CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5. Archeologisch onderzoek

Gemeenteraadsvergadering 5 juni 2024, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Ontwerp-omgevingsvergunning en ontwerpverklaring van geen bedenkingen Randweg 6 Noordwijk10.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase

Duinrust 1A, Noordwijk Gemeente Noordwijk IDDS Archeologie rapport 2840

Colofon Projectnummer OM-nummer In opdracht van Auteurs Redactie Versie Status

A2273 5355959100 Vakantiepark Duinrust R. Hartman, S. Moerman A.W.E. Wilbers 1.2 concept

Autorisatie A.W.E. Wilbers

Senior KNA Prospector

14-4-2023

Goedkeuring R.J.N. Daniëls

Gemeente Noordwijk

© IDDS Archeologie Noordwijk, april 2023 ISSN 2212-9650 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

SAMENVATTING: IDDS Archeologie heeft in april 2023 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Duinrust 1A in Noordwijk, gemeente Noordwijk. De doel- en vraagstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Met het inventariserend veldonderzoek wordt deze verwachting getoetst en zo nodig aangevuld. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied is gelegen op kalkloze zanderijgronden op een ingesloten strandvlakte. De zanderijgronden bestaan uit afgegraven gronden, waardoor het plangebied momenteel vermoedelijk op een vlakvaaggrond is gelegen. Er kunnen meerdere archeologische niveaus verwacht worden. Het diepste niveau worden verwacht direct onder het Hollandveen, in de top van het strandvlaktezand, op ca. +0,1 en -1,1 m NAP. De resten uit dit niveau kunnen dateren vanaf de Prehistorie tot en met de Brons- en IJzertijd. De verwachting voor dit niveau is laag: de strandvlakte vormde geen gunstige locatie voor bewoning door de relatief lage en vochtige ligging. Mocht de bodem lokaal nog enigszins intact zijn dan worden er ook humeuze niveaus verwacht in het Jonge duinzand behorende tot de periode Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Deze niveaus kunnen voorkomen vanaf het maaiveld.

Ook eventuele resten van de Atlantikwall-linie kunnen worden aangetroffen vanaf het maaiveld. Het booronderzoek heeft de verwachting uit het bureauonderzoek gedeeltelijk bevestigd. Het plangebied is inderdaad gelegen op een strandvlakte die bedekt is met Hollandveen. Op het veen ligt Oud duinzand waarin een bouwvoor is ontstaan die waarschijnlijk kan worden geïnterpreteerd als middeleeuwse akkerlaag. Eventuele sporen uit de periode Bronstijd-IJzertijd tot en met Middeleeuwen zouden zich direct onder de akkerlaag kunnen aftekenen, op een diepte van 1,1 à 1,4 m -mv (0,4 à 1,4 m NAP). Dit niveau heeft echter een relatief lage archeologische verwachting omdat het veelal geroerd is. Het op het Oude duinzand gelegen pakket Jong duinzand is volledig (sub)recent geroerd. Derhalve geldt er een lage verwachting voor archeologische resten uit de Nieuwe tijd, inclusief resten van de Atlantikwall. Rekening houdend met een veiligheidsmarge van 30 cm wordt geadviseerd om geen bodemingrepen uit te voeren die dieper reiken dan 0,8 m onder het huidige maaiveld (vanwege variaties in de NAPdiepte wordt de diepte ten opzichte van het maaiveld aangehouden).

Indien in het plangebied wel graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper reiken dan 0,8 m onder het huidige maaiveld, wordt gezien de relatief lage archeologische verwachting geadviseerd om de huidige vrijstellingsgrenzen uit het bestemmingsplan aan te houden en vervolgonderzoek uit te voeren indien de omvang van deze graafwerkzaamheden de 100 m 2 overschrijdt. Een eventueel vervolgonderzoek kan het beste bestaan uit een proefsleuvenonderzoek, waarbij kan worden uitgegaan van de aanleg van één vlak direct onder de bouwvoor in het Oude duinzand.

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

INHOUDSOPGAVE: ADMINISTRATIEVE GEGEVENS VAN HET PLANGEBIED ................................................................. 4 1. INLEIDING ....................................................................................................................................... 5 1.1. Onderzoekskader ......................................................................................................................... 5 1.2. Doel- en vraagstellingen van het onderzoek ................................................................................ 5 1.3. Ligging van het plangebied ........................................................................................................... 6 2. BUREAUONDERZOEK ................................................................................................................... 7 2.1. Werkwijze ..................................................................................................................................... 7 2.2. Geologie, geomorfologie en bodem ............................................................................................. 7 2.3. Archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden ..................................................... 13 2.4. Historische situatie...................................................................................................................... 15 2.5.

Huidig landgebruik ...................................................................................................................... 18 2.6. Mogelijke verstoringen ................................................................................................................ 18 2.7. Gespecificeerd verwachtingsmodel ............................................................................................ 19 3. VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 20 3.1. Onderzoekshypothese en onderzoeksopzet .............................................................................. 20 3.2. Werkwijze ................................................................................................................................... 20 3.3. Resultaten ................................................................................................................................... 20 3.4. Interpretatie ................................................................................................................................. 22 4. CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ............................................................................................ 23 4.1.

Aanbevelingen ............................................................................................................................ 24 LITERATUUR ........................................................................................................................................ 25 FIGUREN............................................................................................................................................... 27 LIJST VAN AFKORTINGEN EN BEGRIPPEN .................................................................................... 28 BIJLAGEN 1. Topografische kaart 2. Archis-informatie 3. Boorlocatiekaart 4. Boorbeschrijvingen 5. Periodentabel

3

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

Administratieve gegevens van het plangebied Toponiem

Duinrust 1A

Onderzoekmeldingsnummer

5355959100

Plaats

Noordwijk

Gemeente

Noordwijk

Kadastrale aanduiding

Noordwijk C 1806

Provincie

Zuid-Holland

Coördinaten Centrum Hoekpunten

92.493/476.486 92.499/476.510 (N) 92.518/476.488 (O) 92.484/476.460 (Z) 92.472/476.486 (W)

CMA/AMK-status

Geen

Archis-monumentnummer

n.v.t.

Oppervlakte plangebied

1.100 m2

Maaiveldhoogte

2,0 m NAP

Grondwatertrap/-stand

0,7 à 1,5 m -mv

Onderzoekskader

Omgevingsvergunning

Uitvoerder

IDDS Archeologie Contactpersoon: dhr. A.W.E. Wilbers Postbus 126 2200 AC Noordwijk (ZH) Tel: 071-4028586 E-mail: awilbers@idds.nl

Bevoegde overheid

Gemeente Noordwijk Ruimtelijk Beleid en Regie Contactpersoon: dhr. R.J.N. Daniëls Postbus 298 2200 AG Noordwijk Tel: 06-38679191 E-mail:

Adviseur van de bevoegde overheid

Erfgoed Leiden e.o. Contactpersoon: mevr. dr. C. Brandenburgh Postbus 16113 2301 GC Leiden Tel: 071-5167959 E-mail: c.brandenburgh@leiden.nl

Beheer en plaats van documentatie

IDDS Archeologie, Noordwijk

Uitvoeringsdatum veldwerk

3 april 2023

4

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

1.

Inleiding

1.1.

Onderzoekskader

In opdracht van Vakantiepark Duinrust heeft IDDS Archeologie in april 2023 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Duinrust 1A in Noordwijk, gemeente Noordwijk. De aanleiding voor dit onderzoek is de geplande realisatie van drie nieuwe recreatiechalets binnen het plangebied op het terrein van vakantiepark Duinrust. De chalets worden geplaatst op een betonplaat. Het is onbekend of deze wordt onderheid. De onderzijde van de betonplaat komt te liggen op ongeveer 30 cm -mv. Lokaal zal dieper worden gegraven, onder andere voor de aanleg van kabels en leidingen. Op het vigerende bestemmingsplan (Duinrand, vastgesteld 2011-12-21) ligt het plangebied in een zone met een dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk voor bodemingrepen die groter zijn dan 100 m2 en dieper reiken dan 0,3 m -mv. Deze vrijstellingsgrenzen worden met de geplande ontwikkeling overschreden. 1.2.

Doel- en vraagstellingen van het onderzoek

De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Dit gebeurt aan de hand van bestaande bronnen over bekende en verwachte archeologische waarden binnen het plangebied. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde verwachting. Daarnaast wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap in het plangebied, voor zover deze vormeenheden van invloed kunnen zijn geweest op de bruikbaarheid van de locatie door de mens in het verleden. Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen kansarme zones van het plangebied worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd voor behoud of voor vervolgonderzoek. Om deze doelstelling te kunnen realiseren, wordt op de volgende vragen een antwoord gegeven: • • • • •

•

Wat is de fysiek-landschappelijke ligging van de locatie? Hoe is de bodemopbouw in het plangebied en in welke mate is deze nog als intact te beschouwen? Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? Zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP? Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied en wordt deze bij het veldonderzoek bevestigd? Hoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, kunnen er toch archeologische indicatoren worden aangetroffen. Indien deze worden aangetroffen, dan gelden tevens de volgende vragen: wat is de verticale en horizontale ligging van de aangetroffen indicatoren, wat is de datering en wat is de invloed van deze vondsten op de archeologische verwachting van het plangebied? In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden?

Het archeologisch bureauonderzoek en het inventariserend veldonderzoek zijn uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 (Centraal College van Deskundigen 2018) en het Plan van Aanpak (PvA; Hartman / Moerman 2022). Voor de in dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 5. Afkortingen en enkele vaktermen worden achterin dit rapport uitgelegd (zie lijst van afkortingen en begrippen).

5

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

1.3.

Ligging van het plangebied

De ligging van het (her) in te richten gebied, ofwel het plangebied, is weergegeven in Bijlage 1. Het plangebied ligt op het vakantiepark Duinrust, ingeklemd tussen de Randweg in het noordwesten en diverse wegen op het vakantiepark aan de overige zijden. Het plangebied heeft een oppervlakte van 1.100 m2 en een gemiddelde maaiveldhoogte van 2,0 m NAP. De exacte ligging en contouren van het plangebied zijn nader weergegeven in Bijlage 3 en Figuur 1. Om tot een gespecificeerde verwachting voor het plangebied te komen, is niet alleen gekeken naar bekende gegevens over het plangebied zelf maar ook naar de omgeving. Voor het totale onderzochte gebied, oftewel het onderzoeksgebied, is als begrenzing een straal van 500 m rondom het plangebied gekozen. De straal van 500 m is dusdanig gekozen dat eerder archeologisch onderzoek op bodemkundig en geomorfologisch vergelijkbare locaties wordt meegenomen.

Figuur 1: Het plangebied op een recente luchtfoto (bron: PDOK).

6

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

2.

Bureauonderzoek

2.1.

Werkwijze

Bij het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over bekende of verwachte archeologische en bouwhistorische waarden binnen het onderzoeksgebied. Onderstaande bronnen zijn geraadpleegd: Bron

Opmerkingen

Huidige en toekomstige situatie Actuele topografische kaart Recente luchtfoto (PDOK) Opdrachtgever KLIC (Rijks)monumenten (via Archis)

Geen (Rijks)monumenten aanwezig

Historische situatie en mogelijke verstoringen Kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1615 (www.rijnland.net) Kadastraal minuutplan 1811-1832 (beeldbank.cultureelerfgoed.nl; hisgis.nl) Diverse topografische kaarten uit het einde van de 19e en de 20e eeuw (topotijdreis.nl) Bouw-/constructietekeningen van de te slopen bouwwerken

Niet van toepassing

Bodemloket (www.bodemloket.nl) voor informatie over tanks, saneringen, ontgrondingen Milieukundig bodemonderzoek

Wordt tegelijk met het archeologisch onderzoek uitgevoerd

Militair erfgoed Militaire landschapskaart (rce.webgispublisher.nl) Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (ikme.nl) Archeologie en bouwhistorie Archeologisch Informatie Systeem (Archis; archis.cultureelerfgoed.nl) Archeologische Monumenten Kaart (AMK; via Archis) Verwachtingskaart van de gemeente Noordwijk (Brandenburgh 2020) Bodemkaarten, geomorfologische kaarten en hoogtekaarten Geologische kaart van Nederland (TNO-NITG 2010) Bodemkaart van Nederland (BRO; via Archis) Grondwatertrappenkaart (www.dinoloket.nl) Geomorfologische kaart van Nederland (BRO; via Archis) Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3; www.ahn.nl) DINOloket (www.dinoloket.nl) Archieven, heemkundekringen, amateurarcheologen, overige informatie Amateurarcheologen, gebiedsgerichte specialisten, depots

Niet geraadpleegd

Onderzoeksrapporten en achtergrondliteratuur

Zie literatuurlijst

2.2.

Geologie, geomorfologie en bodem

2.2.1. Ontstaansgeschiedenis landschap Het plangebied is gelegen in het Hollands duingebied. Dit duingebied omvat het huidige strand, alle strandwallen, -vlakten en de duinen die aan de oostzijde van het strand voorkomen in Noord- en Zuid-

7

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

Holland (Berendsen 2005). Aan de zeezijde komen de buitenduinen voor, die ook wel de jonge duinen worden genoemd. Verder landinwaarts liggen de lagere en minder reliëfrijke oude duinen. Het ontstaan van het duingebied, schematisch weergegeven in Figuur 2 is sterk gerelateerd aan de zeespiegelstijging gedurende het Holoceen (vanaf circa 9500 voor Chr.). Tijdens een periode van relatief snelle zeespiegelstijging die tot circa 4500-4000 voor Chr. duurde, bestond de kust van Nederland uit een uitgebreid waddengebied met zandbanken en -platen die gescheiden werden door grote getijdegeulen. Dit waddengebied werd gedeeltelijk afgeschermd van de open zee door een reeks eilanden. Deze eilanden en het waddengebied werden als gevolg van de alsmaar stijgende zeespiegel geleidelijk omgewerkt en steeds verder naar het oosten verplaatst (Figuur 2a en Figuur 2b). Vanaf 4500-4000 voor Chr. nam de stijging van de zeespiegelstand sterk af en kwam de oostwaartse verplaatsing van de eilanden tot stilstand. Vanuit de Noordzee en de grote rivieren werden grote hoeveelheden zand aangevoerd, waardoor de getijdengeulen geleidelijk verzandden en de reeks eilanden aan elkaar groeide tot een strandwal. Achter de strandwallen had grootschalige veenvorming plaats, waarbij het Hollandveen Laagpakket werd gevormd (de Mulder et al. 2003). Tot ongeveer 0-100 na Chr.

bleef de grote aanvoer van zand in stand, waardoor de kustlijn steeds verder westwaarts uitbreidde (Figuur 2c). Bij die uitbreiding werden afwisselend strandvlaktes en strandwallen gevormd. Strandvlakten werden gevormd gedurende perioden (van tientallen tot honderden jaren) met gemiddeld een kleiner aantal of minder hevige stormen. Het strand werd langzaam breder en op de hogere delen die alleen tijdens springvloed en zware storm onder water stonden, kon zich vegetatie (gras en struiken) vestigen en vormden zich kleine solitaire duinen. In perioden met meer en/of hevigere stormen werd het door de zee aangevoerde zand boven de vloedlijn op het strand hoog opgeworpen in een rug, een strandwal. Deze strandwallen sloten de strandvlakten af voor overstromingen door de zee. Op de strandwallen kwam nauwelijks begroeiing voor waardoor de wind vrij spel had. Door verstuivingen konden er bovenop de strandwallen (oude) duinen ontstaan (van der Valk 1996). Door de voortgaande zeespiegelstijging lagen de strandwallen in westelijke richting steeds hoger ten opzichte van NAP dan oudere strandwallen. Ook het grondwaterniveau steeg als gevolg van de zeespiegelstijging, waardoor de strandvlaktes (de gebieden tussen de strandwallen) natter werden en er veenvorming kon optreden. Vanaf ongeveer 200-300 na Chr.

nam de snelheid van de zeespiegelstijging nog verder af, werd er minder zand aangevoerd uit de Noordzee en werden verschillende riviermondingen inactief. Door golfwerking en in mindere mate het getij werden een deel van de strandwallen en de buiten de kustlijn uitstekende delta’s van de Maas, Rijn en Oude Rijn geërodeerd (Figuur 2d). Het bij deze erosie vrijkomende zand werd door de wind opgeblazen in een brede zone met jonge duinen die voor een groot deel de oudere strandwallen en strandvlaktes bedekken.

8

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

Figuur 2: Verband tussen de zeespiegelstijging en de vorming en ligging van strandwallen en duinen voor de Hollandse kust (Berendsen 2005). De verschillende geologische formaties in de figuur zijn terug te vinden in De Mulder et al. 2003.

9

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

Vanaf de tweede helft van de 16e eeuw ontdekte men dat de strandwallen gunstige locaties waren voor de bloembollenteelt1. In hun oorspronkelijke staat voldeden echter weinig strandwallen aan de eisen van een homogene kalkrijke zandgrond met een grondwaterstand van 55 cm beneden maaiveld. Om de gronden geschikt te maken werden strandwallen afgegraven en werd het kalkrijke zand uit de ondergrond omhoog gehaald. Naast de strandwallen werden op verschillende plaatsen ook de strandvlaktes tussen de strandwallen verbeterd om bloembollenvelden te creëren. Deze gronden, waar het kalkrijke zand onder een laag veen of klei voorkwam, zijn vaak ernstig vergraven. Grondverbetering heeft in deze gevallen plaatsgevonden door middel van diepdelven en/of omspuiten. Bij diepdelven werd de grond afgegraven tot op het kalkrijke zand, dat vervolgens werd opgegraven en op het maaiveld werd neergelegd. Bij omspuiten werd eerst een gat gegraven, waarna met een zuiger zand omhoog werd gespoten en op het land achter de zuiger werd neergelegd. Zo kon voor de bollenteelt geschikt land ontstaan. Door het regelmatig verbeteren van de gronden door diepdelven of omspuiten zijn in veel gebieden aan de Hollandse kust gronden ontstaan met een humushoudende bovengrond die dikker is dan 50 cm. 2.2.2.

Geomorfologie Volgens de Geomorfologische kaart van Nederland ligt het plangebied op een ingesloten strandvlakte, vlak naast de kustduinen (Figuur 3). Dit is zichtbaar op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (Figuur 4), waarop het grote hoogteverschil tussen de duinen en de vlakte waarop het plangebied is gelegen duidelijk wordt.

L53

M76 M92

M92

Figuur 3: Een uitsnede uit de geomorfologische kaart met daarop het plangebied in rode contour (bron: PDOK). Kaartcode L53 staat voor Kustduinen met bijbehorende vlakten en laagten; Kaartcode M76 staat voor Ingesloten strandvlakte; Kaartcode M92 staat voor een Vlakte ontstaan door afgraving en/of egalisatie van duinen of strandwallen.

1

De meeste bollenvelden zijn echter pas in de 20e eeuw aangelegd.

10

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

Figuur 4: Een uitsnede uit de kaart van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) met het plangebied in rood. De kustduinen ten noordwesten van het plangebied liggen beduidend hoger (>10 m NAP; bron: ahn.nl). 2.2.3. Bodem Het plangebied is gevisualiseerd op twee kaarten. De eerste kaart is een bodemkaart uit 1950 (Figuur 5). Hier ligt het plangebied op een strook van kalkloze zanderijgronden (kaartcode Wz4) en tussen droog kalkrijk woest duinzand (de hooggelegen duinen; kaartcode Dd1) en strandvlakte-zandgronden dikker dan 1 m op veen (Wv2). De kalkloze zanderijgronden (Wz4) zijn afgegraven locaties. Op de recentere, maar minder gedetailleerde bodemkaart van Nederland ligt het noordoostelijke deel van het plangebied op kalkhoudende duinvaaggronden (Zd20A) en is het zuidwestelijke gedeelte niet gekarteerd omdat het binnen bebouwd gebied valt (Figuur 6). De kalkhoudende duinvaaggronden zijn jonge bodems waarin nauwelijks bodemvorming heeft plaatsgevonden, wat betekent dat het plangebied op deze kaart bij het hogere duingebied wordt getrokken. Uit de hoogtekaart blijkt echter dat het plangebied op het lagergelegen gebied net ten oosten van de kustduinen ligt en dus in zijn geheel bij het niet-gekarteerde bebouwde gebied behoort. Aan de zuidoostelijke zijde van dit gebied ligt een kalkhoudende enkeerdgrond (Ez50A). Deze gronden zijn ontstaan onder invloed van bollenteelt.

Door de bodemverbeterende methodes die werden toegepast, hebben deze gronden een dikke humeuze bovengrond en zijn ze vaak diep verstoord. Het is waarschijnlijk dat deze enkeerdgrond, mede op basis van de kartering als zanderijgrond op de kaart van 1950, ook binnen het plangebied aanwezig is. De grondwatertrap van het plangebied is II*. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op gemiddeld hoogste (GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstandsdieptes (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. Grondwatertrap II duidt op erg natte gronden waarbij de GHG wordt aangetroffen aan of nabij het maaiveld en de GLG op een diepte tussen 50 en 80 cm –mv. De asterisk als aanvulling op de grondwatertrap is een aanduiding voor sterke regulering van het grondwater door de mens. Meestal zorgt deze regulering voor een verdere verdroging van de bodem.

11

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

In gebieden met bollenteelt wijst een asterisk op de regulatie van de grondwaterspiegel op een gemiddelde diepte van 50 cm, noodzakelijk voor de teelt van bloembollen.

Dd1

Figuur 5: De bodemkaart van de bloembollenstreek uit 1950 (Van der Meer 1950) met het plangebied in rood. Kaartcode Dd1 (lichtgeel) staat voor droog kalkrijk woest duinzand; Kaartcode Da1 staat voor vochtige kalkrijke duinzandgrond; Kaartcode Wz4 staat voor kalkloze zanderijgronden; Kaartcode B8 staat voor uitgeveende en ingevaren grond; Kaartcode Wv2 staat voor strandvlakte-zandgrond die dikker is dan 1 m en op veen ligt.

12

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

Figuur 6: De bodemkaart van Nederland (bron: BRO) met het plangebied in rood. Kaartcode Zd20A staat voor Kalkhoudende duinvaaggronden bestaande uit fijn zand; Kaartcode Zn50A staat voor Kalkhoudende vlakvaaggronden bestaande uit matig fijn zand; Kaartcode EZ50A staat voor Kalkhoudende enkeerdgronden bestaande uit matig fijn zand. 2.3.

Archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden

Op de archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Noordwijk ligt het plangebied op een eenheid van duinen en strandwallen met een hoge archeologische verwachting vanaf het Neolithicum en met een klein strookje aan de noordwestelijke zijde op een eenheid van deels afgegraven strandwal (met kalkrijke top) met een middelhoge archeologische verwachting vanaf het Neolithicum (Figuur 7a). Direct ten zuidoosten ligt een ingesloten strandvlakte met veen en mogelijk duin- en strandwalresten met een lage archeologische verwachting vanaf het Neolithicum. Aan de noordwestelijke zijde ligt het duinzand op kwelder- en/of wad-afzettingen of strandwal met Oude Duinen met voor het duingebied een lage verwachting t.a.v. het Jonge Duinzand, plaatselijk een hoge verwachting voor resten Atlantikwall, een hoge verwachting vanaf de IJzertijd t.a.v. Oud Duinzand en een middelhoge verwachting vanaf de Bronstijd t.a.v. kwelderafzettingen. De hoge en middelhoge verwachting voor de prehistorie geldt vanaf +5 m NAP en dieper, de hoge verwachting voor de Atlantikwall geldt plaatselijk in principe vanaf maaiveld. Ten oosten van het plangebied zijn twee bruine vlakken te zien, die staan voor uitgeveende en ingevaren grond met een lage archeologische verwachting vanaf het Neolithicum.

Op de gemeentelijke beleidskaart wordt het plangebied voor het grootste deel tot de jonge duinen gerekend wat een categorie 3-gebied is waarvoor een lage tot hoge verwachting geldt. Een strook aan de zuidoostelijke zijde valt binnen een categorie 5-gebied met een hoge verwachting, welke correspondeert met de duinen en strandwallen van de verwachtingenkaart (Figuur 7b). De vrijstellingsdiepte voor het categorie 3-gebied is 5 m NAP, wat is gebaseerd op onderzoek elders in de Jonge Duinen dat uit heeft gewezen dat alle archeologische resten (m.u.v. WO II en historische dorpskernen) dieper dan dit niveau voorkomen. Het donkergele gebied ten noordoosten van het

13

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

plangebied is een categorie 6-gebied met een middelhoge verwachting en de lichtgroene zone ten zuidoosten een categorie 8-gebied met een lage verwachting Zoals eerder is aangetoond aan de hand van de hoogtekaart is er een goede kans dat het plangebied geheel binnen de eenheid van duinen en strandwallen (verwachtingenkaart) met een categorie 5-beleid met een hoge verwachting (beleidskaart) valt.

A

B

Figuur 7: Het plangebied op uitsnedes van de verwachtingenkaart en de beleidskaart opgesteld voor o.a. de gemeente Noordwijk (Brandenburgh 2020). Op de verwachtingskaart staat de lichtgele kleur voor een deels afgegraven strandwal; de oranje kleur staat voor duinen en strandwallen; de groene kleur staat voor een ingesloten strandvlakte met veen en mogelijk duin- en strandwalresten; de bruine vlakken staan voor uitgeveende en ingevaren grond. Op de beleidskaart staat de rode kleur voor categorie 5 (hoge verwachting); de okergele kleur staat voor categorie 6 (middelhoge verwachting); de groene kleur staat voor categorie 8 (lage verwachting); De grijze vlakken staan voor categorie 12 (vrijgestelde gebieden). Op beide kaarten zijn de kustduinen weergegeven d.m.v. een geel tot donkergroen kleurverloop op basis van hoogte t.o.v. NAP. Op de beleidskaart is dit categorie 3 (lage tot hoge verwachting). Binnen het plangebied zijn geen terreinen aanwezig die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) als waardevol staan aangegeven. Ook zijn er geen waarnemingen en vondsten gemeld en geen eerdere onderzoeken uitgevoerd. In het plangebied zijn voor zover bekend geen ondergrondse bouwhistorische waarden aanwezig. Op de locatie van plangebied Club Soleil, zo’n 150 m ten zuiden van het plangebied, is een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd (Archisnr. 2141359100; Van Lil 2007).

Vanuit het bureauonderzoek werden er archeologische waarden verwacht in de top van de strandwal en in het oude duinzand op de strandwal. Uit het booronderzoek bleek dat ca. 70% van het gebied tot 2 m -mv was verstoord door de bollenteelt en in de overige delen een verstoring tot 0,8 m -mv bestond. In de laatstgenoemde delen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd. In 2007 is er een archeologisch booronderzoek uitgevoerd aan de Kraaierslaan op ongeveer 470 m ten noordoosten van het plangebied en aan een deellocatie op zo’n 450 m ten zuidoosten van het plangebied (Archisnrs. 2150009100, 2150025100; Diepeveen-Jansen / Klerks 2007). Uit het booronderzoek kwamen geen aanwijzingen naar voren voor menselijke aanwezigheid vanaf de

14

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

Prehistorie tot de Middeleeuwen ondanks de middelhoge verwachting. Verder bleek de bovenlaag van de bodem verstoord te zijn. In 2011 is op 450 m ten noordoosten van het plangebied een archeologisch bureauonderzoek gedaan aan de Boender 18-20, Gerleeweg 11 en de Kraaierslaan (Archisnr. 2346995100; Buesink 2011). Uit het onderzoek bleek er een hoge verwachting te bestaan voor de Boender en de Gerleeweg en een middelhoge verwachting voor de Kraaierslaan. Mogelijk zijn de locaties verstoord door bodembewerking. Vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek is geadviseerd maar (nog) niet uitgevoerd. Ook op de locatie van Camping de Wulp op zo’n 350 m ten oosten van het plangebied is in 2014 een bureau- en booronderzoek uitgevoerd (Archisnr. 2444486100; Van Rooij 2014). Uit het bureauonderzoek kwam een verwachting naar voren voor sporen uit de Bronstijd en Middeleeuwen. Het booronderzoek wees echter uit dat er in de onverstoorde strandafzettingen geen archeologische indicatoren of mogelijke archeologische niveaus aanwezig waren. Op zo’n 420 m ten noordoosten van het plangebied is er voor de realisatie van een nieuw fietspad in 2016 een bureauonderzoek uitgevoerd, waaruit een booronderzoek is voortgevloeid (resp. Archisnr. 4014865100 en 4025710100).

Het verwachtingsmodel vanuit het bureauonderzoek stelde dat er langs het tracé een plaatselijk lage tot hoge verwachting bestond (Verboom-Jansen 2016). Het veldonderzoek wees uit dat de verwachting klopte en dat grote delen van het tracé op basis van de bodemopbouw een lage archeologische verwachting hebben en dus vrijgegeven konden worden. Een beperkt deel ter hoogte van de Kraaierslaan kreeg een hoge archeologische verwachting op basis van het aantreffen van ontkalkte duinafzettingen. Voor dit gebied is een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van proefsleuven (Wullink 2016). Dit onderzoek heeft (nog) niet plaats gevonden. In 2022 is een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd voor de locatie Tulp en Zee op ongeveer 130 m ten noordoosten van het plangebied (Archisnr. 5164969100; Van den Biggelaar et al. 2022). Uit het veldonderzoek is een bodemopbouw gebleken van Jong duinzand op Hollandveen op strandvlakte-afzettingen. De top van het Jonge duinzand is verstoord tot variabel 0,8 tot 1,1 m -mv (1,2 tot 1,7 m NAP). In het Jonge duinzand is een humeus niveau aangetroffen op 2,1 m -mv (0,4 m NAP) en een op 0,8 tot 1,1 m -mv (1,2 tot 1,7 m NAP). De laatste betreft een oud maaiveld. De top van het Hollandveen komt voor tussen 2,1 en 3,0 m -mv (-0,5 tot 0,1 m NAP).

De top van de strandvlakteafzettingen ligt tussen 3,1 en 3,5 m -mv (-0,8 tot -1,1 m NAP) en het pakket reikt tot de maximale boordiepte 4,2 m -mv (-2,0 m NAP). Het diepere humeuze niveau is gedateerd in de 14 e tot 16e eeuw. Vanwege het aantreffen van dit humeuze niveau is vervolgonderzoek geadviseerd. Het vervolgonderzoek is tevens in 2022 uitgevoerd (Archisnr. 5298902100; Brattinga 2022). Tijdens het veldonderzoek is de oude bouwvoor aangetroffen op -1,3 m NAP. Er is in de akkerlaag één spoor aangetroffen bestaande uit een ploegspoor en één fragment baksteen, op basis waarvan de datering in de 14e tot 16e eeuw is bevestigd. De vindplaats is niet behoudenswaardig geacht en het gebied is vrijgegeven. Aan de Randweg 4 op 80 m ten zuidwesten van het plangebied is in 2012 een archeologisch bureauen booronderzoek uitgevoerd (Archisnr. 2363575100; Moerman 2012). Uit het veldonderzoek is, waar nog intact, een bodemopbouw gebleken van een zandpakket vanaf het maaiveld, op veen vanaf 1,10 tot 1,9 m -mv (+0,3 tot -0,45 m NAP), op strandvlakte-afzettingen vanaf 1,8 tot 2,2 m -mv (+0,1 tot -0,8 m NAP). De ondergrond is echter grotendeels verstoord tot 1,75 – 1,9 m -mv. Om deze reden is het plangebied vrijgegeven. 2.4.

Historische situatie

Het oudste geraadpleegde kaartmateriaal is de kaart uit 1615 opgesteld door Floris Balthasar en Balthasar Florisz. Van Berckenrode (Figuur 8). Het plangebied is hier bij benadering aangegeven tegen het onontgonnen duingebied van de Jonge duinen aan, een situatie vergelijkbaar met de huidige situatie. Binnen het plangebied staat geen bebouwing aangegeven.

15

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

Figuur 8: Een uitsnede uit de kaart van 1615 met daarop het plangebied bij benadering ter hoogte van de rode contour (bron: Hoogheemraadschap van Rijnland).

Figuur 9: Een uitsnede uit de gedigitaliseerde kadastrale kaart van de periode 1811-1832 (bron: Hisgis.nl) met daarop het plangebied in rood.

16

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

Op de gedigitaliseerde kadastrale kaart van 1811-1832 is te zien dat het plangebied twee functies diende (Figuur 9). Aan de noordwestelijke zijde, tegen de duinen aan, bestond het plangebied uit bos. Het zuidoostelijke deel was volgens deze gegevens in gebruik als bouwland. Ten noordwesten van het plangebied ligt het duingebied en ten zuidoosten liggen weilanden. Ten zuidwesten is een erf zichtbaar met boomgaard.

Figuur 10: Het plangebied op verschillende historische topografische kaarten uit de 19 e en 20e eeuw (Topotijdreis.nl). Op verschillende historische kaarten uit de 19e en 20e eeuw is de ontwikkeling van het plangebied weergegeven. Omstreeks 1877 is het landgebruik veranderd in weiland (Figuur 10). Deze situatie blijft hetzelfde tot in de jaren 1940. Op de kaart van 1949 is het plangebied als akker weergegeven (Figuur 10). Een landgebruik als bollengrond is op deze kaart niet uitgesloten. Rond 1970 begint de ontwikkeling van verschillende vakantieparken rondom het plangebied (Figuur 10). Op deze kaart is ook het hoogteverschil van het plangebied ten opzichte van de duinen aangegeven met driehoekige

17

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

markeringen langs de Randweg. Tot op de recentste kaart uit 2018 is het plangebied onbebouwd gebleven (Figuur 10). De huidige bebouwing binnen het plangebied, de receptie, stamt volgens kadastrale gegevens uit 2020 (bagviewer.kadaster.nl). 2.4.1. Tweede Wereldoorlog Volgens de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (ikme.nl) en de Militaire landschapskaart (rce.webgispublisher.nl) valt het plangebied binnen de Atlantikwall-linie. Resten hiervan kunnen worden aangetroffen vanaf het maaiveld. Het plangebied is niet verdacht op ontplofbare oorlogsresten (interne comm. IDDS Explosieven). 2.5.

Huidig landgebruik

Ten tijde van het veldonderzoek was het plangebied in gebruik als opslagterrein voor vakantiepark duinrust met in de oostelijke hoek een gebouwtje dat in gebruik is als receptie van het genoemde park (Figuur 1). Ten zuidwesten van het receptiegebouwtje ligt een speelplaats. Een strook aan de noordoostelijke kant van het plangebied beslaat de weg en is verhard.

Figuur 11: Het plangebied op een recente luchtfoto (bron: PDOK). 2.6.

Mogelijke verstoringen

De recente bodemkaart en de gemeentelijke beleidskaart trekken het plangebied deels bij het duingebied. Dit is onwaarschijnlijk, aangezien op de hoogtekaart al te zien is dat er een scherp hoogteverschil bestaat tussen de gemiddelde hoogte binnen het plangebied en de aanliggende randweg. Naast de natuurlijke lagere ligging van delen van het plangebied is het plangebied waarschijnlijk verder geëgaliseerd en/of afgegraven. Dit beeld wordt versterkt door de historische bodemkaart uit 1950, waar het plangebied op de (afgegraven) kalkloze zanderijgronden staat weergegeven.

18

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

Verder worden er verstoringen verwacht in de oostelijke en zuidoostelijke hoek van het plangebied die zijn ontstaan door de aanleg van de speelplaats en het receptiegebouw. Deze verstoringen bestaan uit afgravingen voor de aanleg van beide en voor kabels en leidingen ten behoeve van het receptiegebouw. 2.7.

Gespecificeerd verwachtingsmodel

Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied is gelegen op kalkloze zanderijgronden op een ingesloten strandvlakte. De zanderijgronden bestaan uit afgegraven gronden, waardoor het plangebied momenteel vermoedelijk op een vlakvaaggrond is gelegen. Er kunnen meerdere archeologische niveaus verwacht worden. Het diepste niveau worden verwacht direct onder het Hollandveen, in de top van het strandvlaktezand, op ca. +0,1 en -1,1 m NAP. De resten uit dit niveau kunnen dateren vanaf de Prehistorie tot en met de Brons- en IJzertijd. De verwachting voor dit niveau is laag: de strandvlakte vormde geen gunstige locatie voor bewoning door de relatief lage en vochtige ligging. Mocht de bodem lokaal nog enigszins intact zijn dan worden er ook humeuze niveaus verwacht in het Jonge duinzand behorende tot de periode Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Deze niveaus kunnen voorkomen vanaf het maaiveld. Ook eventuele resten van de Atlantikwall-linie kunnen worden aangetroffen vanaf het maaiveld. Om het verwachtingsmodel te toetsen en waar nodig aan te vullen en om te controleren in hoeverre de bodemopbouw in het plangebied nog intact is, is er een Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, uitgevoerd.

19

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

3.

Veldonderzoek

3.1.

Onderzoekshypothese en onderzoeksopzet

Het doel van het Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, is om de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting te toetsen en waar nodig aan te passen. Tijdens het veldonderzoek wordt vastgesteld waar de oorspronkelijke bodemopbouw intact is gebleven en waar niet. Daarnaast wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd voor de volgende fasen. Het veldonderzoek bestond uit een booronderzoek. 3.2.

Werkwijze

In het plangebied zijn 5 boringen gezet, waarvan 4 boringen met een diepte van 2,0 m en 1 met een diepte van 4,5 m beneden het maaiveld (bijlage 3 en 4). Deze boringen zijn verdeeld over het plangebied. Er is gebruik gemaakt van een Edelmanboor met een diameter van 12 cm voor de zandlagen boven de grondwaterspiegel, een guts met een diameter van 3 cm voor de veenlagen en een zuigerboor met een diameter van 4 cm voor de zandlagen onder de grondwaterspiegel. Het veldonderzoek is uitgevoerd door A.W.E. Wilbers (Senior KNA Prospector en Senior KNA Specialist Fysische Geografie). De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008) met behulp van een veldcomputer en het programma TerraIndex van I.T. Works. De locaties van de boringen (x- en y-waarden) zijn ingemeten vanuit de topografie. De hoogtes van de boringen (zwaarden) zijn bepaald aan de hand van het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3; PDOK). De opgeboorde monsters zijn door middel van verbrokkelen in het veld onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals aardewerk, baksteen, vuursteen, huttenleem en bot. 3.3.

Resultaten

3.3.1. Lithologie en geologie De lithologische opbouw van het plangebied bestaat uit zand op veen op zand (Figuur 12). Het onderste zandpakket is alleen aangetroffen in de diepste boring, boring 3. De top van deze zandlaag ligt op 3,1 m -mv (-1,0 m NAP). Het zand is matig grof, kalkrijk, bevat schelpengruis en onderin de boring een enkel laagje klei. Dit zandpakket kan worden geïnterpreteerd als strandvlakteafzettingen. Op de strandvlakte ligt een veenpakket. Het betreft rietveen. De bovenzijde van het veenpakket is sterk zandig als gevolg van ingeblazen duinzand. Dit veenpakket kan worden geïnterpreteerd als Hollandveen. Op het veen ligt wederom een zandpakket. Het onderste deel hiervan is matig grof en kalkloos en kan worden geïnterpreteerd als Oud duinzand. De top hiervan ligt op 0,5 à 1,0 m -mv (1,0 à 1,4 m NAP). Het bovenste deel is kalkrijk en kan als Jong duinzand geïnterpreteerd worden, dat waarschijnlijk is verstoven vanaf de ten westen gelegen hoge kustduinen. 3.3.2. Bodemopbouw In de top van het Oude duinzand is een omgewerkte oude bouwvoor aanwezig. Aangezien deze met een scherpe overgang bedekt wordt door een laag Jong duinzand, waarschijnlijk als gevolg van verstuivingen in de Nieuwe tijd, kan deze oude bouwvoor mogelijk worden geïnterpreteerd als akkerlaag uit de Middeleeuwen. De onderzijde van de oude bouwvoor ligt tussen 1,1 en 1,4 m -mv (0,4 en 1,4 m NAP).

Ook onder de oude bouwvoor is het kalkloze zand geroerd, wat dan eveneens het gevolg zou zijn van akkerbouw in de Middeleeuwen.

20

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

Het pakket Jong duinzand dat het Oude duinzand afdekt is volledig (sub)recent omgewerkt. De bodemopbouw in het plangebied kan daardoor alleen geclassificeerd worden als antropogeen. 3.3.3. Archeologische indicatoren In de boringen zijn geen archeologische indicatoren waargenomen.

Figuur 12: Profiel door het plangebied op basis van de boringen.

21

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

3.4.

Interpretatie

Uit de boringen blijkt dat het plangebied gelegen is in een strandvlakte die bedekt is met veen en waarop Oud duinzand is afgezet. In de top van het Oude duinzand is een bouwvoor ontstaan die waarschijnlijk kan worden geïnterpreteerd als akkerlaag uit de Middeleeuwen. Eventuele sporen uit deze periode zouden zich direct onder de akkerlaag kunnen aftekenen, op een diepte van 1,1 à 1,4 m -mv (0,4 à 1,4 m NAP). Dit niveau is echter veelal geroerd, wat eveneens te maken zal hebben met de akkerbouw in de Middeleeuwen, waardoor de verwachting voor dit niveau relatief laag is. Het Oude duinzand wordt bedekt door een pakket Jong duinzand, dat waarschijnlijk in de Nieuwe tijd is verstoven vanaf de direct ten westen gelegen kustduinen. Dit pakket is volledig (sub)recent verstoord.

22

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

4.

Conclusie en aanbevelingen

In opdracht van Vakantiepark Duinrust zijn in april 2023 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied aan de Duinrust 1A in Noordwijk, gemeente Noordwijk. Ten behoeve van het onderzoek is een aantal vragen gesteld die als volgt beantwoord kunnen worden: •

Wat is de fysiek-landschappelijke ligging van de locatie?

Het plangebied is gelegen in een strandvlakte waarop veen is ontstaan en Oud duinzand is afgezet. Het Oude duinzand is waarschijnlijk gebruikt voor akkerbouw in de Middeleeuwen. In de Nieuwe tijd is het Oude duinzand bedekt geraakt met een pakket Jong duinzand dat is verstoven vanaf de nabijgelegen kustduinen. •

Hoe is de bodemopbouw in het plangebied en in welke mate is deze nog als intact te beschouwen?

In de top van het Oude duinzand is een omgewerkte oude bouwvoor aanwezig. Aangezien deze met een scherpe overgang bedekt wordt door een laag Jong duinzand, waarschijnlijk als gevolg van verstuivingen in de Nieuwe tijd, kan deze oude bouwvoor mogelijk worden geïnterpreteerd als akkerlaag uit de Middeleeuwen. De onderzijde van de oude bouwvoor ligt tussen 1,1 en 1,4 m -mv (0,4 en 1,4 m NAP). Ook onder de oude bouwvoor is het kalkloze zand geroerd, wat dan eveneens het gevolg zou zijn van akkerbouw in de Middeleeuwen. Het pakket Jong duinzand dat het Oude duinzand afdekt is volledig (sub)recent omgewerkt. De bodemopbouw in het plangebied kan daardoor alleen geclassificeerd worden als antropogeen. •

Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? En zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP?

In het plangebied is één archeologisch niveau aanwezig: eventuele sporen uit de periode BronstijdIJzertijd tot en met Middeleeuwen zouden zich direct onder de akkerlaag kunnen aftekenen, op een diepte van 1,1 à 1,4 m -mv (0,4 à 1,4 m NAP). Dit niveau heeft echter een relatief lage archeologische verwachting omdat het veelal geroerd is. •

Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied en wordt deze bij het veldonderzoek bevestigd?

Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied is gelegen op kalkloze zanderijgronden op een ingesloten strandvlakte. De zanderijgronden bestaan uit afgegraven gronden, waardoor het plangebied momenteel vermoedelijk op een vlakvaaggrond is gelegen. Er kunnen meerdere archeologische niveaus verwacht worden. Het diepste niveau worden verwacht direct onder het Hollandveen, in de top van het strandvlaktezand, op ca. +0,1 en -1,1 m NAP. De resten uit dit niveau kunnen dateren vanaf de Prehistorie tot en met de Brons- en IJzertijd. De verwachting voor dit niveau is laag: de strandvlakte vormde geen gunstige locatie voor bewoning door de relatief lage en vochtige ligging. Mocht de bodem lokaal nog enigszins intact zijn dan worden er ook humeuze niveaus verwacht in het Jonge duinzand behorende tot de periode Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Deze niveaus kunnen voorkomen vanaf het maaiveld. Ook eventuele resten van de Atlantikwall-linie kunnen worden aangetroffen vanaf het maaiveld. Het booronderzoek heeft de verwachting uit het bureauonderzoek gedeeltelijk bevestigd. Het plangebied is inderdaad gelegen op een strandvlakte die bedekt is met Hollandveen. Op het veen ligt Oud duinzand waarin een bouwvoor is ontstaan die waarschijnlijk kan worden geïnterpreteerd als middeleeuwse akkerlaag.

Eventuele sporen uit de periode Bronstijd-IJzertijd tot en met Middeleeuwen zouden zich direct onder de akkerlaag kunnen aftekenen, op een diepte van 1,1 à 1,4 m -mv (0,4 à 1,4 m NAP). Dit niveau heeft echter een relatief lage archeologische verwachting omdat het veelal geroerd is. Het op het Oude duinzand gelegen pakket Jong duinzand is volledig (sub)recent geroerd. Derhalve

23

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

geldt er een lage verwachting voor archeologische resten uit de Nieuwe tijd, inclusief resten van de Atlantikwall. •

Hoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, kunnen er toch archeologische indicatoren worden aangetroffen. Indien deze worden aangetroffen, dan gelden tevens de volgende vragen: wat is de verticale en horizontale ligging van de aangetroffen indicatoren, wat is de datering en wat is de invloed van deze vondsten op de archeologische verwachting van het plangebied?

In de boringen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. •

In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden?

Naar verwachting worden er geen archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden. Deze zullen veelal niet reiken tot in het archeologisch niveau, dat is aangetroffen tussen 1,1 en 1,4 m -mv (0,4 en 1,4 m NAP). De archeologische verwachting van dit niveau is bovendien relatief laag. 4.1.

Aanbevelingen

In het plangebied is één archeologisch niveau aangetroffen, tussen 1,1 en 1,4 m -mv (0,4 en 1,4 m NAP). Rekening houdend met een veiligheidsmarge van 30 cm wordt geadviseerd om geen bodemingrepen uit te voeren die dieper reiken dan 0,8 m onder het huidige maaiveld (vanwege variaties in de NAP-diepte wordt de diepte ten opzichte van het maaiveld aangehouden). Indien in het plangebied wel graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper reiken dan 0,8 m onder het huidige maaiveld, wordt gezien de relatief lage archeologische verwachting geadviseerd om de huidige vrijstellingsgrenzen uit het bestemmingsplan aan te houden en vervolgonderzoek uit te voeren indien de omvang van deze graafwerkzaamheden de 100 m 2 overschrijdt. Een eventueel vervolgonderzoek kan het beste bestaan uit een proefsleuvenonderzoek, waarbij kan worden uitgegaan van de aanleg van één vlak direct onder de bouwvoor in het Oude duinzand. Bovenstaand advies dient gecontroleerd en beoordeeld te worden door de bevoegde overheid, in dit geval de Gemeente Noordwijk. Deze zal vervolgens een besluit nemen inzake de te volgen procedure. IDDS Archeologie wil meegeven dat voordat dit besluit genomen is, er niet begonnen kan worden met bodemverstorende activiteiten of activiteiten die voorbereiden op bodemverstoringen.

Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het onverwacht aantreffen dan wel het ongezien vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet gegarandeerd worden. Wij wijzen u er graag op dat indien in vrijgegeven delen van het plangebied archeologische waarden worden aangetroffen, deze conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet zo spoedig mogelijk bij de minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gemeld dienen te worden. Dit kan door het invullen van het vondstmeldingsformulier op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (www.cultureelerfgoed.nl) of door contact op te nemen met de InfoDesk (info@cultureelerfgoed.nl).

24

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

Literatuur Battinga, J.J., 2022: Archeologisch proefsleuvenonderzoek bij Tulp en Zee in Noordwijk, gemeente Noordwijk, Leiden (Archol Rapport 692). Berendsen, H.J.A., 20053 (1997): Landschappelijk Nederland. De fysisch-geografische regio’s, Assen. Biggelaar, D.F.A.M. van den / R. Hartman / S. Moerman, 2022: Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, Tulp en Zee 1, Noordwijk, Gemeente Noordwijk, Noordwijk (IDDS Archeologie rapport 2695). Brandenburgh, C.R., 2020: Graven in archieven. Een niet-gravend verstoringenonderzoek in de bollengemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen, Leiden (Erfgoed Leiden en Omstreken). Buesink, A., 2011: Noordwijk, Plangebied De Boender 18-20, Gerleeweg 11 en Kraaierslaan (C721). Archeologisch bureauonderzoek. (Baac Rapport V-11.0352) Centraal College van Deskundigen, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, Gouda. Diepeveen-Jansen, M. / K. Klerks, 2007: Fietspad Kraaierslaan, gemeente Noordwijkerhout. Een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen. Amersfoort (Vestigia rapport V407). Hartman, R. / S. Moerman, 2023: Plan van aanpak. Duinrust 1A in Noordwijk, gemeente Noordwijk, Noordwijk (Intern rapport, IDDS Archeologie). Lil, R. van, 2007: Noordwijkerhout – Club Soleil Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen. Amersfoort (ADC Rapport 864).

Meer, K. van der, 1950: Bodemkaart van de Bloembollenstreek. Wageningen (Stichting voor bodemkartering). Moerman, S., 2012: Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, Randweg, Noordwijk, Gemeente Noordwijk, Noordwijk (IDDS Archeologie rapport 1377). Mulder, E.F.J. de/ M.C. Geluk/ I.L. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland, Groningen/Houten. Rooij, J.A.G. van, 2014: Camping de Wulp, Kraaierslaan 25 in Noordwijk Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. Amersfoort (ADC Rapport 3639). Valk, L. van der, 1996: Coastal barrier deposits in the central Dutch coastal plain, Haarlem (Mededelingen van de Rijks Geologische Dienst 57). Verboom-Jansen, M., 2016: Noordwijkerhout, Fietspad Gemeentes Noordwijkerhout en Noordwijk (ZH). Archeologisch bureauonderzoek. Utrecht (Transect-rapport 1049). Wullink, A.J., 2016: Noordwijkerhout, fietspad. Een archeologisch inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, door middel van boringen (IVO-O). Utrecht (Transect-rapport 1124).

Websites archis.cultureelerfgoed.nl beeldbank.cultureelerfgoed.nl hisgis.nl ikme.nl landschapinnederland.nl/militaire-landschapskaart

25

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl www.pdok.nl www.rijnland.net/over-rijnland/erfgoed/archieven-en-collecties www.topotijdreis.nl

26

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

Figuren Figuur 1: Het plangebied op een recente luchtfoto (bron: PDOK). ......................................................... 6 Figuur 2: Verband tussen de zeespiegelstijging en de vorming en ligging van strandwallen en duinen voor de Hollandse kust (Berendsen 2005). De verschillende geologische formaties in de figuur zijn terug te vinden in De Mulder et al. 2003. .......................................................................................................... 9 Figuur 3: Een uitsnede uit de geomorfologische kaart met daarop het plangebied in rode contour (bron: PDOK). Kaartcode L53 staat voor Kustduinen met bijbehorende vlakten en laagten; Kaartcode M76 staat voor Ingesloten strandvlakte; Kaartcode M92 staat voor een Vlakte ontstaan door afgraving en/of egalisatie van duinen of strandwallen. .................................................................................................. 10 Figuur 4: Een uitsnede uit de kaart van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) met het plangebied in rood. De kustduinen ten noordwesten van het plangebied liggen beduidend hoger (>10 m NAP; bron: ahn.nl). ................................................................................................................................................... 11 Figuur 5: De bodemkaart van de bloembollenstreek uit 1950 (Van der Meer 1950) met het plangebied in rood.

Kaartcode Dd1 (lichtgeel) staat voor droog kalkrijk woest duinzand; Kaartcode Da1 staat voor vochtige kalkrijke duinzandgrond; Kaartcode Wz4 staat voor kalkloze zanderijgronden; Kaartcode B8 staat voor uitgeveende en ingevaren grond; Kaartcode Wv2 staat voor strandvlakte-zandgrond die dikker is dan 1 m en op veen ligt. .......................................................................................................... 12 Figuur 6: De bodemkaart van Nederland (bron: BRO) met het plangebied in rood. Kaartcode Zd20A staat voor Kalkhoudende duinvaaggronden bestaande uit fijn zand; Kaartcode Zn50A staat voor Kalkhoudende vlakvaaggronden bestaande uit matig fijn zand; Kaartcode EZ50A staat voor Kalkhoudende enkeerdgronden bestaande uit matig fijn zand. ............................................................ 13 Figuur 7: Het plangebied op uitsnedes van de verwachtingenkaart en de beleidskaart opgesteld voor o.a. de gemeente Noordwijk (Brandenburgh 2020). Op de verwachtingskaart staat de lichtgele kleur voor een deels afgegraven strandwal; de oranje kleur staat voor duinen en strandwallen; de groene kleur staat voor een ingesloten strandvlakte met veen en mogelijk duin- en strandwalresten; de bruine vlakken staan voor uitgeveende en ingevaren grond.

Op de beleidskaart staat de rode kleur voor categorie 5 (hoge verwachting); de okergele kleur staat voor categorie 6 (middelhoge verwachting); de groene kleur staat voor categorie 8 (lage verwachting); De grijze vlakken staan voor categorie 12 (vrijgestelde gebieden). Op beide kaarten zijn de kustduinen weergegeven d.m.v. een geel tot donkergroen kleurverloop op basis van hoogte t.o.v. NAP. Op de beleidskaart is dit categorie 3 (lage tot hoge verwachting). ................................................................................................................................ 14 Figuur 8: Een uitsnede uit de kaart van 1615 met daarop het plangebied bij benadering ter hoogte van de rode contour (bron: Hoogheemraadschap van Rijnland). ................................................................ 16 Figuur 9: Een uitsnede uit de gedigitaliseerde kadastrale kaart van de periode 1811-1832 (bron: Hisgis.nl) met daarop het plangebied in rood. ....................................................................................... 16 Figuur 10: Het plangebied op verschillende historische topografische kaarten uit de 19 e en 20e eeuw (Topotijdreis.nl). ..................................................................................................................................... 17 Figuur 11: Het plangebied op een recente luchtfoto (bron: PDOK).

..................................................... 18 Figuur 12: Profiel door het plangebied op basis van de boringen. ........................................................ 21

27

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

Lijst van afkortingen en begrippen Afkortingen AHN AMK AMZ Archis ASB AWN BP GHG GLG GPS indet KNA mv NAP PvA PvE RCE SIKB

Actueel Hoogtebestand Nederland Archeologische Monumenten Kaart Archeologische Monumentenzorg Archeologisch Informatie Systeem Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland Before Present (Present = 1950) Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand Gemiddeld Laagste Grondwaterstand Global Positioning System ondetermineerbaar Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie maaiveld (het landoppervlak) Normaal Amsterdams Peil Plan van Aanpak Programma van Eisen Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer

Verklarende woordenlijst 14C-datering (ook wel C14-datering) Bepaling van gehalte aan radioactieve koolstof 14C van organisch materiaal (hout, houtskool, veen, schelpen e.d.) waaruit de 14Couderdom kan worden afgeleid. Deze ouderdom wordt opgegeven in jaren vóór 1950 na Chr. (jaren BP) met daaraan toegevoegd de aan de meting verbonden mogelijke afwijking (standaarddeviatie) Allerød tijd Korte, relatief warme periode uit de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 11.80011.000 jaar geleden antropogeen Ten gevolge van menselijk handelen (door mensen veroorzaakt/gemaakt) Archis-melding Elke melding bij het centraal informatiesysteem (Archis) artefact Alle door de mens vervaardigde of gebruikte voorwerpen bioturbatie Verstoring van de oorspronkelijke bodemstructuur en/of transport van materiaal door plantengroei en dierenactiviteiten Bølling tijd Korte, relatief warme periode uit de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 13.50012.000 jaar geleden Boreaal Tijdvak, onderafdeling van het Holoceen, gekarakteriseerd door een gematigd en continentaal klimaat en een bebost landschap gedomineerd door loofbomen (datering ca. 6800-5500 voor Chr.) buitendijks Gronden die aan de rivierzijde van een dijk liggen.

In het buitendijkse gebied liggen de uiterwaarden castellum Romeins legerkamp conservering Mate waarin grondsporen, anorganische en organische archeologische resten bewaard zijn couperen Het maken van één of meer verticale doorsneden door een spoor of laag om de aard, diepte, vullingen, vorm en relaties met andere fenomenen vast te stellen crematie Begraving met gecremeerd menselijk bot crevasse Doorbraakgeul door een oeverwal dagzomen Aan de oppervlakte komen, zichtbaar worden van gesteenten (met inbegrip van zand, klei, etc.)

28

IDDS Archeologie rapport 2840 Versie 1.2 (concept)

dekzand

Dryas Edelmanboor Eemien eerdgrond eolisch estuarien estuarium fluviatiel fluvioglaciaal gaafheid Hollandveen Holoceen horizont humeus ijzeroer in situ inhumatie interstadiaal kom kreek kronkelwaard kwel kwelder laag leem Limes lithologie löss lutum meander meanderen oeverwal

Fijnzandige afzettingen die onder periglaciale omstandigheden voornamelijk door windwerking ontstaan zijn; de dekzanden van het Weichselien vormen in grote delen van Nederland een ‘dek’ (Formatie van Boxtel) Laatste gedeelte van de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 20.000-10.000 jaar geleden Een handboor voor bodemonderzoek Interglaciaal tussen de voorlaatste en laatste ijstijd (Saalien en Weichselien), ca. 130.000-120.000 jaar geleden Grond met een humushoudende minerale bovengrond van meer dan 50 cm, ontstaan door invloed van de mens Door de wind gevormd, afgezet Afgezet in een estuarium Inham aan de kust waarin met name het getijde grote invloed uitoefent op het landschap, bijvoorbeeld de Westerschelde Door rivieren gevormd, afgezet Door smeltwater (afkomstig van gletsjers) afgezet Mate van (fysieke) verstoring van de bodem, zowel in verticale zin (diepte) als in horizontale zin (omvang) Holocene formatie, ontstaan vanaf 3500 voor Chr. Jongste geologisch tijdvak dat nog steeds voortduurt (vanaf de laatste ijstijd: ca.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=377a8f0c-5402-4a4c-bc5e-ae46c4012673