Bijlage 2. Antwoorden op vragen PUUR.docx
Tekst van het document
Technische vragen van raadslid T. Steenvoorden PUUR Ten aanzien van agendapunt 6.a 1) Welke kosten zijn er voor rekening van de gemeente gekomen door deze procedure tot op heden ook dat van personeel en inhuur. 2) Als het bestemmingsplan door de Afdeling wordt vernietigd moet de gemeente de proceskosten betalen. Hoe hoog zijn deze kosten? Op de bijlage [1] zien we een bestemmingsvlak (lichtgroen) welke ligt in twee percelen zijnde 3490 en 3491. 3) Welke bouwrechten zijn hier ten aanzien van opstallen cq opslag?
Dat is niet exact te achterhalen. Er hebben steeds mensen aan dit dossier gewerkt die aan meerdere dossiers tegelijkertijd werkten. Deze werkzaamheden behoren tot de reguliere werkzaamheden. De hoogte van de eventuele proceskosten hangt af van verschillende factoren. In het Besluit proceskosten bestuursrecht wetten.nl - Regeling - Besluit proceskosten bestuursrecht - BWBR0006358 (overheid.nl) kunt u dat nalezen. In het in maart 2021 vastgestelde bestemmingsplan zijn hier geen bouwwerken meer toegestaan.
4) Hoe worden deze bouwrechten gesplitst nu er twee eigenaren zijn van dit bestemmingsvlak?
Er zijn geen bouwwerken meer toegestaan in dit bestemmingsvlak.
In de beantwoording van de technische vragen dd 16 maart 2021 valt ons het volgende op: Antwoord gemeente Noordwijk: "Volgens het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2015’ heeft het perceel de bestemming ‘Agrarisch-BollenteeltBollenzone 1’. De verbeelding (bestemmingsplankaart) geeft aan dat voor het totale bouwvlak van 8500 m2 er maximaal 3000 m2 kan worden bebouwd. Daarvan is ongeveer 1500 m2 ingevuld met bedrijfsbebouwing behorende bij huisnummer 14. Het bouwvlak van 8500 m2 wordt planologisch beschouwd als één geheel. Volgens het bestemmingsplan is per bouwvlak ten hoogste één bedrijf toegestaan. Het gehele bouwvlak wordt planologisch toegerekend aan het bedrijf Zilkerbinnenweg 14.”
De eigendomspositie van gronden kan te allen tijde wijzigen en is dus in dit kader niet relevant. Door het wegbestemmen van een deel van het bouwvlak dat is gelegen op de gronden waar de initiatiefnemer over kan beschikken, is planologisch geborgd dat hier ook bij een verandering in de eigendomssituatie geen bebouwing kan worden gerealiseerd. Alleen op deze manier kan de openheid worden gewaarborgd.
5) Klopt onze conclusie zoals wij in uw eerder antwoord lezen, dat het totale bestemmingsvlak van 8500 meter (blauw gekleurde deel en groen gekleurde deel samen) toebehoren aan het bedrijf van Oostdam gevestigd aan de Zilkerbinnenweg 14? 6) Zo ja, bent u het met ons eens dat de bewering in Bijlage B1 zijnde dat er door initiatiefnemer van Haaster een ‘bouwvlak’ wordt ingeleverd’ niet juist is? Immers in de eerdere beantwoording is gesteld dat het totale bouwvlak maar toegekend kan worden aan één bedrijf, zijnde Oostdam?
Zie beantwoording vraag 5
In dezelfde beantwoording lezen wij: "Initiatiefnemer is bereid zijn deel van het bouwvlak ter grootte van circa 4000 m2 in te leveren.” 6) Bent u het met ons eens dat deze bewering niet klopt. Zowel ten aanzien van de voorgaande stelling. Maar meer nog door een onjuiste weergave van feiten. Dit bestemmingsvlak (groen gekleurd in de bijlage) is in totale 4025 meter verdeeld over twee eigenaren. Van Haaster heeft daarvan ongeveer 1500 meter in bezit gekregen en kan dan ook geen bouwvlak van 4000 meter inleveren omdat hij dat niet in bezit heeft.
Het perceel waarop een deel van het bouwvlak is gelegen, is in eigendom van de familie van Haaster. Het ligt dus alleen in hun vermogen daar een besluit over te nemen.
De raad heeft er in het verweerschrift ook op gewezen dat een aanzienlijk deel van het bouwvlak achter het adres [locatie] komt te vervallen, waardoor de bouwmogelijkheden in het bestemmingsplan significant afnemen en het vrijhouden van het vergezicht ter plaatse is verzekerd. Met dank. Thomas Steenvoorden
PUUR BIJLAGE: verbeelding