Bijlage 1 - Beantwoording raadsvragen n.a.v. Beelvormende Commissie betreft RBL (d.d. 27 augustus 2024)
Tekst van het document
Beste raadsleden, Op 27 augustus jl. spraken wij elkaar tijdens de beeldvormende commissie betreft het Regionaal Bureau Leerrecht (hierna te noemen: RBL). Zoals deze avond toegezegd, sturen we u hierbij de beantwoording van de vragen, die n.a.v. deze beeldvormende commissie zijn gesteld op de avond zelf of ons naderhand via de griffie hebben bereikt. 1. “Is er iets te zeggen over de concrete financiële bijdrage en financiële consequentie voor de gemeente Noordwijk voor de inzet van RBL?” Het RBL voert voor de gemeente taken uit, die voortvloeien uit een wettelijke verplichting, zoals het toezicht op de naleving van de Leerplichtwet. Voor deze dienstverlening wordt jaarlijks een structurele bijdrage begroot. Voor onze gemeente betreft dit een bedrag van ongeveer €75.000,- per jaar, dat volledig wordt ingezet voor de uitvoering van deze werkzaamheden door het RBL. Dit bedrag is opgenomen in de gemeentebegroting en wordt jaarlijks geëvalueerd om eventuele veranderingen in de kosten en/of de inzet te monitoren. 2. “Hoe verhouden de werkzaamheden van het RBL zich tot de werkzaamheden van Provalu?” Het RBL werkt samen met Provalu voor de doelgroep van 18 t/m 23 jaar (en in sommige gevallen ook al een wat jongere leeftijd).
Wanneer de leerrechtconsulent constateert dat er meer inspanning nodig is, kan ervoor gekozen worden om de jongeren warm over te dragen naar het jongerenpunt van Provalu, opdat zij daar passende begeleiding kunnen krijgen. Dit betreft bijvoorbeeld situaties, waarbij jongeren op de reguliere arbeidsmarkt weinig tot geen kans maken, extra ondersteuning en/of training nodig hebben of meermaals uitvallen. In dat geval neemt de leerrechtconsulent contact op met de consulent van Provalu om zo samen met de jongeren afspraken te maken. Dit gebeurt alleen wanneer de jongeren dit ook wensen en als het nodig is. In de praktijk gebeurt dit niet heel vaak, omdat jongeren op de huidige arbeidsmarkt gemakkelijk werk vinden. De ondersteuning van het RBL is dan voldoende. Indien het toch als wenselijk en nodig wordt geacht, vindt er een samenwerking met Provalu plaats voor de desbetreffende jongere(n). In de afgelopen jaren was er hierbij sprake van goed overleg tussen het jongerenpunt van Provalu en het huisbezoekenteam van het RBL. Daarnaast werkt het RBL ook samen met Provalu in de vorm van een pilot voor jongeren in de leeftijdsfase van 23 t/m 27 jaar. Het RBL belt en bezoekt de jongeren uit Noordwijk, die geen schoolinschrijving hebben, niet beschikken over een startkwalificatie en weinig inkomen hebben. Deze jongeren wordt, indien nodig, begeleiding aangeboden.
Ook kunnen zij dus worden verwezen naar Provalu. Goed om hierbij op te merken, is dat de begeleiding van deze doelgroep (te weten: 23- t/m 27-jarigen) nog niet onder de wettelijke taak van het RBL valt. De pilot helpt onze gemeente en het RBL dan ook in de voorbereiding op de wetswijziging, t.w.: ‘Van school naar duurzaam werk’, waarmee de Doorstroompunt-wetgeving wordt aangepast door o.a. de doelgroep van het Doorstroompunt te verhogen tot 27 jaar. Tijdens de beeldvormende sessie deelden wij mede dat de verwachting was dat deze nieuwe wetgeving vanaf medio 2025 zou worden aangenomen. Echter, op 3 september jl. heeft het ministerie van OC&W laten weten dat de beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel wordt uitgesteld. De (nieuwe) planning is om het wetsvoorstel in te laten gaan per 1 januari 2026.
Jongeren, die jonger zijn dan 18 jaar worden meestal door de scholen zelf (pro/vso) verwezen naar Provalu. Het RBL is daar alleen bij betrokken als dat noodzakelijk is. 3. “Hoe vaak mag een actie uit het VSV-programma worden ingezet?” In principe mag er meermaals een actie uit het VSV-programma worden ingezet. Een deelname aan een van de aangeboden acties vindt plaats na een gedegen afweging, waarbij experts meedenken en de jongere zelf hierbij uiteraard wordt meegenomen. Het betreft een weloverwogen keuze. Hierdoor is er zeer zelden tot niet sprake is van deelname aan meerdere acties. 4. “Het verschil tussen de definities die van Noordwijk en landelijk is het woord ‘ongeoorloofd’. Na 3 maanden, maar het verzuim is toch ongeoorloofd of is er geoorloofd verzuim. Er is toch de leerplichtwet die je moet hanteren?” Wanneer een leerling voor een korte tijd verzuimt, is het de taak van de school om actie te ondernemen. Scholen mogen zelf beslissen hoe zij dit doen en worden geacht deze maatregelen in hun schoolgids op te nemen. Hierbij kunt u denken aan een gesprek met de leerling zelf en zijn/haar ouders/verzorgers en/of het opstellen van een plan van aanpak (eventueel inclusief straf). Indien het verzuim na de getroffen maatregelen niet afneemt, kan een school besluiten om de leerplichtambtenaar in de schakelen.
Wanneer het verzuim echter langdurig is, is de school verplicht dit te melden bij de leerplichtambtenaar of de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). We spreken van langdurig verzuim wanneer een leerling meer dan zestien uur verzuimt in vier opeenvolgende lesweken en hier geen geldige reden voor heeft. Sommige kinderen worden met grote regelmaat ziekgemeld door hun ouders/verzorgers, wat in eerste instantie als geoorloofd verzuim wordt geregistreerd en daardoor niet bij het RBL kan worden gemeld. Toch kan dit verzuim problematisch zijn/worden en uiteindelijk resulteren in een zgn. ‘thuiszitter’. In die gevallen komt het RBL pas in beeld wanneer het kind al voor een (groot) deel thuis zit. Om dit te voorkomen, stuurt het RBL actief aan op het tijdig melden van leerlingen bij het RBL. Zo benoemt zij dit bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse schoolbezoeken, in andere overleggen met de scholen en in haar nieuwsbrieven. Dit heeft tot gevolg dat een leerling in onze regio ingeval van ongeoorloofd én geoorloofd verzuim vaak al na vier weken bij het RBL wordt gemeld, opdat hij/zij als risico-leerling kan worden aangemerkt en het RBL, indien nodig, snel kan acteren. 5. “Luxe verzuim is daar ook sprake van in onze 24/7 maatschappij waarbij in veel beroepen een groot appel op ouders wordt gedaan en niet in de schoolvakanties kunnen gaan.
Zij vragen geoorloofd eerder of later met vakantie te gaan. Is dit meegenomen in de luxe cijfers en zijn er misschien landelijke ontwikkelingen die hier op in (gaan) springen?” De toegekende aanvragen voor vakanties buiten de schoolvakanties zijn niet meegenomen in de cijfers van het zogeheten ‘luxeverzuim’, omdat deze worden gezien als geoorloofde afwezigheid. Het is mogelijk om buiten de schoolvakanties met vakantie te gaan. De twee voorwaarden hiervoor zijn dat het toegekende verlof niet valt in de eerste twee weken na de zomervakantie en dat het door het werk van de ouder(s)/verzorger(s) onmogelijk is om tijdens een schoolvakantie met vakantie te gaan.
De schooldirecteur beoordeelt het zogeheten ‘beroep op vrijstelling’. Deze aanvraag voor vakanties buiten de reguliere schoolvakanties moet minimaal acht weken voorafgaand aan de geplande vakantie worden ingediend. De directeur mag eenmaal per jaar een vrijstelling toekennen voor maximaal tien dagen. Volgens de wet is het niet toegestaan om langer of vaker buiten de schoolvakanties met vakantie te gaan. Vanwege de ruimte, die nu al wordt geboden, is er van eventuele landelijke ontwikkelingen op dit gebied vooralsnog en voor zover bekend geen sprake. 6. “Nieuwe wet- en regelgeving “van school naar duurzaam werk”, die in werking treedt (planning aug. 2025). Op dit moment loopt er een pilot in Noordwijk. Kunt u daar meer informatie overgeven of krijgen we daar nog een presentatie o.i.d. van.” Graag verwijzen wij u voor meer informatie over deze pilot naar de bijlage (genaamd: Bijlage 2 - Verantwoording pilot 2023 Provalu-Noordwijk 23-27 jaar), waar u meer kunt lezen over de evaluatie en getrokken conclusie n.a.v. de uitvoering van deze pilot. Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Ralph van der Grijp en Bodine Bonnenberg