A. Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2026
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Belastingverordeningen 2026 Aan Van Datum Portefeuillehouder: Zaaknummer
: de gemeenteraad : College van B&W : 11 november 2025 : P. van Strien : 1056412
Publiekssamenvatting Op 4 november 2025 heeft de gemeenteraad de Programmabegroting 2026 vastgesteld. De belastingverordeningen zijn aangepast aan de financiële uitgangspunten van deze begroting. In de toelichting op het raadsvoorstel zijn per belastingverordening de aanpassingen weergegeven.
Voorgesteld besluit I)
vast te stellen de volgende verordeningen: 1. Verordening onroerende-zaakbelastingen Noordwijk 2026; 2. Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten Noordwijk 2026; 3. Verordening afvalstoffenheffing Noordwijk 2026 met bijbehorende tarieventabel; 4. Verordening forensenbelasting Noordwijk 2026; 5. Verordening marktgelden Noordwijk 2026; 6. Verordening precariobelasting Noordwijk 2026 met bijbehorende tarieventabel; 7. Verordening rioolaansluitrecht Noordwijk 2026; 8. Verordening riool- en waterzorgheffing Noordwijk 2026; 9. Verordening toeristenbelasting Noordwijk 2026; 10. Verordening lijkbezorgingsrechten Noordwijk 2026 met bijbehorende tarieventabel; 11. Verordening tot derde wijziging van de Verordening parkeerbelasting Noordwijk 2024 met bijbehorende tarieventabel en kostenraming naheffingsaanslag; 12. Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Noordwijk 2026; 13. Legesverordening Noordwijk 2026 met bijbehorende tarieventabel en bijlage ‘Kleine bopa voor de leges’.
Inleiding Op 4 november 2025 heeft de gemeenteraad de Programmabegroting 2026 vastgesteld. De belastingverordeningen zijn aangepast aan de financiële uitgangspunten van deze begroting. In de toelichting op het raadsvoorstel zijn per belastingverordening de aanpassingen weergegeven.
Argument(en) per beslispunt Beslispunt I: Vast te stellen de volgende verordeningen: 1. 2. 3.
Verordening onroerende-zaakbelastingen Noordwijk 2026; Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten Noordwijk 2026; Verordening afvalstoffenheffing Noordwijk 2026 met bijbehorende tarieventabel;
4. Verordening forensenbelasting Noordwijk 2026; 5. Verordening marktgelden Noordwijk 2026; 6. Verordening precariobelasting Noordwijk 2026 met bijbehorende tarieventabel; 7. Verordening rioolaansluitrecht Noordwijk 2026; 8. Verordening riool- en waterzorgheffing Noordwijk 2026; 9. Verordening toeristenbelasting Noordwijk 2026; 10. Verordening lijkbezorgingsrechten Noordwijk 2026 met bijbehorende tarieventabel; 11. Verordening tot derde wijziging van de Verordening parkeerbelasting Noordwijk 2024 met bijbehorende tarieventabel en kostenraming naheffingsaanslag; 12. Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Noordwijk 2026; 13. Legesverordening Noordwijk 2026 met bijbehorende tarieventabel en bijlage ‘Kleine bopa voor de leges’. Argumenten 1.1 Aanpassing van de belastingverordeningen aan de financiële uitgangspunten van de Programmabegroting 2026. De raad heeft de Programmabegroting 2026 vastgesteld. Hierin zijn de financiële uitgangspunten voor 2026 opgenomen. De belastingverordeningen moeten hierop worden aangepast. 1.2
Redactioneel juiste verordeningen. In een aantal verordeningen zijn kleine tekstaanpassingen gedaan zonder inhoudelijke wijziging.
Kanttekeningen 1.1 De verordeningen moeten vóór 1 januari 2026 worden vastgesteld. Wanneer de verordeningen niet worden vastgesteld vóór 1 januari 2026 is heffing van de diverse belastingen volgens de uitgangspunten in de Programmabegroting 2026 niet mogelijk.
Financiën De financiële uitgangspunten zijn vastgelegd in de Programmabegroting 2026. De belastingverordeningen zijn hierop aangepast.
Vervolg Inclusief communicatie] Actie
Planning
Digitale publicatie van de verordeningen in het gemeenteblad.
December 2025
Aanpassing van de website (met de tarieven en toelichtingen) www.belastingenbollenstreek.nl aan de belastingverordeningen 2026.
December 2025
Opleggen aanslagen op basis van de belastingverordeningen 2026.
Continue, wanneer een belastbaar feit zich voordoet.
Pagina 2 van 9
Bijlage(n) A.
1. 2. 3. 3A. 4. 5. 6. 6A. 7. 8. 9. 10. 10A. 11. 11A. 11B. 12. 13. 13A. 13B.
B. C.
Verordening onroerende-zaakbelastingen Noordwijk 2026; Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten Noordwijk 2026; Verordening afvalstoffenheffing Noordwijk 2026; tarieventabel behorend bij de Verordening afvalstoffenheffing Noordwijk 2026; Verordening forensenbelasting Noordwijk 2026; Verordening marktgelden Noordwijk 2026; Verordening precariobelasting Noordwijk 2026; tarieventabel behorend bij de Verordening precariobelasting Noordwijk 2026; Verordening rioolaansluitrecht Noordwijk 2026; Verordening riool- en waterzorgheffing Noordwijk 2026; Verordening toeristenbelasting Noordwijk 2026; Verordening lijkbezorgingsrechten Noordwijk 2026; tarieventabel behorend bij de Verordening lijkbezorgingsrechten Noordwijk 2026; Verordening tot derde wijziging van de Verordening parkeerbelasting Noordwijk 2024 tarieventabel behorend bij de Verordening tot derde wijziging van de Verordening parkeerbelasting Noordwijk 2024; kostenraming naheffingsaanslag behorend bij de Verordening tot derde wijziging van de Verordening parkeerbelasting Noordwijk 2024; Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Noordwijk 2026; Legesverordening Noordwijk 2026; tarieventabel behorend bij de Legesverordening Noordwijk 2026; bijlage ‘Kleine bopa voor de leges’ behorend bij de Legesverordening Noordwijk 2026 .
Raadsbesluit; Raadsbrief versnellingsverzoek.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Noordwijk Mw. E.M. Overzier secretaris
dhr. B.B. Schneiders, wnd. burgemeester
Cai TOELICHTING BIJ VOORSTEL ‘BELASTINGVERORDENINGEN 2026’ Algemeen De verordeningen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op de modelverordeningen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Over het algemeen stijgen de tarieven met 2,6%. Als hiervan is afgeweken, is dat hieronder bij de betreffende belastingsoort vermeld. Een aantal verordeningen bevat kleine redactionele aanpassingen zonder inhoudelijke wijziging. Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) zijn de onroerende zaken in de gemeente voor 2026 opnieuw gewaardeerd. Als gevolg van de herwaardering stijgt de totale WOZwaarde van de woningen met ca. 9% en de totale WOZ-waarde van de niet-woningen met ca. 1,45%.
Pagina 3 van 9
De stijging van de WOZ-waarde is bij de tariefberekening gecompenseerd. Een gemiddelde stijging van de WOZ-waarde van een onroerende zaak leidt op zich dus niet tot een hogere aanslag OZB. Wel wordt de aanslag OZB hoger door de stijging van de OZB-opbrengst overeenkomstig de Programmabegroting 2026. Voor 2025 is er een extra verhoging toegepast op de OZB voor niet-woningen. Deze verhoging is toen alleen toegerekend aan de OZB die wordt geheven van de eigenaren van niet-woningen. Als gevolg daarvan steeg het OZB-tarief voor deze groep belastingplichtigen met ruim 24%. Deze verhoging is nu gelijkelijk verdeeld over de tarieven eigenaren en gebruikers niet-woningen. Daarnaast is bij de tariefberekening rekening gehouden met de verhoging van de OZB-opbrengst van 2,6%, overeenkomstig de Programmabegroting 2026. En met een verlaging van de opbrengst in verband met verminderingen naar aanleiding van bezwaar en beroep en proceskostenvergoeding. Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (Roerende-zaakbelastingen of RZB) Voor deze belastingen is de waarde van de roerende zaak de grondslag. De manier van heffen en innen is hetzelfde als bij de OZB. Het is wettelijk verplicht voor de RZB dezelfde tarieven vast te stellen als voor de OZB. In artikel 2 is het derde lid geschrapt. De bepaling is, net als in de verordening onroerendezaakbelastingen, verwerkt in het tweede lid.
Afvalstoffenheffing De jaartarieven stijgen met 5,5% om de stijgende kosten te kunnen dekken. De tarieven zijn deelbaar door 12 in verband met maandelijkse (ont)heffing. Forensenbelasting De tarieven stijgen met 4% (besluit genomen bij vaststelling van de begroting 2025). De heffingsgrondslag is de waarde van de woning. In de waardestaffel is rekening gehouden met de gemiddelde stijging van de woningwaarde. Markgelden De tarieven stijgen met 2,6%. Precariobelasting De tarieven stijgen met 2,6%. De tarieven in Hoofdstuk 6 Woonschepen van de tarieventabel zijn aangepast aan het besluit dat de raad in de vergadering van 6 november 2025 hierover heeft genomen. Rioolaansluitrecht De tarieven stijgen met 2,6%. Rioolheffing In artikel 1 sub e van de verordening is ter verduidelijking het begrip ‘wateraansluiting’ gedefinieerd. Verder stijgen de tarieven met 4% om de kosten te dekken. Toeristenbelasting De tarieven stijgen met 2,6% Lijkbezorgingsrechten De tarieven stijgen met 2,6%.
Pagina 4 van 9
Parkeerbelasting De Parkeerverordening Noordwijk 2024 (beheersverordening) is nog van kracht. Daarom wordt ook geen geheel nieuwe verordening parkeerbelasting voorgelegd, maar een wijzigingsverordening, De opbrengst parkeerbelasting stijgt met 4%. (besluit genomen bij vaststelling van de begroting 2025). De opbrengststijging wordt gerealiseerd door een aanpassing van het parkeertarief in de groene, roze en blauwe tariefzones (zie de tarieventabel). Het tarief stijgt voor het eerste en het tweede uur van € 0,10 per 6 minuten naar € 0,10 per 5 minuten (per uur van € 1,00 naar € 1,20). Daarnaast is het parkeerterrein aan de Duindamseslag nabij strandslag Duindamseslag als betaald parkeerterrein opgenomen in tariefzone blauw. Hiervoor geldt hetzelfde regime als voor het parkeerterrein Langevelderslag. Het parkeerterrein Gooweg vervalt in verband met de herontwikkeling van de Zilveren Kruislocatie. De kosten voor een naheffingsaanslag komen voor 2026 uit op € 62,04 (2025: € 52,75). Dit kostenbedrag is opgenomen in de wijzigingsverordening. De kostenraming is als bijlage B bij de wijzigingsverordening gevoegd. Kwijtschelding Hierin is ten opzichte van 2025 niets veranderd, maar voor het overzicht wordt voorgesteld de verordening opnieuw vast te stellen.
Leges Algemeen De tarieven voor rijbewijzen zijn aangepast aan de wettelijke maximumtarieven, voor zover deze op dit moment bekend zijn. Overeenkomstig de Programmabegroting 2026 stijgen de meeste andere tarieven met 2,6%. Hieronder wordt ingegaan op andere wijzigingen in de tarieventabel bij de Legesverordening Noordwijk 2026. HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart De tarieven voor reisdocumenten vallen ten opzichte van de wettelijk maximumtarieven lager uit. Dat komt door de zogenaamde ‘paspoortpiek’. Deze situatie duurt tot en met 2028. De paspoortpiek is ontstaan doordat in 2014 de geldigheid van paspoorten en identiteitskaarten werd verlengd van 5 naar 10 jaar. Dat leidde toen tot een grote golf aanvragen. Die paspoorten en identiteitskaarten verliepen in 2024, waardoor er een piek is ontstaan aan verlengingsaanvragen. Gemeenten ontvangen hierdoor tijdelijk meer legesinkomsten, terwijl de kosten per document lager zijn. Omdat de tarieven niet meer dan kostendekkend mogen zijn en er geen winst gemaakt mag worden, worden de leges tijdelijk verlaagd. De piek loopt door tot en met 2028 omdat de aanvragen destijds niet allemaal in één jaar zijn gedaan, maar verspreid over meerdere jaren na de invoering. Diezelfde spreiding zie je nu terug bij het verlopen van de documenten. De tarieven voor 2026 komen te luiden:
-
Nationaal paspoort, zakenpaspoort en faciliteitenpaspoort voor ≥18 jaar: € 80,00 (2025: € 86,85); Nationaal paspoort, zakenpaspoort en faciliteitenpaspoortvoor < 18 jaar: € 60,00 (2025: € 65,70); Vluchteling reisdocument en vreemdelingen reisdocument: € 60,00 (2025: € 65,70); Nederlandse identiteitskaart voor ≥18 jaar: € 72,00 (2025: € 78,50);
Pagina 5 van 9
-
Nederlandse identiteitskaart voor <18 jaar: € 39,00 (2025: € 42,35);
-
Vervangende Nederlandse identiteitskaart uitreisverbod ID: € 35,00 (2025: € 38,25); Toeslag modaliteitenpaspoort (versnelde uitreiking): € 54,00 (2025: € 59,10).
Artikel 1.15 Verstrekkingen van gegevens uit de basisregistratie personen Voor een huurwoning moet een inwoner een uittreksel uit de Basisregistratie personen aanvragen bij de gemeente. Hiervoor worden op grond van het eerste lid leges geheven. Inwoners kunnen ervoor kiezen om een uittreksel in verband het verkrijgen van een huurwoning digitaal aan te vragen. En dat uittreksel rechtstreeks digitaal te laten verzenden naar de betreffende woonstichting. In dit proces komt geen gemeentemedewerker tussenbeide en er wordt geen fysiek uittreksel meer opgesteld en verstuurd. In tegenstelling tot een ‘normale’ aanvraag zijn er geen kosten voor de gemeente. Daarom is in het tweede lid voor deze digitale aanvragen het tarief gesteld op € 0,00. Artikel 1.25 Wet op de kansspelen Op grond van artikel 7 van de Speelautomatenhallenverordening 2024 kan een aanvraag tot wijziging van de speelautomatenhalvergunning worden gedaan. Hiervoor is een kostendekkend tarief opgenomen in het vierde lid van artikel 1.25. Artikel 1.26 Telecommunicatiewet en Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Het eerste lid is gesplitst. In het eerste lid staat nu het vaste tarief voor een aanvraag en in het tweede lid de verhogingen. Dit om in de volgende leden de verwijzing eenvoudiger te maken.
In lid 2 sub c is op basis van tijdsbesteding een nieuw tarief opgenomen voor als de aanvraag (mede) betrekking heeft op bovengrondse voorzieningen (zoals trafo’s). Het behandelen van zo’n aanvraag kost namelijk meer inspanning door beheerders, stedenbouwkundigen e.d. Verder zijn, onder vernummering van de daarop volgende artikelleden, opgenomen de artikelleden 3 tot en met 5. Hierin is bepaald dat bij intrekking of buiten behandeling stellen van een aanvraag leges gedeeltelijk worden verminderd of verrekend. Artikel 1.29 Diverse vergunningen, ontheffingen en beschikkingen In dit artikel zijn enkele tekstuele aanpassingen aangebracht zonder inhoudelijke wijziging. In het vijfde lid werd verwezen naar een aanvraag als bedoeld onder h in het eerste lid, maar spoedspoedaanvragen kunnen zich bij alle aanvragen voordoen. Daarom wordt nu verwezen naar aanvragen als bedoeld in het eerste lid, sub a tot en met r. Onder lid 9 is op basis van gemiddelde tijdsbesteding een tarief opgenomen voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning of ontheffing als bedoeld in het eerste lid, onder c en g (vergunningen en ontheffingen op basis van de Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021) met een geldigheidsduur van een jaar van € 369,35. De vergunning hoeft maar één keer te worden aangevraagd en er kan een jaar gebruik van worden gemaakt.
Als men bijvoorbeeld opnieuw voorwerpen plaatst, hoeft men alleen een melding te doen. Wel moet de gemeente controleren of alles volgens de regels gebeurt. Hiermee is in het jaartarief rekening gehouden. HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is hoofdstuk 2 ‘Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet’ van de legesverordening met ingang van 2024 geheel herzien.
Pagina 6 van 9
Na evaluatie is geconstateerd dat dit hoofdstuk op een aantal punten wijziging behoeft. Het betreffen vooral technische wijzigingen en een verhoging van tarieven. Hieronder is per gewijzigd artikel een toelichting opgenomen. In verband met het terughalen van de bouwtaken van de omgevingsdienst naar de gemeente zal er in 2026 uitvoerig onderzoek worden gedaan naar de kosten en tijdsbesteding. En zal er in de loop van 2026 opnieuw een voorstel tot aanpassing van bepaalde artikelen van hoofdstuk 2 aan uw raad worden voorgelegd. Artikel 2.1 Definities Onder het derde lid zijn begripsomschrijvingen opgenomen van aanlegkosten, een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit, een omgevingsoverleg, een intaketafel, een ‘Verken uw idee’, een conceptaanvraag en een omgevingstafel. Voor welke aanvragen vallen onder het begrip “kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit” wordt in de verordening verwezen naar de bij de verordening op te nemen bijlage B “Kleine bopa voor de leges”. De inzet op de afhandeling van deze aanvragen is qua uren lager. Daarmee zijn ook de kosten die verband houden met de behandeling van een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit lager. Het vijfde lid is nieuw.
Hierin is bepaald dat wordt uitgegaan van de door aanvrager opgegeven bouwkosten als die niet meer dan 5% afwijken van de door de gemeente berekende bouwkosten. De begrippen komen verderop in hoofdstuk 2 terug. Artikel 2.3 Bepalen tarief Hoofdstuk 2 kent in een aantal gevallen een tarief per uur. Ter verduidelijking is in lid 7 herhaald wat in artikel 5 lid 2 van de verordening is geregeld. Namelijk dat een gedeelte van een eenheid (o.a. uur) als volle eenheid wordt aangemerkt. Artikel 2.4 Omgevingsoverleg Er zijn diverse vormen van omgevingsoverleg, terwijl de huidige legesverordening er maar één kent. Gelet op de werkprocessen is het artikel aangepast en zijn de diverse vormen opgenomen. De hoogte van de leges is niet meer afhankelijk gesteld van de leges die voor een definitieve aanvraag in rekening zouden worden gebracht. Deze zijn vaak nog niet bekend. Uitgegaan is van vaste tarieven gebaseerd op gemiddelde tijdsbesteding. Voor een conceptaanvraag kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt 50% van het legesbedrag van het derde lid. Dit om het indienen van een aanvraag voor minder omvangrijke bouwactiviteiten financieel toegankelijk te houden. Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnisch deel) In verband met kostendekking is het noodzakelijk de tarieven omgevingsvergunningen die betrekking hebben op een bouwactiviteit met 14,5% te verhogen.
De tabel in lid 1 is hierop aangepast. Verder is in staffelstap a onder het eerste lid een minimumbedrag opgenomen. Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk Zie hiervoor onder artikel 2.5. De tarieven zijn met 14,5% verhoogd. De tabel in lid 1 is hierop aangepast. Onder lid 1 a is een minimumbedrag ogenomen. Verder was er ten onrechte geen onderscheid tussen omgevingsplanactiviteiten met en zonder bouwactiviteit. Dat is nu gecorrigeerd. In het eerste lid gaat het om een omgevingsplanactiviteit met bouwactiviteit en in het tweede lid om een omgevingsplanactiviteit zonder bouwactiviteit met tarieven gebaseerd op gemiddelde tijdsbesteding.
Pagina 7 van 9
In het vierde lid is bepaald dat, in geval van een aanvraag om een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit, de leges onder het derde lid sub b worden verlaagd met 50%. Dit om het indienen van een aanvraag voor minder omvangrijke bouwactiviteiten financieel toegankelijk te houden. Wel blijft er minimaal een bedrag van € 329,55 verschuldigd. PARAGRAAF 2.4 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT CULTUREEL ERFGOED EN WERELDERFGOED (artikelen 2.8 tot en met 2.11) Noordwijk kent in relatie tot het aantal inwoners een hoog aantal monumenten. De behandeling en inhoudelijke beoordeling van een aanvraag met betrekking tot een monument kost in verhouding tot een aanvraag met betrekking tot een niet-monument meer tijd. Er moet altijd een belangenafweging worden gemaakt tussen het belang van het behoud van het monument en het belang van de aanvrager bij de aanvraag. Afhankelijk van de aard van de ingreep moeten ook inhoudelijke rapportages worden beoordeeld. Ook het toezicht vraagt om extra expertise. Het huidige tarief is niet kostendekkend De tarieven in de artikelen 2.8 tot en met 2.11 zijn daarom aangepast. Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg (stond op gereserveerd) In dit artikel is een bepaling met tarief opgenomen. Het gaat hier om een omgevingsplanactiviteit die bestaat uit het aanleggen of wijzigen van een weg in de nabijheid van een geluidgevoelig gebouw.
Deze situaties doen zich ook in Noordwijk voor. Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten Hier is in de huidige verordening een vast tarief opgenomen dat niet kostendekkend is in geval van grote projecten (bijv. aanleg warmtenet in een nieuwbouwwijk). De tijd die de behandeling van een aanvraag kost, is afhankelijk van de grootte van het project. Daarom is het tarief nu afhankelijk gesteld van de hoogte van de aanlegkosten met een minimum en een maximum legesbedrag. Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden De tarieven zijn niet kostendekkend. Uitgaande van tijdsbesteding en de beoordeling van een groendeskundige (inhoudelijk adviseur) zijn de tarieven verhoogd naar kostendekkende tarieven. Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Het tarief bleek niet kostendekkend en is extra verhoogd op basis van tijdsbesteding. Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Er zijn meer rapporten die ter beoordeling kunnen worden voorgelegd dan in de huidige tarieventabel zijn opgenomen. Daarom is in het eerste lid een algemeen tarief opgenomen en zijn de uitzonderingen vermeld in het tweede lid. In het derde lid is bepaald dat de tarieven ook van toepassing zijn als het verzoek om beoordeling van een rapport wordt gedaan zonder dat sprake is van een aanvraag omgevingsvergunning of ander besluit.
Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg Dit artikel gaat om verrekening van de leges die in rekening zijn gebracht voor een aanvraag om een omgevingsoverleg met de leges die voor de uiteindelijke aanvraag om een omgevingsvergunning moeten worden betaald. De voorwaarden voor vermindering staan in het tweede lid, met een termijn waarbinnen de aanvraag omgevingsvergunning moet worden voldaan onder sub c. Deze termijn bedroeg 12 maanden na het laatste omgevingsoverleg. In deze periode kan de situatie ontstaan dat
Pagina 8 van 9
op een vooroverlegplan de uitgangspunten inmiddels zijn gewijzigd en dat geen sprake meer is van een vergunbaar/politiek wenselijk plan. Daarom is de termijn verkort naar 16 weken. Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure De staffel in de huidige legesverordening sluit niet aan bij de inzet van capaciteit die in de genoemde weken is besteed aan een dossier. De staffel is daarop aangepast. Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide procedure Hiervoor geldt hetzelfde als voor artikel 2.56. Artikel 2.59 Geen teruggaaf bij het weigeren van een omgevingsvergunning In de huidige legestabel is een percentage teruggaaf opgenomen van 25%. Het voorstel is om bij weigering geen teruggave te verlenen. Een besluit tot weigering kost in verhouding meer tijd en inzet, omdat de kans op juridische procedures groot is. Daarbij komt dat aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld om de aanvraag in te trekken als blijkt dat deze niet vergunbaar is. Als aanvrager hiervan gebruik maakt bestaat recht op teruggave van leges op grond van artikel 2.56 of 2.57.
HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2 Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Onder sub e bestond al een tarief voor een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet (uitoefenen horecabedrijf of slijterijbedrijf), maar dit tarief wordt alleen geheven voor zover de ontheffing niet wordt aangevraagd als onderdeel van een aanvraag voor een evenementenvergunning. De kosten zijn dan namelijk al begrepen in de leges voor de evenementenvergunning (artikel 3.5 van de tarieventabel). De tekst is hierop aangepast. Artikel 3.15 Verhuurvergunning verblijfsruimte Op 17 juli 2025 heeft de gemeenteraad ingestemd met het Beleidsplan internationale werknemers. Daarin is aangekondigd dat er een verhuurverordening verblijfsruimten arbeidsmigranten ter vaststelling aan de gemeenteraad zal worden vastgelegd. Op basis van die verordening gaat er een vergunningplicht gelden voor verhuurders die verblijfsruimten verhuren aan arbeidsmigranten. De verordening wordt naar verwachting op 26 februari 2026 aan de gemeenteraad voorgelegd. Onder voorbehoud van vaststelling van die verordening is in artikel 3.15 van de legestabel een nieuw, kostendekkend, tarief opgenomen voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een verhuurvergunning.
In de tarieventabel is aangegeven dat het tarief pas geheven gaat worden nadat de gemeenteraad de verhuurverordening heeft vastgesteld en er vergunningaanvragen als bedoeld in die verordening in behandeling genomen gaan worden.
Pagina 9 van 9