CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

B1 Aanbevelingen Dierenbescherming Dierenwelzijnsbeleid

Commissie Welzijn 2 juli 2025, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Nota en verordening Dierenwelzijn1.276 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanbevelingen Dierenbescherming Dierenwelzijnsbeleid Totaal 58 aanbevelingen Geen bestuurlijke ambities op dit moment vanuit de raad. Kernaanbevelingen Aanbeveling 1.1: Stel diervriendelijk beleid op en legt dit vast in een Nota Dierenwelzijn. Aanbeveling 1.2: Benoem een wethouder dierenwelzijn, die verantwoordelijk is voor dierenbeleid en dierenwelzijn waarborgt. Aanbeveling 1.3: Zorg voor voldoende ambtelijke capaciteit om de ambities op het gebied van dierenwelzijn te borgen. Dieren in nood Aanbeveling 2.1: Maak goede afspraken met dierenopvangcentra en ambulancediensten over de opvang en het vervoer van dieren en verstrek een kostendekkende vergoeding. Gebruik hiervoor bij voorkeur het dienstverleningsoverzicht van de Dierenbescherming. Aanbeveling 2.2: Faciliteer het maken van afspraken tussen hulpdiensten en dierenopvangcentra over de opvang van huisdieren in geval van een (gedwongen) opname, arrestatie of huiselijk geweld Aanbeveling 2.3: Zorg voor financiële ondersteuning voor opvang en vervoer van in het wild levende dieren. (eerdere aangevraagde subsidies: De Dierenhoeve, vereniging voor natuur- en vogelbescherming Noordwijk, postduivenvereniging Steeds Sneller, Noordwijkse reddingsbrigade) Aanbeveling 2.4: Start een publiekscampagne zodat inwoners weten wat ze moeten doen als ze wilde dieren in nood aantreffen.

Aanbeveling 2.5: Sluit een contract af met opvangcentra en ambulances voor de dierenhulp binnen de gemeente.

Aanbeveling 2.6: Verleen waar nodig een ontheffing aan de dierenambulance voor het medegebruik van bus- en trambanen en voorzie in de benodigde parkeervergunningen. Aanbeveling 2.7: Neem in het rampen(bestrijdings)plan een passage op over de hulp aan dieren. Aanbeveling 2.8: Maak afspraken met de veiligheidsregio en het crisisteam over dierennoodhulp. Aanbeveling 2.9: Maak bij het opstellen van beleid rond dierennoodhulp gebruik van het dienstverleningsoverzicht van de Dierenbescherming.(overzicht niet vindbaar online) Gezelschapsdieren Aanbeveling 3.1: Zorg voor voorlichting over het houden van huisdieren om dierenleed te voorkomen. Aanbeveling 3.2: Geef op de gemeentelijke website voorlichting over regelgeving en het diervriendelijk houden van hobbydieren. Aanbeveling 3.3: Zorg dat hobbydierhouders een schuilgelegenheid/-stal kunnen bouwen.(houdt onze regelgeving dit nu tegen?) Aanbeveling 3.4: De gemeente informeert en faciliteert sociale hulpverleners om te signaleren en te acteren bij verminderd dierenwelzijn. Aanbeveling 3.5: Zorg dat mensen met een laag inkomen goed voor hun huisdier kunnen zorgen. Stel vergoedingen voor medische kosten beschikbaar in het kader van het minimabeleid of de Bijzondere bijstand. Aanbeveling 3.6: Ondersteun het project Dierenbuddy door een financiële bijdrage en promotie binnen het sociale domein.

Aanbeveling 3.7: Neem actief deel aan ‘chip je kat’-acties met financiering, publiekscommunicatie en afstemming met betrokken partijen. Aanbeveling 3.8: Zorg voor een goede registratie van meldingen met betrekking tot overlast, verwaarlozing en mishandeling van dieren.

Aanbeveling 3.9: Stel hondenbeleid op waarin het welzijn van de hond centraal staat. Heb daarbij onder andere aandacht voor voorzieningen voor honden. Aanbeveling 3.10: Indien hondenbelasting wordt geïnd, gebruik deze dan om de openbare voorzieningen voor honden te verbeteren. Aanbeveling 3.11: Registreer bijtincidenten en stel een protocol op dat wordt ingezet en gecommuniceerd in geval van een bijtincident. Aanbeveling 3.12: Zet in op het voorkomen van bijtincidenten door voorlichting over het houden van honden en het stimuleren van het volgen van hondencursussen- en trainingen samen met gespecialiseerde partijen Aanbeveling 3.13: Gebruik de mogelijkheden binnen de Wet aanpak woonoverlast om op basis van stank- en geluidsoverlast in te grijpen als het welzijn van huisdieren in gevaar is. Dieren ter vermaak Aanbeveling 4.1: Hanteer een voorkeursbeleid voor evenementen zonder dieren. Aanbeveling 4.2: Hanteer een voorkeursbeleid voor circussen zonder dieren Aanbeveling 4.3: Sta alleen kerststallen zonder levende dieren toe. Indien het gebruik van dieren toch wordt toegestaan, dan alleen onder strenge voorwaarden voor huisvesting en verzorging. Aanbeveling 4.4: Maak de organisatie van evenementen met dieren, zoals levende kerststallen, struisvogelraces, roofvogelshows en paardenmarkten lastiger door via de APV aanvullende voorwaarden te stellen.

Aanbeveling 4.5: Gebruik bij het afgeven van een vergunning voor een paardenmarkt het door de Raad van Dierenaangelegenheden aangescherpte protocol voor paardenmarkten. Aanbeveling 4.6: Stel een informatief en educatief programma als voorwaarde bij financiële steun aan een dierentuin. Aanbeveling 4.7: Sta het oprichten en beheren van een kinder- of stadsboerderij of hertenkamp slechts onder bepaalde voorwaarden toe, waaronder het uitsluitende

gebruik van bekende hobbydieren. Zie erop toe dat het welzijn, de gezondheid en lichamelijke integriteit van de dieren zijn gewaarborgd. Aanbeveling 4.8: Maak bij voorkeur gebruik van de intentieverklaring voor dierenwelzijn op kinderboerderijen als basis voor de eigen afspraken met partijen. Landbouwdieren Aanbeveling 5.1: Draag actief bij aan de transitie richting een toekomstbestendige veehouderij en sluit daarbij aan bij het beleid van EU, Rijk en provincies. Aanbeveling 5.2: Leg ambities met betrekking tot verduurzamen van de veehouderij binnen gemeentegrenzen vast in beleid Aanbeveling 5.3: Pak vraagstukken in de veehouderij - op het gebied van milieu, dierenwelzijn, volksgezondheid en de sociaaleconomische positie van de boer – zoveel mogelijk integraal aan. Aanbeveling 5.4: Begeleid veehouders die willen stoppen en faciliteer hen hierbij. Aanbeveling 5.5: Ondersteun veehouders die blijven bij de omschakeling naar een duurzamere en diervriendelijkere manier van veehouderij bedrijven. Aanbeveling 5.6: Zet waar mogelijk in op het vergroten van de afzet van duurzaam en diervriendelijk geproduceerde producten. Aanbeveling 5.7: Hanteer vanuit een voorbeeldfunctie een inkoopbeleid dat uitsluitend gericht is op duurzaam en diervriendelijk geproduceerde producten In het wild levende dieren Aanbeveling 6.1: Sta jacht op gemeentegronden niet toe.

Aanbeveling 6.2: Voorzie inwoners van informatie over dieren in hun omgeving. Aanbeveling 6.3: Neem waar mogelijk als alternatief voor het doden van dieren, diervriendelijke maatregelen ten behoeve van het voorkomen van schade en verkeersongevallen binnen de gemeente.

Aanbeveling 6.4: Geef informatie aan burgers over diervriendelijke manieren van het beperken van schade en leg daarbij de nadruk op preventieve maatregelen. Aanbeveling 6.5: Bied financiële ondersteuning aan de TNR-methode om te zorgen dat verwilderde kattenpopulaties niet verder uitbreiden en uiteindelijk afnemen. Aanbeveling 6.6: Verpacht geen (vis)water aan hengelsportverenigingen. Aanbeveling 6.7: Organiseer samen met natuur- en dierenbeschermingsorganisaties voorlichting over de leefwijze en gedrag van vissen. Aanbeveling 6.8: De gemeente zorgt ervoor dat diegenen die ruimtelijke ingrepen doen of hierbij betrokken zijn, goed op de hoogte zijn van de geldende gedragscode en volgens deze gedragscode werken. Een regelmatige evaluatie en controle in het veld maken hier onderdeel van uit. Aanbeveling 6.9: De gemeente treft bij ruimtelijke ingrepen zo veel mogelijk compenserende en/of mitigerende maatregelen, waardoor schade aan flora en fauna verder worden beperkt. Aanbeveling 6.10: Besteed in het bestemmingsplan aandacht aan soortenbescherming Aanbeveling 6.11: Inventariseer altijd voorafgaand aan kap- en snoeiwerkzaamheden of er broedende vogels of jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn.

Aanbeveling 6.12: Neem in het eigen groenbeleid op dat er geen snoei- en kapactiviteiten plaatsvinden van tenminste 15 maart tot en met 15 juli Aanbeveling 6.13: Neem verkeersmaatregelen op wegen en in goten in eigen beheer met het oog op het beschermen van dieren in het wild. Aanbeveling 6.14: Verplicht de baggeraar contractueel om preventieve maatregelen te nemen die leed ten aanzien van vissen en andere dieren in de sloot voorkomen, bij het geven van een opdracht tot het droogleggen of uitbaggeren van een sloot.

Aanbeveling 6.15: Gebruik geen gif ter bestrijding van ongewenste kruidengroei en geef prioriteit aan natuurontwikkeling door bijvoorbeeld de aanleg van bloemrijke bermen, plaatsing van nestkasten of het creëren van ecologische infrastructuur. Aanbeveling 6.16: Leg een integrale visie op openbaar groen voor de langere termijn vast in bijvoorbeeld een natuurontwikkelingsplan of groenstructuurplan Aanbeveling 6.17: Pas de ambities voor natuurinclusief bouwen integraal toe in de eigen bouwprojecten. Aanbeveling 6.18: Stimuleer en ondersteun bewoners bij het nemen van natuur-, insect- en diervriendelijke maatregelen rondom hun woning door voorlichting, subsidieverstrekking en actieve deelname aan (landelijke)projecten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=bbb0a2da-02de-4479-a775-e09c353d38fd