CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Uitgangspunten programma uitgebreid

Gemeenteraadsvergadering 11 maart 2026, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Ontwerp-Programma LGDG2.119 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3: Uitgangspunten programma uitgebreid Aanbevelingen uit Evaluatie ISG 2023 De ISG is vastgesteld in mei 2016 en is in 2023 geëvalueerd. Het bijhorende evaluatierapport ‘Vitalere Greenport en vitaler landschap’ vormt een bouwsteen voor het opstellen van het programma LGDG. Het evaluatierapport is bijgevoegd als bijlage 4 bij het Programma LGDG. De volledige aanbevelingen zijn in de evaluatie terug te vinden. Hieronder wordt kort ingegaan op hoe het Programma LGDG de aanbevelingen meeneemt. 1. Herijk de ISG Er is aanbevolen om de ISG te herijken naar een gezamenlijk programma onder de Omgevingswet. Een programma onder de Omgevingswet biedt mogelijkheden om gezamenlijke ambities en doelen voor het buitengebied te realiseren. Er is aanbevolen om hierbij aandacht te geven aan nieuwe thema’s, zoals de doelen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied, de energietransitie en de woningbouwopgave. Deze thema’s vragen in samenhang aandacht naast de benoemde thema’s en opgaven in het ISG uit 2016. Het Programma LGDG is de directe uitwerking van deze aanbeveling. Er is hierin ruimte voor een brede, multisectorale aanpak (zie volgende aanbeveling). Daarnaast worden de sterke punten vanuit de ISG behouden en voortgezet. 2.

Wees duidelijk over wat je doet In de evaluatie van het ISG 2016 is geconcludeerd dat veel thema’s die spelen in het buitengebied in het ISG 2016 worden geduid, zonder dat daar onder de vlag van het ISG uitvoering aan wordt gegeven. Er wordt aanbevolen om een programma op te stellen met een brede, multi-sectorale aanpak en inhoud. Er wordt ook aanbevolen om in het gezamenlijke programma geen ambities en doelen op te nemen waar binnen het programma geen uitvoering aan wordt gegeven. De oorspronkelijke indeling van de ISG is aangepast, om recht te doen aan de gedane aanbevelingen. Zo zijn doelen en ambities die passen bij de ISG-thema ‘vitaal landschap’ ondergebracht in een nieuw hoofdstuk ‘landschapsstrategie’ (zie daarvoor ook aanbeveling 4 en 5). Aan dit hoofdstuk zijn álle doelen en ambities opgenomen die directe invloed hebben op het landschap. Thema-specifieke om ruimte vragende doelen en ambities zijn vervolgens ondergebracht in de thematische hoofdstukken. Bij nadere bestudering is gebleken dat het hoofdstuk ‘Duurzaam en robuust watersysteem’ uit de ISG vooral gaat over bescherming tegen wateroverlast en ingaat op onder andere waterkeringen. Dit beleid heeft al een plek heeft gekregen in het waterbeheerprogramma en de waterschapsverordening van het hoogheemraadschap Holland-Rijnland.

Om die reden is besloten om geen specifiek thematisch hoofdstuk meer te wijden aan het waterbeleid. De ruimtelijke impact wordt integraal meegenomen in de landschapsstrategie, waarin water en bodem sturend een leidend principe zijn. Maatregelen ten behoeve van de waterkwaliteit binnen de greenport sector worden in het hoofdstuk ‘vitale greenport’ behandeld. Daarnaast is een hoofdstuk ‘Duurzaam energiesysteem’ toegevoegd.

3. Leg uit waarom je bouwt voor openheid In de evaluatie van het ISG is geconstateerd dat er steeds minder draagvlak is voor Greenportwoningen. Met name voor het dure segment waarin de greenportwoningen worden gebouwd is weinig draagvlak. De financieringsconstructie is echter wel zeer functioneel. Er wordt dan ook aanbevolen om een heldere uitleg te geven over de uitvoering en financieringsconstructie van het programma en op welke manier er wordt gezorgd voor het behoud van de karakteristieke identiteit van de Duin- en Bollenstreek. Daarnaast wordt geadviseerd om alternatieve financieringsmogelijkheden te onderzoeken om de doelen van het programma te behalen. Hier wordt in de uitvoeringsstrategie (hoofdstuk 5) nader op ingegaan. Greenportwoningen in de oude vorm komen niet meer terug in het programma LGDG. 4. Zorg voor heldere definities. En toets deze In de evaluatie van het ISG is geconstateerd dat heldere definities over de begrippen ‘verrommeling’ en ‘openheid van het landschap’ ontbreken, terwijl deze wel tot de kernambities van het ISG behoorden. Daarom is de aanbeveling gedaan om deze begrippen nader te definiëren in samenspraak met de belanghebbenden. In het hoofdstuk Landschapsstrategie zijn definities vastgesteld voor openheid en verrommeling. Deze zijn gebaseerd op bestaand beleid en de participatieresultaten en ook op bestuurlijk niveau bediscussieerd. 5.

Wees helder over ambities voor het landschap In de evaluatie van het ISG is de aanbeveling gedaan om een heldere visie op het landschap te beschrijven. Hierin moet ook de hoogte van de ambitie beschreven worden. Tot slot is er ook aanbevolen om een onafhankelijke kwaliteitscommissie in te richten. Bovenstaande aanbeveling heeft geleid tot het opstellen van de Landschapsstrategie. Deze landschapsstrategie vormt de onderlegger waarin thematisch uitwerking kan worden gegeven. In de uitvoeringsstrategie is een belangrijke rol voor een kwaliteitscommissie ingeruimd. 6. Durf te vragen: zijn we nog samen? In de evaluatie is de aanbeveling gegeven om gezamenlijk te onderzoeken wat de (nieuwe) gezamenlijke doelen zijn en hoe daar gezamenlijk uitvoering aan gegeven moet worden. Het programma LGDG is het resultaat van een intensief samenwerkingstraject waarin de bestuurders van de vijf Duin- en Bollenstreek gemeenten, in overleg met provincie en waterschap en gebiedspartners de gezamenlijke doelen hebben herijkt. 7. Investeer in begrip en kennis In de evaluatie is de aanbeveling gegeven om begrip en kennis van het gezamenlijke programma op te bouwen, zodat het bij elke bestuurswisseling overgedragen wordt.

In de uitvoeringsstrategie wordt nader ingegaan op hoe het document levend wordt gehouden, en hoe wordt geïnvesteerd in kennis van het gebied om de opgaven uit het Programma LGDG uit te voeren.

Uitgangspunten Programma vanuit bestuursopdracht In dit programma benoemen we kort de uitgangspunten van het programma vanuit de gegeven bestuursopdracht, ofwel, wat niet ter discussie staat. Hierin wordt kort verwezen naar o.a. de; ▪ ▪ ▪ ▪

Evaluatie ISG en hoe hier mee om wordt gegaan. Inhoudelijke punten uit de bestuursopdracht (waar moet dit programma aan voldoen en wat moet er behandeld worden). Enkele strategische beleidsdocumenten die niet ter discussie staan maar richtinggevend zijn De participatie behorende tot het programma landelijk gebied

Bij de aanvang van het traject om tot dit Programma te komen zijn door de vijf Duin- en Bollenstreek gemeenten inhoudelijke speerpunten afgesproken. Deze speerpunten zijn leidend geweest bij de totstandkoming van dit programma. Deze speerpunten worden hieronder opgesomd en er wordt beknopt toegelicht hoe met deze speerpunten is omgegaan bij de inhoudelijke totstandkoming van het Programma: 1. Het programma moet gebaseerd zijn op de aanbevelingen uit het Rapport Evaluatie ISG ‘Vitalere greenport en vitaler landschap’ uit 2023. De evaluatie van het ISG is in de vorige paragraaf toegelicht. In ze paragraaf is ook aangegeven hoe met deze evaluatiepunten is omgegaan. Wanneer relevant wordt tekstueel teruggekoppeld aan constateringen en aanbevelingen uit de evaluatie van het ISG. 2. Water en bodem zijn sturend "Water en bodem sturend" is een principe dat de nadruk legt op het beheer van water en bodem als basis voor ruimtelijke ordening en duurzame ontwikkeling. Het betekent dat bij beslissingen over landgebruik, infrastructuur en bouwprojecten, de eigenschappen en grenzen van water- en bodemsystemen leidend zijn. Dit principe is in 2022 uitgangspunt geworden van het rijksbeleid. De landschapsstrategie heeft water en bodem sturend als leidend principe.

Doordat de landschapsstrategie als onderlegger werkt voor de rest van het programma, is het gehele programma water en bodem gestuurd ingestoken. 3. Een toekomstbestendig perspectief (people, planet en profit) voor duurzame land- en tuinbouw, natuur, klimaat en biodiversiteit in samenhang met het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG), deelgebied Duin- en Bollenstreek (gebiedsautoriteit provincie ZH). 4. Emissievrije teelt in 2030; en residuvrije teelt in 2040 met voldoende ruimte en oppervlakte Er wordt een transitie ingezet naar emissievrije bollenteelt in innige samenwerking met de greenportsector. Deze transitie is al in gang gezet en vraagt om innovatie, kennisuitwisseling en voldoende ondersteuning vanuit de overheid. De KAVB stelt op dit moment een nieuwe visie op. Deze visie gaat uit van doelsturing. Daarbij is regiocertificering een middel en geen doel. De KPI’s uit deze visie worden overgenomen. Een emissievrije en residuvrije teelt levert veel gezondheidsvoordelen op voor mens en dier; de waterkwaliteit verbetert en de grond blijft ook in de toekomst vruchtbaar en bruikbaar. Om de greenportsector vitaal en toekomstbestendig te houden is het van belang dat deze voldoende teelbaar areaal behoudt. Hun nieuwe visie gaat uit van doelsturing. Daarbij is regiocerticering een middel en geen doel. Harde KPI’s overnemen helpt hen 5.

Landschapsverbetering, bevorderen van een open landschap en toerisme In het PDG moet ruimte zijn voor de onderwerpen innovatie en circulaire economie; brede welvaart en recreatie; mobiliteit; energietransitie; uitleglocaties woningbouw en bedrijventerreinen. Deze onderwerpen komen terug in hoofdstuk 4: thematische uitwerking.

6. Bestaand beleid Tot slot wordt rekening gehouden met een uitgebreid aantal bestaande beleidsstukken, waarbij met name de strategische agenda ruimte DBS leidend is geweest.

Proces totstandkoming en participatie Bij de totstandkoming van dit programma LGDG heeft een uitgebreid participatieproces plaatsgevonden. In twee rondes van elk drie bijeenkomsten zijn tussen februari en oktober 2024 gesprekken georganiseerd met inwoners, stakeholders, raadsleden en de colleges van burgemeester en wethouders. Ook hebben 2.854 inwoners en 120 jongeren hun mening gegeven via een online vragenlijst. Zo kregen ook zoveel mogelijk inwoners een kans om mee te praten over de toekomst van de Duin- en Bollenstreek. Het proces bestond uit drie fases: 1. Sponsfase – de eerste fase stond in het teken van een bureauanalyse en het ophalen van perspectieven bij alle partijen 2. Synergiefase – vanuit vier denkmodellen komen tot een gedragen synergiemodel 3. Vaststellingsfase – de fase van ontwerp tot vaststelling

Een indruk van enkele bijeenkomsten georganiseerd in de sponsfase en synergiefase

Vier denkmodellen als basis voor het gesprek Experts zijn met inwoners, stakeholders, de vijf gemeenteraden en de vijf colleges van B&W in gesprek geweest om een model voor de toekomst van het landelijk gebied te ontwikkelen. Daarvoor zijn vier modellen gepresenteerd. De resultaten van deze sessies en de gehele participatie zijn ondergebracht in een zogenaamde Story Room. Deze vindt u hier.

Concluderend is onderstaand overkoepelend beeld ontstaan;

Business As Usual

Duin en Bollenstreek 2.0

Veelzijdig gebruik van de ruimte

(later Krachtige en vitale greenport)

(later veelkleurige Duin- en Bollenstreek

Ontspannen regio (later: Natuurlijk duin- en Parklandschap

Rode draden participatie De inbreng van de verschillende bijeenkomsten, vragenlijsten en de schriftelijke inbreng zijn gebruikt om één synergiemodel verder uit te werken. De totale opbrengsten van het participatietraject bestaande uit verschillende rondes zijn beschreven in de rapportage ‘Opbrengsten participatietraject’. Deze is terug te lezen in bijlage 5 De belangrijkste uitgangspunten vanuit de participatie waren: ▪

Het voorspelbare maar niet minder ware beeld is dat er een veelheid aan belangen en perspectieven is.

▪

Er moet blijvend worden ingezet op het in stand houden van het areaal bollengrond (situatie in 2025).

▪

Vanuit brede welvaart is het nodig om daarbij ruimte te maken voor andere ruimteclaims die ook belangrijk zijn om de streek vitaal te houden. Dit is ruimte voor wonen, werken, energie, mobiliteit en voldoende kwalitatief en zoet water.

Conclusies brede participatie ▪

De vraag of we nog een Greenport willen zijn hoeft niet meer gesteld te worden – dit is wat ons betreft een gegeven en de koers voor de komende jaren.

▪

De bollenteelt moet zo efficiënt mogelijk plaatsvinden. Daarbij is de regionale bescherming van het huidige bollenareaal van belang, in samenhang met de reeds ingezette transitie naar emissie- en residuvrije bollenteelt. Regiocertificering is daarbij een middel, en geen doel op zich. Evt. zijn ruilverkaveling/herverkaveling in te zetten om kavels efficiënter in te delen en uit te ruilen (te compenseren) met andere ruimtevragers met als doelstelling om minder bedrijven met grotere areaal en gebouwen te faciliteren. Hiermee uitbreidingsmogelijkheden en schaalvergroting te faciliteren passend binnen de landschapsstrategie. De huidige mogelijkheid van maatwerkafspraken blijft bestaan.

▪

In het programma stellen we voor het bollengebied 4 zoneringen voor die onderscheidend zijn in de zin van actief de openheid vergroten, kwalitatieve openheid versterken, ruimte voor uitbreiding onder strenge voorwaarden en ruimte voor schaalvergroting door middel van landschappelijke inpassing in landschapskamers te realiseren.

▪

Waar sprake is van veeteelt/grasland op kwalitatief goede zandgronden kan in geval van bedrijfsbeëindiging besloten worden deze vrijkomende graslanden in te zetten voor bollenteelt i.p.v. veeteelt. ▪

In principe wordt hier terughoudend mee omgegaan, vanwege de waarde van graslanden en veeteelt voor de bollenstreek, en de natuurwaarden van de ‘waardevolle graslanden’. Dit wordt ook nader besproken met de provincie.

▪

De veenweidegebieden rondom de Kaag en de droogmakerijen blijven grasland, waar het waterpeil wordt verhoogd.

▪

Het watersysteem moet dusdanig aangepast worden dat waterbeschikbaarheid de komende jaren geborgd kan blijven en systemen doorgespoeld kunnen worden. Hiermee gaan we verzilting en droogte te lijf. We doen dit door meer ruimte te geven aan ondergrondse (zoet)wateropslag en het vergroten van de buffercapaciteit. De transitie naar een emissievrije bollenteelt in 2030 draagt bij aan het behalen van de KRW-doelen.

▪

Er is gezocht naar ruimte (en dit is een blijvende zoektocht) naar waar infrastructuur/dorpse uitbreiding kan bestaan naast een bloeiende bollensector. Hiervoor wordt een aantal zoeklocaties aangedragen voor een regulier woningbouwprogramma. Dit betekent 65% betaalbare woningbouw. Greenportwoningen worden niet meer gerealiseerd. Een zeer beperkt aantal duurdere woningen kan wel bijdragen aan de financiering van het programma LGDG.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=e273259e-bf40-4518-984b-984a79c2a363