B Bijlage 2 Eenzaamheid Noordwijk - GGD Hollands Midden
Tekst van het document
Bijlage 2 Cijfers over eenzaamheid in Noordwijk Opgesteld door Hecht (GGD Hollands Midden)
Bronnen In de onderstaande analyse is een onderscheid gemaakt tussen eenzaamheid bij volwassenen en ouderen enerzijds en bij jeugd anderzijds. De reden voor dit onderscheid is gelegen in de bronnen van de data. Deze zijn de Gezondheidsmonitor Volwassenen (18-64 jaar) en Ouderen (65+) en de Gezondheidsmonitor Jeugd. In de Gezondheidsmonitor Volwassen en Ouderen is eenzaamheid gemeten aan de hand van de eenzaamheidsschaal van De Jong-Gierveld (van Tilburg & de Jong Gierveld, 1999). Deze vragenlijst bestaat uit elf uitspraken over sociale, emotionele en ernstige eenzaamheid. Eenzaamheid bij jeugd is gemeten door ze vragen te stellen of zij zich de laatste 4 weken en/of het afgelopen jaar wel eens eenzaam hebben gevoeld.
Volwassenen & ouderen Samenvatting In Noordwijk voelt 8% van de inwoners van 18 jaar en ouder zich ernstig eenzaam: 8% van de 18-64 jarigen en 7% van de 65-plussers. Dit percentage ligt iets onder het percentage ernstig eenzame in Hollands Midden (9%). Als we naar de trend van ernstig eenzaamheid kijken zien we bij zowel de 1864 jarigen als de 65-plussers een toename tussen 2009 en 2016, maar is het percentage gedaald in 2020. Sociale eenzaamheid Eenzaamheid is onder te verdelen in sociale en emotionele eenzaamheid. Bij sociale eenzaamheid is het aantal of de kwaliteit van sociale relaties minder dan gewenst; 23% van de inwoners in Noordwijk van 18 jaar of ouder voelt zich sociaal eenzaam. In Hollands Midden is dit 26%. Voor 18-64 jarige is het percentage sociale eenzaamheid gedaald van 27% in 2016 naar 24% in 2020. Voor 65-plussers is het percentage ongeveer gelijk gebleven (van 31% in 2016 naar 30% in 2020).
Emotionele eenzaamheid Mensen die emotioneel eenzaam zijn missen intimiteit in persoonlijke relaties. Dit geldt voor 26% van de inwoners in Noordwijk en 27% van de inwoners in Hollands Midden. Voor 18-64 jarige is het percentage emotionele eenzaamheid gestegen van 18% in 2016 naar 25% in 2020. Voor 65-plussers is het percentage ongeveer gelijk gebleven (van 21% in 2016 naar 20% in 2020). Ernstige eenzaamheid 1
Tot 85 jaar schommelt het percentage inwoners dat ernstig eenzaam is rond de 9%, daarna stijgt het percentage. Sociale eenzaamheid stijgt met oplopende leeftijd, terwijl emotionele eenzaamheid daalt met oplopende leeftijd (tot 69 jaar). Vanaf 70 jaar stijgt het percentage ouderen dat zich emotioneel eenzaam voelt snel. Ernstige eenzaamheid en emotionele eenzaamheid komen vaker voor bij vrouwen. Mannen daarentegen zijn vaker sociaal eenzaam. Bijna een kwart van de ernstig eenzame inwoners in Hollands Midden (23%) heeft een hoog risico op een angststoornis of depressie, dit is veel vaker dan inwoners die niet ernstig eenzaam zijn (3,5%). Inwoners die ernstig eenzaam zijn, zijn ook minder vaak vitaal (55% tegen 88%), hebben vaker in het afgelopen jaar aan suïcide gedacht (25% tegen 4,6%) en ervaren de gezondheid vaker als slecht (9% tegen 1,6%). Risicogroepen Opleidingsniveau Ernstige eenzaamheid komt veel vaker voor bij mensen die geen opleiding hebben gevolgd of alleen basisonderwijs afgerond hebben (18%) als bij mensen die een hbo-of wo- opleiding hebben afgerond (8%). Inwoners met een mavo of lbo opleiding zijn ook iets vaker ernstig eenzaam (11%). Migratieachtergrond Inwoners met een Nederlandse achtergrond zijn minder eenzaam dan inwoners met een westerse of niet-westerse migratieachtergrond.
Ernstige eenzaamheid komt ruim twee keer zo vaak voor bij inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond (19%) als bij inwoners met een Nederlandse etniciteit (8%). Van de inwoners met een westerste migratie achtergrond is 12% ernstig eenzaam. Samenstelling huishouden Van de 18 t/m 64 jarigen in Hollands Midden is 9% ernstig eenzaam. Het percentage eenzame 18 t/m 64 jarigen is het hoogst bij alleenstaanden, van hen is bijna één op de vijf ernstig eenzaam (18%). Ook alleenstaande ouders zijn relatief vaak eenzaam (13%). Gezinsleden die samen wonen met hun partner (7%) en/of kinderen (6%) zijn juist minder vaak eenzaam. Van de 65-plussers in Hollands Midden is 9% ernstig eenzaam. Bij gehuwde 65-plussers is het percentage ernstig eenzamen het laagst (6%) en bij gescheiden 65-plussers het hoogst (18%). Van de inwoners die nooit gehuwd zijn geweest is 17% ernstig eenzaam en van de weduwen/weduwnaars 16%. Het CBS geeft aan dat het aantal eenpersoonshuishoudens in de toekomst flink gaat toenemen, mede doordat ouderen langer thuis blijven wonen. Ook in onze regio (Hollands Midden) neemt het aantal alleenstaande ouderen de komende tijd toe. Met deze ontwikkeling in het vooruitzicht is het belangrijk dat gemeenten anticiperen op het behouden en stimuleren van een veilige en prettige sociale omgeving voor ouderen.
Meer dan een derde (36%) van de alleenstaande ouderen is sociaal eenzaam. Arbeidsparticipatie Van de 18 t/m 64 jarigen die werkloos, arbeidsongeschikt zijn of leven in de bijstand is ruim een kwart ernstig eenzaam (26%). Bij huisvrouwen/huismannen is dit percentage een stuk lager (14%), maar nog altijd hoger dan bij inwoners met betaald werk (7%).
2
Moeite met rondkomen Dat geld een rol speelt, blijkt wel uit het feit dat van ouderen die aangeven niet rond te kunnen komen 53% sociaal eenzaam is. Naarmate inwoners van 18 jaar en ouder meer moeite hebben met rondkomen, komt eenzaamheid vaker voor. Van de inwoners met enige of grote moeite om rond te komen is ruim een vijfde ernstig eenzaam (21%). Van de inwoners die geen enkele moeite hebben met rondkomen is 8% ernstig eenzaam.
Jeugd Samenvatting In Noordwijk heeft 9% van de leerlingen zich vaak tot altijd eenzaam gevoeld in de laatste 12 maanden. Meisjes geven voelen zich twee keer zo vaak eenzaam dan jongens (12% van de meisjes en 6% van de jongens). In Hollands Midden heeft 12% van de leerlingen zich vaak tot altijd eenzaam gevoeld in de afgelopen 12 maanden, 7% van de jongens en 17% van de meisjes. Samenhang met gezondheid en genotsmiddelen gebruik Er zijn sterke verbanden tussen eenzaamheid en lichamelijke-, psychosociale gezondheid en genotmiddelen. Helaas is het met de data van de gezondheidsmonitor jeugd niet mogelijk om oorzaak en gevolg van elkaar te onderscheiden. Lichamelijke gezondheid Leerlingen die vaak of altijd eenzaam zijn, worden acht keer zo vaak beperkt door een aandoening of beperking, zijn drie keer zo vaak jonge mantelzorger en ervaren bijna vier keer zo vaak hun gezondheid als ‘gaat wel’ of ‘zeer slecht’ als leerlingen die nooit tot soms eenzaam zijn. Leerlingen die vaak of altijd eenzaam zijn, geven drie keer zo vaak aan (zeer) vaak slaapproblemen te hebben en sporten minder vaak wekelijks bij een club, sportschool of vereniging dan leerlingen die nooit tot soms eenzaam zijn. Psychische gezondheid Leerlingen die vaak tot altijd eenzaam zijn, scoren ook ongunstiger op andere psychische indicatoren.
Leerlingen die eenzaam zijn, voelen zich elf keer zo vaak (zeer) ongelukkig, hebben bijna zeven keer zo vaak regelmatig suïcide gedachten en hebben vier keer zo vaak psychische klachten. Ook zijn leerlingen die vaak tot altijd eenzaam zijn drie keer zo vaak onvoldoende weerbaar, hebben zij drie keer zo vaak een risico op problematisch social mediagebruik, worden ze vijf keer zo vaak regelmatig gepest op school en zijn ze twee keer zo vaak gestrest als leerlingen die nooit tot soms eenzaam zijn. Genotmiddelen Leerlingen die vaak tot altijd eenzaam zijn, lijken ook vaker genotmiddelen te gebruiken dan leerlingen die nooit tot soms eenzaam zijn. Leerlingen die eenzaam zijn, hebben iets vaker ooit alcohol gedronken en ruim twee keer zo vaak ooit gerookt dan leerlingen die nooit tot soms eenzaam zijn. Daarnaast hebben leerlingen die vaak tot altijd eenzaam zijn twee keer zo vaak ooit softdrugs gebruikt en ruim drie keer zo vaak harddrugs gebruikt ten opzichte van leerlingen die niet tot soms eenzaam zijn. Risicogroepen Opleidingsniveau Het percentage leerlingen dat zich de afgelopen twaalf maanden vaak tot altijd eenzaam heeft
3
gevoeld is hoger bij leerlingen op de havo (14%), dan bij leerlingen op het vmbo-bk (11%), vmbo-gt (13%) en het vwo (11%). Samenstelling huishouden Leerlingen die bij beide ouders samen wonen geven minder vaak aan zich vaak tot altijd eenzaam te voelen (11%) ten opzichte van leerlingen in andere gezinssituaties. Zo geeft 29% van de leerlingen die alleen of op zichzelf wonen aan zich vaak tot altijd eenzaam te voelen. Voor leerlingen die bij hun vader of moeder en nieuwe partner wonen en leerlingen die afwisselend bij vader of moeder wonen is dit respectievelijk 19% en 16%. Voor leerlingen wonend in een eenoudergezin is dit 15%. Migratieachtergrond 18% van de leerlingen die zich niet-Nederlands voelen, heeft zich de afgelopen twaalf maanden vaak tot altijd eenzaam gevoeld. Leerlingen die zich alleen Nederlands voelen, hebben zich juist minder vaak zeer eenzaam gevoeld, namelijk 12%. Van de leerlingen die zich Nederlands en westers voelen geeft 15% aan zich vaak tot altijd eenzaam te voelen. Bij leerlingen die zich Nederlands en nietwesters voelen is dit 12%. Moeite met rondkomen Leerlingen die thuis moeite hebben met rondkomen hebben vaker aangegeven zich zeer eenzaam te voelen in de afgelopen twaalf maanden (34%) ten opzichte van leerlingen die thuis geen moeite hebben met rondkomen (11%).
Bijna een op de vijf leerlingen met een laag welvaartsniveau heeft zich vaak tot altijd eenzaam gevoeld (19%), tegenover 13% van de leerlingen met een gemiddeld welvaartsniveau. Minder leerlingen met een hoog welvaartsniveau hebben zich vaak zeer eenzaam gevoeld de afgelopen twaalf maanden, namelijk 10%.
Literatuur van Tilburg, T. G., & de Jong Gierveld, J. (1999). Reference standards for the loneliness scale. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, 30(4), 158–163.
4