BIJLAGE 1 LANDSCHAPSSTRATEGIE DUIN- EN BOLLENSTREEK 16 december 2025
Tekst van het document
Bronnen; Natuurlyke historie van Holland, deel 2, van Berkhey De geboorte van de bollenteelt De afgegraven duingronden bleken uitermate geschikt voor de bollenteelt, vanwege hun lichte, zandige structuur en goede drainage. In de 19e eeuw begon men in de Duin- en Bollenstreek met de grootschalige teelt van bloemenbollen, zoals tulpen, narcissen en hyacinten. Deze nieuwe vorm van landbouw zorgde voor een economische impuls in de regio en leidde tot de wereldwijde faam van de Nederlandse bloembollenindustrie. Het kleurrijke landschap van bloeiende bollenvelden is sindsdien een icoon van de streek en trekt jaarlijks duizenden toeristen van over de hele wereld.
33
Bronnen; Oude ansicht met hyacintenvelden, hagen en zanderijsloot in het zanderijlandschap Het huidige open cultuurlandschap van de Duin – en Bollenstreek De Duin- en Bollenstreek vormt anno 2025 een uniek cultuurlandschap. Uniek in die zin dat deze streek in de loop der eeuwen vrijwel volledig door mensenhanden is vormgegeven. Daarnaast is het uniek omdat dit type landschap nergens anders ter wereld voorkomt. In cultuurhistorisch opzicht is de Duin- en Bollenstreek, zowel nationaal als internationaal, uniek vanwege de afwisseling van verschillende bijzondere landschappen op een betrekkelijk kleine oppervlakte. Zo zijn er oude en jonge duinen (strandwallen), strandvlakten, zanderijen, oeverwallen langs de Rijn, veenweidegebieden, plassen en droogmakerijen. De cultuurhistorische waarde van de Duin- en Bollenstreek wordt extra versterkt doordat nog een aantal andere opvallende elementen in het landschap aanwezig zijn. Enkele voorbeelden hiervan zijn het scherpe contrast tussen duinen en zanderijen, bloembollenvelden, lange zichtlijnen, een patroon van hooggelegen wegen en zandsloten, weteringen, de trekvaart tussen Leiden en Haarlem, lintbebouwing, buitenplaatsen, een ridderhofstad, watertorens, bollenschuren met een bijzondere architectuur, duinrellen, oude beken en beukenhagen.
Samen vormen deze structuren en elementen een karakteristiek landschap dat op zeer veel plaatsen nog gaaf aanwezig is. Vandaar dat de Duin- en Bollenstreek met recht een cultuurhistorische schatkamer kan worden genoemd. De eeuwenoude strandwallen en strandvlaktes zijn kenmerkend voor de landschappelijke structuur van de Duin- en Bollenstreek. Ook de wijze waarop die nog steeds herkenbaar zijn in het huidige agrarische gebruik is typerend. Het patroon van strandwallen en strandvlaktes is in het hele kustgebied te vinden, maar in de Duin- en Bollenstreek zijn de strandwallen in de loop der eeuwen grotendeels afgegraven. Met name rond Hillegom, Lisse en Noordwijkerhout, maar ook bij Noordwijk en Katwijk, op enkele restanten na zoals het Keukenhofbos. Door de afgravingen zijn zanderijen ontstaan met regelmatige slotenpatronen en hoge wegen die nog altijd op het oude duinniveau liggen. De afgegraven strandwallen zijn cultuurhistorisch belangrijk omdat ze een zanderijenlandschap hebben opgeleverd, kenmerkend voor de Duin- en Bollenstreek en uniek in de wereld. Het zanderijlandschap, een onderdeel van het strandwallenlandschap, vormt een zeldzaam landschapstype. Voor de bollenteelt zijn de gronden op de afgegraven strandwallen belangrijk, omdat juist daar de 1e klas bollengrond (duinzand met een bepaalde korrelstructuur) te vinden is.
Die is met name voor de hyacintenteelt van eminent belang. Aan de ligging van graslanden is te zien waar ooit de moerassige strandvlakten lagen, de langgerekte groene laagten tussen de strandwallen. Sinds 1980 zijn echter steeds meer weilanden omgezet in bollengrond, omdat die grond winstgevender is. Het zand uit de ondergrond wordt hierbij naar boven gehaald (de zogeheten omspuiting). Niettemin kent de streek nog een aantal waardevolle graslanden waar veel vogels broeden zoals kievit, grutto, tureluur en allerlei eendensoorten. In dit verband kunnen worden genoemd: Vosse- en Weerlanerpolder, Elsbroekerpolder, Roodemolenpolder, Polder Boekhorst, Polder Hoogeweg en Elsgeesterpolder. Maar ook in de open bollenvelden broeden veel vogels. Van maart tot eind juni worden ze daar
34
nauwelijks gestoord, terwijl ze hun voedsel langs sloten en in nabijgelegen graslanden zoeken. Het gaat daarbij met name om veldleeuwerik, gele kwikstaart en patrijs. Sinds de jaren tachtig van de twintigste eeuw groeit de druk op het gebied van de greenportgemeenten binnen de Duin- en Bollenstreek. Als antwoord op de toenemende versnippering en dreigende verstedelijking is er in de streek een unieke samenwerking ontstaan van organisaties op het gebied van de bloembollenteelt, natuurbescherming, waterschapen, gemeenten en de provincie, die in 1996 resulteerde in “Het Pact van Teylingen”. Het Pact van Teylingen is voortgezet in het “Offensief van Teylingen” en de afspraken zijn ruimtelijke vertaald in de “Intergemeentelijke Structuurvisie Duin en Bollenstreek”(ISG). Voor de uitvoering ervan in het buitengebied is de Greenport Ontwikkelings Maatschappij (GOM) opgericht. De landschappelijke en cultuurhistorische waarden en kwaliteiten van de Duin- en Bollenstreek staan nog steeds zwaar onder druk als gevolg van de diverse ruimteclaims en verrommeling van het gebied. Om deze verrommeling een halt toe te roepen, zijn in dit programma wederom duidelijke ruimtelijke keuzes gemaakt. Hierbij is gezocht naar een optimale balans tussen de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten enerzijds en de ruimteclaims voor een vitale regio anderzijds.
Het is daarbij van groot belang het bestaande cultuurhistorische erfgoed te verbinden met de planologische keuzes, zodanig dat de waardevolle cultuurhistorische kenmerken duidelijk herkenbaar, zichtbaar en aantrekkelijk blijven voor de huidige en toekomstige bewoners, gebruikers en bezoekers (toeristen).
De Duin- en Bollenstreek vormt anno 2025 een uniek cultuurlandschap
35
Bijlage – Biotopen en doelsoorten In de Duin- en Bollenstreek zijn er tien biotopen die samen zorgen voor een grote biodiversiteit. Ze komen grotendeels overeen met de gebiedsindeling maar zijn nog specifieker en gericht op biodiversiteit. De belangrijkste biotopen in de Duin- en Bollenstreek inclusief enkele belangrijke doelsoorten zijn; Biotopen Bollenvelden (steppes) Graslanden/weilanden Boerenerven Loodsen (rotslandschap) Watergangen en oevers Bermen Strandwallen met oud duinbos (Elsen)broekbossen Natte duinvalleien Duinen
Doelsoorten Veldleeuwerik, patrijs, gele kwikstaart Kievit, grutto, tureluur en scholekster Boerenzwaluw, ringmussen/huismussen, turkse tortel, huiszwaluw, gierzwaluw Zwarte roodstaart, torenvalk Kleine karekiet, otter (wenssoort), libellen, oeverplanten Insecten, streekeigen flora Bosuil, grote bonte specht, boomklever, ree, boommarter, middelste bonte specht (wenssoort) Fitis, ijsvogel, elzenzegge Blauwborst, rugstreeppad, parnassia, orchideeën Tapuit, eider (wenssoort), duinsabelsprinkhaan
Enkele iconische doelsoorten te zien in de Bollenstreek, maar er zijn er natuurlijk meer In een nader te ontwikkelingen Programma Biodiversiteit beschrijven we wat er kan worden gedaan of welke maatregelen kunnen worden genomen om deze doelsoorten te behouden of stimuleren in de specifieke biotopen. Daarin kan worden aangesloten bij de Natura 2000-doelstellingen voor specifieke habitats.
36