Antwoorden feitelijke vragen PvdA over begroting GR KDB 17 juni 2024
Tekst van het document
1. er was bij het opstellen van de begroting onzekerheid over het bijstellen van de specifieke uitkering in de meicirculaire aan de inflatie (491.000 voor '24 en 1.370.000). Is dit in de meicirculaire inderdaad wel bijgesteld en wordt dit dan nog verwerkt in de begroting? Zo ja, wat zijn de consequenties? Reactie: In de meicirculaire is deze bijstelling zoals verwacht gedaan en daarbij is een structureel extra bedrag opgenomen van € 1.140.000 voor 2024 en € 1.120.000 voor 2025. Aangezien dit hoger is dan de voorzichtig geprognotiseerde bedragen in begroting is een aanpassing van de begroting niet nodig. Deze extra bedragen leiden tot een overschot op de Wsw voor de gemeenten. 2. wat is de som/berekening die ten grondslag ligt aan de netto begeleidingskosten WSW, beschut en DGI? Voor beschut en DGI neemt deze niet (sterk) toe, voor Wsw wel, wat is de verklaring? Hoe komt het dat dit over de jaren (ook in de jaarrekening) zo sterk wisselt? De Wsw doelgroep is toch niet plots zo sterk veranderd? Reactie: De berekening van de begeleidingskosten wordt per werksoort(afdeling) vastgesteld en is het netto bedrag van omzet minus de totale kosten van de afdeling. Sommige afdelingen hebben hoger verdienvermogen en daarmee een positieve bijdrage, andere afdelingen hebben een lager verdienvermogen en hogere begeleidingsbehoefte en daarmee hoge begeleidingskosten.
De verdeling van doelgroepen over de afdelingen leidt tot een verschillende begeleidingskosten per doelgroep. De verklaring voor de stijging is de Wsw begeleidingskosten is dat een heel van de extra kosten van de hoge inflatie niet leidt tot hogere omzet in de werksoorten met veel Wsw-ers.
3. Hoe komt het dat de inzet van meer DGI'ers een positief effect heeft op de budgetten voor begeleiding voor de overige doelgroepen? (voetnoot 3 p. 6) Zij zouden toch niet de begeleiding van beschut en Wsw moeten 'verdienen'? Reactie: Een aanzienlijk deel van de kostenstructuur van Provalu bestaat uit vaste kosten. Met het tijdelijk in dienst nemen van doelgroepers wordt beoogd om hiermee bemiddeling en plaatsing op de arbeidsmarkt alsnog mogelijk te maken. Dat extra omzet die met DGI’ers wordt gerealiseerd is een bijkomstigheid die echter wel leidt tot extra dekking van die vaste kosten, waardoor de toerekeni ng aan Wsw doelgroep kan worden verlaagd. 4. de tekst bij de tweede bullet bovenaan p.6 is voor mij onbegrijpelijk. Kan dat worden toegelicht? Reactie: In 2023 is onder meer een incidentele verhoging van de prijzen doorgevoerd die in 2024 gedeeltelijk is teruggedraaid. Daarnaast zaten hierin meevallers die niet in de begroting waren meegenomen doordat hier destijds nog niets van bekend was zoals de toekenning van de ESF subsidie.
5. het klinkt alsof het slechtere bedrijfsresultaat in het werk dat voor de ext erne klanten binnen Provalu wordt gedaan, wordt vertaald in de netto begeleidingskosten. Klopt dat? Reactie: Dat klopt niet, of slechts in beperkte mate. De netto begeleidingskosten zijn onderdeel van de methodiek van (interne) facturering van Provalu naar de GR. Deze methodiek vloeit voort uit de door de aangesloten gemeenten gewenste wijze van begroten door de GR KDB en Provalu. De hoogte van de netto begeleidingskosten hangt samen met gevraagde uitvoeringstaken door Provalu, de daarbij benodigde uitvoeringskosten, loonkosten, inflatiecorrectie etc. verminderd met de opbrengsten uit onderneming. 6. Hebben we inzicht in wat er in de afgelopen jaren aan opdrachten is binnengekomen en is gefactureerd? Wat was dat bedrag over '22, '23, '24 en '25? Reactie: Als het de omzet van Provalu betreft, wordt er verwezen naar de jaarrekeningen 2022 en 2023. Deze zijn bij de raad bekend. Over de jaren 2024 en 2025 kan door Provalu geen beeld worden gegeven over binnengekomen opdrachten en uiteindelijke facturatie aangezien deze jaren nog (deels) voor ons liggen en Provalu niet vooruit factureert.
7. graag zouden we de gereed zijnde businesscases en het implementatieplan ontvangen. Reactie: Deze kunnen na definitieve vaststelling door het bestuur ter informatie worden toegezonden en waar gewenst ook toegelicht.
8. p.7 laatste bullet: de ontwikkeling van de doelgroepen vermindert de verdiencapaciteit. Welke ontwikkeling en hoe beïnvloedt dit de kosten voor begeleiding? Reactie: We zien dat de doelgroep die voor de huidige omzet zorgt een lagere verdiencapaciteit heeft dan de groepen die voorheen instroomden. Door het ouder worden van de WsW-populatie neemt hun werkinzet af en komen mensen hierdoor in werksoorten terecht waarin de verdiencapaciteit lager ligt. Ook geldt dit voor de doelgroep beschut werken, waar deze groep eveneens veelal terecht komt op werksoorten met een lage verdiencapaciteit. Met kosten van begeleiding wordt in dit kader de kosten van Provalu bedoelt. Als de omzet lager wordt doordat de verdiencapaciteit afneemt worden per saldo de kosten van begeleiding hoger .
9. Is de 600.000 genoemd onderaan p.7 wel uitgekeerd in de meicirculaire?
Reactie: Deze is in de meicirculaire uitgekeerd. Om precies te zijn gaat het om een bedrag van €593.000 10 Module Re-integratie kent een toename in de kosten van 109.000 door verhoging WML en een andere leeftijdmix. Hoeveel werknemers werken er binnen reïntegratie tegen WML en hoe is de leeftijdmix veranderd? Wat was het verloop binnen reïntegratie de afgelopen drie jaar? Reactie: Dit betreffen niet werknemers binnen re-integratie maar de DGI’s (Doelgroepers in Dienst). Op pagina 19 van de begroting is te zien dat de gemiddelde kosten per DGI stijgen in lijn met de realisatie van 2023 (32k) van 29k (begroot 2024) naar 35k (begroot 2025). Het verschil hiertussen wordt deels verklaard door de leeftijdsmix aangezien de leeftijd van een DGI ook onder het jeugd minimum loon viel, de verandering van bijvoorbeeld 19 naar 20 jaar heeft daardoor een grote impact. Het verschil tussen deze 2 bedraagt 5,5k per DGI en dit maal 20 DGI’s veroorzaakt de toename in kosten. 11. Wat valt er onder Wsw begeleid werken en wat onder Wsw dienstverbanden? Reactie: Wsw begeleid werken zijn Wsw-ers die in direct in dienst zijn bij werkgevers die via Provalu loonkostensubsidie ontvangen. Wsw dienstverbanden betreft de Wsw -ers die bij Provalu in dienst zijn deels intern, maar voornamelijk ext ern werken of gedetacheerd zijn bij werkgevers. 12.
Waarom is de doelstelling extern plaatsen lager voor beschut dan voor Wsw? Reactie: De groep beschut werken heeft gemiddeld een grotere afstand tot de arbeidsmarkt dan de groep (die voorheen instroomde) in de WsW. De uiteindelijke omvang van de groep beschut is een derde van de omvang van de groep die tot de invoering van de Participatiewet in de WsW instroomde. Immers, twee derde van de groep mensen die op basis van de criteria toegelaten zouden worden tot de WsW als deze nog had bestaan, wordt nu geacht op de arbeidsmarkt aan de slag te kunnen. 13. Zijn de begeleidingskosten voor Wsw en beschut verschillend? zo ja waarom? Reactie: De berekening van de begeleidingskosten wordt per werksoort(afdeling) vastgesteld en is het netto bedrag van omzet minus de totale kosten van de afdeling. Sommige afdelingen hebben hoger verdienvermogen en daarmee een positieve bijdrage, andere afdelingen hebben een lager verdienvermogen en hogere begeleidingsbehoefte en daarmee hoge begeleidingskosten. De verdeling van doelgroepen over de afdelingen leidt tot een verschillende begeleidingskosten per doelgroep.
14. wanneer kiest men voor Werkfit en wanneer voor DGI? Werknemersvaardigheden leert men in beide, kosten voor gemeente verschillen wel. Reactie: DGI is alleen bedoeld voor klanten met een indicatie doelgroepregister door het UWV. Werkfit is voor alle soorten doelgroepen ook bijvoorbeeld Statushouders. Een werkfittraject wordt ingezet voor klanten die nog niet bemiddelbaar zijn, als daarmee op relatief korte termijn succes kan worden behaald en bemiddeling daarna snel kan starten. DGI wordt ingezet alleen voor klanten met indicatie waarvan plaatsing extern nog niet mogelijk is. De afstand tot de arbeidsmarkt is groot, maar wel op termijn overbrugbaar. Met een tijdelijk dienstverband kan langdurig gewerkt worden aan het bijbrengen van vaardigheden, werkritme en werkervaring opdoen, trainen, opleiden etc. Overigens moet bij DGI in het geheel der kosten en opbrengsten worden meegenomen dat gedurende het dienstverband de uitkeringslasten komen te vervallen. 15. Welke externe partij(en) voert/voeren de jobcoaching uit? Bij hoeveel van de 44 extra plaatsingen tov begroot is jobcoaching ingezet? Reactie: Voornamelijk Actor Zie vraag 16 voor wat aantal jobcoaching betreft. 16. Hoeveel plaatsingen betroffen kandidaten uit het doelgroepenregist er en welk gedeelte daarvan ging werken binnen Provalu? Reactie: In 2023 zijn er 64 klanten met een doelgroepindicatie geplaatst.
Daarvan werken er 6 tijdelijk bij Provalu. Deze klanten ontvangen in deze periode het WML. De verwachting is dan meer dan de helft hiervan binnen een maximaal 2 jaar alsnog bij een externe werkgever aan de slag gaat. Jobcoaching is in 2023 door Provalu zelf 18 x ingezet na plaatsing op werk (alleen voor klanten met doelgroepindicatie). 17. Zijn de middelen voor het jongerenloket daadwerkelijk beschikbaar gesteld? Reactie: Deze zijn inderdaad beschikbaar gesteld 18. p.17 onderaan, kan er ook een aanpassing worden gedaan in de vaste kosten? Is dat overwogen? Reactie: Een deel van de vaste lasten zou (op termijn) kunnen worden verlaagd, maar dan wordt ook het maatschappelijk resultaat lager. Ieder jaar worden de kosten al zo veel mogelijk teruggebracht in lijn met de omvang van de organisatie.
19. Als we kijken naar andere sociaal ontwikkelbedrijven, wat is dan gemiddeld het aandeel DGI t.o.v. beschut en wsw waar men op inzet? Reactie: In de benchmark van Cedris over 2022 is er een vergelijking opgenomen voor DGI. Het landelijk gemiddelde is 34 werkplekken per 100.000 inwoners. Voor Provalu was dat 11 werkplekken, omgerekend zijn dat (slechts) 6 werkplekken per 100.000 inwoners. In de begroting is een groei-ambitie neergelegd en een aantal van 25 per 100.000 opgenomen (dus nog onder het landelijk gemiddelde). De financiering van het landelijke voorstel om 10.000 extra DGI banen te creeëren is opgenomen in de voorjaarsnota van het Rijk. Voor de GR KDB gemeenten van module C zijn dat ongeveer 80 werkplekken die in het implementatieplan zijn opgenomen.