A. Nota van Beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie 1.2 versie 2
Tekst van het document
Nota van Beantwoording Zienswijzen – Ontwerp Omgevingsvisie Noordwijk 1.2 Datum: 27-01-2026 - Versie: 2 - Zaaknummer: 1126792
Overzicht zienswijzen Er zijn 6 zienswijzen ingediend die hieronder zijn gepseudonimiseerd. Bij de griffie zijn de zienswijzen en indieners voor raadsleden opvraagbaar.
Beantwoording zienswijzen Indiener 1 Samenvatting zienswijze Indiener verzoekt om expliciete borging en (onder voorwaarden) legalisering van hobbymatig gebruik op gronden in het landelijk gebied (moestuinen, volkstuinen, hakhoutbosjes, paarden/dierenweitjes). Argumentatie: historisch onderdeel van het landschap, draagt bij aan biodiversiteit en recreatieve beleving, verhoogt groene verbindingen en welzijn. Verzoek om bestaande
Beantwoording zienswijze Het bevorderen van biodiversiteit en het ecosysteem in het buitengebied is inderdaad een uitgangspunt. Dit moet echter niet ten koste gaan van de clustering van het bollenareaal of de ruimtelijke kwaliteit. Meerdere kleine onderbrekingen in de bollengronden zorgen voor lagere efficiëntie voor de teelt en een rommelig buitengebied waar de openheid van het cultuurhistorisch landschap in het geding komt. Om biodiversiteit te stimuleren is het belangrijk dat er gebieden worden aangewezen die een ecologische connectie vormen met bestaande groengebieden en tegelijkertijd voldoende dichtheid van planten en soorten bieden om een significante bijdrage te leveren aan het ecosysteem. Binnen deze gebieden is het mogelijk om delen aan te wijzen voor bijvoorbeeld moestuinen en recreatie. Desondanks kunnen moes- en volkstuinen niet de enige invulling zijn van een ecologische zone. Deze zones zullen gedragen moeten worden door kwalitatieve groen- en blauwstructuren die zijn ingericht op het bevorderen van biodiversiteit en ecosysteemdiensten. Dierenweides passen over het algemeen niet binnen deze gebieden aangezien deze weinig toevoegen aan de biodiversiteit van een ecologische zone. De ecologische zone zelf kan juist gezien worden als habitat voor inheemse soorten.
1
Overzicht aanpassingen In de alinea Natuur van het Addendum B landelijk gebied wordt na de zin ‘We verbeteren de inrichting van dorpsranden en groene verbindingen naar het open landschap’ een zin toegevoegd, namelijk: ‘Daarbij kunnen combinaties worden gemaakt van bijvoorbeeld moestuinen en natuur’.
situaties te legaliseren en nieuwe gevallen mogelijk te maken binnen de Omgevingsvisie 1.2 (en doorwerking in programma's).
Indiener 2 Samenvatting zienswijze Indiener maakt bezwaar tegen de gevolgde systematiek (visie → programma). De indiener stelt dat de Omgevingsvisie 1.2 functioneert als “technisch doorgeefluik” om het LGDG-programma te kunnen vaststellen, zonder eigen integrale keuzes (o.a. energie, warmte, infrastructuur).
Om deze gebieden succesvol te laten bijdragen aan de biodiversiteit in het buitengebied is het dus belangrijk te kiezen welke specifieke gebieden in aanmerking komen voor deze functies. Zonder duidelijke strategie en aanduiding kan het mengen van de benoemde functies met bollenteelt zorgen voor suboptimale situaties voor zowel de biodiversiteit-strategie als ook de bollenteelt. In die zin spreekt het beleid zichzelf dus niet tegen. Er moet wel werk worden gemaakt van het aanwijzen van ecologische zones waar deze functies terecht kunnen. De mogelijkheden hiervoor worden onderzocht, en de resultaten zullen terugkomen in de omgevingsvisie 2.0. Het verzoek om te legaliseren van bestaand gebruik kan om bovengenoemde inhoudelijke reden niet in de Omgevingsvisie worden opgenomen. De handhaving van beleid en de regels daarvoor zijn reeds vastgesteld in de nota ‘Niet meer doelmatig te gebruiken bollengrond’. Bij handhaving van het oneigenlijk gebruik van bollengrond wordt maatwerk toegepast en op basis van het vastgestelde afwegingskader bepaald of er al dan niet tot legalisatie overgegaan kan worden. Beantwoording zienswijze De systematiek van de Omgevingswet staat gemeenten toe om op verschillende plekken in de beleidscyclus te beginnen.
Het geheel van documenten van de Omgevingswet – te weten de Omgevingsvisie, de Omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan – moeten als een samenhangend geheel worden gezien. Bij wijziging van één van de onderdelen, dient te worden bekeken of deze wijziging van invloed is op de andere onderdelen. Als dat het geval is, dan is het voor het behoud van de samenhang van belang om ook de consequenties voor de andere onderdelen door te voeren. Met de voorliggende aanpassing van de Omgevingsvisie wordt hieraan gehoor gegeven. De samenhang tussen het Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport (LGDG) en de Omgevingsvisie dreigde te worden verstoord. Met de
2
Overzicht aanpassingen Geen wijzigingen noodzakelijk.
Pleit voor eerst een volwaardige Omgevingsvisie 2.0 met alternatieven en open participatie; pas daarna besluitvorming over het programma.
Indiener 3 Samenvatting zienswijze Procedureel: vragen over bekendmaking/communicatie (kanalen, formuleringen, links) en doorlooptijd tussen sluiting terinzagelegging en commissiebehandeling. Inhoudelijk (Addendum B Landelijk gebied): verzoek om realistische formulering emissie-ambitie (aansluiten bij landelijke lijn), aandacht voor binnenstedelijke alternatieven en bedrijventerreinen (energieinfrastructuur op bedrijventerreinen),
voorgestelde wijzigingen in de Ontwerp Omgevingsvisie 1.2 worden visie en programma weer met elkaar in overeenstemming gebracht. De bedoeling van de Omgevingswet is om meer ruimte te bieden aan de samenwerking tussen overheid en samenleving, omdat beide elkaar nodig hebben. Dit vraagt ook om een andere benadering van de samenwerking tussen raad en college. In plaats van het meer juridische denken van de voorgaande wet ruimtelijke ordening is meer instrumenteel denken nodig. De volgordelijkheid die door de indiener wordt aanbevolen past meer in de werkwijze bij de voorgaande wet dan die van de Omgevingswet. Ten aanzien van de participatie geeft ons college nu prioriteit aan de participatie voor de Omgevingsvisie 2.0. Dit mede omdat over de toevoeging van het Addendum B Landelijk Gebied al een uitgebreid participatietraject is doorlopen bij het opstellen van het Programma LGDG. Beantwoording zienswijze Ten aanzien van de procedurele zorgvuldigheid: - De publicatie in het online systeem van de Omgevingswet (DSO) en op officiële-bekendmakingen heeft op 29 december plaatsgevonden. De publicatie in lokale bladen heeft op 13 januari plaatsgevonden in de rubriek gemeenteberichten. Dit laatste is een aanvullende dienst en niet wettelijk verplicht. - Het is juist dat op enkele punten de berichtgeving formeel niet volledig is.
Het bericht is vanuit de overweging van begrijpelijke taal (B1 niveau) bewust eenvoudiger opgeschreven. Hierbij zijn de genoemde nuances weggelaten. - Het laten vervallen van de ISG is een bevoegdheid van het college onder de Omgevingswet. Bij het vaststellen van een nieuw programma landelijk gebied besluiten de afzonderlijke colleges van de betrokken gemeente ook over het intrekken van de ISG. Dit vloeit voort uit de omvorming van de voormalige wet ruimtelijke ordening naar de Omgevingswet. Omdat de ISG in de Omgevingsvisie 1.0 bij naam wordt genoemd, is het voor de
3
Overzicht aanpassingen T.a.v. de emissies worden de volgende zinnen van het Addendum B aangepast. Onder het kopje ambities: ‘In 2030 beschikken we over een nagenoeg emissievrije bollenteelt voor wat betreft gewasbeschermingsmiddelen. We richten het landschap zo in dat we in 2040 toekomsten klimaatbestendig zijn met duurzame, winstgevende en nagenoeg emissievrije en zo veel mogelijk biologische bollenteelt en veeteelt met
opnemen beleidslijn wind/zon (geen windturbines in landelijk gebied, primair zon-op-dak), overweging Bronsgeest II als zoekgebied, en onderbouwing omvang restcapaciteit (50 ha) en doorwerking op GOMfondsen.
samenhang nodig om deze verwijzingen aan te passen in de omgevingsvisie. Dit is een bevoegdheid van raad die met het onderhavige voorstel gestalte krijgt. - De juridische verankering van de GOM en het bollengrondcompensatiefonds is gecontinueerd in de provinciale omgevingsverordening en in het Programma LGDG. Daarmee komt deze juridische basis dus niet te vervallen. - Met later binnenkomende zienswijzen wordt met dezelfde zorgvuldigheid omgesprongen als met de eerder ingezonden zienswijzen. Ten aanzien van de inhoudelijke punten: - In de tekst van het Addendum B wordt niet expliciet gesteld dat er voor de oplossing van een veelvoud van maatschappelijke opgaven alleen (exclusief) naar het buitengebied wordt gekeken. Zo wordt bijvoorbeeld in de alinea Woningen benoemd dat: ‘in de dorpen vindt in hoofdzaak verdere inbreiding plaats’. - Om redenen van beknoptheid wordt t.a.v. de samenhang en volgordelijkheid van Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma’s verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van Indiener 1 hierboven. - Met betrekking tot emissievrije bollenteelt zijn in de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen moties aangenomen ter wijziging van deze tekst. De wijziging komt erop neer dat wordt gestreefd naar ‘nagenoeg emissievrije teelt’. Wij stellen voor deze wijziging over te nemen in de tekst van het Addendum B.
- Bronsgeest II is een zogenaamde 3-hectare-locatie waarvoor momenteel een procedure bij de provincie loopt. Dat de Provincie de procedure minder serieus neemt door het niet opnemen van deze locatie als zoekzone lijkt ons niet reëel. Dat geldt ook voor andere locaties waarvoor al een procedure loopt. - Er is neergezet maximaal 50 hectare omdat er momenteel nog wordt uitgezocht hoeveel ruimte er exact nog is en hoeveel er nog gerealiseerd kan worden. De oorspronkelijke 50 hectare is gehanteerd omdat de
4
agrarisch natuurbeheer, natuur, biodiversiteit, water, cultuurhistorie en recreatie.’ En onder het kopje natuur: ‘Regiocertificering en de transitie naar nagenoeg emissievrije bollenteelt in 2030 dragen hieraan bij.’
definitieve berekening nog niet is vastgesteld. - Ten aanzien van het verdwijnen van de inkomstenbron uit GOMwoningen, wordt door de indiener gesignaleerd dat dit van invloed is op de financiële haalbaarheid van de herstructureringsdoelstelling. De financiële uitwerking hiervan wordt opgenomen in de uitvoeringsagenda van het programma waarin gemeenten en provincie samen optrekken. - Voor de huisvesting van arbeidsmigranten bij de Maandagse wetering is een aanvraag ingediend, welke momenteel door de gemeente wordt beoordeeld. Voor het project Binnenduin is een conceptverzoek ingediend, waarover een terugkoppeling aan de initiatiefnemer in voorbereiding is. - Voor energiehubs en transformatorstations, kan inderdaad ook gekeken worden naar bedrijventerreinen. Het Addendum B heeft echter specifiek betrekking op het buitenstedelijk gebied. Vandaar dat op de andere mogelijkheden in andere gebieden niet wordt ingegaan. - De windturbines worden nadrukkelijk niet benoemd in de tekst van het Addendum B als onderdeel van onze bijdrage aan duurzame energie. - De Omgevingsvisie is een integraal visiedocument en bevat daarom ook bredere — dus niet uitsluitend ruimtelijke — overwegingen. De passage over de arbeidsmarkt is bedoeld als context bij de afweging rondom recreatie, niet als zelfstandig ruimtelijk toetsingscriterium.
In de visie ligt de nadruk op het versterken en verbeteren van de kwaliteit van bestaande recreatieve voorzieningen en op een zorgvuldige balans met landschap, draagkracht en leefbaarheid. Daarmee wordt aangesloten op de eerdere lijn uit Omgevingsvisie 1.0, die in het Addendum B wordt verduidelijkt.
5
Ontvangen zienswijzen na versie 1 Indiener 4 Samenvatting zienswijze De zienswijze wordt ingediend namens diverse particuliere cliënten van de indiener. De kern van de reactie draait om rechtszekerheid binnen lopende ruimtelijke procedures. Verzoek rekening te houden met lopende procedures, te bevestigen dat voor die procedures het oude recht en beleid blijven gelden, inclusief de Intergemeentelijke Structuurvisie (ISG). De zienswijze verwijst naar recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak (o.a. Duindamseweg 1‑3 en Gooweg), waarin is bevestigd dat: bij aanvragen vóór 1 januari 2024 het oude recht van toepassing blijft tot het besluit onherroepelijk is, inclusief de ISG als beleidskader. Verzocht wordt om schriftelijk te bevestigen dat de Omgevingsvisie 1.2 de lopende plannen — expliciet genoemd: Duindamseweg 1‑3 — niet raakt.
Beantwoording zienswijze Ingediende aanvragen worden getoetst aan het beleid dat geldig is op het moment van het indienen van aanvragen. In het verzoek om schriftelijke bevestiging ten aanzien van lopende procedures, wordt geen inhoudelijke zienswijze op de Omgevingsvisie gegeven. Het verzoek zal daarom separaat worden beantwoord. Het Addendum B van de Omgevingsvisie 1.2 beschrijft de visie op hoofdlijnen. De beschikbare grond voor woningbouw vergt nadere uitwerking op basis van de gerealiseerde woningbouw. Het toevoegen van het overzicht uit het verleden heeft geen toegevoegde waarde voor de Omgevingsvisie.
De indieners signaleren dat in het Addendum B wordt vastgelegd dat woningbouw in het landelijk gebied (voor jongeren, kwetsbaren en aandachtsgroepen) alleen mag plaatsvinden binnen de reeds gereserveerde Greenportwoning-oppervlakte. Zij herinneren eraan dat het college eerder een overzicht van lopende
6
Overzicht aanpassingen Geen
Greenportontwikkelingen heeft opgesteld en verzoeken dit overzicht onderdeel te laten zijn van het Programma LGDG. Indiener 5 Samenvatting zienswijze Verzoek om inzicht in eventuele wijzigingen binnen de nieuwe visie die gevolgen kunnen hebben voor de percelen aan de Leeweg in Noordwijkerhout. Het betreft meerdere kadastrale percelen (o.a. NWK04 Sectie C nrs. 225, 1072– 1075, 1181, 1199 en 1200). De zienswijze verzoekt om inzicht in de gevolgen van de omgevingsvisie ten opzichte van de huidige situatie.
Beantwoording zienswijze Wij begrijpen het belang van de indiener met het stellen van deze vraag. Het betreft hier echter geen zienswijze, maar een verzoek om een ruimtelijke beoordeling van de betreffende gronden. Deze beoordeling kan de indiener niet bij de gemeente indienen. Als dat zo ware dan zou elke grondbezitter de gemeente om een analyse kunnen vragen van de impact van beleid op diens bezit. Indiener wordt geadviseerd dit in eigen beheer ter hand te nemen. Wijziging van de bestemming van de onderhavige percelen is aan de orde bij eventuele wijziging van het Omgevingsplan. Beoordeling op grond van de Omgevingsvisie waarin op grote lijnen naar de toekomst wordt gekeken, is mogelijk te vroeg voor de mate van concreetheid die wordt verwacht.
7
Overzicht aanpassingen Geen
Indiener 6 Samenvatting zienswijze Positief op het algemene richtinggevende perspectief in het Addendum B, waarin wordt gestreefd naar voldoende woningen voor alle doel- en aandachtsgroepen. Onduidelijk wordt uit de visie of bepaalde woningbouwprojecten als ‘zeker’ kunnen worden beschouwd, om welke projecten het gaat, wat de planologische status is en welke realisatietermijnen worden voorzien. Ondersteuning voor de keuze tot inbreiding van woningbouw in de dorpen, maar, hoeveel woningen kunnen realistisch worden gerealiseerd op deze manier? Twijfel over de praktische haalbaarheid, omdat herstructurering volgens de indiener vaak moeizaam verloopt. Toevoeging woonzoek-gebied, namelijk het gebied ten zuiden van de ’s‑Gravendamseweg tot aan de Zanderijvaart.
Beantwoording zienswijze Wij danken u voor uw positieve beoordeling van de algemene richting van het Addendum B en het streven naar voldoende woningen voor alle doel‑ en aandachtsgroepen. Het Addendum B vloeit voort uit het hoofdstuk over wonen van het Programma LGDG. Dit richt zich op de periode na 2030. Voor de periode tot 2030 gaat de gemeente ervan uit dat alle geplande projecten die vóór 2030 zijn voorzien, ook daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden. Deze vormen het uitgangspunt van de visie. De zoekgebieden die in de visie zijn opgenomen, worden verder uitgewerkt bij de uitvoering van het voorgenomen Programma Landelijk Gebied. Hierin worden de zoekgebieden vertaald naar mogelijke woningbouwlocaties. Daarna volgt nadere planvorming waarin onder meer de planologische status en realisatietermijnen worden bepaald. Wij erkennen dat inbreiding van de woningbouw onvoldoende voldoet aan de woningbouwbehoefte. Om die reden beschrijft de visie ook woningbouwmogelijkheden in het landelijk gebied. Vragen over de praktische haalbaarheid van herstructurering kunnen worden beantwoord in de nadere uitwerking binnen het Programma LGDG. In het Addendum B is, in navolging van het Programma LGDG,
8
Overzicht aanpassingen Geen
De visie gaat te sterk uit van krimp in de bevolking. Indiener verwacht echter dat de werkzame beroepsbevolking afneemt, daardoor de vraag naar arbeidsmigranten toeneemt, en daarmee de vraag naar betaalbare woningen groeit.
het uitgangspunt gehanteerd dat er slechts één uitbreidingslocatie per kern wordt benoemd. Voor Noordwijkerhout is dit het gebied rondom de Pilarenlaan. Het door u aangedragen gebied valt daardoor buiten dit beleidskader. Voor de bollenteelt is het uitgangspunt om de huisvesting van arbeidsmigranten bij de werkgevers te concentreren. De impact van andere arbeidsmigranten op de woningvoorraad, moet duidelijk worden bij de lange termijnvisie op arbeidsmigratie die in voorbereiding is.
Aanvullende zienswijze indiener 2 (zie hierboven) Samenvatting zienswijze De indiener reageert op de rectificatie van de ontwerpOmgevingsvisie 1.2. Het college zet de kaderstellende rol van de gemeenteraad onder druk door de gehanteerde volgorde (van eerst het programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport (LGDG) uit te werken en daarna de Omgevingsvisie daarop aan te passen). Hierdoor vindt richtinggevende besluitvorming te laat plaats en legitimeert de raad vooral al uitgezette beleidslijnen. De participatie is vooral gericht geweest op de uitwerking van bestaande keuzes, niet op de koersbepaling zelf. Daarmee worden wezenlijke ruimtelijke en energie gerelateerde beslissingen al vroeg vastgezet, nog vóór de aangekondigde participatie bij Omgevingsvisie 2.0.
Beantwoording zienswijze Hierboven is bij de eerste zienswijze van indiener 2 een reactie gegeven op de veronderstelde volgordelijkheid. Een visie kan altijd door de gemeenteraad worden bijgesteld. Het is daarom onjuist dat met de Omgevingsvisie 1.2 zaken worden vastgelegd die niet kunnen worden gewijzigd bij de Omgevingsvisie 2.0.
9
Overzicht aanpassingen Geen
Overzicht wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen •
•
In de alinea Natuur van het Addendum B landelijk gebied wordt na de zin ‘We verbeteren de inrichting van dorpsranden en groene verbindingen naar het open landschap’ een zin toegevoegd, namelijk: ‘Daarbij kunnen combinaties worden gemaakt van bijvoorbeeld moestuinen en natuur’. T.a.v. de emissies worden de volgende zinnen van het Addendum B aangepast. Onder het kopje ambities: ‘In 2030 beschikken we over een nagenoeg emissievrije bollenteelt voor wat betreft gewasbeschermingsmiddelen. We richten het landschap zo in dat we in 2040 toekomst- en klimaatbestendig zijn met duurzame, winstgevende en nagenoeg emissievrije en zo veel mogelijk biologische bollenteelt en veeteelt met agrarisch natuurbeheer, natuur, biodiversiteit, water, cultuurhistorie en recreatie.’ En onder het kopje natuur: ‘Regiocertificering en de transitie naar nagenoeg emissievrije bollenteelt in 2030 dragen hieraan bij.’
10