Bijlage 7. Nota v beantw znsw Westeinde perc D961
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan ‘Westeinde perceel D961, Noordwijkerhout’
2 november 2022
1
Inhoud 1. 2.
Inleiding Beantwoording zienswijzen
3 4
2
1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Westeinde perceel D961, Noordwijkerhout’ en de daarbij behorende stukken heeft met ingang van 1 juni 2022 tot en met 12 juli 2022 ter inzage gelegen. Binnen deze termijn van zes weken kon een ieder zijn/haar zienswijze schriftelijk of mondeling kenbaar maken. Gedurende bovengenoemde termijn zijn er drie zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ontvangen en zijn derhalve ontvankelijk. In hoofdstuk twee zijn de zienswijzen samengevat en beantwoord met daarbij de eventuele gevolgen voor het bestemmingsplan
3
2. Beantwoording zienswijzen De ingediende reacties zijn per appellant(en) samengevat (kolom 2) en voorzien van een beantwoording (kolom 3). Elke beantwoording van een zienswijze eindigt met een conclusie (kolom 4) waarin inzichtelijk wordt gemaakt in hoeverre hetgeen naar voren is gebracht aanleiding geeft tot aanpassing van welk onderdeel van de omgevingsvergunning. De zienswijzen zijn geanonimiseerd. Appellant 1 Samenvatting zienswijze
Beantwoording gemeente
Gevolgen voor het bestemmingsplan Dit is aangepast in de toelichting
1.1
Appellant wijst op een mogelijke fout op pagina 17 in de toelichting op het bestemmingsplan: er wordt daar gesteld dat dat .‘…de eigenaar van het naburige perceel de wens heeft geuit om ‘4.050 m2 glasrechten te “kopen”’. Volgens appellant moet dat ‘verkopen’ zijn.
Dit is een terechte opmerking. In de toelichting is dit aangepast.
1.2
Op diezelfde pagina 17 wordt verwezen naar Westeinde nummer 88; volgens appellant bestaat dat huisnummer niet meer.
Voor zover bekend uit openbare bronnen is dit huisnummer nog bestaand.
Geen.
1.3
Volgens appellant wordt in de artikelen 4 en 5 van de regels gesproken over een ‘onoverdekt zwembad’, terwijl in de hem toegezonden Nota van beantwoording inspraak wordt gesteld dat artikelen m.b.t. zwembaden zijn verwijderd.
In de papieren versie van de regels wordt niet gesproken over een ‘onoverdekt zwembad’. Mogelijk is er in de digitale versie een vergissing gemaakt. In artikel 4 is daar per abuis een regel aangaande een ‘onoverdekt zwembad’ opgenomen. Bij de publicatie van het definitieve plan, is er voor gezorgd dat dit wordt hersteld. Er is dan geen sprake meer van een ‘onoverdekt zwembad’.
De regel is verwijderd.
1.4
In de Nota van beantwoording inspraak wordt bij punt 11 aangegeven dat er afspraken zijn gemaakt met de eigenaren van de betreffende gronden en dat dit verwerkt is in de stukken. Appellant vraagt zich af wat daarmee wordt bedoeld en met welke eigenaren er afspraken zijn gemaakt.
Wij constateren dat er verwarring is ontstaan over de gemaakte afspraken. Feitelijk wordt bedoeld dat er een erfdienstbaarheid is gevestigd voor gebruik van de toegangsweg naar het kavel en de nieuwe woning. Deze toegangsweg is breed genoeg en kan ook gebruikt worden door de hulpdiensten. In het kader van externe veiligheid wordt dat benoemd in de toelichting. De erfdienstbaarheid is bekend bij alle partijen.
Geen.
Appellant 2
4
2.1
Samenvatting zienswijze
Beantwoording gemeente
Het perceel waarop het plan is geprojecteerd bestaat volgens appellant uit eersteklas bollengrond waar veel belangstelling voor is. Het wordt momenteel echter oneigenlijk gebruikt door het tekortschieten van de handhaving. Dit wordt volgens appellant nu beloond met maatwerk en service van de gemeente.
Dat het perceel waarop de woning geprojecteerd is kan worden aangemerkt als ‘eersteklas bollengrond’ is goed mogelijk. Planologisch gezien gaat het om een perceel ‘open bollengrond’. Dat daar veel belangstelling is blijkt niet uit het gebruik de afgelopen jaren. Het betreft een rommelig perceeltje met wat oude kleine schuurtjes. Appellant geeft ook niet aan wie er dan allemaal belangstelling voor had om bollen op te gaan telen. Dan is dit meer een veronderstelling, maar niet onderbouwd.
Gevolgen voor het bestemmingsplan Geen.
Door het tekortschieten van handhaving wordt, zoals gesteld, het perceel oneigenlijk gebruikt. Juist handhaving ziet er op toe dat het gebruik conform moet zijn en bij afwijkend gebruik zal handhavend opgetreden worden. Kennelijk is de belangstelling voor dit stukje om bollen op te telen niet zo groot en je kunt als gemeente een grondeigenaar er niet toe dwingen om bollen te telen. Dus blijft het gewoon braak liggen. Er is hier dus geen sprake van beloning maar van een ontwikkeling waarbij een nieuwe meer passende functie aan het perceel wordt toegekend. Dit zit ook in de dynamiek van ruimtelijke ordening. 2.2
Volgens appellant geeft de aanleg van de ecologische verbindingszone een negatieve schaduwwerking op de omliggende bollenpercelen, waardoor opbrengstverlies ontstaat.
In de ‘Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland’ is aangegeven dat deze zone van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ook uit een bosgedeelte moet bestaan. De inrichting, waaronder de beplantingstypen, is tot stand gekomen in overleg met de provincie. De ecologische verbindingszone wordt slechts over de minimale breedte aangelegd nl. 25 i.p.v. van 100 m en deels met struiken i.p.v. bomen. Enige schaduwwerking zal eventueel optreden op het ten noorden/noordoosten hiervan gelegen perceel.
Geen.
2.3
De nieuwe groene dooradering van het gebied zal volgens appellant luizendruk op de teelt veroorzaken, waardoor er meer gewasbeschermingsmiddelen ingezet moeten worden.
Niet duidelijk is waarom door de aanleg van deze ecologische verbindingszone schade zou kunnen ontstaan door luizendruk. In de directe omgeving van deze nieuw aan te leggen ecologische zone zijn al onderdelen van het NNN aanwezig (bv Landgoed Nieuw Leeuwenhorst). Veroorzaken deze onderdelen van het NNN schadelijke luizendruk?
Geen.
2.4
De ecologische verbindingszone en de bijbehorende regels beperkt de ruimte tot innovatie in de omliggende bollenteeltgebieden en daarmee de bijdrage aan de verduurzaming ervan. Appellant ziet graag aangetoond wat de
Uit de vraag wordt niet duidelijk waarom de aanleg van de ecologische verbindingszone van het NNN innovatie in de omliggende bollenteeltgebieden zou belemmeren. Niet bekend is welke innovatieve plannen van de LTO belemmerd worden door de aanleg van een ecologische verbindingszone.
Geen.
5
verbindingszone bijdraagt aan de bestaande natuur.
Deze ecologische verbindingszone is onderdeel van het NNN. De ligging van de ecologische verbindingszones is niet nieuw. Deze zijn al enige tijd geleden vastgesteld. Ook in de voorgangers van de huidige Omgevingsverordening Zuid-Holland was de ligging van de ecologische verbindingszones van het NNN vastgelegd. De redenen waarom het NNN wordt aangelegd zijn toegelicht in de Omgevingsverordening en in de Nota Ecologische Verbindingen. Het NNN is één van de waardevolle gebieden (beschermingscategorie 1) waarvan “de instandhouding en verdere ontwikkeling van de waarden die ze vertegenwoordigen, voorrang heeft boven alle andere ontwikkelingen. Het gaat om de volgende kwaliteit: Hoge en specifieke natuurwaarden in Zuid-Holland, gebundeld in het NNN en Natura 2000, die met elkaar een substantiële bijdrage leveren aan de Europese biodiversiteit” (toelichting art. 6.9 Omgevingsverordening). Het doel is een robuust natuurnetwerk te creëren waardoor natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Flora en fauna kunnen zich dan vrij door het landschap bewegen, waardoor zij nieuwe leefgebieden kunnen bereiken of bestaande populaties kunnen versterken. De NNN-status van het gebied, die er al lange tijd op ligt, leidt niet tot externe werking en dus evenmin tot verbodsbepalingen op omliggende percelen.
2.5
De aanleg van de ecologische verbindingszone, met daarin o.a. essen, eiken en berken, gaat volgens appellant in tegen het beleid zoals dat is vastgelegd in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport (ISG) waar gekozen is voor ‘behoud en versterken doorkijk en vensters’
In de ISG wordt de realisatie van ecologische verbindingszones meerdere keren genoemd. De verbinding Leeuwenhorst-Duinen wordt genoemd als een nog ontbrekende schakel in de verbinding Coepelduynen - Noordduinen via de landgoedzone. Over de aanleg en inrichting is overleg geweest met provincie. In de ‘Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland’ is aangegeven dat deze zone van het NNN ook uit een bosgedeelte moet bestaan.
Geen.
2.6
Het is volgens appellant een willekeurig aangelegde verbindingszone en het is onduidelijk hoe deze zone in de toekomst zal worden verbonden binnen het Natuurnetwerk Nederland
Het is geen willekeurig op de NNN-kaart bij de Omgevingsverordening aangegeven ecologische verbindingszone want het is de bedoeling dat hiermee een verbinding gaat ontstaan tussen landgoed Leeuwenhorst en het duingebied (beide ook NNN-gebieden). Wat betreft de breedte van deze EVZ wordt in de herziene Nota Ecologische Verbindingen van de provincie Zuid-Holland uitgegaan van 25 tot 100 m. Aangezien wij ons ervan bewust zijn dat realisatie van een brede bosverbinding (100 m) sowieso geen gemakkelijke opgave is, zeker in bollengebied, is ingestemd met een breedte van slechts 25 m. Dit is de minimale breedte om een bosverbinding van enige ecologische betekenis te kunnen realiseren. Wat betreft ecologische verbindingen kent de provincie een rangorde. Het betreft hier een prioriteit 2-verbinding. Het is dus geen verbinding met de hoogste prioriteit (1), maar ook niet de laagste (3). Dit
Geen.
6
betekent o.a. dat voor verwerving en aanleg hiervan, onder bepaalde voorwaarden, subsidie beschikbaar is.
Appellanten 3 Samenvatting zienswijze
Beantwoording gemeente
Gevolgen voor het bestemmingsplan Geen.
3.1
Appellanten vrezen dat zij zullen worden beperkt in de gebruiksmogelijkheden van de in hun bezit zijnde en door hen verhuurde percelen in de nabijheid van de ecologische verbindingszone (EVZ). Dit omdat het plan voorziet in ontwikkelingen die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken van de gebieden in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de gebieden. Dit is volgens appellanten in strijd met artikel 6.9, lid 10, in samenhang met artikel 6.9e van de Omgevingsverordening.
Deze zienswijze is niet duidelijk en lijkt 2-ledig. Enerzijds wordt betoogd dat zij worden beperkt in de gebruiksmogelijkheden van de in hun bezit zijnde en door hen verhuurde percelen in de nabijheid van de ecologische zone. Anderzijds stellen zij dat het plan in strijd is met art 6.9 (ruimtelijke kwaliteit van de Omgevingsverordening. Beide zienswijzen worden niet onderbouwd. Wat betreft beperking van het gebruik kan worden opgemerkt dat voor NNN geen externe werking geldt zoals voor Natura 2000-gebieden. Feit is verder dat het betrokken perceel al lang onderdeel is van het NNN en behalve sinds jaar en dag op de kaart bij de Omgevingsverordening en ook op de kaart bij het Natuurbeheerplan staat en wel specifiek als ‘duinbosverbinding’. Het natuurbeheerplan wordt elk jaar geactualiseerd en ter inzage gelegd met de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze.
3.2
Volgens appellanten dient er ook ontheffing te worden verleend van afdeling 6.2 van de Omgevingsverordening in de zin van artikel 6, lid 6.29, gelezen in samenhang met artikel 4.1a van de Wro. Dit is niet gebeurd en appellant twijfelt eraan of deze helemaal wel zou kunnen worden verleend omdat er o.m. geen reële alternatieven zijn voor de woning buiten het NNN.
Deze EVZ is onderdeel van het NNN. De ligging van de ecologische verbindingszones is niet nieuw. Deze zijn al enige tijd geleden vastgesteld. Ook in de voorgangers van de huidige Omgevingsverordening Zuid-Holland was de ligging van de ecologische verbindingszones van het NNN vastgelegd. Over de aanleg en inrichting van het plangebied is overleg geweest met provincie. Doordat tegelijkertijd met de woning de EVZ over 25 m breedte als natuur wordt bestemd en de inrichting ervan is geregeld kan dit als een nietsignificante aantasting van het NNN worden beschouwd. Derhalve is er geen strijdigheid met Omgevingsverordening en is er dus geen ontheffing nodig.
Geen.
3.3
Er gaat met ca. 4.000 m2 een groot oppervlak aan kwalitatief uitstekende bollengrond verloren, maar er wordt volgens appellanten in de toelichting op het bestemmingsplan niet toegelicht hoe de compensatie plaatsvindt en hoe deze compensatie is gewaarborgd. Dit is in
De ecologische verbindingszone, die als voorwaarde door de gemeente aan de Ruimte-voor-ruimteregeling is gekoppeld, maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. De ligging van de ecologische verbindingszones is niet nieuw. Deze zijn al enige tijd geleden vastgesteld. Ook in de voorgangers van de huidige Omgevingsverordening Zuid-Holland was de ligging van de ecologische verbindingszones van het NNN vastgelegd. Over de aanleg en inrichting
Geen.
7
strijd met artikel 6.17, lid 8, van de Omgevingsverordening
van het plangebied is overleg geweest met provincie. Compensatie is derhalve niet aan de orde.
3.4
De aanleg van de ecologische verbindingszone zal leiden tot versnippering van bollenareaal. Volgens appellanten niet alleen doordat bollengrond verloren gaat, maar ook door de negatieve gevolgen voor de omliggende bollengronden. Dit leidt uiteindelijk tot aantasting van het in de ISG gestelde minimumareaal voor de Duin- en Bollenstreek van 2.625 ha.
Het is een juiste constatering dat door dat de aanleg van de ecologische verbindingszone door de bestemming Agrarisch - Bollenteelt - Bollenzone 1 , het ' bollenland' versnippert. Echter naast kwalitatieve bollengrond is in de ISG ook op deze locatie de ecologische verbindingszone opgenomen, c.q. is de aanduiding weergegeven ' Voltooien en versterken ecologische verbindingen'. Dit is dus ook een doelstelling vanuit de ISG. Ondanks de realisatie van de ecologische verbindingszone blijven er nog voldoende agrarische bollengrondpercelen over waarop geteeld kan worden.
Geen.
3.5
Uit de stukken blijkt volgens appellanten niet in hoeverre de te beschermen en te ontwikkelen ecologische waarden, door o.m. bemesting, gewasbescherming en besproeiing, binnen het plandeel ‘Natuur’ en ‘Waarde-Ecologie’ zullen leiden tot een beperking van de huidige bedrijfsvoering op de naastgelegen bollengrond. Het plan is op dat vlak zonder de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.
De bedoeling van de vraag is niet geheel duidelijk. Wordt hier bedoeld dat door bemesting, gewasbescherming en besproeiing in de ecologische verbindingszone in de naastgelegen bollengrond minder bemest en gesproeid mag worden? In de ecologische verbindingszone zal ook ecologisch beheer gaan plaatsvinden; d.w.z. zonder bemesting en zonder gewasbescherming doormiddel van besproeiing. De bedrijfsvoering op de naastgelegen bollengrond zal daardoor niet belemmerd worden. Voor de NNN geldt ook geen externe werking voor het gebruik van naastgelegen percelen, zoals voor N2000-gebieden.
Geen.
3.6
Vanaf het Westeinde loopt een pad direct langs de zuidwest- en noordzijde van de geplande woning naar de percelen van appellanten. Dit pad wordt van oudsher gebruikt voor de aanvoer van zwaar agrarisch materieel; vooral gedurende het teelt- en oogstseizoen. Appellanten vrezen voor trilingshinder en geluid van langsrijdende voertuigen waar de bewoners van de reeds gebouwde Greenportwoningen reeds herhaaldelijk over klagen. Volgens appellanten is derhalve geen sprake van een goed woon- en leefklimaat.
Voor wat betreft het aspect geluid is het niet nodig om particuliere wegen gecumuleerd te wegen met openbare wegen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing zijn deze normen niet van toepassing. En hoeft de uitrit niet te voldoen aan een voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Vaak worden dan de normen uit het activiteitenbesluit gebruikt als leidraad (50 dB). In het geval van de uitrit hoef je ook weer niet te voldoen aan een binnenniveau van 33 dB. Beide wegen worden betrokken bij het akoestisch onderzoek. Omdat de definitieve plannen en tekeningen van de woning nog niet bekend zijn, wordt het onderzoek uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen. Hierin wordt onderzocht of er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Indien deze grens wordt overschreden, is er een hogere grenswaarde nodig, met mogelijk extra gevelisolatie om te voldoen aan een binnenniveau van 33 dB. Gelet op de omgeving en het feit dat er nieuwbouw plaatsvindt, is het technisch haalbaar om te voldoen aan de wet (al dan niet met een hogere grenswaarde).
Geen.
8
9