Bijlage 3. Rapport milieukundig bodemonderzoek
Tekst van het document
Herenweg 151 te Noordwijk Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend en nader milieukundig bodemonderzoek
Kenmerk Datum
2005N661/BST/rap2 16 november 2020
Opdrachtgever
Fons Bakker & Zn B.V. De heer T. Bakker Herenweg 67 2201AE Noordwijk
Goedkeuring
Functie
Datum
De heer B. Stevens (Adviseur milieu)
Opsteller, auteur
16-11-2020
De heer C. Brouwer (Teamleider)
2e lezerschap en vrijgave
16-11-2020
Handtekening
BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING ............................................................................................................................. 4
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK ......................................................................... 6 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 6
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 6
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................................ 7
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST .................................................................................................... 7
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ..................................................................................... 8
2.6
BEÏNVLOEDING .............................................................................................................................. 8
2.7
BODEMVERONTREINIGING .......................................................................................................... 9
2.8
TERREINVERKENNING ................................................................................................................. 9
2.9
BEOORDELING ............................................................................................................................ 10
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING ................................................................................... 10
3.
4.
VERKENNEND - EN NADER BODEMONDERZOEK ........................................................ 11 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 11
3.2
CONCEPTUEELMODEL EN ONDERZOEKSVRAGEN NADER BODEMONDERZOEK .............. 11
3.3
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 12
3.4
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 14
3.5
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN .............................................................................. 15
3.6
INTERPRETATIE .......................................................................................................................... 17
3.7
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 18
3.8
CONCLUSIES ............................................................................................................................... 18
3.9
AANBEVELINGEN ........................................................................................................................ 19
BETROUWBAARHEID ....................................................................................................... 20
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 2 van 20
BIJLAGEN 1. 1.1 1.2
Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening
2. 2.1 2.2
Vooronderzoek Omgevingsrapportage Rapportage IDDS 2009
3. 3.1 3.2 3.3
Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda Fotorapportage
4. 4.1 4.2 4.3
Laboratoriumonderzoek Certificaten grond Certificaten grondwater Certificaten PFAS
5. 5.1 5.2 5.3
Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater Toetsingstabellen PFAS
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 3 van 20
1.
INLEIDING
In opdracht van Fons Bakker & Zn B.V. is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. Naar aanleiding van eerder aangetoonde sterke verontreinigingen met koper en zink is gelijktijdig een nader bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Herenweg 151 te Noordwijk. Het eerder uitgebrachte rapport met kenmerk 2005N661/BST/rap1, d.d. 11-09-2020 komt door middel van deze versie te vervallen.
Afbeelding 1: onderzoeksgebied, in het blauw gearceerd (bron: kadastrale kaart)
Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen nieuwbouw waarbij een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. In het kader van de Woningwet/Gemeentelijke Bouwverordening dient een omgevingsvergunningaanvraag (activiteit bouwen) vergezeld te gaan van een rapportage inzake de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Tevens wordt gelijktijdig een nader bodemonderzoek uitgevoerd om eerder aangetoonde sterke verontreinigingen met zware metalen in een eerder uitgevoerd bodemonderzoek door IDDS (2009) op de onderhavige onderzoekslocatie te onderzoeken. Om zodoende vast te kunnen stellen of uit te kunnen sluiten of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Verklaring onafhankelijkheid Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn, of in de nabije toekomst te worden, van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd.
Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 4 van 20
Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de norm NEN 5740+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie.
Nader bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de norm NTA 5755;2010 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een nader bodemonderzoek gericht op een vermoedelijk geval van ernstige verontreiniging. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoeksaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend- en nader bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 5 van 20
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking
Bronnen
Situering
Globale ligging: zie overzichtskaart in bijlage 1.1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening in bijlage 1.2.
Adres
Herenweg 151
Postcode / Plaats
2201 AE
Gemeente
Noordwijk
Provincie
Zuid-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving
Globaal middelpunt onderzoekslocatie
X
522230
Y
444251
Hoogte maaiveld
Z
Circa 0,4 m +NAP
Kadastraal
Gemeente
Noordwijk
Gemeentecode
NWK02
Sectie
H
Nummer
1010
Totaal
1.430 m2
Bebouwd
333 m2
Oppervlaktes
Verharding
Grind en betonplaten
Gebruik belendingen
Alle richtingen
Wonen met tuin, agrarisch en openbare weg
Afbakening VO
25 meter buiten kadastrale grenzen
#1
-
Conclusie Afbakening voldoende 1#: KadViewer / Pdok-viewer / Kadastrale kaart
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 6 van 20
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking
Bronnen
Voormalig gebruik
Uit historisch kaart materiaal blijkt dat de onderhavige onderzoekslocatie sinds oudsher een agrarisch (bollenteelt/tuinbouw) gebruik kent. Op de locatie zijn geen gedempte watergangen gelegen. In 1978 is de huidige bebouwing gerealiseerd. De onderzoekslocatie was voor 2009 in gebruik door Bouwbedrijf Van Oosten en diende als opslag van bouwmaterialen. In algemene zin is voor dergelijke kleinschalige bouwbedrijfjes bekend dat houtbewerking ook tot de activiteiten behoren.
Potentiële bronnen
De potentiële bron van bodemverontreiniging betreft het voormalige gebruik als bollenteelt. Mogelijk zijn op locatie bestrijdingsmiddelen opgeslagen en gebruikt. Derhalve is de toplaag verdacht op het voorkomen van organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB’s)
Huidig gebruik
De onderhavige onderzoekslocatie wordt op dit moment niet meer intensief gebruikt.
Potentiële bronnen
In de huidige situatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.
Toekomstig gebruik
De opdrachtgever is voornemens om de huidige bebouwing te slopen om vervolgens nieuwbouw te realiseren.
#1
-
Conclusie Vanwege het historisch gebruik van de locatie is de toplaag verdacht op het voorkomen van OCB’s. #1: Omgevingsdienst West-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2)
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest
Bronnen Uit ons eigen archief blijkt dat in 2009 het perceel reeds is onderzocht (kenmerk rapportage: 0907B202/DBI/rap1). Hieruit blijkt dat op de locatie eerder bodemvreemde bijmengingen (baksteen en puin) zijn aangetroffen. De veldwerkzaamheden worden eerst uitgevoerd om zodoende vast te kunnen stellen of de eerder aangetroffen bodemvreemde materialen visueel worden waargenomen.
#1
Opgemerkt wordt dat, indien tijdens de uitvoering van het veldwerk in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Bodemkwaliteit
Bodemfunctieklasse
Wonen
#2
Conclusie De gemeente Noordwijk heeft geen bodemkwaliteitskaart. Uit de bodemfunctieklassenkaart blijkt dat de locatie als klasse ‘wonen’ wordt gedefinieerd. #1: Archief IDDS #2: Notitie bodemfunctieklassenkaart gemeente Noordwijk
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 7 van 20
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking
Bronnen
Bodemopbouw (lokaal)
0,0 - 2,0 m-mv
zand
Grondwater (lokaal)
Grondwaterstand freatisch
Circa 1,5 m-mv
#1
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. De stromingsrichting zal lokaal worden beïnvloed door objecten in de ondergrond. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie
Bodemvreemde lagen
0,0 - 10,0 m-mv
Deklaag (matig fijn zand)
10,0 - 97,0 m-mv
1e watervoerend pakket (grof zand)
97,0 - 103,0 m-mv
1e afsluitende laag (klei)
stromingsrichting 1e WVP
Vermoedelijk westelijk.
Op de locatie zijn geen gedempte sloten of opgehoogde terreindelen aanwezig. Plaatselijk is een betonverharding aanwezig.
Conclusie Er is op basis van bovenstaande informatie geen sprake van bodemvreemde lagen. #1: DINOloket / grondwatertools / Archief IDDS
2.6
BEÏNVLOEDING
TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding
Bronnen Op circa 20 meter ten noorden van de onderhavige onderzoekslocatie is de Herenweg 147 gelegen. Op de locatie hebben de volgende historische bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden: bloembollen- bloemknollenkwekerij (1943 tot 1978) bloemen- en groentekwekerij (1943 tot 1978) sierplanten- en sierstruikenkwekerij (1943 tot 1978)
#1
Conclusie De locatie wordt verdacht op het voorkomen van organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB’s) in de toplaag. Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving op de kwaliteit van het grondwater. #1: Omgevingsdienst West-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2)
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 8 van 20
2.7
BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking
Bronnen
Onderzoek ter plaatse van de locatie Op onderhavige onderzoekslocatie is door IDDS in 2009 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (0907B202/DBI/rap1). Het onderzoek is opgenomen in bijlage 2. De aanleiding van het onderzoek was een (geplande) transactie van het terrein. Het doel was om de kwaliteit van de grond en het grondwater te bepalen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn bodemvreemde bijmengingen met baksteen en puin aangetroffen. In de grond werd een matige verontreiniging aangetoond met nikkel en een sterke verontreiniging met koper en zink. In het grondwater werd een lichte verontreiniging met barium aangetoond.
#1
Geadviseerd werd om een nader onderzoek uit te voeren, om zodoende vast te kunnen stellen of uit te kunnen sluiten of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Tevens is geen onderzoek verricht naar de parameter OCB. Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Nabij de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. De beschikbare onderzoeken zijn aangegeven in het bodemrapport van de Omgevingsdienst West-Holland, zie bijlage 2.
#2
Titel Auteur Datum Samenvatting
Verkennend bodemonderzoek, Achterweg sectie H 433 (ged.) en 821 IDDS 21-02-2005 De onderzoekslocatie is direct ten zuiden van de onderhavige onderzoekslocatie gelegen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een puinverharding aangetroffen. In de grond werd een lichte verontreiniging aangetoond met minerale olie. In het grondwater werden lichte verontreinigingen aangetoond met arseen, chroom, nikkel en xylenen.
-
Titel Auteur Datum Samenvatting
Verkennend bodemonderzoek, Achterweg “Moestuinen” IDDS 31-07-2013 De onderzoekslocatie is op circa 10 meter ten zuidoosten van de onderhavige onderzoekslocatie gelegen. De bodemkwaliteit van de grond was dermate van kwaliteit, dat de locatie in gebruik genomen kon worden als ‘moestuinen’.
-
Conclusie Onbekend is in hoeverre op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging is te verwachten. #1: Verkennend bodemonderzoek (kenmerk; 0907B202/DBI/rap1, IDDS, d.d. 23 juli 2009) #2: Omgevingsdienst West-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2)
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 20 augustus 2020 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden. Ter illustratie is in bijlage 3.3 een fotoreportage opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 9 van 20
2.9
BEOORDELING
Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Omschrijving
Reden afwijking
Afwijking
Geen
-
Gevolgen betrouwbaarheid
-
-
Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen
-
-
Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.10.1: Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie
Gehele onderzoekslocatie
Conclusie
Er is geen informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek worden in de bodem verontreinigingen verwacht ten behoeve van het langdurig gebruik. De toplaag is verdacht op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen (OCB).
Hypothese
Verdacht Als aandacht parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen en OCB (toplaag)
Opmerking
Ingeval sprake is van bodemvreemde puinmengingen dient de locatie, ongeacht de gradatie aan bijmengingen, formeel als verdacht op asbest te worden aangemerkt.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 10 van 20
3.
3.1
VERKENNEND - EN NADER BODEMONDERZOEK
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1.1. TABEL 3.1.1: Onderzoeksstrategie Locatie Onderzoeksstrategie Gehele onderzoekslocatie
NEN 5740+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE). Aanvullend wordt de toplaag geanalyseerd op het voorkomen van organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB’s).
Afperking verontreiniging NTA 5755;2010; Onderzoeksstrategie voor nader bodemonderzoek. zware metalen ter plaatse van boring 02#1 #1: Verkennend bodemonderzoek (kenmerk; 0907B202/DBI/rap1, IDDS, d.d. 23 juli 2009)
3.2
CONCEPTUEEL MODEL EN ONDERZOEKSVRAGEN NADER BODEMONDERZOEK
Uit het eerder uitgevoerde bodemonderzoek (IDDS, 2009) blijkt dat ter plaatse van boring 02 in het traject van 0,5 – 0,7 m-mv een matige verontreiniging met nikkel is aangetoond en een sterke verontreiniging met koper en zink. Verondersteld wordt dat de aangetoonde verontreiniging is te relateren aan bodemvreemde bijmengingen. Om uit te kunnen sluiten of vast te kunnen stellen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging is aansluiting gezocht bij de NTA5755 (van 2010) en is vooraf een conceptueel model opgesteld. Dit conceptueel model is een schematische beschrijving en/of visualisatie van de (veronderstelde) verontreinigingssituatie (bron, aard, mate en verdeling van de verontreiniging), het systeem waarin de verontreiniging zich bevindt (bodemopbouw) en welke processen van invloed (kunnen) zijn op de verspreiding (geochemie, geohydrologie). Het conceptueel model wordt gebruikt als basis voor het bepalen van de onderzoeksstrategie van het nader bodemonderzoek en is in tabel 3.2.1 uitgewerkt. Hieronder zijn de onderzoeksvragen geformuleerd. TABEL 3.2.1: Conceptueel model zware metalen Conceptueel model
Gegevens o.b.v. verkennend bodemonderzoek
(vermoedelijke) verontreinigingsbron
Onbekend, mogelijk te relateren aan sterk puinhoudende grond
Aard van de verontreiniging
Immobiel
Mate van verontreiniging in grond
Sterk
Mate van verontreiniging in grondwater
Wordt niet verwacht
Verdeling van verontreiniging
Lokaal
Onderzoeksvragen Op basis van het conceptueel model is antwoord nodig op de volgende onderzoeksvragen om aan de informatiebehoefte te voldoen en de onderzoeksdoelen te behalen: - Wordt het volumecriterium van 25 m 3 sterk verontreinigde grond met zware metalen, waarboven sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, overschreden? Het conceptueel model en de onderzoeksvragen zijn gebruikt om de onderzoeksstrategie (zie tabel 3.2.2) te bepalen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 11 van 20
TABEL 3.2.2: Onderzoeksstrategie Strategie
Grond
Analyseparameters
Zware metalen
Afperking
Horizontaal en verticaal rondom boring 02
Rasterafstand
Ca. 2,5 meter
Boringdiepte
1,5 m-mv
3.3
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.1 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.3.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 20 augustus en 28 augustus 2020 Uitvoerende partij
VeldXpert
BRL SIKB / protocol
BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002
Onderzoeksaspect
Meetpunten
Verkennend bodemonderzoek
Nader bodemonderzoek
Codering
Bijzonderheden
6
01, 04, 06, 07, 08, 09
-
2
02, 05
3,0
1
03
1,5
1
100
Verticaal inkaderen ter plaatse van boring 02#1
1,5
7
101 t/m 107
Horizontaal inkaderen rondom boring 100
Type
Diepte [m-mv]
Aantal
Boring
1,0 2,0
Peilbuis Boring
#1: Verkennend bodemonderzoek (kenmerk; 0907B202/DBI/rap1, IDDS, d.d. 23 juli 2009)
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Voor PFAS zijn tijdens het veldonderzoek specifieke voorschriften gevolgd om contaminatie met PFAS te voorkomen. Het betreft de voorschriften zoals beschreven in “Bemonstering van PFASverbindingen in grond- en grondwater” van het Expertisecentrum PFAS, versie van juli 2020. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 12 van 20
De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -
De bovengrond bestaat uit matig fijn zand. De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 3,0 m-mv uit matig fijn zand.
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: In de grond zijn heterogeen verspreid over de locatie bijmengingen aangetroffen met baksteen. Ter plaatse van de grindweg (voorzijde terrein) is een bodemvreemde laag aangetroffen (verhardingslaag). De betreffende laag bestaat uit meer dan 50% bodemvreemd materiaal en valt daarbij buiten de invloedsferen van de Wet bodembescherming. De laag wordt derhalve niet als bodem gedefinieerd. Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen.
Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -
Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen.
Tijdens de maaiveldinspectie is een asbestverdacht dak waargenomen, echter bevindt zich een deugdelijke dakgoot onder de afwateringszijden van het dak en de afwatering vindt niet in bodem plaats. In de bodem zijn zintuiglijk bijmengingen met baksteen waargenomen. Op basis van de NEN 5725 zijn deze bijmengingen niet asbestverdacht en derhalve is een verkennend asbestonderzoek ons inziens niet noodzakelijk. Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 13 van 20
TABEL 3.3.2: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
03
Filterstelling
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
Monstername
[m-mv]
[m-mv]
[–]
[S/cm]
[NTU]
d.d.
2,0 – 3,0
0,80
7,2
1512
57,5
28-08-2020
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden Geen bijzonderheden
Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: - Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. - De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. - Opgemerkt wordt dat de gemeten waarde voor de troebelheid enigszins verhoogd is. Echter, een verklaring hiervoor is op basis van de voor de omgeving bekende gegevens niet bekend.
3.4
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.5.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Opgemerkt wordt dat PFAS-analyse niet onder de RvA accreditatie en de AS3000 erkenning vallen. Samenstelling analysepakketten In het standaard pakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).
Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. Ten behoeve van het gehalte PFAS is de grond aanvullend geanalyseerd op PFAS. In het standaard pakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: - Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). - BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). - VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). - Minerale olie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 14 van 20
3.5
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (Handhavingsuitvoeringsmethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk.
In tabel 3.5.1 zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrond-waarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde. PFAS Voor PFAS zijn toepassingsnormen opgenomen in het Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van juli 2020). Bij een gemeten percentage organisch stof tussen 10% en 30% zijn de gemeten gehalten PFAS gecorrigeerd, waarna deze zijn vergeleken met de toetsingswaarden uit het Tijdelijk handelingskader. De resultaten van de uitgevoerde indicatieve toetsing zijn weergegeven op de toetsingstabel, welke is opgenomen in bijlage 5.3.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 15 van 20
TABEL 3.5.1a: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten verkennend bodemonderzoek Monstercodes, deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten
Wbb (index) > AW / > S (licht verhoogd)
>T (matig verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
Verkennend bodemonderzoek Grond MM1
03 (0,15 – 0,60) 04 (0,20 – 0,70) 05 (0,20 – 0,40)
Zand; geen bijzonderheden
#1 + OCB
Zink (0,16) Kwik (-) Lood (0,18) Hexachloorbenzeen (0,01) Drins (0,04)
-
-
MM2
07 (0,20 – 0,50) 08 (0,18 – 0,50) 09 (0,20 – 0,60)
Zand; geen bijzonderheden
#1 + OCB
PCB (0,01) Hexachloorbenzeen (0,04) Drins (0,02)
-
-
01-2
01 (0,40 – 0,60)
Zand; zwak baksteen
#1
-
-
-
05-3
05 (0,40 – 0,60)
Zand; zwak asfalt, sporen baksteen
#1
Minerale olie (0,06) Koper (0,03) Zink (0,11) Kwik (0,01) Lood (0,21) PAK 10 VROM (0,03)
-
-
Grondwater; geen bijzonderheden
#2
-
-
-
Grondwater 03-1-1 (2,00 – 3,00)
TABEL 3.5.1b: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten nader onderzoek Monstercodes, deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten
Wbb (index) > AW / > S (licht verhoogd)
>T (matig verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
Nader bodemonderzoek 100-2
100 (0,5 – 0,7)
Mm100 101 (0,50 – 0,80) 102 (0,50 – 0,70) 103 (0,50 – 0,70) 104 (0,50 – 0,70) 107-1
Blanco #1 #2 #3 > AW >I Index
107 (0,03 – 0,30)#1
Zand; verificatie eerder aangetoonde verontreiniging, geen bodemvreemde bijmengingen
#3
-
-
-
Zand; horizontale inkadering, geen bodemvreemde bijmengingen
#3
-
-
-
matig baksteenhoudend, zwak metselpuinhoudend, brokken beton
#1 + OCB
PCB (0,04) Minerale olie (-) PAK (0,1) Hexachloorbenzeen (-) Drins (0,04)
-
-
: Niet geanalyseerd / onderzocht / getoetst : Standaard pakket grond : Standaard pakket grondwater : Zware metalen grond : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)
#1: betreffende laag bestaat meer dan 50% uit bodemvreemd materiaal en valt derhalve buiten de invloedsferen van de Wet bodembescherming. Per abuis is betreffende laag onderzocht en dient niet als representatief te worden beschouwd. Opgemerkt wordt dat in deze laag (niet als de verificatie boring) geen sterke verhogingen met metalen zijn aangetroffen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 16 van 20
PFAS Voor PFAS zijn toepassingsnormen opgenomen in het Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van juli 2020). TABEL 3.5.2: Overzicht monsters en toetsingsresultaten Monstercodes Resultaat bbk indicatief PFAS
3.6
Klasse landbouw en natuur
INTERPRETATIE
Verkennend bodemonderzoek Grond De grond bestaat uit zand. In de grond is plaatselijk sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met bijmengingen met baksteen. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen in zowel de bodem als de verhardingslaag. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de grond licht verontreinigd te zijn met zware metalen, PCB, PAK, Drins en hexachloorbenzeen (HCB). PFAS Op basis van de uitgevoerde indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt de grond ten aanzien van PFAS, indien vergelijkbare waarden worden gemeten tijdens een officieel Besluit bodemkwaliteit onderzoek, te classificeren als zijnde ‘klasse landbouw en natuur’. Grondwater Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad, het elektrisch geleidingsvermogen en de troebelheid duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. In het grondwater zijn alle onderzochte parameters lager dan de betreffende streefwaarden.
Nader bodemonderzoek naar zware metalen Onderzoeksvraag 1 Wordt voor zware metalen in de grond het volumecriterium van 25 m 3 sterk verontreinigde grond, waarboven sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, overschreden? Antwoord: Er is voor de grond ten aanzien van zware metalen geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Uit de analyseresultaten blijkt dat ter plaatse van boring 100, ter verificatie van boring 02, geen verontreinigingen met zware metalen zijn aangetoond. Het mengmonster (Mm100) is samengesteld om de eerder aangetoonde verontreiniging horizontaal in te kaderen. Uit de analyseresultaten van mengmonster (Mm100) blijkt dat er geen verontreinigingen zijn aangetoond op zware metalen. Eerder gemeten resultaat lijkt daarom een incidentele verhoging te betreffen. Onderhavig onderzoek wordt als meest representatief beschouwd.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 17 van 20
3.7
TOETSING HYPOTHESE
De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.7.1: Hypothese en onderzoeksstrategie Algemeen Hypothese Toetsing
Verdacht Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Aangenomen Reden: in de grond komen lichte verontreinigingen voor.
3.8
CONCLUSIES
In opdracht van Fons Bakker & Zn B.V. is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. Naar aanleiding van eerder aangetoonde sterke verontreinigingen met koper en zink is gelijktijdig een nader bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Herenweg 151 te Noordwijk. Het eerder uitgebrachte rapport met kenmerk 2005N661/BST/rap1, d.d. 11-09-2020 komt door middel van deze versie te vervallen. Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen nieuwbouw waarbij een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. In het kader van de Woningwet/Gemeentelijke Bouwverordening dient een omgevingsvergunningaanvraag (activiteit bouwen) vergezeld te gaan van een rapportage inzake de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Tevens wordt gelijktijdig een nader bodemonderzoek uitgevoerd om eerder aangetoonde sterke verontreinigingen met zware metalen in een eerder uitgevoerd bodemonderzoek door IDDS (2009) op de onderhavige onderzoekslocatie te onderzoeken. Om zodoende vast te kunnen stellen of uit te kunnen sluiten of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Conclusies bodemonderzoek De aangetroffen bijmengingen met baksteen worden ons inziens niet als asbestverdacht gekwalificeerd. Zintuiglijk is in de bodem als in de verhardingslaag geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In de grond zijn lichte verontreinigingen aangetoond met zware metalen, PCB, Drins en HCB. In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond op de onderzochte parameters. Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende achtergrondwaarden dient de hypothese verdacht voor de onderzoekslocatie formeel te worden aangenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 18 van 20
De eerder aangetoonde sterke verontreiniging met zware metalen zijn middels de uitvoering van een nader onderzoek niet aangetoond. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Aanvullende inspanningen worden ons inziens derhalve niet noodzakelijk geacht. Beperkingen inzake de Wet bodembescherming en daarbij het verlenen van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen) worden op basis van de onderzoeksresultaten uit milieuhygiënisch oogpunt niet voorzien.
3.9
AANBEVELINGEN
Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag, zijnde Omgevingsdienst West-Holland om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies ten behoeve van het verkrijgen van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Indien op de onderzoekslocatie ten gevolge van graafwerkzaamheden grond vrijkomt en buiten de locatie wordt hergebruikt, vindt hergebruik veelal plaats binnen het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In dat geval dient de chemische kwaliteit van de grond te worden getoetst aan de kwaliteitsnormen die door het Besluit bodemkwaliteit aan de betreffende toepassing worden verbonden. Geadviseerd wordt rekening te houden in de uitvoerfase met de aanwezige verhardingslagen en in het kader van de mogelijke afvoer deze conform protocol 1002 te onderzoeken en desgewenst te kunnen afvoeren. Het bodemonderzoek is steekproefsgewijs uitgevoerd. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat plaatselijk sprake kan zijn van een afwijkende bodemopbouw. Indien op de locatie graafwerkzaamheden worden uitgevoerd wordt derhalve aanbevolen om alert te blijven op plaatselijke afwijkingen in de bodem die kunnen wijzen op een eventuele bodemverontreiniging.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 19 van 20
4.
BETROUWBAARHEID
Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.
In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend - en nader bodemonderzoek Locatie: Herenweg 151 te Noordwijk Kenmerk rapportage: 2005N661/BST/rap2
pagina 20 van 20
BIJLAGE 1 – KAARTMATERIAAL 1.1 TOPOGRAFISCHE KAART 1.2 SITUATIETEKENING
BIJLAGE 1.1 TOPOGRAFISCHE KAART
Topografische kaart
Schaal 1:25.000
Legenda Locatieaanduiding
BIJLAGE 1.2 SITUATIETEKENING
90400
90450
90500
Legenda
471000
471000
470950
470950
Onderzoekslocatie Boringen Boring Boring met peilbuis Boring voorgaand onderzoek Boring met peilbuis voorgaand onderzoek
Opdrachtgever Fons Bakker & Zn. B.V. Projectnummer 2005N661 Locatie Herenweg 151 te Noordwijk Getekend: Formaat: Schaal: Schaal situatie:
90400
90450
90500
Datum:
Akkoord BST A3
3-9-2020
Omschrijving Verkennend bodemonderzoek Bijlagenummer 1.2
BIJLAGE 2 – INFORMATIE VOORONDERZOEK 2.1 OMGEVINGSRAPPORTAGE 2.2 RAPPORTAGE IDDS 2009
BIJLAGE 2.1 OMGEVINGSRAPPORTAGE
N661 Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 16
-
21-07-2020
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Achterweg sectie H 433 (ged.) en 821 Herenweg 225 e.o. Achterweg ong HBB: OOSTEN GEBR VAN; Herenweg 147 Kaarten Disclaimer Toelichting
Pagina 2 van 16
-
21-07-2020
Voor U ligt een rapportage van de Omgevingsdienst West-Holland met de beschikbare informatie over de milieu-hygiënische kwaliteit van grond van het door U opgevraagde perceel.
Dit rapport is een samenvatting van gegevens afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland. Het bodeminformatiesysteem bevat gegevens met betrekking tot uitgevoerde bodemonderzoeken, aanwezige, gesaneerde en buiten gebruik gestelde ondergrondse brandstoftanks, historische bodembedreigende activiteiten en actuele bodembedreigende activiteiten.
Met nadruk wordt gesteld dat dit rapport een geautomatiseerde samenvatting is van het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland aanwezige gegevens. Voor nadere informatie over de in deze rapportage genoemde rapporten dienen de betreffende dossiers te worden geraadpleegd. Rapporten kunt u aanvragen bij ODWH via bip@odwh.nl. Er kan niet worden uitgesloten dat elders relevante informatie aanwezig is, die niet in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland en dus in deze samenvatting is opgenomen.
Dit rapport bestaat uit vier delen: 1. Deze pagina bevat een tekening van het geselecteerde gebied. 2. Informatie over het geselecteerde gebied, per locatie gegroepeerd (de in het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland aangetroffen informatie over locaties die zich binnen het geselecteerde gebied bevinden. 3. Disclaimer 4. Toelichting op de rapportage. Hier vindt u de uitleg van de gegevens die in dit rapport zijn vermeld.
Als u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens dan kunt u contact opnemen met de Omgevingsdienst West-Holland via email bip@odwh.nl
Pagina 3 van 16
-
21-07-2020
Locatie: Achterweg sectie H 433 (ged.) en 821 Locatie Adres
Achterweg NOORDWYK ZH
Locatiecode
AA057500456
Locatienaam
Achterweg sectie H 433 (ged.) en 821
Plaats
Noordwijk
Locatiecode bevoegd gezag WBB
Status Vervolg WBB
Voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten
Verkennend onderzoek NEN 5740
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
Status asbest
Niet ernstig, licht tot matig verontreinigd
Onderzocht conform NEN 5707 en asbest niet aangetoond
Ja
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Verkennend 21-02-2005 onderzoek NEN 5740
Naam Achterweg sectie H 433 (ged.) en 821
Auteur Referentie
IDDS
Archief Conclusie overheid
2017025903
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Pagina 4 van 16
-
21-07-2020
zw: puin (verharding) bg: m.o.>S og: m.o.>S gw: As,Cr,Ni,XYL>S geen verklaring voor m.o. verontr in grond; geen vervolg onderzoek
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 5 van 16
-
21-07-2020
Locatie: Herenweg 225 e.o. Locatie Adres
NOORDWIJK ZH
Locatiecode
AA057500892
Locatienaam
Herenweg 225 e.o.
Plaats
Noordwijk
Locatiecode bevoegd gezag WBB
Status Vervolg WBB
Voldoende onderzocht
Beoordeling
Ernstig, geen risico's bepaald
Status rapporten
Meldingsformulier BUS evaluatieverslag
Beschikking
Ernstig, geen risico's bepaald
Status besluiten
Ernstig, geen risico's bepaald
Status asbest
Niet onderzocht
Is van voor 1987
Ja
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Naam
Auteur Referentie
Archief
20-06-2014 Verkennend onderzoek NEN 5740
Herenweg 225 e.o.
Antea
2014014294
DIV MDWH
26-06-2014
Meldingsformulier BUS saneringsplan
Herenweg 225 e.o.
Antea
2014014294
DIV MDWH
02-02-2015
Meldingsformulier BUS evaluatieverslag
Herenweg 225 e.o.
Antea
2015002624
Van
Tot
Conclusie overheid
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Matrix
Overschr.
Grond
I
m²
m³ 150
150
Opmerking BUS TUP
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Datum
Besluit
Kenmerk
Status
02-07-2014
BUS-melding correct aangeleverd
2014014465
Definitief
13-02-2015
beschikking BUS saneringsevalutie
2015003038
Definitief
Pagina 6 van 16
-
21-07-2020
Sanering Type sanering
Zorgstatus
Volledig (locatie)
Geen Nazorg
Uiterste start
Werkelijke start
Werkelijke einddatum
18-11-2014
13-02-2014
Saneringscontouren Datum 13-02-2015
Gerealiseerd bovengrond
Gerealiseerd ondergrond
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 7 van 16
-
21-07-2020
Medium
Locatie: Achterweg ong Locatie Adres
Achterweg NOORDWIJK ZH
Locatiecode
AA057500901
Locatienaam
Achterweg ong
Plaats
Noordwijk
Locatiecode bevoegd gezag WBB
Status Vervolg WBB
Voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten
Verkennend onderzoek NEN 5740
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
Status asbest
Niet ernstig, licht tot matig verontreinigd
Onverdacht op basis HO, vooronderzoek asbest
Ja
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Verkennend 31-07-2013 onderzoek NEN 5740
Naam
Auteur Referentie
Achterweg IDDS ong
Archief Conclusie overheid
2015000672
DIV MDWH
Voor de volkstuinen: instemming met "Conclusie bureau" De bodemkwaliteit is geen belemmering voor het gebruik van het plangebied als volkstuin. Zoals verwoord in brieven aan de gemeente Noordwijk onder Verseonzaaknrs. 2015000672 en 201500945.
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Pagina 8 van 16
-
21-07-2020
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 9 van 16
-
21-07-2020
Locatie: HBB: OOSTEN GEBR VAN; Herenweg 147 Locatie Adres
Herenweg 147 2201AE NOORDWIJK ZH
Locatiecode
AA057501052
Locatienaam
HBB: OOSTEN GEBR VAN; Herenweg 147
Plaats
Noordwijk
Locatiecode bevoegd gezag WBB
Status Vervolg WBB
Uitvoeren historisch onderzoek
Status rapporten
Beschikking
Status besluiten
Status asbest
Is van voor 1987
Potentieel Ernstig
Beoordeling
Ja
Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Voldoende onderzocht
Activiteit
Start Einde Vervallen Benoemd Verontreinigd Spoed
bloembollen- en bloemknollenkwekerij
1943 1978 Nee
Nee
Onbekend
Onbekend
bloemenkwekerij
1943 1978 Nee
Nee
Onbekend
Onbekend
groentenkwekerij
1943 1978 Nee
Nee
Onbekend
Onbekend
sierplanten- en sierstruikenkwekerij
1943 1978 Nee
Nee
Onbekend
Onbekend
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Pagina 10 van 16
-
21-07-2020
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 11 van 16
-
21-07-2020
Pagina 12 van 16
-
21-07-2020
Deze rapportage betreft een geautomatiseerde samenvatting van de op het moment van de aanvragen aanwezige gegevens in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland. De basisgegevens uit de informatiesystemen zijn in de regel door derden aangeleverd.
Er kan niet worden uitgesloten dat elders relevante informatie aanwezig is, die niet in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland en dus in deze samenvatting is opgenomen. Ook is het vanzelfsprekend mogelijk dat na het moment van aanvragen aanvullende gegevens door de Omgevingsdienst West-Holland worden verkregen, of dat recent verkregen informatie nog niet in het informatiesysteem is ingevoerd. Deze rapportage dient derhalve te worden gezien als een momentopname.
Vanwege het mobiele karakter van sommige bodemverontreinigingen kan ook niet worden uitgesloten dat de verontreinigingssituatie sinds het uitvoeren van een bodemonderzoek is gewijzigd. Aangezien het invoeren van gegevens mensenwerk is, kan evenmin worden uitgesloten dat bij het invoeren invoer- en/of interpretatiefouten zijn gemaakt.
De Omgevingsdienst West-Holland is niet aansprakelijk voor enige directe schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat in de praktijk de verontreinigingssituatie anders is dan in dit rapport is vermeld. In dit geval van koop/verkoop adviseert de Omgevingsdienst om bij twijfel representativiteit van de in dit rapport vermelde gegevens alsnog bodemonderzoek op de betreffende locatie te laten uitvoeren.
Deze rapportage kan in de regel niet worden gebruikt bij meldingen of vergunningsaanvragen waarvoor een bodemonderzoek is vereist. Kopieën van de in deze rapporten kunnen hier mogelijk wel voor worden gebruikt. Dit is afhankelijk van de onderzoekeisen vanuit de melding/vergunning en de aard, ouderdom en kwaliteit van het betreffende onderzoek.
Aan de totstandkoming van deze omgeving is uiterste zorg besteed. Desondanks is het gezien de aard van het gebruikte materiaal mogelijk dat kleine fouten in de exacte ligging van objecten voorkomen of dat de kaarten anderszins foutieve informatie afbeelden. De Omgevingsdienst West-Holland aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van het gebruik van de informatie. Wel stelt de Omgevingsdienst West-Holland het op prijs dat onjuistheden aan haar worden gemeld. Dit kan door een e-mail te sturen naar bip@odwh.nl
Pagina 13 van 16
-
21-07-2020
Toelichting Samenstelling van bodeminformatie in het bodeminformatiesysteem (BIS) Verontreinigende activiteiten (HBB) Dat verontreinigende stoffen toch in de bodem terecht komen is vaak het gevolg van bedrijfsactiviteiten. Maar er kan ook sprake zijn van bodemverontreiniging door bijvoorbeeld het ophogen van terreinen voor het bouwrijp maken, het lekken van een brandstoftank of een ongeval. Op basis van (archief)onderzoek zijn potentiële verontreinigingen op basis van (voormalige)bedrijfsactiviteiten (UBI’s) en de bekende bodemverontreinigingen in beeld gebracht, het zgn. landsdekkend beeld (LDB, 2004). De potentiële verontreinigingen vormen het zgn. HistorischBodemBestand (HBB). Deze gegevens vormen de basis voor de werkvoorraad van de provincie. Afhankelijk van de score van de UBI behoort een locatie tot de werkvoorraad (potentiële)bodemverontreiniging die voor 2030 gesaneerd danwel beheerst moet zijn of de spoedeisende werkvoorraad die voor 2015 gesaneerd danwel beheerst moet zijn. Ook voor het bewaken van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie van de locaties waar de provincie bevoegd gezag is en de eigen werkprocessen maakt de provincie gebruikt van het BIS.
Het Wbb-traject / vervolg Wbb (potentiële)bodemverontreinigingslocaties doorlopen een zgn. Wbb-traject van onderzoek en sanering totdat de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie behoort. De locatie is dan voldoende onderzocht of gesaneerd. Indien op de locatie na sanering nog een restverontreiniging achterblijft (bijv. indien een verontreiniging wordt afgedekt met een verharding of leeflaag) dan is sprake van nazorg. Nazorgmaatregelen worden vastgelegd en gecontroleerd. In dit rappor twordt per locatie aangegeven in welke fase van het Wbb-traject een locatie zich bevindt (Vervolg Wbb-traject):
Wbb traject starten De locatie behoort op basis van vooronderzoek of vanuit het HBB tot de werkvoorraad van de provincie maar er is nog geen (historisch)onderzoek uitgevoerd. Op enig moment zal onderzoek plaats moeten vinden.
Bodemonderzoek uitvoeren Vooronderzoek of historisch onderzoek geeft aanleiding om bodemonderzoek te doen. Daarbij kan sprake zijn van verkennend of nader onderzoek.
Saneringsonderzoek uitvoeren Op basis van nader onderzoek is bepaald dat gesaneerd moet worden. Het saneringsonderzoek is gericht op de inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering en zal uitmondend in een keuze van de wijze van sanering
Saneringsplan opstellen Als op is vastgesteld dan sanering moet worden uitgevoerd dient een saneringsplan opgesteld te worden. Het saneringsplan wordt door het bevoegd gezag beschikt. In de beschikking op het saneringsplan kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen aan de sanering. De saneerder voert de sanering uit overeenkomstig het door het bevoegd gezag goedgekeurde saneringsplan en de voorschriften die zij aan de instemming hebben verbonden.