CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

260522 _SWV Ondersteuningsplan 2026 - 2030 - SWV V(S)O DB

Gemeenteraadsvergadering 4 juni 2026, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Regiovisie gespecialiseerde jeugdhulp en Verordening jeugd 202626.739 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ondersteuningsplan 2026-2030

4. Structuur en organisatie

Inhoud

30

•

Een netwerk met gezamenlijke opgave

30

•

Organisatie van het Samenwerkingverband

31

•

Overleggen en netwerkstructuur

37

5. Dekkend netwerk van voorziening

38

•

Ondersteuningsniveaus

38

•

Basisondersteuning

38

•

Ondersteuningsroute in het vo

41

•

Extra ondersteuning

43

•

Extra ondersteuning binnen de school

43

•

VO+ klas

45

15

•

Voortgezet speciaal onderwijs

45

Terugblik: een periode van groei en ontwikkeling

15

•

Gespecialiseerde (individuele) interventies

47

•

49

•

Belangrijkste resultaten in 2022-2026

16

Ambities versterking dekkend netwerk Duin- en Bollenstreek

•

Vierjaarlijks Inspectiebezoek

20

•

Onderwijs-zorgcontinuüm Holland Rijnland

52

•

Wat nemen we mee naar 2026-2030?

20

3. Onze plannen voor 2026-2030

24

•

Netwerkpartners

54

1. Voorwoord

4

•

Het samenwerkingsverband

10

•

Onze missie

11

•

Onze visie

11

•

Onze leidende principes

14

2. Wat hebben we bereikt? •

6. Regionale samenwerking

54

•

Onze speerpunten

24

•

Samenwerking bij overgangen in het onderwijs

55

•

Onze doelstellingen

25

•

Zorgplicht

57

•

Hoe maken we de resultaten meetbaar?

28

•

Doorzettingsmacht onderwijs

57

Terug naar inhoudsopgave

•

Samenwerking met jeugdhulpverlening op school

58

9. Financieel beleid - verdeling van middelen en begroting

75

•

Samenwerking rond voorkomen verzuim en thuiszitten

60

•

Uitgangspunten en financiële kaders

75

•

Verdeling van middelen

77

•

Afstemming met andere samenwerkingsverbanden

61

•

Meerjarenbegroting 2026-2030

80

•

Beleidsmatige afstemming met gemeenten regio Duin- en Bollenstreek

62

•

Monitoring, verantwoording en bijsturing

80

•

Risico’s en onzekerheden

80

Afstemming onderwijs-jeugdhulp regio Holland

64

Verklarende woordenlijst

82

•

7. Samenwerking met jongeren en ouders

65

•

Samenwerking tussen school en ouders

65

•

Ondersteuningsaanbod en onafhankelijke ondersteuningsmogelijkheden

66

Overzicht bijlagen Bijlage 1: Samenvatting meerjarenbegroting 2026-2030 Bijlage 2: Beschrijving basisondersteuning

8. Kwaliteitszorg en verantwoording

69

•

Visie op kwaliteitszorg en verantwoording

69

•

Kwaliteitscyclus

70

Bijlage 4: Stappenplan verzuim en thuiszitten

•

Kwaliteitsbeleid

71

Bijlage 5: Lwoo

•

Dataverzameling

72

Bijlage 6: Richtlijnen Toelaatbaarheid

•

Leren van ervaringen

72

Bijlage 7: Beleid overstap van vso naar regulier vo

•

Verantwoording doelmatige besteding

72

Bijlage 8: Voorwaarden Agenda Passend Onderwijs

•

Leren van elkaar; collegiale visitaties

74

Bijlage 3: Ondersteuningsroute vo

Bijlage 9: Visie Inclusieve Onderwijshuisvesting Bijlage 10: Het Samenwerkingsverband in cijfers

Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek Ik hoor erbij, mijn talent doet ertoe

Inhoudsopgave Ondersteuningsplan 2026 - 2030

3

Voorwoord Voor u ligt het Ondersteuningsplan 2026-2030 van Samenwerkingsverband Voortgezet (Speciaal) Onderwijs binnen de regio Duin- en Bollenstreek. Het ondersteuningsplan geeft richting aan passend en inclusief onderwijs in de regio Duin- en Bollenstreek. In het ondersteuningsplan leest u: • De afspraken die de schoolbesturen in onze regio maken over passend onderwijs en ondersteuning. • Onze speerpunten en plannen in de beweging naar inclusief onderwijs in 2035. • Wat het Samenwerkingsverband doet en wat de scholen doen. • Op welke manier we onze middelen inzetten.

Terug naar inhoudsopgave

Het nieuwe Ondersteuningsplan 2026-2030 is richtinggevend voor ons streven naar inclusiever onderwijs in 2035. Laten we de komende periode de kans grijpen om de goede keuzes te maken voor de toekomst van de jongeren in de Duin- en Bollenstreek. In de Duin- en Bollenstreek groeien kinderen niet op als ‘doelgroep’ of als cijfers in een tabel, maar als jongens en meisjes van vlees en bloed, met dromen, talenten en kwetsbaarheden. Het zijn onze leerlingen, onze kinderen, onze collega’s in bedrijven, de toekomstige ondernemers in de regio, de buren van onze ouders en de vrijwilligers in onze verenigingen. Steeds opnieuw staat één vraag centraal: wat heeft déze jongere nodig om volwaardig mee te kunnen doen in onze samenleving?

Onze ambitie is helder: jongeren groeien uit tot zelfstandige, zelfredzame volwassenen die meedoen in de Duin- en Bollenstreek. Een streek waar traditie, vooruitgang en innovatie hand in hand gaan. Wereldwijd bekend om de kleurrijke bloemenvelden en het toerisme. Maar ook een streek met een kennisintensieve maakindustrie op het gebied van Space, Unmanned Valley en Flower Science. Samen bouwen we aan een inclusieve samenleving waarin jongeren naar vermogen kunnen werken of een passende dagbesteding hebben, kunnen wonen in de eigen streek en elke dag ervaren: ik hoor erbij, mijn talent doet ertoe. Inclusief onderwijs draagt bij aan deze ambitie!

Het ‘waarom’ van inclusiever onderwijs is belangrijk om voor ogen te houden: Voor een grote(re) groep leerlingen bieden we extra ondersteuning in een aangepaste onderwijsomgeving, gericht op maximale ontplooiing. Op een goed bereikbare school, passend bij de interesses, mogelijkheden en voorkeuren van de leerling. Waarbij we uitval, escalatie en exclusie minimaliseren. Met als doel jongeren op te laten groeien tot zelfstandige, zelfredzame volwassenen die meedoen in een inclusieve samenleving.

Inclusie is een richtinggevend uitgangspunt: niet als garantie dat elke leerling altijd in een reguliere setting tot ontwikkeling komt, maar als norm die het systeem blijft aansporen om barrières weg te nemen, voorzieningen te verbeteren en uitzonderingen steeds opnieuw te verantwoorden. Inclusie definiëren we vanuit het recht van alle leerlingen op passend en inclusief onderwijs, in lijn met het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (art. 24).

Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek Ik hoor erbij, mijn talent doet ertoe

Het ‘normaliseren’ van inclusiever onderwijs is wat ons betreft de komende jaren het thema. Nu geven we een kleine groep leerlingen een aangepaste onderwijscontext. Zoals bijvoorbeeld een andere lesopbouw, extra begeleiding, jeugdhulpverlening op school of een autismevriendelijke omgeving. En in de nabije toekomst ook deels digitaal onderwijs. Alleen voor leerlingen waarvan bekend is dat ze extra ondersteuningsbehoeften hebben. Maar het zijn omstandigheden die voor veel meer, misschien wel alle leerlingen, wenselijk zouden zijn en waar we veel uitval mee kunnen voorkomen. Wat kunnen we leren van deze aangepaste omstandigheden en expertise, wat is veel breder toepasbaar? Het Ondersteuningsplan 2026-2030 geeft richting aan passend onderwijs in de regio Duin- en Bollenstreek. Hierin geven we richting aan de manier waarop we deze passende omstandigheden of begeleiding zouden kunnen organiseren voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, op welke manier we de middelen van het Samenwerkingsverband kunnen inzetten en wat de speerpunten voor de komende jaren zijn. Met als uit-

gangspunt dat passend onderwijs begint in de klas, groeit door samenwerking en tot bloei komt in een netwerk dat leert en innoveert. Dit vraagt: • Bij leerlingen: het ontwikkelen van potentieel, met oog voor welbevinden, sociale participatie, aandacht voor sterke punten én probleemgedrag; • Bij leraren: realistische doelen en haalbaar tempo, inzet op expertise, pedagogische vaardigheden (differentiatie) en positieve houding; • Op schoolniveau: helder inclusief beleid, positieve cultuur, deskundige interne ondersteuning, passende faciliteiten, inclusieve huisvesting en samenwerking in teams; • Op (boven)regionaal niveau: specialistische ondersteuning als integraal onderdeel van het netwerk: beschikbaar, deskundig, organisatorisch en financieel haalbaar; • En op samenwerkingsniveau: scholen verbinden expertise, met vertrouwen, toegankelijkheid en bruggenbouwers. • Op schoolbestuurlijk niveau: een gezamenlijke visie op inclusie.

Voorwoord Ondersteuningsplan 2026 - 2030

5

In dit ondersteuningsplan is aandacht voor de brede opdracht voor het samenwerkingsverband; voor visie, organisatie, versterking van pedagogiek en het terugdringen van verwijzingen. Wat misschien wel net zo belangrijk is, dat is de cultuurkant van ons onderwijs. Als inclusie wordt vertaald naar minder verwijzingen en meer ondersteuning in regulier, dan veranderen we structuren. Echte inclusie vraagt mogelijk ook om het bevragen van onze culturele reflexen: hoe verdragen we verschillen, hoe gaan we om met ontregeling, wanneer vinden we dat iemand hier niet past of ergens anders beter past? In de komende planperiode onderzoeken we verder wat we precies verstaan onder inclusiever onderwijs. Hoe we naar inclusiever onderwijs kunnen bewegen, het regionale aanbod verbreden en gelijkwaardiger maken (inclusief onderwijs-zorgarrangementen en waar nodig tijdelijk/online onderwijs). Hoe we de samenwerking met zorg kunnen versnellen en ont-bureaucratiseren, beleid en praktijk beter verbinden, verzuim integraal arrangeren en vaste aanspreekpunten met korte lijnen organiseren. Het

Terug naar inhoudsopgave

Ondersteuningsplan schetst de gewenste koers, waarbij we het belangrijk vinden om daarbij een onderzoekende houding aan te nemen en telkens haalbare stappen te zetten met elkaar. Als Samenwerkingsverband monitoren we of de juiste dingen doen, of we de gewenste resultaten behalen en of bijsturen gewenst of noodzakelijk is. Wat werkt voor welke leerlingen? Het Ondersteuningsplan is een levend document. Het samen blijven voeren van het inhoudelijke gesprek over inclusiviteit is essentieel – samen met, onder andere, het primair onderwijs in de Duin- en Bollenstreek en onze partners in de omliggende regio’s. De snelheid van de beweging stemmen we af op de daadwerkelijke beschikbaarheid van belangrijke randvoorwaarden, zoals voldoende gekwalificeerd personeel of aangepaste huisvesting. Ook is het van groot belang om gezamenlijk in gesprek te blijven of gaan over de gevolgen van deze beweging voor het huidige gespecialiseerde onderwijs. Welk volume zal in de toekomst gewenst en noodzakelijk zijn, ook om de gewenste voorzieningen en bijvoorbeeld uitstroomprofielen te kunnen waarborgen? En hoe houden we de kwaliteit en deskundigheid van het gespecialiseerde onderwijs vast?

We benoemen vier speerpunten voor 2026-2030:

Sterke basis in het reguliere onderwijs

1

2

Een dekkend en adaptief netwerk van voorzieningen dichtbij en betaalbaar

3

Effectieve toeleidings- en werkprocessen

4

SWV als innovatieve netwerkorganisatie

In dit Ondersteuningsplan lichten we de speerpunten verder toe.

Het spreekt vanzelf dat we onze middelen zo effectief als mogelijk willen inzetten. We streven ernaar om met de beschikbare financiële middelen het onderwijs te versterken, te werken aan preventie van schooluitval en zwaardere ondersteuningsbehoeften te voorkomen. De meerjarenbegroting bevat de doorrekening van onze plannen en activiteiten voor de periode 2026-2030.

“Wij geloven dat een inclusieve samenleving begint in het onderwijs, groeit door samenwerking en tot bloei komt in een netwerk dat leert en innoveert.” Annelen van Schaardenburgh Directeur-bestuurder

Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek Ik hoor erbij, mijn talent doet ertoe

Voorwoord Ondersteuningsplan 2026 - 2030

7

Proces van totstandkoming Ondersteuningsplan Voor het vaststellen van dit Ondersteuningsplan is brede inbreng opgehaald uit het netwerk van Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek. In het najaar van 2025 is input verzameld binnen de eigen governance- en overlegstructuren, waaronder de Raad van Toezicht, de Ondersteuningsplanraad, het directieoverleg V(S)O, de coördinatoren onderwijsondersteuning en de collega’s van het samenwerkingsverband. Daarnaast is een brede schriftelijke uitvraag uitgezet onder scholen en netwerkpartners, om zoveel mogelijk perspectieven op te halen. In de bespreekfase zijn conceptversies van het Ondersteuningsplan besproken met de aangesloten schoolbesturen, de Ondersteuningsplanraad, de Duin- en Bollenstreekgemeenten (ambtelijk en bestuurlijk), SWV PO Duin- en Bollenstreek, SWV VO regio Leiden, SWV VO Zuid-Kennemerland en SWV VO Amstelland en de Meerlanden, mboRijnland en het Regionaal Bureau Leerrecht. De input van deze besprekingen is verwerkt tot een definitieve versie van het plan.

Terug naar inhoudsopgave

In de besluitvormingsfase is de definitieve versie van het Ondersteuningsplan besproken met de gemeenten in de Duinen Bollenstreek, waarna het ter instemming is voorgelegd aan de Ondersteuningsplanraad en ter goedkeuring aan de Raad van Toezicht.

Via de volgende stappen is het ondersteuningsplan vastgesteld:

Fase

Stappen

Planning

Inputfase

•

Evaluatie en regiogesprekken en -bijeenkomsten

t/m december 2025

Conceptfase

• •

Inzage conceptversie OSP Reactie/input concept OSP

15-12-2025 t/m 9-1-2026

Bespreekfase (concepten)

• •

Schoolbesturen OOGO gemeenten en Samenwerkingsverbanden PO Duinen Bollenstreek (overeenstemming) Ondersteuningsplanraad

9-1 en 10-2-2026 21-1-2026

8-4-2026

• •

BOSD (bestuurlijk overleg sociaal domein) gemeenten Duinen Bollenstreek (overeenstemming) Raad van Toezicht (goedkeuring) Ondersteuningsplanraad (instemming)

Vaststelling en indienen

• •

Vaststelling door de directeur-bestuurder Indienen bij Inspectie van het Onderwijs

16-4-2026

Communicatiefase

•

Verspreiding (publieksvriendelijke) versie

Tot 19 juli ’26 (zomervakantie)

Uitvoeringsfase

•

Start Ondersteuningsplanperiode 2026 – 2030

1 augustus 2026

•

Besluitvormingsfase (eindversie)

Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek Ik hoor erbij, mijn talent doet ertoe

•

12-2-2026

16-4-2026 16-4-2026

Voorwoord Ondersteuningsplan 2026 - 2030

9

01 Dit zijn wij

Samen maken wij het Samenwerkingsverband

Stichting Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek (VO2803) is het samenwerkingsverband van zeven schoolbesturen voor voortgezet onderwijs in de regio1 Duin- en Bollenstreek. Zo’n 9.300 leerlingen volgen onderwijs op één van de scholen in het Samenwerkingsverband.

Passend onderwijs is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de scholen en schoolbesturen in het Samenwerkingsverband. De gezamenlijke opdracht is om elke jongere in de Duinen Bollenstreek een passende plek in het voortgezet onderwijs te bieden. Scholen werken er naartoe dat iedere jongere een diploma behaalt op het eigen niveau, of een duurzame plek vindt om te werken en volwaardig deel te nemen aan de samenleving.

Hillegom

Noordwijk Lisse

Teylingen Katwijk

Terug naar inhoudsopgave

Een samenwerkingsverband als ecosysteem In een samenwerkingsverband zijn de onderlinge relaties, afstemming en de gedeelde verantwoordelijkheid bepalend voor het resultaat, de kwaliteit en beschikbaarheid van ondersteuning. We benaderen het samenwerkingsverband als een dynamisch ecosysteem dat voortdurend in ontwikkeling is.

Samen voor iedere jongere Binnen dit ecosysteem werken de scholen, gemeenten en maatschappelijke partners met ouders2 en opvoeders samen met één gedeelde opdracht: de condities versterken, zodat iedere jongere in onze regio veilig en gezond opgroeit, goed onderwijs ontvangt en zich ononderbroken kan ontwikkelen. Wat verstaan we onder ‘wij’ In dit Ondersteuningsplan gebruiken we het woord ‘wij’ op drie manieren: • Wij als Samenwerkingsverband, bestaande uit de 7 aangesloten schoolbesturen • Wij als werkorganisatie van het Samenwerkingsverband • Wij als ecosysteem van scholen, leerlingen en ouders, gemeenten en maatschappelijke partners. In de tekst gebruiken we steeds de term die past bij de verantwoordelijkheid. Overzichten met een verklarende woordenlijst en afkortingen is opgenomen op pagina 80.

Onze missie

De missie van ons netwerk We realiseren voor elke leerling in de Duin- en Bollenstreek een passende leeromgeving in het voortgezet onderwijs – bereikbaar en met de juiste ondersteuning.

Onze visie Onze visie beschrijft wat we voor ogen hebben én hoe wij in de Duin- en Bollenstreek werken aan passend onderwijs en aan de beweging richting inclusiever onderwijs. Werken aan een inclusieve leeromgeving: divers en toegankelijk Onderwijs op school is essentieel. Jongeren leren namelijk mét en ván elkaar; de school is de plek waar de basis wordt gelegd voor een inclusieve samenleving. In een inclusieve leeromgeving zijn alle jongeren welkom, bij voorkeur op een school dichtbij huis. De overheid streeft ernaar dat in 2035 de meeste scholen de overgang naar inclusief onderwijs hebben gemaakt.

Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek Ik hoor erbij, mijn talent doet ertoe

Wij zetten de beweging naar inclusiever onderwijs actief in gang. Een sterke inclusieve cultuur vormt daarbij de basis voor verdere ontwikkeling. Inclusieve onderwijshuisvesting is een belangrijke voorwaarde en heeft tijd nodig.

Het toekomstbeeld zal bestaan uit een combinatie van verschillende onderwijsomstandigheden:

De impact van deze transitie is groot en vraagt veel van alle betrokkenen. Daarom zetten we de komende jaren realistische en haalbare stappen. In deze overgang ligt een gezamenlijke opgave voor zowel het reguliere als het gespecialiseerde onderwijs. Gespecialiseerde expertise zetten we breed en duurzaam in zodat kinderen zoveel mogelijk op hun eigen school de ondersteuning ontvangen die zij nodig hebben. Waar nodig clusteren en integreren we gespecialiseerde voorzieningen binnen of nabij het regulier onderwijs – goed bereikbaar, toegankelijk en passend binnen het lokale netwerk. We hanteren het principe: Lokaal waar het kan, regionaal waar het moet.

Exclusie

Inclusie

Integratie

Specialisatie

1 Met regio bedoelen we Duin- en Bollenstreek, tenzij anders benoemd. 2 Overal waar ‘ouder(s)’ voorkomt in dit Ondersteuningsplan en de bijlagen, bedoelen wij de wettelijke vertegenwoordiger(s).

Dit zijn wij Ondersteuningsplan 2026 - 2030

11

•

•

•

Inclusie: ° aangepaste omstandigheden voor leerlingen die dat (tijdelijk) nodig hebben. Voor een bepaalde periode, bepaalde dagdelen of bepaalde vakken ° aanwezig op alle vo-scholen ° voorbeelden: Project Maandag/ Vrijdag Bollenstreek voor hb-leerlingen in reguliere klassen, Digitaal onderwijs, Maatwerkklassen, extra leerlingen docentbegeleiding Integratie: ° symbiose-constructie: versterkte omstandigheden in een aantal klassen in het vo ° aanwezig op de meeste, wellicht alle vo-scholen ° voorbeeld: de VO+ klassen Specialisatie: ° specialistische omstandigheden voor leerlingen die dit structureel nodig hebben ° (boven)regionale bundeling, omdat de benodigde kennis en expertise schaars is ° bij voorkeur gevestigd in of bij een vo-school

Terug naar inhoudsopgave

De pedagogische basis is de voedingsbodem Zoals een gezond ecosysteem begint bij een vruchtbare bodem, zo begint inclusiever onderwijs bij een sterke pedagogische basis. Een rijke, veilige en stimulerende leeromgeving zorgt ervoor dat jongeren gezond en veilig opgroeien en breed kunnen ontwikkelen. Deze basis: • zorgt dat iedereen kan (blijven) meedoen • versterkt kansengelijkheid • ondersteunt sociaal-emotionele ontwikkeling • bevordert veerkracht en welzijn • maakt zwaardere ondersteuning minder vaak nodig Een sterke pedagogische basis is dus onmisbaar. Daarom investeren we in kwaliteit in de klas, in het vakmanschap van professionals en in een positief pedagogisch klimaat. Onderwijs op school is het uitgangspunt Passend onderwijs begint in de klas. ‘Gewoon goed onderwijs’ is het startpunt voor leren én voor onderwijsondersteuning. Een rijke, veilige en overzichtelijke

leeromgeving draagt bij aan gezond, kansrijk en veerkrachtig opgroeien. Ons doel is om iedere leerling zo goed mogelijk in de klas te begeleiden. Ondersteuning en begeleiding zijn een integraal onderdeel van het onderwijs, geen apart systeem. Professionele teams vormen de dragers van dit systeem: zij zien wat leerlingen nodig hebben en werken samen met ouders aan een passende leerroute. Wij gaan daarbij uit van: • een sterke basis in elke school • onderwijs zoveel mogelijk in de reguliere setting • onderwijs dat plaatsvindt in de context van een groep • individuele aanpak naar een contextgerichte aanpak • scholen die zélf bepalen wat een leerling nodig heeft om onderwijsondersteuning te organiseren Onze focus ligt op aansluiten bij de leerling, het ontwikkelen van talenten, en het groeien in verantwoordelijkheid, keuzes maken en doelen stellen. Elke school draagt, zoals verschillende soorten in een ecosysteem, bij aan de diversiteit en veerkracht van het geheel.

Ononderbroken ontwikkeling als leidend principe De ontwikkeling van de jeugdige staat centraal. Daarom versterken we de doorgaande lijnen: • van primair (speciaal) naar voortgezet (speciaal) onderwijs • van voortgezet onderwijs naar vervolgonderwijs, arbeid of dagbesteding Iedere leerling verlaat de school op een niveau dat past bij diens perspectief – niet door toeval, maar door gezamenlijke inspanning. Scholen zetten in op vroege signalering en tijdige ondersteuning, in samenspraak met ouders en betrokken partners. Soms vragen situaties om creatieve oplossingen; daarvoor is het belangrijk dat scholen de ruimte hebben én nemen om maatwerkoplossingen te organiseren. Samenwerking is ons belangrijkste middel Binnen het netwerk van het Samenwerkingsverband geldt: het geheel is meer dan de som der delen.

Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek Ik hoor erbij, mijn talent doet ertoe

Samenwerken vanuit een gedeelde visie is een randvoorwaarde voor het waarmaken van de zorgplicht en daarmee voor het succes van passend onderwijs. Jongeren profiteren van scholen die goed samenwerken en niet vastlopen in hun eigen systeem. Door kennis en expertise te verbinden ontstaat een open, wendbaar en veerkrachtig onderwijslandschap. Multidisciplinaire teams binnen scholen bieden de ondersteuning die nodig is om alle jongeren onderwijs te bieden. Samenwerking is gebaseerd op vertrouwen. Over de inzet van middelen en de behaalde opbrengsten leggen we regelmatig verantwoording af.

Wij zien ouders en leerlingen daarom als gelijkwaardige pedagogisch partners. Dat betekent: • dat zij worden betrokken bij beslissingen en formele overleggen • dat zij goed worden geïnformeerd over rechten, plichten en mogelijkheden • dat zij kunnen rekenen op onafhankelijke ondersteuning wanneer dat nodig is • dat we altijd vragen hoe zij zelf kunnen bijdragen aan het schoolsucces • Samen zorgen we voor helderheid, vertrouwen en draagkracht.

Ouders en leerlingen als gelijkwaardige partners Een gezonde ontwikkeling ontstaat door optimale en gelijkwaardige samenwerking tussen jongere, school, ouders en het netwerk om de jongere heen.

Dit zijn wij Ondersteuningsplan 2026 - 2030

13

Onze leidende principes In dit Ondersteuningsplan benoemen we onze leidende principes: waarden die richting geven aan onze besluiten. Ze beantwoorden de ‘hoe’-vraag en zorgen dat we steeds doen wat werkt voor jongeren in onze regio. De leidende principes zijn geen doel op zich, maar functioneren als een leidraad voor een gezond, veerkrachtig en duurzaam samenwerkingsverband.

Onderwijs op school centraal – goed onderwijs, leren op school en in een groep staat altijd centraal. Basiskwaliteit is op orde conform inspectie-eisen. Versterken van de context – we passen de leeromgeving aan in plaats van de jongere. Geen export van problemen, maar import van oplossingen – zoveel mogelijk in de klas. Toegankelijk onderwijs – we zorgen dat passend onderwijs bereikbaar is. Positieve, vroegtijdige ondersteuning – we bieden laagdrempelige en tijdige ondersteuning.

Terug naar inhoudsopgave

Kracht van preventie – we versterken voordat ondersteunen of ingrijpen nodig is. Kwaliteiten en onderwijsbehoeften van een leerling zijn bepalend – niet diagnoses of beperkingen. Veerkracht – we helpen jongeren omgaan met uitdagingen. Beschermende factoren versterken – we creëren kansen in plaats van problemen te vergroten. Eigen kracht en verantwoordelijkheid – we activeren leerlingen, ouders en hun netwerk. Goed-genoeg-principe – we doen wat passend en proportioneel is. Ruimte en verantwoordelijkheid – het eigenaarschap en de verantwoordelijkheid ligt bij de scholen om onderwijs passend in te richten en de ontwikkeling vorm te geven. Samenwerking op alle niveaus – we verbinden schoolbesturen, scholen, ouders en kernpartners.

Samen steeds beter – we verbeteren continu onze kwaliteit en leggen daarover transparant verantwoording af.

02 Wat hebben we bereikt? De afgelopen jaren waren van betekenis voor het Samenwerkingsverband. Sinds 2021 hebben we de beweging gemaakt van plannen naar implementeren en realiseren.

Terugblik: een periode van groei en ontwikkeling Het dekkende netwerk in de regio is uitgebreid, het netwerk heeft veel aandacht gekregen en vrijwel alle plannen zijn volgens planning en begroting uitgevoerd. Het aantal leerlingen in het gespecialiseerde onderwijs is de afgelopen jaren gedaald tot onder het landelijk gemiddelde. In het streven naar inclusiever en thuisnabij onderwijs zijn stappen gezet. Het is de kunst om van alle initiatieven te leren, op tijd bij te sturen en goed en datagedreven te monitoren of we op de goede weg blijven.

Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek Ik hoor erbij, mijn talent doet ertoe

Waar we als regio trots op zijn: • De Duin- en Bollenstreek is een streek waar traditie, vooruitgang en innovatie hand in hand gaan. Dat geldt ook voor het onderwijs. Misschien ook wat traditioneel, maar er is veel saamhorigheid en sterk ondernemerschap. Schooldirecties en -besturen zijn niet bang om de ‘nek uit te steken’, zijn ondernemend en weten van aanpakken. • De interne ondersteuningsteams op de vo-scholen zijn sterk. Vrijwel alle scholen hebben een eigen team van specialisten (met bijvoorbeeld basis-orthopedagogen, orthopedagoog-generalisten, forensisch orthopedagogen, schoolpsychologen, gedragsdeskundigen etc.). Deze specialisten zijn gericht op het versterken van de gehele school en het ondersteunen van docenten. • Het Samenwerkingsverband bestaat uit een klein en bevlogen team, dat in staat is om in de beperkte tijd resultaten te boeken. De regio ziet en waardeert de cultuur van denken in mogelijkheden van het Samenwerkingsverband. • De samenwerking met het Samenwerkingsverband PO in de Duin- en Bollenstreek en het vo in Leiden e.o. wordt steeds hechter. Beleid, proce-

•

•

dures, scholing en netwerkbijeenkomsten worden op elkaar afgestemd en samen georganiseerd. Binnenkort gaan de samenwerkingsverbanden PO en VO in de Duin- en Bollenstreek ‘samenwonen’ waardoor deze samenwerking nog intensiever wordt. De samenwerking tussen vo en mbo verloopt op veel onderdelen goed. MboRijnland is een gewaardeerde structurele ketenpartner binnen de regionale samenwerking. Het ondernemerschap van de regio blijkt bijvoorbeeld uit de uitbreiding van voorzieningen zoals de VO+ klassen. Een uitbreiding naar momenteel 13 klassen met 156 plaatsen3 op alle schoolniveaus. Waardoor steeds meer jongeren met een grote ondersteuningsbehoefte op een reguliere school onderwijs volgen. De VO+ klassen brengen een beweging op gang in de hele school. Docenten doen ervaringen op en nemen dit mee naar de andere klassen.

3 Dit is inclusief de VO+ bovenbouwklassen van de KTS, waarvan het Samenwerkingsverband een deel financiert.

Wt hebben we bereikt? Ondersteuningsplan 2026 - 2030

15

•

•

•

•

Een ander voorbeeld is de uitbreiding van het aantal Maatwerkklassen, voor voormalige of dreigende thuiszittende jongeren, of leerlingen met uitdagend gedrag, naar vrijwel alle vo-scholen. In de Maatwerkklassen is plaats voor zo’n 100 jongeren. Op de ISK is de afgelopen periode een Maatwerkklas gestart voor leerlingen met trauma’s, handicaps of stevige ondersteuningsbehoeften. Doel is de soms lastig te peilen ondersteuningsbehoefte te onderzoeken en de leerling te begeleiden naar een geschikte vervolgplek. Het project Maandag Bollenstreek – voor hoogbegaafde leerlingen – is succesvol gestart en wordt uitgebreid met project Vrijdag Bollenstreek. Een mooi voorbeeld van inclusie: hb-leerlingen in een reguliere klas met extra ondersteuning. De capaciteit van Docent op de Fiets (DOF) is verdubbeld naar permanent 20 plaatsen en uitgebreid met een socialisatieprogramma. Van deze veelal langdurig uitgevallen (of vrijgestelde) leerlingen is een groot deel succesvol doorgestroomd naar onderwijs.

Terug naar inhoudsopgave

•

•

Alle samenwerkingsverbanden en schoolbesturen in de provincie Zuid-Holland hebben de handen ineengeslagen om digitaal onderwijs voor (dreigende) thuiszittende jongeren te ontwikkelen. Het Digi-DOF project in onze regio start in 2026. De afgelopen jaren zijn steeds meer leerlingen met ernstige auditieve of communicatieve beperkingen (TOS) geplaatst in het vo. Met de ambulante begeleiding vanuit Auris lukt het deze leerlingen in het reguliere onderwijs te bedienen.

Regionale afspraken Tenslotte is het goed om te vermelden dat de afgelopen jaren door het Samenwerkingsverband hard is gewerkt aan regionale afspraken en ontwikkelingen. De Ontwikkelagenda Duin- en Bollenstreek en op Holland Rijnland niveau de Routekaart Integraal Arrangeren, de Handleiding taken, rollen en verantwoordelijkheden passend onderwijs-jeugdhulp en de Regionale afsprakenkaart verzuim zijn mooie naslagwerken die professionals in de weerbarstige en vaak complexe praktijk houvast kunnen bieden. Ook geeft het zicht op de steeds intensievere samenwerking tussen de gemeenten en het onderwijs. Vooral

de jeugdhulpregio Holland Rijnland, met zes samenwerkingsverbanden en 13 gemeenten, is hecht te noemen.

Belangrijkste resultaten in 2022-2026 In het Ondersteuningsplan 2022-2026 zijn vijf speerpunten genoemd: 1. doorlopende ontwikkellijnen 2. innoverend netwerk van voorzieningen 3. integrale samenwerking tussen onderwijs en de jeugdhulp in de regio 4. ouders en leerlingen zijn optimaal betrokken 5. het Samenwerkingsverband: een kennisintensieve netwerkorganisatie Vanuit het Ondersteuningsplan 20222026 zijn er jaarplannen opgesteld en is verantwoording afgelegd over de behaalde resultaten in de jaarverslagen van het Samenwerkingsverband. Voor een meer gedetailleerde weergave van de streefcijfers en kengetallen, verwijzen we naar bijlage 10: De Duin en Bollenstreek in cijfers Kengetallen 2022-2026. In deze bijlage benoemen we per speerpunt de doelen, de uitgevoerde pilots, projecten en innovaties van het dekkende netwerk

en de behaalde resultaten. Doelstelling Indicator (KPI)

Doorlopende ontwikkellijnen

Resultaat

Toelichting

•

Heldere overstaproutes van po naar vo

V

Overstaproutes zijn helder geformuleerd, vastgelegd en breed gecommuniceerd, o.a. tijdens de jaarlijkse po-vo middag. Effectieve communicatie vergt veel aandacht, maar vermindert werkdruk voor direct betrokkenen.

•

Afbuigen jaarlijks % vso-leerlingen naar 3,6% in 2026

3,6%

Doelstelling van 2026 (3,6%) is in 2026 gerealiseerd. Uitbreiding van VO+ locaties en maatwerkklassen leidt tot minder leerlingen in het vso: van 385 vso-leerlingen in 2021 naar 331 vso-leerlingen in 2026 (3,6%).4

•

Maximaal 50 instromende poleerlingen in vso (2026)

68 TLV’s5

Het aantal afgegeven nieuwe toelaatbaarheidsverklaringen (TLV’s) ligt nog boven het gewenste niveau. Sommige TLV’s worden niet benut door alternatieven zoals VO+ klassen of experimentele onderwijs-zorgarrangementen.

•

Minimaal 15 so-leerlingen naar vo (2026)

18

Meer leerlingen stromen uit so naar regulier vo (of VO+ klassen), doelstelling 2026 is behaald.

•

Minimaal 15 vso-leerlingen naar vo per jaar (2026)

5

Deze stroom blijft achter.

4 De telling per 1/2/26 is 331 vso-leerlingen (3,6%). De leerlingen die staan ingeschreven bij School zonder Muren vanwege de experimenteerregeling en Onderwijs in Zorg (vanuit Resonans) zijn in deze cijfers niet meegerekend. 5 Dit aantal betreft alle nieuw afgegeven TLV’s, exclusief de zij-instromers vanuit het VO.

Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek Ik hoor erbij, mijn talent doet ertoe

Wt hebben we bereikt? Ondersteuningsplan 2026 - 2030

17

25

Instroom vanuit vo naar vso ligt boven het streefcijfer. Echter, deze stroom zal blijven bestaan, wellicht ook vanwege de toename van kansrijke starts in regulier vo.

50% van VO+ plaatsen bezet door vso-leerlingen

V

Moeilijk meetbaar, maar afname van vso-leerlingen wijst op groeiende rol van VO+ voorzieningen. SWV toetst of plaatsing op de juiste gronden gebeurt.

VO+ voorzieningen op alle schoolniveaus

V

Het VO+ aanbod is op de oorspronkelijk beoogde omvang: op alle niveaus is er VO+ aanbod. Inmiddels 13 VO+ klassen met 156 VO+ plaatsen.6

Uitbreiding Maatwerkklassen

V

Er zijn inmiddels 9 Maatwerkklassen gerealiseerd voor (dreigende) thuiszittende jongeren.

Doorlopende ontwikkellijnen

•

Innoverend netwerk aan voorzieningen

Maximaal 15 vo-leerlingen naar vso per jaar (2026)

Socialisatieprogramma voor thuiszittende jongeren

Terug naar inhoudsopgave

Docent Op de Fiets (DOF) heeft de capaciteit om 20 (dreigende) thuiszittende jongeren tegelijk te begeleiden, aangevuld met een socialisatieprogramma op één van de scholen. Dit creëert een veilige ontmoetingsplek voor thuiszittende jongeren.

Uitbreiding aanbod voor hb-leerlingen

V

Een regionale voorziening voor hb-leerlingen is gestart en zal verder worden uitgebreid.

In kaart brengen en regie op (toekomstige) hiaten

V

SWV brengt hiaten in beeld en voert regie over de ontwikkeling van passend aanbod in overleg met alle partners.

Integrale samenwerking onderwijs-jeugdhulp

Stimuleren van optimale samenwerking

V

SWV voert overleg met partners over samenwerking en kennisuitwisseling. Strategische afstemming vindt plaats via regiegroepen (bijvoorbeeld bestuurlijke regiegroep onderwijsjeugdhulp, regiegroep VSV). Het (gezamenlijk) verzorgen van trainingen Integraal Arrangeren aan professionals.

Ouders en leerlingen optimaal betrokken

Ouder- en jeugdsteunpunt

V

Basis ontwikkeld; wordt periodiek geëvalueerd en bijgesteld. Er is gewerkt aan het vergroten van de bekendheid onder de doelgroep en een (externe) evaluatie is gedaan.

Kennisintensieve netwerkorganisatie

Netwerk VO+ voorzieningen en Maatwerkklassen onderhouden

V

Verdere professionalisering van het netwerk via leersessies en inspiratiebezoeken.

Kennisdeling op landelijke schaal

V

Duin- en Bollenstreek voorzieningen gepresenteerd op landelijke congressen en ontvangsten voor belangstellenden georganiseerd.

6 Dit is inclusief de VO+ bovenbouwklassen van de KTS, waarvan het Samenwerkingsverband een deel financiert.

Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek Ik hoor erbij, mijn talent doet ertoe

Wt hebben we bereikt? Ondersteuningsplan 2026 - 2030

19

Vierjaarlijks Inspectiebezoek De Inspectie van het Onderwijs onderzocht in 2022 het Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek. De conclusie was positief: het Samenwerkingsverband voldoet op alle onderdelen aan de basiskwaliteit, voert zijn wettelijke taken goed uit en het bestuur heeft het vertrouwen van de inspectie. In september 2025 vond een tussentijds gesprek plaats. De uitkomsten van dit gesprek gaven geen reden om de planning te wijzigen van het eerstvolgende inspectiebezoek. Deze is voorzien in 2027. Wat gaat goed? 1. Samenwerking tussen schoolbesturen De besturen binnen het Samenwerkingsverband werken steeds beter samen en voelen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor passend onderwijs. 2. Snelle en effectieve probleemaanpak Problemen worden opvallend snel opgepakt en opgelost, onder andere door effectieve samenwerking met partners.

Terug naar inhoudsopgave

3. Sterke rol van de OPR De Ondersteuningsplanraad wordt goed geïnformeerd en betrokken en heeft vertrouwen in het bestuur. Wat kan beter? 1. Analyse van arrangementen Er was behoefte aan duidelijkere succescriteria en betere beoordeling van maatwerktrajecten. Maatregelen: jaarlijkse rapportages, netwerkbijeenkomsten en inhoudelijke afstemming. 2. Betere duiding van data Beschikbare data kunnen nog meer worden gebruikt voor conclusies en beleidsaanpassing. Maatregelen: we hebben een dashboard ontwikkeld en er wordt nog meer evidence-informed gewerkt. 3. Afstemming po–vo De instroom naar vso vroeg om betere samenwerking tussen po en vo. Maatregelen: vroegtijdige signalering vanaf groep 7, extra screening, intensiever overleg en gezamenlijke activiteiten.

Wat moet beter? 1. Verantwoording door de Raad van Toezicht De RvT kan duidelijker rapporteren over de doelmatige besteding van de SWV-middelen en de effecten ervan. Maatregel: dit is inmiddels explicieter opgenomen in het jaarverslag.

Wat nemen we mee naar 2026-2030? We zien veel landelijke interesse in onze regio met bijzondere voorzieningen. Dat is waardevol en we ontwikkelen de regio dan ook graag door in deze richting. Er is echter geen reden om achterover te leunen: de opgave blijft groot en nieuwe uitdagingen dienen zich continu aan. De volgende ontwikkelingen vragen onze bijzondere aandacht.

Toenemende en complexere ondersteuningsbehoeften, toename thuiszittende jongeren We zien in de gehele regio een duidelijke toename in zowel de omvang als de complexiteit van ondersteuningsbehoeften van jongeren. Het aantal leerlingen met zorgwekkend verzuim is de afgelopen

jaren gegroeid, in lijn met de landelijke trend. In onze regio gaan circa 150 jongeren minder dan 50% naar school – met een opvallend groot aantal meisjes (circa 100 van 150 leerlingen).7 Een groot deel van deze jongeren ervaart psychische problematiek, waarbij ondersteuning vanuit de jeugdhulp noodzakelijk is. Deze jongeren hebben we samen met RBL de afgelopen jaren beter in beeld gekregen.8 Toename van het aantal leerlingen met uitdagend gedrag Uit een interne inventarisatie in 2024 van de vo-scholen bleek dat zo’n 35 tot 40 jongeren in de Duin- en Bollenstreek extreem uitdagend gedrag vertonen, waarvoor onvoldoende ondersteuning kan worden geboden op de eigen school. Het zijn leerlingen waar schorsingen en verwijderingen aan de orde zijn. Dit is een landelijke trend die ook in onze regio ervaren wordt, net als in de regio Holland Rijnland. Hierbij spelen systemische problemen een rol. De samenwerking met jeugdhulp, jeugdbescherming, de veiligheidsregio en de (voormalig) gesloten jeugdzorg is noodzakelijk. De ervaring leert dat de concentratie van deze jongeren – (ook in het vso) vanwege meerdere factoren – niet de oplossing is. Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek Ik hoor erbij, mijn talent doet ertoe

Ontwikkelingen bij leerlingen en ouders Circa de helft van de jongeren ervaart vaak stress (GGD-gezondheidsmonitor), vooral door school, huiswerk en alles wat ze moeten doen. Ruim 25% slaapt niet goed en is dagelijks moe of slaperig op school. Begin 2024 is een mobieltjesverbod in scholen ingevoerd, omdat mobieltjes scholieren afleiden van het leren en het contact tussen leerlingen in de weg zit. Vooral kinderen die gemiddeld al lager presteren hebben last van de negatieve gevolgen van mobieltjes tijdens de les (Ouders & onderwijs). Scholen ervaren dat de jongeren minder weerbaar lijken te zijn en minder goed lijken om te kunnen gaan met tegenslagen, wat stress en angst in de hand werkt. Ouders zijn in het algemeen mondiger geworden en vragen meer voor hun kinderen dan voorheen. Zowel de leerlingen als hun ouders doen een groter beroep op de scholen voor ondersteuning en faciliteiten. Ook de gemeenten zien deze ontwikkeling en vragen de scholen om de leerlingen en hun ouders te helpen hun vragen te ‘normaliseren’.

Veranderingen in het dekkend netwerk van voorzieningen De afgelopen jaren hebben zich diverse ontwikkelingen voorgedaan die direct effect hebben op ons (boven)regionale netwerk van onderwijs- en zorgvoorzieningen. Het gaat onder meer om: • de sluiting van het voortgezet speciaal onderwijs voor dove of slechthorende leerlingen, en voor leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis • de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg (JZ+) • de uitfasering van een vso-afdeling voor leerlingen met (zeer) uitdagend gedrag Deze ontwikkelingen hebben geleid tot een herijking van de ondersteuningsstructuur. In samenwerking met scholen, jeugdhulporganisaties en regionale partners is de impact in kaart gebracht en is onderzocht welke aanvullende of alternatieve vormen van ondersteuning nodig zijn om het dekkende netwerk van voorzieningen op peil te houden. 7 Peildatum 2025 Q3 8 Ieder kwartaal ontvangt het Samenwerkingsverband van RBL een overzicht van: Risicoleerlingen, 5 onder a, Absoluut verzuim en LRV.

Wt hebben we bereikt? Ondersteuningsplan 2026 - 2030

21

Lerarentekort Het lerarentekort is in heel Nederland groot. Dit vergt veel inzet van de scholen in het werven en inwerken van nieuwe docenten, naast de inzet op het behouden van de bestaande medewerkers. De aanwas van steeds nieuwe docenten (die door de krapte wellicht niet altijd aan alle vereisten voldoen) maakt het voor de scholen complexer om een consistente gezamenlijke pedagogisch-didactische aanpak binnen de school vast te houden. Een aanpak die juist zo nodig is om alle leerlingen de veiligheid, lessen en ondersteuning te bieden die zij nodig hebben. Het lerarentekort vormt ook in de komende jaren een beperkende factor in de voorgenomen ambities. Schaarste in de jeugdhulp De vraag naar jeugdhulp neemt toe; als gevolg daarvan is er personele schaarste en staat het stelsel financieel onder druk. Landelijk werken vijf partijen aan een Hervormingsagenda Jeugd om de hulpverlening te verbeteren en het jeugdstelsel beter beheersbaar te maken (namelijk het ministerie van VWS, zorgaanbieders, cliëntenvertegenwoordigers, professionals en de VNG).

Terug naar inhoudsopgave

In de Hervormingsagenda Jeugd 20232028 wordt ingezet op: • afbakening reikwijdte: jeugdhulpplicht voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen • jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen zoals het onderwijs, volwassenen-GGZ en bestaanszekerheid • stevige lokale teams en toegang • terugdringen residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk • kwaliteitsverbetering en blijvend leren • verbeteren van de organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg • eenvoudigere uitvoering en inkoop, minder administratieve lasten en aanpak negatieve effecten marktwerking • verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring

De personele en financiële schaarste in de jeugdhulp én in het onderwijs is een belangrijk gegeven. Daar hebben we gezamenlijk keuzes in te maken. Schaarste bemoeilijkt een snelle en passende inzet van jeugdhulp in het onderwijs-zorgcontinuüm.

Het betekent ook druk op de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp, en tussen samenwerkingsverbanden en gemeenten. De gemeenten maken keuzes over de inzet van hun middelen, wat bij enkele gemeenten resulteert in een bezuiniging op preventieve hulp en in druk op het onderwijs om meer te doen. In de hervormingsagenda zitten echter ook aanknopingspunten om de verbinding onderwijs en jeugd te versterken. Voorbeelden hiervan zijn de inzet op normaliseren en het versterken van het gewone leven, problemen in de context van het gezin oppakken, en de inzet op sterke lokale teams. In Holland Rijnland heeft de Taskforce Gespecialiseerde Jeugdhulp Holland Rijnland zich gebogen over de vraag hoe het jeugdhulpstelsel in de regio Holland Rijnland toekomstbestendig kan zijn en blijven. De gemeenten in Holland Rijnland hebben ingestemd met de maatregelenpakketten 1 en 2 uit het adviesrapport van de Taskforce. Deze maatregelenpakketten zorgen voor een robuuste en gefaseerde transformatie van het jeugdhulpstelsel in de regio Holland Rijnland.

‘Boemerangbeleid’ moet worden voorkomen door in eerste instantie in te zetten op stabilisatie en versterking van de basis: eerst maar eens de huidige afspraken nakomen. En tegelijkertijd wordt ingezet op, bijvoorbeeld, versterking en uitbreiding van de lokale teams en gexperimenteerd met meer groepsgewijs inzetten van gespecialiseerde ambulante (specialistische) jeugdhulp en preventief inzetten van jeugdhulpverlening op school (via bijvoorbeeld Wijkteam Katwijk). De eerste ervaringen met (collectieve) jeugdhulp in het gespecialiseerd onderwijs zijn positief: scholen werken met vaste hulpverleners die zichtbaar zijn in de school, vroegsignalering versterken en drempels verlagen voor leerlingen, ouders en docenten.

ë

ë

Ontwikkelingen in politiek en regelgeving Het Samenwerkingsverband probeert tijdig in te spelen op nieuwe (landelijke) ontwikkelingen. In 2020 heeft het ministerie van OCW het passend onderwijs gevalueerd en de verbeteraanpak passend onderwijs uitgebracht. Deze verbeteraanpak bevat 25 maatregelen die de voorwaarden voor passend onderwijs verder versterken en verduidelijken wat er van alle betrokkenen verwacht wordt.

Daarnaast is in het kader van de verbeteraanpak ook afgesproken om te werken aan de beweging naar inclusief onderwijs 2035. Jaarlijks brengt het ministerie van OCW een voortgangsrapportage uit. Ook de verkenning van directe bekostiging van het praktijkonderwijs en ‘meer mogelijk maken om verzuim en schooluitval te voorkomen’, zijn maatregelen uit de verbeteraanpak. In 2027 volgt een evaluatie van de verbeteraanpak en het stelsel van passend onderwijs. Het Samenwerkingsverband speelt actief in op deze ontwikkelingen. Naast deze maatregelen spelen andere ontwikkelingen vanuit OCW, zoals een gesprek over de regio-indeling van de samenwerkingsverbanden. De Inspectie voor het onderwijs vraagt de samenwerkingsverbanden om meer verantwoording af te leggen over de doelmatige inzet van de ‘middelen passend onderwijs’ door scholen.

Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek Ik hoor erbij, mijn talent doet ertoe

Wt hebben we bereikt? Ondersteuningsplan 2026 - 2030

23

03 Onze plannen voor 20262030 De beweging naar inclusiever onderwijs vraagt om een duidelijke koers én om een stevige verbinding, tussen wat we nu doen en waar we als regio naartoe willen groeien. In het Ondersteuningsplan 2026-2030 vertalen we onze gezamenlijke ambitie en visie naar vier speerpunten, die richting geven aan de ontwikkeling richting inclusiever onderwijs 2035.

Juist voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften is het belangrijk dat we er vroeg bij zijn. Dat we niet wachten tot het misgaat, tot een jongere uitvalt of op een uitkering is aangewezen, maar dat we vroeg starten met de ondersteuning die nodig is. Samen met ouders, begeleiders, leraren, hulpverleners en werkgevers bouwen

Terug naar inhoudsopgave

we stap voor stap aan vertrouwen, vaardigheden en perspectief. Zo voorkomen we het onbenut laten van potentieel en voortijdige uitval en werken we toe naar een inclusieve samenleving, waarin iedere jongere naar vermogen kan meedoen. Leerlingen moeten ervaren: ik hoor erbij, hier mag ik leren, groeien en fouten maken, hier is ruimte voor mijn toekomst.

we ruimte om aan te sluiten bij wat nodig is. De verdere uitwerking van concrete activiteiten en resultaten gebeurt in onze jaarplannen.

1

2

Onze ambitie is daarbij helder en leidend: leerlingen worden opgeleid tot zelfstandige en zelfredzame volwassenen die volop meedoen in de maatschappij. Concreet betekent dit dat leerlingen kunnen werken – of een passende dagbesteding hebben – in de regio, dat leerlingen elke dag mee kunnen doen en dat onze leerlingen hun talenten kunnen ontwikkelen, nu en in de toekomst. Alles wat we doen is daaraan dienstbaar.

Onze speerpunten Vier speerpunten geven onze focus aan voor de komende planperiode 20262030. Voor elk speerpunt formuleren we wat we gaan doen en welke doelen we willen bereiken. Daarmee creëren we een helder kader voor ontwikkeling, samenwerking en verantwoording en houden

3

4

Sterke basis in het reguliere onderwijs; Een dekkend en adaptief netwerk van voorzieningen dichtbij en betaalbaar; Effectieve toeleidings- en werkprocessen; Het SWV als innovatieve netwerkorganisatie met gedeelde visie en intensieve samenwerking.

Onze doelstellingen 1

Sterke basis in het reguliere onderwijs

Normaliseren van inclusiever onderwijs: het uitgangspunt is deelname aan het reguliere onderwijs, met deskundige teams en een sterke basisondersteuning. Wat willen we bereiken? Om inclusiever onderwijs mogelijk te maken is het belangrijk om het onderwijs te versterken. De ambitie naar meer inclusiever onderwijs wordt in onze regio breed gedeeld en dat is heel mooi om te zien. Tegelijkertijd is er de roep om dit in een realistisch en haalbaar tempo te doen. Realistisch en haalbaar voor leerlingen, ouders, scholen, docenten en ondersteuningsteams. Nu geven we een kleine groep leerlingen een aangepaste onderwijs context. Zoals bijvoorbeeld een andere lesopbouw, extra begeleiding, jeugdhulpverlening op school of een autismevriendelijke omgeving. En in de nabije toekomst ook deels digitaal onderwijs –alleen voor leerlingen waarvan bekend is dat ze extra onder-

Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek Ik hoor erbij, mijn talent doet ertoe

steuningsbehoeften hebben. Maar het zijn omstandigheden die voor veel meer, misschien wel alle leerlingen, wenselijk zouden zijn en waar we veel uitval mee kunnen voorkomen. Wat kunnen we leren van deze aangepaste omstandigheden en wat is veel breder toepasbaar? Het is van belang om in te zetten op: • het verstevigen van de ondersteuning die alle scholen standaard aanbieden • het verhogen van de deskundigheid van de schoolteams • het op een passende manier organiseren en vormgeven van het onderwijs • toegankelijke, inclusieve onderwijshuisvesting Concreet denken we aan de volgende projecten en activiteiten: • leren van elkaar door het organiseren van intervisie tussen vo-scholen: leren van onder andere de inzet en resultaten van de Agenda Passend Onderwijs, de inzet van de lwoomiddelen, het vormgeven van ondersteuningsteams, het mentoraat, de aanpak verzuim en andere thema’s • investeren in uitwisseling tussen vo-

•

•

scholen en vso-scholen. Leren van casuïstiek van leerlingen die wisselen van school uitwisseling van (vakgroep)kennis en docenten vo-vso-po. Leraren nog meer competent maken in het begeleiden van zorgleerlingen een inventarisatie uitvoeren van de mate van inclusiviteit van de onderwijshuisvesting: een regionale 0-meting

2

Een dekkend en adaptief netwerk van voorzieningen dichtbij en betaalbaar

In de Duin- en Bollenstreek is een passend, nabij en betaalbaar aanbod, waar alle leerlingen van kunnen profiteren. Een aantal regionale voorzieningen, gevestigd op de voscholen, is beschikbaar en bereikbaar voor alle leerlingen. Wat willen we bereiken? We bouwen aan een flexibel en betaalbaar aanbod van onderwijs en ondersteuning in de regio.

Onze plannen Ondersteuningsplan 2026 - 2030

25

Door te investeren in hybride vormen – zoals Zorg met Onderwijs, VO+, vso in regulier en digitale alternatieven – realiseren we leerrecht en nabijheid voor iedere leerling. • Concreet denken we aan de volgende projecten en activiteiten: • Uitbreiden van VO+ voorzieningen van nu 13 naar 17 VO+ klassen in 20309 • Extra uitdaging voor leerlingen in reguliere klassen, door de uitbreiding van Maandag Bollenstreek met Vrijdag Bollenstreek • In nauw overleg met de scholen ontwikkelt het samenwerkingsverband plannen op welke wijze leerlingen met complexe problematiek het beste aan het onderwijs verbonden kunnen blijven. Het gaat hierbij om jongeren die terugkeren uit de gesloten jeugdzorg (JZ+) of met zeer uitdagend gedrag. Als Samenwerkingsverband V(S)O Duin en Bollenstreek zijn we aangehaakt bij de ontwikkelingen rondom de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg via de Brede Coalitie van het Landsdeel Zuid West. Het onderwijs in de regio Holland Rijnland trekt inmiddels een aantal

Terug naar inhoudsopgave

•

jaar gezamenlijk op in de zoektocht naar het meer dekkend krijgen van het onderwijsnetwerk voor leerlingen met extreem complex en uitdagend gedrag. Uitwerken van een integraal dagprogramma. Een programma onder regie van een vo-school, dat onderwijs op maat combineert met dagbesteding/praktisch leren en jeugdhulp/ jongerenwerk. Leerlingen uit de gesloten jeugdzorg en leerlingen met (zeer) uitdagend gedrag kunnen hier stabiliteit opbouwen, werken aan socialisatie en terugkeer naar school. Evalueren en het geven van het vervolg aan de Experimenteerregeling OZA (Docent op de Fiets en School zonder Muren). Het experiment heeft een looptijd van vijf jaar, tot januari 2028. Gedurende het experiment wordt door OCW de voortgang gemonitord en wordt parallel gewerkt aan het aanpassen van de wet- en regelgeving om de afwijkingsmogelijkheden (indien effectief) ook structureel mogelijk te maken. Ruim voorafgaand aan het aflopen van de experimenteerregeling willen we als samenwerkingsverband een visie (inclusief realistische

•

•

bekostiging) hebben ontwikkeld op het vervolg. Het gaat dan om een integrale visie gericht op het voorkomen van uitval van leerlingen en het bij uitval weer terugleiden naar de klas. In samenwerking met scholen, gemeenten, (gecontracteerde) dagbestedingslocaties en maatwerkarrangementen zoals DOF en SzM wordt deze gezamenlijke visie ontwikkeld. De maatwerkvoorzieningen willen we daarmee structureel verankeren binnen het onderwijs- en zorgcontinuüm. Versterken van samenwerking tussen scholen en andere partners in digitaal onderwijs, om digitaal onderwijs verder te integreren in het passend onderwijsaanbod. De opkomst van AI is in dit kader bijzonder interessant en kan mogelijk een ondersteunende rol gaan vervullen. Het Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek is coördinerend samenwerkingsverband van de coalitie Digitale School Zuid-Holland Noord. Als samenwerkingsverband leveren we een bijdrage aan de uitwerking van een Toekomstvisie Praktijkonderwijs

•

Bollenstreek 2030. Met als doel het verkleinen van de kans op voortijdig schoolverlaten en het bouwen aan een inclusieve arbeidsmarktregio, waarin jongeren naar vermogen kunnen werken of een passende dagbesteding hebben Als samenwerkingsverband leveren we een bijdrage aan het uitwerken van een plusklas ZML voor leerlingen die sociaal-emotioneel achterlopen, maar cognitief al meer kunnen (leerroute 5) – een samenwerking van het Pro en vso.

3

Effectieve toeleidings- en werkprocessen

Heldere uitgangspunten, soepele processen van toeleiding, toewijzing en overgangen. Wat willen we bereiken? We verbeteren de processen rond ondersteuning en toelaatbaarheid, door ruimte te maken voor maatwerk, soepele overgangen en het denken in ontwikkelingsperspectief. Daarbij waarderen we inzet op groei en ontwikkeling, niet alleen op indicaties of labels.

Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek Ik hoor erbij, mijn talent doet ertoe

Concreet denken we aan de volgende projecten en activiteiten: • Als SWV leveren we een bijdrage aan de doorontwikkeling van de po-vo-werkgroep en de bestuurlijke verankering daarvan • in overleg met het SWV PO: verduidelijken van beleid en werkwijze rond vervroegd overstappen en begeleiding bij langdurig verzuim in het primair onderwijs. • Faciliteren in overgangsprocessen tussen vo-scholen in geval van maatwerktrajecten, bijvoorbeeld door het uitwerken van een centrale plaatsingscommissie • Samen met onze netwerkpartners leveren we een bijdrage aan het levendig houden van de afspraken rondom Integraal Arrangeren, bijvoorbeeld door (mede)organisator te zijn van trainingen • door de groei van het aantal voorzieningen in de regio (zoals de VO+ klassen) zal het Samenwerkingsverband de eigen rol tegen het licht moeten houden. Door de beperkte omvang van het team zal bijvoorbeeld een plaatsingsbeleid VO+ ontwikkeld worden, waarin het Samenwerkingsverband een zeer

•

•

beperkte tot geen rol heeft de CAT zal worden doorontwikkeld op basis van de nieuwe richtlijnen toelaatbaarheid voor de voormalige cluster 3-scholen bereiden we – samen met een aantal omliggende samenwerkingsverbanden – een voorstel voor om leerlingen, die meer ondersteuning nodig hebben dan vanuit een TLV categorie 1 geboden wordt, via groepsbekostiging te faciliteren.

9 In dit aantal van 17 VO+ klassen is meegerekend: de huidige 8 VO+ klassen van de KTS (waarvan 62 plaatsen worden gefinancierd door het SWV), 2 VO+ klassen die in de schooljaren 26-27 en 27-28 worden opgestart bij het Vakcollege Rijnmond, aangevuld met nog twee extra VO+ klassen (locatie nog nader te bepalen).

Onze plannen Ondersteuningsplan 2026 - 2030

27

4

°

SWV als innovatieve netwerkorganisatie

Intensieve samenwerking en een gedeelde visie in het netwerk. Wat willen we bereiken? We werken aan duurzame samenwerking en gedeelde ontwikkeling. Dat vraagt om heldere bestuurlijke kaders, gezamenlijke kwaliteitszorg en een transparante, doelmatige inzet van middelen. Zo bouwen we aan een stevige netwerksamenwerking. Concreet denken we aan de volgende projecten en activiteiten: • Als samenwerkingsverband faciliteren we de bestaande regionale netwerken, om tot verdere bloei te komen. Het Samenwerkingsverband is faciliterend en heeft een aanjagende rol. Voorbeelden van deze netwerken zijn: ° De vo-scholen. Lerende netwerken rondom bijvoorbeeld de Maatwerkklassen, de VO+ klassen, de lwoo (leerwegondersteuning), de Agenda Passend Onderwijs etc.

Terug naar inhoudsopgave

•

•

•

•

Het vso-vo-netwerk bestaat uit de scholen die zijn aangesloten bij het Samenwerkingsverband. De Koninklijke Auris Groep gaat hier in de toekomst bij aansluiten. ° Het po-vo-netwerk van scholen in de regio. Het Samenwerkingsverband werkt steeds meer datagedreven en ‘evidence-informed’. Het dashboard ontwikkelen we verder door en leerlingstromen brengen we met data in beeld. Het Samenwerkingsverband neemt via het OOGO deel aan de uitwerking van de Ontwikkelagenda Duin- en Bollenstreek. In iedere werkgroep is het Samenwerkingsverband vertegenwoordigd. Het Samenwerkingsverband werkt actief aan de onderlinge afstemming van beleid met de omliggende vo-samenwerkingsverbanden. Er is veel grensverkeer en we delen een gezamenlijk netwerk aan schoolbesturen. Afstemming van beleid en (financiële) afspraken vergen de komende jaren de aandacht. Anticiperend op het wetsvoorstel over onafhankelijk intern toezicht

•

voor samenwerkingsverbanden ontwikkelen we de governance van het Samenwerkingsverband de komende jaren door. De komende periode gaan het SWV VO en het SWV PO in de Duin- en Bollenstreek ‘samenwonen’. Naast praktische voordelen spelen meer strategische overwegingen hierbij een rol. We gaan werken aan een intensievere samenwerking, we gaan elkaar (nog) beter leren kennen en door meer nabijheid kunnen we sneller onderling afstemmen.

Hoe maken we de resultaten meetbaar? Niet alles wat we willen bereiken is meetbaar. Misschien zijn de belangrijkste resultaten wel het moeilijkste te meten. Hebben onze jongeren zich in hun middelbareschooltijd goed kunnen ontwikkelen om volwaardig mee te kunnen doen in onze samenleving? Zijn ze uiteindelijk uitgegroeid tot zelfstandige, zelfredzame volwassenen die meedoen in de Duin- en Bollenstreek?

Zoals eerder aangegeven groeien kinderen niet op als ‘doelgroep’ of als cijfers in een tabel, maar als jongens en meisjes van vlees en bloed, met dromen, talenten en kwetsbaarheden. De komende planperiode gaan we meer systematisch inzetten op het ophalen door de scholen van kwalitatieve informatie van/over deze jongeren tot een aantal jaar na afloop van hun schoolloopbaan. Om verder houvast te hebben of we op de goede weg zijn en of maatregelen effecten sorteren, gaan we een aantal indicatoren verzamelen en bijhouden in ons dashboard. We denken daarbij aan de volgende streefdoelen: 1. risicoleerlingen  streefdoel in 2030: in onze regio geen jeugdige langer dan drie maanden thuis zonder passend en gestart aanbod van onderwijs en/of zorg 2. onder-instroom van het po naar het vso  streefdoel in 2030: maximaal 50 leerlingen 3. onder-instroom so naar het vo  streefdoel in 2030: minimaal 25 leerlingen

Samenwerkingsverband V(S)O Duin- en Bollenstreek Ik hoor erbij, mijn talent doet ertoe

4. zij-instroom van het vo naar het vso  streefdoel 2030: maximaal 25 leerlingen 5. zij-instroom van vso naar vo  streefdoel in 2030: minimaal 10 leerlingen 6. deelnamepercentage in het gespecialiseerde onderwijs  streefdoel: 3,5% in 2030 Toelichting op de streefdoelen: Het deelnamepercentage vso is in de Duin- en Bollenstreek de afgelopen vier jaren afgenomen van boven tot inmiddels onder het landelijk gemiddelde (3,6%10). We streven vooralsnog naar een deelnamepercentage vso van 3,5% in 2030; dit is een afname van ongeveer twintig vso-leerlingen11. Voor welke groepen leerlingen deze beweging het meest wenselijk is onderzoeken we de komende jaren. Het is van belang om binnen het Samenwerkingsverband in gesprek te blijven over deze streefdoelen en de gevolgen van de beweging naar inclusiever onderwijs voor het gespecialiseerde onderwijs. Welk volume in het vso is in de toekomst gewenst en noodzakelijk, ook om de gewenste voorzieningen en bijvoorbeeld voldoende uitstroomprofielen te kunnen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=b6dfc0a7-b579-457d-83db-cc1e7e09cfd9