CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidskader_Maatschappelijke_Zorg_Holland_Rijnland_2017-2025.pdf

Gemeenteraadsvergadering 20 december 2022, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Doordecentralisatie Maatschappelijke Zorg: overeenkomsten en Wmo-verordening19.537 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beleidskader Maatschappelijke zorg Holland Rijnland 2017-2025 Transformatie van (O)GGZ, Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen

Inhoud Leeswijzer

.......................................................................................................................... 3

Samenvatting.......................................................................................................................... 4 1.

2.

3.

Inleiding ...................................................................................................................... 7 1.1

Aanleiding ......................................................................................................... 7

1.2

Totstandkoming van dit beleidskader .................................................................. 8

Kader .......................................................................................................................... 10 2.1

De Wmo............................................................................................................. 10

2.2

Advies ‘Commissie Toekomst’ ............................................................................ 11

2.3

Andere relevante wetten..................................................................................... 13

2.4

Huidig regionaal beleidskader ............................................................................. 15

Maatschappelijke zorg in beeld ..................................................................................... 17 3.1

4.

5.

6.

7.

Doelgroep Maatschappelijke zorg ....................................................................... 17

Visie op Maatschappelijke zorg .................................................................................... 22 4.1

Visie Holland Rijnland.......................................................................................... 22

4.2

Uitgangspunten voor het beleid .......................................................................... 23

Ontwikkelopgaven ....................................................................................................... 29 5.1

Lokale randvoorwaarden realiseren ..................................................................... 29

5.2

Regionale opgave huisvesting ............................................................................. 30

5.3

Innoveren van huidige ondersteuning en opvang ................................................ 30

5.4

Samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars ....................................... 31

Aan de slag .................................................................................................................. 32 6.1

Uitvoeringsprogramma Holland Rijnland 2018-2020............................................ 32

6.2

Wat elke gemeente nu al kan doen: acties 2016 en 2017 .................................... 34

Financiering: landelijke ontwikkelingen.......................................................................... 36

Begrippenkader ...................................................................................................................... 38 Afkortingen .......................................................................................................................... 40 Bijlage 1 Aanvullende informatie per hoofdstuk ...................................................................... 41

2 | Beleidskader Maatschappelijk Zorg

Leeswijzer Op pagina vier en vijf vindt u een samenvatting

ken? Aansluitend hierop gaat hoofdstuk vijf in

van dit beleidskader.

op het werk dat voor ons ligt. Hoe gaat de regio de komende jaren de randvoorwaarden voor

Hoofdstuk één gaat in op de aanleiding en de

realisatie van deze visie uitwerken? Wat zijn de

wijze van totstandkoming van dit beleidskader.

mijlpalen? Welke activiteiten zijn nodig voor het

De notitie beschrijft in hoofdstuk twee het wet­

aanpakken van maatschappelijke vraagstukken?

telijk kader en het huidige beleidskader.

Hoe ziet de fasering er uit?

Hoofdstuk drie brengt in beeld over wie dit

In hoofdstuk zes komen de financiering en de

beleidskader gaat. Wat is de doelgroep? Wat zijn

budgettaire ontwikkelingen aan bod.

de kenmerken en behoeften van de doelgroep?

Aan het eind van het beleidskader is een begrips­

Hoe groot is de doelgroep? En wat zijn de huidi­

bepaling en afkortingenlijst opgenomen.

ge voorzieningen? In bijlage 1 treft u aanvullende informatie aan. Hoofdstuk vier beschrijft vervolgens de regiona­

Hoofdstuksgewijs zijn daarin toelichtende tekst

le visie. Wat is ons doel, wat willen we berei­

en cijfers opgenomen.

In het hele document wordt de inhoud geïllustreerd met casuïstiek. Een deel daarvan komt uit de regio Holland Rijnland, een deel uit de landelijke handreiking voor dit beleidskader. Cursief staat het perspectief van de cliënt, aansluitend een toelichting waarom de casus illustratief is voor het betreffende hoofdstuk.

Beleidskader Maatschappelijk Zorg | 3

Samenvatting Vanaf 1 januari 2015 is de gemeentelijke verant­

wonen de sociale inclusie van mensen met een

woordelijkheid binnen het sociale domein uitge­

(psychische) kwetsbaarheid centraal. Beschermd

breid door decentralisatie van een deel van de

wonen moet door elke gemeente in de thuis­

AWBZ-taken (onder meer (woon-)begeleiding,

omgeving geboden kunnen worden en daarmee

inloopfunctie (O)GGZ en Beschermd wonen)

lokaal georganiseerd worden.

naar de Wmo. Waren de regiogemeenten in Holland Rijnland eerst met name verantwoor­

Herverdeling middelen

delijk voor preventie en herstel (waaronder ook

Er is inhoudelijk veel draagvlak voor het advies

nazorg) en Leiden als centrumgemeente voor

van de Commissie Toekomst Beschermd wonen,

gespecialiseerde opvang, vanaf 2015 zijn alle

maar de financiële uitwerking daarvan is nog

gemeenten verantwoordelijk voor de hele keten.

niet klaar. De VNG en centrumgemeenten zijn in gesprek met het ministerie van VWS over scena­

Dit maakt dat gemeenten zich moeten her­

rio’s met betrekking tot planning en de wijze

oriënteren op beleid en uitvoering van de

waarop de middelen worden herverdeeld. De

Maatschappelijke opvang en de (O)GGZ in

Commissie Toekomst Beschermd wonen heeft

relatie tot de nieuwe taak Beschermd wonen.

geadviseerd om beleid met daarbij de middelen

Transformatie van deze sectoren tot één samen­

voor Maatschappelijke opvang, mee te nemen in

hangend, integraal en doeltreffend beleid ligt

de lange termijn ontwikkeling voor Beschermd

voor de hand. Immers, kwetsbare burgers heb­

wonen. Dit betekent dat het onze ambitie is

ben veelal op meerdere levensgebieden pro­

om de centrumgemeentefunctie voor zowel

blemen, zoals woonvaardigheden en omgaan

Beschermd wonen als de Maatschappelijke

met geld. De transformatie van de ondersteu­

opvang af te bouwen. Dit past in de regiona­

ning vraagt ook om een verbinding met andere

le ambitie om voorzieningen zoveel mogelijk

gemeentelijke taken binnen en buiten de Wmo.

lokaal te organiseren. Wat deze decentralisa­ tie van functies betekent, werken gemeenten

Toekomst Beschermd wonen

beleidsinhoudelijk uit in het uitvoeringsprogram­

De centrumgemeente ontvangt de middelen

ma. Hierbij wordt ook in kaart gebracht wat dit

voor Maatschappelijke opvang en Beschermd

financieel betekent.

wonen. Deze centrumgemeentefunctie wordt voor Beschermd wonen afgebouwd. De ver­

Regionale visie

wachting is dat uiterlijk 2020 de invoering

Gezien deze ontwikkelingen is het van belang

van een nieuw objectief verdeelmodel plaats­

dat alle Holland Rijnland-gemeenten een breed

vindt waarbij het geld verdeeld wordt over alle

gedragen lokale verantwoordelijkheid ervaren

gemeenten. Dit gebeurt mede op advies van ‘de

en een gezamenlijke visie delen op de (toekom­

Commissie Toekomst Beschermd wonen’. Deze

stige) uitvoering van de Maatschappelijke zorg1.

Commissie heeft in november 2015, in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), een toekomstvisie gepubliceerd: ‘Van beschermd wonen naar een beschermd thuis’. Hierin stelt de Commissie Toekomst Beschermd 4 | Beleidskader Maatschappelijk Zorg

1 Maatschappelijke zorg is een overkoepelend begrip voor Maatschappelijke opvang, vrouwenopvang/aanpak huiselijk geweld, verslavingszorg, OGGZ en Beschermd wonen. Het doel van Maatschappelijke zorg is het voorko­ men en verminderen van sociale uitsluiting van mensen met

Over deze toekomstvisie is met gemeentera­ den, cliënten en zorgaanbieders gediscussieerd. Tijdens deze bijeenkomsten (waarvan verslagen

lokale verantwoordelijkheid; 2. lokaal zet men in op vroegsignalering en preventie;

toegevoegd zijn op p51- p56 van bijlage 1) werd

3. lokaal organiseert men vraaggerichte onder­

de visie gedragen maar zijn er ook belangrijke

steuning: integraal en op maat, waardoor

kritische kanttekeningen geplaatst. Met deze

regionaal alleen een vangnet overblijft voor

kanttekeningen als belangrijke aandachtspunten

zeer specialistische of acute vormen van

(in hoofdstuk 5 staat hiervan een samenvatting),

opvang;

hebben we de volgende regionale visie op de Maatschappelijke zorg geformuleerd:

4. toegang tot ondersteuning is laagdrempe­ lig, met aansluitend duidelijke richtlijnen voor aanmelden bij (sub)regionale onder­

Visie: inclusieve samenleving

steuningsvormen waarin op regionaal niveau

Alle inwoners kunnen meedoen in de samenle­

wordt samengewerkt;

ving. De inwoner die (tijdelijk) problemen heeft

5. eigen kracht en eigen regie, het zelfregis­

met het zelfstandig regie voeren, kan via de

serend vermogen wordt versterkt om de

Wmo ondersteuning krijgen. Hierbij is lokale

instroom te beperken en uitstroom uit de

ondersteuning het uitgangspunt. De ondersteu­

opvang te bevorderen;

ning is dichtbij, op maat en in de eigen leefom­ geving. Voor de groep inwoners die niet meer zelfstandig thuis kan wonen, en waarbij onder­

6. de opvang is kleinschalig en zo lokaal moge­ lijk georganiseerd; 7. aandacht voor participatie en herstel is

steuning in de eigen omgeving tekortschiet, is

een uitgangspunt bij alle vormen van hulp,

(tijdelijk of permanent) opvang aanwezig. Onder

opvang en ondersteuning;

opvang verstaan we wonen in één van de woon­

8. de hulpverlening werkt outreachend en

vormen van een instelling. Dit is waar mogelijk

levert bemoeizorg waar dat nodig is.

een tijdelijke situatie, waarbij er gestuurd wordt

In Hoofdstuk 4 van het Beleidskader worden

op herstel en uitstroom. Het doel is om inwoners

deze beleidsuitgangspunten nader toegelicht.

zo snel mogelijk weer deel te laten nemen aan het maatschappelijk leven, naar eigen wensen

Ontwikkelopgaven

en vermogen. Het deelnemen naar vermogen in

De belangrijkste opgaven waar we zowel lokaal

de samenleving is ook afhankelijk van de moge­

als (sub-) regionaal de komende jaren voor

lijkheden van de omgeving. Aandachtspunten

staan zijn:

zijn dan ook acceptatie van de omgeving en het

• ontwikkeling van vroegsignalering en

voorkomen van uitsluiting en vereenzaming.

preventie, het opbouwen van lokale kennis van complexe (GGZ-)problematiek;

Uit deze visie zijn de volgende uitgangspunten voor het beleid te herleiden: 1. ondersteuning voor de doelgroep Maatschappelijke zorg is een breed gedragen

• het vergroten van draagvlak voor een inclusieve samenleving; • afbouwen van verantwoordelijkheden van de centrumgemeente en ontwikkeling nieuwe financieringssystematiek;

zware, vaak meervoudige problematiek en het ondersteu­ nen en bevorderen van herstel van (psychisch) kwetsbare mensen.

• regionale opgave huisvesting: realiseren van meer betaalbare woningen voor doorstroom,

Beleidskader Maatschappelijk Zorg | 5

een breed arsenaal aan woonvarianten (volume en variatie) en afbouw van regionale voorzieningen; • innoveren van de huidige ondersteuning en opvang; • samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars. Uitvoeringsprogramma We gaan de genoemde ontwikkelopgaven met samenwerkingspartners regionaal verder uitwer­ ken in een uitvoeringsprogramma. Daarin zullen wij in ieder geval verwoorden wat de verant­ woordelijkheidsverdeling tussen de gemeenten zal zijn en op welke wijze dit financieel vormge­ geven wordt. Dit uitvoeringsprogramma moet eind 2017 zijn vastgesteld door alle gemeen­ teraden. Hierbij sluiten we aan op het landelij­ ke ‘spoorboekje’. Dit is opgesteld in het overleg tussen het ministerie van VWS, de centrumge­ meenten en de VNG. Hierin worden enkele mijl­ palen en randvoorwaarden benoemd om tot de uitvoering van de toekomstvisie op Beschermd wonen te komen.

6 | Beleidskader Maatschappelijk Zorg

1. Inleiding Voor u ligt het regionale “Beleidskader Maat­ schappelijke zorg” van de regio Holland

Transformatie

Rijnland . Deze notitie vervangt de regionale

De

beleidsvisie ‘Iedereen telt’ (2006 ).

die nodig is om de visie te realiseren, moet in

2

3

transformatie

van

Beschermd

wonen,

samenhang gezien worden met de andere

1.1 Aanleiding

gemeentelijke taken binnen de Wmo. Hoewel

Door de decentralisatie van een deel van

Beschermd wonen een specifieke taak is voor

de ondersteuning die via de Algemene Wet

een specifieke doelgroep (GGZ), levert de

Bijzonder Ziektekosten (AWBZ) werd geregeld

combinatie van Maatschappelijke opvang en

naar de Wet maatschappelijke ondersteuning

Beschermd wonen mogelijkheden om de met

(Wmo), is de gemeentelijke verantwoordelijk­

het Regionaal Kompas ingeslagen weg voor

heid binnen het sociale domein uitgebreid. Sinds

opvang, te verbreden, te verdiepen en effectie­

1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk

ver te maken. Immers, veel daklozen kampen

voor begeleiding, kortdurend verblijf, een deel

met problematiek op verschillende levensgebie­

van de persoonlijke verzorging, de inloopfunc­

den (bijvoorbeeld een psychiatrisch ziektebeeld,

tie GGZ en Beschermd wonen. Dit maakt dat

verstandelijke beperking, gedrags- of persoon­

gemeenten zich heroriënteren op de ondersteu­

lijkheidsproblemen, verslaving, somatische aan­

ning voor mensen met GGZ problematiek, men­

doeningen, etc.). Ook mensen die Beschermd

sen waarbij sprake is van multiproblematiek en

wonen nodig hebben kampen, net als veel dak­

zorgmijders.

lozen, met beperkingen en problemen op meer­ dere levensgebieden, zoals woonvaardigheden

Ten aanzien van Beschermd wonen heeft een

en omgaan met geld. Transformatie van deze

adviescommissie in november 2015, in opdracht

sectoren tot één samenhangend, integraal en

van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten

doeltreffend beleid ligt daarom voor de hand.

(VNG), een toekomstvisie gepubliceerd: ‘Van

Het vraagt ook om een verbinding met andere

beschermd wonen naar een beschermd thuis’.

gemeentelijke taken binnen en buiten de Wmo.

Deze ‘Commissie Toekomst Beschermd wonen’ stelt dat Beschermd wonen in de thuisomge­

Van (O-)GGZ ondersteuning naar

ving door elke gemeente geboden moet kunnen

Maatschappelijke zorg

worden. Het ministerie van Volksgezondheid,

In 2014 en 2015 lag de focus op een ‘zachte lan­

Welzijn en Sport (VWS) en de VNG onderschrij­

ding’ van cliënten die een AWBZ-voorziening

ven deze toekomstvisie. In hoofdstuk 4 gaan we

ontvingen. Nu wordt het tijd om het huidige

nader in op deze visie.

aanbod in perspectief te plaatsen: wat is ons doel, en wat willen we bereiken? Ook willen we

2 Dit betreft de volgende 14 gemeenten: Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude 3

niet aanbod- maar waar mogelijk meer vraagge­ richt gaan werken. In het rapport ‘Niemand tussen wal en schip’4

Iedereen Telt 2006-2009: Beleidsvisie Verslavingszorg

& Maatschappelijke Opvang Zuid-Holland Noord (RV 05.0159)

4 Wolf, J. (2015). Niemand tussen wal en schip. Referentiekader maatschappelijke zorg voor mensen in mul­ tiprobleemsituaties. Nijmegen: Academische werkplaats OGGZ. Beleidskader Maatschappelijk Zorg | 7

van Judith Wolf wordt voor de ondersteu­

eerste aanzet voor het beleidskader bespro­

ning van mensen in multiprobleemsituaties

ken in het bestuurlijk OGGZ platform. Bij deze

het begrip ‘Maatschappelijke zorg’ geïntrodu­

bijeenkomst heeft Erik Dannenberg, voorzit­

ceerd. Uitgaande van de eigen behoeften van

ter van de Commissie Toekomst Beschermd

mensen in probleemsituaties, biedt dit referen­

wonen, een presentatie gegeven over de door

tiekader een visie op de Maatschappelijke zorg

deze commissie geschetste toekomstvisie op het

en de ontwikkeling van nieuwe en effectie­

Beschermd wonen. In april 2016 zijn consulta­

ve manieren van ondersteuning van kwetsbare

tiebijeenkomsten georganiseerd voor raadsle­

burgers. Maatschappelijke zorg is een nieu­

den, zorgaanbieders, cliënten, ambtenaren en

we term die beter aansluit op de Wmo en de

bestuurders. Tijdens deze bijeenkomsten is infor­

ondersteuning die tot op heden valt onder de

matie uitgewisseld en is er gediscussieerd aan de

OGGZ. Maatschappelijke zorg is een overkoe­

hand van een presentatie en een film 6. In deze

pelend begrip voor Maatschappelijke opvang,

film komen 3 (ex-)cliënten uit Beschermd wonen

vrouwenopvang/aanpak

5

geweld ,

en Maatschappelijke opvang aan het woord over

verslavingszorg, OGGZ en Beschermd wonen.

de toekomst van deze beleidsvelden. Ook is het

Het doel van Maatschappelijke zorg is het voor­

concept beleidskader besproken met de diverse

komen en verminderen van sociale uitsluiting

Wmo-adviesraden.7 Tijdens al deze bijeenkom­

van mensen met zware, vaak meervoudige pro­

sten werd de visie gedragen maar zijn er ook

blematiek en het ondersteunen en bevorderen

kritische kanttekeningen geplaatst. Met deze

van herstel van (psychisch) kwetsbare inwoners.

kanttekeningen als belangrijke aandachtspunten

In bijlage 1 (p43 - p50) is extra informatie opge­

is een concept ‘Beleidskader Maatschappelijke

nomen over de omvang van de doelgroep en

zorg’ opgesteld en in de zomer van 2016 in alle

het aanbod Maatschappelijke zorg in de regio

gemeenten van Holland Rijnland vrijgegeven

Holland Rijnland.

voor inspraak.

1.2 Totstandkoming van dit beleidskader

Inspraak

Voor het opstellen van dit beleidskader is gebruik

Het merendeel van de insprekers gaf aan zich

gemaakt van de VNG-handreiking ‘Opvang

te kunnen vinden in de hoofdlijnen van het

en bescherming’ (november 2015). Daarnaast

beleidskader maar er werden ook kritische kant­

zijn verschillende overleggen en bijeenkomsten

tekeningen geplaatst. Veel terugkerende onder­

georganiseerd. Allereerst zijn in de tweede helft

werpen waren:

van 2015 oriënterende gesprekken gevoerd over

• Inclusie: veel insprekers uiten hun zorgen

huiselijk

Er zijn 19 inspraakreacties binnengekomen.

het op te stellen beleidskader met onder meer

over de draagkracht van de samenleving en/

de Wmo-adviesraad Leiden, platform OGGZ,

of vragen aandacht voor de omgeving (de

Stichting ZON, de cliëntenraad van de Binnenvest,

direct omwonenden) om inclusie te

het Ambtelijk Overleg Zorg en Welzijn (AOZW)

bevorderen.

en het PHO Maatschappij. In januari 2016 is een

• Lokaal/sub-regionaal/regionaal: de vraag in

5 De ketenaanpak huiselijk geweld is nader uitgewerkt in de regiovisie ‘Geweld in huiselijke kring Hollands Midden 2014-2018’

6 “Beschermd wonen door de ogen van cliënten” (Studio Moio, 2016) Zie : https://vimeo.com/160620749 7 In bijlage 1 (p10 - p14) vindt u een verslag van deze bijeenkomsten.

8 | Beleidskader Maatschappelijk Zorg

hoeverre elke gemeente in staat is om multi-problematiek zelf te hanteren; moet je bepaalde deskundigheid/specialismen niet centraal of sub-regionaal organiseren? • Huisvesting: veel insprekers onderschrijven de noodzaak van de beschikbaarheid van kleine betaalbare woningen die zowel de instroom beperken als de uitstroom vanuit de voorzieningen mogelijk maakt en vragen hieraan prioriteit te geven. • Zorgmijders: iemand wenst geen ondersteuning, hoe gaan we daarmee om? Verschillende inspraakreacties hebben geleid tot aanpassingen in het beleidskader. Andere reacties hebben niet direct geleid tot aanpassingen van de tekst, maar zijn waardevol­ le aanbevelingen die we zullen betrekken bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma.

Beleidskader Maatschappelijk Zorg | 9

2. Kader Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader,

Tot 2015 was ‘het bevorderen van de Openbare

de landelijke ontwikkelingen en het huidige

geestelijk gezondheidszorg (OGGZ)’ een van de

regionale beleidskader.

afzonderlijke prestatievelden in de Wmo. In de nieuwe Wmo komen deze termen niet meer

2.1 De Wmo

voor maar zijn gemeenten daar wel verantwoor­

Sinds 1 januari 2015 hebben gemeenten een

delijk voor. Het betreft de volgende activiteiten

grotere taak binnen de Openbare geestelij­

vanuit gemeenten ter preventie van (ernstige)

ke gezondheidszorg (OGGZ) en meer verant­

psychosociale problemen en het begeleiden

woordelijkheid voor de groep inwoners met

van betrokken personen: signaleren en bestrij­

complexe problematiek.

den van risicofactoren, bereiken en begeleiden van kwetsbare personen en risicogroepen, func­

Het kabinet heeft die keuze gemaakt om het

tioneren als meldpunt voor signalen van crisis

leven van deze inwoners, daar waar mogelijk,

of dreiging van crisis bij kwetsbare personen

te normaliseren en het perspectief op herstel,

en risicogroepen en het tot stand brengen van

ontwikkeling en integratie in de samenleving te

afspraken tussen betrokken organisaties over de

bevorderen. Waren individuele gemeenten eerst

uitvoering van de OGGZ. Hierbij is sprake van

alleen verantwoordelijk voor preventie en herstel

een vangnetfunctie en bemoeizorg.

(waaronder ook nazorg) en de centrumgemeen­ te voor gespecialiseerde regionale opvang, vanaf

De voorzieningen Opvang en Beschermd wonen

2015 zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor

zijn wel expliciet gedefinieerd in de Wmo.

de hele keten van ondersteuning voor inwoners met complexe problematiek. De Wmo kent drie hoofddoelen: 1. Bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegan­ kelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huise­ lijk geweld. 2. Ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosoci­ ale problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving. 3. Bieden van Beschermd wonen en opvang als onderdeel van algemene voorzieningen en/of specifieke maatwerkvoorzieningen.

10 | Beleidskader Maatschappelijk Zorg

Definitie Opvang (Wmo 2015 artikel 1.1.1)

Onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Definitie Beschermd wonen (Wmo 2015 artikel 1.1.1)

Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psycho­ sociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.

Overgangsrecht

plek in de wijk is noodzakelijk met de moge­

Van belang is dat de cliënten Beschermd wonen

lijkheid om hulp flexibel op en af te schalen.

die per 1 januari 2015 zijn overgegaan vanuit de

Beschermd wonen moet waar mogelijk thuis

AWBZ naar de Wmo een overgangsrecht heb­

georganiseerd worden, in de lokale Wmo, aldus

ben van maximaal vijf jaar. Dat betekent dat

het advies van de commissie.

zij recht hebben op een vorm van Beschermd wonen tot 1 januari 2020, tenzij de einddatum

Het gaat om een omslag van kijken naar

van hun indicatie eerder afloopt. De reden van

beperkingen naar kijken naar mogelijkheden.

dit langere overgangsrecht ligt in het feit dat

Van oudsher was men geneigd de aandacht

deze doelgroep bijzonder kwetsbaar is en daar­

vooral te richten op problemen van cliënten.

bij wonen op basis van hun indicatie. De gevol­

De ondersteuning richtte zich op cliënten met

gen bij het aflopen van de indicatie is dan ook

dezelfde problematiek, met als gevolg een zeer

vele malen groter dan bij mensen die een ande­

gespecialiseerd zorglandschap: van gespecia­

re vorm van ondersteuning kregen in de AWBZ.

liseerde instellingen buiten de gemeenschap (separation) naar gespecialiseerde instellingen/

2.2 Advies ‘Commissie Toekomst’

voorzieningen in de gemeenschap (integration).

In november 2015 publiceerde de Commissie

Denk aan scholen voor speciaal onderwijs, GGZ

Toekomst Beschermd wonen in opdracht van

instellingen in het bos en sociale werkplaatsen.

de VNG een toekomstvisie voor Beschermd

Voordat we überhaupt aandacht hadden voor

wonen in de Wmo: ‘Van beschermd wonen

problemen van cliënten werden mensen die

naar een beschermd thuis’ . In dit rapport stelt

zich “anders” gedroegen buiten de samenleving

de Commissie de sociale inclusie van mensen

gehouden (exclusion).

8

met een psychische kwetsbaarheid centraal. Burgerschap, zelfbepaling, perspectief en een

De gemeente streeft naar integratie (groepen

positieve kijk op veerkracht en herstelvermogen

leven duurzaam samen) of inclusie (volwaardig

zijn de pijlers onder de visie. Een stabiele woon­

meedoen).

8 Voor het volledige rapport zie: https://vng.nl/files/vng/ van-beschermd-wonen_20151109.pdf

Beleidskader Maatschappelijk Zorg | 11

Randvoorwaarden De commissie benoemt acht randvoorwaarden om tot de gewenste sociale inclusie te komen: 1. Versterken van zelfmanagement, ervaringsdeskundigheid en informele zorg 2. Garanderen van langdurige begeleiding met flexibele intensiteit 3. Ondersteuningscontinuüm voor herstel en participatie 4. Een breed arsenaal van woonvarianten Bron: www.dreamstime.com

5. Beschikbare en betaalbare wooneenheden 6. Laagdrempelige toegang tot zorgfuncties. 7. Samenwerking tussen gemeenten en

Voor cliënten in de Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen betekent inclusie zo gewoon mogelijk wonen, met op de persoon aangepaste ambulante begeleiding gericht op zelfredzaam­ heid en participatie. Dit vraagt ook inzet van de lokale samenleving: mensen de ruimte geven en daar waar nodig ondersteunen. Inclusie voor zoveel mogelijk mensen uit de Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen is de grote uitda­ ging. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden van zelfstandig wonen met ambulante hulpverle­ ning, waarin ambulante ondersteuning, huisart­ sen en sociale (wijk)teams en/of Wmo-loketten samenwerken, waarbij ook het sociale netwerk van de inwoner en vrijwilligers betrokken wor­ den. Iedereen moet ervaren ‘ik hoor er bij, ik kan meedoen’. Dat is een inclusieve samenleving. 9

9 Deze visie sluit aan bij de ratificatie (juli 2016) van het VN verdrag voor de rechten van mensen met een beperking. Centraal in dit Verdrag staat het bevorderen van inclusie en participatie van mensen met een handicap, een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen. In dit kader zijn bepalingen over de uitvoering van het VN verdrag toe­ gevoegd aan de Wmo, de Participatiewet en Jeugdwet.

12 | Beleidskader Maatschappelijk Zorg

zorgverzekeraars 8. Borgen van kwaliteit en vraaggerichtheid van ondersteuning

Bron: www.dreamstime.com

2.3 Andere relevante wetten

Jeugdwet

Er is, naast de Wmo, nog een aantal andere

Voor cliënten in de Jeugdwet eindigt onder­

wetten die van invloed zijn op het beleid en de

steuning vanuit deze wet bij het bereiken van

uitvoering in het sociaal domein als geheel én

de leeftijd van 18 jaar. Als er daarna onder­

op de Maatschappelijke opvang en Beschermd

steuning nodig is, zal dat doorgaans vanuit de

wonen.

Wmo, Wlz of Zorgverzekeringswet georgani­ seerd moeten worden. Jongeren die niet in staat

De belangrijkste daarvan staan in de afbeelding

zijn zich op eigen kracht of met hulp te handha­

hierboven.

ven in de samenleving, zijn dan veelal aangewe­ zen op Maatschappelijke zorg. Zeker voor deze

Hieronder gaan we kort in op de samenhang

groep zijn ook “tussenvoorzieningen” gewenst

tussen Maatschappelijke opvang en Beschermd

(kamer/woontraining, vertrektraining e.d.).

wonen en deze wetten. Participatiewet Wet langdurige zorg (Wlz)

Veel cliënten in de Maatschappelijke opvang

Als iemand blijvend is aangewezen op intensieve

en Beschermd wonen hebben een uitkering op

zorg met permanent toezicht of 24 uur per dag

basis van de Participatiewet. Zij zijn voor hun

zorg in de nabijheid, bestaat er aanspraak op

onderdak, inkomen, ondersteuning en dagbe­

zorg op grond van de Wlz. Indien hiervan sprake

steding afhankelijk van de gemeente. Voor veel

is, zal er een soepele overgang van het gemeen­

cliënten van Maatschappelijke zorg is een vorm

telijke domein naar de Wlz moeten plaatsvinden.

van dagbesteding of (vrijwilligers-) werk van

Hiervoor moet het zorg- en ondersteunings­

essentieel belang. Bij het organiseren daarvan

aanbod in de gemeente en in de Wlz uiteraard

is samenwerking nodig met uitvoerders van de

wel op elkaar te zijn afgestemd (zie actietabel

Participatiewet.

pagina 34) Beleidskader Maatschappelijk Zorg | 13

Casus Kevin10 “Ik heb een groot deel van mijn jeugd doorgebracht in instellingen, eerst vanwege autisme en later zeiden ze dat ik ook psychotische symptomen had. Mijn moeder wil ik nooit meer zien, want ze heeft me weggedaan en ze betuttelt me, zegt altijd dat ik dingen niet goed voor elkaar heb. Ik ben niet dom, maar school lukte gewoon niet. Ik heb praktijkonderwijs gevolgd. Ik heb veel geleerd van werk- en woonvaardigheden. Nu heb ik een Wajong-uitkering en werk 4x6 uur bij een fietsenmaker. Zo gauw ik 18 was, ben ik weggegaan uit het instituut en ben ik zelfstandig gaan wonen. Ik heb het nu best goed voor elkaar. Ik krijg woonbegeleiding en heb een jobcoach. Mijn tante beheert mijn financiën voor me. Omgaan met geld en het nemen van zakelijke beslissingen vind ik nog steeds wel moeilijk. Mijn vrije tijd gaat op aan internet en gamen. Ik droom ervan een reis naar New York te maken, maar het is te duur. En nu heeft mijn tante ook nog kanker gekregen! En ik heb steeds vaker ruzie met mijn baas. Die moet toch weten dat ik zo veel ervaring heb dat ik het beter weet dan de andere jongens die er werken.” Kevin (19) is een cliënt die langdurig, al vanuit de Jeugdwet, in zorg is en met veel moeite – deels op eigen kracht – verder komt. De situatie is echter behoorlijk kwetsbaar, zeker nu de belangrijkste ondersteuner uit het sociaal netwerk dreigt weg te vallen.

Er is ondersteuning nodig op diverse onderdelen: wonen, budgetbeheer, begeleiding op de werkvloer, vrijetijds­ besteding. Het is belangrijk dat die ondersteuning goed op elkaar is afgestemd. 10 Bron: Pagina 21-28 van Anders Professioneel, (A. van Bergen, RIBW Alliantie, 2013)

Wet forensische zorg (WfZ)

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

Mensen met een psychische of psychiatrische

(Wgs)

stoornis die een strafbaar feit hebben gepleegd,

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is

kunnen vanuit de Wet op forensische zorg ver­

belangrijk bij de hulp aan kwetsbare personen.

plicht worden om gebruik te maken van zorg

Als gevolg van schuldenproblematiek kan het

in verschillende typen instellingen, waaron­

voorkomen dat mensen geen woning, zorgver­

der instellingen voor Beschermd wonen of

zekering of water tot hun beschikking hebben.

Maatschappelijke opvang. Deze ondersteu­ ning aan cliënten met een ‘forensische titel’ valt

Wet publieke gezondheid (Wpg)

onder de verantwoordelijkheid van het ministe­

De ‘Wet publieke gezondheid’ (Wpg) stelt

rie van Veiligheid en Justitie. Als de forensische

gemeenten verantwoordelijk voor de publieke

titel vervalt terwijl de voorziening nodig blijft,

gezondheidszorg, waaronder de jeugdgezond­

wordt de cliënt “overgeheveld” naar de cen­

heidszorg. De Wpg is gericht op het bevorderen

trumgemeente. Gemeenten moeten hierop anti­

van de algemene gezondheid en het voorkomen

ciperen en met het ministerie van Veiligheid en

van ziekten bij risicogroepen.

Justitie afstemmen over het aantal plaatsen dat ingekocht moet worden binnen een instelling.

14 | Beleidskader Maatschappelijk Zorg

Zorgverzekeringswet (Zvw)

Beleidsplan GGZ-subsidies Zuid-Holland

De meeste cliënten van het Beschermd wonen (en

Noord

soms van de Maatschappelijke opvang) worden

Gemeenten hebben bij de invoering van de

behandeld vanuit de geestelijke gezondheids-

Wet maatschappelijke ondersteuning in 2008

zorg (GGZ). Gemeenten zijn niet verantwoor­

een verantwoordelijkheid gekregen om mensen

delijk voor deze behandeling. Behandeling blijft

met een GGZ-probleem te ondersteunen. In dat

onderdeel van de Zorgverzekeringswet. Het is

kader zijn de middelen voor de AWBZ-regelingen

wel van belang dat ondersteuning via de Wmo

Collectieve

en behandeling op elkaar zijn afgestemd.

overgedragen aan gemeenten. Alle gemeen­ ten

2.4 Huidig regionaal beleidskader

in

Preventie

Holland

en

Rijnland13

Zorgvernieuwing hebben

beslo­

ten de middelen hiervoor gezamenlijk in te zetten. Het ‘Beleidsplan GGZ subsidies 2011­

Iedereen telt

2014 ZHN’ biedt een inhoudelijke basis voor

De beleidsvisie ‘Iedereen telt’ uit 2006 , gericht

de verdeling van de regionale middelen.

op verslavingszorg en Maatschappelijke opvang,

In 2011 is de gemeenschappelijke regeling (GR)

vormt de basis van het huidige beleid voor de

‘Collectieve preventie en zorgvernieuwing GGZ’

OGGZ-doelgroep. Het ‘Regionaal Kompas Zuid-

in het leven geroepen om de regionale afspra­

Holland Noord 2008-2013’

is de uitvoerings­

ken hierover te formaliseren. Deze GR geeft de

agenda van deze beleidsvisie. Het is een plan

gemeente Leiden het mandaat om, namens de

van aanpak dat in samenspraak met verschil­

regiogemeenten, de subsidiëring van collectie­

lende partijen tot stand is gekomen en waar

ve preventie GGZ en zorgvernieuwingsprojecten

alle gemeenten mee hebben ingestemd. Het

GGZ uit te voeren. De komst van de Wmo 2015

omvat onder andere het organiseren van acti­

en de Jeugdwet zijn aanleiding om opnieuw

viteiten, het realiseren van voorzieningen en

naar deze gemeenschappelijke regeling te kijken.

het maken samenwerkingsafspraken, met als

De regeling is daarom eind 2015 geëvalueerd.

doel dakloosheid te voorkomen, uitstroom uit

De toegenomen verantwoordelijkheden vragen

de Maatschappelijke opvang te bevorderen en

om aanpassing ten aanzien van de preventie

begeleiding te bieden bij het realiseren van een

GGZ aansluitend op het nieuwe beleidskader.

11

12

zo zelfstandig mogelijk bestaan (zie ook bijlage 1, p. 42)

Beschermd wonen

Het Regionaal Kompas Zuid-Holland Noord is

De regiogemeenten hebben via lokale besluit­

in 2014 geëvalueerd. Er is toen besloten de uit­

vorming de gemeente Leiden gemandateerd

komsten uit de evaluatie te betrekken bij het

voor de uitvoering van het Beschermd wonen,

nieuw te ontwikkelen regionaal beleidskader

en zijn akkoord gegaan met financiële solida­

en in afwachting daarvan de uitvoeringsagenda

riteit rond het budget voor Beschermd wonen

voort te zetten.

(december 2014). Het beleid met betrekking tot het Beschermd wonen is per 1 januari 2015 opgenomen in de Wmo-verordening en Wmo­

11 Iedereen Telt 2006-2009: Beleidsvisie Verslavingszorg & Maatschappelijke Opvang Zuid-Holland Noord (RV 05.0159) 12 Op Volle Kracht Vooruit (RV 08.0024)

13 Met uitzondering van Kaag en Braassem, die ervoor heeft gekozen om de Collectieve Preventie en Zorgvernieuwing zelf te organiseren

Beleidskader Maatschappelijk Zorg | 15

beleidsregels van de gemeente Leiden en is verder uitgewerkt in een aparte resultaato­ vereenkomst bij het Bestuurlijk Contracteren. Hierbij lag de focus op het organiseren van een ‘zachte landing’ (zorgen dat overgangs­ cliënten hun vertrouwde zorg behouden) en een centrale toegang tot het Beschermd wonen. Daarnaast worden vanaf 2015 jaarlijks werkaf­ spraken gemaakt tussen de centrumgemeente en de regiogemeenten die zijn opgenomen in de ‘Uitvoeringsnotitie Beschermd wonen regio Holland Rijnland’. Regionale OGGZ agenda Ter voorbereiding op de uitbreiding van de Wmo is binnen Holland Rijnland de OGGZ-agenda vastgesteld (mei 2014). De uitgangspunten van deze agenda zijn: • bevorderen van een integrale aanpak; • inzetten op preventie/herstel; • bevorderen van eigen kracht en eigen regie van de doelgroep; • lokale verantwoordelijkheid, een regionaal vangnet. Huiselijk geweld De veiligheidsregio Hollands Midden heeft een regiovisie opgesteld voor de periode 2014-2018. Per 1 januari 2015 is het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) en het steunpunt Huiselijk Geweld samengevoegd tot Veilig Thuis. Veilig Thuis is gehuisvest bij de GGD.

16 | Beleidskader Maatschappelijk Zorg

3. Maatschappelijke zorg in beeld In dit hoofdstuk volgt een omschrijving van de

• problemen met (huiselijk) geweld;

doelgroep van dit beleidskader en de vaak com­

• vervuiling van de woonruimte en/of

plexe problematiek die binnen deze doelgroep speelt.

van de woonomgeving; • overlast; • financiële problemen en schulden;

3.1 Doelgroep Maatschappelijke zorg De doelgroep van de Maatschappelijke zorg

• een slechte lichamelijke gezondheid en vaak ook verslavingsproblematiek.

bestaat uit mensen met een risico op uitval, de uitvallers zelf en mensen die weer aanha­

Bij een aanzienlijk deel van de doelgroep (onge­

ken (Wolf, 2015). De groep omvat jongeren,

veer 30%) zijn de verstandelijke vermogens

volwassenen en ouderen. Het merendeel is

beperkt. Het merendeel van deze mensen heeft

alleenstaand, maar daarnaast zijn er gezinnen,

weinig opleiding genoten of niet kunnen afma­

eenoudergezinnen en in mindere mate, paren.

ken, beschikt veelal over weinig arbeidskwali­ ficaties en is werkloos. De multiproblematiek

Op grond van landelijke berekeningen wordt de

bestaat soms tijdelijk maar vaker langdurig, en

doelgroep van Maatschappelijke zorg geschat

manifesteert zich ook wel over generaties heen.

op een kleine 1%, en de risicogroep op 4 à 5%,

Kenmerk van een deel van de groep is dat zij zelf

van het aantal volwassen inwoners (18+). Voor

geen ondersteuning zoeken (zorg mijden).

de regio Holland Rijnland, met 437.875 volwas­ sen inwoners, komt dit neer op circa 4.380 per­

Sociale uitsluiting

sonen voor de doelgroep Maatschappelijke zorg

Het centrale thema in de Wmo is dat ieder­

en circa 21.895 personen voor de bredere risico­

een mee doet. Maar met name de doelgroep

groep Maatschappelijke zorg.

Maatschappelijke zorg loopt grote kans niet mee te doen. Er is een groep mensen met een vermin­

Typerend voor de situatie van deze mensen is

derd welzijn en een verminderde zelfredzaam­

het gelijktijdig voorkomen van veelal sterk ver­

heid. Deze mensen lopen het risico af te glijden

weven problemen. Vaak is er sprake van combi­

naar een situatie waarin zij ondersteuning en

naties van problemen als:

opvang nodig hebben als er geen sociaal vang­

• sociaal isolement;

net aanwezig is. Het proces van afglijden wordt

• ernstige psychische aandoeningen;

ook wel sociale uitsluiting genoemd. In bijlage 1

• feitelijke dakloosheid of het ontbreken van

(p44 - p46) is een nadere toelichting opgeno­

stabiele huisvesting; • verwaarlozing van eigen lichamelijk functioneren;

men op het begrip sociale uitsluiting en op de omvang van deze problematiek binnen Holland Rijnland.

• verwaarlozing of mishandeling van eventuele kinderen;

Beleidskader Maatschappelijk Zorg | 17

Behoeften van de doelgroep en sturings­

hun leven ervaren (zingeving). De meesten wil­

mogelijkheden van de gemeenten

len wat van hun leven maken en weer kunnen

“Hoewel mensen met een stapeling van proble­

dromen van de toekomst. Voor het krijgen en

men over het algemeen weinig greep op hun

behouden van die stabiliteit en hoopgevende

bestaan hebben, is hun behoefte aan zelfbepa­

perspectieven vinden zij een aantal domeinen

ling onverminderd groot” (J.Wolf, 2015). Hoe

essentieel, namelijk: wonen, financiën, dagac­

meer het eigen gedrag als zelfbepaald wordt

tiviteiten, gezondheid, sociale relaties en veilig­

ervaren, des te groter zijn de intrinsieke motiva­

heid. Dit zijn domeinen waarin gemeenten op

tie en de volharding in het bereiken van doelen.

lokaal niveau ofwel een directe rol spelen (ver­

Mensen voelen zich goed en ervaren een zekere

plichte gemeentelijke taken) ofwel indirect via

rust als op een aantal leefdomeinen hun leven

bijvoorbeeld het verstrekken van subsidie of

op orde is en als zij een positief perspectief in

anderszins.

Casus Maarten Maarten is 19 jaar, heeft een beneden gemiddelde intelligentie en ADHD. Vanaf jongs af kent Maarten een zwerversbestaan. Door de scheiding van zijn ouders kwam Maarten’s moeder in grote financiële problemen en raakte ze hun huis kwijt. Sindsdien zwerft Maarten van fami­ lielid naar familielid. “Soms is het leven erg zwaar maar gelukkig heb ik nog mijn vriendin. Ik denk liever niet terug aan wat er allemaal gebeurd is, dat maakt me erg verdrietig.” Maarten kwam in beeld toen zijn school hem aanmeldde bij het Jeugd en Gezinsteam (JGT) omdat zij zich zorgen om hem maakten. Het JGT probeerde specialistische zorg en individuele begelei­ ding in te zetten. Helaas bleek dit erg lastig aangezien Maarten al 19 is en niet voor zijn 18de jaar bekend was. “Ik heb geen idee hoe ik aan werk moet komen. Ik heb geen geld en geen huis dus solliciteren lukt bijna niet. Over de toekomst denk ik dus liever niet na. Ik heb geen idee wat er met me gaat gebeuren en dat maakt me erg bang.” Nu verhuist Maarten naar een beschermde woonvorm, waar in alle rust ondersteuning op alle leefgebieden wordt ingezet. Want Maarten wil uiteindelijk wel zelfstandig wonen, maar weet niet waar hij moet beginnen. “Een eigen plekje zou echt te gek zijn, misschien vind ik dan straks zelfs een baan!’’.

Maarten zwerft van adres naar adres, terwijl hulpverleners zoekende zijn naar de juiste weten regelgeving om hem te ondersteunen. Hij heeft op veel leefdomeinen ondersteuning nodig maar de kans is groot dat deze ondersteuning snel afgebouwd kan worden als hij wat meer stabiliteit ervaart in zijn leven.

18 | Beleidskader Maatschappelijk Zorg

Gemeenten kunnen grotendeels zelf sturen (en

Voor een deel van de cliënten is het Beschermd

zijn daar ook verantwoordelijk voor) op boven­

wonen de opstap naar een zelfstandig bestaan.

genoemde leefdomeinen en zo een bijdrage

Voor een ander deel van de cliënten is de bege­

leveren aan het voorkomen van het afglijden

leiding in combinatie met de beschermende

van mensen. Denk hierbij aan vroegsignalering

woonomgeving levenslang nodig om hun situa­

en vroeginterventie, preventie en toeleiding

tie stabiel te houden. Vooraf is niet altijd goed in

naar zorg en ondersteuning. Uitgangspunt voor

te schatten welk scenario voor cliënten van toe­

de ondersteuning zijn de behoeften van men­

passing is14. Daarnaast is er binnen Beschermd

sen zelf op deze leefdomeinen, hun zelfgekozen

wonen een belangrijke derde groep, namelijk

doelen en eigen regie.

die cliënten die wellicht ook ambulant geholpen kunnen worden maar wel zeer intensieve onder­

Doelgroep Beschermd wonen

steuning nodig hebben. Deze ondersteuning

Binnen de Maatschappelijke zorg is Beschermd

vraagt om maatwerk (vaak intensiever dan de

wonen een nieuwe verantwoordelijkheid voor

huidige WMO begeleidingsprofielen). Daarom is

gemeenten. Het is de enige vorm van intramu­

in de praktijk de stap naar Beschermd wonen

rale ondersteuning die binnen de Wmo valt. Er

makkelijker te maken dan de begeleiding ambu­

is een grote diversiteit aan cliënten die binnen

lant te organiseren. De Commissie Toekomst

Beschermd wonen ondersteuning krijgen.

Beschermd wonen schat, op basis van gesprek­ ken met cliënten, zorgaanbieders en gemeen­

Beschermd wonen is bedoeld voor personen met

ten, dat deze drie groepen elk een derde van het

psychische of psychosociale problemen die niet

totaal zijn. In bijlage 1 (p44 - p50) staat meer

in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven

informatie over de omvang van de doelgroep en

in de samenleving. Zij kunnen ten gevolge van

het huidige aanbod bij Beschermd wonen.

hun psychiatrische aandoening of een combina­ tie van psychosociale problemen niet zelfstandig wonen en wonen daarom in een instelling. Er is doorgaans 24 uur per dag oproepbare onder­ steuning aanwezig. Beschermd wonen kan ver­ schillende doelen hebben: • bevorderen en herstel van zelfredzaamheid en participatie; • bevorderen van het psychisch en psychosociaal functioneren; • stabiliseren van een psychiatrisch ziektebeeld; • voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast; • afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen. 14 Zie Transitiebureau + Clientgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo, maart 2014.

Beleidskader Maatschappelijk Zorg | 19

Casus Veronique Veronique (52) is erg ontevreden met haar leven. “Het voelt alsof ik 30 jaar van mijn leven heb stilgestaan, ik voel me eigenlijk nog 25 jaar.” Door haar autisme en chronische vermoeid­ heid staat Veronique vrijwel continu onder grote stress. Sinds haar 25ste heeft zij een eigen woning. Hier is zij overdag vrijwel nooit. “Ik ben niet graag thuis want door alle geluiden kan ik amper slapen. Geluiden als de voetstappen van de bovenburen maken me al enorm gestrest. Daarom slaap ik eigenlijk altijd bij mijn ouders. Zij koken ook voor me en doen mijn boodschappen, mijn administratie en brengen me naar afspraken. Ik ben vaak te moe om dit zelf te doen. Ik ben snel vermoeid door alle stress en kan dan wel dagen slapen.” Vanwege de late diagnose van Veronique’s autisme heeft zij jaren lang de verkeerde behandeling gehad. Binnenkort wordt er een behandeling gestart en heeft zij een indicatie Beschermd wonen. Er wordt naar een passende beschermde woonvorm voor Veronique gezocht. “Ik hoop dat ik nu alsnog aan mijn leven kan beginnen.” Beschermd wonen is nodig, vermoedelijk structureel, omdat het de cliënt al jaren niet lukt om zelfstandig te wonen. De ouders zijn inmiddels op leeftijd en er moet rekening mee worden gehouden dat zij haar niet lang kunnen ondersteunen. Opvallend is dat er al zo lang geen andere vorm van ondersteuning lijkt te zijn.

Naast behandeling is er nooit iets georganiseerd om voldoening uit het leven te halen, zoals sociale contacten, werk of dagbesteding. Het kost moeite om op oudere leeftijd alsnog stappen te maken.

In veel gevallen zijn mensen in een bescherm­

sche aandoening, het bieden van heel duidelijke

de woonvorm terecht gekomen na een intensief

structuur of de wijze waarop de aanwezigheid

voortraject (opname, Maatschappelijke opvang,

en controle naar cliënten georganiseerd is.

jeugdzorg

of

ambulante

ondersteuning).

De doelgroep, en daarmee het aanbod, is ech­

Wat de cliënten op diverse locaties met elkaar

ter zeer divers. De kern van Beschermd wonen

gemeen hebben, is dat ze intensieve begelei­

is een intramurale woonvorm. De cliënt woont

ding nodig hebben bij het omgaan met hun

op een locatie waar wonen en ondersteu­

psychiatrische of psychosociale problematiek.

ning als een totaalpakket word aangeboden.

Behandeling van psychiatrische aandoeningen

De woonvormen en de eigen ruimtes verschil­

staat niet op de voorgrond; de begeleiding is

len per locatie en per aanbieder. Soms hebben

erop gericht om een zo normaal mogelijk leven

cliënten een kamer en gedeelde keuken en bad­

te leiden. Het zwaartepunt van de ondersteuning

kamer, op andere locaties hebben ze een eigen

ligt op begeleiding en structuur bij het wonen.

appartement met een gezamenlijke ruimte daar­ naast. Er zijn voorzieningen met 30 cliënten in

De afstand tussen ambulante begeleiding bin­

een gebouw en voorzieningen met drie cliënten

nen de Wmo en Beschermd wonen is momen­

in een woning. Wat de ondersteuning betreft

teel groot. Er is behoefte aan tussenvormen.

zijn er ook verschillen. Sommige voorzieningen

Deze bestaan al (in de Wmo begeleiding is veel

zijn gespecialiseerd in een bepaalde psychiatri­

mogelijk) maar vormen de uitzondering die de

20 | Beleidskader Maatschappelijk Zorg

regel bevestigt. Gemeenten, zorgaanbieders en cliënten zien kansen, maar realiseren zich dat er veel inzet en budget voor nodig is om stappen te zetten. Overlap doelgroep Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen Er is een overlap tussen de mensen in Maat­ schappelijke opvang en Beschermd wonen. Binnen Beschermd wonen verblijven ook men­ sen die vanuit de Maatschappelijke opvang zijn doorgestroomd naar Beschermd wonen. Doorstroom vanuit de Maatschappelijke opvang naar Beschermd wonen is overigens alleen mogelijk via een gemeentelijke indicatie. Bij veel daklozen bestaat ook het vermoeden dat psychi­ atrische aandoeningen een grote rol spelen bij de dakloosheid, maar dit is lang niet altijd door een arts vastgesteld. Bovendien zijn er sterke aanwijzingen dat mini­ maal 30% van de mensen in de Maatschappelijke opvang kampt met problematiek die duidt op een lichte verstandelijke beperking (LVB). Screening op zowel psychiatrie, ernstige psy­ chosociale problematiek, verslaving én LVB is dus van belang, voor een passend aanbod dat ertoe leidt dat de cliënt zo optimaal mogelijk kan participeren.

Beleidskader Maatschappelijk Zorg | 21

4. Visie op Maatschappelijke zorg Dit hoofdstuk beschrijft onze regionale visie op

willen. Stigmatisering staat participatie in de

de Maatschappelijke zorg en daaruit volgende

weg. Er is veel inzet nodig om de acceptatie

uitgangspunten voor het beleid.

van kwetsbare mensen in de buurt/wijk te borgen.

4.1 Visie Holland Rijnland

• 24 uurs bereikbaarheid van zorg is een

Het is van belang dat alle gemeenten in Holland

belangrijke voorwaarde voor zo zelfstandig

Rijnland een breed gedragen eigen lokale ver­

mogelijk thuis wonen. Het is belangrijk dat

antwoordelijkheid ervaren en een gezamenlijke

hierop vertrouwd kan worden.

visie delen op de (toekomstige) uitvoering van de

• Er is erkenning nodig voor de groep die een

Maatschappelijke zorg. De visie bouwt voort op

leven lang ondersteuning nodig heeft.

de uitgangspunten uit de OGGZ-agenda Holland

• Bij het streven naar zelfstandig wonen is er

Rijnland 2014 en de evaluatie van het Regionaal

een risico op achteruitgang. Als er een

Kompas (oktober 2014). Vertrekpunt is het advies

terugvaloptie is voor cliënten die de stap wel

van de Commissie Toekomst Beschermd wonen,

willen zetten, dan geeft dat veel rust. Een

dat de sociale inclusie van (psychisch) kwetsbare

terugvaloptie kan bestaan uit het langzaam

mensen centraal stelt. De acht randvoorwaarden

verder opbouwen van (financiële)

die Commissie benoemt (zie par. 2.2.) om tot die

verantwoordelijkheid voor het wonen, maar

gewenste sociale inclusie te komen, zijn leidend

het kan ook betekenen dat er tijdelijk een

bij de verdere uitwerking van de visie.

kamer vrij is voor het geval er behoefte is aan een paar dagen Beschermd wonen. Ook

Over deze visie is met gemeenteraden, cliënten

kan het helpen als er financiële ondersteu­

en zorgaanbieders gediscussieerd. Tijdens deze

ning is bij het zetten van deze stap.

bijeenkomsten (zie verslagen in p51- p56 van bij­

• Het sociale netwerk is belangrijk, maar kan

lage 1) werd de visie gedragen maar zijn er ook

ook uitgeput zijn. Inzet van vrijwilligers en

belangrijke kritische kanttekeningen geplaatst:

ervaringsdeskundigen kan goed werken.

• De cliënt moet centraal staan, bij de

• Flexibiliteit bij zorgaanbieders en vooral bij

transformatie van de ondersteuning moet

gemeenten zelf, kan oplossingen eerder en

alles erop gericht zijn dat de cliënt passende

sneller dichtbij brengen. Voorkomen dat

ondersteuning krijgt zonder last te hebben

iemand uit huis gezet wordt, voorkomen dat

van regionale afstemming of financiële

iemand beschermd moet wonen terwijl er

problematiek.

eigenlijk alleen een huisvestingsprobleem is,

• Eenzaamheid is misschien wel de grootste

begeleiding van ouders van kinderen met

zorg. Zorg voor een steunpunt of clustering

een beperking in plaats van alleen het kind

van mensen die elkaar kunnen steunen. En

zelf. Over de domeinen heen oplossingen

stimuleer cliënten om daar ook gebruik van

bieden is mogelijk maar gebeurt nog weinig.

te maken.

Met name daar zien alle betrokkenen veel

• De omgeving is minder tolerant dan we 22 | Beleidskader Maatschappelijk Zorg

kansen voor verbetering.

Met deze belangrijke aandachtspunten, aange­ vuld met de aanbevelingen uit de evaluatie van het Regionaal Kompas, komen we tot de volgen­ de regionale visie op de Maatschappelijke zorg in Holland Rijnland: Visie: inclusieve samenleving

Alle inwoners kunnen meedoen in de samenleving. De inwoner die (tijdelijk) proble men heeft met het zelfstandig regie voeren, kan via de Wmo ondersteuning krijgen. Lokale ondersteuning is hierbij het uitgangspunt. De ondersteuning is dichtbij, op maat en in de eigen leefomgeving. Voor de groep inwoners die niet meer zelfstandig thuis kan wonen, en waarbij ondersteuning in de eigen omgeving tekortschiet, is (tijdelijk of permanent) opvang aanwezig. Onder opvang verstaan we wonen in één van de woonvormen van een instelling. Dit is waar mogelijk een tijdelijke situatie, waarbij er gestuurd wordt op herstel en uitstroom. Het doel is om inwoners zo snel mogelijk weer deel te laten nemen aan het maatschappelijk leven, naar eigen wensen en vermogen. Het deelnemen naar vermogen in de samenleving is ook afhankelijk van de mogelijkheden van de omgeving. Aandachtspunten zijn dan ook acceptatie van de omgeving en het voorkomen van uitsluiting en vereenzaming.

4.2 Uitgangspunten voor het beleid Uit bovenstaande visie zijn de volgende uit­ gangspunten voor het beleid te herleiden (die hieronder verder worden toegelicht): 1. ondersteuning voor de doelgroep Maatschappelijke zorg is een breed gedragen lokale verantwoordelijkheid; 2. lokaal zet men in op vroegsignalering en

opvang te bevorderen; 6. de opvang is kleinschalig en zo lokaal mogelijk georganiseerd; 7. aandacht voor participatie en herstel is een uitgangspunt bij alle vormen van hulp, opvang en ondersteuning 8. de hulpverlening werkt outreachend en levert bemoeizorg waar dat nodig is.

preventie; 3. lokaal organiseert men vraaggerichte onder­

1. Breed gedragen lokale

steuning: integraal en op maat, waardoor

verantwoordelijkheid

regionaal alleen een vangnet overblijft voor

Elke

zeer specialistische of acute vormen van

le basisstructuur. De gemeente is in staat om

opvang, zorg of ondersteuning;

multiproblematiek zelf te hanteren, heeft vol­

gemeente

heeft

een

stevige

loka­

4. toegang tot ondersteuning is laagdrempe­

doende varianten van (intensieve) ondersteuning

lig, met aansluitend duidelijke richtlijnen

beschikbaar en is erop gericht om de stap naar

voor aanmelden bij (sub)regionale onder­

de Maatschappelijke opvang te voorkomen. De

steuningsvormen waarin op regionaal niveau

ambitie is dat niemand naar de Maatschappelijke

wordt samengewerkt;

opvang hoeft. Elke gemeente bepaalt daarbij of

5. eigen kracht en eigen regie, het zelfregis­

de ondersteuning lokaal of in samenwerking

serend vermogen wordt versterkt om de

met andere gemeenten wordt ingekocht en

instroom te beperken en uitstroom uit de

georganiseerd. Beleidskader Maatschappelijk Zorg | 23

Casus Jelle Bij Jelle thuis is de sfeer erg gespannen. Sinds zijn 18de heeft Jelle steeds grote conflicten met zijn moeder. Tijdens deze ruzies gebruikt zijn moeder zowel fysiek als emotioneel geweld tegen Jelle. ‘Ik word echt helemaal gek van dat mens, ze haalt echt het bloed onder mijn nagels vandaan. Als we weer eens mot hebben dan krijg ik vaak een woedeaanval en wordt alles zwart voor mijn ogen. Ik sloop regelmatig iets in huis. Daarom ben ik liever niet thuis. Soms doe ik wat vrijwilligerswerk in opvangcentra van vluchtelingen of jongeren of ik ga sporten. Dat maakt me rustig want door alles thuis ben ik vaak erg gestrest. Ik ben niet echt gelukkig en vaak zie ik het leven niet meer ‘zitten’. Door de huidige thuissituatie van Jelle is er een dreigende dakloosheid. Jelle heeft regelmatig last van depressiestemmingsklachten met mogelijk een Posttraumatische Stress Stoornis en persoonlijkheidsproblematiek. Het is dus een zeer kwetsbare jongeman met een voorgeschiedenis van fysieke en emotionele verwaarlo­ zing en mishandeling. ‘Ondanks dat het nu zo slecht met me gaat hou ik vol. Het liefst wil ik beschermd wonen zodat ik mijn eigen plekje vind en mijn leven kan opbouwen’. Uiteindelijk biedt beschermd wonen een tijdelijke oplossing, aangezien Jelle geen intensieve begeleiding nodig heeft.

Eigenlijk heeft hij vooral een huisvestingsvraag en kan de gemeente hem helpen door daarnaast integraal met hem te kijken wat er financieel en aan ondersteuning nodig is. Jelle heeft zijn psychiatrische problemen mogelijk ontwikkeld vanuit de bijzonder stressvolle situatie thuis. Hij houdt zich goed staande, maar kan het niet allemaal alleen. Door gebrek aan steun vanuit huis en vanwege zijn leeftijd, heeft hij niet de financiële middelen om zelf huis­ vesting te vinden. Maar eigenlijk zou hij het met een rustige kamer en ambulante ondersteu­ ning kunnen redden. Omdat dat nu niet goed geregeld is, ziet men eigenlijk alleen Beschermd wonen als mogelijkheid om tot rust te komen. Door het creëren van meer (on)zelfstandige betaalbare woningen en passende ondersteuning thuis, hoeven mensen als Jelle geen aan­ spraak te maken op een dure, specialistische plek binnen Beschermd wonen.

2. Lokaal inzetten op vroegsignalering en

ren aan de voorkant betekent ook het leveren

preventie

van ondersteuning passend bij de specifieke situ­

Vroegsignalering en preventie zijn belangrijke

atie van de inwoner en niet gericht op aanbod.

voorwaarden om zware (en wellicht onnodige)

Kennis en herkenning van de doelgroep in alle

opvang en ondersteuning te voorkomen. Onder

wijkteams of Wmo- loketten in elke gemeen­

preventie verstaan we onder meer ambulante

te zijn hierbij onontbeerlijk. Het streven is dat

begeleiding op maat.

alle professionals alert zijn op signalen van multi­ problematiek, zorgmijders en GGZ-problematiek.

Vroegsignalering vraagt om kennis bij professio­

Zij vragen advies of ondersteuning bij speci­

nals en burgers om te herkennen waar iets mis

alistische hulpverlening en schakelen deze zo

gaat en te weten wat er moet gebeuren om esca­

nodig in.

latie van een situatie te voorkomen. Het investe­

24 | Beleidskader Maatschappelijk Zorg

Casus Sjaak1 Sjaak werkt in een magazijn en heeft een lichte psychiatrische stoornis. Met ambulante bege­ leiding lukt het hem zelfstandig te wonen. Een woonbegeleider bezoekt hem twee keer per week in zijn huurwoning voor een individueel gesprek waarin aandacht wordt besteed aan werk, sociale contacten en behoeften op het gebied van zorg. Hiernaast beheert hij de finan­ ciën en zorgt hij ervoor dat alle rekeningen op tijd worden betaald. Door deze begeleiding kan Sjaak in zijn eigen woning blijven wonen. Door te voorkomen dat Sjaak dakloos wordt, zijn op verschillende domeinen kosten bespaard. Op het domein wonen worden bijvoorbeeld uitgaven voor huisuitzetting en het afsluiten van nutsvoorzieningen voorkomen. Huisuitzetting zal waarschijnlijk betekenen dat hij tevens zijn baan verliest en een beroep moet doen op een uitkering. Indien Sjaak na een periode van dak­ loosheid weer een stabiele woonsituatie krijgt, moeten mogelijk kosten worden gemaakt om hem te re-integreren op de arbeidsmarkt. Hiernaast brengt het leven op straat kosten mee op de domeinen zorg (nachtopvang) en veiligheid. Zo is de kans reëel dat Sjaak als dakloze over­ last zal geven. Dit brengt o.a. kosten voor politie en justitie mee. Ook is te verwachten dat hij door het ongezonde leven op straat meer medische kosten zal maken en een beroep zal doen op allerlei (crisis)behandelingen.

Door maximale inzet op vroegsignalering en preventie blijft Sjaak persoonlijk leed bespaard en voorkomt de gemeente hoge kosten op andere domeinen.

1

Bron: Kosten en baten van Maatschappelijke Opvang, Cebeon 2011, blz. 21.

3. Lokale en vraaggerichte ondersteuning:

en doorontwikkeling van bestaande doelmatige

integraal en op maat

werkwijzen, kan voorkomen dat mensen de stap

Vanuit het principe ‘1 huishouden 1 plan’ wer­

naar de Maatschappelijke opvang alsnog moe­

ken gemeenten samen met de cliënt, zijn of haar

ten zetten. Soms is bijvoorbeeld ondersteuning

sociale netwerk, professionals en maatschappe­

op inkomen, in de vorm van budgetbeheer en/

lijke organisaties om resultaten voor de cliënt te

of extra huursubsidie, voldoende om een huis­

bereiken. Formele en informele ondersteuning

uitzetting te voorkomen. Ook kan clustering

vormen een afgestemd geheel. Het gaat om

van meerdere cliënten op een locatie gewenst

een goede aansluiting tussen de verschillende

zijn, zowel vanuit efficiency bij het organi­

leefdomeinen om op maat en modulair oplos­

seren van de zorg als vanuit de optiek van de

singen te bieden in de thuissituatie.

cliënt, die behoefte kan hebben aan contact met huisgenoten.

Met de uitbreiding van de gemeentelijke verant­ woordelijkheid in het sociale domein heeft elke gemeente meer mogelijkheden om mensen met multiproblematiek te ondersteunen. Hier effi­ ciënte en effectieve werkwijzen op ontwikkelen

Beleidskader Maatschappelijk Zorg | 25

Een deel van de mensen heeft een leven lang

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=88a9e164-9854-4dd3-8647-1179488db3b8