer en onderhoud van eventueel aanwezige speciale objecten of gebieden.
R
1902
Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Bij het ontwerp van een rioolstelsel uitgaan van recent verkregen hoogtes, en dus niet van hoogtes die in het rioolbeheersysteem zijn opgenomen of die van revisietekeningen afkomstig zijn. Indien de gemeente tekeningen aanlevert van de bestaande situatie, kunnen geen rechten worden ontleend aan de hoogtegegevens die op deze tekeningen vermeld zijn. Maak een tekening waarop alleen riolering staat. Zie bijlage "kwaliteitseisen civieltechnische werken" voor nadere tekeningspecificaties.
Hardheid R
Projecten - Beheerplan
R
Inrichtingsniveau Straatsoort Alle kernen - Alle gebieden
Onderwerp Dimensionering / ontwerp stelsel - Algemeen
Bronverwijzing Bijlage
R
504
Maak een tekening waarop verhard oppervlak staat waarmee is gerekend.
R
504
Ontwerp de riolering zodanig, dat doodlopende strengen zoveel mogelijk worden voorkomen, met andere woorden: zorg dat rioolwater, bij verstopping in een rioolstreng, via een andere streng alsnog kan afstromen. Ontwerpberekeningen overeenkomstig de Leidraad riolering module C2100.
R
1 / 10
R
502
05. Riolering - vrij verval riolering
Huisaansluitingen - Algemeen
Ligging stelsel - Algemeen
Inspectieputten - Algemeen
Houd bij het ontwerp en de berekening rekening met de volgende uitgangspunten: • De afvalwaterproductie is 12 liter per inwoner per uur. • De gemiddelde woningbezetting voor nieuwbouwwijken kan veiligheidshalve 2,8 inw/woning worden aangehouden. • De minimale bodemschuifspanning moet zijn 1 á 1,5 N/m². • Maximale stroomsnelheid bij geheel gevulde vrij verval buis moet zijn : v = 1,5 m/s. • Verhang afvalwaterstelsel tussen 1:300 en 1:750. • Minimum afmeting alle riolen 250 mm. • Minimum gronddekking op de leidingen 1,20 m. • Alle nieuwe aansluitingen worden aangesloten met minimaal PVC 125 mm. • Minimaliseer het aantal uitlaten. • “Laadkuilen” aansluiten op het vuilwaterriool (max. 10 m3/uur). • De rioolbuizen dienen de krachten a.g.v. verkeersbelasting te kunnen dragen. Dit dient aangetoond te worden middels een berekening die voldoet aan de CUR 122. • De maximaal toe te passen buisdiameter voor PVC-rioolbuizen is 400mm. Daarboven beton toepassen. Per kolk mag niet meer dan 100 m2 asfaltverharding afwateren en niet meer dan 120 m2 elementenverharding. Kolkafstand maximaal 15 m. Deze aansluitingen dienen te worden uitgevoerd volgens de in de bijlage opgenomen details. Er mogen niet meer dan 2 kolken op één leiding van 160 mm worden aangesloten.
R
Injecties op bestaande stelsels kunnen zowel voor de gemeente Noordwijk als voor de waterkwaliteitsbeheerder aanleiding geven tot het laten treffen van compenserende maatregelen. De kosten zowel van de fysieke maatregelen als het uitvoeren van de benodigde berekeningen komen ten laste van de aanleiding gevende ontwikkeling c.q. de initiatiefnemer. Huisaansluitingen hebben een minimale dekking van 0,60 m.
R
Elke woonhuisaansluiting uitvoeren met een ontstoppingsstuk op eigen terrein op 50cm vanaf de erfgrens en één op openbaar terrein.
R
Hoofdleidingen (nieuwe aanleg): aanvullend c.q. in afwijking van het in de meest recente Standaard RAW Bepalingen gestelde, dient onderstaande in acht te worden genomen. Het rioolstelsel in principe aanleggen onder de wegen.