CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Specifieke Toelichting APV 2021 GECONSOLIDEERDE VERSIE na 1e Wijziging def

Gemeenteraadsvergadering 19 december 2023, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Algemene Plaatselijke Verordening 2021 1e wijziging10.223 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GECONSOLIDEERDE VERSIE WAARIN VERWERKT DE 1E WIJZIGING (DECEMBER 2023)

SPECIFIEKE TOELICHTING OP DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING NOORDWIJK 2021

ALGEMEEN: De Algemene plaatselijke verordening Noordwijk is gebaseerd op de modelverordening (versie: zomer 2020) zoals opgesteld door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Bij de modelverordening hoort een uitgebreide toelichting, waarin ook jurisprudentie en achtergrondinformatie is opgenomen. Voor die delen van de verordening die overeenkomen met het VNG-model wordt dan ook naar die VNG-toelichting verwezen, waarbij de bedoelde delen moeten worden geacht deel uit te maken van de voorliggende toelichting op de Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021. In de verordening is elk van het model afwijkend artikel voorzien van een asterisk (*) achter de aanhef. In een aantal gevallen is daarbij slechts sprake van een iets andere formulering of tekstuele aanpassing, zonder dat de inhoud van de bepaling verschilt van de modelbepaling. In die gevallen is geen specifieke toelichting gemaakt maar geldt hetgeen hierover is gemeld ten aanzien van de artikelen zonder asterisk. Artikelen zijn “vervallen” als deze niet meer in de APV behoeven te worden opgenomen omdat deze bijvoorbeeld in het kader van deregulering zijn geschrapt of omdat een hogere regelgeving hier inmiddels in voorziet. Artikelen zijn “gereserveerd” als er op dit moment geen of onvoldoende reden is om het artikel op te nemen.

De vervallen en gereserveerde artikelen worden wel genoemd, zodat de nummering van het model aangehouden kan worden, hetgeen wenselijk is in verband met de vindbaarheid, kenbaarheid en leesbaarheid van de bepalingen en de daarop gebaseerde jurisprudentie.

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 1 van 24

HOOFDSTUK 1

Algemene bepalingen

Artikel 1:1 Definities In de Wet openbare manifestaties wordt onder openbare plaats verstaan: elke plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek, met uitzondering van kerken. Het strand is dus een openbare plaats. Het strand valt ook onder de definitie van “weg” zoals bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994. Het voorgaande is geen gemeentelijke keuze, maar volgt rechtstreeks uit de wet. De definitie van “strand” is wel een gemeentelijke keuze. Als gevolg van de gehanteerde definitie vallen ook de strandop- en afritten en zelfs de strandpaviljoens en andere voor het publiek toegankelijke gebouwen en terrassen onder het begrip “strand”. Artikel 1:2 Beslistermijn Er is aangesloten bij de gangbare termijn van acht weken. In de artikelen (artikelen 1:2, 1:4, 1:5 en 1:6) is opgenomen dat eerdere leden van het artikel niet van toepassing zijn op een omgevingsvergunning.

Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Omgevingswet een uitputtende regeling voor de in deze artikelen geregelde onderwerpen: over de beslistermijnen in de paragrafen 16.5.2 en 16.5 3 van de Ow, over het nakomen van de voorschriften in artikel 5.5 van de Ow (eventueel in samenhang met artikel 22.8 van de Ow en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit), voor wie de omgevingsvergunning geldt in artikel 5.37 van de Ow en over intrekking of wijziging van een omgevingsvergunning in paragraaf 5.1.5 van de Ow. Artikel 1:7 Termijnen De bewoording is iets aangepast. De strekking komt overeen met die van de Modelverordening. Artikel 1:8 Weigeringsgronden Het model van de VNG heeft ten aanzien van de weigeringsgronden aansluiting gezocht bij het lichtste regime van de Dienstenrichtlijn (artikel 16): de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en milieu. Echter, volgens jurisprudentie van het Hof van Justitie EU wordt het begrip openbare orde veel enger uitgelegd dan dat de Nederlandse rechter dit doet en valt verkeersveiligheid niet onder het begrip openbare orde. Om deze reden is verkeersveiligheid zekerheidshalve apart als weigeringsgrond benoemd. Naast deze algemene weigeringsgronden zijn voor bepaalde vergunningen uit de APV specifieke weigeringsgronden van toepassing die bij het betreffende artikel zijn opgenomen.

In dergelijke gevallen dient bij de aanvraag om een vergunning naast de algemene weigeringsgronden ook toetsing aan de specifieke weigeringsgronden plaats te vinden. In art. 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald, dat een onvolledige aanvraag (na het bieden van een mogelijkheid tot aanvulling) buiten behandeling kan worden gesteld. In de Awb zijn tevens voorschriften opgenomen betreffende de zorgvuldigheid waarmee het bevoegd gezag besluiten moet nemen en de deugdelijke belangenafweging die daarbij plaats moet vinden. Uit die bepalingen van de Awb volgt, dat het bevoegd gezag voldoende tijd moet hebben om alle van belang zijnde gegevens te verzamelen. Het kan daarbij noodzakelijk zijn om bijvoorbeeld advies te vragen aan hulpdiensten als politie en brandweer. In artikel 1:2 APV is bepaald dat het bevoegd gezag in beginsel binnen acht weken moet beslissen op een aanvraag. Die termijn wordt beschouwd als redelijke termijn zoals bedoeld in de Awb. Daaruit volgt, dat het redelijk is om te stellen dat het bevoegd gezag acht weken nodig heeft om tot een goed afgewogen beslissing te komen. Een aanvraag die wordt ingediend minder dan acht

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 2 van 24

weken voor de datum van de beoogde activiteit kan daarom worden geweigerd. Daarbij wordt opgemerkt, dat het hier gaat om een kan-bepaling. Het derde lid is als extra weigeringsgrond toegevoegd. Informatiebron voor de burgemeester kunnen politie- of strafvorderlijke gegevens zijn. Op grond van artikel 16, eerste lid, onder c, van de Wet politiegegevens kan de politie aan de burgemeester politiegegevens verstrekken voor zover hij deze behoeft in het kader van de handhaving van de openbare orde. En op grond van artikel 39f, eerste lid, onder b en d, en tweede lid, onder a, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens kan het college van procureur-generaals aan de burgemeester strafvorderlijke gegevens verstrekken voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang in het kader van het handhaven van de orde en veiligheid en het nemen van een bestuursrechtelijke beslissing.

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 3 van 24

HOOFDSTUK 2 Afdeling 1.

OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden

Artikel 2:9 Straatartiest en dergelijken De Modelverordening gebruikt als aanhef: “Vertoningen op openbare plaatsen”. Dat kan verwarring opleveren met de regels voor evenementen. Daarom is gekozen voor het behouden van de reeds jaren gebruikte aanhef: “Straatartiest en dergelijken”.

Afdeling 2.

Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen

Artikel 2:10 (Omgevings-) vergunning voor voorwerpen op, aan of boven een openbare plaats Lid 1 Bij de redactie van dit artikel is in beginsel uitgegaan van variant 3 uit de Modelverordening. Het artikel in de modelverordening laat zich echter lastig lezen omdat niet voor een ieder duidelijk zal zijn wat moet worden verstaan onder “gebruiken anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan”. Ter verduidelijking is daarom in de aanhef van het artikel en in lid 1 aangegeven dat het artikel betrekking heeft op het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven een openbare plaats. Volgens dit artikel is alleen sprake van een vergunningplicht voor het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven een openbare plaats als daardoor die openbare plaats anders wordt gebruikt dan de publieke functie hiervan. Het plaatsen van een reclamebord of uitstalling met verkoopwaar in een winkelstraat is niet in overeenstemming met de publieke functie hiervan. Gebruik overeenkomstig de publieke functie impliceert immers het reguliere gebruik dat in zijn algemeenheid door het grote publiek van een weg of openbare plaats wordt gemaakt en niet alleen het gebruik dat de betreffende detailhandelaar van de weg of openbare plaats wenst te maken, bijvoorbeeld het maken van reclame of het verkopen van producten.

Lid 2 Voor zover het bij het op, aan of boven een openbare plaats neerzetten van voorwerpen gaat over het opslaan van roerende zaken, is artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing. Als voor die opslag op grond van de APV een vergunning is vereist, moet die vergunning verleend worden als omgevingsvergunning. Daarbij kan gedacht worden aan de opslag van roerende goederen in (zee-) containers. (Zie ook de toelichting op lid 4). Lid 3 Het verbod geldt niet voor de plaatsing van voorwerpen waaraan reeds op andere wijze regels zijn gesteld. Lid 4 Naast de uitzonderingen zoals bedoeld in het derde lid, zijn er ook categorieën van voorwerpen waarvoor het goed mogelijk is om algemene voorschriften te stellen aan de plaatsing daarvan. De bedoelde categorieën zijn daarom in dit lid uitgezonderd van de vergunningsplicht. De plaatsing moet dan wel plaatsvinden overeenkomstig de door het bevoegde bestuursorgaan (i.c. het college of, bij openbare inrichtingen: de burgemeester) gestelde algemene regels. Als die algemene regels in een specifiek geval te beperkend zijn, kan alsnog een vergunning worden aangevraagd waarin maatwerkvoorschriften kunnen worden opgenomen.

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 4 van 24

In artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is bepaald dat als voor de opslag van roerende goederen op grond van de APV een vergunning is vereist, die vergunning moet worden verleend als omgevingsvergunning. De procedure voor de behandeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning is echter zodanig, dat dit praktische problemen oplevert. Daarom is in lid 4 bepaald, dat voor het plaatsen van een puinbak of container geen vergunning nodig is indien de objecten niet langer dan 14 dagen op dezelfde plaats staan en voldoen aan de door het bevoegd gezag vastgestelde algemene regels. Artikel 2:14 Winkelwagentjes In afwijking van de Modelverordening is in lid 1 onder b bepaald dat winkelwagentjes niet terstond, maar na sluitingstijd moeten worden verwijderd. Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp In aanvulling op de bepaling zoals opgenomen in de Modelverordening is bepaald, dat er niet alleen sprake moet zijn van belemmering van het vrije uitzicht, maar dat er ook sprake moet zijn van daardoor veroorzaakte hinder of gevaar.

AFDELING 3. Evenementen Artikel 2:25 Evenementenvergunning De definitie van evenement is erg breed. Ook bijvoorbeeld theatervoorstellingen in De Muze en voetbalwedstrijden op sportparken zouden onder die definitie vallen. Dat is echter niet de bedoeling. Het is daarom noodzakelijk diverse activiteiten van het begrip evenement uit te sluiten. Bij het formuleren van de uitzonderingen is rekening gehouden met het feit, dat alles wat plaatsvindt binnen de grenzen van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer reeds moet voldoen aan de regels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dat betekent onder andere dat voor alle activiteiten binnen de grenzen van een inrichting reeds voorschriften gelden ten aanzien van geluidproductie, gasflessen, afvalbehandeling, rookgassen en dergelijke. Een evenementvergunning zou in een dergelijke situatie slechts een zeer beperkte meerwaarde hebben. Onder andere vanwege het feit dat onversterkt stemgeluid vanuit een inrichting niet valt onder de restricties (de geluidnormen) van het Activiteitenbesluit is er voor gekozen om alleen die activiteiten uit te sluiten van de evenementvergunningplicht die plaatsvinden in een gebouw. Dit laatste geldt niet voor sportwedstrijden. Er zijn ook bedrijven waarbij het regelmatig organiseren van feesten, voorstellingen of andere vormen van vermaak tot de reguliere bedrijfsvoering behoort.

Daarbij kan gedacht worden aan een zwembad waarin maandelijks een disco-zwemmiddag wordt georganiseerd, een theater waarin tevens concerten worden gegeven en een horecabedrijf waar gelegenheid wordt gegeven tot dansen. Voor het begrip “reguliere bedrijfsvoering” kan worden aangesloten bij het gangbare uitgangspunt dat elke activiteit die minder dan 12 keer per jaar wordt ondernomen kan worden beschouwd als incidenteel, dus niet regulier. Het lijkt tegenstrijdig dat voor een incidentele activiteit wel een evenementvergunning nodig is, maar voor een reeks van dergelijke activiteiten niet. Daarbij moet echter rekening worden gehouden met het feit, dat het hier gaat om inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer, waardoor reeds vele regels gelden ter beperking van gevaar, schade en hinder voor omwonenden. Bij een incidentele activiteit kan een evenementvergunning een beperkte meerwaarde hebben, bijvoorbeeld ter regulering van het komen en gaan van bezoekers. Voor een inrichting waar op reguliere basis bepaalde activiteiten plaatsvinden is in het omgevingsplan echter reeds rekening gehouden met aspecten als verkeer aantrekkende werking.

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 5 van 24

Er kan zich een uitzonderlijke situatie voordoen waarbij er in redelijkheid toch gevreesd kan worden voor verstoring van de openbare orde. Daarbij kan gedacht worden aan een trainingswedstrijd van het Nederlands voetbal-elftal op het sportpark van SJC of een groot carnavalsfeest in De Schelft. In een dergelijke situatie moet de burgemeester de mogelijkheid hebben om toch een vergunning noodzakelijk te achten. Het 3e lid van artikel 2:25 APV voorziet daar in. Artikel 2:25a Evenementenmelding Er is voorzien in een meldingsplicht voor kleine evenementen. Het gaat daarbij om evenementen waarvoor een maatwerkvergunning niet nodig is, maar waarvoor volstaan kan worden met een standaardset voorwaarden en voorschriften. Om toezicht op die kleine evenementen mogelijk te maken is het wel van belang dat de gemeente door middel van een melding vooraf op de hoogte wordt gesteld van de voorgenomen activiteiten.

Afdeling 4.

Toezicht op openbare inrichtingen

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting In voorgaande versies van de APV was geen exploitatievergunningenstelsel opgenomen. Er is echter (op landelijke schaal) behoefte aan een uitgebreider instrumentarium om op te kunnen treden tegen openbare inrichtingen waarbij sprake is van bijvoorbeeld geweld, overlast of drugsgebruik. Het artikel komt grotendeels overeen met het artikel zoals opgenomen in de Modelverordening. In het tweede lid is echter (in afwijking van het model) bepaald, dat de exploitatievergunningplicht niet geldt voor reeds bestaande bedrijven. Dat om te voorkomen dat opeens een paar honderd bedrijven een exploitatievergunning moeten gaan aanvragen. Artikel 2:29 Sluitingstijd Het doel van het opnemen van sluitingstijden voor openbare inrichtingen is met name het voorkomen van verstoring van de openbare orde. De regels om dat te bereiken zijn verdeeld over meerdere niveaus: algemene regels in de verordening, nadere regels in een aanwijzingsbesluit of beleidsnota en detailvoorschriften in vergunning of ontheffing. In de verordening (de APV) worden de hoofdlijnen uitgezet. Die hoofdlijnen moeten zodanig zijn, dat in redelijkheid mag worden aangenomen dat daarmee voldoende bescherming wordt geboden tegen verstoring van de openbare orde. Voor alle horeca kan worden gesteld, dat gedurende de dag en avond er geen grote kans op ordeverstoring is.

Het ’s ochtends vroeg bezoeken van een openbare inrichting, bijvoorbeeld om te ontbijten zal weinig overlast opleveren en is daarom toegestaan vanaf 06.00 uur. Op een terras ontbijtende personen kunnen door hun stemgeluid hinder veroorzaken voor omwonenden die nog genieten van de nachtrust. Daarom is voor terrassen uitgegaan van een openingstijd vanaf 08.00 uur. ’s Avond tot 24.00 uur is de kans op overlast door bezoekers van een openbare inrichting relatief klein. Bij gebruik van een terras is de kans op verstoring van de openbare orde weliswaar iets groter, maar tot 23.00 uur is ook daar de kans op ordeverstoring klein. Als alle horecabedrijven om 24.00 uur dicht zouden gaan en alle terrassen om 23.00 uur, dan mag er in redelijkheid van uit worden gegaan dat er geen verstoring van de openbare orde zou optreden. De in de verordening opgenomen sluitingstijden kunnen dan ook worden gezien als een soort basisniveau. Als een horecabedrijf langer open wil zijn dan tot 24.00 uur of een terras wil exploiteren na 23.00 uur, dan is de kans op verstoring van de openbare orde groter. De kans op verstoring van de openbare orde is echter mede afhankelijk van het soort bedrijf, de bedrijfsvoering en de locatie.

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 6 van 24

Daarom is de kans op verstoring van de openbare orde na 24.00 uur respectievelijk 23.00 uur niet te ondervangen door het stellen van algemene regels. Daar is maatwerk voor nodig. Een verordening is per definitie niet geschikt voor dergelijk maatwerk. Er is daarom gekozen voor het (gebruikelijke) systeem van algemene regels in de verordening, een uitwerking in beleidsregels en maatwerk bij het verlenen van vergunningen en ontheffingen. Artikel 2:31 Verboden gedragingen De redactie is iets anders dan die van de Modelverordening, maar de strekking van de bepalingen is gelijk.

AFDELING 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige

aangelegenheden uit de Alcoholwet Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen Met dit artikel wordt invulling gegeven aan artikel 4 van de Alcoholwet. In dat artikel is namelijk bepaald, dat gemeenten verplicht zijn om ter voorkoming van oneerlijke mededinging regels te stellen waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te houden hebben wanneer zij alcoholhoudende drank verstrekken. Artikel 2:34f Verbod ‘happy hours’ Het stunten met goedkope alcoholhoudende drank bevordert een overmatig gebruik daarvan. Overmatig gebruik van alcoholhoudende drank heeft een negatieve invloed op de volksgezondheid en kan bovendien leiden tot verstoring van de openbare orde. “Happy hours” zijn daarom ongewenst.

Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:37 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die bedrijfsmatig nachtverblijf verstrekt is op grond van het strafrecht verplicht een nachtregister bij te houden. Degene die de nacht wil verblijven is echter niet verplicht om de gevraagde gegevens te verstrekken. Dat plaatst de verblijfverstrekker voor een lastige opgave. De meest voor de hand liggende handelwijze is, dat de verblijfsverstrekker in het kampreglement of de huisregels opneemt, dat een persoon die de voor het nachtregister noodzakelijk gegevens niet wil geven, geen toegang tot de inrichting krijgt. Daarmee kan de medewerking via privaatrechtelijke weg worden afgedwongen. Er is in de praktijk echter ook behoefte gebleken aan een bestuursrechtelijke stok achter de deur. Daarin wordt voorzien door middel van dit artikel. AFDELING 7. Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:39 Speelgelegenheden Tweede lid De regeling voor de exploitatie van speelautomatenhallen is ondergebracht in een afzonderlijke verordening: de Speelautomatenhallenverordening 2019. Artikel 2:40 Kansspelautomaten In deze modelbepaling is gekozen voor het maximaal aantal van twee kansspelautomaten in hoogdrempelige inrichtingen en een totaalverbod op kansspelautomaten in laagdrempelige inrichtingen.

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 7 van 24

AFDELING 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Artikel 2:42 Plakken en kladden In afwijking van de modelbepaling is in lid 5 bepaald, dat het college aanplakborden kán aanwijzen, maar daartoe niet is verplicht. Artikel 2:48 Verboden drankgebruik In aanvulling op de Modelverordening is een derde lid toegevoegd. Daarin is bepaald dat het college ontheffing kan verlenen. Daarvan kan gebruik worden gemaakt voor bijvoorbeeld Lichtjesavond in Noordwijkerhout. Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Op verzoek van de politie is de tekst van lid 1 onder b aangepast en onderdeel c toegevoegd. Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt, kermisterrein en dergelijke Voor reguliere situaties (bijvoorbeeld een winkelstraat) kan een fietsverbod worden opgelegd door middel van een verkeersbesluit. Dit APV-artikel ziet op incidentele situaties, waarbij een verkeersbesluit geen bruikbaar instrument is. Het verbod beperkt zich niet tot het (brom-) fietsen, maar betreft ook het aan de hand meevoeren van een (brom-) fiets omdat dat vooral bij grote drukte kan leiden tot ernstige hinder, irritaties en opstoppingen. Dat laatste is vooral vanuit crowdmanagement oogpunt ongewenst en nadelig voor de openbare orde. Artikel 2:54 Verbod oplaten ballonnen Ballonnen die in de lucht worden opgelaten/losgelaten zijn oncontroleerbaar.

Ze kunnen daardoor hinder en overlast veroorzaken, bijvoorbeeld in de vorm van visuele hinder (bijvoorbeeld als felgekleurde ballonnen of resten daarvan in bomen blijven hangen). Resten van ballonnen kunnen gevaarlijk zijn voor dieren, zoals vogels en vissen. Dieren raken erin verstrikt of zien de ballonnen aan voor voedsel en stikken erin. Het zijn de bedoelde hinder en veiligheidsrisico’s die opname van het verbod in de APV rechtvaardigen. Het vaak gehoorde argument van het voorkomen van zwerfafval is dat niet. Bepalingen omtrent zwerfafval horen immers thuis in de Afvalstoffenverordening. Bovendien is het maar zeer de vraag of het afval van in Noordwijk opgelaten ballonnen terecht komen binnen de grenzen van de gemeente. Dat is een voorwaarde voor opname in de APV want de APV moet betrekking hebben op het huishouden van de gemeente. Het tegengaan van verspreiding van afval buiten Noordwijk valt dan ook buiten de reikwijdte van de APV. De bedoelde hinder- en veiligheidsrisico’s kunnen al optreden direct na het oplaten van een ballon en vormen daardoor wel een goede grond voor opname van het verbod. Artikel 2:57 Honden Redactioneel wijkt dit artikel iets af van de Modelverordening. Inhoudelijk komen de artikelen overeen. Artikel 2:58 Verontreiniging door honden Het vierde lid is extra toegevoegd.

Onder een doeltreffend hulpmiddel wordt een papieren of een plastic zakje verstaan dat stevig en groot genoeg is om daadwerkelijk de uitwerpselen van de hond te kunnen verwijderen. Verder dient de eigenhaar c.q. houder van een hond altijd een opruimmiddel aan de gemeentelijke toezichthouder te kunnen tonen (men dient dus meerdere zakjes bij zich te hebben).

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 8 van 24

Artikel 2:64 Bijen In de Modelverordening van de VNG is het aantal meters facultatief gesteld. In de praktijk blijkt de afstand van 30 meter een veelgebruikte afstand in gemeentelijke APV’s. Belangrijke factoren bij het bepalen van de (kans op) overlast voor derden zijn de aard van de betreffende bijensoort en de aanvliegroute van de bijen. Als een afstand van 30 meter wordt aangehouden is de kans op overlast voor derden erg klein, zodat bij een grotere afstand geen verbod nodig is. Bij een kleinere afstand kan ontheffing worden verleend. Aan die ontheffing zullen dan voorschriften verbonden kunnen worden, bijvoorbeeld betreffende de te houden bijensoort en (vooral) de regulering van de vliegroute van de bijen. Er kan bijvoorbeeld worden voorgeschreven, dat binnen 6 meter vanaf de bijenkast of -korf een schutting moet zijn aangebracht van ten minste 2 meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te voorkomen. Het zal van de situatie afhangen of het uit- en invliegen zodanig kan worden gestuurd dat derden er geen last van hebben. Dat zal dus maatwerk vergen. Het werken met een ontheffingsmogelijkheid biedt voor derden (buren) de mogelijkheid om eventuele bezwaren tegen het houden van bijen bekend te maken, zodat gewaarborgd wordt dat hun belangen goed worden meegewogen bij het beslissen op een ontheffingsaanvraag.

Afdeling 10. Vuurwerk Artikel 2:71 Definities In aanvulling op het bepaalde in de Modelverordening is ook een definitie van “jaarwisseling” opgenomen. Artikel 2:73a Bezigen van vuurwerk door professionele toepassers Algemeen Het Vuurwerkbesluit heeft als voornaamste doel de bescherming tegen vuurwerk voor mens en milieu. Het besluit maakt onderscheid tussen consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk. Normaliter kan een verschil tussen consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk worden gemaakt naar aanleiding van de lading die wordt gebezigd. Consumentenvuurwerk mag normaal gesproken alleen worden afgestoken tijdens de jaarwisseling. Wanneer consumentenvuurwerk buiten deze periode wordt afgestoken, dan mag dit niet door consumenten worden gedaan maar alleen door professionele toepassers. In dit opzicht kan ook consumentenvuurwerk buiten de periode van de jaarwisseling als professioneel vuurwerk worden gezien. Met andere woorden, al het vuurwerk dat niet tijdens de jaarwisseling (maar bijvoorbeeld tijdens een trouwerij bij een strandpaviljoen) wordt afgestoken, is per definitie professioneel vuurwerk. Aan het afsteken van professioneel vuurwerk stelt het Vuurwerkbesluit strenge eisen. Het afsteken van vuurwerk gebeurt in de praktijk door een gespecialiseerd bedrijf. Dat bedrijf moet een toepassingsvergunning hebben.

De provincie waarin het bedrijf is gevestigd, is bevoegd om een dergelijke vergunning te verlenen. Naast een toepassingsvergunning moet het bedrijf een ontbrandingstoestemming aanvragen bij de provincie. Dat kan op twee manieren: via een ontbrandingsmelding of via een ontbrandingsvergunning. Er kan worden volstaan met een ontbrandingsmelding indien er maximaal 200 kg consumentenvuurwerk en maximaal 20 kg theatervuurwerk wordt afgestoken. (Theatervuurwerk is een soort vuurwerk dat zodanig is gemaakt dat het geschikt is om te gebruiken in besloten ruimten.) Wordt er meer afgestoken dan 220 kg, dan moet er een vergunning worden aangevraagd.

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 9 van 24

In de Noordwijkse praktijk is gebleken, dat er met name op het strand regelmatig vuurwerk wordt afgestoken bij de viering van bijvoorbeeld bruiloften. Voor de gasten een mooie ervaring, maar door omwonenden kan het als hinderlijk worden beschouwd, vooral als het vuurwerk ’s nachts wordt afgestoken. Daarom is in de APV, aanvullend aan de reeds geldende regels ten aanzien van het afsteken van vuurwerk, een verbod opgenomen voor het afsteken van vuurwerk tussen 23.00 uur en 07.00 uur. Deze periode sluit aan bij de nachtperiode zoals gehanteerd in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). Op het verbod is een uitzondering gemaakt voor de gevallen waarbij er sprake is van een voor een ieder toegankelijk evenement waarvoor door de burgemeester een evenementenvergunning is verleend. In een dergelijk geval is het mogelijk om vuurwerk na 23.00 uur af te steken mits uit de vergunning blijkt dat daarmee is ingestemd. Artikel 2:73b Verbod carbid-schieten Het carbid-schieten is geen traditie in Noordwijk en komt (gelukkig) ook niet zo veel voor in Noordwijk en omstreken. Met het verbod op knalvuurwerk (en vuurpijlen) bestaat de kans dat het carbid-schieten gezien gaat worden als een alternatief voor het reguliere knalvuurwerk. De overlast van het carbid-schieten is (minimaal) vergelijkbaar met de overlast van knalvuurwerk.

Het wordt daarom noodzakelijk geacht om het verbod op carbid-schieten in de APV op te nemen. AFDELING 11. Drugsoverlast Artikel 2:74b Weggooien van spuiten en dergelijke Dit artikel is aanvullend op hetgeen is bepaald in de Afvalstoffenverordening en in de Wet milieubeheer. Het achterlaten van aan drugs-gerelateerde voorwerpen zorgt immers niet alleen voor verontreiniging van de natuur en verstoring van de optimale wijze van inzamelen van afvalstoffen. Het achterlaten van dergelijke voorwerpen kan bijdragen aan een gevoel van onveiligheid en criminaliteit. In die zin draagt drugs-gerelateerd afval bij aan verstoring van de openbare orde. Het is vanuit die invalshoek dat dit artikel in de APV is opgenomen. AFDELING 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen Sinds 1 juli 2016 is artikel 151c van de Gemeentewet gewijzigd waardoor het ook mogelijk is om ter handhaving van de openbare orde mobiele camera’s in te zetten. Onder handhaving van de openbare orde valt volgens de regering ook de algemene bestuurlijke voorkoming van strafbare feiten die invloed hebben op de orde en rust in de gemeentelijke samenleving. Dit betekent dat bij een evenement ten behoeve van voorkoming van verstoring van de openbare orde ook mobiele camera’s zouden kunnen worden ingezet. Een zodanig besluit wordt door de burgemeester genomen.

In het tweede lid zijn parkeerterreinen en parkeergarages met name genoemd. Artikel 2:80 Sluiting overlast gevende voor het publiek openstaande gebouwen Dit artikel wordt gezien als een belangrijk onderdeel van het instrumentarium ter bestrijding van ondermijning. Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Op basis van dit artikel kan de burgemeester bepaalde gebouwen, gebieden en/of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen. Die aanwijzing vindt plaats door een aanwijzingsbesluit (al dan niet als onderdeel van het Algemeen aanwijzingsbesluit). Vervolgens is het verboden om zonder

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 10 van 24

vergunning een bedrijf dat valt onder die aanwijzing uit te oefenen. In tegenstelling tot artikel 2:80 (waarbij een specifiek gebouw of erf kan worden gesloten) is het op basis van dit artikel mogelijk om hele categorieën van bedrijven aan te wijzen. Met nadruk moet worden opgemerkt, dat de onderbouwing van die aanwijzing bijzonder sterk zal moeten zijn. Het aanwijzen van bijvoorbeeld glazenwassers of autoverhuurbedrijven (zoals gedaan door respectievelijk de gemeente Zaanstad en de gemeente Tilburg) kan alleen plaatsvinden indien uit feiten en omstandigheden (vaak door de politie vastgelegd in een bestuurlijke rapportage) blijkt, dat er een directe relatie is tussen enerzijds de aan te wijzen activiteiten en anderzijds de bedreiging van de veiligheid, de leefbaarheid of de verstoring van de openbare orde.

AFDELING 13. Strand, zee en duin De Modelverordening van de VNG bevat geen specifieke bepalingen betreffende het strand. Deze afdeling bevat dus uitsluitend Noordwijks maatwerk. Artikel 2:84 Activiteiten en voorwerpen op het strand Eerste lid, onder b (in combinatie met het vierde lid) Van belang is op te merken, dat bij de strandafritten verkeersborden staan op grond waarvan het verboden is met een motorvoertuig het strand (waartoe ook de strandop- en afgangen behoren) op te rijden. Om ondanks de bedoelde C1-borden (gesloten voor alle verkeer behalve voetgangers) het strand op te mogen rijden is een ontheffing nodig van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV). Een eventuele ontheffing van art. 2:84, lid 1 onder c APV zal dus altijd gecombineerd moeten worden met een RVV-ontheffing. Eerste lid, onder c en d (in combinatie met het zesde lid) Het op het strand rijden met een sulky of andere vorm van aanspanning en het gebruik van een zeilwagen op het strand is niet op een veilige manier te combineren met het overige strandgebruik. Het wordt niet mogelijk geacht om aan een eventuele vergunning zodanige voorschriften te verbinden dat de veiligheid voldoende gewaarborgd zou worden. Aangezien het dus praktisch niet mogelijk zou zijn een vergunning te verlenen, heeft het opnemen van een vergun-mogelijkheid geen zin. Het zou juridisch gezien zelfs onjuist zijn.

Er geldt voor deze gebruiksvormen dan ook een absoluut verbod. Er is geen ontheffing mogelijk. Eerste lid, onder j (in combinatie met het zevende en achtste lid) In de vorige APV was bij de regulering van het fietsen op het strand gekozen voor een ontheffingenstelsel. Voordeel daarvan is dat er grip gehouden kan worden op het aantal te verlenen ontheffingen. Daardoor kan worden voorkomen dat het te druk zou worden met fietsers op het strand. Nadeel is echter de bewerkelijkheid voor zowel aanvrager als ontheffingverlener. Praktisch punt is, dat een fietser die over een ontheffing beschikt, verplicht zou zijn die ontheffing (of een bewijs daarvan, bijvoorbeeld in de vorm van een bij de beschikking behorend pasje) bij zich te hebben tijdens het fietsen op het strand. Van doorslaggevend belang is echter, dat over het algemeen moet worden gestreefd naar een beperking van (administratieve) lasten. Het opnemen van algemene regels heeft in die zin de voorkeur boven een ontheffingenstelsel. De algemene regels worden opgenomen in het Algemeen Aanwijzingsbesluit. Artikel 2:85 Geen glas op het strand Glasscherven in het zand kunnen leiden tot (ernstige) verwondingen bij strandgebruikers. Het gebruik van glaswerk moet daarom zoveel mogelijk worden beperkt. In het 4e lid van dit artikel

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 11 van 24

wordt gewezen op het veiligheidsaspect van de verontreiniging met glas. Het tegengaan van verontreiniging op zich is geregeld in de Afvalstoffenverordening. Artikel 2:86 Varen en beoefenen watersport Dit artikel ziet er onder andere op dat de schipper van een boot met een schroef op voldoende afstand moet blijven van de badgasten/zwemmers dan wel de schroef moet hebben afgedicht zodat deze geen gevaar kan opleveren voor de badgasten/zwemmers die zich in zee bevinden. Artikel 2:87 Naaktrecreatie op het strand, in de duinen en in zee Naakt recreëren in de duinen is geheel verboden. Artikel 2:88 Paarden op het strand Dit artikel heeft betrekking op de aanwezigheid van rij- en trekdieren op het strand in zijn algemeenheid en op het berijden van rij- en trekdieren op het strand door een ruiter. Hieronder valt dus ook het door een paard/pony met ruiter voorttrekken van een wakeboard, visnet, schelpennet of iets dergelijks in de branding. Artikel 2:89 Vrijhouden van het strand voor redding en hulpverlening Dit artikel beoogt er voor te zorgen, dat hulpdiensten te allen tijde langs de waterlijn kunnen rijden, zodat zij de locatie van een incident zo dicht mogelijk kunnen benaderen. De uitzondering zoals opgenomen in lid 5 is nodig i.v.m. met evenementen zoals Battle of the Beach. Artikel 2:90 Hulpdiensten en werkverkeer Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 2:91 Zweeftoestel Het landen en vliegen met een zweeftoestel is geregeld in de Wet luchtvaart. Om die reden kunnen in de APV uitsluitend regels worden gesteld ten aanzien van het starten met zweeftoestellen. Deltavliegen en/of parapenten (= duinsoaren) valt onder dit artikel. Artikel 2:92 Verlichten van het strand en de zee Om de gasten van de paviljoens ook in het donker uitzicht op zee te bieden, hebben paviljoens in het verleden verlichting aangebracht die gericht was op de zee. Vanuit omwonenden, overige strandbezoekers en maatschappelijke organisaties kwam echter steeds meer weerstand tegen hinder en vervuiling door kunstlicht op het strand. In het Activiteitenbesluit van de Wet Milieubeheer zijn geen regels hieromtrent gesteld. Het toepassen van op de zee gerichte verlichting kan nadelig zijn voor het zeeleven. Bovendien wordt de veiligheid benadeeld. De KNRM heeft namelijk aangegeven dat het zeewaarts verlichten van het strand met sterke schijnwerpers zeer hinderlijk is voor reddingsacties en voor oefeningen in het donker. Eventuele drenkelingen zullen minder snel worden gevonden. Om genoemde redenen is dit verbod in de APV opgenomen Artikel 2:93 Verbod gebruik metaaldetectoren Bij het gebruik van een metaaldetector in de duinen is de kans op het vinden van een explosief (mortier/granaat) relatief groot. Een blootgelegd explosief is gevaarlijk voor bezoekers.

Het op verantwoorde wijze opruimen van deze explosieven is arbeidsintensief en kan overlast met zich meebrengen in verband met het afsluiten van locaties of gebieden voor bezoekers c.q. gebruikers van het strand.

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 12 van 24

Controle op naleving van deze bepaling wordt hoofdzakelijk gedaan door de opsporingsambtenaren werkzaam bij Staatsbosbeheer. Zij zijn op grond van artikel 6:2 van deze verordening daartoe aangewezen als toezichthouder ten behoeve van naleving van hetgeen in dit artikel is bepaald. Artikel 2:94 Noordvoort Eerste lid onder a, b, c en d Noordvoort is een natuurgebied in wording. Landschappelijke aanpassingen en een afwijkend beheer moeten er op termijn voor gaan zorgen dat Noordvoort een enclave van rust en natuur gaat worden. Er is daarom bepaald, dat er in Noordvoort geen verblijfsrecreatie is toegestaan. Eerste lid onder e en f Vaak wordt een natuurgebied gerealiseerd door een gebied af te sluiten voor doorgaand verkeer. In het geval van Noordvoort is dat praktisch onmogelijk. Een voor alle verkeer afgesloten Noordvoort zou een bijna onneembare blokkade vormen voor activiteiten waarbij men zich over het strand wenst te verplaatsen van Noordwijk naar Zandvoort en vice versa. Daarbij kan gedacht worden aan lange-afstand-wandeltochten en wielerwedstrijden. Een redelijk bruikbare omweg is niet voorhanden. Er is dan ook nauwelijks aan te ontkomen om toch enig verkeer door Noordvoort toe te staan. Er is echter wel de beperking opgenomen dat er niet sneller dan stapvoets gereden mag worden.

Dat betekent dat, ook indien er bijvoorbeeld op grond van artikel 2:10 APV een ontheffing is verleend van het verbod om met een motorvoertuig op het strand te rijden, er alsnog bij Noordvoort niet sneller dan stapvoets gereden mag worden. (Daarbij is overigens wel rekening gehouden met het feit, dat het in bepaalde omstandigheden, afhankelijk van zand en water, niet mogelijk is om stapvoets te rijden zonder vast te komen zitten. In die omstandigheden is het toegestaan in een snelheid te rijden die absoluut noodzakelijk is om vastrijden te voorkomen.)

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 13 van 24

HOOFDSTUK 3

REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN

Afdeling 2. Vergunning Seksbedrijf Artikel 3:3 Vergunning In dit artikel zijn de stippellijntjes zoals opgenomen in de Modelverordening ingevuld. Er is sprake van een zogenaamde “schaarse vergunning”. Een dergelijke vergunning mag niet voor onbeperkte tijd worden verleend. Er is gekozen voor 3 jaar zodat er na die periode een moment van hertoetsing plaats zal vinden. De verguntermijn moet echter zijn afgestemd met de mogelijkheid om investeringen terug te verdienen. Daarom is gekozen voor de mogelijkheid om de vergunning te verlengen en wel tot maximaal 9 jaar. Die termijn wordt voldoende geacht voor het terug verdienen van gedane investeringen voor de opstart van het bedrijf. Artikel 3:4 Concentratie seksinrichtingen Het is niet toegestaan om de hele gemeente aan te wijzen als locatie waar geen seksinrichting gevestigd mag worden. Er zijn daarom vestigingsmogelijkheden open gehouden op de twee genoemde locaties. Artikel 3:5 0-optie raamprostitutiebedrijven en maximering aantal seksinrichtingen Er is gekozen voor de variant waarbij het aantal prostitutiebedrijven en seksinrichtingen zoveel mogelijk is beperkt.

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 14 van 24

HOOFDSTUK 4

BESCHERMING VAN HET MILIEU, HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE

Afdeling 1. Voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen de artikelen 4:1 tot en met 4:5a van de APV uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Ow geldt, dus van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow. Omdat in verschillende artikelen wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer is daarvan een definitie opgenomen in artikel 4:1. Voor de andere genoemde wet- en regelgeving is de toevoeging in het betreffende artikel opgenomen (in onderdeel U voor artikel 4;1 van de APV en in onderdeel V voor artikel 4:5 van de APV). Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten en Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten De artikelen 4.2 en 4.3 zijn gebaseerd op artikel 2.21 van het (op de Wet milieubeheer gebaseerde) Activiteitenbesluit. In dat artikel is bepaald, dat er maximaal 12 dagen of dagdelen per jaar mogen worden aangewezen waarop de reguliere geluidnormen niet gelden. Die 12 dagen kunnen worden onderverdeeld in collectieve festiviteiten en incidentele festiviteiten.

Er is voor gekozen om 4 dagen aan te wijzen voor collectieve festiviteiten en 8 dagen (voor het strand en de Grent: 3) waarop incidentele festiviteiten mogen worden georganiseerd. Het aantal incidentele activiteiten op het strand en op de Grent is beperkt tot 3 per jaar omdat er daar anders (door de concentratie van inrichtingen) een cumulatie van incidentele festiviteiten zou kunnen plaatsvinden waardoor er in de praktijk bijvoorbeeld elk weekend luidruchtige activiteiten georganiseerd zouden kunnen worden op het strand of op De Grent. Artikel 4:6 Overige geluidhinder In afwijking van de Modelverordening is in dit artikel bepaald, dat het verbod niet van toepassing is op de geluidproductie tijdens een evenement.

Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden De vergunning voor het vellen van houtopstanden is aangewezen in artikel 2.2, eerste lid onder g. van de Wabo. Dat betekent dat het hier gaat om een Wabo-vergunning. Vaak zal naast de Wabovergunning nog een vergunning, ontheffing of vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming nodig zijn in verband met de bescherming van vogels en hun nesten in de bomen. De Wet natuurbescherming haakt aan bij de Wabo. Er wordt dan dus één omgevingsvergunning verleend of geweigerd. In de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor, Staatscourant 2010-5162) zijn voor de aanvraag van een omgevingsvergunning indieningsvereisten opgenomen. In afwijking van de Awb is in artikel 6.1 lid 1 jo. lid 2 van de Wabo bepaald dat een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstand niet eerder inwerking treedt dan na afloop van de

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 15 van 24

bezwaar-/beroepstermijn. Ingevolge lid 3 van de Wabo wordt de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning verder uitgesteld indien een rechtsmiddel wordt aangewend. Dit is eveneens het geval wanner er een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan. In dat geval dient de beslissing van de voorzieningenrechter te worden afgewacht alvorens eventueel van de vergunning gebruik kan worden gemaakt. Artikel 4:10

Begripsomschrijvingen

Onderdeel a (houtopstand) Houtopstand is het algemene begrip dat Wet Natuurbescherming zelf ook hanteert. Tevens is dit het algemene kernbegrip van deze verordening waarop het kapverbod en de vergunningplicht van toepassing zijn. Door dit begrip consequent centraal te stellen wordt duidelijk dat de bescherming betrekking heeft op meer dan het in het algemene spraakgebruik gehanteerde begrip ´boom´. Een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer kan uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een boomachtige struik. In het alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of slechts enkele stammen. In de natuur bestaat er echter een geleidelijke overgang: heester – struik – struikachtige boom – (meerstammige) boom. Met hakhout wordt bedoeld: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. Onderdeel b (vellen) Vellen is het allesomvattende juridische begrip dat in het verbod staat. Onder vellen wordt zowel kappen, rooien als verplanten begrepen. Kappen is het bovengronds omleggen van een houtopstand waarbij een stobbe achterblijft en waarbij het doel van de handeling gericht is op het definitief verwijderen van de houtopstand. Rooien is het met wortel en al verwijderen van een houtopstand. Verplanten is een vorm van rooien waarbij de desbetreffende houtopstand elders wordt herplant.

Onderdeel d (knotten) Kandelaberen is het voor meer dan 30% gelijkmatig weghalen van de takken die de kroon van de boom vormen. Onderdeel f (Boom effect analyse) Waardevolle houtopstanden worden regelmatig (ernstig) beschadigd of vernietigd door bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen. Vaak gebeurt dit ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen voor de bomen, waardoor ze niet ingepast zijn of (onherstelbaar) beschadigd raken. De bomen effect analyse (BEA) is de landelijke richtlijn van de Bomenstichting voor een nauwgezette en onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen bouw of aanleg. Deze standaardisering waarborgt de boomtechnische kwaliteit en garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven. Een BEA dient uitgevoerd te worden door een deskundig boomverzorger of boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze beoordeling kunnen vervolgens worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw of aanleg. Besluit inzake een Boom Effect Analyse: besluit, waarop staat vermeld of een werk of ingreep in de boombeschermingszone, eventueel onder voorwaarden, is toegestaan. Om bomen op bouwplaatsen te beschermen dient een boombeschermingszone te worden ingesteld, die op de grond fysiek met een stevig hekwerk wordt gemarkeerd. In de beschermingszone blijft

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 16 van 24

de bestaande situatie in beginsel gehandhaafd. Een bevoegde toezichthouder waakt over de gestelde beschermingsregels, die in werkbestekken zijn vastgelegd. Met goedkeuring van de toezichthouder kunnen noodzakelijke werkzaamheden in de boombeschermingszone verricht worden die voor de levensvatbaarheid van de te beschermen boom geen nadelige gevolgen heeft. De toezichthouder kan hiervoor om een Bomen effect analyse vragen. Werkzaamheden in de boombeschermingszone, die BEA-plichtig zijn, betreffen:

a. wijziging van de maaiveldhoogte door afgraven, ophogen en uitwisselen van grond; b. grondbewerking als ploegen of andere bodembewerking; c. verdichting en verharding van de bodem; d. aanleg van kabels, leidingen en riolen; e. opslag van grond, grondstoffen, bouwmaterialen en afvalstoffen; f. lozen van vloeistoffen o p en in de bodem; g. plaatsing van keten, toiletten, betonmolens, voertuigen, machines of tijdelijke bouwwerken; h. heiwerk; i. sloop van gebouwen of andere bouwwerken met machines; j. andere werkzaamheden die van invloed zijn op de groeiplaats van de boom. Waterhuishoudkundige ingreep binnen 100 meter van de boombeschermingszone, die BEAplichtig is, betreft: wijziging van de grondwaterstand door pompen of bronbemaling of op een andere manier veranderen van de waterhuishouding.

Artikel: 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden Tweede lid Onder de onder lid 2 genoemde waarden wordt het volgende verstaan: a.

de natuurwaarde van de houtopstand

Een houtopstand is uit ecologisch oogpunt waardevol als deze van belang is voor de instandhouding van flora en fauna. De houtopstand speelt in dit geval een ecologische rol als “stepping stone” of “corridor” of is van belang als voedselbron, nest- of schuilplaats. Een verbindingszone kan bestaan uit kleine gebiedjes die kunnen dienen als tijdelijke verblijfplaats voor soorten die aan het migreren zijn van het ene naar het andere kerngebied, in dit geval wordt gesproken van stepping stones. Corridors zijn verbindingszones met relatief kleine of helemaal geen onderbrekingen. Daarnaast wordt hieronder ook begrepen houtopstanden die meerwaarde hebben of van belang zijn voor een (gemeentelijk) ecologische zone. b.

de landschappelijke waarde van de houtopstand

Houtopstanden die een uitdrukkelijke relatie hebben met het landschap, bijvoorbeeld als herkenningspunt of landschappelijk element. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan een haag, rij knotwilgen, een bossingel of laanbeplanting. Ook houtopstanden die een belangrijke functie hebben ten aanzien van de overgang van het stedelijk naar het landelijk gebied. Vooral houtopstanden die een camouflerende functie hebben, dienen gehandhaafd te blijven. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan bomen voor grote bedrijfsgebouwen of schuren of bomen die aan de rand van de bebouwde kom staan. c.

de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

Houtopstanden die vallen onder een beschermd stads- of dorpsgezicht. Ook de beplantingsvorm van houtopstanden die een belangrijk deel uitmaken van, of in belangrijke mate het beeld bepalen van structuren (hoofdassen/lanen/pleinen) is waardevol. Dit zowel vanuit groen- als stedenbouwkundige architectuur benaderd. d.

de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 17 van 24

Opvallende houtopstanden die bepalend zijn voor het karakter van de omgeving omdat ze door hun voorkomen de visuele kwaliteit van hun omgeving verhogen. De omgeving zal qua groene uitstraling duidelijk veranderen indien de desbetreffende houtopstand ontbreekt. e.

de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;

Een houtopstand is uit cultuurhistorisch oogpunt waardevol als deze een rol van betekenis speelt in de geschiedenis van zijn omgeving. Te denken valt aan relicten of restanten van een oud natuurof bosgebied (natuurhistorie), bomen die deel uitmaken van een cultuurhistorische object (zoals monumentale panden) of bomen die herinneren aan gebeurtenissen, markeringen of handelingen uit het verleden (zoals herinneringsbomen). f.

de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;

Houtopstanden die de kwaliteit, beleving en het woongenot van de omgeving vergroten. Bijvoorbeeld doordat ze onderdeel uitmaken van de groenstructuur van parken of speelplaatsen. Ook bomen die op publieke plekken beschutting geven tegen o.a. wind of de zon. g.

de zeldzaamheidswaarde van de houtopstand;

Een houtopstand is dendrologisch waardevol als de soort of de groeivorm in Nederland (zeer) zeldzaam is. Ook herkomsten/houtopstanden die in Nederland algemeen voorkomen, maar in de regio een zeldzaamheid zijn vallen hier onder. h.

ouderdom en levensverwachting van de houtopstand;

Wanneer sprake is van een, voor de soort, combinatie van hoge ouderdom en minimaal redelijke vitaliteit. Daarnaast wordt hierin ook meegenomen of de betreffende houtopstand een eenheid vormt met omringende houtopstanden, die schade zullen ondervinden van het verdwijnen van de betreffende houtopstand (zoals risico op windworp, windschade of zonnebrand). Derde lid, onder a Een stamomtrek van minder dan 63 cm betekent dat de diameter van een stam kleiner is dan 20,05 cm. De stamomtrek kan met behulp van de volgende formule worden omgerekend naar de diameter van de stam: omtrek in centimeters gedeeld door 3,14 (= π). Een stamomtrek van bijvoorbeeld 100 cm betekent een diameter van 100/3,14= 31,85 cm. De manier waarop een stamomtrek kan worden omgerekend naar de diameter van de stam is van belang omdat het landelijk vastgestelde formulier om een omgevingsvergunning voor het kappen aan te vragen spreekt over de diameter van de te kappen boom in plaats van over de stamomtrek. In de praktijk is een stamomtrek anders dan de diameter van de stam eenvoudig te meten. Om die reden wordt in dit artikel uitgegaan van stamomtrek.

Derde lid, onder b In het kader van lastenverlichting is er voor gekozen om snelgroeiende boomsoorten tot een stamomtrek van 110 cm (diameter tot 35,03 cm) gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld vergunningsvrij te maken Dit omdat in de praktijk bleek dat voor deze bomen in de meeste gevallen een vergunning kon worden verleend. De lijst met in dit artikel bedoelde snelgroeiende boomsoorten wordt door het college vastgesteld. Derde lid, onder c Ook als houtopstand in deze situatie een grotere omtrek heeft dan 63 cm gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld, mag deze zonder omgevingsvergunning worden geveld. Derde lid, onder f In het geval dat een beheerplan door of namens het college is goedgekeurd en vastgesteld mogen de houtopstanden die daarvan onderdeel uitmaken conform het vastgestelde plan worden gedund zonder dat daarvoor nog een omgevingsvergunning benodigd is.

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 18 van 24

Dit kan ook het geval zijn voor particuliere houtopstanden. Ook hiervoor kan door de eigenaar c.q. beheerder van het perceel een beheerplan aan het college ter goedkeuring worden voorgelegd zodat voor het dunnen van de houtopstanden geen omgevingsvergunning vereist is. Derde lid, onder e Onder habitus wordt de uiterlijke verschijningsvorm van een boom, plant of struik verstaan. Bij bomen zijn er bijvoorbeeld de treurvorm en de zuilvorm. Artikel 4:12c Bestrijding ziekten Alle ziekten en plagen in één artikel. Uitgangspunt is beschermen van bomen, maar vaak zijn er linken naar gezondheid van mensen en dieren, bijvoorbeeld bij eikenprocessierupsen. Indien op een terrein de bovenstaande ziekten voorkomen in een zodanige situatie dat er naar oordeel van het bevoegd gezag sprake is van ernstig gevaar voor verspreiding dan wel gevaar voor de volksgezondheid, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn, maatregelen te treffen om dit gevaar te voorkomen dan wel te verminderen. In dit artikel wordt onder andere bedoeld de volgende plantenziekten en plagen:

a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m.

iepziekte (Ophiostoma ulmi Nannf. / Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau) kastanjebloedingsziekte (Pseudomonas syringae var.); bacterievuur (Erwinia amylovora) (o.a. in meidoorn); massaria (S planchnonema platani) (o.a. platanen); bacteriekanker (o.a. populieren); watermerkziekte (o.a. populieren en wilgen); bastknobbelziekten (o.a. essen); essen(tak)sterfte; eikenziekte eikenprocessierupsen; rhododendronziekte; wilgenhoutrups; korsthoutskoolzwam.

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 19 van 24

HOOFDSTUK 5

ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE

Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen In afwijking van de Modelverordening is er een mogelijkheid gecreëerd dat een particulier zijn of haar eigen auto te koop kan aanbieden. Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen In afwijking van de Modelverordening is er gekozen voor een maximale duur van zeven dagen in plaats van drie dagen. De reden daarvoor is, dat bijvoorbeeld eigenaren van een caravan of camper vaak het weekend willen gebruiken om de caravan of camper in te ruimen of leeg te halen. Door een termijn van zeven dagen aan te houden zit daar altijd een weekend tussen. Artikel 5:8 Grote voertuigen In de Modelverordening is uitgegaan van de situatie dat het college plaatsen kan aanwijzen waar grote voertuigen niet mogen worden geparkeerd. In de Noordwijkse APV is uitgegaan van de omgekeerde situatie: het is (op enkele uitzonderingen na) in het hele dorp verboden ’s nachts grote voertuigen te parkeren, behalve op de door het college aangewezen parkeerterreinen voor grote voertuigen (waaronder ook bussen). In het derde lid is een uitzondering gemaakt voor grote campers, caravans en dergelijke. Hierbij is een maximale termijn aangehouden van drie dagen. Dit lijkt in tegenstrijd met het bepaalde in artikel 5:3, waarin immers een termijn van zeven dagen wordt aangehouden.

Bij recreatievoertuigen van meer dan 6 meter lang of hoger dan 2,4 meter is de (potentiële) hinder voor de omgeving echter groter. Daarom is voor dergelijke grote voertuigen het maximum gesteld op drie dagen. Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen De VNG wijst in de toelichting bij de modelverordening terecht op een uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden (23-05-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3927), waarbij is gewezen op het feit dat de verbodsborden E1, E2 en E3 uit bijlage 1 bij het RVV 1990 uitsluitend betrekking hebben op de rijbaan en dus niet op bijvoorbeeld de berm of een braakliggend terrein. Het is daarbij echter wel van belang te beseffen, dat er op grond van de Wegenverkeerswet nog allerlei andere parkeerverboden gelden, zoals het verbod op gevaarlijk/hinderlijk parkeren en het verbod tot parkeren op het trottoir. Voor de verhouding tussen deze APV-bepaling en verkeersbesluiten wordt verwezen naar de toelichting op de Modelverordening. Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen De redactie is iets anders dan het artikel uit de Modelverordening. De strekking is echter hetzelfde. Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen Het college kan plaatsen aanwijzen waar het onbeheerd neerzetten en laten staan van fietsen of bromfietsen niet is toegestaan.

Een dergelijke aanwijzing moet gemotiveerd zijn op het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, het voorkomen of opheffen van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid.

Specifieke Toelichting APV Noordwijk 2021

(Geconsolideerde versie na 1e Wijziging)

Pagina 20 van 24

Afdeling 2. Collecteren Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving Bij de regulering van het collecteren is aansluiting gezocht bij het collecte- en wervingsrooster van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF): de instellingen die op dat rooster zijn vermeld hoeven geen APV-vergunning aan te vragen zolang zij de collecte uitvoeren zoals gemeld in het bedoelde rooster. Ter afbakening van het artikel is voor de duidelijkheid lid 4 opgenomen.

Afdeling 3. Venten Artikel 5:14 Definitie In aanvulling op het bepaalde in de Modelverordening is een definitie opgenomen van het begrip “sampling”. Artikel 5:15 Ventverbod De gemeente Noordwijkerhout kende voor venten algemene regels en de gemeente Noordwijk een vergunningenstelsel. In het kader van het harmoniseren van de regelgeving is besloten om voor de fusiegemeente Noordwijk een vergunningenstelsel te hanteren teneinde mogelijke overlast van venten zoveel mogelijk te voorkomen c.q. te beperken. Door middel van beleidsregels wordt nadere invulling aan deze bevoegdheid gegeven. In afwijking van de Modelverordening is er voor gekozen om het verbod tot venten zonder vergunning te laten gelden voor de gehele gemeente. De reden daarvoor is, dat de hinder en mogelijke verstoring van de openbare orde niet zozeer afhankelijk is van de locatie waar gevent wordt, maar van de manier waarop dat plaatsvindt. Die manier van venten is weer onder andere afhankelijk van het product waarmee wordt gevent en de achterliggende doelstelling. Het voorkomen dan wel beperken van hinder en ordeverstoring vergt dan ook maatwerk. Dat maatwerk is niet te vatten in algemeen geldende regels, maar kan slechts worden geleverd door middel van aan de ontheffing te verbinden voorschriften.

Artikel 5:16 Verbod op sampling Het uitdelen van gratis proefmonsters (sampling) is een marketingmethode die vaak wordt gebruikt bij productpromotie of –lancering. Bij sampling worden producten of diensten vaak uitgedeeld aan personen die daar niet om hebben gevraagd. Daarbij kan het voorkomen dat de samples worden opgedrongen en dat personen onder druk worden gezet om de aangeboden producten of diensten in ontvangst te nemen. Dat kan door betrokkenen als hinderlijk worden ervaren en kan zelfs leiden tot verstoring van de openbare orde. Als de samples niet worden gewaardeerd door degenen aan wie ze worden uitgedeeld, is de kans groot dat de samples op straat worden gegooid, waardoor er ontsiering van het straatbeeld optreedt. De bedoelde mogelijke nadelige effecten van samplen kunnen worden tegengegaan door aan een ontheffing te verbinden voorschriften. Dat vergt maatwerk. Daarom is gekozen voor de ontheffingensystematiek. Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden In het tweede lid van dit artikel is bepaald, dat het college de standplaatsvergunning moet weigeren als er bij het innemen van de standplaats strijdigheid zou ontstaan met het omgevingsplan. Het is echter mogelijk om een omgevingsvergunning aan te vragen op grond waarvan mag worden afgeweken van het omgevingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=662b66cd-b8ac-4ccf-bdc3-3c1438a21333