Beantwoording vragen D66 en PvdA Woonvisie
Tekst van het document
Technische vragen Woonvisie geagendeerd voor behandeling in de raad van 15 december 2020
Vragen van de fractie D66 m.b.t. het raadsvoorstel tot het vaststellen van de Woonvisie .
1.
In de voorgestelde woningdifferentiatie wordt 70% van het nieuwe aanbod gereguleerd tot een max koopprijs van € 325.000, -. Vier vragen:
a.
Herkent u het risico dat nieuwe woningbouwinitiatieven achter zullen blijven als gevolg van een (te) beperkt rendement op de ontwikkeling?
Antwoord: Uit het woonbehoeftenonderzoek komt naar voren dat er vooral t ekorten zijn in het sociale en betaalbare segment. Er is noodzaak om woningen toe te voegen in deze segmenten en daarmee de druk op de woningmarkt te verlichten. Daarbij gaat het om realisme. De voorgestelde segmentering (met mogelijkheden in het middenhuur- en betaalbare koopsegment tot € 325000) de ontwikkelaars voldoende mogelijkheden biedt. Zoals ook blijkt uit de toelichting op de aanpassingen is de prijsgrens van €200.000 verhoogd naar € 325.000. Een aanpassing die ten goede komt aan de uitvoering en het realisme in de programmering. b.
Herkent u het risico dat het gat tussen middelduur (max € 325.000, - en duur (€ 800.000, -- ?) in nieuwe woningbouwontwikkelingen erg groot wordt omdat ontwikkelaars zullen trachten toch een redelijk rendement te behalen op de totale ontwikkeling?
Antwoord: Zoals al toegelicht onder 1a blijkt uit het WBO dat vooral ingezet wordt op het sociale en middendure segment. Om het totaalprogramma realistisch en uitvoerbaar te houden is geen extra categorie toegevoegd om niet boven de 70% verplichte segmentering uit te komen. Bij de realisatie van projecten is het rendement niet alleen afhankelijk van de VONprijs, maar ook van zaken zoals de afzetbaarheid van de woningen, opbrengsten per m2, snelheid van realisatie, locatie en risico-aanvaarding. c.
Herkent u het risico dat - nu de categorie tot € 200.000,- is vervallen - de woningen binnen dit segment goedkoop en middelduur tegen dit koopprijsmaximum aangeboden gaan worden?
Antwoord: Elke grens zal altijd nieuwe vragen opleveren. Maar in de huidige Noordwijkse woningmarkt is een woning tot € 200.000 niet marktconform te realiseren. Vooruitlopend op de verhoging in het Besluit ruimtelijke ordening en daarbij ook rekening houdend met het gewenste realisme (zie beantwoording vraag 1a), is ervoor gekozen om de grens te verhogen. d.
Hoe staat u tegenover het voorstel van D66 om meer ruimte maken tussen goedkoop en middelduur door toevoeging van een nieuwe categorie middelduur bijvoorbeeld tussen € 250.000,- en € 450.000,- waarbij de categorie goedkoop wordt begrensd op € 250.000,--.
Antwoord: Zie hiervoor een de beantwoording van de vragen 1a en 1c. Gezien de financiële haalbaarheid van de totale businesscase van de Woonvisie raden wij dit af.
2.
Graag ontvangen wij een vergelijkend overzicht van de voorgeschreven woningdifferentiaties in de regiogemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen. Zo heeft Lisse onlangs een nieuw beleid opgesteld. Hoe ziet dat er uit? Antwoord: Voor zover nu te achterhalen uit openbare bronnen ziet het overzicht er als v olgt uit.
1
WOONVISIE
SOCIAAL
OVERIG
TEYLINGEN
30%
35% betaalbare koop tot €310.000 en / of middenhuur tot €1000
LISSE
25%
35% betaalbare koop tot €310.000 en / of middenhuur tot €1000
HILLEGOM
25%
35% betaalbare koop tot €250.000 en / of middenhuur tot €1000
3.
De beantwoording van de licht kritische inspraakreacties 13 en 14 is naar ons gevoel ontoereikend en onbevredigend. Ken deze beantwoording worden herzien? Antwoord: De beantwoording is kort daarom merken wij het volgende expliciet dat de urgentie die de indiener aan de orde stelt wordt herkend. Ons antwoord kan worden aangemerkt als een erkenning hiervan, waarbij is aangevuld dat de woonvisie in de uitvoering nog concreet gestalte moet krijgen.
4.
De diverse inspraakreacties vragen een grotere inspanning ten aanzien van sociale woningbouw. Hoe staat het college tegenover het voorstel van D66 om voor Bronsgeest opnieuw uit te gaan van 40% woningbouw om het tekort in dit segment enigszins te compenseren? Antwoord: Dit is een apart vraagstuk dat losstaat van het algemeen geformuleerde beleid in de woonvisie. Hierover kan worden opgemerkt dat het naar boven bijstellen van het aandeel sociale woningen niet past binnen de bouwclaimafspraken . Naar de mogelijkheden wordt bij de uitwerken van de plannen gekeken.
5.
Het college had ons toegezegd om deze maand (december) meer informatie te verstrekken over de voortgang met betrekking tot de bouwplannen van Achmea/Zilveren Kruis en het ontwerp bestemmingsplan voor Bronsgeest. HGraag vernemen wij de actuele stand van zak en op deze twee dossiers. Antwoord: Momenteel worden er gesprekken gevoerd en over de uitkomst hiervan zullen wij u zo spoedig mogelijk informeren.
6.
Welke opvolging heeft het college inmiddels gegeven aan de raadsmotie over het Aanjaagteam voor de woningbouw? Antwoord: Met het aanjaagteam van het Rijk heeft de gemeente enige tijd geleden, samen met woningstichting Stek, een concrete Noordwijkse casus mbt tijdelijke woningen besproken die thans aan de provincie is voorgelegd voor becommentariëring. Er wordt dus gebruik gemaakt van dit aanbod. Daarnaast is er afgelopen zomer met de provincie contact geweest over een eventuele bijdrage, in de vorm van projectleiding, voor in dit geval Bronsgeest. De status van dit project voldeed niet aan de voorwaarde n. Desgevraagd heeft men zeer recent laten weten dat er in april 2021 een nieuwe regeling komt die bovendien iets ruimer is. Wij zullen ons dan opnieuw melden voor ondersteuning bij de Noordwijkse woningbouwprojecten.
7.
Naar aanleiding van de inspraakreactie van Bever Holding, graag helderheid over de maximale termijn gedurende welke sociale huurwoningen, in particulier eigendom, voor de doelgroep behouden kunnen worden. Antwoord: In het Bro is een minimale instandhoudingstermijn van 10 jaar voor sociale huurwoningen opgenomen. In de doelgroepenverordening kan de gemeente een langere termijn bepalen. In Noordwijk is deze vastgesteld op minimaal 30 jaar bepaald.
8.
Is het college bereid om “het faciliteren” van de doelgroep voor Tiny Houses te versterken d oor samen met hun vertegenwoordigers te bezien welke locaties beschikbaar kunnen komen? Antwoord: Niet ter discussie staat dat plekken om te kunnen wonen, ongeacht de woonvorm, schaars zijn. Ten aanzien van initiatieven zoals de tiny houses hebben wij al aangegeven te faciliteren. Het aanbieden van gemeentelijke gronden past hier niet bij omdat dit ten koste gaat van onze gepresenteerde plannen. Op incidentele basis hebben wij inmiddels kunnen assisteren. Mocht het zo zijn dat de initiatiefnemers zelf gronden verwerven dan zal de gemeente vanuit haar publiekrechtelijke taken de aanvraag met een positieve grondhouding in behandeling nemen.
Vragen van de fractie PvdA m.b.t. het raadsvoorstel tot het vaststellen van de Woonvisie. Gister aan het eind van het RTG werd, door het ontbreken van een tweede termijn, afgesproken dat we nog niet beantwoorde vragen per mail konden doorgeven. Hierbij onze resterende vragen:
1.
Gezien het beleid in de afgelopen periode is het vooruitlopend op de uitkomst van het Holland Rijnland onderzoek aannemelijk dat er woonwagenstandplaatsen extra gecreëerd zullen moeten worden in onze gemeente. Kan het college een datum benoemen waarop deze plekken gerealiseerd kunnen worden? Antwoord: Wij kunnen geen realisatiedatum geven, wij wachten op de rapportage van Holland Rijnland.
2.
Hoe gaat u borgen dat er binnen het middensegment koopwoningen niet alleen tegen de bovengrens van 325.0000/344.000 gebouwd gaat worden? Welke verdeling binnen dit segment streeft u na? Is het niet verstandig hier vooraf afspraken over vast te leggen in de woonvisie? Antwoord: De fractie van D66 heeft een vrijwel identieke vraag gesteld. Voor het antwoord hiervan verwijzen wij u naar vraag 1a en 1c.
3.
Binnen de 70% betaalbaar wordt de mogelijkheid benoemd in de woonvisie dat bij een groter aandeel sociale huur dit in mindering gebracht kan worden op het aandeel middenhuur. Begrijpen we goed dat uitruil andersom geen optie is, dus een groter aandeel middenhuur ten koste van het aandeel sociale huur? Antwoord: Ja, uw constatering klopt.