A. Bijlage 4. Startnotitie Managementsamenvatting Grand Design Aardwarmte Rijnland
Tekst van het document
Grand Design Aardwarmte Rijnland Managementsamenvatting, 27 juni 2024
2
Managementsamenvatting Inleiding Het initiatief Aardwarmte Rijnland verbindt een aardwarmtebron in Noordwijk via een warmtenet met de warmtevraag van diverse partijen; woningen van woningcorporaties en particulieren, glastuinbouwbedrijven, kwekers, hotels en andere gebouwen en andere instellingen in de Duin- & Bollenstreek en een deel van de Leidse regio. Het Grand Design dekt de gemeenten Noordwijk, Katwijk, Hillegom, Lisse, Teylingen en Oegstgeest met mogelijke uitbreidingen naar omliggende gebieden zoals de woonkern Lisserbroek of het knooppunt van WLQ+. Het project bestaat uit één hoofddistributieleiding door de regio, met verschillende lokale warmtenetten daaraan gekoppeld. De eerste warmtelevering wordt verwacht in 2027. Het plan voorziet vervolgens in een gefaseerde uitrol van het warmtesysteem in de hele regio en voor alle aangesloten woonwijken en andere warmtegebruikers tot in 2040. Doelstelling van het Grand Design De hoofddoelstelling is een het opstellen van gezamenlijk voorkeursontwikkelscenario voor de ontwikkeling van een duurzaam, betaalbaar, betrouwbaar, haalbaar en inclusief regionaal warmtesysteem voor de gebouwde omgeving.
Nevendoelstellingen die hieraan bijdragen zijn onder andere het definiëren van ontwikkelscenario’s, het maken van een technisch schetsontwerp met bijbehorende investeringsramingen en het opstellen van een gezamenlijke planning voor de vervolgstappen. Proces en aanpak Het Grand Design is opgesteld en ontwikkeld in co-creatie met de gemeenten Noordwijk, Hillegom, Lisse, Teylingen, Katwijk en Oegstgeest, met Woningcorporaties STEK, Padua, MeerWonen, en Dunavie, met Warmte Leidse Regio (WLR), Regionale Energie Strategie (RES) Holland Rijnland, Provincie Zuid-Holland en Aardwarmte Rijnland. Uitgangspunt is dat gestart wordt met vliegwiel project om de haalbaarheid van Grand Design en bron ontwikkeling te vergroten. Drie ontwikkelscenario’s zijn gedefinieerd voor de uitrol van warmtenetten in de regio. Alle drie geldt als uitgangspunt dat ze moeten leiden tot het aansluiten van uiteindelijk 54.000 woning equivalenten. Scenario 1: Decentrale ontwikkeling (kralen rijgen) De gemeenten in de regio starten met de ontwikkeling van lokale warmtenetten, gevoed door buurtwarmtepompen. Pas bij voldoende warmtevraag in de woonkern wordt het hoofddistributienet aangelegd en aangesloten op het lokale warmtenet. Deze vervangt de buurtwarmtepompen door aardwarmte.
Het voordeel van scenario 1 (kralen rijgen) is dat de ontwikkeling van warmtenetten in kleinere en bestuurlijk behapbare stappen plaatsvindt. Daarentegen is het nadeel van het scenario dat voor de benodigde
Figuur 1: Hoofddistributienet
Managementsamenvatting Grand Design Aardwarmte Rijnland, 27 juni 2024
2
buurtwarmtepompen een grote elektriciteitsaansluiting benodigd is. Het stroomnet is (deels) ontoereikend om hierin te voorzien. Daarnaast vindt de ontwikkeling van lokale warmtenetten in scenario 1 versnipperd plaats, zonder regionale samenhang en regie. Dit heeft mogelijk tot gevolg dat de hoofddistributieleiding niet tot stand komt. Scenario 2: Voorinvesteren in hoofddistributieleiding De hoofddistributieleiding wordt direct aangelegd en voedt direct de lokale warmtenetten met aardwarmte. In alle aangesloten gemeenten kan men direct starten met de aanleg van lokale warmtenetten in behapbare stappen. Ook grootverbruikers in de regio kunnen hierdoor overstappen op aardwarmte. Het voordeel van scenario 2 (voorinvesteren in de hoofddistributieleiding) is een snelle aanleg van warmtenetten in de regio ten opzichte van de andere ontwikkelscenario’s. Alleen in scenario 2 voldoen de woningcorporaties aan de Nationale Prestatie Afspraken. Daarnaast is een voordeel dat de lokale warmtenetten niet afhankelijk zijn van de beschikbaarheid op het lokale stroomnet. Een mindere afhankelijkheid van netcongestie dus. Tot slot resulteert een directe aansluiting van meerdere woonkernen op de hoofddistributieleiding in een versnelde ontwikkeling van aardwarmtebronnen in de regio. Dit komt zowel de duurzaamheid van de warmtenetten als de haalbaarheid van het gehele warmtesysteem ten goede.
Echter, een mogelijk risico is dat dit ontwikkeling scenario afhankelijk is van regionale samenwerking. Daarnaast is een voorinvestering in de hoofddistributieleiding noodzakelijk om de hele regio op betaalbare aardwarmte aan te sluiten. Scenario 3: Gefaseerde aanleg (olievlekmodel) Het hoofddistributienet wordt gefaseerd aangelegd vanaf de eerste aardwarmtebron in Noordwijk naar steeds verder liggende woonwijken en grootverbruikers. Het warmtenet breidt zich uit als een olievlek dus. Een voordeel is dat weinig voorinvesteringen benodigd zijn door de langzame groeit van het warmtenet. Echter, dit zal resulteren in aansluiting op de hoofddistributieleiding in Hillegom in 2054, wat voor alle partners, en met name de woningcorporaties, te laat is. Dit ontwikkelscenario is daarom in verdere analyses ook niet beschouwd. Resultaten Impact op het stroomnet (concept - in afwachting van Liander onderzoek) Uit onderzoek van Liander volgt dat in scenario 2 de druk op het stroomnet significant wordt verminderd. Zodat het stroomnet weer ruimte biedt voor andere ontwikkelingen in de regio, zoals het aansluiten van nieuwbouw wijken en het plaatsen van laadpalen bij bedrijven en in woonwijken. Als daarentegen geen regionaal warmtesysteem wordt ontwikkeld, dan zal het stroomnet tot 2050 vol blijven. Ondanks uitbreidingen van onderstations tussen 2030 en 2035.
Daarnaast laat het onderzoek zien dat het 150-kV onderstation in Sassenheim een knelpunt is voor de hele Duin- & Bollenstreek. De overige onderstations zitten in het stroomnet namelijk ‘achter’ het 150-kV onderstation in Sassenheim. Dit geeft de noodzaak voor regionale samenwerking en voorinvestering in de hoofddistributieleiding (scenario 2) weer. Tegelijk is het verstandig om scenario 1 niet geheel af te schrijven en te kijken naar alternatieven voor tijdelijke bronnen op elektriciteit. Technisch haalbaar Onderdeel warmtesysteem Aantal M€ Voor het warmtesysteem is een schetsontwerp gemaakt met bijbehorende Aantal warmte aansluitingen 47.000 399 kostenramingen. Het warmtesysteem is technisch haalbaar en bestaat uit circa 85 Hoofddistributieleiding (kilometer) 85 146 kilometer hoofddistributieleiding en uit 775 kilometer lokale warmtenetten. De totale Lokale warmtenetten (kilometer) 775 730 investering in het gehele warmtesysteem bedraagt circa € 1.3 miljard. Optimalisaties Onderstations 145 30 zijn nog mogelijk en moeten nadere uitwerking krijgen. Totaal 1.314 Tabel 1: Schetsontwerp warmtesysteem en bijbehorende kostenramingen
Managementsamenvatting Grand Design Aardwarmte Rijnland, 27 juni 2024
3
Verschil in investering tussen scenario 1 en scenario 2 In beide ontwikkelscenario’s wordt de hoofddistributieleiding aangelegd en is het uiteindelijke warmtesysteem gelijk. Het verschil tussen beide ontwikkelscenario’s is dat in scenario 1 tijdelijke buurtwarmtepompen worden gebruikt, met hogere elektriciteitskosten en huurkosten tot gevolg. Daarentegen wordt in scenario 2 de investering in de hoofdleiding naar voren getrokken t.o.v. scenario 1, wat leidt tot hogere financieringskosten en verschillen in indexering. In totaal zal de investering in scenario 2 circa € 150 miljoen bedragen voor de hoofddistributieleiding. Voor scenario 1 zullen de investering in de hoofdleiding en de operationele kosten voor de tijdelijke buurtwarmtepompen circa € 350 miljoen bedragen.
Investering in hoofd warmteleiding en tijdelijke buurt warmtepompen € 400.000.000
€ 350.000.000
€ 300.000.000
€ 250.000.000
€ 200.000.000
€ 150.000.000
€ 100.000.000
Kortom, de voorinvestering in de hoofddistributieleiding zal resulteren in een reductie van € 200 miljoen ten opzichte van het ‘kralen rijgen’ van lokale warmtenetten in de regio.
€ 50.000.000
€2026
De totale investering moet worden terugverdiend via de BAK (flexibel gemaakt zie figuur 2), de jaarlijkse inkomsten (ACM tarief methodiek) de beschikbare subsidies. Op basis van de integrale business case kan worden geconcludeerd dat betaalbare warmte kan worden geleverd aan eindgebruikers indien voor het warmtesysteem een maatwerksubsidie afspraak beschikbaar komt. Naar verwachting zal scenario 1 een onrendabele top kennen van € 380-500 miljoen en zal scenario 2 een onrendabele top kennen van €200-300 miljoen. Een indicatie van de benodigde maatwerk subsidie voor het warmtesysteem is tevens afhankelijk van het warmtetarief en van de bijdrage op de aansluitkosten. De benodigde maatwerk subsidie voor het warmtesysteem om betaalbare warmte te leveren bedraag voor scenario 2 in ieder geval circa € 225 miljoen minder dan voor scenario 1. Kortom, voorinvestering in de hoofddistributieleiding zal resulteren in circa € 225 miljoen lagere maatschappelijke kosten ten opzichte van het ‘kralen rijgen’ van lokale warmtenetten in de regio.
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
Scenario 1: Investering in hoofdleiding + huurkosten buurtwarmtepomp
Scenario 2: Totale investering
Scenario 1: Totale investering
Figuur 2: Investering in hoofddistributieleiding en tijdelijke buurtwarmtepompen Bijdrage aansluitkosten (BAK) vs. commerciele haalbaarheid € 500.000.000 € 400.000.000 € 300.000.000 € 200.000.000
Netto Contante Waarde (€)
Vergelijking van eindgebruikerskosten met commerciële haalbaarheid van het warmtesysteem Op basis van het schetsontwerp is een integrale business case opgesteld voor de regio, om zowel de commerciële haalbaarheid van het warmtesysteem als de kosten van warmte voor eindgebruikers (betaalbaarheid) te onderzoeken. De opbrengsten van het warmtesysteem bestaan uit WIS-subsidie en SWiG-subsidies (voor aansluiting van respectievelijk de woningbouw en tuinbouw), en een bijdrage aan de aansluitkosten door eindgebruikers en van het warmtetarief. In kosten voor inpandige aanpassingen èn de subsidies voor de gebouweigenaren zijn buiten gelaten.
2027
Scenario 2: Investering in hoofdleiding
€ 100.000.000 €0 -€ 100.000.000
€0
€ 2.500
€ 5.000
€ 7.500
€ 10.000
€ 12.500
€ 15.000
€ 17.500
€ 20.000
€ 22.500
-€ 200.000.000 -€ 300.000.000 -€ 400.000.000 -€ 500.000.000 -€ 600.000.000 -€ 700.000.000 -€ 800.000.000 -€ 900.000.000
BAK Scenario 1 - ACM-warmtetarief
Scenario 2 - ACM-warmtetarief
Scenario 1 - 10% korti ng ACM-warmtetarief
Scenario 2 - 10% korti ng ACM-warmtetarief
Figuur 3: Bijdrage aansluitkosten (BAK) vs. commerciële haalbaarheid
Managementsamenvatting Grand Design Aardwarmte Rijnland, 27 juni 2024
4
De resultaten van de integrale business case zijn weergegeven voor twee warmtetarieven: voor het (‘niet meer dan anders’) ACM-warmtetarief en voor een warmtetarief met 10% korting op het ACM-warmtetarief. De commerciële haalbaarheid (Netto Contante Waarde, op de y-as) van het warmtesysteem is voor beiden afgezet tegen de bijdrage aansluitkosten (op de x-as). Een warmtesysteem met een Netto Contante Waarde van hoger dan €0 wordt haalbaar geacht.
€ 1.000.000.000 € 900.000.000 € 800.000.000
Maatwerk subsidie
Liander heeft parallel aan het Grand Design een scenario-analyse uitgevoerd naar de effecten van het maximale warmtescenario op het elektriciteitsnet. Hoofdconclusie is dat met het warmtesysteem een tweede (2035) en derde (2050) golf aan netcongestie wordt voorkómen, en daarmee ook de rem op economische ontwikkeling, woningbouw en verduurzaming. Het leidt tot een besparing van 111 MVA aan benodigd elektrisch vermogen ten opzichte van een all electric scenario èn de daarmee gepaard gaande (maatschappelijke) investeringen door Liander.
Bijdrage aansluitkosten (BAK) vs. maatwerk subdsidie € 1.100.000.000
€ 700.000.000 € 600.000.000 € 500.000.000 € 400.000.000 € 300.000.000 € 200.000.000 € 100.000.000 €0 €0
€ 2.500
€ 5.000
€ 7.500
€ 10.000
€ 12.500
€ 15.000
€ 17.500
€ 20.000
BAK
Conclusies Scenario 1 - ACM-warmtetarief Scenar io 2 - ACM-warmtetarief Het Grand Design laat zien dat een duurzaam, betrouwbaar, haalbaar en inclusief regionaal Scenario 1 - 10% k orti ng ACM-warmtetarief Scenar io 2 - 10% k orti ng ACM-warmtetarief warmtesysteem voor de regio mogelijk is. Hierin is de ‘voorinvestering in een hoofddistributieleiding’ (scenario 2) wenselijk. Zodat lokale warmtenetten in alle aangesloten gemeenten vanaf 2027 gevoed kunnen worden met aardwarmte. Ook grootverbruikers kunnen hierdoor overstappen op aardwarmte. De voorinvestering Figuur 4: Bijdrage aansluitkosten (BAK) vs. maatwerk subsidie in een hoofddistributieleiding resulteert in ruimte op het stroomnet en in versnelde ontwikkeling van aardwarmte in de regio. Dit komt de duurzaamheid van het warmtesysteem ten goede. Daarnaast biedt het de kans aan woningcorporaties om aan de Nationale Prestatie Afspraken met betrekking tot de verduurzaming van de woningvoorraad te voldoen. Regionale samenwerking is cruciaal voor de voorinvestering in de hoofddistributieleiding, en vraagt verdergaande afspraken ten aanzien van governance en besluitvorming. Zowel de kosten voor de eindgebruiker (betaalbaarheid) als de commerciële haalbaarheid van het warmtesysteem zijn afhankelijk van maatwerk subsidie.
Voorinvestering in de hoofddistributieleiding zal resulteren in circa € 225 miljoen lagere maatschappelijke kosten ten opzichte van het ‘kralen rijgen’ van lokale warmtenetten in de regio. Vervolgstappen De volgende stap in de ontwikkeling van het warmtesysteem is allereerst een gemeenschappelijke keuze voor één van de ontwikkelscenario’s. Vervolgens zal een meer gedetailleerde geïntegreerde business case opgesteld worden, inclusief detail inzicht in de kosten voor de eindgebruiker van warmte (betaalbaarheid), zullen gemeenten een (voorgenomen) besluit nemen voor het aanwijzen van een warmtekavel en oprichten van een publiek warmtebedrijf. En we zullen gezamenlijk optrekken om maatwerk subsidie afspraken te maken. Zodat lokale aardwarmte beschikbaar komt voor de gehele regio.
Managementsamenvatting Grand Design Aardwarmte Rijnland, 27 juni 2024
5
De vervolgstappen omvatten het ontwikkelen van een gedetailleerde business case, het verkrijgen van subsidies en financiering, het opzetten van een publiek warmtebedrijf, en de verdere uitwerking van technische en ruimtelijke aspecten. Dit vereist enkele parallelle werksporen op zowel gemeentelijk, (sub)regionaal en provinciaal niveau. De betrokken partijen hebben zich, als eerste stap, gecommitteerd aan een gezamenlijke ambitieverklaring om het Grand Design te realiseren en aardwarmte beschikbaar te maken voor de beschouwde subregio.
Managementsamenvatting Grand Design Aardwarmte Rijnland, 27 juni 2024
6